Circulaire nr. Ci.D.19/449.528 van 09.04.1993
Bull. nr. 728, pag. 1517
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Beknopt overzicht.
Beknopt overzicht.
Samenvatting van de bepalingen inzake IB van de wet van 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen.
In bijlage wordt een samenvatting bezorgd van de voornaamste bepalingen m.b.t. de inkomstenbelastingen van de wet van 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (BS 31.12.1992 - 3de uitgave, V 2212 - Bull. 725).
Het hoofdbestuur zal de commentaar op de voormelde wetsbepalingen zo spoedig mogelijk opstellen en verspreiden.
INHOUDSTAFEL I. PERSONENBELASTING - Roerende inkomsten - uitsluiting 1 - 2 - Degressieve afschrijvingen 3 - Investeringsaftrek 4 - 5 - Stopzettingsmeerwaarden 6 - 7 - Jaarlijkse indexering 8 - 11 II. VENNOOTSCHAPSBELASTING - Uitgesloten belastingplichtigen 12 - Meerwaarden op aandelen 13 - Aftrek DBI 14 - 17 - Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen 18 - 20 - Afzonderlijk belastbare meerwaarden 21 - Beleggingsvennootschappen 22 - 24 - Forfaitaire belasting elektriciteitsproducenten 25 - 26 - Belastingvrije verrichtingen 27 - 29 - Bijzondere tarieven 30 - 31 - Vrijstelling van de Ven.B - KB 15/150 32 - 34 III. BELASTING VAN NIET-INWONERS (NATUURLIJKE PERSONEN) - Inleiding 35 - 36 - Berekening van de belasting 37 - 49 - Aftrekbare bestedingen 50 IV. BEDRIJFSVOORHEFFING - BV op meerwaarden op onroerende goederen verwezenlijkt door niet-inwoners 51 - 57 - Bekrachtiging van KB's inzake BV 58 V. VESTIGING EN INVORDERING VAN DE BELASTINGEN - Vrijstelling van aangifte in de PB 59 - 60 - Gebruik van het nationaal nummer 61 - 62 - Voorafgaande fiscale akkoorden (Ruling) 63 - 65 - Nalatigheidsinterest 66 - 69 - Moratoriuminterest 70 - Betere inning van de belasting en strijd tegen de belastingontduiking en -ontwijking 71 - 76 - Verzending van de aanslagbiljetten 77 VI. LANGE TERMIJNSPAREN - Inleiding 78 - 81 - Krachtlijnen van het nieuwe stelsel inzake PB - In aanmerking komende uitgaven 82 - 83 - Voorwaarden en grenzen 84 - 90 - Belastingverminderingen 91 - 96 - Belasting van de voordelen 97 - 100 - Bijkomende maatregelen 101 - 102 - Inwerkingtreding 103 I. PERSONENBELASTING
Roerende inkomsten - Uitsluiting
1. Het uitsluiten uit de roerende inkomsten van de inkomsten uit aandelen betaald of toegekend bij verdeling van het maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van eigen aandelen door BEVEK's en BEVAK's wordt uitgebreid tot de vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen (VBS).
2. Inwerkingtreding : met ingang van 19.09.1992.
Degressieve afschrijvingen
3. Voor vaste activa die vanaf 01.01.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht mogen de degressieve afschrijvingsannuïteiten nooit meer bedragen dan 40 pct. van de aanschaffings- of beleggingswaarde.
Investeringsaftrek
4. Art. 3 W. 28.12.1992 heeft de toekenning van de investeringsaftrek verder beperkt. Deze aftrek mag niet worden toegepast op vaste activa waarvan het recht van gebruik, anders dan bij leasingcontract of overeenkomst van erfpacht of opstal of enig gelijkaardig onroerend recht, aan een andere belastingplichtige is overgedragen, tenzij de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon (onderneming of vrij beroep) die zelf de vaste activa in België gebruikt en die op zijn beurt het recht van gebruik niet aan een derde overdraagt.
Deze wijziging van art. 75, 3°, WIB 92 heeft tot gevolg dat de investeringsaftrek niet meer kan worden toegepast op vaste activa waarvan het gebruiksrecht aan een vennootschap wordt afgestaan.
5. Inwerkingtreding : op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 01.01.1992.
Stopzettingsmeerwaarden
6. Art. 4 W. 28.12.1992 streeft er naar een onnauwkeurigheid in de Nederlandse tekst recht te zetten met betrekking tot de zogenaamde 4 x 4-regel inzake de afzonderlijke aanslag van stopzettingsmeerwaarden op immateriële vaste activa en van vergoedingen verkregen tijdens een beroepswerkzaamheid als compensatie van de vermindering daarvan.
Ingevolge de coördinatie van het WIB gaf de Nederlandse tekst de indruk dat het jaar van de stopzetting of van de vermindering van de werkzaamheid in de periode van de 4 referentiejaren begrepen was. Het is dit gebrek aan overeenstemming dat thans is rechtgezet.
7. Inwerkingtreding : met ingang van het aj. 1992
Jaarlijkse indexering
8. Art. 178 WIB 92 voorziet inzake PB in de automatische indexering van inkomstengrenzen en -schijven, verminderingen, aftrekken, enz.
