Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 12de afl. dd. 06.05.1993

CIRC 06.05.93/1

Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 12de afl. dd. 06.05.1993


Bull. nr. 728, pag. 1626

AANSLAGVOET VEN.B.
Gewone en bijzondere aanslagvoet

FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Aanslagvoet Ven.B.
Afzonderlijk belastbare meerwaarde

FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN
Afzonderlijk belastbare meerwaarde

MEERWAARDE
Afzonderlijk belastbare meerwaarde

VENNOOTSCHAPSBELASTING
Belastbare grondslag
Bijzonder stelsel
Gewoon stelsel


(nrs. II/301 tot II/316)

Commentaar op de art. 22, 47, §§1 en 2 en 48, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen en art. 26, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725).

BEREKENING VAN DE VEN.B

Inhoudstafel I. WETTEKSTEN II/301 II. ALGEMEEN II/302 III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN A. Vormwijziging II/304 B. Begrip gestort kapitaal voor de toepassing van de verminderde tarieven II/305 C. Afzonderlijk belastbare meerwaarden 1. Principe II/307 2. In aanmerking komende meerwaarden II/308 3. Bedrag van de opnemingen II/311 4. Toepasselijk tarief II/312 5. Bestemming van de opnemingen II/313 6. Berekening van de belasting II/314 D. Afschaffing van het afzonderlijk tarief van 21,5 % betreffende bepaalde meerwaarden II/316 I. WETTEKSTEN W. 28.07.1992

Art. 22

II/301

In artikel 215, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden volgende wijzigingen aangebracht :



in 1°, worden de woorden "nog terug te betalen" geschrapt;
in 3°, worden de woorden "de in artikel 184, derde lid, 2°, vermelde rentegevende voorschotten die op dat ogenblik minder dan één jaar zijn toegestaan, niet inbegrepen" geschrapt.
Art. 47

§ 1. De artikelen ... 22, 1°, ..., treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1992.

§ 2. De artikelen ... 22, 2°, ..., treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.

...

Art. 48

In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een artikel 519bis ingevoegd, luidend als volgt :

"Art. 519bis - In afwijking van de artikelen 215 en 216, 1°, wordt het tarief van de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1993 bepaald op 15 % wat betreft de overeenkomstig artikel 190, tweede lid, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan deze bedoeld in artikel 47, die zijn vrijgesteld overeenkomstig het eerste lid van dit artikel 190, en niet hoger zijn dan 30 % van het totale bedrag van de meerwaarden die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aanslagjaar 1992.

Dit tarief wordt bepaald op 17 % voor het aanslagjaar 1994, op 19 % voor het aanslagjaar 1995, op 21 % voor het aanslagjaar 1996 en op 23 % voor het aanslagjaar 1997".

W. 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725)

Art. 26

Artikel 520 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de volgende bepalingen :

"Artikel 520. De artikelen 36, 40, § 2, tweede lid, 105, eerste lid, 124, § 3, tweede lid en 306bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zoals ze bestonden voordat ze werden opgeheven of gewijzigd door artikel 260 van de wet van 22 december 1989 en door artikel 3, A tot C, F en K, van de wet van 23 oktober 1991, blijven van toepassing op de meerwaarden die waren vrijgesteld overeenkomstig de hiervoren vermelde artikelen 36 en 105".

Art. 30

...



§5. Artikel 26 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1993.
...

II. ALGEMEEN

II/302

Deze circ. verstrekt commentaar op de hierna volgende wijzigingen die betrekking hebben op de berekening van de Ven.B voor het aj. 1993 :

  • de aanpassing van de Nederlandse tekst van art. 215, 3e lid, 1°, WIB 92 (art. 22, 1°, W. 28.07.1992);
  • het gestorte kapitaal dat, voor het bepalen van het toepasselijke tarief van de Ven.B, in aanmerking moet worden genomen om na te gaan of de dividenduitkering al dan niet hoger is dan 13 % van dat kapitaal (art. 22, 2°, W. 28.07.1992);
  • de in art. 519bis, WIB 92, bedoelde overgangsbepaling, die voorziet in een bijzonder tarief van de Ven.B voor de belastbare opnemingen van bepaalde verwezenlijkte meerwaarden (art. 48, W. 28.07.1992);
  • de afschaffing van het afzonderlijk tarief van 21,5 % van toepassing op bepaalde meerwaarden (art. 26, W. 28.12.1992).
II/303

De art. 10 (bijkomende uitsluitingen van de verminderde tarieven met ingang van het aj. 1994) en 35 (bijzondere tarieven voor bepaalde publiekrechtelijke vennootschappen en kredietkassen, erkende huisvestingsmaatschappijen, enz.), W. 28.12.1992 zullen later worden gecommentarieerd.

III. DRAAGWIJDTE VAN DE WIJZIGINGEN

A. Vormwijziging

II/304

Art. 22, 1°, W. 28.07.1992 heeft enkel tot doel de Nederlandse tekst in overeenstemming te brengen met de Franse tekst.

Deze maatregel treedt in werking met ingang van het aj. 1992 (art. 47, § 1, W. 28.07.1992).

B. Begrip gestort kapitaal voor de toepassing van de verminderde tarieven

II/305

Tot en met aj. 1992 werden, om na te gaan of de dividenduitkering hoger was dan 13 % van het gestorte kapitaal, de rentegevende voorschotten die door vennoten, enz., aan personenvennootschappen werden toegestaan, met gestort kapitaal gelijkgesteld, voor zover die voorschotten bij het begin van het boekjaar sedert ten minste één jaar weren verleend (zie circ. 15.01.1992, nr. Ci.D.19/416.334 - Ven.B, 22e aflevering, nrs. II/911 tot II/913 - Bull. 713).

