Circulaire 2018/C/68 betreffende de plaats van goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten in functie van hun daadwerkelijk gebruik (use and enjoyment-regel)
Deze circulaire bespreekt het uitgebreid toepassingsgebied van de useandenjoyment-regel met betrekking tot goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten.
Plaats van de dienst ; goederenvervoer en ermee samenhangende diensten ; relatie Business to Business (B2B) ; use and enjoyment-regel
FOD Financiën, 31.05.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde
I. Inleiding – Draagwijdte van de wijzigingen
II. Betrokken wettelijke bepalingen
III. Doel van de use and enjoyment-regel – Overeenstemming met het Europees recht
IV. Toepassingsgebied van de use and enjoyment-regel
1. Algemene regel waar de use and enjoyment-regel van afwijkt
1.1. Hoedanigheid van de ontvanger van de dienst
1.2. Ontbreken van een uitvoeringsmaatregel in een relatie Business to Consumer (B2C)
2. Materiële reikwijdte van de use and enjoyment-regel
2.1. Beoogde diensten
2.2. Uitgesloten diensten
3. Geografische reikwijdte van de use and enjoyment-regel
3.1. Werkelijk gebruik of werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap
3.2. Werkelijk gebruik of werkelijke exploitatie in België
V. Toepassing
VI. Inwerkingtreding
I. Inleiding – Draagwijdte van de wijzigingen
Artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006, betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, laat elke lidstaat toe om maatregelen te nemen teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen met betrekking tot diensten waarvan de plaats wordt bepaald op grond van de artikelen 44, 45, 56, 58 en 59 van die richtlijn.
Artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek machtigt de Koning om dergelijke maatregelen voor een bepaald aantal van die diensten, verricht in een B2B-relatie, in het interne recht in te voeren.
Het koninklijk besluit nr. 57 van 17.03.2010 met betrekking tot de plaats van diensten in functie van hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie inzake belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 25.03.2010) vormde een eerste specifieke uitvoeringsmaatregel van artikel 21, § 4, 1°, van het Btw-Wetboek (zie Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit nr. 57 van 31.10.2017, Belgisch Staatsblad van 13.11.2017).
Middels het nieuwe koninklijk besluit nr. 57 van 31.10.2017 met betrekking tot de plaats van diensten in functie van hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie inzake belasting over de toegevoegde waarde wat goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten betreft (Belgisch Staatsblad van 13.11.2017), wordt nu ook uitvoering gegeven aan artikel 21, § 4, 2°, van het Btw-Wetboek. Dit koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), genomen ter uitvoering van artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek, heft het koninklijk besluit nr. 57 van 17.03.2010 op.
Deze circulaire bespreekt de door het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, ingevoerde wijzigingen en aangebrachte verduidelijkingen, waarbij tevens wordt herinnerd aan de bestaande uitvoeringsbepaling die behouden blijft.
Het voorwerp van deze circulaire is meer bepaald de invoering van een bepaling die, onder bepaalde voorwaarden, België aanmerkt als plaats van voornoemde diensten wanneer zij er materieel worden gebruikt of geëxploiteerd. Deze nieuwe regel vormt de tegenhanger van de reeds bestaande bepaling volgens dewelke dezelfde diensten, onder bepaalde voorwaarden, buiten de Gemeenschap plaatsvinden wanneer hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie er geschieden.
De circulaire AFZ nr. 19/2009 van 22.12.2009 en de circulaire AOIF nr. 3/2010 van 07.01.2010 moeten in die zin worden aangepast. Voor het overige, blijven ze van toepassing.
II. Betrokken wettelijke bepalingen
Artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG laat de invoering van een use and enjoyment-regel toe:
“Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de plaats van verrichting valt onder de artikelen 44, 45, 56, 58 en 59,
a) de plaats van een dienst of alle diensten, die krachtens die artikelen op hun grondgebied is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
b) de plaats van een dienst of alle diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken op hun grondgebied te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie op hun grondgebied geschieden.”
Artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek stelt de algemene plaatsbepalingsregel vast die in een B2B-relatie van toepassing is:
“De plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.”
Artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek voorziet de mogelijkheid om een use and enjoyment-regel in te voeren die van die algemene plaatsbepalingsregel afwijkt:
“Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten bedoeld in de paragrafen 2 en 3, 5° of voor sommige ervan:
1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
2° de plaats van deze diensten die, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in België te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.”
Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, geeft uitvoering aan artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek voor sommige van de diensten die er limitatief worden opgesomd:
“§ 1. Overeenkomstig artikel 21, § 4, 1°, van het Wetboek wordt de plaats van navolgende diensten die op grond van artikel 21, § 2, van het Wetboek in België is gelegen, in afwijking hiervan, geacht buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden :
1° de goederenvervoerdiensten;
2° de diensten die met het goederenvervoer samenhangen zoals het laden, lossen, de behandeling van goederen en soortgelijke activiteiten.
Het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van goederenvervoerdiensten en van de diensten die met goederenvervoer samenhangen geschiedt buiten de Gemeenschap wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst wordt afgelegd buiten de Gemeenschap.
§ 2. Overeenkomstig artikel 21, § 4, 2°, van het Wetboek wordt de plaats van de in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2° bedoelde diensten die op grond van artikel 21, § 2 van het Wetboek buiten de Gemeenschap is gelegen, in afwijking hiervan, geacht in België te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België geschieden.
Het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van goederenvervoerdiensten en van de diensten die met goederenvervoer samenhangen geschiedt in België wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst wordt afgelegd in België.”
III. Doel van de use and enjoyment-regel – Overeenstemming met het Europees recht
Elke lidstaat van de Gemeenschap mag, binnen de grenzen van artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG, maatregelen nemen teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen. Die grenzen hebben tot doel elke moeilijkheid op het niveau van de Gemeenschap uit te sluiten, vermits de use and enjoyment-regel slechts van toepassing is indien hij geen gevolgen kan hebben voor de andere lidstaten.
Het doel van artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek, dat de omzetting in Belgisch recht vormt van artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG voor sommige van de diensten die er limitatief worden opgesomd, bestaat er meer bepaald uit:
- ofwel bepaalde diensten van de belasting uit te sluiten door ze uit het territoriaal toepassingsgebied van de Belgische btw te halen, door middel van de invoering van een afwijking op de algemene plaatsbepalingsregel voorzien in artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, omdat hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap plaatsvinden
- ofwel diezelfde diensten in België te laten plaatsvinden, wanneer ze op grond van de algemene regel voorzien in artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek geacht worden buiten de Gemeenschap plaats te vinden, terwijl zij materieel in België worden gebruikt of geëxploiteerd.
IV. Toepassingsgebied van de useandenjoyment-regel
1. Algemene regel waar de useandenjoyment-regel van afwijkt
De use and enjoyment-regel, ingevoerd door artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, wijkt af van de algemene plaatsbepalingsregel voor diensten verricht in een B2B-relatie, voorzien in voormeld artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek.
Die algemene regel is slechts van toepassing op de diensten die niet aan een afwijkende plaatsbepalingsregel, voorzien in artikel 21, § 3, van het Btw-Wetboek, zijn onderworpen.
1.1. Hoedanigheid van de ontvanger van de dienst
Om voornoemde algemene regel bij de plaatsbepaling van een dienst toe te passen, moet de ontvanger als een belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek worden aangemerkt. Wordt als zodanig aangemerkt, niet enkel de belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het Btw-Wetboek, met inbegrip van de gedeeltelijke belastingplichtige, zelfs indien die laatste de ontvangen diensten toewijst aan zijn activiteit buiten de werkingssfeer, maar eveneens de niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd of zou moeten zijn omwille van zijn intracommunautaire verwervingen van goederen.
De toepassing van voornoemde algemene plaatsbepalingsregel vereist dat de ontvanger van de dienst een als zodanig handelend belastingplichtige is.
1.2. Ontbreken van een uitvoeringsmaatregel in een relatie Business to Consumer (B2C)
In het kader van een B2C-relatie, is de ontvanger van de dienst geen belastingplichtige zoals beschreven in artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek (zie titel 1.1., hiervoor).
