Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 05.03.1993

CIRC 05.03.93/1

Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 05.03.1993


Bull. nr. 726, pag. 812

FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN
Gedwongen meerwaarde

GEDWONGEN MEERWAARDE
Vrijstellingsvoorwaarde


7e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992

Belastingstelsel van de meerwaarden verwezenlijkt ter gelegenheid van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis die vóór 1 januari 1990 plaatsvond.

GEDWONGEN MEERWAARDEN


Inhoudstabel I. WETTEKST I/351 II. COMMENTAAR I/352 - 356 I. WETTEKST

W. 28.07.1992


Art. 42

I/351
Art. 333, § 1, 7°, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen wordt aangevuld met het volgende lid :

.....

"De bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, zoals ze bestonden voordat ze werden opgeheven of gewijzigd door de in het eerste lid vermelde artikelen, blijven van toepassing op de meerwaarden verwezenlijkt ter gelegenheid van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis die vóór 1 januari 1990 plaatsvond;"

II. COMMENTAAR

I/352
De W. 22.12.1989 heeft het vroegere belastingstelsel van de meerwaarden grondig gewijzigd (*). De doorgevoerde wijzigingen waren oorspronkelijk van toepassing op de vanaf 01.01.1990 vastgestelde, uitgedrukte of verwezenlijkte meerwaarden (art. 333, § 1, 7°, W. 22.12.1989).



(*)Zie inzonderheid 11e tot 14e, 16e en 20e aflevering van de commentaar op de W. 22.12.1989 (Ci.D.19/416.334).
I/353
Dit had tot gevolg dat meerwaarden die vanaf 01.01.1990 werden verwezenlijkt naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis niet meer in aanmerking kwamen voor de vroegere vrijstellingsregeling overeenkomstig het oude art. 35, WIB (*), ook al hadden die gebeurtenissen zelf vóór 01.01.1990 plaats. Dit is het gevolg van het feit dat gedwongen meerwaarden pas geacht worden te zijn verwezenlijkt op de datum van ontvangst van de vergoeding.



(*)Deze vrijstellingsregeling is vervangen door het "stelsel van gespreide belasting" (art. 47, WIB 1992 - oud art. 32sexies, WIB).
I/354
De betaling van een vergoeding na 31.12.1989 zou derhalve tot gevolg hebben gehad dat een gedwongen meerwaarde die een belastingplichtige i.v.m. een vóór die datum voorgekomen gebeurtenis heeft verwezenlijkt aan een minder gunstig belastingstelsel zou worden onderworpen dan in de vorige regeling (gespreide belasting i.p.v. vrijstelling onder beding van wederbelegging van de vergoeding).

Om die toestand te verhelpen is laatst aangehaalde bepaling van de W. 22.12.1989 zo aangepast dat het vroegere belastingstelsel voor gedwongen meerwaarden verder van toepassing blijft voor alle gevallen waarin de onteigening, het schadegeval, enz. vóór 01.01.1990 heeft plaatsgehad.

I/355
Voor dergelijke gedwongen meerwaarden blijven m.a.w. de desbetreffende bepalingen van het WIB, zoals zij bestonden vóór de W. 22.12.1989, verder gelden, ongeacht of die meerwaarden tijdens de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt of naar aanleiding van de stopzetting ervan. Bij de beoordeling van het belastingstelsel van die meerwaarden moeten dan ook de administratieve commentaren op die wetsbepalingen in acht worden genomen.

I/356
Als stelregel geldt dus dat de datum van het schadegeval, de onteigening, enz. bepalend is voor het belastingstelsel dat op gedwongen meerwaarden die ten vroegste op 01.01.1990 zijn verwezenlijkt, moet worden toegepast.

Concreet houdt dit o.m. in dat gedwongen meerwaarden, ook al wordt de schadevergoeding na 31.12.1989 ontvangen, voor de in art. 35, WIB (oud) vermelde vrijstellingsregeling in aanmerking komen, mits het schadegeval, enz. vóór 01.01.1990 heeft plaats gehad. Dit betekent evenwel ook dat, om die vrijstelling te behouden, aan de ter zake gestelde herbeleggingsvoorwaarden moet worden voldaan (*).



(*)Zie Com.IB art. 35, WIB en nrs. II/131-150 van circ. Ci.D.19/402.192 van 08.03.1990 (16e aflevering - hervormingswet 07.12.1988).