Circulaire nr. 4/2006 (AFZ 4/2006 - Dos. EE/L. 124) d.d. 26.01.2006
Vlaamse successierechten - Vrijstelling voor ongebouwde onroerende goederen in het VEN-gebied en voor bossen
Zie ook circulaire nr. 5/2006 (AFZ 5/2006 - Dos. E.E./L. 124) dd. 26.01.2006
In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2003 werd het Vlaams decreet van 9 mei 2003 "tot invoering van een vrijstelling van successierechten voor bossen en van een vrijstelling van successierechten en onroerende voorheffing voor gronden gelegen in het VEN", bekendgemaakt.
Bij dat decreet worden twee nieuwe artikelen in het Vlaams Wetboek der Successierechten ingevoegd.
Het nieuwe artikel 55 ter VL. W. Succ. bevat een voorwaardelijke vrijstelling van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden. Deze nieuwe vrijstelling betreft de waarde van onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het nieuwe artikel 55 quater VL. W. Succ. bevat eveneens een voorwaardelijke vrijstelling van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden. Deze nieuwe vrijstelling geldt voor de waarde van de overeenkomstig artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990 als bos te beschouwen onroerende goederen.
Artikel 6 van het decreet bepaalt de inwerkingtreding ervan op 1 januari 2003. Gezien de uitvoeringsbesluiten (1), nodig om de vrijstellingen in de praktijk te kunnen toepassen, op een (soms veel) latere datum in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, zal de administratie, op vraag van de Vlaamse Minister van Financiën, teruggave van teveel betaalde rechten toestaan aan belastingplichtigen die bij de indiening van de aangifte hun recht op de vrijstelling niet konden doen gelden wegens het ontbreken van die uitvoeringsbesluiten.
[(1) Opdat het decreet effectief toepassing zou kunnen vinden waren nodig:
INHOUDSOPGAVE VAN DE COMMENTAAR
Het formulier van aanvraag van een vrijstelling van successierechten of recht van overgang bij overlijden voor gronden in het VEN is te bekomen bij:
1. Ratio legis van de vrijstellingen
Het Vlaams Ecolgisch Netwerk (VEN) is een door de Vlaamse regering afgebakend gebied waarbinnen de hoofdfunctie "natuur" is. Om die hoofdfunctie waar te maken kan de Vlaamse regering in dat gebied regulerende maatregelen of verbodsmaatregelen opleggen. De in het nieuwe artikel 55 ter VL. W. Succ. neergelegde maatregel is bedoeld als een ondersteuning en een compensatie voor de maatregelen waaraan de eigenaars binnen het VEN zich zullen moeten onderwerpen (2).
[(2) Zie Vlaams Parlement - Zitting 2002-2003, Stuk 1609 (2002-2003) - Nr. 2. Ontwerp van Decreet - Verslag namens de Commissie voor algemeen beleid, Financiën en begroting. - Inleiding door de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams Minister van Financiën en begroting, innovatie, media en ruimtelijke ordening. - punt A2 op blz. 5.]
Met de vrijstelling voor de bossen zoals neergelegd in het nieuwe artikel 55 quater VL. W. Succ., wil de Vlaamse regering de private bezitters van bossen die gelegen zijn buiten het VEN-gebied ook op een positieve manier ondersteunen. Bedoeling daarbij is de vrijwaring van het schaarse bosareaal dat Vlaanderen nog rijk is. Bovendien vermijdt de vrijstelling dat belangrijke delen van een geërfd bos worden verkocht om met de opbrengst de op de nalatenschap verschuldigde successierechten te betalen. Aldus wordt de bosstabiliteit in de hand gewerkt en wordt de versnippering van het bosareaal tegengegaan (3).
[(3) Ibidem, punt A1.]
In het licht van de ratio legis van de beide vrijstellingen, is het logisch dat ze van toepassing kunnen zijn ¾ ongeacht de graad van verwantschap tussen de erflater en zijn rechtverkrijgenden ¾, zowel wanneer de nalatenschap onderhevig is aan het recht van successie als wanneer erop het recht van overgang bij overlijden moet worden geheven .
2. Voorwaarden met betrekking tot de aard en de ligging van de onroerende goederen.
2.a. Omschrijving van de aard van de goederen waarvan de waarde kan worden vrijgesteld.
2.a.1. ongebouwde onroerende gelegen in een VEN-gebied, waarop de in artikel 25 van het natuurdecreet bepaalde maatregelen van toepassing zijn.
2.a.1.a. De notie "ongebouwde" in de omschrijving "ongebouwde onroerende goederen" behoeft geen uitgebreide toelichting. Er kan volstaan worden met te refereren aan de draagwijdte die de administratie aan dit begrip heeft gegeven in het kader van de regeling van de ruiling van ongebouwde landgoederen (4)
[(4) zie W. Reg. art.72.]
2.a.1.b. Zoals reeds vermeld bestaat het VEN - het Vlaams Ecologisch Netwerk - uit door de Vlaamse Regering afgebakende gebieden met een hoge natuurkwaliteit. Volgens het natuurdecreet (5) konden enkel gebieden met een welbepaalde (zogenaamd groene) bestemming op het gewestplan als VEN-gebied worden aangewezen. Aldus is het VEN opgebouwd uit "Grote Eenheden Natuur" (GEN's) en "Grote eenheden Natuur in Ontwikkeling" (GENO's) (6). De GEN's en GENO's ¾ en daarmee dus ook het VEN ¾ zijn afgebakend bij besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 (7). Hierbij moet nog opgemerkt worden dat de door de Vlaamse Regering in Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) afgebakende GEN- of GENO-gebieden, eveneens beschouwd worden als GEN- of GENO-gebieden in de zin van het natuurdecreet. De ongebouwde onroerende goederen gelegen in de aldus afgebakende GEN- of GENO-gebieden komen dus ook in aanmerking voor de vrijstelling van de successierechten (8). De kaarten met de afgebakende VEN-gebieden kunnen geraadpleegd worden via de site van GIS-Vlaanderen (9). Voor de kaarten inzake afbakening van GEN/GENO-gebieden in Gewestelijke RUP's wordt verwezen naar de website van de Vlaamse overheid over de ruimtelijke ordening (10).
[(5) Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997, Belgisch Staatsblad van 10 januari 1998, zoals gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002 (Belgisch Staatsblad 31 augustus 2002)
(6) Artikel 17 van het natuurdecreet (zie voetnoot 5) bepaalt in een § 2 dat het Ven de volgende onderdelen omvat:
1° Grote Eenheden Natuur (GEN) : dit zijn gebieden die hetzij natuurelementen over een oppervlakte van minstens de helft van het gebied bevatten hetzij gebieden waarin een specifiek natuurelement met hoge natuurkwaliteit aanwezig is;
2° Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO) : dit zijn gebieden die één of meer van de volgende kenmerken vertonen :
a) aanwezigheid van natuurelementen, verspreid over de oppervlakte van het gebied, waarvan de gezamenlijke oppervlakte echter kleiner kan zijn dan de helft van het gebied;
b) aanwezigheid van belangrijke fauna- of floraelementen waarvan het voortbestaan moet worden ondersteund door de maatregelen inzake het grondgebruik;
c) terreinen al dan niet door kunstmatige ingrepen tot stand gekomen, met belangrijke mogelijkheden voor natuurontwikkeling.
(7) Zie Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2003 (in totaal 37 besluiten houdende definitieve vaststelling van afbakeningsplannen GEN's en GENO's).
(8) Zie Vlaams Parlement - Zitting 2002-2003 - Stuk 1609 (2002-2003)- Nr. 1- Memorie van Toelichting - Commentaar bij de artikelen - art. 2., blz. 4.en Stuk 1609 (2002-2003)-Nr. 1 - Errata
(9) http://www.gisvlaanderen.be/geo%2Dvlaanderen/ven/
(10) http://www.ruimtelijkeordening.be]
2.a.1.c. De in artikel 25 van het natuurdecreet bepaalde maatregelen moeten van toepassing zijn op de gronden. Bedoeld artikel bevat algemene en specifieke maatregelen die door de bevoegde administratieve overheden kunnen worden genomen met betrekking tot de in het VEN gelegen onroerende goederen. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moet een in het VEN-gebied gelegen onroerend goed effectief aan dergelijke maatregelen onderworpen zijn. Er mag dus voor het betreffende goed geen ontheffing van die maatregelen zijn verleend door de administratie die bevoegd is voor het natuurbehoud. De vrijstelling is immers bedoeld als een compensatie voor de maatregelen waaraan de eigenaar van het onroerend goed in het VEN zich moet onderwerpen (11).
[(11) Zie voetnoot 2.]
Opmerking 1. De verificatie van:
Opmerking 2 . Ondertussen heeft de Vlaamse regering een ontwerp van decreet (12) neergelegd in het Vlaams Parlement met als doel het weglaten van de onder 2.a.1.c. vermelde voorwaarde (schrapping in artikel 55ter VL. W. Succ. van de woorden "en waarop de maatregelen als bedoeld in of in uitvoering van artikel 25 van hetzelfde decreet van toepassing zijn, zonder dat een ontheffing van deze maatregelen voor de betrokken goederen werd verleend door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud".). Dat decreet zou retroactief in werking treden met ingang van 1 januari 2003. Zolang dat ontwerp nog niet door het Vlaams Parlement is gestemd, kan met de inhoud ervan in principe nog geen rekening worden gehouden. Wel zullen belastingplichtigen die geen beroep hebben gedaan op de vrijstelling omwille van het feit dat het betreffende perceel door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud van de beperkende maatregelen ontheven was, alsnog gelegenheid krijgen om de vrijstelling in te roepen van zodra dat ontwerp decreet is geworden. De praktische modaliteiten daarvan zullen toegelicht worden in de circulaire betreffende dat artikel 55ter wijzigende decreet.
[(12) Zie Vlaams Parlement, Stuk 277 (2004-2005) ¾ Nr. 1 - Ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 55ter van het Wetboek der Successierechten en artikel 206bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
(13) dit is de functionele dienst die door de Vlaamse Regering is belast met het beheer van de bossen.]
2.a.2 bos, zoals bedoeld in artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990, waarvoor een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan is opgemaakt dat voldoet aan de criteria voor duurzaam bosbeheer.
2.a.2.a. Artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990 definieert "bossen" als: "grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen".
2.a.2.b. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moet voor het bos een goedgekeurd beheersplan bestaan, dit is een door het Bosbeheer (13) goedgekeurd document met het geheel van maatregelen om de functievervulling van een bos te verwezenlijken, uitgaande van de bestaande toestand, de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen. Het beheersplan moet bovendien beantwoorden aan de criteria voor duurzaam bosbeheer, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering bij besluit van 27 juni 2003 (14).
