Circulaire nr. Ci.RH.243/465.913 van 16.04.1996

Bull. nr. 761, pag. 1028
WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992
Rechtzetting van onvolmaaktheden.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTEKSTEN
1.
Art. 6 W 6.7.1994
In artikel 25, 4°, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de woorden "terug te betalen om de onderneming uit te breiden" vervangen door de woorden "terug te betalen, om de onderneming uit te breiden".

Art.
8 W 6.7.1994
In de Franse tekst van artikel 49, tweede lid, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), wordt het woord "comptabilisées" vervangen door het woord "comptabilisés".

Art.
10 W 6.7.1994
In artikel 56, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in e, worden de woorden "als zodanig zijn erkend ingevolge de wet van 9 juli 1957" vervangen door de woorden "onder de toepassing vallen van de wet van 12 juni 1991";
in j, worden de woorden "voor huisvestingskrediet" vervangen door de woorden "voor huisvesting";
in de Franse tekst van j, worden de woorden "celle-ci " vervangen door de woorden "celles-ci".
Art.
11 W 6.7.1994
In artikel 59 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 79 van de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in het derde lid, worden tussen de woorden "levensverzekeringscontracten" en "worden" de woorden "en van pensioensparen" ingevoegd;
in de Franse tekst van het vierde lid worden de woorden "de ces charges" geschrapt.
Art.
12 W 6.7.1994
In artikel 64 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
het eerste lid wordt door de volgende bepaling vervangen:
"De Koning kan, bijeen in Ministerraad overgelegd besluit, onder de voorwaarden, binnen de grenzen en volgens de regels die Hij bepaalt, in een keuzestelsel van degressieve afschrijvingen voorzien";
tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd:
"De Koning bepaalt de vaste activa waarop de degressieve afschrijving van toepassing is".

Art, 14 W 6.7.1994
Artikel 71 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 71. Indien bij de overdracht of bij de buitengebruikstelling van een vast activum liet totaal van de overeenkomstig artikel 70 verrichte aftrekken lager is dan de aftrek die had kunnen worden toegepast overeenkomstig artikel 69, wordt een aanvullende aftrek tot het bedrag van dat verschil verleend.

Art.
88 W 6.7.1994
In de Franse tekst van artikel 30, § 9, van dezelfde wet (W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725)), worden de woorden "Les articles 2 et 3ter" vervangen door de woorden "Les articles 2 et 3".

Art.
91, tweede en derde lid, W 6.7.1994
De artikelen ... 6, 8, ... 10, 2° en 3°, 11, 12, 14, ... hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1992.

Artikel 10, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1992.
II. COMMENTAAR
2. De hiervoor vermelde artikelen van de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) strekken er in hoofdzaak toe een aantal onvolmaaktheden recht te zetten die, mede ten gevolge van de coördinatie van het WIB, in bepaalde wetteksten waren geslopen.
3. Aldus betreffen de respectievelijk door de art. 6, 8, 10, 3, 11, 2° en 88, W 6.7.1994 aan de Nederlandse tekst van art. 25, 4°, WIB 92 en aan de Franse tekst van de art. 49, tweede lid, WIB 92, 56, § 2, 2°, j, WIB 92, 59, vierde lid, WIB 92 en 30, § 9, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, gebrachte wijzigingen loutere rechtzettingen van materiële misslagen.
4. Ook de art. 10, 1° en 2°, W 6.7.1994 houden geen wezenlijke wijzigingen in.
Art. 10, 1°, W 6.7.1994 brengt de tekst van art. 56, § 2, 2°, e, WIB 92 in overeenstemming met de gewijzigde wetgeving op het vlak van het consumentenkrediet (de verwijzing naar de wet van 9 juli 1 957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering wordt vervangen door een verwijzing naar de in het BS van 9.7.1991 gepubliceerde - wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet).
Art. 10, 2°, W 6.7.1994 betreft een wijziging van art. 56, § 2, 2°, j, WIB 92 die louter van terminologische aard is (nl. vervanging van de term "huisvestingskrediet" door de term "huisvesting").
5. Art. 12 W 6.7.1994 heeft dan weer tot doel de gecoördineerde tekst van art. 64 WIB 92 in overeenstemming te brengen met de tekst (van het vroegere art. 49 WIB) die van toepassing was vóór de coördinatie van het WIB.
Dit houdt in dat de vaststelling van de vaste activa waarop de degressieve afschrijving van toepassing is, bij voortduur bij een gewoon KB kan geschieden; een bij Ministerraad overlegd KB is dus niet noodzakelijk.
6. Ook art. 14 W 6.7.1994 heeft tot doel een "gecoördineerde" tekst, nl. die van art. 71 WIB 92 inzake de toekenning van een aanvullende investeringsaftrek bij voortijdige overdracht of buitengebruikstelling van een vast activum waarvoor de gespreide investeringsaftrek werd toegepast, in overeenstemming te brengen met de tekst die vóór de coördinatie van het WIB van toepassing was (nl. art. 42ter, § 5, tweede lid, WIB).
Door die wijziging blijven de richtlijnen die zijn uiteengezet in de nrs. 68/78 en 79, Com.IB 92 zonder meer van toepassing.
Tenslotte wordt door art. 11, 1°, W 6.7.1994 in fine van art. 59, derde lid, WIB 92 gepreciseerd dat de uitkeringen op grond van het pensioen sparen (zoals de uitkeringen op grond van individuele levensverzekeringscontracten) niet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de grens van 80 % die o.m. geldt inzake de als beroepskosten aftrekbare werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood.
Die precisering is trouwens reeds opgenomen in nr. 59/5 Com.IB 92.
Zij geldt uiteraard ook voor de beoordeling van de 80 % grens die toepasselijk is inzake de persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die door de werkgever op de bezoldigingen zijn ingehouden en die:
  • tot en met het aj. 1993 als beroepskosten aftrekbaar waren;
  • met ingang van het aj. 1994 recht geven op de belastingvermindering voor het lange termijnsparen (zie dienaangaande ook art. 145^3 WIB 92 dat in het tweede lid naar art. 59, derde lid, WIB 92 verwijst).
III. INWERKINGTREDING
8. Alle hierboven besproken wijzigingen hebben uitwerking met ingang van het aj. 1992 (cf. art. 91, tweede lid, W 6.7.1994), zijnde het aj. waarin de gecoördineerde tekst van het WIB 92 in voege is getreden, met uitzondering van:
  • de in nr. 4 besproken wijziging met betrekking tot art. 10, 1°, W 6.7.1994, die uitwerking heeft met ingang van 1.7.1992 (cf. art. 91, derde lid, W 6.7.1994);
  • de in nr. 3 besproken rechtzetting in de Franse tekst van art. 30, § 9, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (cf, art. 88, W 6.7.1994), waarvan de uitwerking teruggaat tot de oorspronkelijke invoeging van dat artikel; voormeld art. 30, § 9, bepaalt dat de art. 2 en 3 van de voornoemde W 28.12.1992 van toepassing zijn op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 1.1.1992 (die wijzigingen zijn besproken in de circ. 7.7.1993, Ci.RH.243/450.982 Bull. 730, en de 15e aflevering van de commentaar op de W 28.7.1992 houdende, fiscale en financiële bepalingen Ci.D.19/444.905 van 21.6.1993 Bull. 730).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur generaal,
V. KINDT.