9. Deze indexering wordt voor een periode van 4 aj. opgeschort (aj. 1994 tot en met aj. 1997).
10. Blijven evenwel geïndexeerd :
- de belastingvrije sommen van art. 131 WIB 92;
- de toeslagen voor personen ten laste van art. 132 WIB 92;
- de toeslagen van art. 133 WIB 92 voor een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe met kinderen ten laste, gehandicapte, enz.;
- het bedrag van 130.000 F (niet geïndexeerd bedrag) vermeld in art. 134 WIB 92;
- de in art. 148 WIB 92 vermelde bedragen van 165.000 F en 130.000 F (niet geïndexeerde bedragen) waarmee rekening wordt gehouden bij de berekening van de belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten;
- de grensbedragen inzake bestaansmiddelen van 60.000 F, 90.000 F, 120.000 F en 10.000 F (niet geïndexeerde bedragen) die zijn vermeld in de art. 136, 140, 141 en 142 WIB 92.
(art. 5 W. 28.12.1992 - art. 178 WIB 92).
11. Er is evenwel in de mogelijkheid voorzien dat de in nr. 9 vermelde opschorting na 2 aj. (aj. 1994 en 1995) ongedaan kan worden gemaakt bij een in Ministerraad overlegd KB.
Wanneer opnieuw wordt geïndexeerd (hetzij vanaf aj. 1998, hetzij vroeger ingevolge zulk KB) kan geen inlopen van de maatregel gebeuren.
(art. 6 W. 28.12.1992 - art. 178, § 3, WIB 92).
II. VENNOOTSCHAPSBELASTING
Uitgesloten belastingplichtigen
12. De effectenbeursvennootschappen zijn met ingang van het aj. 1992 onvoorwaardelijk uit het toepassingsgebied van de Ven.B gesloten en worden onderworpen aan de RPB.
Meerwaarden op aandelen
13. De nieuwe vanaf aj. 1994 gestelde voorwaarden inzake DBI-aftrek met betrekking tot de deelneming in het kapitaal van de dividenduitkerende vennootschap (ten minste 5 pct. of een aanschaffingswaarde van ten minste 50 miljoen F), zijn niet van toepassing op de vrijstelling van meerwaarden op aandelen die bijgevolg ongewijzigd blijft.
Aftrek DBI
14. Dividenden worden vanaf aj. 1994 slecht als DBI van de winst afgetrokken voor zover de verkrijgende vennootschap op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van die inkomsten in het kapitaal van de uitkerende vennootschap een deelneming bezit van ten minste 5 pct. of met een aanschaffingswaarde van ten minste 50 miljoen F.
15. Deze bijkomende voorwaarde is niet van toepassing op de inkomsten die worden verkregen door kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beursvennootschappen als respectievelijk vermeld in art. 56, §§ 1 en 2, 2°, h, WIB 92 en art. 35 W. 04.12.1990.
16. Elke wijziging die vanaf 04.08.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.
17. De andere voorwaarden inzake DBI-aftrek blijven ongewijzigd van toepassing.
Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen
18. Vanaf aj. 1994 zijn eveneens van de verminderde basistarieven uitgesloten :
| 1° | de vennootschappen (andere dan erkende CV's), die niet aan tenminste één bestuurder of werken vennoot een bezoldiging van tenminste 1.000.000 F hebben toegekend ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk; |
| 2° | de vennootschappen die een beroep doen op de diensten van het erkende coördinatiecentrum van de groep waartoe zij behoren. |
19. De in nr. 18, 1° bedoelde uitsluiting is evenwel niet van toepassing op de vennootschappen met een belastbaar inkomen (na de 6de bewerking) van minder dan 1.000.000 F :
- op voorwaarde dat de som van het belastbare inkomen en de hoogste bezoldiging die ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk aan één bestuurder of werkend vennoot wordt toegekend, tenminste 1.000.000 F bedraagt;
- en in zover die bezoldiging hoger is dan of gelijk is aan dat belastbare inkomen.
20. Elke wijziging die vanaf 04.08.1992 aan de datum van de afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepalingen.
Afzonderlijk belastbare meerwaarden
21. Het tarief van 21, 5 pct. op meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld bij toepassing van art. 36 WIB (oud) en die vanaf 01.09.1991 belastbaar werden omdat niet of niet meer voldaan was aan de voorwaarde van herbelegging of aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde, wordt met ingang van het aj. 1993 afgeschaft.
Beleggingsvennootschappen
22. De Koning kan bijzondere criteria bepalen om het openbaar karakter van de instellingen voor collectieve belegging vast te stellen.
(art. 31 W. 28.12.1992 - art. 142bis W. 04.12.1990).
23. De in beginsel belastbare winst van beleggingsvennootschappen (BEVEK, BEVAK, VBS) worden gevormd door :
- de niet als beroepskosten aftrekbare kosten en uitgaven;
- de ontvangen abnormale of goedgunstige voordelen.
24. Dergelijke beleggingsvennootschappen zijn met ingang van het aj. 1992 evenwel niet belastbaar op de waardeverminderingen en minderwaarden op aandelen.
(art. 32, 2°, en 28, § 3, W. 28.12.1992 - art 143, § 1, W. 04.12.1990).
Forfaitaire belasting elektriciteitsproducenten
25. De totale grondslag van de in art. 35, § 1, W. 28.12.1990 vermelde bijzondere aanslag is met ingang van het aj. 1994 gelijk aan 11,5 pct. (in plaats van 8,5 pct.) van het verschil tussen :
- enerzijds, de inkomsten, exclusief BTW, uit de verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie
en
- anderzijds, de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren.
26. Elke wijziging die vanaf 04.08.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.
(art. 33 en 38, § 1, W. 28.12.1992 - art. 35, § 1, W. 28.12.1990).
