Aanschrijving nr. 2 dd. 30.01.1984
AANSCHRIJVING 84/002
Aanschrijving nr. 2 dd. 30.01.1984
Gunstregeling inzake B.T.W. en inschrijvingstaks
Bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten
Onderwerp van de aanschrijving.
1. De wetgeving op de belasting over de toegevoegde waarde voorziet, sedert 1 januari 1971, in een gunstregeling ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten bij de verkrijging en tijdens het gebruik van een automobiel voor personenvervoer, uitsluitend gebruikt als persoonlijk vervoermiddel van deze personen. Dit stelsel wordt geregeld bij artikel 77, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, bij artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde en bij de rubrieken XXII en XXVI, nummer 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot- indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
In het stelsel van de inschrijvingstaks, dat in werking trad op januari 1978, is eveneens een gunstregeling voorzien voor de inschrijving van een personenauto op naam van bepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten die dat voertuig slechts voor hun persoonlijk vervoer aanwenden. Deze regeling is vervat in artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en in artikel 8, 9°, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
2. Per 1 januari 1984 werden hogergenoemde gunstregelingen gewijzigd. Deze wijzigingen maken het voorwerp uit van de artikelen 48 en 51 van de wet van 28 december 1983 (1) houdende fiscale en begrotingsbepalingen en van de artikelen 1, 3, 5, 7 en 8 van het koninklijk besluit van 29 december 1983 (2) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4 en 20 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen. Deze wet en dit koninklijk besluit zijn gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983.
3. De tekst van de artikelen 48 en 51 van de wet van 28 december 1983, evenals de tekst van het koninklijk besluit van 29 december 1983, vindt U in deze Revue op blz. 173 en 182.
4. Na een beknopt overzicht van de van kracht zijnde gunstregelingen waarvan de basisprincipes behouden blijven, worden in deze aanschrijving de wijzigingen toegelicht die per 1 januari 1984 aan deze regelingen werden aangebracht.
Eerste afdeling. - Algemene draagwijdte van de gunstregelingen die inzake BTW en inschrijvingstaks van toepassing waren vóór 1 januari 1984 ten voordele van invaliden en gehandicapten.
5. Ten einde bcter de draagwijdte te kunnen omlijnen van de wijzigingen die van kracht worden op 1 januari 1984, is het nuttig te herinneren aan de grote lijnen waaruit deze gunstregelingen voor deze datum bestonden.
I. Punten van overeenkomst tussen beide gunstregelingen.
6. Beide gunstregelingen vertonen bepaalde punten van overeenkomst, wat betreft de grondvoorwaarden en de vormvoorwaarden. De gunstregelingen beogen dezelfde categorieën van invaliden en gehandicapten, welke beperkend worden opgesomd. Zij zijn uitsluitend van toepassing voor automobielen voor personenvervoer en kunnen slechts voor één enkel voertuig tegelijk worden toegestaan. Ze houden tevens in dat het voertuig alleen als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte mag worden gebruikt, dat het moet worden ingeschreven op zijn naam (of op naam van zijn wettige vertegenwoordiger) en dat, wanneer hij recht heeft op vrijstelling van de verkeersbelasting, de invalide of gehandicapte effectief van deze vrijstelling geniet.
A. Categorieën van invaliden en gehandicapten.
7. Het voordeel van de gunstregelingen mag slechts worden toegestaan aan de personen die behoren tot één van de volgende categorieën van invaliden of gehandicapten :
1° militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten;
2° personen die volledig blind zijn;
3° personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd;
4° personen met een blijvende invaliditeit van ten minste 50 pct. uitsluitend te wijten aan gebrekkigheid van de onderste ledematen.
B. Beoogde automobielen.
8. Alleen de automobielen worden bedoeld, dit wil zeggen de "personenauto's" en "auto's voor dubbel gebruik", inbegrepen de zogenaamde voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4", die zowel worden beoogd in rubriek I, nummer 1, van tabel C van de bijlage bij het reeds vermelde koninklijk besluit nr. 20 als in artikel 2, eerste lid, 1°, littera a, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. "Minibussen" worden eveneens beoogd, maar uitsluitend in de uitzonderlijke situaties waarin hun gebruik wordt verrechtvaardigd door de noodwendigheden van het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte. De begrippen "personenauto's", "auto's voor dubbel gebruik" en "minibussen" worden nader gedefinieerd in de aanschrijving nr. 5 van 10 februari 1978 (3); de voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4", die beoogd worden in de hogervermelde bepalingen, worden omschreven in de aanschrijving nr. 5 van 2 mei 1980 (4) en in de aanschrijving nr. 8 van 5 augustus 1980 (5).
Aangestipt wordt dat "motorhomes" niet kunnen genieten van de gunstregelingen.
C. Beperking van de grunstregeling tot één enkel voertuig tegelijk.
9. Het voordeel van de gunstregelingen kan slechts worden ingeroepen voor één enkel voertuig tegelijk.
D. Uitsluitend gebruik van het voertuig als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte.
10. Aangezien de gunstregelingen juist werden ingesteld terwille van de specifieke behoeften van de bovengenoemde invaliden en gehandicapten, is het toekennen van de voordelen ondergeschikt aan de voorwaarde dat het voertuig uitsluitend dient als persoonlijk vervoermiddel van de begunstigde. Het naleven van deze voorwaarde houdt in dat de invalide of gehandicapte zelf, alleen of vergezeld, aanwezig is in het voertuig telkens wanneer dit op de openbare weg wordt gebruikt, ongeacht of de invalide of gehandicapte het voertuig bestuurt of dat hij zich laat rijden. Het is nochtans toegelaten dat het voertuig af en toe wordt gebruikt voor verplaatsingen verricht zonder de aanwezigheid van de invalide of gehandicapte maar dan voor doeleinden die in verband staan met zijn bijzondere toestand (bijvoorbeeld, de terugreis met het voertuig waarin de invalide of gehandicapte werd vervoerd naar zijn van tewerkstelling of naar een ziekenhuis waarin hij moetverblijven).
E. Inschrijving van het voertuig.
11. Het voertuig moet worden ingeschreven op naam van de invalide of gehandicapte of, in voorkomend geval, op naam van zijn wettige vertegenwoordiger (vader, moeder of voogd).