[(14) Besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaams Gewest. Belgisch Staatsblad 10-09-2003.]
Opmerking . Ook in het kader van de vrijstelling bepaald in artikel 55 quater VL. W. Succ. behoort
2.b. Ligging van de goederen die voor de vrijstellingen in aanmerking komen.
Uit de hiervoor ontleedde voorwaarden met betrekking tot de voor de vrijstellingen in aanmerking komende goederen, blijkt duidelijk dat het moet gaan om in het Vlaams Gewest gelegen onroerende goederen. Uiteraard is de Vlaamse regering bij de afbakening van de VEN-gebieden binnen de grenzen van haar eigen Gewest gebleven. Wat de bossen buiten de VEN-gebieden betreft, kan het alleen gaan om bossen gelegen in het Vlaams Gewest omdat alleen op die bossen de decreten en uitvoeringsbesluiten waarvan sprake in artikel 55quater VL. W. Succ., territoriaal van toepassing kunnen zijn.
3. Voorwaarden met betrekking tot de aard en de omvang van de rechten van de erflater en van zijn rechtverkrijgenden in de voor de vrijstellingen in aanmerking komende goederen
De teksten van de artikelen 55 ter en 55 quater VL. W. Succ. bevatten geen expliciete voorwaarden betreffende de aard -- volle eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik (15) -- van de rechten van de decujus in het onroerend goed op datum van zijn overlijden, noch betreffende de aard van de rechten die zijn rechtverkrijgenden erin moeten verkrijgen.
[(15) indien het om vruchtgebruik zou gaan, kan het uiteraard enkel een vruchtgebruik betreffen dat niet is teniet gegaan door het overlijden van de de cujus.]
Idem dito wat betreft de omvang van de rechten (geheelheid of fractie van de geheelheid).
Dit brengt bijvoorbeeld mee:
4. Onderwerp van de vrijstelling.
Vrijgesteld wordt " de waarde " van in het VEN-gebied gelegen onroerende goederen of van bossen, die aan hoger vermelde voorwaarden voldoen.
Met "de waarde " wordt bedoeld: de overeenkomstig artikel 19 van het Wb. Succ. door de aangevers van de nalatenschap te schatten verkoopwaarde ¾ op datum van het overlijden ¾ van de goederen.
In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld het geval is in het kader van artikel 60 bis VL. W. Succ., betreffen de artikelen 55 ter en 55 quater VL. W. Succ. niet de netto-waarde van de betrokken goederen. De artikelen 55ter en 55quater VL. W. Succ. bevatten dan ook geen bijzondere aanrekeningsregel inzake eventueel specifiek passief met betrekking tot de vrijgestelde goederen.
Voorbeeld.
Opmerking
In § 1 van artikel 55 quater wordt ¾ eigenlijk overbodig ¾ uitdrukkelijk bepaald dat de vrijstelling zowel geldt voor de "grond- als voor de opstand swaarde". Met "opstand" wordt in de bosbouwsector bedoeld: "het in een bos voorhanden geboomte, het staand hout".
5. Formele voorwaarden te vervullen in de aangifte van nalatenschap
5.1. Uitdrukkelijk verzoek om de toepassing
In de aangifte van nalatenschap moet uitdrukkelijk verzocht worden om de toepassing, naargelang van het geval, van artikel 55 ter of artikel 55 quater VL. W. Succ.
Zoals onder het randnummer 3 aangegeven, is het niet nodig dat alle rechtverkrijgenden in het onroerend goed om de vrijstelling van hun part erin vragen. Het is best mogelijk, zeker in het kader van artikel 55 quater VL. W. Succ., dat slechts één of enkelen van hen dit doen. Uiteraard zal de vrijstelling slechts toegekend worden aan hen die erom verzocht hebben en tot beloop van de waarde van hun part in de onroerende goederen.
Wanneer daarom niet uitdrukkelijk wordt verzocht, maar uit de bijvoeging van één van de onder punt 5.2. vermelde attesten blijkt dat het wel degelijk de bedoeling is om de vrijstelling in te roepen, zal de ontvanger de aandacht vestigen op het ontbreken van dit verzoek zodat de indieners dit nog kunnen rechtzetten.
5.2. Bijvoeging attest dat het onroerend goed in aanmerking komt voor de vrijstelling
De ontvanger kan de vrijstelling maar toepassen wanneer de aangifte van nalatenschap vergezeld gaat van een attest, waaruit blijkt dat het onroerend goed in aanmerking komt voor de vrijstelling. Het is niet de taak van de ontvanger na te gaan of het attest door de bevoegde Vlaamse dienst terecht is afgeleverd.
Wat de vrijstelling voor "bossen" betreft (artikel 55 quater) heeft de Vlaamse Regering (16) bepaald dat de schriftelijke bevestiging door het Bosbeheer (17) van de goedkeuring van het uitgebreid beheersplan van de bossen (18), geldt als attest.
[(16) Besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten. Belgisch Staatsblad van 02/05/2002, artikel 2 (zie bijlage 2 bij deze circulaire).
(17) Volgens het in voetnoot 16 vermelde besluit moet onder "Bosbeheer" worden verstaan: de functionele dienst die door de Vlaamse Regering wordt belast met het beheer van bossen, zoals bedoeld in artikel 4,6° van het bosdecreet.
(18) Eveneens volgens het in voetnoot 16 vermelde besluit moet onder "uitgebreid beheersplan van bossen" worden verstaan het beheersplan dat de gegevens bevat zoals vermeld in bijlage I bij het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 betreffende de beheersplannen van bossen.]
Voor de gronden gelegen in het VEN-gebied (vrijstelling artikel 55ter) heeft de Vlaamse Regering een specifiek model van attest bepaald (zie bladzijde 23 van deze circulaire ). Het attest moet aangevraagd worden door middel van een aanvraag waarvoor eveneens een model is vastgesteld (zie bladzijde 20 van deze circulaire). De aanvraag moet bij aangetekende brief gezonden worden aan de administratie Budgettering, Accounting en Financiëel management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (19).
[(19) Besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikelen 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten, art. 5.]
5.3. Specifieke formele voorwaarde in het kader van artikel 55quater (bos)
Artikel 55quater VL. W. Succ. vereist bovendien dat de verzoekers in de aangifte van nalatenschap verklaren dat ze kennis hebben van het bepaalde in artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 (voor de volledige tekst van dit artikel : zie bijlage 1 van deze circulaire, tekst opgenomen in artikel 4 van het decreet van 9 mei 2003).
Aldus zijn de verzoekers geïnformeerd van het feit dat de vrijstelling wordt beschouwd als een subsidie (voor de praktische gevolgen daarvan voor de fiscale administratie - zie randnummer 6 hierna) die door het Bosbeheer kan teruggevorderd worden wanneer de voorwaarden tot behoud ervan niet worden nageleefd.
In principe brengt het ontbreken van deze specifieke formele voorwaarde mee dat artikel 55 quater niet kan toegepast worden. Indien in de aangifte echter verzocht wordt om de toepassing van artikel 55 quater zonder dat bedoelde verklaring is toevoegd, zal de ontvanger de aandacht op het ontbreken van de vormvereiste vestigen zodat de indieners dit nog kunnen doen.
5.4. Quid met de opgave in het actief van de nalatenschap van de waarde van de voor de vrijstelling in aanmerking komende goederen
Krachtens artikel 42, VI, W. Succ. moet de aangifte van nalatenschap vermelden: "VI. Nauwkeurige aanduiding en begroting, artikelsgewijze, van al de goederen die het belastbaar actief uitmaken;". In dit verband rijst de vraag (20) of de goederen die krachtens de artikelen 55 ter en 55 quater voor de vrijstelling in aanmerking komen en hun verkoopwaarde in de aangifte van nalatenschap (21) moeten worden vermeld ?
[(20) Cf. dezelfde problematiek stelde zich in het kader van de vroeger bestaande vrijstelling voor aandelen of gerechtigdheden in Belgische vennootschappen (K.B. nr. 15 150). Volgens Rik De Blauwe ("Het Koninklijk Besluit nr. 15: de vrijstelling in de registratie- en successierechten, Notarius 1983, blz.189 e.v.) moesten de vrijgestelde aandelen helemaal niet in de aangifte worden vermeld; volgens Luc Weyts (Reeks Notarieel Recht- Notarieel Fiscaal Recht - Deel 2, De aangifte van nalatenschap blz 127 nr.166) was het minstens nuttig dit wel te doen, met een schatting van de waarde ervan pro memorie.
(21) In het kader van de regeling van artikel 60bis Vl. W. Succ. (vrijstelling ondernememingen) is duidelijk bepaald dat in de aangifte in een afzonderlijke rubriek moet vermeld worden voor welke activa of aandelen de toepassing van artikel 60bis wordt gevraagd.]
Wat de in artikel 55 quater bedoelde vrijstelling betreft is het zonder meer duidelijk dat in de aangifte opgave moet gedaan worden van de verkoopwaarde van de vrijgestelde bossen. Deze vrijstelling wordt immers geconverteerd in een intrekbare jaarlijkse subsidie ten belope van 1/30 van het aan successierechten vrijgestelde bedrag. Dat bedrag moet uiteraard door de fiscale administratie kunnen berekend worden, wat de opgave ondersteld in de aangifte van nalatenschap (22) van de verkoopwaarde van de vrijgestelde bossen.
[(22) Het attest voor "bossen" leent zich uit zijn aard er niet toe om erin opgave te eisen van de verkoopwaarde van die bossen.]
Wat de in artikel 55 ter bedoelde vrijstelling betreft, moet vastgesteld worden dat noch artikel 42, noch een ander artikel van het W. Succ, strikt genomen de opgave van de betrokken onbebouwde goederen met hun verkoopwaarde vereist. Het zelfs niet pro memorie opgeven van die goederen met hun waarde geschiedt natuurlijk op risico van de aangevers, in het geval de vrijstelling om een of andere reden niet zou toegestaan kunnen worden. Het is dus raadzaam steeds de bedoelde onroerende goederen met hun geschatte verkoopwaarde in de aangifte op te nemen en te verwijzen naar het verzoek tot vrijstelling.
6. Omzetting belastingvoordeel artikel 55 quater in subsidie - praktische gevolgen
Krachtens het nieuwe (23) artikel 13 bis van het bosdecreet (24) wordt het recht van successie of van overgang bij overlijden dat verschuldigd zou zijn geweest over het bij toepassing van artikel 55 quater VL. W. Succ. vrijgesteld bedrag, geacht als subsidie te zijn verleend.
