Circulaire nr. Ci.RH.221/467.087 dd. 12.06.1995

CIRC 12.06.95/1

Circulaire nr. Ci.RH.221/467.087 dd. 12.06.1995


Bull. nr. 751, pag. 1847

KADASTRAAL INKOMEN
Verhoging van het kadastraal inkomen.

VERHOGING VAN HET KADASTRAAL INKOMEN
Algemeen.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

INHOUDSTABEL Nrs. I. WETTEKSTEN 1 II. DRAAGWIJDTE 3 III. TOEPASSINGSGEBIED 6 IV. BEDOELDE ONROERENDE GOEDEREN 7 V. NIET BEDOELDE ONROERENDE GOEDEREN 8 VI. BEREKENING VAN DE VERHOGING 9 VII. BIJZONDERE ASPECTEN 11 A. Belasten van de huurprijs en -voordelen 12 B. Beperkte toepassing van de verhoging 13 C. Verandering van eigenaar 14 D. Onverdeeldheid 15 E. Onproduktiviteit 16 F. Woningaftrek 17 G. Gewone interestaftrek 18 H. Tijdelijk van PB vrijgestelde onroerende goederen 20 I. Verrekening van de OV 21 J. Herkwalificatie van de huur als bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten 22 VIII. WEERSLAG VAN DE MAATREGEL VOOR DE HUURDERS 23 IX. INWERKINGTREDING 24 I. WETTEKSTEN

W 30.3.1994



1. Art. 1
In artikel 7, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de volgende wijzigingen aangebracht :



het 1° wordt vervangen door de volgende bepaling :
"1° voor niet verhuurde onroerende goederen :




a)voor in België gelegen goederen :
  • het kadastraal inkomen wanneer het gaat om ongebouwde onroerende goederen of de in artikel 16 vermelde woning;
  • het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft;




b)voor in het buitenland gelegen goederen : de huurwaarde";
2° het 2°, a) wordt vervangen door de volgende bepaling :




"a)voor in België gelegen goederen verhuurd aan een natuurlijke persoon die ze noch geheel, noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid :
  • het kadastraal inkomen wanneer het ongebouwde onroerende goederen betreft;
  • het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft".




Art.29
§ 1. 1° De artikelen 1 ... treden in werking vanaf het aanslagjaar 1995.

...



Art.30
De aanvullende belasting die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 1 en 21 van deze wet mag, welke ook de aard en de duur van de bestaande of de nieuwe huurovereenkomst is, niet ten laste van de huurder worden gelegd.

2. Ingevolge de voormelde wijzigingen luidt art. 7, § 1, 1° en 2°, a), WIB 92, voortaan als volgt :

WIB 92



Art.7
§1. Inkomsten van onroerende goederen zijn :
voor niet verhuurde onroerende goederen :
a)voor in België gelegen goederen :
  • het kadastraal inkomen wanneer het gaat om ongebouwde onroerende goederen of de in artikel 16 vermelde woning;
  • het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft;




b)voor in het buitenland gelegen goederen : de huurwaarde;
voor verhuurde onroerende goederen :
a)voor in België gelegen goederen verhuurd aan een natuurlijke persoon die ze noch geheel, noch gedeeltelijk gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid :
  • het kadastraal inkomen wanneer het ongebouwde onroerende goederen betreft;
  • het kadastraal inkomen verhoogd met 25 % wanneer het andere goederen betreft;


...

II. DRAAGWIJDTE

3. Het KI is de basis voor het bepalen van het inkomen uit onroerende goederen.

Wegens het uitstel van de inwerkingtreding van de nieuwe kadastrale perekwatie, heeft de Wetgever destijds beslist de KI's voor de toepassing van de PB vanaf inkomstenjaar 1991 te indexeren (zie art. 8, § 3, Hervormingswet 7.12.1988, zoals gewijzigd bij art. 29, W 28.12.1990 en hernomen als art. 518, WIB 92, alsook circ. 23.8.1991, Ci.RH.21/429.638, Bull. 709, blz. 2262).

4. Door de W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (BS 31.3.1994 - V 2297 - Bull. 739, blz. 1226) wordt het KI in sommige gevallen met 25 % verhoogd. Die maatregel wordt in deze circulaire besproken.