F. Vrijstelling van de verkeersbelasting.
12. Met uitzondering van de oorlogsinvaliden die uit dien hoofde genieten van een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. maar van minder dan 60 pct., hebben de invaliden en gehandicapten, die behoren tot één van de categorieën opgesomd onder nr. 7, gelijklopend met de gunstregelingen inzake B T`W en inschrijvingstaks recht op vrijstelling van de verkeersbelasting voor hun voertuig. Om aanspraak te kunnen maken op deze gunstregelingen dienen de oorlogsinvaliden die recht hebben op de vrijstelling van de verkeersbelasting en de gehandicapten derhalve werkelijk van deze vrijstelling te genieten
G. Vormvoorwaarden.
13. Belangrijk is vooral dat de invalide of gehandicapte in het bezit dient te zijn van een invaliditeitsgetuigschrift dat is uitgereikt :
1° voor de oorlogsinvaliden, door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend (voor de Belgische oorlogsinvaliden is dit de Administratie der pensioenen, Jan Jacobsplein 10, 1000 Brussel, of het Bestuur der Oorlogsslachtoffers, Luchtscheepvaartsquare 31, 1070 Brussel);
2° voor de personen die een pensioen, uitkering of vergoeding genieten door tussenkomst van de Dienst voor tegemoetkomingen aan de mindervaliden, door deze dienst, welke gevestigd is in de Zwarte Lievevrouwstraat 30, 1000 Brussel;
3° voor de personen die een vergoedingspensioen of een militair pensioen genieten wegens een invaliditeit opgelopen in vredestijd, door de Administratie der pensioenen, Jan Jacobsplein 10, 1000 Brussel;
4° voor de andere personen, door de Administratieve Gezondheidsdienst, World Trade Center 1, Emile Jacqmainlaan 162, 1000 Brussel .
H. Niet naleving van de grondvoorwaarden vermeld onder D, E en F.
14. Wanneer de invalide of gehandicapte het voertuig anders dan als persoonlijk vervoermiddel gebruikte (z. nr. 10), het liet inschrijven op een andere naam dan de zijne of, in voorkomend geval, dan die van zijn wettige vertegenwoordiger (z. nr. 11) of de verkeersbelasting, waarvan hij recht op vrijstelling heeft, vrijwillig betaalde (z. nr. 12), dan verloor hij, ongeacht het tijdstip waarop dit gebeurde en zelfs indien dit geschiedde gedurende een beperkte periode, het voordeel van de gunstregeling. Hij diende derhalve, bij gebrek aan een meer aangepaste herzieningsprocedure, de BTW of de inschrijvingstaks die normaal verschuldigd zou zijn, naargelang het geval, bij de aankoop of invoer van het voertuig of bij de inschrijving ervan, volledig te betalen.
15. Daarentegen was de invalide of gehandicapte die het voertuig opnieuw verkocht, zelfs indien dit korte tijd na de aankoop of invoer ervan gebeurde, niet gehouden tot enige regularisatie met betrekking tot deze aankoop of invoer of met betrekking tot de inschrijving, indien hij tot op dat ogenblik voldeed aan de voorwaarden van de gunstregeling waarvan hij het voordeel had ingeroepen.
16. De aandacht wordt er nu reeds op gevestigd dat er vanaf 1 januari 1984, zowel voor de gevallen beoogd onder nr. 14, als voor de toestand omschreven onder nr. 15 (z. nrs. 36 e.v.) in een aangepaste herzieningsprocedure is voorzien.
II. Bijzonderheden van de Kunstregeling inzake belasting over de toegevoegde waarde.
17. De gunstregeling inzake BTW heeft enerzijds betrekking op de aankoop of de invoer van het voertuig door de invalide of gehandicapte, vooropgesteld dat, wat de aankoop betreft, deze binnen de werkingssfeer van de BTW valt (hetgeen inhoudt dat de verkoper of degene die het voertuig overdraagt een belastingplichtige is die handelt in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid waarvoor hij de hoedanigheid van belastingplichtige heeft) en, anderzijds, op de aankopen en invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren, door de invalide of gehandicapte, ten behoeve van het voertuig en op de onderhouds- en herstellingswerken aan dit voertuig.
A. Aankoop of invoer van het voertuig
18. De gunstregeling voorzien inzake BTW, met betrekking tot de aankoop of de invoer van het voertuig, heeft plaats in twee stadia. In een eerste stadium kan de invalide of gehandicapte, op voorlegging van zijn invaliditeitsgetuigschrift (z. nr. 13 hierboven), het voertuig aankopen of invoeren tegen het verlaagd tarief van 6 pct. in de plaats van tegen het tarief van 25 pct., in voorkomend geval verhoogd met de aanvullende weeldetaks waarvan het thans 8 pct. bedraagt. In een tweede stadium verkrijgt de invalide of gehandicapte van de administratie de terugbetaling van de tegen dit verlaagd tarief gekweten BTW door de indiening van een aanvraag tot teruggaaf.
B. Aankoop of invoer van onderdelen, uitrustingstukken en toebehoren en onderhouds- en herstellingswerken.
19. Voor zover alle gestelde voorwaarden zijn vervuld kunnen de aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren door de invalide of gehandicapte ten behoeve van het voertuig, evenals de onderhouds- en herstellingswerken aan dit voertuig genieten van het verlaagd tarief van 6 pct., zonder mogelijkheid tot teruggaaf van de BTW gekweten tegen dit tarief. Hierbij dient geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de aankoop of de invoer van het voertuig binnen de werkingssfeer van de BTW viel dan wel dat de inschrijving ervan binnen het toepassingsgebied van de inschrijvingstaks viel.
III. Bijzonderheden van de gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
20. De gunstregeling inzake inschrijvingstaks voor de inschrijving van het voertuig op naam van de invalide of gehandicapte bestaat in de vrijstelling van deze taks.
Afdeling II.- Wijzigingen aangebracht aan de gunstregelingen per 1 januari 1984.
21. Per 1 januari 1984 werden twee fundamentele wijzigingen aangebracht aan de gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, gunstregelingen waarvan de werking herinnerd werd in de eerste afdeling hierboven. Enerzijds houdt het voordeel van deze gunstregelingen voortaan het voorafgaandelijk akkoord van de administratie in; de modaliteiten van dit akkoord worden uiteengezet in de nrs. 23 tot 34 hierna. Anderzijds wordt voor de toepassing van deze regelingen een nieuw criterium ingevoerd : het voordeel ervan veronderstelt thans het gebruik van het voertuig door de invalide of gehandicapte als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar; de draagwijdte van dit criterium wordt nader toegelicht in de nrs. 36 en volgende.