In lijn met artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek, machtigt artikel 21bis, § 3, van het Btw-Wetboek de Koning om een use and enjoyment-regel in het interne recht in te voeren, voor sommige van de in artikel 59bis van de richtlijn 2006/112/EG, waarvan het de omzetting vormt, limitatief opgesomde diensten in een B2C-relatie.
Er is echter geen uitvoeringsmaatregel in dat verband ingevoerd.
Worden meer bepaald niet beoogd door het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, de goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten verricht in een B2C-relatie. Er dient te worden opgemerkt dat reeds een materieel uitvoeringscriterium in aanmerking wordt genomen ten opzichte van de andere dan intracommunautaire goederenvervoerdiensten en de met goederenvervoer samenhangende diensten verricht aan dergelijke ontvangers (artikel 21bis, § 2, 3° en 6°, b), van het Btw-Wetboek).
2. Materiële reikwijdte van de useandenjoyment-regel
2.1. Beoogde diensten
De use and enjoyment-regel, ingevoerd door artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, heeft in een B2B-relatie slechts betrekking op goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten.
Het goederenvervoer is een handeling die bestaat uit het verplaatsen van zaken, van een plaats naar een andere aangewezen plaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel.
Zijn onder meer vervoermiddelen: de al dan niet gemotoriseerde landvoertuigen zoals wagens, vrachtwagens en spoorwagons evenals de al dan niet gemotoriseerde boten en luchtvaartuigen.
Enkel het goederenvervoer wordt door de use and enjoyment-regel beoogd, met uitsluiting van het personenvervoer (zie hiertoe titel 2.2., hierna).
Onder met goederenvervoer samenhangende diensten wordt verstaan, het laden, het lossen, het behandelen van goederen en soortgelijke activiteiten, zonder dat daarbij de aard van de goederen wordt gewijzigd.
Een dergelijke handeling dient rechtstreeks betrekking te hebben op het vervoerde goed en moet bovendien rechtstreeks verband houden met het vervoer.
Beantwoorden in elk geval aan die voorwaarden, onder meer:
- het laden van een zeeschip, van een boot, van een wagon, van een vrachtwagen, en meer algemeen, van om het even welk voertuig
- het lossen van die voertuigen
- het overslaan uit een voertuig in een ander voertuig
- het overpompen van vloeibare producten, met of zonder verwarming, bij het laden of lossen
- het stuwen, het ontstuwen, het in evenwicht brengen van voertuigen door verplaatsing van de lading
- het wegen, het meten en het peilen; de controle en de ambtshalve inontvangstneming van goederen; het tellen van vaten, zakken en balen; de ondersteuning verleend bij deze handelingen en de controle erop; het in ontvangst nemen van goederen, het nemen en analyseren van monsters; het opmaken van gewicht- of meetnota's, luiklijsten en tallylijsten
- het opmaken van rapporten en getuigschriften in verband met het meten, het wegen en andere handelingen die verband houden met de inontvangstneming van goederen
- het beveiligen van goederen tegen slecht weer, diefstal, brandgevaar en ander gevaar voor verlies of vernieling
- het verpakken, het ompakken en het uitpakken van goederen, voor zover die handelingen noodzakelijk zijn voor het vervoer van de goederen, zoals het plaatsen van goederen in kisten en in vaten; het pallettiseren van goederen, het verpakken in zakken, het opensnijden van zakken, het samenstellen en splitsen van laadeenheden, het laden en lossen van containers, het schoren van goederen; de controle van voornoemde handelingen
- het klasseren en sorteren van goederen met het oog op hun vervoer of opslag; het stofvrij maken en het ontsmetten van goederen
- het verplaatsen van goederen met bijzondere toestellen op kaaien en in opslagplaatsen
- het merken van vaten, zakken …; het etiketteren en verzegelen van goederen, containers en vervoermiddelen
- expertise van de vervoerde goederen die tijdens het vervoer zijn beschadigd (circulaire AOIF nr. 03/2010 (nr. E.T.117.619) van 07.01.2010, randnummer 182).