5.Hiermee heeft de Wetgever :
  • enerzijds, in zijn bezorgdheid om de aan de gehele bevolking gevraagde inspanning evenwichtig te verdelen, een bijzondere bijdrage aan de verkrijgers van bepaalde inkomsten uit onroerende goederen gevraagd (zie Memorie van toelichting, Kamer, gewone zitting 1993-1994, Doc. 1290/1, blz. 1);
  • en anderzijds, gepoogd het KI dichter bij de reële huurwaarde te brengen (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Kamer, gewone zitting 1993-1994, Doc. 1290/6, blz. 52).


III. TOEPASSINGSGEBIED

6. De verhoging met 25 % is alleen van toepassing op belastingplichtigen die aan de PB of aan de BNI/nat.pers. zijn onderworpen.

De nieuwe maatregel richt zich dus niet tot belastingplichtige rechtspersonen en heeft ook geen weerslag op de berekening van de OV.

IV. BEDOELDE ONROERENDE GOEDEREN

7. De verhoging met 25 % is van toepassing op het KI van : gebouwde onroerende goederen, die in België gelegen zijn en

  • ofwel niet verhuurd zijn en niet voor de woningaftrek (art. 16, WIB 92) in aanmerking komen;
  • ofwel verhuurd zijn aan een natuurlijke persoon die ze noch geheel, noch gedeeltelijk voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt.


De verhoging is dus onder meer van toepassing op het KI van tweede verblijven en gratis ter beschikking gestelde woningen.

V. NIET BEDOELDE ONROERENDE GOEDEREN

8. De verhoging met 25 % geldt niet voor de volgende onroerende goederen :



a)de in het buitenland gelegen onroerende goederen;
b)ongebouwde onroerende goederen;
c)materieel en outillage;
d)de onroerende goederen in de mate dat de belastingplichtige ze voor zijn beroepswerkzaamheid gebruikt;
e)de onroerende goederen die aan een rechtspersoon zijn verhuurd;
f)de onroerende goederen die aan een natuurlijke persoon zijn verhuurd die ze :
  • ofwel volledig voor zijn beroepswerkzaamheid gebruikt;
  • ofwel gedeeltelijk voor zijn beroepswerkzaamheid en gedeeltelijk voor andere doeleinden gebruikt mits de huurprijs en huurvoordelen van beide gedeelten niet afzonderlijk in een geregistreerde huurovereenkomst zijn vastgesteld (Wanneer daarentegen de huurprijs en de huurvoordelen van beide gedeelten wel afzonderlijk in een geregistreerde huurovereenkomst zijn vastgesteld, komt alleen het gedeelte dat voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt niet voor de verhoging met 25 % in aanmerking (zie ook nr. 13));




g)de onroerende goederen die overeenkomstig de pachtwetgeving zijn verhuurd en door de huurder voor land- of tuinbouw worden gebruikt;
h)de onroerende goederen die bij loopbaanpacht worden verhuurd;
i)de onroerende goederen die de eigenaar zonder winstoogmerk voor bepaalde weldadigheidsinstellingen heeft bestemd.
VI. BEREKENING VAN DE VERHOGING



9.De verhoging met 25 % wordt toegepast na indexering van het KI.
De verhoging wordt dus in de hiernavermelde volgorde berekend :



toepassing van de indexcoëfficiënt op het KI of het gedeelte van het KI dat voor verhoging met 25 % in aanmerking komt (art. 518, 1ste lid, WIB 92);
afronding van het aldus bekomen resultaat (art. 518, 5e lid, WIB 92);
verhoging van het afgerond bedrag met 25 %.
Voorbeeld :

10. Aankoop van een vakantiewoning op 7.6.1994 met een KI van 60.000 F. De eigenaar houdt die woning tot zijn beschikking. Die vakantiewoning komt niet voor de woningaftrek in aanmerking.

Belastbaar inkomen van dat onroerend goed over aj. 1995 (inkomsten 1994) :

  • voor verhoging in aanmerking komend KI : 60.000 x 7/12 = 35.000
  • indexering KI : 35.000 x 1,1398 (Indexcoëfficiënt voor KI inkomstenjaar 1994 (Bull. 738, blz. 1188) = 39.893
  • na indexering afgerond KI : 39.900
  • verhoging met 25 % : 39.900 x 1,25 = 49/875


VII. BIJZONDERE ASPECTEN

11. Hierna worden enkele bijzondere aspecten toegelicht in verband met de verhoging van 25 % op de toepassing van sommige bepalingen in de PB waarvoor het KI in aanmerking wordt genomen.