22. Deze twee wijzigingen brengen eveneens gevolgen mee op het stuk van de verschillende formaliteiten. Deze gevolgen worden toegelicht in nr. 35 en in de nrs. 74 en volgende. De maatregelen die toepasselijk zijn tijdens de overgangsperiode (voertuigen geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 en die door de invalide of gehandicapte verder zullen worden gebruikt na 31 december 1983), worden behandeld in de nrs. 79 tot 81.
Eerste onderafdeling. Voorafgaandelijk akkoord van de administratie.
23. Vanaf 1 januari 1984 is het voordeel van de gunstregelingen, zowel inzake belasting over de toegevoegde waarde als inzake inschrijvingstaks, onderworpen aan het voorafgaandelijk akkoord van de administratie. De aanvraag en het toekennen van dit akkoord worden respectievelijk geregeld door rubriek XXII, eerste afdeling, § 4, 2°, 3° en 5°, van tabel A van de bijlage bij het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 20, en door artikel 8bis, § 2, 2° en 3°, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
24. Deze maatregel heeft vooral tot doel de invalide of gehandicapte, van bij het begin, op een precieze wijze in te lichten over zijn rechten en verplichtingen en, in geval van verkoop vallend binnen de toepassingssfeer van de BTW, de verkoper te ontlasten van de verantwoordelijkheid wat de gegrondheid aangaat van de heffing tegen het verlaagd tarief. Deze maatregel verzwaart nagenoeg niet de formaliteiten die de invalide of gehandicapte moet verrichten aangezien deze reeds in de regelingen van kracht voor 1 januari 1984 contact diende op te nemen met de administratie, hetzij om de teruggaaf van de BTW gekweten tegen het verlaagd tarief te verkrijgen, hetzij om te genieten van de vrijstelling van de inschrijvingstaks.
I. Gunstregeling inzake BTW.
25. Voor elke levering of invoer van een voertuig welke de BTW, geheel of gedeeltelijk, opeisbaar maakt na 31 december 1983, moet de invalide of gehandicapte zich wenden tot de hoofdcontroleur van de BTW in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats heeft. Dit moet gebeuren voor de levering of de invoer van het voertuig maar nà de aankoop ervan, dat wil zeggen na het sluiten van de schriftelijke of mondelinge overeenkomst tot aankoop van het voertuig, dus op een ogenblik dat de invalide of gehandicapte reeds de essentiële kenmerken van het voertuig (nieuwe of tweedehandse wagen, merk, model, jaartal, cylinderinhoud) alsmede de identiteit van de verkoper kent. Indien hij niet weet onder welk kantoor hij ressorteert, kan de invalide of gehandicapte navraag doen op eender welk controlekantoor van de BTW hier te lande, welke hem de benaming en het adres van het bevoegde kantoor zal mededelen. De hoofdcontroleur van de BTW overhandigt een document nr. 716 aan de invalide of gehandicapte. Dit document bestaat uit vier exemplaren; het eerste exemplaar is in feite het document van het voorafgaandelijk akkoord; het tweede exemplaar is er een dubbel van dat bewaard wordt door het BTW-controlekantoor; het derde en vierde exemplaar bevatten een bijkomend vak bestemd om later te worden gebruikt bij het indienen van de aanvraag om teruggaaf van de BTW die zal gekweten worden tegen het tarief van 6 pct, bij de levering of de invoer van het voertuig. Een model van het document nr. 716 is opgenomen in bijlage III van deze aanschrijving; het is aangewezen dit te raadplegen voor een goed begrip van de verklaringen die volgen.
26. De invalide of gehandicapte vult vak I in van elk van de vier exemplaren van het document nr. 716 en dateert en ondertekent dit vak I op elk exemplaar; hierdoor verbindt hij er zich formeel toe het, voertuig slechts te gebruiken voor zijn persoonlijk vervoer, het op zijn naam in te schrijven, de vrijstelling van de verkeersbelasting in te roepen voor dit gebruik en slechts over één enkel voertuig tegelijk te beschikken onder de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks. Op het ogenblik dat de invalide of gehandicapte deze exemplaren indient op het controlekantoor dient hij er het invaliditeitsgetuigschrift, bedoeld in nr. 13 hierboven, over te leggen.
27. Na zich vergewist te hebben van-de geldigheid van het in nr. 13 bedoeld getuigschrift, waaruit dient te blijken dat de belanghebbende tot één van de in nr. 7 opgesomde categorieën behoort, geeft de hoofdcontroleur zijn akkoord voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. bij de levering (of invoer) van het voertuig door vak II van het document in te vullen, te dateren en te ondertekenen. De invalide of gehandicapte, in het bezit zijnde van dit geschreven akkoord dat hem in drie exemplaren werd overhandigd, kan dan aan de verkoper van het voértuig (of aan het douanekantoor in geval van invoer) het daarvoor bestemde exemplaar overleggen, en dit ten laatste op het tijdstip van de levering (of de invoer). De verkoper (of de douanebeambte) maakt op de verkoopfactuur en hel dubbel ervan (of op het invoerdocument en de dubbels ervan) melding van de datum van het document nr. 716, het referentienummer van dit document en de benaming van het BTW-controlekantoor dat het heeft uitgereikt; de verkoper voegt dit document bij het dubbel van de factuur hetgeen bij bewaart of, in geval van invoer, voegt de douane het document bij het exemplaar van het invoerdocument dat bewaard wordt op het douanekantoor (kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 4).
28. Aangezien het akkoord van de administratie grotendeels gebaseerd is op de door de invalide of gehandicapte onderschreven verklaringen en verbintenissen in vak I van het document nr. 716, is dit akkoord, ten opzichte van de betrokkene, slechts geldig in de mate dat deze verklaringen en verbintenissen overeenstemmen met de werkelijkheid; men mag overigens niet uit het oog verliezen dat dit akkoord een latere regularisatie niet uitsluit wanneer een der oorzaken van een dergelijke regularisatie zich voordoet (z. nrs. 43 tot 50). Daarentegen ontlast het akkoord van de hoofdcontroleur, in de regel, de verkoper van elke verantwoordelijkheid betreffende de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. bij de levering van het voertuig.
