Aanschrijving nr. 7/1996 d.d. 02.09.1996

Wettelijke rentevoet - Koninklijk besluit van 4 augustus 1996

MINISTERIE VAN FINANCIËN

Brussel, 2 september 1996

Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen

EE/E.L. 554/II

ED/Rdg. 1.14.13.11 A 232

ET/802L

ZEER DRINGEND

In het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1996 verscheen het koninklijk besluit van 4 augustus 1996tot wijziging van de wettelijke rentevoet. Dat besluit is op 1 september 1996 in werking getreden.

Het nieuw besluit vermindert de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en in handelszaken (z. Verzameling L, blz. 348: voetnoot (1) bij Burg. Wetb., art. 1907) van 8 op 7 pct. 's jaars, en dit vanaf 1 september 1996.

Wat al de thans door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen geheven belastingen betreft, waarvoor de wet bepaalt dat de moratoire interesten op de in te vorderen of terug te geven sommen verschuldigd zijn tegen de in burgerlijke zaken vastgestelde rentevoet (z. Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, art. 200, 223, 267 en 287; Wetboek der successierechten, art. 79, 81, 142^2, 153,161quater, en 162ter; Wetboek der zegelrechten, art.78; Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, art. 164, 179^1 en 204^3; Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, art. 91, § 4), moet de interest dus tot 31 augustus 1996 inbegrepen, berekend worden tegen de oude rentevoet en tegen de nieuwe rentevoet van 7 pct. vanaf 1 september 1996.

Inzake successierecht en recht van overgang bij overlijden dient er evenwel, voor de interesten die van rechtswege verschuldigd zijn overeenkomstig artikel 81 van het Wetboek, rekening te worden gehouden met de bepaling van artikel 82 naar luid waarvan de interest berekend wordt per vijftien dagen en iedere breuk van vijftien dagen verwaarloosd wordt. Indien een periode van vijftien dagen aanvang genomen heeft vóór 1 september 1996 om te eindigen na deze datum, moet de interest voor heel deze periode berekend worden tegen de nieuwe rentevoet van 7pct., wel te verstaan met inachtneming van de regel der berekening van de interest per volle periode van vijftien dagen.

Voorbeelden voor de berekening der van rechtswege verschuldigde interest inzake successiebelastingen (iedere maand wordt voor 30 dagen aangerekend: Wetboek, art. 82, 2de lid):

I. Wettelijke betalingstermijn verstreken op 6 juli 1996

Rechten betaald op 4 september1996: interest aan 8 pct. voor driemaal vijftien dagen (6 juli tot 20 augustus);

Rechten betaald op 14 september 1996: interest aan 8 pct. voor driemaal vijftien dagen (6 juli tot 20 augustus) en aan 7 pct. voor één periode van vijftien dagen (21 augustus tot 5 september);

Rechten betaald op 22 september 1996: interest aan 8 pct. voor driemaal vijftien dagen (6 juli tot 20 augustus) en aan 7 pct. voor twee periodes van vijftien dagen (21 augustus tot 20 september).

II. Wettelijke betalingstermijn verstreken op 29 augustus1996

Rechten betaald op 12 september 1996: geen interest (geen volle vijftien dagen);

Rechten betaald op 19 oktober 1996: interest aan 7 pct. voor drie periodes van vijftien dagen (29 augustus tot 13 oktober).

III. Wettelijke betalingstermijn verstreken op 31 augustus 1996

Rechten betaald op 12 september 1996: geen interest (geen volle vijftien dagen);

Rechten betaald op 22 september 1996: interest aan 7 pct. voor één periode van vijftien dagen (31 augustus tot 14 september).

Er wordt aan herinnerd dat die nieuwe rentevoet in domaniale zaken moet worden toegepast op de schuldvorderingen die wettelijke interesten opbrengen krachtens een gerechtelijke beslissing of een dwangbevel.

De nieuwe rentevoet moet eveneens worden bedongen in de schuldbekentenissen onderschreven vanaf 1 september 1996.

De conventionele interesten die, onder meer bedongen worden in de akten van verkoop, aankoop en verhuringen, alsmede in de toelatingen tot inbezitneming van te onteigenen goederen, worden met ingang van 1 september 1996 eveneens tot 7 pct. verminderd.

Het spreekt vanzelf dat de rentevoet die bepaald werd in reeds afgesloten overeenkomsten ongewijzigd blijft.

Namens de Minister:

De Directeur-generaal,

F. BURNONVILLE