Circulaire nr. AFZ/2001-1350 (AFZ 1/2003) dd. 23.01.2003

CIRC 23.01.03/1

Circulaire nr. AFZ/2001-1350 (AFZ 1/2003) dd. 23.01.2003

BELASTING OP DE AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN

Terugbetaling van belastingen

WETBOEK VAN DE MET DE IB GELIJKGESTELDE BELASTINGEN

Decreet tot wijziging van het WIGB

Vlaams Gewest

Commentaar op artikel 32 van het decreet van 6.7.2001 van de Vlaamse Gemeenschap houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 (B.S., 10.10.2001) en op het besluit van 13.9.2002 van de Vlaamse Regering tot bepaling van de nadere regels inzake teruggave van de belasting op de automatische ontspanningstoestellen (B.S., 31.10.2002 - ed. 2).

Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie en van de sector directe belastingen - directie invordering.

I. INLEIDING

1. Deze circulaire geeft een eerste commentaar op artikel 32 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 6.7.2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 (B.S., 10.10.2001), hierna Decreet genoemd, en op het besluit van 13.9.2002 van de Vlaamse regering tot bepaling van de nadere regels inzake teruggave van de belasting op de automatische ontspanningstoestellen (B.S., 31.10.2002 - ed. 2), hierna Besluit genoemd.

2. Artikel 32 van het Decreet wijzigt Titel IV van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (WIGB) door invoeging van een hoofdstuk IVbis waarbij een regeling tot teruggave van belasting voor wat het Vlaamse Gewest betreft wordt ingevoerd.

3. Artikel 1 van het Besluit legt de formaliteiten vast die de belastingschuldige moet vervullen om voor een teruggave van de belasting in aanmerking te komen.

II. WETTELIJKE BEPALINGEN

4. Artikel 32 van het Decreet voegt, in Titel IV, WIGB, een hoofdstuk IVbis in dat luidt als volgt:

"HOOFDSTUK IVbis

Regeling voor wat het Vlaamse Gewest betreft tot teruggave van de belasting.

Artikel 84bis

Wanneer het toestel, waarvoor reeds werd betaald, door overmacht niet wordt opgesteld of in de loop van het eerste, het tweede of het derde kwartaal van het aanslagjaar niet meer wordt opgesteld, wordt het volledig bedrag, de drie vierden, de helft of het vierde van de betaalde belasting voor dat aanslagjaar teruggegeven.

De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels inzake terugbetaling."

Artikel 1 van het Besluit luidt als volgt:

"Artikel 1. Bij een verzoek tot teruggave van de belasting op de automatische ontspanningstoestellen, zoals bedoeld in artikel 84bis van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wordt het fiscaal kenteken gevoegd dat bevestigd was op het toestel dat door overmacht niet of niet meer wordt opgesteld.

Bij het verzoek worden tevens de bewijsstukken gevoegd waaruit de overmacht en het tijdstip waarop deze zich heeft voorgedaan blijkt.

Het verzoek vermeldt tevens de locatie waar het toestel opgesteld stond of zou opgesteld worden indien de overmacht zich niet had voorgedaan.".

III. INWERKINGTREDING

5. De nieuwe wetsbepalingen van het Decreet en van het Besluit hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 2001 (inwerkingtreding voorzien in respectievelijk artikel 51 en artikel 2).

IV. COMMENTAAR OP DE WETTELIJKE BEPALINGEN

Motivering

6. Met dit Decreet wil de Vlaamse regering tegemoet komen aan de situatie die er in bestaat dat er een forfaitair en voorafgaandelijk betaalbare belasting op de automatische ontspanningstoestellen betaald wordt waarbij de heffingsgrondslag, in geval van overmacht onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, komt te vervallen.

Volgens de Vlaamse regering is haar houding een gevolg op artikel 34, alinea 3 van de Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers van 7 mei 1999. In dit wetsartikel wordt de uitbating van een speelautomatenhal (kansspelinrichting klasse II) of lunaparken afhankelijk gesteld van een te sluiten convenant tussen de gemeenten en de uitbater. Indien er geen convenant tot stand komt tussen de gemeente en de uitbater, wordt er door de kansspelencommissie geen vergunning tot uitbating afgeleverd waardoor de speelautomatenhal niet uitgebaat kan worden niettegenstaande de belasting reeds voorafgaandelijk werd betaald.