29. Voor de aanvragen om toepassingen van de bedoelde gunstregeling van de BTW-controlekantoren toegankelijk voor het publiek van maandag tot vrijdag, feestdagen uitgezonderd, van 9 tot 12 uur. De invalide of gehandicapte kan evenwel, indien hij dit wenst, vragen om hem het document nr. 716 per post toe te sturen. Hij mag dit document, behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend, samen met het invaliditeitsgetuigschrift bedoeld in nr. 13, langs dezelfde weg terugsturen naar het controlekantoor; in een dergelijk dien eveneens per post toegestuurd worden, samen met het invaliditeitsgetuigschrift. Overigens kan de invalide of gehandicapte, wiens gezondheidstoestand de verplaatsing naar het BTW-controlekantoor niet toelaat of die moeilijkheden ondervindt bij het invullen van het document nr. 716, vragen dat bij hem thuis een BTW-beambte komt, die hem zal helpen met het invullen van het document, die het document vervolgens zal meenemen om het te laten valideren door de hoofdcontroleur die het via de post enkele dagen later terug aan de invalide of gehandicapte zal bezorgen.
30. In de gevallen waarbij het aankoopcontract werd gesloten voor 1 januari 1984, maar waar de BTW geheel of gedeeltelijk opeisbaar wordt na 31 december 1983, dient de invalide of gehandicapte zo vlug mogelijk contact op te nemen met zijn hoofdcontroleur van de BTW. De administratie zal evenwel een soepele houding aannemen in de gevallen waar de levering plaatsheeft begin januari 1984 en waar de invalide of gehandicapte moeilijkheden heeft ondervonden om zich tijdig het document nr. 716 aan te schaffen
31. Het kan gebeuren dat de verkoper aan de invalide of gehandicapte de betaling van een voorschot vraagt bij het sluiten van het verkoopcontract van het voertuig. De BTW is onmiddellijk verschuldigd over het bedrag van het gevraagde voorschot en zou, strikt genomen, dienen te worden geheven tegen het tarief van 25 pct., eventueel verhoogd met de aanvullende weeldetaks van 8 pct., aangezien de invalide of gehandicapte op dat ogenblik nog niet in het bezit is van het akkoord van zijn hoofdcontroleur van de BTW. Bij wijze van vereenvoudiging aanvaardt de administratie evenwel dat de heffing van de BTW op het voorschot voorlopig mag gebeuren tegen het tarief van 6 pct., voor zover de invalide of gehandicapte aan de verkoper het invaliditeitsgetuigschrift bedoeld in nr. 13 overlegt, en deze laatste hiervan melding maakt op de verschillende exemplaren van het contract en van de bestelbon en, in voorkomend geval, op de voor dit voorschot uitgereikte factuur en op het dubbel ervan; in een dergelijk geval dient bij de levering de heffing van de BTW te worden geregulariseerd indien de invalide of gehandicapte op dat ogenblik het akkoord van de administratie niet heeft verkregen.
II. Gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
32. Voor elke inschrijving van een voertuig dat niet werd ingevoerd of waarvan de aankoop niet onder het stelsel van de BTW viel (tweedehandse wagens aangekocht bij particulieren of bij niet-BTW-belastingplichtigen) was de invalide of gehandicapte reeds onder de regeling die van kracht was voor 1 januari 1984, gehouden zich te wenden tot een BTW-controlekantoor ten einde er een document nr. 443 te laten valideren met vrijstelling van de inschrijvingstaks.
Vanaf 1 januari 1984 moet de invalide of gehandicapte, of zijn wettige vertegenwoordiger, zich voor het vervullen van deze formaliteit wenden tot het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarvan zijn woonplaats is gelegen. Hij vult er de drie luiken in van het document nr. 443; op het luik C van dit document, in het vak normaal bestemd voor het plakken van de fiscale zegels, onderschrijft hij de verbintenis het voertuig uitsluitend te zullen gebruiken als persoonlijk vervoermiddel of als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte waarvan hij de wettige vertegenwoordiger is, voor dit gebruik de vrijstelling van de verkeersbelasting in te roepen en slechts over één enkel voertuig tegelijk onder de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks te beschikken; tenslotte dient hij aan de hoofdcontroleur van de BTW het getuigschrift, bedoeld in nr. 13 hierboven, over te leggen (Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 2, 1°).
33. Nadat deze formaliteiten vervuld zijn en de geldigheid van het overgelegd getuigschrift werd onderzocht, vermeldt de hoofdcontroleur, onder punt 6 van het document nr. 443, de oorzaak van vrijstelling van de inschrijvingstaks met verwijzing naar artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, en valideert dit document (Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 2, 2°). Dan overhandigt hij aan de rechthebbende de luiken A en B van dit document. Het luik A is bestemd om bewaard te worden door de begunstigde terwijl het luik B bij de aanvraag tot inschrijving dient te worden gevoegd.
34. De uiteenzettingen in nr. 29 zijn mutatis mutandis van passing voor de formaliteiten van de gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
Onderafdeling II.- Terruggaaf van de BTW gekweten leggen het tarief van 6 pct. bij de levering of de invoer van het voertuig
35. De invalide of gehandicapte heeft, net zoals voorheen, recht op teruggaan van de BTW gekweten tegen het tarief van 6 pct. bij de levering of de invoer van het voertuig, voor zover wel te verstaan al de voorwaarden gesteld om van de gunstregeling te genieten vervuld zijn. Vanaf 1 januari 1984 is evenwel een wijziging aangebracht op het stuk van de te vervullen formaliteiten om deze teruggaan te bekomen; deze aanvraag moet voortaan gebeuren door middel van vak III van het derde en vierde exemplaar van het document nr. 716; de aanvraag kan worden ingediend vanaf de levering ( of invoer) van het voertuig, en moet gepaard gaan met de voorlegging van de aankoopfactuur, uitgereikt door de verkoper, of van het invoerdocument.
Onderafdeling III.- Gebruik van het voertuig gedurende een periode van drie jaar. Regularisatie ingeval van wijziging van bestemming of van afstand van het voertuig door de invalide of gehandicapte gedurende deze periode.
I. Reden van de aangebrachte wijziging.
36. De gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, ingesteld ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten, zijn steeds ondergeschikt geweest aan twee essentiële voorwaarden; enerzijds moet het voertuig uitsluitend aangewend worden voor het persoonlijk vervoer van de begunstigde; anderzijds mag hij zich slechts voor een enkel voertuig tegelijk op de gunstregeling beroepen.
37. Na verloop van tijd werden verschillende onvolkomenheden geconstateerd in de werking van deze regelingen.
Enerzijds is het zo dat wanneer het voertuig aangewend wordt voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte-wat inzonderheid het geval is wanneer deze met het oog op een polyvalent gebruik van zijn voertuig vrijwillig de verkeersbelasting betaalt, of wanneer hij zijn voertuig laat inschrijven op een andere naam dan de zijne de gunstregeling niet kan behouden blijven en de invalide of gehandicapte de oorspronkelijk bespaarde belasting integraal moet betalen; deze handelwijze is niet billijk doordat op dezelfde wijze onregelmatigheden worden bestraft die begaan werden op verschillende tijdstippen ten opzichte van de datum van verkrijging van het voertuig, zonder tijdsbeperking en zonder rekening te houden met het normaal gebruik voordien .