[(23) Ingevoegd bij artikel 4 van het in deze circulaire besproken decreet van 9 mei 2003.
(24) Decreet van 13 juni 1990, B.S. 28 september1990.]
Artikel 55 quater, § 3, VL. W. Succ. bepaalt dan ook dat de bevoegde ontvanger, ter gelegenheid van de berekening van de verschuldigde successierechten, aan
Praktisch gezien kom dit erop neer dat twee berekeningen moeten worden gemaakt:
Op de eventuele herberekening van het voordeel na (25), houdt na de berekening van het genoten voordeel en de mededeling daarvan aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Administratie (26), de rol van de ontvanger op. De controle van het blijven voldoen door Y of zijn rechtsopvolger aan de voorwaarden gesteld om de subsidie te behouden (artikel 13bis, tweede lid, van het bosdecreet) en de terugvordering van de ten onrechte genoten subsidie (artikel 13bis, derde lid, van het bosdecreet) in geval Y of zijn rechtsopvolger die voorwaarden niet nakomt, zijn een zaak van de administratie van de Vlaamse Gemeenschap.
[(25) Wegens een of andere oorzaak die de waarde van het onroerend deel van de nalatenschap beïnvloedt: in het gegeven voorbeeld kan het bijvoorbeeld gaan om de rechtzetting van een tekortschatting van de woning en/of van het bos.
(26) De nadere regels met betrekking tot dit attest werden door de Vlaamse regering vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van 4 februari 2005 - zie bijlage 2, Art. 3). Krachtens deze regels moet de ontvanger kennis geven van het genoten voordeel per erfgenaam aan:
1° de naam, voornaam, geboortedatum, datum van overlijden en de laatste fiscale woonplaats van de erflater;
2° de naam, voornaam, woonplaats en graad van verwantschap met de erflater van alle erfgenamen;
3° de ligging en het kadastraal perceelnummer van het onroerend goed in kwestie.
Voor die kennisgeving kan een door de Administratie ontworpen gestandardiseerd formulier gebruikt worden (zie bijlage 3).]
7. Inwerkingtreding
7.1. Artikel 6 van het decreet van 9 mei 2003 bepaalt dat het decreet in werking treedt op 1 januari 2003. Artikel 7 van het uitvoeringsbesluit van 4 februari 2005 bepaalt dat dit besluit retroactief in werking is getreden op 1 januari 2003.
7.2. Het tweede lid van het nieuwe artikel 55 ter bepaalt dat "deze vrijstelling geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van hetzelfde decreet of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Artikel 55 quater, § 2, 1°, bepaalt op zijn beurt dat de erin bepaalde vrijstelling slechts kan worden toegepast "voor zover een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan werd opgemaakt, dat tevens voldoet aan de door de Vlaamse regering vast te stellen criteria voor duurzaam beheer".
7.3. De besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 waarbij een eerste reeks GEN- en GENO-gebieden (zie randnummer 1 van deze circulaire) definitief werden afgebakend op plan, zijn in werking getreden op 31 oktober 2003.
De eerste definitieve vaststellingen van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) waarbij GEN- of GENO-gebieden werden afgebakend, werden gedaan bij besluiten van de Vlaamse Regering van 20 februari 2004 (B.S. 16.04.2004), inwerkinggetreden op 30 april 2004 (27).
[(27) Een defintief vastgesteld Gewestelijk RUP treedt in werking veertien dagen na bekendmaking in het B.S. van het desbetreffende besluit van de Vlaamse Regering (art. 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening).]
7.4. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaamse Gewest, is in werking getreden 20 september 2003.
7.5. Niettegenstaande de datum van inwerkingtreding van het decreet en van het uitvoeringsbesluit ervan bepaald werd op 1 januari 2003, volgt uit de data van inwerkingteding van de hierboven onderscheiden andere ¾ maar voor de eerstbedoelde inwerkingtreding even relevante ¾ besluiten dat:
a) wat betreft de in artikel 55ter bedoelde vrijstelling:
de vrijstelling ten vroegste toepassing kon vinden in het kader van vanaf 31 oktober 2003 opengevallen nalatenschappen
b) wat betreft de in artikel 55 quater bedoelde vrijstelling:
de vrijstelling ten vroegste toepassing kon vinden in het kader van vanaf 20 september 2003 opengevallen nalatenschappen.
8. Regularisatiemogelijkheid
Het ontbreken van het uitvoeringsbesluit in verband met de vereiste attesten verhinderde echter in de praktijk de toepassing van de vrijstellingsartikelen in het kader van aangiften die vóór 2 mei 2005 (datum bekendmaking desbetreffend uitvoeringsbesluit) (moesten) zijn ingediend. Hierdoor zijn ongetwijfeld een aantal erfgerechtigden die vrijstellingen om een puur formalistische reden -- waaraan zij geen schuld hadden --, misgelopen. Om dit recht te zetten werd op verzoek en in overleg met het Vlaams Gewest door de Administratie van de Patrimoniumdocumentatie besloten tot het bieden van een "regularisatiemogelijkheid".
De in artikel 55ter VL. W. Succ. bedoelde vrijstelling wordt in het kader van nalatenschappen opengevallen in de periode vanaf 31 oktober 2003 tot en met 1 mei 2005 toch nog toegepast, indien de aangifteplichtigen uiterlijk 2 mei 2007 daartoe een bijvoeglijke aangifte indienen, die vergezeld gaat van het vereiste attest.
Zo ook wordt de in artikel 55 quater VL. W. Succ. bedoelde vrijstelling in het kader van nalatenschappen opgevallen in de periode vanaf 20 september 2003 tot en met 1 mei 2005 toch nog toegepast, indien de aangifteplichtigen uiterlijk 2 mei 2007 daartoe een bijvoeglijke aangifte indienen, die vergezeld gaat van het vereiste attest.
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK.
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 02 juni 2003
9 MEI 2003. - Decreet tot invoering van een vrijstelling van successierechten voor bossen en van een vrijstelling van successierechten en onroerende voorheffing voor gronden gelegen in het VEN
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. In het Wetboek van successierechten wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 55ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 55ter . Van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld de waarde van de onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, zoals bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en waarop de maatregelen, zoals bedoeld in of in uitvoering van artikel 25 van hetzelfde decreet van toepassing zijn, zonder dat een ontheffing van deze maatregelen voor de betrokken goederen werd verleend door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud.
Deze vrijstelling geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van hetzelfde decreet of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.
Deze vrijstelling wordt slechts toegepast op voorwaarde dat in de aangifte van nalatenschap uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 55ter wordt verzocht. Tevens moet bij de aangifte van nalatenschap een attest gevoegd worden, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid. De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast. »
Art. 3. In het wetboek van successierechten wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 55quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 55quater . § 1. Van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld de waarde van de onroerende goederen die te beschouwen zijn als bos, zoals bedoeld in artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990. Deze vrijstelling geldt zowel voor de grond- als voor de opstandswaarde.
§ 2. Deze vrijstelling wordt slechts toegepast wanneer er voldaan is aan de volgende voorwaarden
1° voor het bos werd een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan opgemaakt overeenkomstig de bepalingen en uitvoeringsbepalingen van het bosdecreet van 13 juni 1990, dat tevens voldoet aan de door de Vlaamse regering vast te stellen criteria voor duurzaam bosbeheer zoals bedoeld in artikel 41, tweede lid, van hetzelfde decreet;
2° in de aangifte van nalatenschap moet uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 55quater worden verzocht en moeten de verzoekers verklaren kennis te hebben van het bepaalde in artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990. Bij de aangifte moet een attest gevoegd worden, uitgereikt door het Vlaamse Gewest, waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld sub 1). De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast.
§ 3. De bevoegde ontvanger levert ter gelegenheid van de berekening van de verschuldigde successierechten aan het Vlaamse Gewest een attest af waaruit het bedrag van het genoten voordeel blijkt. De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast. »
Art. 4. In het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een artikel 13bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 13bis . Het recht van successie of van overgang bij overlijden dat verschuldigd zou zijn geweest over het bij toepassing van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten vrijgesteld bedrag, wordt geacht als subsidie te zijn verleend. De subsidie wordt geacht te zijn verleend gedurende 30 jaar à rato van 1/30 per jaar, te rekenen van het openvallen van de nalatenschap waarvoor de vrijstelling werd bekomen.
Deze subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de volgende voorwaarden die moeten vervuld worden gedurende de in het eerste lid vermelde termijn van 30 jaar :
1) de goederen moeten hun aard van bos, zoals bedoeld in artikel 3 van dit decreet, blijven behouden;
2) de goederen moeten blijven voldoen aan de voorwaarden gesteld onder 1) van § 2 van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten;
3) het effectief gevoerde beheer moet overeenstemmen met het goedgekeurde beheersplan.
Bij niet-naleving van deze voorwaarden is de eigenaar of vruchtgebruiker van het bos gehouden tot terugbetaling van de subsidie voor de resterende duur van de periode waarvoor ze geacht wordt te zijn toegekend. De rechtsvoorganger van de eigenaar of vruchtgebruiker is gehouden de eigenaar of vruchtgebruiker schadeloos te stellen voor de terugbetaling van de subsidie, indien hij nagelaten heeft zijn rechtsopvolger op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Een tot schadeloosstelling gehouden persoon heeft op zijn beurt verhaal op zijn rechtsvoorganger, indien laatstbedoelde nagelaten heeft eerstbedoelde op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Het tweede en derde lid van artikel 13 zijn op deze subsidie van toepassing.
De genieter van het voordeel van de vrijstelling is gehouden in de akte van overdracht van de eigendom of het vruchtgebruik van het bos de verkrijger in te lichten over het bestaan van deze subsidie, met verwijzing naar onderhavig artikel. Iedere verkrijger is op zijn beurt gehouden een verdere verkrijger op dezelfde wijze in te lichten. » .
Art. 5. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 260bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 260bis. Voor wat betreft de onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, zoals dit wordt omschreven in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en waarop de maatregelen zoals bedoeld in artikel 25 of in uitvoering van artikel 25 van hetzelfde decreet van toepassing zijn, zonder dat een ontheffing van deze maatregelen werd verleend door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud, wordt aan de belastingplichtige een belastingkrediet toegekend gelijk aan 2,5 % van het kadastraal inkomen, geïndexeerd overeenkomstig artikel 518. Dit belastingkrediet komt volledig ten laste van het Vlaamse Gewest en kan nooit meer bedragen dan het bedrag van de onroerende voorheffing, zoals bepaald in artikel 255 en in artikel 60 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991.