Belastingvrije verrichtingen
27. Art. 212 W. 17.06.1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en harmonisering van de controle en de werkingsvoorwaarden van de kredietinstellingen (V 2117 - Bull. 708) bepaalt dat alle akten, overeenkomsten en verrichtingen vereist voor de vorming, omvorming en reorganisatie van de in titel I (de groep van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas-Holding) en II (de groep van de Gemeentekrediet-Holding) bedoelde publiekrechtelijke naamloze vennootschappen worden vrijgesteld van welke belastingen en fiscale rechten ook.
28. Art. 34 W. 28.12.1992 vult voormeld art. 212 aan met drie nieuwe leden teneinde de fiscale neutraliteit volledig te waarborgen.
29. Bovendien wordt geen vermindering wegens geen of ontoereikende VA toegepast op iedere VA die ten laatste op 31.01.1993 voor de belasting verschuldigd voor het aj. 1993 gedaan is door vennootschappen ontstaan uit een in nr. 27 vermelde verrichting.
(art. 34 en 130 W. 28.12.1992 - art. 212 W. 17.06.1991).
Bijzondere tarieven
30. Art. 35 W. 28.12.1992 strekt ertoe onnauwkeurigheden recht te zetten die zijn begaan bij de opstelling van art. 213 W. 17.06.1991 (V 2117 - Bull. 708).
Art. 216 WIB 92 wordt daarom vervangen door de volgende bepaling :
"Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt :
| 1° | 21,5 pct. voor de Belgische dienst voor bedrijfsleven en landbouw; |
| 2° | 5 pct. voor de plaatselijke handelsvennootschappen en de gewestelijke of beroepsverenigingen van die vennootschappen, die tot uitvoering van het statuut van de Nationale Kas voor Beroepskrediet krediet voor ambachtsoutillage mogen verstrekken, alsmede voor de vennootschappen voor huisvestingskrediet als vermeld in artikel 56, § 2, 2°, j.". |
31. De inwerkingtreding stemt overeen met deze bepaald in art. 277 W. 17.06.1991 (inwerkingtreding bij een Ministerraad overlegd KB).
Vrijstelling van Ven.B - KB 15/150
32. Met ingang van het aj. 1994 wordt het in art. 2, § 2, eerste lid, KB 15/150 bedoelde vrijstellingspercentage van 8 op 5 gebracht. Tegelijkertijd wordt de vrijstellingsperiode verlengd met zoveel boekjaren als er nodig zijn opdat de totale vrijstelling die de betrokken vennootschap zou kunnen verkrijgen indien ze tijdens ieder boekjaar op de maximale vrijstelling aanspraak zou kunnen maken, overeenstemt met 130 pct. (verrichting in 1982) of met 117 pct. (verrichting in 1983) van het in aanmerking komende kapitaal. In voorkomend geval wordt de vrijstelling tijdens het laatste boekjaar op passende wijze beperkt.
33. Behoudens andersluidende beslissing ten gevolge van een akte die onderworpen is aan de voorschriften betreffende de openbaarmaking, heeft de in de prospectus van uitgifte van de nieuwe aandelen of deelbewijzen of in de akte van oprichting op van kapitaalverhoging formeel uitgedrukte verbintenis ambtshalve betrekking op de verlengde vrijstellingstermijn.
34. Elke wijziging die vanaf 04.08.1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.
(art. 40 en 42 W. 28.12.1992 - art. 2 KB 15/150).
III. BELASTING VAN NIET-INWONERS (NATUURLIJKE PERSONEN)
Inleiding
35. De W. 28.12.1992 heeft het belastingstelsel van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen belastingplichtigen andermaal fundamenteel gewijzigd op twee vlakken, met name :
- de berekening van de belasting (nrs. 37 tot 49);
- de aftrekbare bestedingen (nr. 50).
36. Die wijzigingen werken terug tot aj. 1991.
Berekening van de belasting
Wat de berekening van de belasting betreft, hebben die wijzigingen inzonderheid betrekking op zes punten.
Punt 1
37. Er is de gelijkstelling van sommige niet-inwoners zonder tehuis in België met niet-inwoners met tehuis in België, met name diegenen die gedurende tenminste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in België een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend die in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen van werknemer, bestuurder of werkend vennoot oplevert (art. 140, § 2, 6° en 7°, WIB92) of die gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in de BNI/nat.pers. belastbare pensioenen hebben verkregen (art. 140, § 2, 6°, WIB - thans art. 228, § 2, 6°, WIB 92), in zover die inkomsten tenminste 75 pct. bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
38. Deze regeling is van toepassing :
- voor aj. 1991 (art. 28, § 3, tweede lid, W. 28.12.1992);
- voor aj. 1992 en volgende (art. 12 en 30, § 1, W. 28.12.1992 - art. 244, tweede lid, WIB 92).
39. De aldus bewerkstelligde gelijkstelling maakt het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991 zonder voorwerp. De niet-inwonende gerechtigden op Belgische pensioenen die geen tehuis in België hebben behouden, behoren tot de nieuwe categorie van gelijkgestelden voor zover zij aan de ter zake gestelde nieuwe voorwaarden voldoen.
Punt 2
40. De tweede wijziging betreft de taxatie als alleenstaande van de gehuwde niet-inwoner (met tehuis of zonder tehuis in België) wanneer alleen hij in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgt en de echtgenoot bij verdrag vrijgestelde Belgische en/of buitenlandse beroepsinkomsten heeft die meer dan 270.000 F (niet geïndexeerd bedrag) bedragen.