38. Anderzijds is het zo dat de gunstregelingen, ook al zijn ze beperkt tot één enkel voertuig tegelijk, niet beletten dat sommige invaliden of gehandicapten achtereenvolgens, en soms snel na elkaar, meerdere automobielen aankopen, waarbij telkens het voorgaande voertuig verkocht wordt.
39. Om de gunstregelingen evenwichtiger en rechtvaardiger te maken en ze te beschermen tegen misbruiken die uiteindelijk de belangen van de invaliden of gehandicapten zelf kunnen schaden, werd vanaf 1 januari 1984 een wetsbepaling ingesteld, die gericht is op het organiseren van een controle omtrent het gebruik van het voertuig gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de levering, de invoer of de inschrijving van het voertuig. Deze bepaling heeft tot doel in bepaalde welomschreven gevallen te kunnen overgaan tot een meer aangepaste regularisatie "pro rata temporis", welke geen betrekking meer heeft op de periode voor de wijziging van het gebruik maar beperkt is tot de nog te lopen tijd, nà de wijziging, van de vooropgestelde gebruiksperiode van drie jaar.
Deze maatregel bestraft op geen enkele wijze de invaliden of gehandicapten die, bij een normale gang van zaken, hun voertuig gedurende ten minste drie jaar behouden.
II. Algemene draagwijdte van de wijziging.
40. Vanaf 1 januari 1984 veronderstelt het verlenen van de gunstregeling, zowel op het stuk van de BTW als van de inschrijvingstaks, het gebruik door de invalide of gehandicapte van elk verkregen voertuig als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar. Indien het voertuig gedurende deze periode wordt aangewend voor andere doeleinden of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die aanvankelijk werd bespaard te storten in verhouding tot de nog te verlopen tijd tot het verstrijken van de periode (BTW-Wetboek, art. 77, § 2, tweede lid; Wetboek Z.G.T., art. 8, derde lid; kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling §§ 2 en 5; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 3).
41. Zoals uit de bewoordingen van deze nieuwe regel blijkt, wordt de volledige herziening zoals ze bestond onder de oude regeling vervangen door een herziening, , pro rata temporis, , , indien de invalide of gehandicapte zijn voertuig voor andere doeleinden dan voor zijn persoonlijk vervoer gebruikt gedurende de beoogde periode. Daarenboven is deze gedeeltelijke herziening voortaan ook van toepassing in geval van wederverkoop van het voertuig binnen de drie jaar; deze maatregel staat de snellere vervanging van het voertuig door een ander niet in de weg, maar hij beperkt het toegekende fiscale voordeel tot de werkelijke gebruiksduur van elk voertuig binnen de opgelegde termijn van drie jaar.
42. Wordt voor de toepassing van de driejarige herziening geacht het voertuig voor andere doeleinden aan te wenden dan zijn persoonlijk vervoer :
1° de invalide of gehandicapte die de verkeersbelasting betaalt, niettegestaande hij kan genieten van de vrijstelling van die belasting;
2° de invalide of gehandicapte wiens voertuig wordt ingeschreven op een andere naam dan de zijne of, in voorkomend geval, dan die van zijn wettige vertegenwoordiger;
3° de invalide of gehandicaptedie, terwijl hij nog een voertuig gebruikt dat werd ingevoerd of verkregen met toepassing van de fiscale voordelen voorzien inzake belasting over de toegevoegde waarde, voor een ander voertuig hetzij het voordeel van hetzelfde regime vraagt, hetzij het voordeel vraagt van vrijstelling van inschrijvingstaks
4° de invalide of gehandicapte die, terwijl hij nog een met vrijstelling van inschrijvingstaks ingeschreven voertuig gebruikt, voor een ander voertuig hetzij het voordeel van hetzelfde regime vraagt, hetzij het voordeel vraagt van de fiscale voordelen voorzien inzake BTW (kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 3; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis.
III. Gevallen die aanleiding geven tot de driejarige herziening.
A. Gebruik van het voertuig voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte.
43. Onderhavige aanschrijving omschrijft onder nr. 10, het gebruik van het voertuig zoals het wordt toegestaan door de gunstregelingen .
Wanneer wordt vastgesteld dat het voertuig niet uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte of voor elk gebruik dat in direct verband staat met zijn behoeften, maar duidelijk dient voor andere doeleinden (persoonlijke verplaatsingen van de echtgenoot of familieleden, verplaatsingen van derden, enz.), dient de driejarige herziening te gebeuren vanaf de wijziging van bestemming, behalve wanneer de invalide of gehandicapte zich kan beroepen op een geval van overmacht dat behoorlijk is verrechtvaardigd (z. nrs. 51 tot 59).
B. Betaling van de verkeersbelasting.
44. De vrijstelling van de verkeersbelasting is nauw verbonden met de gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, aangezien ze ondergeschikt is aan dezelfde verbintenis, namelijk het voertuig uitsluitend te bestemmen voor de persoonlijke doeleinden van de invalide of gehandicapte. De driejarige herziening dient dus te gebeuren vanaf het begin van de periode waarvoor de verkeersbelasting wordt betaald, aangezien deze betaling de bedoeling doet vermoeden het voertuig te gebruiken voor polyvalente doeleinden.
45. Men mag evenwel niet uit het oog verliezen dat de oorlogsinvaliden die in die hoedanigheid een invaliditeitspensioen genieten van ten minste 50 pct. maar minder dan 60 pct., ertoe gehouden zijn de verkeersbelasting te betalen maar toch kunnen genieten van de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks. In een dergelijk geval heeft de betaling van de verkeersbelasting op zichzelf uiteraard niet de driejarige herziening tot gevolg.
C. Wijziging van inschrijving van het voertuig.
46. Om te kunnen genieten van de gunstregeling moet het voertuig ingeschreven zijn op naam van de invalideof van de gehandicapte (of van zijn wettige vertegenwoordiger) en op die naam ingeschreven blijven gedurende de driejarige gebruiksperiode. Elke wijziging van inschrijving gedurende die periode geeft dus op dat ogenblik aanleiding tot de driejarige herziening, aangezien zij geacht wordt overeen te stemmen met een wijziging van gebruik.