2.2. Uitgesloten diensten
Hoewel de volgende diensten tot de afwijkingsmogelijkheden voorzien in artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek behoren, blijven zij bij gebrek aan een uitvoeringsmaatregel buiten het toepassingsgebied van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd:
- alle andere diensten dan goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten, die onderworpen zijn aan de plaatsbepalingsregels voorzien in artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek;
- de verhuur op korte termijn van een vervoermiddel, beoogd in artikel 21, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek.
Vermits de personenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten niet tot de afwijkingsmogelijkheden behoren, zijn zij uiteraard van de use and enjoyment-regel uitgesloten.
Er wordt opgemerkt dat de plaats van die diensten reeds op grond van een materieel uitvoeringscriterium wordt bepaald, met name de plaats waar het vervoer wordt verricht, zulks naar verhouding van de afgelegde afstanden (artikel 21, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek).
Daarnaast wordt een opslagdienst, als zodanig, niet als een met een goederenvervoer samenhangende dienst aangemerkt en wordt die dus eveneens van de use and enjoyment-regel uitgesloten.
3. Geografische reikwijdte van de useandenjoyment-regel
3.1. Werkelijk gebruik of werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap
Wanneer de belastingplichtige ontvanger van goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten in België is gevestigd en de plaats van die diensten derhalve in België is gelegen krachtens artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, wordt die plaats overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, geacht buiten de Gemeenschap te zijn gelegen wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van die diensten buiten de Gemeenschap plaatsvinden.
Wat meer in het bijzonder het goederenvervoer betreft, werd dat werkelijke gebruik of die werkelijke exploitatie in principe bepaald naar verhouding van de afgelegde afstanden buiten de Gemeenschap. Er is gebleken dat die laatste bepaling aanleiding gaf tot heel wat moeilijkheden, doordat ze de betrokken operatoren verplicht te bepalen welk gedeelte van het traject buiten de Gemeenschap wordt afgelegd (zie Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit nr. 57 van 31.10.2017, Belgisch Staatsblad van 13.11.2017).
Er wordt aan herinnerd dat reeds een administratieve tolerantie was voorzien met betrekking tot de toepassing van artikel 1 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 57 (oud). De minister van Financiën had immers al verduidelijkt dat de use and enjoyment-regel enkel betrekking heeft op goederenvervoer waarbij zowel de plaats van vertrek, de plaats van aankomst als het gehele afgelegde traject buiten de Gemeenschap liggen. Een goederenvervoer tussen België en Italië via Zwitserland is bijvoorbeeld uitgesloten (schriftelijke parlementaire vraag nr. 241 van de heer Volksvertegenwoordiger Christian Brotcorne van 24.01.2011).
Het nieuwe koninklijk besluit nr. 57, voornoemd, heeft tot doel de toepassing van die bepaling te verduidelijken en wettelijk te verankeren.
Om praktische redenen en om geen buitensporige verplichtingen aan die operatoren op te leggen, bevestigt de nieuwe bepaling thans immers dat het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten slechts buiten de Gemeenschap geschieden, wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst buiten de Gemeenschap wordt afgelegd.
3.2. Werkelijk gebruik of werkelijke exploitatie in België
Artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw), voornoemd, voert bovendien een uitvoeringsbepaling van artikel 21, § 4, 2°, van het Btw-Wetboek in en voorziet voor de voormelde diensten op die manier de tegenhanger van de bepaling opgenomen in paragraaf 1, door de betrokken diensten in België te laten plaatsvinden wanneer die er materieel worden gebruikt of geëxploiteerd.
Wanneer de toepassing van de algemene regel van artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek ten aanzien van goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten tot gevolg heeft dat die diensten buiten de Gemeenschap plaatsvinden, omdat de belastingplichtige ontvanger daar gevestigd is, zullen die diensten bijgevolg voortaan geacht worden in België plaats te vinden wanneer hun werkelijke gebruik of werkelijke exploitatie in België plaatshebben. Voor de toepassing van deze nieuwe bepaling geschiedt het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten in België wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst in België wordt afgelegd.
Hierbij mag uiteraard de toepassing van artikel 41, § 1, van het Btw-Wetboek niet uit het oog worden verloren.