Dit belastingkrediet geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. »
Art. 6. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2003.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 9 mei 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
V. DUA
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 2 mei 2005
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
4 FEBRUARI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten
De Vlaamse Regering
Gelet op het Wetboek der Successierechten, inzonderheid op de artikelen 55ter en 55quater, ingevoegd bij decreet van 9 mei 2003;
Gelet op het Bosdecreet van 13 juni 1990, inzonderheid op artikel 13bis, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2003;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 april 2004;
Gelet op het overleg dat met betrekking tot de technische uitvoerbaarheid van de voorgenomen wijzigingen, overeenkomstig artikel 5 § 3, laatste lid, van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, met de federale overheid werd gevoerd;
Gelet op het advies 37.835/1 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening en van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° VEN : Vlaams Ecologisch Netwerk, bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
2° Bosbeheer : de functionele dienst die door de Vlaamse regering wordt belast met het beheer van bossen, zoals bedoeld in artikel 4, 6° van het bosdecreet;
3° de administratie : de administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
4° contactpersoon : door de erfgenamen aangewezen persoon aan wie de administratie alle betekeningen en mededelingen rechtsgeldig kan doen;
5° ontvanger : ontvanger van het bevoegde registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend;
6° uitgebreid beheersplan van bossen : het beheersplan dat de gegevens bevat zoals vermeld in bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de beheersplannen van bossen.
HOOFDSTUK II. - Het attest van vrijstelling van successierechten en van recht van overgang bij overlijden voor onroerende goederen die te beschouwen zijn als bos
Art. 2. De schriftelijke bevestiging door het Bosbeheer van de goedkeuring van het uitgebreid beheersplan van bossen geldt als attest tot vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden als bedoeld in artikel 55 quater van het Wetboek der successierechten.
Art. 3. De ontvanger brengt het Bosbeheer en de administratie op de hoogte van het genoten voordeel per erfgenaam. Deze mededeling moet de volgende informatie bevatten:
1° de naam, voornaam, geboortedatum, datum van overlijden en de laatste fiscale woonplaats van de erflater;
2° de naam, voornaam, woonplaats en graad van verwantschap met de erflater van alle erfgenamen;
3° de ligging en het kadastraal perceelnummer van het onroerende goed in kwestie;
4° het bedrag van het genoten voordeel per erfgenaam.
Art. 4. Als de voorwaarden van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten en artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 niet worden nageleefd, zal het Bosbeheer de subsidie terugvorderen.
HOOFDSTUK III. - Het attest van vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN
Art. 5. De erfgenamen richten hun verzoek, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, tot het verkrijgen van een attest inzake vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN, met een aangetekende brief aan de administratie.
Art. 6. Het attest van vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, wordt afgegeven door de administratie. Het wordt bij de aangifte van nalatenschap gevoegd.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
Art. 8. De Vlaamse ministers, bevoegd voor de Financiën en voor Leefmilieu en Natuur, zijn belast, ieder wat hen betreft, met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 februari 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
Bijlage I
Aanvraag van een vrijstelling van
successierechten of recht van overgang
bij overlijden voor gronden in het VEN
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Afdeling Financieel Management
Koning Albert II-laan 19, bus 7, 1210 Brussel
Tel. 02-553 54 42 - Fax 02-553 54 61
E-Mail: fim@vlaanderen.be
Met dit formulier kunt u een vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden
aanvragen voor gronden die gelegen zijn in het Vlaams Ecologisch Netwerk, afgekort het VEN.
Dit formulier is een toepassing van artikel 55ter van het Wetboek der successierechten, wat het Vlaamse
Gewest betreft
1 Vul hieronder de gegevens in van de erflater.
Bij de adresgegevens vermeldt u de laatste fiscale woonplaats van de erflater.
2 Vul hieronder de gegevens in van de erfgenamen.
3 Vul hieronder de gegevens in van de contactpersoon die de erfgenamen hebben aangewezen.
De contactpersoon is de persoon aan wie de administratie rechtsgeldig alle mededelingen en betekeningen kan doen.
4 Vul hieronder de gegevens in van de ligging van het onroerend goed.
5 Vul hieronder de gevens in van het registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap wordt ingediend.
6 Vul de onderstaande verklaring in.
Ik bevestig op erewoord dat alle gegevens in dit formulier naar waarheid ingevuld zijn. Ik ben ervan op de
hoogte dat onjuiste of onvolledige verklaringen strafbaar kunnen worden gesteld overeenkomstig artikel 133 en
volgende van het Wetboek der successierechten.
Ik verbind me ertoe de reglementering betreffende de toekenning van een vrijstelling van de successierechten
of van recht van overgang bij overlijden na te leven en de afdeling Financieel Management alle nodige inlichtingen te
verschaffen over deze aanvraag.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikel 55 ter en 55 quater van het wetboek der successierechten.
De Minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
_________________
Bijlage II.- Attest van vrijstelling van successierechten
of van recht van overgang bij overlijden voor gronden, gelegen in het VEN (Art. 55 ter W. Succ.)
hebben dit attest aangevraagd in de hoedanigheid van erfgenamen van, met als laatste fiscale woonplaats , geboren op en overleden op .
>De heer > Mevrouw is door de erfgenamen aangewezen als contactpersoon, aan wie de administratie rechtsgeldig alle mededelingen en betekeningen kan doen. De contactpersoon woont in en is bereikbaar op telefoonnummer 00-000 00 00>, faxnummer 00-000 000 00> en e-mailadres .....@....>.
Dit attest wordt uitgereikt voor het onbebouwd onroerend goed, gelegen in en heeft als kadastraal perceelnummer/kadastrale perceelnummers .
>Het bovengenoemde onbebouwd onroerend goed ligt volledig in een VEN-gebied. De administratie, bevoegd voor het natuurbehoud, verleende > geen ontheffing van maatregelen bedoeld in artikel 25 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud voor het volledige onbebouwd onroerend goed. De vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden wordt > niet toegestaan.
> Van het bovengenoemde onbebouwd onroerend goed liggen volgende kadastrale percelen in het VEN-gebied:
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
De administratie, bevoegd voor het natuurbehoud, verleende > geen ontheffing van maatregelen bedoeld in artikel 25 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud.De vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden wordt > niet toegestaan voor > het gehele onbebouwd onroerend goed >de volgende kadastrale percelen:
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Dit attest met het dossiernummer nummer > wordt uitgereikt op dag, maand en jaar >.
Namens de Vlaamse regering,
De gemachtigde ambtenaar,
handtekening >
voornaam en naam >
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van tot uitvoering van artikel 55 ter en 55 quater van het Wetboek der successierechten.
De minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
BIJLAGE 3
Te vermelden voor elke boseigendom waarop dit attest betrekking heeft :
- ligging
- kadastrale perceelnummers met hun oppervlakte
- aangegeven waarde
(naam en hoedanigheid - handtekening)
Zie ook circulaire nr. 5/2006 (AFZ 5/2006 - Dos. E.E./L. 124) dd. 26.01.2006
In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2003 werd het Vlaams decreet van 9 mei 2003 "tot invoering van een vrijstelling van successierechten voor bossen en van een vrijstelling van successierechten en onroerende voorheffing voor gronden gelegen in het VEN", bekendgemaakt.
Bij dat decreet worden twee nieuwe artikelen in het Vlaams Wetboek der Successierechten ingevoegd.
Het nieuwe artikel 55 ter VL. W. Succ. bevat een voorwaardelijke vrijstelling van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden. Deze nieuwe vrijstelling betreft de waarde van onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het nieuwe artikel 55 quater VL. W. Succ. bevat eveneens een voorwaardelijke vrijstelling van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden. Deze nieuwe vrijstelling geldt voor de waarde van de overeenkomstig artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990 als bos te beschouwen onroerende goederen.
Artikel 6 van het decreet bepaalt de inwerkingtreding ervan op 1 januari 2003. Gezien de uitvoeringsbesluiten (1), nodig om de vrijstellingen in de praktijk te kunnen toepassen, op een (soms veel) latere datum in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, zal de administratie, op vraag van de Vlaamse Minister van Financiën, teruggave van teveel betaalde rechten toestaan aan belastingplichtigen die bij de indiening van de aangifte hun recht op de vrijstelling niet konden doen gelden wegens het ontbreken van die uitvoeringsbesluiten.
[(1) Opdat het decreet effectief toepassing zou kunnen vinden waren nodig:
- het in uitvoering van het bosdecreet door de Vlaamse regering te nemen besluit betreffende de beheersplannen van bossen (cf. art. 55quater, § 2, 1°); dit is het besluit van 27 juni 2003 (B.S. 10/09/2003) geworden, inwerkinggetreden op 20/09/2003;
- de vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer (cf. art. 55quater, §2, 1°): deze zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaams Gewest (B.S. 10/09/2003), inwerkinggetreden op 20/09/2003;
- de afbakening van het Ven-gebied: dit is gebeurd (voor 86.500 ha van de in totaal 125.000 ha af te bakenen gebied) bij (37) besluiten van 18 juli 2003 (B.S. 17/10/2003, Ed. 3), inwerkinggetreden op 31/10/2003 (14 dagen na bekendmaking; cf art. 21, §9 van het decreet van 21/10/1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu);
- een besluit met betrekking tot de nadere regels inzake de attesten waarvan sprake in artikel 55ter, derde lid en in artikel 55quater, § 3: deze zijn vastgesteld in het besluit van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten, inwerkinggetreden (met terugwerkende kracht) op 1 januari 2003.]
INHOUDSOPGAVE VAN DE COMMENTAAR
Het formulier van aanvraag van een vrijstelling van successierechten of recht van overgang bij overlijden voor gronden in het VEN is te bekomen bij:
Ministerie van de Vlaamse GemeenschapDe schriftelijke bevestiging door het bosbeheer van de goedkeuring van het uitgebreid beheersplan van de bossen ¾ bevestiging die geldt als attest dat de bossen in aanmerking komen voor de vrijstelling bedoeld in artikel 55 quater van het VL. W. Succ. ¾ moet aangevraagd worden bij :
Afdeling Financieel Management
Koning Albert II-laan 19, bus 7, 1210 Brussel
Tel. 02-553 54 42 - Fax 02-553 54 61
E-Mail: fim@vlaanderen.be
Hoofdbestuur Bos en GroenCOMMENTAAR
Graaf de Ferrarisgebouw
Koning Albert-II-laan 20 bus8
1000 Brussel
telefoon 02-553 81 02
fax 02-553 81 05
E-Mail: Bos.Groen@lin.vlaanderen.be
1. Ratio legis van de vrijstellingen
Het Vlaams Ecolgisch Netwerk (VEN) is een door de Vlaamse regering afgebakend gebied waarbinnen de hoofdfunctie "natuur" is. Om die hoofdfunctie waar te maken kan de Vlaamse regering in dat gebied regulerende maatregelen of verbodsmaatregelen opleggen. De in het nieuwe artikel 55 ter VL. W. Succ. neergelegde maatregel is bedoeld als een ondersteuning en een compensatie voor de maatregelen waaraan de eigenaars binnen het VEN zich zullen moeten onderwerpen (2).