D. Aanvraag van de gunstregeling voor een tweede voertuig
47. De invalide of gehandicapte kan slechts voor één enkel voertuig tegelijk van de gunstregeling genieten, en dit ongeacht of het gaat om de voordelen toegekend inzake BTW of inzake inschrijvingstaks. Hij mag aldus voor twee voertuigen het voordeel van de twee gunstregelingen tegelijk in de loop van een zelfde periode van drie jaar niet cumuleren
48. Indien zich één van de situaties beoogd in nr. 42, 3° en 4°, hierboven, voordoet, heeft de invalide of gehandicapte in de praktijk de keuze :
E. Wederverkoop van een voertuig gedurende de periode van drie jaar.
49. Wanneer de invalide of gehandicapte, gedurende de periode van drie jaar, een voertuig wederverkoopt dat hij verkregen, ingevoerd of ingeschreven heeft onder het voordeel van één van de gunstregelingen (BTW of inschrijvingstaks), moet de driejarige herziening in principe worden verricht op het ogenblik waarop de belanghebbende het bezit van zijn voertuig verliest door de aan de koper gedane levering.
50. Ten einde moeilijkheden in verband met het bepalen van de leveringsdatum te vermijden, wordt er, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, aanvaard dat die samenvalt met de datum van inschrijving van het voertuig op de naam van de koper.
IV. Ontheffingen van herziening.
51. Overeenkomstig, enerzijds, rubriek XXII, eerste afdeling, § 5, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr; 20 en, anderzijds, artikel 8bis, § 3, tweede lid, van de Algemene Verordening op de met zegel gelijkgestelde taksen, moet geen enkele herziening plaatsvinden. § 5, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 en, anderzijds, artikel 8bis, § 3, tweede lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, moet geen enkele herziening plaatsvinden :
1° in geval van overlijden van de invalide of gehandicapte of bij elke behoorlijk verrechtvaardigde oorzaak, onafhankelijk van zijn wil, welke hem definitief verhindert het voertuig nog voor persoonlijk vervoer te gebruiken, zelfs indien hij dit voertuig laat besturen door een derde;
2° in geval van volledig verlies van het voertuig en de verkoop ervan als wrak ten gevolge van een ernstig ongeval;
3° meer algemeen, in elk geval van overmacht dat behoorlijk wordt verrechtvaardigd
De ontheffing van herziening is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de administratie in kennis wordt gesteld van het geval waarop men zich beroept en dat het attest beoogd onder nr. 74 haar wordt teruggestuurd. Zij veronderstelt verder dat de belanghebbende zich, tot dit geval zich voordeed, heeft gehouden aan de toepassingsvoorwaarden van de gunstregeling.
A. Eerste geval. Definitieve verhindering het voertuig nog te gebruiken voor de persoonlijke doeleinden van de invalide of gehandicapte.
1° in geval van overlijden van de invalide of gehandicapte;
2° bij elke oorzaak, onafhankelijk van de wil van de invalide of gehandicapte, welke deze definitief verhindert zijn voertuig nog te gebruiken, hetzij persoonlijk, hetzij met de hulp van een derde.
53. Het bewijs van het overlijden kan naar keuze van de erfgenamen, worden geleverd door het voorleggen van hetzij een uittreksel uit de overlijdensakte, hetzij een akte van bekendheid opgesteld door de vrederechter of door een notaris.
54. De definitieve verhindering van het gebruik veronderstelt dat de gezondheidstoestand van de invalide of gehandicapte definitief belet dat deze zich nog kan verplaatsen met het voertuig, zelfs met de hulp van derden. Het bewijs hiervan kan worden geleverd door alle rechtsmiddelen, met uitzondering van de eed, inzonderheid door het voorleggen van een omstandig geneeskundig getuigschrift.
B. Tweede geval. Ernstig ongeval met volledig verlies van het voertuig.
55. De driejarige herziening moet niet gebeuren wanneer de volgende voorwaarden te zamen vervuld zijn :
1° er is tijdens de periode van drie jaar een ernstig ongeval gebeurd met het voertuig van de invalide of de gehandicapte;
2° de verzekeringsmaatschappij besluit tot een volledig verlies van het voertuig;
3° het voertuig wordt als wrak verkocht aan een sloper, hetgeen inhoudt dat het inschrijvingsbewijs (grijze kaart) niet samen met het voertuig wordt overgedragen maar integendeel, door de invalide of gehandicapte, met enkele woorden uitleg wordt teruggezonden naar de Dienst van het wegverkeer.
56. Het bewijs van deze situatie kan inzonderheid worden geleverd door de voorlegging van een attest van de verzekeringsmaatschappij, samen met een afschrift van de verkoopfactuur aan de sloper of, in voorkomend geval, van het door deze laatste aan de verkoper uitgereikt aankoopborderel. De invalide of gehandicapte moet tevens aan de diensten van de BTW de terugzending van het inschrijvingsbewijs aan de Dienst van het wegverkeer bewijzen.
C. Derde geval. Geval van overmacht
57. Het geval van overmacht is elke gebeurtenis vreemd aan de wil van de invalide of gehandicapte, die hem buiten zijn schuld om plaatst in één van de situaties van herziening voorzien onder de nrs. 43 tot 50 (bijvoorbeeld, diefstal of verlies door brand van het voertuig, enz.).
58. Het bestaan van het geval van overmacht moet gestaafd Zijn door alle rechtsmiddelen, de eed uitgezonderd, zowel wat de ingeroepen gebeurtenis betreft als haar verplichte binding met de situatie die normaal aanleiding geeft tot herziening.
59. Als geval van overmacht kan worden aangemerkt dit van de door de invalide of gehandicapte aangekochte of ingevoerde voertuigen in gebruikte staat die, omwille van hun ouderdom, onbruikbaar worden in de loop van de periode van drie jaar. Voor zover de belanghebbende het inschrijvingsbewijs (grijze kaart) van zulk een voertuig, samen met enkele woorden uitleg, terugzendt naar de Dienst van het wegverkeer en hij deze terugzending aan de administratie bewijst, is de ontheffing van herziening toepasselijk, zelfs indien de invalide of gehandicapte bij de aankoop van een nieuw voertuig het oude voertuig overdraagt.
V. Vaststelling van de driejarige periode van herziening.
1° inzake BTW, de eerste dag van de maand waarin de levering of de invoer van het voertuig plaatsheeft (BTW-Wetboek, art. 77, § 2, tweede lid, nieuw; kon. besl. nr. 4, art. 10, § 2; kom besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 2);
2° inzake inschrijvingstaks, de eerste dag van de maand waarin de inschrijving van het voertuig plaatsheeft (Wetboek Z.G.T., art. 8, tweede lid, nieuw; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 3, eerste lid).