41. De aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot zal (als alleenstaande) slechts aanspraak kunnen maken op de toeslagen op de belastingvrije som voor gezinslasten, wanneer zijn beroepsinkomsten hoger zijn dan die van zijn echtgenoot.
42. Deze regel is van toepassing :
- voor aj. 1991 (art. 28, § 4, W. 28.12.1992);
- voor aj. 1992 en volgende (art. 13 en 30, § 1, W. 28.12.1992 - art. 244bis WIB 92).
Punt 3
43. De derde nieuwheid betreft het toepassen van de bijzondere stelsels van aanslag waarvan sprake in art. 92 WIB - thans art. 169 WIB 92 (omzetting van sommige kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden in lijfrente) en art. 93 WIB - thans de art. 171 tot 174 WIB 92 (afzonderlijke aanslag van sommige inkomsten) bij niet-inwoners zonder tehuis in België.
44. Deze bijzondere aanslagstelsels zijn van toepassing :
- voor aj. 1991 (art. 28, § 2, vierde lid, W. 28.12.1992);
- voor aj. 1992 (art. 29, vierde lid, W. 28.12.1992).
Met ingang van het aj. 1993 vloeit de toepassing van de voormelde bijzondere aanslagstelsels voort uit art. 243, derde lid, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 31 W. 28.07.1992.
Punt 4
45. De administratieve praktijk wordt bevestigd dat voor niet-inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden, zowel de binnenlandse als de buitenlandse inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking worden genomen om het huwelijksquotiënt te berekenen, om te bepalen of het grensbedrag van de aanneembare eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot waarboven geen meewerkinkomen mag worden toegekend, is overschreden en om de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten te bepalen.
46. Deze regel is van toepassing met ingang van het aj. 1992.
Punt 5
47. In het WIB 92 wordt een vergetelheid rechtgezet door uitdrukkelijk te bepalen dat de art. 126 tot 129, WIB 92 (betreffende de aanslag van echtgenoten en hun kinderen) van toepassing zijn bij de berekening van de belasting ten name van niet-inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden.
48. Deze regel is van toepassing met ingang van het aj. 1992.
Punt 6
49. Een bijzondere termijn wordt ingesteld voor bezwaar en ambtshalve ontheffing m.b.t. de aanslagen die voor het aj. 1991 in strijd met de bepalingen van art. 28, § 1, W. 28.12.1992 zijn gevestigd.
(art. 28, § 6, W. 28.12.1992).
Aftrekbare bestedingen
50. De gelijkstelling van sommige niet-inwoners zonder tehuis in België met niet-inwoners met tehuis in België is eveneens van toepassing met betrekking tot de van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen.
Deze regel is van toepassing :
- voor aj. 1991 (art. 27, § 3, tweede lid, W. 28.12.1992);
- voor aj. 1992 en volgende (art. 11 en 30, § 1, W. 28.12.1992 - art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92).
IV. BEDRIJFSVOORHEFFING
BV op meerwaarden op onroerende goederen verwezenlijkt door niet-inwoners
| a) | Inleiding |
51. De art. 14, 15, 16 en 20, W. 28.12.1992 stellen de BV vast die van toepassing is op de meerwaarden die niet-inwoners (natuurlijke personen en vennootschappen) verwezenlijken bij de vervreemding van in België gelegen gebouwde en ongebouwde onroerende goederen of bij de overdracht van zakelijke rechten met betrekking tot die goederen, voor zover die meerwaarden begrepen zijn in de winst (art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92) of in de baten (art. 228, § 2, 4°, WIB 92) van die niet-inwoners.
| b) | Schuldenaars van de BV |
52. De verplichting om de BV in te houden en te betalen berust bij :
- de instrumenterende notaris;
- de verkrijger, indien de overdracht gebeurt door middel van een onderhandse akte die door de verkrijger ter registratie wordt aangeboden.
(art. 14 W. 28.12.1992 - art. 270, 5°, WIB 92).
| c) | Verplichting tot inhouding van de BV |
53. De schuldenaars van de BV moeten, ondanks elk strijdig beding, BV inhouden op de overdrachtprijs.
(art. 15 W. 28.12.1992 - art. 272, tweede lid, WIB 92).
| d) | Het verschuldigd zijn van de BV |
54. De BV is verschuldigd uit hoofde van de verwezenlijking van de voormelde meerwaarden.
(art. 16 W. 28.12.1992 - art. 273, 2°, WIB 92).
| e) | Eisbaarheid van de BV |
55. De BV met betrekking tot voormelde meerwaarden moet betaald worden bij de registratie van de akten of verklaringen waarbij de overdracht onder bezwarende titel is vastgesteld van in België gelegen onroerende goederen of zakelijke rechten met betrekking tot die goederen door een niet-inwoner.
De BV moet worden gestort bij de bevoegde ontvanger van de registratie.
(art. 20 W. 28.12.1992 - art. 412bis, eerste lid, WIB 92).
| f) | Toepassingsregels |
56. Het tarief en de heffingsgrondslag van de BV zullen bij KB worden vastgesteld.
Dat KB zal eveneens bepalen dat de registratie van de akten of verklaringen slechts mag gebeuren na de betaling van de BV.
(art. 20 W. 28.12.1992 - art. 412bis, tweede lid, WIB 92).
| g) | Inwerkingtreding |
57. De in de nrs. 51 tot 56 vermelde bepalingen zijn van toepassing op de vanaf 01.01.1993 verwezenlijkte meerwaarden.
(art. 30, § 6, W 28.12.1992).