[(2) Zie Vlaams Parlement - Zitting 2002-2003, Stuk 1609 (2002-2003) - Nr. 2. Ontwerp van Decreet - Verslag namens de Commissie voor algemeen beleid, Financiën en begroting. - Inleiding door de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams Minister van Financiën en begroting, innovatie, media en ruimtelijke ordening. - punt A2 op blz. 5.]
Met de vrijstelling voor de bossen zoals neergelegd in het nieuwe artikel 55 quater VL. W. Succ., wil de Vlaamse regering de private bezitters van bossen die gelegen zijn buiten het VEN-gebied ook op een positieve manier ondersteunen. Bedoeling daarbij is de vrijwaring van het schaarse bosareaal dat Vlaanderen nog rijk is. Bovendien vermijdt de vrijstelling dat belangrijke delen van een geërfd bos worden verkocht om met de opbrengst de op de nalatenschap verschuldigde successierechten te betalen. Aldus wordt de bosstabiliteit in de hand gewerkt en wordt de versnippering van het bosareaal tegengegaan (3).
[(3) Ibidem, punt A1.]
In het licht van de ratio legis van de beide vrijstellingen, is het logisch dat ze van toepassing kunnen zijn ¾ ongeacht de graad van verwantschap tussen de erflater en zijn rechtverkrijgenden ¾, zowel wanneer de nalatenschap onderhevig is aan het recht van successie als wanneer erop het recht van overgang bij overlijden moet worden geheven .
2. Voorwaarden met betrekking tot de aard en de ligging van de onroerende goederen.
2.a. Omschrijving van de aard van de goederen waarvan de waarde kan worden vrijgesteld.
2.a.1. ongebouwde onroerende gelegen in een VEN-gebied, waarop de in artikel 25 van het natuurdecreet bepaalde maatregelen van toepassing zijn.
2.a.1.a. De notie "ongebouwde" in de omschrijving "ongebouwde onroerende goederen" behoeft geen uitgebreide toelichting. Er kan volstaan worden met te refereren aan de draagwijdte die de administratie aan dit begrip heeft gegeven in het kader van de regeling van de ruiling van ongebouwde landgoederen (4)
[(4) zie W. Reg. art.72.]
2.a.1.b. Zoals reeds vermeld bestaat het VEN - het Vlaams Ecologisch Netwerk - uit door de Vlaamse Regering afgebakende gebieden met een hoge natuurkwaliteit. Volgens het natuurdecreet (5) konden enkel gebieden met een welbepaalde (zogenaamd groene) bestemming op het gewestplan als VEN-gebied worden aangewezen. Aldus is het VEN opgebouwd uit "Grote Eenheden Natuur" (GEN's) en "Grote eenheden Natuur in Ontwikkeling" (GENO's) (6). De GEN's en GENO's ¾ en daarmee dus ook het VEN ¾ zijn afgebakend bij besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 (7). Hierbij moet nog opgemerkt worden dat de door de Vlaamse Regering in Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) afgebakende GEN- of GENO-gebieden, eveneens beschouwd worden als GEN- of GENO-gebieden in de zin van het natuurdecreet. De ongebouwde onroerende goederen gelegen in de aldus afgebakende GEN- of GENO-gebieden komen dus ook in aanmerking voor de vrijstelling van de successierechten (8). De kaarten met de afgebakende VEN-gebieden kunnen geraadpleegd worden via de site van GIS-Vlaanderen (9). Voor de kaarten inzake afbakening van GEN/GENO-gebieden in Gewestelijke RUP's wordt verwezen naar de website van de Vlaamse overheid over de ruimtelijke ordening (10).
[(5) Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997, Belgisch Staatsblad van 10 januari 1998, zoals gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002 (Belgisch Staatsblad 31 augustus 2002)
(6) Artikel 17 van het natuurdecreet (zie voetnoot 5) bepaalt in een § 2 dat het Ven de volgende onderdelen omvat:
1° Grote Eenheden Natuur (GEN) : dit zijn gebieden die hetzij natuurelementen over een oppervlakte van minstens de helft van het gebied bevatten hetzij gebieden waarin een specifiek natuurelement met hoge natuurkwaliteit aanwezig is;
2° Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO) : dit zijn gebieden die één of meer van de volgende kenmerken vertonen :
a) aanwezigheid van natuurelementen, verspreid over de oppervlakte van het gebied, waarvan de gezamenlijke oppervlakte echter kleiner kan zijn dan de helft van het gebied;
b) aanwezigheid van belangrijke fauna- of floraelementen waarvan het voortbestaan moet worden ondersteund door de maatregelen inzake het grondgebruik;
c) terreinen al dan niet door kunstmatige ingrepen tot stand gekomen, met belangrijke mogelijkheden voor natuurontwikkeling.
(7) Zie Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2003 (in totaal 37 besluiten houdende definitieve vaststelling van afbakeningsplannen GEN's en GENO's).
(8) Zie Vlaams Parlement - Zitting 2002-2003 - Stuk 1609 (2002-2003)- Nr. 1- Memorie van Toelichting - Commentaar bij de artikelen - art. 2., blz. 4.en Stuk 1609 (2002-2003)-Nr. 1 - Errata
(9) http://www.gisvlaanderen.be/geo%2Dvlaanderen/ven/
(10) http://www.ruimtelijkeordening.be]
2.a.1.c. De in artikel 25 van het natuurdecreet bepaalde maatregelen moeten van toepassing zijn op de gronden. Bedoeld artikel bevat algemene en specifieke maatregelen die door de bevoegde administratieve overheden kunnen worden genomen met betrekking tot de in het VEN gelegen onroerende goederen. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moet een in het VEN-gebied gelegen onroerend goed effectief aan dergelijke maatregelen onderworpen zijn. Er mag dus voor het betreffende goed geen ontheffing van die maatregelen zijn verleend door de administratie die bevoegd is voor het natuurbehoud. De vrijstelling is immers bedoeld als een compensatie voor de maatregelen waaraan de eigenaar van het onroerend goed in het VEN zich moet onderwerpen (11).
[(11) Zie voetnoot 2.]
Opmerking 1. De verificatie van:
| 1) | het ongebouwd karakter van het onroerend goed, |
| 2) | de ligging van het onroerend goed in een VEN-gebied en |
| 3) | de toepasselijkheid op het onroerend goed van de in artikel 25 van het natuurdecreet bepaalde maatregelen, dient te geschieden door de bevoegde dienst van de Vlaamse administratie naar aanleiding van de behandeling van de aanvraag van het attest waarvan sprake onder punt 3. |
[(12) Zie Vlaams Parlement, Stuk 277 (2004-2005) ¾ Nr. 1 - Ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 55ter van het Wetboek der Successierechten en artikel 206bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
(13) dit is de functionele dienst die door de Vlaamse Regering is belast met het beheer van de bossen.]
2.a.2 bos, zoals bedoeld in artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990, waarvoor een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan is opgemaakt dat voldoet aan de criteria voor duurzaam bosbeheer.
2.a.2.a. Artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990 definieert "bossen" als: "grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen".
2.a.2.b. Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moet voor het bos een goedgekeurd beheersplan bestaan, dit is een door het Bosbeheer (13) goedgekeurd document met het geheel van maatregelen om de functievervulling van een bos te verwezenlijken, uitgaande van de bestaande toestand, de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen. Het beheersplan moet bovendien beantwoorden aan de criteria voor duurzaam bosbeheer, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering bij besluit van 27 juni 2003 (14).
[(14) Besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaams Gewest. Belgisch Staatsblad 10-09-2003.]
Opmerking . Ook in het kader van de vrijstelling bepaald in artikel 55 quater VL. W. Succ. behoort
| 1) | de beoordeling of het onroerend goed beantwoordt aan de definitie van bos en |
| 2) | de verificatie van het bestaan voor dat goed van een goedgekeurd beheersplan dat voldoet aan de criteria van duurzaam bosbeheer, tot de opdracht van de bevoegde dienst van de Vlaamse Administratie in het kader van de aflevering van het attest waarvan sprake onder punt 5. |
Uit de hiervoor ontleedde voorwaarden met betrekking tot de voor de vrijstellingen in aanmerking komende goederen, blijkt duidelijk dat het moet gaan om in het Vlaams Gewest gelegen onroerende goederen. Uiteraard is de Vlaamse regering bij de afbakening van de VEN-gebieden binnen de grenzen van haar eigen Gewest gebleven. Wat de bossen buiten de VEN-gebieden betreft, kan het alleen gaan om bossen gelegen in het Vlaams Gewest omdat alleen op die bossen de decreten en uitvoeringsbesluiten waarvan sprake in artikel 55quater VL. W. Succ., territoriaal van toepassing kunnen zijn.
3. Voorwaarden met betrekking tot de aard en de omvang van de rechten van de erflater en van zijn rechtverkrijgenden in de voor de vrijstellingen in aanmerking komende goederen
De teksten van de artikelen 55 ter en 55 quater VL. W. Succ. bevatten geen expliciete voorwaarden betreffende de aard -- volle eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik (15) -- van de rechten van de decujus in het onroerend goed op datum van zijn overlijden, noch betreffende de aard van de rechten die zijn rechtverkrijgenden erin moeten verkrijgen.
[(15) indien het om vruchtgebruik zou gaan, kan het uiteraard enkel een vruchtgebruik betreffen dat niet is teniet gegaan door het overlijden van de de cujus.]
Idem dito wat betreft de omvang van de rechten (geheelheid of fractie van de geheelheid).