A. Belasten van de huurprijs en -voordelen

12. Voor de in nr. 8, e en f, vermelde onroerende goederen is het belastbaar inkomen in principe gelijk aan het totale bedrag van de huurprijs en huurvoordelen.



a)Dat totaal mag echter niet lager zijn dan het KI. Dit laatste KI wordt wel geïndexeerd, maar niet met 25 % verhoogd. Art. 7, § 1, 2°, c, WIB 92 wordt immers niet door de W 30.3.1994 gewijzigd.
b)Voor de beperking van de lasten die van de brutohuur worden afgetrokken tot 2/3 van het KI, wordt het KI evenmin met 25 % verhoogd en trouwens ook niet geïndexeerd. Dit KI wordt immers geherwaardeerd door toepassing van de revalorisatiecoëfficiënt van art. 1, KB/WIB 92.
B. Beperkte toepassing van de verhoging

13. Enkel een gedeelte van het KI met met 25 % worden verhoogd, wanneer het onroerend goed slechts gedeeltelijk of slechts gedurende een gedeelte van het jaar :

  • ofwel niet verhuurd is en niet voor de woningaftrek in aanmerking komt;
  • ofwel verhuurd is aan een natuurlijke persoon die het niet voor beroepsdoeleinden gebruikt.


Wanneer de huurder - natuurlijke persoon - een onroerend goed gedeeltelijk voor zijn beroepswerkzaamheid en gedeeltelijk voor andere doeleinden gebruikt en de huurprijs en huurvoordelen van beide gedeelten afzonderlijk in een geregistreerde huurovereenkomst zijn vastgesteld, wordt alleen het KI van het niet voor beroepsdoeleinden gebruikt gedeelte met 25 % verhoogd (zie ook nr. 8, f, in fine).

C. Verandering van eigenaar

14. Bij verandering van eigenaar in de loop van het jaar moet de eventuele verhoging met 25 % van het KI naar de omstandigheden bij elke eigenaar afzonderlijk worden toegepast.

D. Onverdeeldheid

15. Voor gebouwen die in onverdeeldheid aan meerdere eigenaars toebehoren, moet de eventuele verhoging met 25 % van het aandeel in het KI waarop iedere medeëigenaar wordt belast naar omstandigheden bij elke medeëigenaar afzonderlijk worden toegepast.

E. Onproduktiviteit

16. Voor gebouwen waarvan het KI proportioneel wordt verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproduktiviteit, van het ontbreken van inkomsten of het verlies ervan, wordt in voorkomend geval alleen het resterend KI met 25 % verhoogd.

F. Woningaftrek

17.



a)Het KI van een niet-verhuurde woning die voor de woningaftrek in aanmerking komt, wordt niet met 25 % verhoogd, zelfs niet wanneer het KI geheel of gedeeltelijk door de gewone interestaftrek of de aftrek van erfpacht- en opstalvergoedingen en van gelijkaardige vergoedingen (De erfpacht- en opstalvergoedingen en andere gelijkaardige vergoedingen worden vanaf aj. 1995 niet meer van het totale netto-inkomen afgetrokken, maar rechtstreeks van de inkomsten van onroerende goederen zoals de gewone interesten met toepassing van art. 14, WIB 92 (zie art. 4, 16, 4°, 82, 2° en 91, 9de lid, W 6.7.1994, houdende fiscale bepalingen, Bull. 742, blz. 2561). Die wijziging wordt in een afzonderlijke circulaire besproken.) wordt opgeslorpt en de woningaftrek dus niet daadwerkelijk wordt toegepast (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Kamer, gewone zitting 1993-1994, Doc. 1290/6, blz. 52).
b)Wanneer de belastingplichtige meerdere woningen betrekt, wordt alleen het KI van de woning dat voor woningaftrek in aanmerking komt niet met 25 % verhoogd (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Senaat, Zitting 1993-1994, Doc. 1002-2, blz. 9-10).
c)Het KI van de woning die de belastingplichtige om sociale of beroepsredenen niet persoonlijk betrekt en die dus voor de woningaftrek in aanmerking komt, wordt niet met 25 % verhoogd (zie PV nr. 1029 van 20.4.1994 van Volksv. de Clippele, Bull. 742, blz. 2842).
G. Gewone interestaftrek

18. De gewone interestaftrek en de aftrek van erfpacht- of opstalvergoedingen en van gelijkaardige vergoedingen is ook van toepassing op het geïndexeerde en met 25 % verhoogde KI (zie Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Kamer, gewone zitting 1993-1994, Doc. 1290/6, blz. 42).