61. Voorbeeld. Indien het voertuig op 15 februari 1984 aan de invalide werd geleverd onder het stelsel van de BTW, dan begint de periode van drie jaar te lopen op 1 februari 1984 om te eindigen op 31 januari 1987. Hetzelfde zou gelden voor een tweedehandse wagen onderworpen aan het stelsel van de inschrijvingstaks die zou ingeschreven geweest zijn op 15 februari 1984.
62. Er dient opgemerkt dat het aanvangspunt van de periode altijd de eerste dag van de maand is in de loop waarvan zich ofwel de levering of de invoer, ofwel de inschrijving voordoet, welke ook de dag van deze maand weze waarop die feiten zich voordoen.
VI. Berekeningswijze van de herziening.
63. De driejarige herziening gebeurt, in de situaties beoogd onder de nrs. 43 tot 50, ten belope van zoveel zesendertigsten van het bedrag van de belastingen, die ingevolge de gunstregelingen oorspronkelijk niet moesten betaald worden, als er nog volledig le lopen maanden zijn tussen de datum waarop deze situaties zich hebben voorgedaan en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar (BTW-Wetboek, art. 77, § 2, tweede lid, nieuw; kon. besl. nr. 4, art. 10, § 2, nieuw; kon. besl. nr.20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 5, eerste lid, nieuw; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, nieuw, § 3).
64. De toe te passen herzieningscoëfficient is een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 36 (aantal maanden van de driejarige periode) en waarvan de teller overeenstemt met het aantal nog volledig te lopen maanden tussen de datum waarop de oorzaken van herziening (z. nrs. 43 tot 50) zich hebben voorgedaan en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar. In dit opzicht wordt opgemerkt dat voor de bepaling van de teller van de breuk geen rekening zal worden gehouden met de maand waarin, op welke dag ook, de oorzaak van herziening zich voordoet.
65. Voorbeeld. Het bedoelde voertuig werd op 15 februari 1984 met toepassing van de gunstregeling inzake BTW geleverd aan de invalide of gehandicapte. De invalide of gehandicapte verkoopt zijn voertuig en levert het op 15 juni 1985 aan de koper, die het dezelfde dag op zijn naam laat inschrijven (z. nr. 50).
De periode van herziening begint te lopen op 1 februari 1984 en eindigt op 31 januari 1987 (z. nrs. 60 en 61).
Daar de wijziging van bestemming zich voordoet in juni 1985 dienen het aantal volledige maanden vanaf juli 1985 tot en met januari 1987 te worden geteld, hetzij 6 maanden voor 1985, 12 maanden voor 1986 en 1 maand voor 1987. Het totaal aantal maanden is dus 19 (deze vormen de teller). De herzieningscoëfficient is aldus 19/36.
VII. Belasting waarop de herziening van toepassing is.
66. Wanneer het bedoeld voertuig genoten heeft van de gunstregeling inzake BTW werd het, bij de levering aan de invalide of gehandicapte, of ingevolge de invoer ervan door betrokkene, onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct. in plaats van de normaal verschuldigde belasting tegen het tarief van 25 pct., eventueel verhoogd met de aanvullende weeldetaks van 8 pct. Bovendien heeft de invalide de teruggave verkregen van de belasting van 6 pct.
67. Net zoals de gunstregeling die in twee stadia wordt toegepast gebeurt, althans theoretisch, eveneens de herziening in twee fasen. De herzieningscoëfficient wordt vooreerst toegepast op het verschil tussen de normaal verschuldigde belasting (tegen het tarief van 25 pct., in voorkomend geval verhoogd met 8 pct.).en de werkelijk betaalde belasting (tegen het tarief van 6 pct.); vervolgens wordt hij toegepast op de belasting die aan de invalide werd teruggegeven; in feite wordt hij toegepast over het totaalbedrag van de belasting die de invalide of gehandicapte had moeten betalen bij de levering of bij de invoer, indien hij de gunstregeling niet had ingeroepen.
68. Wanneer het desbetreffende voertuig heeft genoten van de vrijstelling van de inschrijvingstaks, zal de herzieningscoëfficient worden toegepast over het totaalbedrag van de inschrijvingstaks (tegen het tarief van 25 pct. of, in voorkomend geval, van 33 pct.) welke, bij gebreke aan deze vrijstelling, verschuldigd zou zijn geweest bij de inschrijving.
69. De toepassing van de herzieningscoëfficient op de alzo vastgestelde belastingen laat toe het bedrag van de belasting te bepalen (BTW of inschrijvingstaks) dat de invalide of gehandicapte dient te storten aan de Staat ingevolge de wijziging van de bestemming.
VIII. Formaliteiten te voldoen door de invalide of gehandicapte met het oog op de herziening.
70. Binnen een maand te rekenen vanaf de datum van de wijziging van bestemming (of van de afstand) van het voertuig die de herziening tot gevolg heeft, dient de invalide of gehandicapte een brief te richten aan de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarvan zijn woonplaats is gelegen; deze brief dient de volgende vermeldingen te bevatten :
71. De belanghebbende dient bij zijn brief het attest, beoogd onder nr. 74, te voegen dat hem werd afgeleverd ten einde aanspraak te kunnen maken op de gunstregeling voor het beoogde voertuig.
IX. Betaling van de belasting.
72. Bij ontvangst van de brief beoogd onder nr. 70, dient de BTW-hoofdcontroleur het bedrag-te berekenen van de belasting die moet worden gestort tengevolge van de regularisatie, en dit bedrag ter kennis te brengen van de bevoegde ontvanger van de BTW, met het oog op de invordering ervan. De betaling dient te gebeuren op de postrekening vermeld op het betalingsbericht dat de ontvanger toestuurt aan de invalide of gehandicapte; deze betaling dient te gebeuren binnen een maand te rekenen vanaf de datum van dit bericht.
Onderafdeling IV.- Aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren, onderhouds- en herstellingswerken.
73. Zoals voorheen heeft de invalide of gehandicapte recht de toepassing van het verlaagd tarief van 6 pct. voor de aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren ten behoeve van het voertuig waarvoor hij van de gunstregeling geniet (BTW of inschrijvingstaks) alsook voor de onderhouds- en herstellingswerken die hij aan dit voertuig laat uitvoeren.