Bekrachtiging van KB's inzake BV
58. Overeenkomstig art. 275, § 3, WIB 92, moeten alle besluiten met betrekking tot BV het voorwerp uitmaken van een bekrachtigingswet.
Art. 48, 1°, 2° en 3°; W. 28.12.1992 bekrachtigt aldus met uitwerking op de datum van hun inwerkingtreding, de KB's van 12.06.1992, 02.09.1992 en 01.10.1992 op het stuk van de BV, d.w.z. respectievelijk met ingang van 01.07.1992, 16.09.1992 en 08.10.1992.
(art. 48, 1°, 2° en 3°, W. 28.12.1992).
V. VESTIGING EN INVORDERING VAN DE BELASTING
Vrijstelling van aangifte PB
59. Volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de aangifteplicht in de PB.
60. Door art. 306 WIB 92 in die zin te vervangen, wordt de vrijstelling van aangifteplicht niet langer beperkt tot belastingplichtigen met een bescheiden inkomen.
Deze maatregel heeft tot doel om in het kader van het automatiseringsproject BELCOTAX, een groot aantal rijksinwoners van aangifteplicht vrij te stellen.
(art. 17 W. 28.12.1992 - art. 306 WIB 92).
Gebruik van het nationaal nummer
61. Art. 314 WIB 92 werd aangevuld met een § 6 waardoor de Koning, in de door Hem bepaalde gevallen, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de verplichting tot het vermelden van het fiscaal identificatienummer kan uitbreiden tot de natuurlijke personen en rechtspersonen en de feitelijke verenigingen.
62. Deze maatregel moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van het in nr. 60 vermelde automatiseringsproject.
(art. 18 W. 28.12.1992 - art. 314, § 6, WIB 92).
Voorafgaande fiscale akkoorden (ruling)
63. Op het vlak van de ruling, wordt ontstentenis van antwoord vanwege de Adm. DB binnen de termijn vastgesteld bij KB 09.11.1992 (maximum 6 maanden vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag), gelijkgesteld met een voorafgaand akkoord.
(art. 19 W. 28.12.1992 - art. 345, § 1, tweede lid, WIB 92).
64. Overeenkomstig art. 345, § 4, tweede lid, WIB 92, moeten alle KB's met betrekking tot voorafgaande fiscale akkoorden, het voorwerp uitmaken van een bekrachtigingswet.
65. Art. 48, 4°, W. 28.12.1992 bekrachtigt het voormelde KB 09.11.1992 tot oprichting van een commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding (d.w.z. 01.01.1993).
(art. 48, 4°, W. 28.12.1992).
Nalatigheidsinterest
a) Grens
66. Art. 414, § 1, 5e lid, WIB 92 bepaalt dat de NI niet verschuldigd is wanneer hij geen 100 F bedraagt of wanneer de berekeningsgrondslag ervan lager is dan 5.000 F.
67. Vanaf 01.03.1993, worden die twee beperkingen vervangen door één criterium. Voortaan is er geen NI meer verschuldigd wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
b) Samen met voorheffingen ingekohierde belastingverhogingen en administratieve boeten.
68. Na de huidige tekst van art. 415, WIB 92 wordt een § 2 ingevoegd, waardoor de NI betreffende de in art. 444 en 445 WIB 92 vermelde belastingverhoging of administratieve boete verschuldigd is vanaf het verstrijken van de betalingstermijn voor de voorheffing, wanneer die verhoging of die boete samen met de voorheffing waarop de verhoging of de boete betrekking heeft, in een kohier wordt opgenomen.
69. Deze regel is van toepassing op de kohieren die vanaf 01.03.1993 uitvoerbaar worden verklaard.
Moratoriuminterest
70. Naar analogie van de nieuwe regeling inzake NI (zie nrs. 66 en 67) wordt met ingang van 01.03.1993 ook geen MI meer toegekend wanneer hij geen 200 F per maand bedraagt.
Betere inning van de belasting en strijd tegen de belastingontduiking en -ontwijking
71. De procureur des Konings kan voortaan vervolgingen instellen zonder het voorafgaand advies van de gewestelijke directeur der belastingen af te wachten, advies dat hij kan maar niet meer moet vragen.
72. In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. Deze bepaling treedt in werking op 01.03.1993.
73. Krachtens art. 71, W. 28.12.1992 zullen ambtenaren van de fiscale administratie ter beschikking van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur worden gesteld; de nadere regels van die terbeschikkingstelling zullen bij een in Ministerraad overlegd besluit worden bepaald.
74. de aldus gedetacheerde ambtenaren van de Adm. DB kunnen, anders dan als getuige, aan de procedure deelnemen.
75. Art. 36 W. 28.12.1992 heeft tot doel een onnauwkeurigheid begaan bij de redactie van art. 243 W. 17.06.1991, recht te zetten.
Daardoor wordt art. 327, § 5, WIB 92 door de volgende bepaling vervangen :
"De Commissie voor het Bank- en Financiewezen en het Interventiefonds van de Beursvennootschappen lichten onmiddellijk de Minister van Financiën in wanneer zij vaststellen dat een instelling waarover zij de controle uitoefenen heeft bijgedragen tot het opzetten van een mechanisme dat tot doel of tot gevolg heeft inbreuken te organiseren op de fiscale wetgeving en dat een medeplichtigheid insluit tussen de instelling en de cliënt met het oog op belastingontduiking".