Hoewel lezing van de Nederlandse tekst (*) van het bedoelde artikel 34, alinea 3, leert dat "de uitbating van een kansspelinrichting klasse II moet geschieden krachtens een convenant dat voorafgaandelijk wordt gesloten tussen de gemeente en de uitbater" en in feite de uitbater van een kansspelinrichting klasse II nooit kan geconfronteerd worden met de voormelde situatie omdat hij geen kansspelinrichting klasse II mag beginnen uitbaten zonder convenant, heeft dit voor de Vlaamse wetgever geen beletsel gevormd om een teruggaveregeling uit te vaardigen. Naar alle waarschijnlijkheid heeft ook de verwarring en onzekerheid binnen de sector van de automatenbranche ingevolge het langdurig uitblijven van de verschillende uitvoeringsbesluiten (de meeste werden pas getroffen op 22 december 2000, dus anderhalf jaar na de wet) zijn invloed gehad op de houding van de Vlaamse regering namelijk een wettelijke maatregel treffen ten gunste van de in Vlaanderen gelegen lunaparken.

Conform het gelijkheidsbeginsel tussen belastingplichtigen mag de teruggaveregeling echter niet beperkt blijven tot die specifieke gevallen maar geldt zij voor iedere belastingschuldige die omwille van de één of andere vorm van overmacht zijn toestellen niet meer kan uitbaten.

Begrip "overmacht"

7. In de memorie van toelichting (vierde lid) van het decreet wordt gezegd dat het begrip "overmacht" volgens de rechtspraak een onoverwinnelijke en onvoorziene hindernis veronderstelt, vreemd aan de wil van de betrokkene die het verder zetten van het contract (in casu hier de uitbating) onmogelijk maakt. Overmacht kan, nog steeds volgens de rechtspraak, niet worden ingeroepen als de belastingplichtige zelf een fout heeft begaan die verantwoordelijk is voor de onmogelijkheid verder de verbintenis na te komen (in casu de uitbating verder te zetten).

De definitie in "Van Dale - Groot Woordenboek der Nederlandse Taal" (twaalfde druk) van het begrip "overmacht" is analoog en luidt (in de juridische en handelsbetekenis) "force majeure, niet-toerekenbare onmogelijkheid om zijn verplichting na te komen".

Ieder dossier waarin om de teruggave van de belasting wordt verzocht bij toepassing van art. 84bis, WIGB, zal een feitenkwestie zijn hetgeen impliceert dat het onmogelijk is om alle gevallen die tot de teruggaveregeling aanleiding geven op te sommen.

8. Niettemin kan, in de veronderstelling dat geen andere elementen eigen aan de wil van de belastingschuldige hun invloed hebben gehad op de exploitatie van de toestellen of het voortzetten ervan, genoegzaam worden aangenomen dat de volgende situaties als gevallen van overmacht kunnen beschouwd worden:

- het verbod tot exploitatie vanaf 1.1.2001, met een overgangsperiode tot 1.7.2001, van toestellen die niet voldoen aan de wettelijk vastgestelde criteria (toestellen "Slots", "Playslots", "Bellslots", "Xen 'X", "Lucky Slots", "Find the Lady", "Symbolix", "Euro Nudge", "Cash Nudge", "Super Payslots" en "Golden Crown");

- het verbod tot exploitatie vanaf 1.1.2001, met een overgangsperiode tot 1.7.2001, van eender welk toestel ingevolge het maximum toegelaten aantal toestellen per kansspelinrichting klasse II;

- het verbod tot exploitatie doordat geen convenant kon worden gesloten tussen de lokale overheid en de uitbater van de kansspelinrichting klasse II;

- het verbod tot exploitatie van een kansspelinrichting klasse II ingevolge de weigering door de kansspelcommissie van een toekenning van een vergunning klasse B (art. 19, KB 22.12.2000, betreffende de werkingsregels van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II);

- de beperking van het aantal automatische ontspanningstoestellen als deel van het geheel in een combinatie van toestellen in de zin van artikel 80, § 2, WIGB, tot maximum 4 en de beperking van dergelijke combinaties tot maximum 3 per exploitatie.

9. Deze opsomming heeft noch een limitatieve noch een imperatieve waarde en zoals reeds gezegd blijft het recht op de teruggaveregeling steeds afhankelijk van objectieve criteria.

Bedrag van de teruggave

10. Wanneer uit afdoende bewijzen blijkt dat "overmacht" terecht ingeroepen wordt, kan de belastingplichtige de terugbetaling van de betaalde sommen vragen in verhouding tot de trimesters gedurende dewelke het toestel, uitsluitend opgesteld in het Vlaamse Gewest (dus enkel voor de fiscale kentekens met vermelding code "1" na de letter die de categorie aanduidt), niet is uitgebaat of niet meer is uitgebaat in de loop van het aanslagjaar.