Dit brengt bijvoorbeeld mee:
- dat de erflater niet noodzakelijkerwijze eigenaar van de geheelheid volle eigendom van het goed moet zijn;
- dat de rechtverkrijgenden die de vrijstelling inroepen evenmin gezamenlijk het goed voor de geheelheid en/of in volle eigendom moeten verkrijgen.
| Voorbeeld: X en Y, gehuwd onder het gemeenschappelijk stelsel, hebben tijdens hun huwelijk een perceel bos aangekocht, elk voor 1/2 V.E. X overlijdt en laat, naast zijn echtgenote, zijn twee kinderen A en B na. De nalatenschap valt toe aan Y voor de geheelheid vruchtgebruik en aan A en B, elk voor de helft in blote eigendom. Y bekomt dus uit de nalatenschap 1/2 vruchtgebruik in het perceel bos, A en B verkrijgen elk 1/4 blote eigendom. Y en A vragen de toepassing van artikel 55quater, B vraagt die toepassing niet. In hoofde van Y en A zijn alle toepassingsvoorwaarden vervuld. De vrijstelling zal gelden voor hun uit de nalatenschap verkregen parten in het perceel bos. Het door B in het perceel bos verkregen part wordt belast volgens de gewone regels. |
Vrijgesteld wordt " de waarde " van in het VEN-gebied gelegen onroerende goederen of van bossen, die aan hoger vermelde voorwaarden voldoen.
Met "de waarde " wordt bedoeld: de overeenkomstig artikel 19 van het Wb. Succ. door de aangevers van de nalatenschap te schatten verkoopwaarde ¾ op datum van het overlijden ¾ van de goederen.
In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld het geval is in het kader van artikel 60 bis VL. W. Succ., betreffen de artikelen 55 ter en 55 quater VL. W. Succ. niet de netto-waarde van de betrokken goederen. De artikelen 55ter en 55quater VL. W. Succ. bevatten dan ook geen bijzondere aanrekeningsregel inzake eventueel specifiek passief met betrekking tot de vrijgestelde goederen.
Voorbeeld.
Nalatenschap X -> Y (enig kind van X)
enkel een schuld specifiek aangegaan om het in VEN-gebied gelegen o.g. te verwerven: € 50.000Heffing: Toepassing algemene toerekeningsregel art. 48, 4de lid.
|
In § 1 van artikel 55 quater wordt ¾ eigenlijk overbodig ¾ uitdrukkelijk bepaald dat de vrijstelling zowel geldt voor de "grond- als voor de opstand swaarde". Met "opstand" wordt in de bosbouwsector bedoeld: "het in een bos voorhanden geboomte, het staand hout".
5. Formele voorwaarden te vervullen in de aangifte van nalatenschap
5.1. Uitdrukkelijk verzoek om de toepassing
In de aangifte van nalatenschap moet uitdrukkelijk verzocht worden om de toepassing, naargelang van het geval, van artikel 55 ter of artikel 55 quater VL. W. Succ.
Zoals onder het randnummer 3 aangegeven, is het niet nodig dat alle rechtverkrijgenden in het onroerend goed om de vrijstelling van hun part erin vragen. Het is best mogelijk, zeker in het kader van artikel 55 quater VL. W. Succ., dat slechts één of enkelen van hen dit doen. Uiteraard zal de vrijstelling slechts toegekend worden aan hen die erom verzocht hebben en tot beloop van de waarde van hun part in de onroerende goederen.
Wanneer daarom niet uitdrukkelijk wordt verzocht, maar uit de bijvoeging van één van de onder punt 5.2. vermelde attesten blijkt dat het wel degelijk de bedoeling is om de vrijstelling in te roepen, zal de ontvanger de aandacht vestigen op het ontbreken van dit verzoek zodat de indieners dit nog kunnen rechtzetten.
5.2. Bijvoeging attest dat het onroerend goed in aanmerking komt voor de vrijstelling
De ontvanger kan de vrijstelling maar toepassen wanneer de aangifte van nalatenschap vergezeld gaat van een attest, waaruit blijkt dat het onroerend goed in aanmerking komt voor de vrijstelling. Het is niet de taak van de ontvanger na te gaan of het attest door de bevoegde Vlaamse dienst terecht is afgeleverd.
Wat de vrijstelling voor "bossen" betreft (artikel 55 quater) heeft de Vlaamse Regering (16) bepaald dat de schriftelijke bevestiging door het Bosbeheer (17) van de goedkeuring van het uitgebreid beheersplan van de bossen (18), geldt als attest.
[(16) Besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten. Belgisch Staatsblad van 02/05/2002, artikel 2 (zie bijlage 2 bij deze circulaire).
(17) Volgens het in voetnoot 16 vermelde besluit moet onder "Bosbeheer" worden verstaan: de functionele dienst die door de Vlaamse Regering wordt belast met het beheer van bossen, zoals bedoeld in artikel 4,6° van het bosdecreet.
(18) Eveneens volgens het in voetnoot 16 vermelde besluit moet onder "uitgebreid beheersplan van bossen" worden verstaan het beheersplan dat de gegevens bevat zoals vermeld in bijlage I bij het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 betreffende de beheersplannen van bossen.]
Voor de gronden gelegen in het VEN-gebied (vrijstelling artikel 55ter) heeft de Vlaamse Regering een specifiek model van attest bepaald (zie bladzijde 23 van deze circulaire ). Het attest moet aangevraagd worden door middel van een aanvraag waarvoor eveneens een model is vastgesteld (zie bladzijde 20 van deze circulaire). De aanvraag moet bij aangetekende brief gezonden worden aan de administratie Budgettering, Accounting en Financiëel management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (19).
[(19) Besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 tot uitvoering van artikelen 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten, art. 5.]
5.3. Specifieke formele voorwaarde in het kader van artikel 55quater (bos)
Artikel 55quater VL. W. Succ. vereist bovendien dat de verzoekers in de aangifte van nalatenschap verklaren dat ze kennis hebben van het bepaalde in artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 (voor de volledige tekst van dit artikel : zie bijlage 1 van deze circulaire, tekst opgenomen in artikel 4 van het decreet van 9 mei 2003).
Aldus zijn de verzoekers geïnformeerd van het feit dat de vrijstelling wordt beschouwd als een subsidie (voor de praktische gevolgen daarvan voor de fiscale administratie - zie randnummer 6 hierna) die door het Bosbeheer kan teruggevorderd worden wanneer de voorwaarden tot behoud ervan niet worden nageleefd.
In principe brengt het ontbreken van deze specifieke formele voorwaarde mee dat artikel 55 quater niet kan toegepast worden. Indien in de aangifte echter verzocht wordt om de toepassing van artikel 55 quater zonder dat bedoelde verklaring is toevoegd, zal de ontvanger de aandacht op het ontbreken van de vormvereiste vestigen zodat de indieners dit nog kunnen doen.
5.4. Quid met de opgave in het actief van de nalatenschap van de waarde van de voor de vrijstelling in aanmerking komende goederen
Krachtens artikel 42, VI, W. Succ. moet de aangifte van nalatenschap vermelden: "VI. Nauwkeurige aanduiding en begroting, artikelsgewijze, van al de goederen die het belastbaar actief uitmaken;". In dit verband rijst de vraag (20) of de goederen die krachtens de artikelen 55 ter en 55 quater voor de vrijstelling in aanmerking komen en hun verkoopwaarde in de aangifte van nalatenschap (21) moeten worden vermeld ?
[(20) Cf. dezelfde problematiek stelde zich in het kader van de vroeger bestaande vrijstelling voor aandelen of gerechtigdheden in Belgische vennootschappen (K.B. nr. 15 150). Volgens Rik De Blauwe ("Het Koninklijk Besluit nr. 15: de vrijstelling in de registratie- en successierechten, Notarius 1983, blz.189 e.v.) moesten de vrijgestelde aandelen helemaal niet in de aangifte worden vermeld; volgens Luc Weyts (Reeks Notarieel Recht- Notarieel Fiscaal Recht - Deel 2, De aangifte van nalatenschap blz 127 nr.166) was het minstens nuttig dit wel te doen, met een schatting van de waarde ervan pro memorie.
(21) In het kader van de regeling van artikel 60bis Vl. W. Succ. (vrijstelling ondernememingen) is duidelijk bepaald dat in de aangifte in een afzonderlijke rubriek moet vermeld worden voor welke activa of aandelen de toepassing van artikel 60bis wordt gevraagd.]
Wat de in artikel 55 quater bedoelde vrijstelling betreft is het zonder meer duidelijk dat in de aangifte opgave moet gedaan worden van de verkoopwaarde van de vrijgestelde bossen. Deze vrijstelling wordt immers geconverteerd in een intrekbare jaarlijkse subsidie ten belope van 1/30 van het aan successierechten vrijgestelde bedrag. Dat bedrag moet uiteraard door de fiscale administratie kunnen berekend worden, wat de opgave ondersteld in de aangifte van nalatenschap (22) van de verkoopwaarde van de vrijgestelde bossen.
[(22) Het attest voor "bossen" leent zich uit zijn aard er niet toe om erin opgave te eisen van de verkoopwaarde van die bossen.]
Wat de in artikel 55 ter bedoelde vrijstelling betreft, moet vastgesteld worden dat noch artikel 42, noch een ander artikel van het W. Succ, strikt genomen de opgave van de betrokken onbebouwde goederen met hun verkoopwaarde vereist. Het zelfs niet pro memorie opgeven van die goederen met hun waarde geschiedt natuurlijk op risico van de aangevers, in het geval de vrijstelling om een of andere reden niet zou toegestaan kunnen worden. Het is dus raadzaam steeds de bedoelde onroerende goederen met hun geschatte verkoopwaarde in de aangifte op te nemen en te verwijzen naar het verzoek tot vrijstelling.
6. Omzetting belastingvoordeel artikel 55 quater in subsidie - praktische gevolgen
Krachtens het nieuwe (23) artikel 13 bis van het bosdecreet (24) wordt het recht van successie of van overgang bij overlijden dat verschuldigd zou zijn geweest over het bij toepassing van artikel 55 quater VL. W. Succ. vrijgesteld bedrag, geacht als subsidie te zijn verleend.
[(23) Ingevoegd bij artikel 4 van het in deze circulaire besproken decreet van 9 mei 2003.
(24) Decreet van 13 juni 1990, B.S. 28 september1990.]
Artikel 55 quater, § 3, VL. W. Succ. bepaalt dan ook dat de bevoegde ontvanger, ter gelegenheid van de berekening van de verschuldigde successierechten, aan
| 1) | het departement Algemene Zaken en Financiën van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap^; |
| 2) | de functionele dienst van de Vlaamse Gemeenschap voor bosbeheer een attest moet afleveren waaruit het bedrag van het genoten voordeel blijkt. |
- een eerste zonder rekening te houden met de vrijstelling bedoeld in artikel 55quater, § 1, VL. W. Succ;
- een tweede rekening houdend met de vrijstelling bedoeld in dat artikelonderdeel.
| Voorbeeld. De nalatenschap van X valt toe aan zijn enig kind Y voor de geheelheid. Het onroerend deel van de nalatenschap bevat de geheelheid volle eigendom van een woning met verkoopwaarde van € 250.000 en de geheelheid volle eigendom van een bos (toepassing artikel 55quater gevraagd) met verkoopwaarde van € 100.000. Alle schulden en begrafeniskosten zijn toe te rekenen op de roerende nalatenschap die daartoe toereikend is. 1ste berekening: zonder rekening te houden met de vrijstelling heffingsgrondslag: € 250.000 + € 100.000 = 350.000 heffing: € 46.500. 2de berekening: rekening houdend met de vrijstelling heffingsgrondslag: € 250.000 heffing: € 19.500 Door Y genoten voordeel: € 46.500 - € 19.500 = € 27.000 |
[(25) Wegens een of andere oorzaak die de waarde van het onroerend deel van de nalatenschap beïnvloedt: in het gegeven voorbeeld kan het bijvoorbeeld gaan om de rechtzetting van een tekortschatting van de woning en/of van het bos.