II/306

Met ingang van het aj. 1993 worden de rentegevende voorschotten (ongeacht of de interest al dan niet met dividenden wordt gelijkgesteld) niet meer aangemerkt als gestort kapitaal (art. 16, W. 28.07.1992).

Daaruit volgt dat vanaf hetzelfde aj., de voormelde voorschotten buiten beschouwing moeten worden gelaten om, voor het bepalen van het toepasselijk tarief van de Ven.B, na te gaan of de dividenduitkering al dan niet hoger is dan 13 % van het gestorte kapitaal (art. 22, 2°, W. 28.07.1992, dat art. 215, 3e lid, 3°, WIB 92 heeft gewijzigd).

C. Afzonderlijk belastbare meerwaarden

1. Principe

II/307

Art. 48, W. 28.07.1992, dat art. 519bis, WIB 92, heeft ingevoegd, voorziet voor de aanslagjaren 1993 tot 1997 in een afzonderlijk tarief van de Ven.B voor belastbare opnemingen van bepaalde verwezenlijkte meerwaarden, in zover die opnemingen :

  • zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig art. 190, eerste lid, WIB 92 (onaantastbaarheidsvoorwaarde);
  • geen betrekking hebben op verwezenlijkte meerwaarden bedoeld in art. 47, WIB 92 (gespreide belasting van verwezenlijkte of gedwongen meerwaarden op immateriële of materiële vaste activa);
  • per belastbaar tijdperk niet hoger zijn dan 30 % van het totale bedrag van de meerwaarden zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk verbonden aan het aj. 1992.
2. In aanmerking komende meerwaarden

II/308

Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 519bis, WIB 92, moet het ter zake gaan om opnemingen van "verwezenlijkte meerwaarden" andere dan deze bedoeld in art. 47, WIB 92, zodat opnemingen van "niet verwezenlijkte meerwaarden" en "andere vrijgestelde reserves" zijn uitgesloten.

Derhalve komen de volgende vrijgestelde meerwaarden in aanmerking :

  • het monetaire gedeelte van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden;
  • de vroegere gedwongen meerwaarden;
  • het niet-monetaire gedeelte van vroeger vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden;
  • de vroegere meerwaarden op onroerende goederen van vastgoedhandelaars;
  • de meerwaarden uit inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen.
II/309

Daarentegen zijn uitgesloten :

  • de in art. 47, WIB 92, bedoelde meerwaarden;
  • de uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden of de als zodanig aangemerkte meerwaarden;
  • de andere vrijgestelde reserves (inzonderheid de investeringsreserve, de vrijgestelde voorziening voor sociaal passief, het bedrag van de op fiscaal vlak toegelaten afschrijvingen boven de aanschaffings- of beleggingswaarde, de vrijgestelde winst die door de privé-aandeelhouders van een eigenlijke reconversievennootschap is besteed aan de afkoop van aandelen die F.I.V.-inbreng vertegenwoordigen en de vrijgestelde winst die in het vermogen van een innovatievennootschap wordt gehouden).
II/310

Wanneer in het vermogen van de vennootschap verschillende categorieën van vrijgestelde reserves voorkomen, dient de belastingplichtige een volledige en gedetailleerde opgave te verstrekken van de opgenomen reserves.

Die opgave moet als bijlage bij de aangifte in de Ven.B worden gevoegd.

3. Bedrag van de opnemingen

II/311

Het bedrag van de opnemingen waarop de in II/312 vermelde afzonderlijke tarieven kunnen worden toegepast, is, voor elk van de aj. 1993 tot en met 1997, beperkt tot 30 % van het bedrag van de sub II/308 vermelde verwezenlijkte meerwaarden, zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk, verbonden aan het aj. 1992.

Het feit dat tijdens een belastbaar tijdperk de opnemingen meer dan 30 % zouden bedragen vormt geen beletsel voor de toepassing van de bijzondere regeling. Evenwel kan het gedeelte van de opnemingen dat tijdens een belastbaar tijdperk meer dan 30 % bedraagt niet tegen de in II/312 vermelde afzonderlijke tarieven worden belast.

4. Toepasselijk tarief

II/312

Het toepasselijke tarief op de bedoelde opnemingen bedraagt :

  • 15 % voor het aj. 1993;
  • 17 % voor het aj. 1994;
  • 19 % voor het aj. 1995;
  • 21 % voor het aj. 1996;
  • 23 % voor het aj. 1997.
5. Bestemming van de opnemingen

II/313

In tegenstelling met hetgeen bepaald was voor de tegen 10 % belastbare meerwaarden bedoeld in art. 312, § 3, W. 22.12.1989 (zie nr. 27, circ. 13.04.1992, nr. Ci.RH.421/438.231 - Bull. 717), is geen enkele bijzondere bestemming meer vereist voor wat betreft de opnemingen van de meerwaarden die belastbaar zijn tegen één van de sub II/312 bedoelde afzonderlijke tarieven.

6. Berekening en belasting

II/314

Het afzonderlijk tarief is slechts van toepassing in zover de in aanmerking komende opnemingen van verwezenlijkte meerwaarden niet meer bedragen dan de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst.

II/315

Op de tegen dit afzonderlijk tarief verschuldigde Ven.B mogen voorheffingen worden aangerekend en mag geen vermeerdering wegens ontstentenis van of ontoereikende VA worden toegepast.

D. Afschaffing van het afzonderlijk tarief van 21,5 % betreffende bepaalde
meerwaarden

II/316

Het tarief van 21,5 % op meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld in toepassing van art. 36, WIB en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden omdat niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarde van herbelegging of aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde (zie nr. 19, circ. 13.04.1992, nr. Ci.RH.421/438.231), is met ingang van het aj. 1993 afgeschaft (zie art. 26 en 30, § 5, W. 28.12.1992).