76. De inwerkingtreding stemt overeen met deze neergelegd in art. 277 W. 17.06.1991 (inwerkingtreding vastgelegd door een in Ministerraad overlegd besluit).
Verzending van de aanslagbiljetten
77. Art. 39 W. 28.12.1992 heft de bepalingen met betrekking tot de aangetekende verzending van de aanslagbiljetten op. Het gaat ter zake om art. 4, derde lid, van KB 28.08.1926 en om art. 11, KB nr. 4 van 22.08.1934.
(art. 39 W. 28.12.1992).
VI. LANGE TERMIJNSPAREN
Inleiding
78. In de toekomst zal het fiscale voordeel verbonden aan het lange termijnsparen grondig worden gewijzigd.
De huidige formule van aftrek "inkomen van inkomen", waarbij het fiscale voordeel hoger wordt naarmate het inkomen stijgt, wordt vervangen door een belastingvermindering.
79. Voor het "bouwsparen" wordt in bepaalde gevallen een hoger voordeel toegekend dat het huidige belastingstelsel vervangt door een vermindering tegen het marginale tarief.
80. De verlaging van het fiscale voordeel wordt gecompenseerd door een lagere eindbelasting nr. 10 pct. i.p.v. 16,5 pct. van het uitbetaalde kapitaal. De PB voor niet-beleende individuele levensverzekeringen en het pensioensparen wordt vervangen door een indirecte taks die op de leeftijd van 60 jaar wordt geheven door de administratie van de BTW, registratie en domeinen.
81. Voorts zijn er een aantal wijzigingen die verband houden met indirecte belastingen op verzekeringscontracten en winstdeelnemingen.
Krachtlijnen van het nieuwe stelsel inzake PB
1. In aanmerking komende uitgaven
A. Algemene regel
82. Het nieuwe stelsel is van toepassing op :
1° de persoonlijke bijdragen voor groepsverzekering of pensioenfonds;
2° de volgende individuele bestedingen :
a) premies voor een individuele levensverzekering;
b) aflossingsannuïteiten van een hypothecaire lening met schuldsaldoverzekering (behalve indien ze betrekking hebben op leningen betreffende een enige of eigen woning);
c) betalingen voor het verwerven van werkgeversaandelen;
d) pensioensparen.
Opmerking : de werkgeversbijdragen van groepsverzekeringen en pensioenfondsen blijven aftrekbare beroepskosten voor de werkgever.
B. Bijzondere regeling voor het bouwsparen
83. Deze regeling geldt voor :
| a) | premies van individuele levensverzekering die worden aangewend voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening; |
| b) | aflossingen van een hypothecaire lening met schuldsaldoverzekering, |
Op voorwaarde dat :
- die premies en aflossingen verband houden met een lening die dient om in België een woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
- die woning een eigen woning is, d.w.z. die waarvoor woningaftrek kan worden genoten voor bouwleningen die uiterlijk op 31.12.1992 zijn afgesloten;
- die woning een enige woning is op de datum dat de bouwlening wordt aangegaan (voor leningen die vanaf 01.01.1993 zijn afgesloten).
2. Voorwaarden en grenzen
A. Algemene regeling
Voorwaarden
84. Om voor vermindering in aanmerking te komen, moeten de bijdragen, premies en bestedingen aan bepaalde voorwaarden voldoen. Die voorwaarden zijn dezelfde als die welke voorheen gesteld waren inzake aftrekbaarheid.
Beperkingen
85. De voorheen toepasselijke beperkingen blijven eveneens gehandhaafd, nl. :
| a) | 80 pct. van de bezoldiging voor wat betreft groepsverzekeringen en pensioenfondsen; |
| b) | 15 pct., 6 pct. en 60.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) voor de som van de premies van levensverzekeringen en van de aflossingen; |
| c) | 2.000.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) van de eerste schijf van een bouwlening waarvan de kapitaalaflossingen worden afgetrokken; |
| d) | 20.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) voor het pensioensparen. |
B. Bijzondere regeling voor het bouwsparen
Voorwaarden
86. De verhoogde belastingvermindering geldt alleen voor premies van beleende levensverzekeringen en voor kapitaalaflossingen van leningen gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering.
87. Benevens de gewone voorwaarden gelden bijkomend :
| a) | voor leningen afgesloten uiterlijk op 31.12.1992, dat die leningen dienen voor het bouwen, verwerven of verbouwen van een eigen woning, d.w.z. een woning waarvoor de belastingplichtige de woningaftrek kan genieten; |
| b) | voor leningen afgesloten vanaf 01.01.1993, dat zij dienen voor het bouwen, verwerven of verbouwen van een woning die bij het afsluiten van het leningscontract, de enige woning van de belastingplichtige is. |
Beperkingen
| 1° | Voor bouwleningen afgesloten ten laatste op 31.12.1992 : |
88.
| a) | premies van beleende individuele levensverzekeringen : |
- lening aangegaan tussen 01.01.1963 en 31.12.1988 : premies die betrekking hebben op de eerste schijf van 2.000.000 F;
- lening aangegaan tussen 01.01.1989 en 31.12.1992 : premies die betrekking hebben op de eerste schijf van 2.000.000 F, 2.100.000 F, 2.200.000 F, 2.400.000 F en 2.600.000 F (niet-geïndexeerde bedragen), naargelang de belastingplichtige respectievelijk geen, 1, 2, 3 of 4 en meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar volgend op dat van het sluiten van het contract van lening;
| b) | aflossingen van hypothecaire leningen met schuldsaldoverzekering : |
- lening aangegaan tussen 01.01.1963 en 31.12.1988 : de huidige termen "sociale woning, enz." en "middelgrote woning", alsmede de huidige grenzen van 400.000 F en 2.000.000 F blijven gelden;
- lening aangegaan tussen 01.01.1989 en 31.12.1992 : de bedragen van 2.000.000 F, 2.100.000 F, 2.200.000 F, 2.400.000 F en 2.600.000 F (niet-geïndexeerde bedragen), naargelang het aantal kinderen ten laste (zie sub a hiervoor).