11. Gelet op het anonieme karakter van de belasting (een fiscaal kenteken vermeldt o.m. enkel de categorie van A.O. waarvoor belasting werd betaald maar identificeert het toestel niet) is de inlevering van de fiscale kentekens (betaald voor de overeenstemmende categorie waaronder de door overmacht niet uitgebate apparaten vallen), hetzij op het ontvangkantoor (waar de belasting initieel werd betaald) hetzij op de gewestelijke directie als bijlage bij de aanvraag om teruggave, een conditio sine qua non. In zoverre zelfs dat de datum van inlevering van deze kentekens determinerend is voor het vaststellen van de kwartalen waarvoor de teruggave zal verleend worden. Inderdaad, teruggave van de betaalde belasting zal maar verleend worden vanaf de eerste van het kwartaal volgend op de datum van de inlevering van de kentekens tot het einde van de belastbare periode zelfs als de datum van het feit van de "overmacht" recht zou geven op een teruggave voor meer kwartalen.

12. Voor de kentekens die bij de met de inning bevoegde ambtenaar worden afgeleverd zal dat de datum zijn die deze ambtenaar bij ontvangst van de teruggegeven fiscale kentekens onmiddellijk op de achterzijde, samen met de kantoorstempel, aanbrengt. De aldus ingeleverde kentekens worden samen met een afschrift van het desbetreffende ingevuld borderel nr. 680, en alle andere stukken voor het onderzoek van de aanvraag om teruggave, onverwijld toegezonden aan de gewestelijke directie taxatie belast met het onderzoek van de aanvraag om teruggave. Indien de belastingschuldige daarom verzoekt zal hem eveneens een ontvangstbewijs worden afgeleverd. Voor kentekens die samen met de aanvraag om teruggave naar de gewestelijke directie worden opgezonden zal dat de datum van binnentekening op de directie zijn. Voor de berekening van de teruggave zal enkel rekening worden gehouden met deze data met uitsluiting van alle andere.

13. Wanneer een volgend kwartaal aanvangt op een zater-, zon-, wettelijke feest- of officieel vastgelegde brugdag, zal de belastingschuldige, indien hij zijn recht op teruggave voor dat (en desgevallend de nog daaropvolgende) kwartalen wil vrijwaren, dus steeds de nodige voorzorgen moeten treffen opdat deze kentekens op de hiervoor beschreven wijze als tijdig zouden zijn teruggegeven.

14. De terugbetaling wordt toegekend voor alle kentekens ter dekking van toestellen, die door overmacht werden getroffen en waarvoor reeds een volledig jaar of één of meer kwartalen werd betaald vanaf het aanslagjaar 2001.

Belangrijke opmerking voor de aanslagjaren 2001 en 2002

15. Vermits de federale fiscale administratie, door het uitblijven van het Besluit, nog geen concrete instructies had verstrekt over de toepassing van het Decreet en het Besluit, is de kans groot dat voor de aanslagjaren 2001 en 2002 de uitbaters hun kentekens niet hebben ingeleverd bij de hiervoor aangeduide diensten. Voor deze twee aanslagjaren zal de teruggave berekend worden vanaf de eerste van het kwartaal volgend op de datum waarop het feit dat als "overmacht" wordt beschouwd, heeft plaatsgehad.

V. TERMIJNEN VOOR HET INDIENEN VAN HET VERZOEK OM TERUGGAVE

16. Het Vlaamse Gewest heeft in het Decreet en door middel van het Besluit de modaliteiten vastgelegd voor het regelen van de teruggave. Vermits deze afwijken van de bepalingen van het WIB 92, gelden de in dat wetboek voorziene rechtsmiddelen en de erop betrekking hebbende termijnen niet.

17. Vermits echter noch in het Decreet noch in het Besluit een termijn werd vastgelegd waarbinnen het verzoek om teruggave moet ingediend worden en omdat de teruggave een schuldvordering is tegen de Staat gelden de termijnen van algemeen recht, in casu deze bepaald door artikel 100, 1° van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, luidende:

"Art. 100. Verjaard en voorgoed ten voordele van de Staat vervallen zijn, onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere wettelijke, reglementaire of terzake overeengekomen bepalingen:

… 1° de schuldvorderingen, waarvan de op wettelijke of reglementaire wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan zij zijn ontstaan."

18. Principieel beschikt een belastingschuldige dus over een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar waarvoor de belasting werd betaald en waarin het feit van "overmacht" zich heeft voorgedaan, om de teruggave van de belasting op grond van de toepassing van artikel 84bis, WIGB, te verzoeken.

19. Deze inzake de inkomsten- en ermee gelijkgestelde belastingen niet alledaagse procedure zal het voorwerp uitmaken van een instructie die eveneens vandaag wordt gepubliceerd.

NAMENS DE MINISTER:

De Adjunct-administrateur-generaal

van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE

(*) In de Franse tekst is geen sprake van "préalablement" of "préliminaire".