(26) De nadere regels met betrekking tot dit attest werden door de Vlaamse regering vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van 4 februari 2005 - zie bijlage 2, Art. 3). Krachtens deze regels moet de ontvanger kennis geven van het genoten voordeel per erfgenaam aan:
- het bosbeheer: zijnde de functionele dienst die door de Vlaamse regering wordt belast met het beheer van bossen, zoals bedoeld in artikel 4,6° van het bosdecreet;
- en aan de administratie: zijnde de administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
1° de naam, voornaam, geboortedatum, datum van overlijden en de laatste fiscale woonplaats van de erflater;
2° de naam, voornaam, woonplaats en graad van verwantschap met de erflater van alle erfgenamen;
3° de ligging en het kadastraal perceelnummer van het onroerend goed in kwestie.
Voor die kennisgeving kan een door de Administratie ontworpen gestandardiseerd formulier gebruikt worden (zie bijlage 3).]
| In het hiervoor gegeven voorbeeld wordt het genoten voordeel van € 27.000 geacht aan Y als een subsidie te zijn toegekend over een looptijd van 30 jaar à rato van € 900 (27.000/30) per jaar, te rekenen van het overlijden van X. In de veronderstelling dat Y in de loop van het zestiende jaar na het overlijden van X ophoudt met het naleven van de voorwaarden voor behoud van de subsidie, zal de bevoegde Administratie van de Vlaamse Gemeenschap een bedrag van € 27.000 : 2 ( of € 900 x 15) = € 13.500 van Y kunnen terugvorderen. |
7.1. Artikel 6 van het decreet van 9 mei 2003 bepaalt dat het decreet in werking treedt op 1 januari 2003. Artikel 7 van het uitvoeringsbesluit van 4 februari 2005 bepaalt dat dit besluit retroactief in werking is getreden op 1 januari 2003.
7.2. Het tweede lid van het nieuwe artikel 55 ter bepaalt dat "deze vrijstelling geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van hetzelfde decreet of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Artikel 55 quater, § 2, 1°, bepaalt op zijn beurt dat de erin bepaalde vrijstelling slechts kan worden toegepast "voor zover een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan werd opgemaakt, dat tevens voldoet aan de door de Vlaamse regering vast te stellen criteria voor duurzaam beheer".
7.3. De besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 waarbij een eerste reeks GEN- en GENO-gebieden (zie randnummer 1 van deze circulaire) definitief werden afgebakend op plan, zijn in werking getreden op 31 oktober 2003.
De eerste definitieve vaststellingen van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) waarbij GEN- of GENO-gebieden werden afgebakend, werden gedaan bij besluiten van de Vlaamse Regering van 20 februari 2004 (B.S. 16.04.2004), inwerkinggetreden op 30 april 2004 (27).
[(27) Een defintief vastgesteld Gewestelijk RUP treedt in werking veertien dagen na bekendmaking in het B.S. van het desbetreffende besluit van de Vlaamse Regering (art. 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening).]
7.4. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaamse Gewest, is in werking getreden 20 september 2003.
7.5. Niettegenstaande de datum van inwerkingtreding van het decreet en van het uitvoeringsbesluit ervan bepaald werd op 1 januari 2003, volgt uit de data van inwerkingteding van de hierboven onderscheiden andere ¾ maar voor de eerstbedoelde inwerkingtreding even relevante ¾ besluiten dat:
a) wat betreft de in artikel 55ter bedoelde vrijstelling:
de vrijstelling ten vroegste toepassing kon vinden in het kader van vanaf 31 oktober 2003 opengevallen nalatenschappen
b) wat betreft de in artikel 55 quater bedoelde vrijstelling:
de vrijstelling ten vroegste toepassing kon vinden in het kader van vanaf 20 september 2003 opengevallen nalatenschappen.
8. Regularisatiemogelijkheid
Het ontbreken van het uitvoeringsbesluit in verband met de vereiste attesten verhinderde echter in de praktijk de toepassing van de vrijstellingsartikelen in het kader van aangiften die vóór 2 mei 2005 (datum bekendmaking desbetreffend uitvoeringsbesluit) (moesten) zijn ingediend. Hierdoor zijn ongetwijfeld een aantal erfgerechtigden die vrijstellingen om een puur formalistische reden -- waaraan zij geen schuld hadden --, misgelopen. Om dit recht te zetten werd op verzoek en in overleg met het Vlaams Gewest door de Administratie van de Patrimoniumdocumentatie besloten tot het bieden van een "regularisatiemogelijkheid".
De in artikel 55ter VL. W. Succ. bedoelde vrijstelling wordt in het kader van nalatenschappen opengevallen in de periode vanaf 31 oktober 2003 tot en met 1 mei 2005 toch nog toegepast, indien de aangifteplichtigen uiterlijk 2 mei 2007 daartoe een bijvoeglijke aangifte indienen, die vergezeld gaat van het vereiste attest.
Zo ook wordt de in artikel 55 quater VL. W. Succ. bedoelde vrijstelling in het kader van nalatenschappen opgevallen in de periode vanaf 20 september 2003 tot en met 1 mei 2005 toch nog toegepast, indien de aangifteplichtigen uiterlijk 2 mei 2007 daartoe een bijvoeglijke aangifte indienen, die vergezeld gaat van het vereiste attest.
NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK.
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 02 juni 2003
9 MEI 2003. - Decreet tot invoering van een vrijstelling van successierechten voor bossen en van een vrijstelling van successierechten en onroerende voorheffing voor gronden gelegen in het VEN
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. In het Wetboek van successierechten wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 55ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 55ter . Van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld de waarde van de onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, zoals bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en waarop de maatregelen, zoals bedoeld in of in uitvoering van artikel 25 van hetzelfde decreet van toepassing zijn, zonder dat een ontheffing van deze maatregelen voor de betrokken goederen werd verleend door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud.
Deze vrijstelling geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van hetzelfde decreet of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.
Deze vrijstelling wordt slechts toegepast op voorwaarde dat in de aangifte van nalatenschap uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 55ter wordt verzocht. Tevens moet bij de aangifte van nalatenschap een attest gevoegd worden, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden vermeld in het eerste lid. De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast. »
Art. 3. In het wetboek van successierechten wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 55quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 55quater . § 1. Van het recht van successie en van het recht van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld de waarde van de onroerende goederen die te beschouwen zijn als bos, zoals bedoeld in artikel 3 van het bosdecreet van 13 juni 1990. Deze vrijstelling geldt zowel voor de grond- als voor de opstandswaarde.
§ 2. Deze vrijstelling wordt slechts toegepast wanneer er voldaan is aan de volgende voorwaarden
1° voor het bos werd een door het bosbeheer goedgekeurd beheersplan opgemaakt overeenkomstig de bepalingen en uitvoeringsbepalingen van het bosdecreet van 13 juni 1990, dat tevens voldoet aan de door de Vlaamse regering vast te stellen criteria voor duurzaam bosbeheer zoals bedoeld in artikel 41, tweede lid, van hetzelfde decreet;
2° in de aangifte van nalatenschap moet uitdrukkelijk om de toepassing van artikel 55quater worden verzocht en moeten de verzoekers verklaren kennis te hebben van het bepaalde in artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990. Bij de aangifte moet een attest gevoegd worden, uitgereikt door het Vlaamse Gewest, waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld sub 1). De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast.
§ 3. De bevoegde ontvanger levert ter gelegenheid van de berekening van de verschuldigde successierechten aan het Vlaamse Gewest een attest af waaruit het bedrag van het genoten voordeel blijkt. De Vlaamse regering legt de nadere regels met betrekking tot dit attest vast. »
Art. 4. In het bosdecreet van 13 juni 1990 wordt een artikel 13bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 13bis . Het recht van successie of van overgang bij overlijden dat verschuldigd zou zijn geweest over het bij toepassing van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten vrijgesteld bedrag, wordt geacht als subsidie te zijn verleend. De subsidie wordt geacht te zijn verleend gedurende 30 jaar à rato van 1/30 per jaar, te rekenen van het openvallen van de nalatenschap waarvoor de vrijstelling werd bekomen.
Deze subsidie wordt geacht te zijn toegekend onder de volgende voorwaarden die moeten vervuld worden gedurende de in het eerste lid vermelde termijn van 30 jaar :
1) de goederen moeten hun aard van bos, zoals bedoeld in artikel 3 van dit decreet, blijven behouden;
2) de goederen moeten blijven voldoen aan de voorwaarden gesteld onder 1) van § 2 van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten;
3) het effectief gevoerde beheer moet overeenstemmen met het goedgekeurde beheersplan.
Bij niet-naleving van deze voorwaarden is de eigenaar of vruchtgebruiker van het bos gehouden tot terugbetaling van de subsidie voor de resterende duur van de periode waarvoor ze geacht wordt te zijn toegekend. De rechtsvoorganger van de eigenaar of vruchtgebruiker is gehouden de eigenaar of vruchtgebruiker schadeloos te stellen voor de terugbetaling van de subsidie, indien hij nagelaten heeft zijn rechtsopvolger op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Een tot schadeloosstelling gehouden persoon heeft op zijn beurt verhaal op zijn rechtsvoorganger, indien laatstbedoelde nagelaten heeft eerstbedoelde op de in het vierde lid bepaalde wijze kennis te geven van het bestaan van de subsidie. Het tweede en derde lid van artikel 13 zijn op deze subsidie van toepassing.
De genieter van het voordeel van de vrijstelling is gehouden in de akte van overdracht van de eigendom of het vruchtgebruik van het bos de verkrijger in te lichten over het bestaan van deze subsidie, met verwijzing naar onderhavig artikel. Iedere verkrijger is op zijn beurt gehouden een verdere verkrijger op dezelfde wijze in te lichten. » .