| 2° | Voor bouwleningen afgesloten vanaf 01.01.1993 : |
89. Zowel de premies van beleende individuele levensverzekeringen, als de aflossingen van hypothecaire leningen, komen slechts in aanmerking voor een verhoogde belastingvermindering in de mate dat zij betrekking hebben op de eerste schijf van de lening van 2.000.000 F, 2.100.000 F, 2.200.000 F, 2.400.000 F en 2.600.000 F (niet-geïndexeerde bedragen), naargelang de belastingplichtige respectievelijk geen, 1, 2, 3 of 4 en meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar volgend op dat van het sluiten van het contract van lening.
| 3° | Andere grenzen |
90. Voor de grenzen van 15 pct., 6 pct. en 60.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) moeten alle premies van individuele levensverzekeringen en kapitaalaflossingen samengeteld worden. Er bestaat m.a.w. slechts één korf van 60.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) voor het geheel van deze uitgaven.
3. Belastingvermindering
A. Algemeen
91. Voor het lange termijnsparen wordt de belastingvermindering in de regel berekend door op de in aanmerking komende bijdragen, premies, aflossingen of betalingen een "bijzondere gemiddelde aanslagvoet" toe te passen die niet minder dan 30 pct. noch meer dan 40 pct. mag bedragen.
92. Voor het bouwsparen wordt een "verhoogde belastingvermindering" verleend waarbij het er in feite op neerkomt dat een belastingvoordeel wordt toegestaan dat vergelijkbaar is met het huidige voordeel voortkomend uit de techniek aftrek "inkomen van inkomen".
B. Toegepaste techniek
93. De bijzondere gemiddelde aanslagvoet is eigenlijk een verbeterde of aangepaste gemiddelde aanslagvoet waarbij alleen rekening is gehouden met het basisbedrag van de vrijgestelde som (165.000 F of 2 x 130.000 F).
Zodoende wordt een hogere aanslagvoet dan de gewone gemiddelde aanslagvoet verkregen, hetgeen voordeliger is voor de belastingplichtige met gezinslasten.
94. Zoals reeds gezegd mag de belastingvermindering nooit hoger dan 40 pct. noch lager dan 30 pct. zijn. Er wordt geen rekening gehouden met de belasting op de afzonderlijk belastbare inkomsten.
95. De verhoogde belastingvermindering voor uitgaven die verband houden met de eigen of de enige woning, bestaat in een belastingvermindering die overeenstemt met het percentage van het hoogste belastingtarief dat voor de belastingplichtige van toepassing is.
Eigenlijk komt dit stelsel neer op een aftrek "inkomen van inkomen".
96. Anderzijds, wanneer de voor belastingvermindering in aanmerking komende uitgaven meer bedragen dan de absolute grens van 60.000 F (niet-geïndexeerd bedrag) en samengesteld zijn uit uitgaven "bouwsparen" en uit andere uitgaven - b.v. respectievelijk ten belope van 55.000 F en 35.000 F - dan worden de uitgaven die recht geven op de verhoogde belastingvermindering bij voorrang in aanmerking genomen.
(art. 86 en 87 W. 28.12.1992 - Art. 145(1) tot 145(20) WIB 92).
4. Belasting van de voordelen
A. Groepsverzekeringen en pensioenfondsen
97.
| 1° | Kapitalen en afkoopwaarden die nu éénmalig aan 16,5 pct. worden belast, blijven dat in de mate dat zij gevormd zijn door premies die de aftrek "inkomen van inkomen" hebben genoten. |
| 2° | Die kapitalen en afkoopwaarden zullen in de mate dat zij zijn gevormd door persoonlijke bijdragen die het stelsel van belastingvermindering hebben ondergaan tegen 10 pct. worden belast. |
| 3° | Afkoopwaarden die niet afzonderlijk belastbaar zijn tegen 16,5 pct. of 10 pct. (b.v. omdat zij te vroeg worden opgenomen), zullen met de andere inkomsten worden samengevoegd (voor zover de premies van het inkomen zijn afgetrokken) en/of afzonderlijk tegen 33 pct. worden belast (voor zover de premies aanleiding hebben gegeven tot een vermindering voor het lange termijnsparen). |
| 4° | Het aanslagstelsel van de periodieke renten blijft ongewijzigd. |
B. Beleende individuele levensverzekeringen en aflossingen van hypothecaire leningen met schuldsaldoverzekering
98. De jaarlijkse taxatie van de omzettingsrente blijft de regel.
(art. 88 tot 90 W. 28.12.1992 - art. 169, 171 en 172 WIB 92).
