Circulaire nr. AFZ/2005-0652 (AFZ 8/2005) d.d. 11.10.2005
DUBBELBELASTINGVERDRAG
Bezoldiging betaald uit hoofde van de uitoefening van een dienstbetrekking
Heffingsbevoegdheid
183-dagenregel
Addendum bij de circulaire nr. AFZ/2005-0652 van 25.5.2005 tot verduidelijking van de weerslag van de circulaire op het Belgische intern recht en op dewijze waarop de 183 dagen worden berekend.
Addendum bij de circulaire nr. AFZ 2005/0652 (AFZ 8/2005) dd.25.5.2005.
Aan alle ambtenaren van deniveaus A, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen) en van de Administratie van de bijzonderebelastinginspectie.
Aangezien erter zake bepaalde twijfels zijn gerezen, wordt de volgendeverduidelijking verstrekt.
I. WEERSLAG VAN DE CIRCULAIREOP HET BELGISCH INTERN RECHT
Zoals reeds uitde inleiding ervan blijkt, heeft voormelde circulaire tot doel demanier uit te leggen waarop de Belgische belastingadministratie artikel 15 van de Overeenkomsten tot het vermijden van dubbelebelasting (DBV) toepast.
Het spreekt vanzelf dat de principes die binnen de context worden uiteengezet enkel gelden voor de toepassing van het verdragsrecht en dus geen weerslag hebben op het eigenlijke Belgisch intern recht. Bijgevolg kunnen die principes in geen geval zomaar tot het Belgisch intern recht worden uitgebreid.
De regels dievervat zijn in de DBV kunnen afwijken van de regels van het Belgisch intern recht. Dit geldt in het bijzonder voor de aandelenopties (stock options). Het is dus duidelijk dat de principes die zijn vermeld in de punten 1 tot 15 van bijlage I enkel gelden voor de toepassing van artikel 15 van de DBV. Hieruit volgt meer bepaald dat die principes geen weergave zijn vande stelling die de Belgische belastingadministratie inneemt aangaande het gemeenrechtelijke belastingregime van aandelenopties.
Over het algemeen maken de regels waarin de DBV voorzien het mogelijk om tebepalen of en in welke mate België al dan niet het recht heeft om een inkomsten bestanddeel te belasten. Zodra een DBV België toestaat om een inkomsten bestanddeel te belasten, zijn het de bepalingen van het Belgisch intern recht die de effectieve belastingheffing ervan regelen. De effectieve belastingheffing moet inderdaad inovereenstemming met het intern recht gebeuren, met name wat betreftde vaststelling van de aard van het inkomen, de vaststelling vanhet tot belasting aanleiding gevend feit en de vaststelling van de voorwaarden van de belastingheffing.
II. BEREKENINGSWIJZE
Punt 4.1.3("Hoe worden de 183 dagen berekend ?") wordt aangevuld als volgt :
"Er wordt opgemerkt dat de hierboven beschreven berekeningswijze enkel gehanteerd dient te worden met het oog op de toepassing van artikel 15, paragraaf 2, d.w.z. om te bepalen of de werkstaat volgens het verdrag bevoegd is om belasting te heffen van het geheel of van eendeel van een bezoldiging die werd verkregen door een inwoner vaneen andere overeenkomstsluitende Staat. Het gedeelte van de bezoldiging dat die Staat eventueel mag belasten wordt door deze berekening evenwel niet vastgesteld (voor de werkwijze : zie punt 5.3 "Uitsplitsing van de bezoldigingen").
In de praktijk moet men twee stappen onderscheiden.
Voorbeeld:
Een loontrekker, inwoner van Nederland, is in dienst van een Duitse werkgever die niet beschikt over een vaste inrichting in België.Hij oefent zijn werkzaamheden zowel in België als in Nederland uit, volgens het wekelijkse tijdschema hierna :
Maandag :werkdag in Nederland en aankomst in België in de vooravond;
Dinsdag : werkdag in België;
Woensdag : werkdag in België;
Donderdag : vertrek vanuit België in de vroege ochtend en werkdag in Nederland;
Vrijdag : werkdag in Nederland.
Tijdens het jaar 2004 heeft betrokkene dit wekelijks tijdsschema gevolgd enheeft hij 5 weken vakantie genoten die hij besteedde aan een privéreis naar Afrika.
Stap1 : In eerste instantie rijst de vraag of België ten opzichte van de eerste voorwaarde van de 183-dagen regel overheffingsbevoegdheid beschikt.
Antwoord : In 2004 verbleef de werknemer vier dagen per week in België (dag van aankomst + 2 werkdagen + dag vanvertrek), hetzij in totaal 188 dagen (47 weken van vier dagen).Vermits de werknemer meer dan 183 dagen op Belgisch grondgebied verbleef, heeft België heffingsbevoegdheid.
Stap2 : Het tweede probleem bestaat in het vaststellen van hetbedrag van de bezoldiging dat belastbaar is in België.
Antwoord : Als men aanneemt dat de werknemer in België enin Nederland dezelfde activiteit uitoefent, heeft België het rechtom belasting te heffen van 2/5 (twee werkdagen op vijf in België)van de totale bezoldiging van deze werknemer (met inbegrip vanvakantiegeld, eindejaarstoelage, 13e maand, enz.), en niet van 188/365 van de bezoldiging."
Punt 4.1.4("Variant : de activiteit gaat niet boven de 183 dagen") wordt aangevuld als volgt :
"Dezelfde benadering in twee stappen die wordt gevolgd in punt 4.1.3, infine, is mutatis mutandis eveneens van toepassing."
NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK
