Circulaire AAFisc Nr. 1/2016 (nr. Ci.703.111) d.d. 15.01.2016

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting

Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer
Vrijgestelde vergoeding

Betaling of terugbetaling door de werkgever van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling wanneer de werknemer die verplaatsing maakt met een gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden dat door de werkgever of door een groep van werkgevers wordt georganiseerd – berekening van de fiscale vrijstelling.

Inleiding

Vanaf 01.09.2015 worden weektreinkaarten niet meer verkocht. De NMBS heeft deze tariefformule afgeschaft.

De afschaffing van de weektreinkaarten heeft ook gevolgen op fiscaal vlak. Zo wordt het tarief van de weektreinkaarten eerste klasse gebruikt voor de vaststelling van de in artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, b van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) beoogde vrijstelling van de vergoedingen die een werkgever betaalt of toekent aan zijn werknemers voor hun verplaatsingen van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling en terug wanneer zij die verplaatsingen maken in het kader van het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden dat door de werkgever of een groep van werkgevers wordt georganiseerd.

Beoogde wettelijke en administratieve bepalingen

Artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, b, WIB 92

Vrijgesteld zijn:

9° voor de werknemer wiens beroepskosten overeenkomstig artikel 51 forfaitair worden bepaald, de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor zover de werknemer die verplaatsing maakt:

(…)

b) met een gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden dat door de werkgever of door een groep van werkgevers wordt georganiseerd: voor een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klasse voor die afstand;

(…)

Nr. 9.2 tot 9.6 van de circulaire nr. Ci.RH.241/550.265 van 18.07.2002

2. Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer

9.2. De vergoeding die door de werkgever is betaald, is bij de werknemer vrijgesteld voor een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klasse voor de afstand afgelegd met dat gemeenschappelijk vervoer.

9.3. Het gaat hier om de normale afstand over de weg (zie nr. 8.1) tussen de vertrekplaats en de bestemming van de werknemer.

9.4. Om de prijs van een treinabonnement eerste klasse vast te stellen, werd beslist om rekening te houden met het voordeligste tarief voor de belastingplichtige; d.w.z. het tarief vastgesteld voor de weektreinkaarten eerste klasse. De NMBS publiceert jaarlijks een 'Officiële verzameling van de tarieven' toepasselijk vanaf 1 februari (tarieven gepubliceerd op 01.02.2001 en 01.02.2002 – bijlage 1). Dit tarief is vastgesteld in functie van de afstand in km van een enkel traject (doorgaans enkele reis genoemd).

9.5. Voor de eenvoud wordt het tarief dat geldt vanaf 1 februari van het jaar in aanmerking genomen om de grens vast te stellen die van toepassing is op de totale vergoeding met betrekking tot dat jaar.

9.6. Om praktische redenen en billijkheidshalve, wordt het aantal treinkaarten waarmee in een jaar rekening mag worden gehouden, bepaald door het aantal dagen dat men gebruik heeft gemaakt van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer te delen door 5 (dit cijfer komt overeen met een week van 5 werkdagen) en dit ongeacht het stelsel van de werktijden.

Analyse

Voor de administratieve invulling van 'de prijs van een treinabonnement eerste klasse' werd destijds beslist om rekening te houden met het tarief dat voor de belastingplichtige de hoogste vrijstelling opleverde. Dit was het tarief vastgesteld voor de weektreinkaarten eerste klasse, toen het duurste tarief.

Door de afschaffing van de weektreinkaarten is het tarief dat geldt voor een maandabonnement eerste klasse (1) nu het duurste tarief dat voor de belastingplichtige de hoogste vrijstelling oplevert.

(1) De NMBS gebruikt hiervoor de benaming 'trajecttreinkaart – validering 1 maand'.

Besluit

Door de afschaffing van de weektreinkaarten zal de administratieve invulling van 'de prijs van een treinabonnement eerste klasse' voortaan het tarief dat geldt voor een maandabonnement eerste klasse hanteren.

Voor de eenvoud wordt het tarief dat geldt vanaf 1 februari van het jaar (2) in aanmerking genomen om de grens vast te stellen die van toepassing is op de totale vergoeding met betrekking tot dat jaar.

(2) Jaarlijks publiceert de NMBS haar vervoersvoorwaarden voor het betreffende jaar. Deze vervoersvoorwaarden bevatten ook de officiële tarieven toepasselijk vanaf 1 februari van dat jaar. Deze tarieven worden vastgesteld in functie van de afstand in km van een enkel traject (doorgaans enkele reis genoemd). De vervoersvoorwaarden van de NMBS kan u raadplegen via de link: http://www.belgianrail.be/nl/klantendienst/vervoersvoorwaarden.aspx.

Om praktische redenen en billijkheidshalve wordt het aantal maandabonnementen waarmee in een jaar rekening mag worden gehouden, bepaald door het aantal dagen dat men gebruik heeft gemaakt van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer te delen door 20 en dit ongeacht het stelsel van de werktijden en ongeacht het aantal werkdagen in een maand.

Voorbeeld

Wanneer een werknemer gedurende het jaar 95 dagen gebruik heeft gemaakt van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, dan mag er in dat jaar rekening worden gehouden met 4,75 maandabonnementen eerste klasse (namelijk 95 dagen / 20). Wanneer de afstand afgelegd met dat georganiseerd gemeenschappelijk vervoer tussen de vertrekplaats en de bestemming van de werknemer 25 kilometer bedraagt en het tarief voor een maandabonnement eerste klasse voor die afstand bedraagt 137 euro per maand, dan is de in artikel 38, § 1, eerste lid, 9, b, WIB 92, beoogde vrijstelling in dit geval gelijk aan 650,75 euro (namelijk 137 euro x 4,75).

Inwerkingtreding

Voormelde bepalingen treden in werking vanaf het inkomstenjaar 2016. Voor het inkomstenjaar 2016 zal dan rekening moeten worden gehouden met de tarieven die vanaf 01.02.2016 gelden voor een maandabonnement eerste klasse.

Voor het inkomstenjaar 2015 moet nog rekening worden gehouden met de tarieven die vanaf 01.02.2015 gelden voor een weektreinkaart eerste klasse.

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

P. GYSEN
Adviseur - Directeur