Voorbeeld

19. Een belastingplichtige is eigenaar van twee in België gelegen woningen.

De eerste woning komt voor de woningaftrek in aanmerking en heeft een KI van 67.000 F.

De tweede woning met een KI van 40.000 F wordt niet verhuurd.

In 1994 heeft hij 135.000 F interesten betaald voor een lening die hij voor het bouwen van zijn tweede woning heeft aangegaan.

Voor aj. 1995 wordt het belastbaar bedrag van de inkomsten uit die onroerende goederen als volgt bepaald : eerste woning tweede woning KI 67.000 40.000 Indexcoëfficiënt aj. 1995 x 1,1398 x 1,1398 --------- --------- Geïndexeerd KI = 76.367 = 45.592 Na indexering afgerond KI 76.400 45.600 Verhoging met 25 % - x 1,25 --------- - = 57.000 ............ ........... Totaal inkomen van de woningen = 133.400 Gewone interestaftrek (1) - 133.400 --------- Totaal netto-inkomen = 0 (1) Zie art. 4, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (Bull. 742, blz. 2561) voor de volgorde van aanrekening van de interesten op de inkomsten van verschillende onroerende goederen. Dat artikel wordt in een afzonderlijke circulaire besproken. H. Tijdelijk van PB vrijgestelde onroerende goederen

20. In de mate dat er nog interesten, erfpacht- of opstalvergoedingen of andere gelijkaardige vergoedingen overblijven die van de inkomsten van de vrijgestelde onroerende goederen kunnen worden afgetrokken (zie voetnoot 1 bij nr. 17), is de tijdelijke vrijstelling in de PB niet van toepassing en worden die inkomsten toch in de aanslagbasis opgenomen (art. 514, WIB 92).

In dat geval moet het in principe vrijgesteld KI voor zover het op een in nr. 7 vermeld onroerend goed betrekking heeft zo nodig ook met 25 % worden verhoogd. Het bedrag van de verhoging tesamen met het bedrag van de - in principe - vrijgestelde inkomsten die in de aanslagbasis worden opgenomen, mag evenwel niet hoger zijn dan het totaal bedrag van de overblijvende aftrekbare interesten, erfpacht- en opstalvergoedingen en andere gelijkaardige vergoedingen.

I. Verrekening van OV

21. De verhoging van het KI met 25 % heeft geen weerslag op de verrekening van de OV, aangezien vanaf aj. 1995 nog alleen OV wordt verrekend m.b.t. het KI van de voor de woningaftrek in aanmerking komende woning (Zie art. 21 en 29, 1°, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van fiscaliteit (Bull. 739, blz. 1226) waarbij art. 277, WIB 92 wordt gewijzigd in die zin dat de verrekening van OV vanaf aj. 1995 nog alleen mogelijk is op het voor de woningaftrek in aanmerking komend KI. Die bepaling is het voorwerp van een afzonderlijke circulaire) en het KI van die woning niet met 25 % wordt verhoogd.

J. Herkwalificatie van de huur als bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten

22. Het gedeelte van de huur die een bestuurder of werkend vennoot van zijn vennootschap ontvangt en dat als bezoldiging moet worden aangemerkt (art. 32, 3de lid, en 33, 3de lid, WIB 92 en circ. Ci.D.19/444.905 - PB, 11e aflevering van 4.5.1993, Bull. 728, blz. 1610) is gelijk aan het positieve verschil tussen :

  • enerzijds, het totaal van de vennootschap ontvangen huurprijs en huurvoordelen,
  • en anderzijds, 5/3 van het gerevaloriseerde KI.


De verhoging van het KI met 25 %, is ter zake niet van toepassing, daar art. 1, W 30.3.1994 en art. 32 en 33, WIB 92 niet wijzigt.

VIII. WEERSLAG VAN DE MAATREGEL VOOR DE HUURDERS

23. De aanvullende belasting die voortvloeit uit de verhoging van het KI met 25 % mag overeenkomstig art. 30, W 30.3.1994 niet ten laste van de huurder worden gelegd, welke ook de aard en de duur van de bestaande of nieuwe huurovereenkomst is.

IX. INWERKINGTREDING

24. Overeenkomstig art. 29, § 1, 1°, W 30.3.1994 treden de wijzigingen die art. 1 van dezelfde wet in art. 7, § 1, 1° en 2°, a, WIB 92 aanbrengen, in werking vanaf aj. 1995.

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


V. KINDT