C. Niet-beleende individuele levensverzekeringen en pensioensparen
| 1° | Kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden, vereffend vanaf 01.01.1993 ingevolge overlijden of vóór 60 jaar. |
99. Deze kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden zijn als volgt belastbaar :
| a) | kapitalen en afkoopwaarden of spaartegoeden die gevormd zijn door premies of betalingen die het stelsel van aftrek "inkomen van inkomen" hebben ondergaan, blijven belastbaar tegen 16,5 pct.; |
| b) | in de toekomst zullen die kapitalen en afkoopwaarden of spaartegoeden, in de mate dat zij zijn gevormd door premies of betalingen die van de belastingvermindering hebben genoten, slechts éénmalig tegen 10 pct. worden belast; |
| c) | met betrekking tot afkoopwaarden (of een gedeelte ervan) die zijn gevormd door premies of betalingen die de belastingvermindering hebben genoten en die niet in aanmerking komen voor de aanslagvoet van 10 pct., zal een afzonderlijk tarief van 33 pct. gelden; |
| d) | het aanslagstelsel van de periodieke renten blijft ongewijzigd. Ter zake is voor het aanslagstelsel dat van toepassing zal zijn, het tijdstip van de eerste betaling van de jaarlijkse rente bepalend : alleen als ze vóór de leeftijd van 60 jaar plaatsheeft, wordt de rente belast in de PB. |
(art. 88 tot 90 W. 28.12.1992 - art. 169, 171 en 172 WIB 92).
| 2° | Kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden vereffend vanaf 01.01.1993 en die niet het gevolg zijn van een overlijden of die gestort worden vanaf 60 jaar. |
100. De inkomstenbelasting wordt vervangen door een indirecte belasting (16,5 of 10 pct.).
| a) | De op 01.01.1993 bij de verzekeringsondernemingen bestaande wiskundige reserves die overeenstemmen met de theoretische afkoopwaarden van alle individuele levensverzekeringen (met inbegrip van de spaarverzekering) van verzekerden die 60 jaar of ouder zijn en die voor hun contract vrijstelling inzake inkomstenbelastingen hebben genoten, worden aan een indirecte taks van 16,5 pct. of 10 pct. onderworpen, naargelang die afkoopwaarden gevormd zijn door premies die voor belastingaftrek of voor belastingvermindering in aanmerking zijn genomen). Hetzelfde geldt voor de kapitalen waarvan de normale uitkering op 60 jaar plaatsheeft. Wel worden de in de contracten bij overlijden bepaalde voordelen nooit anticipatief belast; bij uitkering blijven ze onderworpen aan de inkomstenbelasting. |
| b) | Hetzelfde geldt voor de tegoeden inzake pensioensparen bij de banken die, onder dezelfde omstandigheden, aan een taks van 16,5 pct. (kapitalisatie aan 6,25 pct.) of van 10 pct. (kapitalisatie aan 4,75 pct.) zullen worden onderworpen. |
Na deze éénmalige inhaaloperatie zal de indirecte taks op het lange termijnsparen van 16,5 pct. of 10 pct. maandelijks door de verzekeringsondernemingen en de banken moeten worden betaald op de kapitalen, theoretische afkoopwaarden en spaartegoeden van de verzekerden of spaarrekeninghouders die tijdens de vorige maand 60 jaar zijn geworden. De anticipatieve heffing impliceert dat er achteraf, bij de uitkering van het kapitaal, afkoopwaarde of jaarlijkse renten, geen inkomstenbelasting meer wordt geheven.
Een belangrijk gevolg van de anticipatieve heffing is dat de belastingplichtigen, voor de door hen gestorte premies in het kader van een individuele levensverzekering of gedane betalingen voor het pensioensparen, vanaf 60 jaar bij voortduur een belastingvermindering inzake inkomstenbelastingen zullen kunnen genieten, hoewel de met die premies of betaling gevormde kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden niet meer in de inkomstenbelastingen zullen worden belast. Teneinde misbruiken te voorkomen, is bepaald dat voor contracten die nog geen 10 jaar looptijd hebben en kort voor de leeftijd van 60 jaar werden afgesloten, de anticipatieve heffing slechts na verloop van die 10 jaar plaatsheeft.
(art. 98, 117 en 119 W. 28.12.1992 - art. 515bis, zesde lid, WIB 92).
5. Bijkomende maatregelen
A. Pensioensparen
101. Twee bijkomende maatregelen zijn genomen :
| 1° | De verplichting op ten minste 5 stortingen te doen wordt opgeheven voor de spaarrekeningen of -verzekeringen die vóór 04.08.1992 zijn geopend of afgesloten; |
(art. 99 W. 28.12.1992 - art. 515ter WIB 92).
| 2° | Belastingplichtigen die voor het jaar 1992 reeds vóór 4 augustus een betaling in het kader van het pensioensparen hebben gedaan, kunnen die betaling terugvragen. |
B. Anti-fraudemaatregel
102. Wanneer de in de PB belastbare kapitalen, afkoopwaarden of spaartegoeden vanaf 01.01.1993 worden betaald aan een belastingplichtige die zich in het buitenland is gaan vestigen, wordt de betaling of toekenning geacht daags voor die vestiging te hebben plaatsgehad zodat België het heffingsrecht behoudt.
Inwerkingtreding
103. Het nieuwe stelsel treedt in de regel in werking vanaf het aj. 1993 (inkomsten 1992) behoudens voor :
- de persoonlijke bijdragen aan een groepsverzekering of een pensioenfonds : vanaf 01.01.1993;
- de term "enige woning" m.b.t. het bouwsparen die geldt voor leningen afgesloten vanaf 01.01.1993;
- de belasting als indirecte taks en de ermede samenhangende vrijstelling inzake inkomstenbelastingen die eveneens vanaf 01.01.1993 in werking treden.
(art. 101 en 127 W. 28.12.1992).
(art. 102 W. 28.12.1992).
Bron: FisconetPlus