Art. 5. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt, wat het Vlaamse Gewest betreft, een artikel 260bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
« Artikel 260bis. Voor wat betreft de onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, zoals dit wordt omschreven in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en waarop de maatregelen zoals bedoeld in artikel 25 of in uitvoering van artikel 25 van hetzelfde decreet van toepassing zijn, zonder dat een ontheffing van deze maatregelen werd verleend door de administratie bevoegd voor het natuurbehoud, wordt aan de belastingplichtige een belastingkrediet toegekend gelijk aan 2,5 % van het kadastraal inkomen, geïndexeerd overeenkomstig artikel 518. Dit belastingkrediet komt volledig ten laste van het Vlaamse Gewest en kan nooit meer bedragen dan het bedrag van de onroerende voorheffing, zoals bepaald in artikel 255 en in artikel 60 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991.
Dit belastingkrediet geldt vanaf de inwerkingtreding van het definitief vastgesteld plan, zoals bedoeld in artikel 21, § 9, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, of van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, zoals bedoeld in artikel 43 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. »
Art. 6. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2003.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 9 mei 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
V. DUA
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 2 mei 2005
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
4 FEBRUARI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 55ter en 55quater van het Wetboek der Successierechten
De Vlaamse Regering
Gelet op het Wetboek der Successierechten, inzonderheid op de artikelen 55ter en 55quater, ingevoegd bij decreet van 9 mei 2003;
Gelet op het Bosdecreet van 13 juni 1990, inzonderheid op artikel 13bis, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2003;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 april 2004;
Gelet op het overleg dat met betrekking tot de technische uitvoerbaarheid van de voorgenomen wijzigingen, overeenkomstig artikel 5 § 3, laatste lid, van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, met de federale overheid werd gevoerd;
Gelet op het advies 37.835/1 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening en van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° VEN : Vlaams Ecologisch Netwerk, bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
2° Bosbeheer : de functionele dienst die door de Vlaamse regering wordt belast met het beheer van bossen, zoals bedoeld in artikel 4, 6° van het bosdecreet;
3° de administratie : de administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
4° contactpersoon : door de erfgenamen aangewezen persoon aan wie de administratie alle betekeningen en mededelingen rechtsgeldig kan doen;
5° ontvanger : ontvanger van het bevoegde registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend;
6° uitgebreid beheersplan van bossen : het beheersplan dat de gegevens bevat zoals vermeld in bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 betreffende de beheersplannen van bossen.
HOOFDSTUK II. - Het attest van vrijstelling van successierechten en van recht van overgang bij overlijden voor onroerende goederen die te beschouwen zijn als bos
Art. 2. De schriftelijke bevestiging door het Bosbeheer van de goedkeuring van het uitgebreid beheersplan van bossen geldt als attest tot vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden als bedoeld in artikel 55 quater van het Wetboek der successierechten.
Art. 3. De ontvanger brengt het Bosbeheer en de administratie op de hoogte van het genoten voordeel per erfgenaam. Deze mededeling moet de volgende informatie bevatten:
1° de naam, voornaam, geboortedatum, datum van overlijden en de laatste fiscale woonplaats van de erflater;
2° de naam, voornaam, woonplaats en graad van verwantschap met de erflater van alle erfgenamen;
3° de ligging en het kadastraal perceelnummer van het onroerende goed in kwestie;
4° het bedrag van het genoten voordeel per erfgenaam.
Art. 4. Als de voorwaarden van artikel 55quater van het Wetboek der successierechten en artikel 13bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 niet worden nageleefd, zal het Bosbeheer de subsidie terugvorderen.
HOOFDSTUK III. - Het attest van vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN
Art. 5. De erfgenamen richten hun verzoek, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, tot het verkrijgen van een attest inzake vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN, met een aangetekende brief aan de administratie.
Art. 6. Het attest van vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden voor gronden gelegen in het VEN, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, wordt afgegeven door de administratie. Het wordt bij de aangifte van nalatenschap gevoegd.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
Art. 8. De Vlaamse ministers, bevoegd voor de Financiën en voor Leefmilieu en Natuur, zijn belast, ieder wat hen betreft, met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 februari 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
Bijlage I
Aanvraag van een vrijstelling van
successierechten of recht van overgang
bij overlijden voor gronden in het VEN
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Afdeling Financieel Management
Koning Albert II-laan 19, bus 7, 1210 Brussel
Tel. 02-553 54 42 - Fax 02-553 54 61
E-Mail: fim@vlaanderen.be
|
In te vullen door de behandelende afdelingontvangsdatum |
aanvragen voor gronden die gelegen zijn in het Vlaams Ecologisch Netwerk, afgekort het VEN.
Dit formulier is een toepassing van artikel 55ter van het Wetboek der successierechten, wat het Vlaamse
Gewest betreft
| Gegevens van de erflater |
Bij de adresgegevens vermeldt u de laatste fiscale woonplaats van de erflater.
| voornaam en achternaam | …………………………………………………………………………… | ||||||
| straat en nummer | …………………………………………………………………………… | ||||||
| postnummer en gemeente | …………………………………………………………………………… | ||||||
| geboortedatum | dag | maand | jaar | ||||
| datum van overlijden | dag | maand | jaar | ||||
| Gegevens van de erfgenamen |
| voornaam en achternaam van de erfgenaam | straat en nummer | postnummer en gemeente | graad van verwantschap |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| …………………………………………… | ………………… | ………………… | ………………… |
| Gegevens van de contactpersoon |
De contactpersoon is de persoon aan wie de administratie rechtsgeldig alle mededelingen en betekeningen kan doen.
| voornaam en achternaam | ………………………………………………………………… ……… | ||
| straat en nummer | ……………………………………………………………… ………… | ||
| postnummer en gemeente | ………………………………………………………………… ……… | ||
| telefoonnummer | ……………………… | faxnummer | ………………………………… |
| e-mailadres | ……………………………………………………………………… ……… | ||
| Gegevens van het onroerend goed |
| straat en nummer | ………………………………………………………………………… ……… |
| postnummer en gemeente | ……………………………………………………………………… ……… |
| kadastrale perceelnummers met hun oppervlakte | ……………………………………………………………………… ……… |
| Gegevens van het registratiekantoor |
| straat en nummer | ………………………………………………………………………… ……… |
| postnummer en gemeente | ………………………………………………………………………… ……… |
| Ondertekening |
Ik bevestig op erewoord dat alle gegevens in dit formulier naar waarheid ingevuld zijn. Ik ben ervan op de
hoogte dat onjuiste of onvolledige verklaringen strafbaar kunnen worden gesteld overeenkomstig artikel 133 en
volgende van het Wetboek der successierechten.
Ik verbind me ertoe de reglementering betreffende de toekenning van een vrijstelling van de successierechten
of van recht van overgang bij overlijden na te leven en de afdeling Financieel Management alle nodige inlichtingen te
verschaffen over deze aanvraag.
| datum | dag | maand | jaar |
| handtekening | ………………………… | handtekening | ………………………… |
| voornaam en achternaam | ………………………… | voornaam en achternaam | ………………………… |
| handtekening | ………………………… | handtekening | ………………………… |
| voornaam en achternaam | ………………………… | voornaam en achternaam | ………………………… |
| handtekening | ………………………… | handtekening | ………………………… |
| voornaam en achternaam | ………………………… | voornaam en achternaam | ………………………… |
De Minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
_________________
Bijlage II.- Attest van vrijstelling van successierechten
of van recht van overgang bij overlijden voor gronden, gelegen in het VEN (Art. 55 ter W. Succ.)
hebben dit attest aangevraagd in de hoedanigheid van erfgenamen van
>De heer > Mevrouw
Dit attest wordt uitgereikt voor het onbebouwd onroerend goed, gelegen in
>Het bovengenoemde onbebouwd onroerend goed ligt volledig in een VEN-gebied. De administratie, bevoegd voor het natuurbehoud, verleende > geen ontheffing van maatregelen bedoeld in artikel 25 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud voor het volledige onbebouwd onroerend goed. De vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden wordt > niet toegestaan.
> Van het bovengenoemde onbebouwd onroerend goed liggen volgende kadastrale percelen in het VEN-gebied:
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
De administratie, bevoegd voor het natuurbehoud, verleende > geen ontheffing van maatregelen bedoeld in artikel 25 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud.De vrijstelling van successierechten of van recht van overgang bij overlijden wordt > niet toegestaan voor > het gehele onbebouwd onroerend goed >de volgende kadastrale percelen:
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Sectie . . . . . nummer(s) . . . . . ; oppervlakte : . . . . . ha . . . . . a . . . . . ca
Dit attest met het dossiernummer nummer > wordt uitgereikt op dag, maand en jaar >.
Namens de Vlaamse regering,
De gemachtigde ambtenaar,
handtekening >
voornaam en naam >
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van tot uitvoering van artikel 55 ter en 55 quater van het Wetboek der successierechten.
De minister-president van de Vlaamse Regering
en Vlaams minister van Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
BIJLAGE 3
| Federale Overheidsdienst FINANCIEN | Brussel, correspondentieadres |
| PATRIMONIUMDOCUMENTATIE Kadaster, registratie en domeinen | Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Financieel Management Koning ALbert II-laan 19, bus 7 1210 BRUSSEL Afdeling Bos Groen Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL |
| ATTEST AFGELEVERD IN UITVOERING VAN ARTIKEL 55QUATER VAN HET VLAAMS WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN Besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 - B.S. van 2 mei 2005 | |
| Oorspronkelijk attest | Alias-nummer: |
| Verbeterend attest | Vervangt het attest uitgereikt op |
| VAK I : Referte waaronder het beheersplan is gekend bij de Afdeling Bos Groen |
|
| VAK II : Gegevens van de erflater |
|
| VAK III : Gegevens van de erfgenamen gerechtigd in het bos |
|
|
|
|
|
|
|
| VAK IV : Aanduiding van het (de) onroerend(e) goed(eren) |
- ligging
- kadastrale perceelnummers met hun oppervlakte
- aangegeven waarde
|
Goed 1 : |
|
Goed 2 : |
|
Goed 3 : |
|
Goed 4 : |
| Opgemaakt te op stempel van het kantoor |
(naam en hoedanigheid - handtekening)
| Aanvullende informatie betreffende deze briefwisseling kan verkregen worden bij: |
|
Dienst Tel. - fax E-mail: naamvandediesnt@minfin.fed.be Rekeningnr.: 000-1234567-89 Openingsuren: van u. tot u. | .be |
Voornaam Naam Graad Tel. -fax E-mail: voornaam.naam@minfin.fed.be Openingsuren na afspraak |
Bron: FisconetPlus