Voorbeeld
Een Belgische transporteur vervoert op 14.05.2018 goederen van Brussel naar Antwerpen in opdracht van een Amerikaanse onderneming. In Antwerpen worden de goederen geladen op een zeeschip en vervoerd naar Zuid Korea. Vanaf het sluiten van de vervoersovereenkomst was het duidelijk dat de goederen bestemd waren om te worden uitgevoerd.
Het transport van Brussel naar Antwerpen vindt plaats in België overeenkomstig artikel 21, § 4, 2°, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit nr. 57. De dienst is evenwel vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek omdat het vervoer rechtstreeks verband houdt met de uitvoer van goederen vanuit België buiten de Gemeenschap.
4. Overzichtstabel
Volgende overzichtstabel laat toe het traject te bepalen dat het goederenvervoer moet afleggen om de use and enjoyment-regel toe te passen, naargelang de plaats waar de als zodanig handelende belastingplichtige ontvanger in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek is gevestigd:
Plaats waar de belastingplichtige ontvanger is gevestigd | Traject van het goederenvervoer | Wettelijke basis van de useandenjoyment-regel (plaats van het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie) | Plaats van de dienst |
In België | Integraal buiten de Gemeenschap | Artikel 21, § 4, 1°, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 57 | Niet in België |
Buiten de Gemeenschap | Integraal in België | Artikel 21, § 4, 2°, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit nr. 57 | In België |
V. Toepassing
Voorbeeld 1
Een vervoerder is belast met het vervoer van goederen voor rekening van twee als zodanig handelende belastingplichtigen in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. Een van de opdrachtgevers is in Luik gevestigd en de andere in Bern (Zwitserland). De plaats van vestiging van de vervoerder (dienstverrichter) is overigens van geen belang voor het bepalen van de plaats van de handeling.
Plaats van aankomst van het vervoer | Plaats van de dienst | ||
Ontvanger in Luik | Ontvanger in Bern | ||
Luik | Aalst (zonder België te verlaten) | In België, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) | In België, plaats van het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de dienst (artikel 21, § 4, 2°, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit nr. 57) |
Luik | Bern | In België, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek). In beginsel, vrijstelling door toepassing van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek | Buiten de Gemeenschap, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) |
Bern | Luik | In België, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek). In beginsel, vrijstelling door toepassing van artikel 41, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek | Buiten de Gemeenschap, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) |
Zürich | Bern (zonder de Gemeenschap binnen te komen) | Buiten de Gemeenschap, plaats van het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de dienst (artikel 21, § 4, 1°, van het Btw-Wetboek en artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 57) | Buiten de Gemeenschap, plaats waar de ontvanger is gevestigd (artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek) |
Voorbeeld 2
Een Belgische vervoerder is belast met het vervoer van goederen voor rekening van een zodanig handelende belastingplichtige in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek. De opdrachtgever is in Nice (Frankrijk) gevestigd. De goederen worden vervoerd van Luik naar Aalst.
Aangezien de ontvanger van de dienst is gevestigd in een andere Lidstaat van de Gemeenschap dan België kan de plaats van de handeling sowieso niet bepaald worden overeenkomstig artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek. De plaats van de handeling is Frankrijk.
VI. Inwerkingtreding
Het koninklijk besluit nr. 57 (nieuw) van 31.10.2017 (Belgisch Staatsblad van 13.11.2017), voornoemd, heft het koninklijk besluit nr. 57 van 17.03.2010 op en treedt in werking op 23.11.2017.
Er wordt opgemerkt dat bij dergelijke wijziging in de wetgeving of de regelgeving, het tijdstip van opeisbaarheid van de belasting doorslaggevend is om, in dit geval, de plaats van goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten te bepalen.
Gelet op de twijfel die kon bestaan nopens de juiste toepassing van de nieuwe bepalingen sinds de datum van inwerkingtreding tot de publicatie van deze circulaire werd beslist dat de administratie geen sanctie zal opleggen ten aanzien van de belastingplichtige die ter goeder trouw heeft gehandeld en die met betrekking tot die periode ten onrechte de btw niet zou hebben voldaan in België.
Interne ref.: 132.830