74. Om het verlaagd tarief te bekomen moet de invalide of gehandicapte, in de nieuwe regeling, niet meer zijn invaliditeitsattest voorleggen aan de verkoper of, in voorkomend geval, aan de douane, of aan de hersteller, maar moet hij een administratief attest (document nr. 717, 7. bijlage 11) overleggen, dat het voertuig identificeert en dat door de BTW-hoofdcontroleur wordt afgeleverd, ofwel op het ogenblik dat de belanghebbende zijn aanvraag tot teruggave inzake BTW indient (z. nr. 35), ofwel wat de inschrijvingstaks betreft op het ogenblik dat hij in het bezit is van het inschrijvingsbewijs van het voertuig.
75. De voorlegging van dit document laat slechts de toepassing van het verlaagd tarief voor de beoogde leveringen en diensten toe voor zover de invalide of gehandicapte op dat ogenblik nog steeds voldoet aan de voorwaarden gesteld voor het behouden van de gunstregeling die hem aanvankelijk werd toegestaan. Behoudens in geval van samenspanning wordt de verkoper of hersteller ontlast van alle verantwoordelijkheid voor de toepassing van het verlaagd tarief, welke verantwoordelijkheid enkel rust op zijn medecontractant .
76. De verkoper of hersteller dient, voor elke handeling, op de factuur die hij gehouden is uit te reiken en op het dubbel ervan de datum en het referentienummer van het attest nr. 717 en het controlekantoor dat dit attest heeft uitgereikt, te vermelden; in geval van invoer berust deze formaliteit bij de douane, die deze vermeldingen aanbrengt op het invoerdocument en op de kopieën ervan.
77. In de gevallen beoogd onder de nrs. 43 tot 50, die een herziening van de gunstregelingen met zich brengen omwille van de wijziging van bestemming of de afstand van het voertuig, dient de invalide of gehandicapte onmiddellijk het attest nr. 717 terug te sturen naar het BTW-controlekantoor dat het hem heeft afgeleverd, daar dit attest vanaf de datum van de wijziging van bestemming of de afstand van het voertuig geen recht meer geeft op de voordelen uiteengezet in nr. 73.
Inwerkingtreding van de nieuwe regeling. Overgangsmaatregelen.
78. De wijzigingen welke op 1 januari 1984 werden aan de gunstregelingen van toepassing voor bepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten hebben betrekking op de voertuigen geleverd of ingevoerd onder het stelsel van de BTW, vanaf 1 januari 1984, of ingeschreven onder het regime van de inschrijvingstaks vanaf 1 januari 1984. Deze wijzigingen zijn aldus ook van toepassing op de voertuigen verkregen voor 1 januari 1984 wanneer, naargelang het geval, de levering, de invoer of de inschrijving ervan plaatsvindt in 1984.
79. Voor de voertuigen geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 blijft in principe de oude regeling van toepassing. De wijzigingen van bestemming, die reeds onder dit regime de herziening tot gevolg hadden (gebruik van het voertuig voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide, wijziging van de inschrijving, vrijwillige betaling van de verkeersbelasting), zouden inzonderheid alsnog een volledige storting van de normaal verschuldigde belasting ten gevolge dienen te hebben. De administratie is evenwel bereid, bij wijze van toegeving, de nieuwe wijze van herziening "pro rata temporis" welke voordeliger is voor de invalide of gehandicapte, met terugwerkende kracht toe te passen en dit voor de oorzaken van herziening die zich voordoen vanaf 1 januari 1984 voor de voertuigen die van de oude gunstregeling hebben genoten.
80. Het spreekt vanzelf dat geen herziening zal gebeuren voor de wederverkoop, vanaf 1 januari 1984, van voertuigen die vallen onder de toepassing van de oude regeling.
81. Wat de aankopen van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren betreft ten behoeve van de voertuigen gebruikt door invaliden of gehandicapten en de onderhouds- en herstellingswerken aan deze; voertuigen, is de toepassing van het verlaagd BTW-tarief onder de oude regeling ondergeschikt aan de voorlegging aan de verkoper of de hersteller van een invaliditeitsattest beoogd onder nr. 13 en, onder de nieuwe regeling, ondergeschikt aan de voorlegging van het attest nr. 717, afgeleverd door de administratie (z. nr. 74). De formaliteiten zijn aldus verschillend naargelang het beoogde voertuig werd geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 of vanaf deze datum. Dit onderscheid kan soms moeilijkheden meebrengen voor de leverancier van de goederen of de diensten. Om deze moeilijkheden te voorkomen zal de administratie attesten nr. 717 uitreiken voor de voertuigen die onder de oude regeling vallen, op aanvraag van de invalide of gehandicapte gericht aan het BTW-controlekantoor waar hij zijn aanvraag tot teruggave van de BTW heeft ingediend, of aan diegene die was belast met de formaliteiten voor de vrijstelling van de inschrijvingstaks.
---------- (1) Z. deze Revue, blz. 173 (2) Z. deze Revue, blz. 182 (3) Z. Revue nr. 34, blz. 262. (4) Z. Revue nr. 45, blz. 263. (5) Z. Revue nr. 46, blz. 349.
Aanschrijving nr. 2 dd. 30.01.1984
Gunstregeling inzake B.T.W. en inschrijvingstaks
Bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten
Onderwerp van de aanschrijving.
1. De wetgeving op de belasting over de toegevoegde waarde voorziet, sedert 1 januari 1971, in een gunstregeling ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten bij de verkrijging en tijdens het gebruik van een automobiel voor personenvervoer, uitsluitend gebruikt als persoonlijk vervoermiddel van deze personen. Dit stelsel wordt geregeld bij artikel 77, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, bij artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde en bij de rubrieken XXII en XXVI, nummer 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot- indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
In het stelsel van de inschrijvingstaks, dat in werking trad op januari 1978, is eveneens een gunstregeling voorzien voor de inschrijving van een personenauto op naam van bepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten die dat voertuig slechts voor hun persoonlijk vervoer aanwenden. Deze regeling is vervat in artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en in artikel 8, 9°, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
2. Per 1 januari 1984 werden hogergenoemde gunstregelingen gewijzigd. Deze wijzigingen maken het voorwerp uit van de artikelen 48 en 51 van de wet van 28 december 1983 (1) houdende fiscale en begrotingsbepalingen en van de artikelen 1, 3, 5, 7 en 8 van het koninklijk besluit van 29 december 1983 (2) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4 en 20 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen. Deze wet en dit koninklijk besluit zijn gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983.
3. De tekst van de artikelen 48 en 51 van de wet van 28 december 1983, evenals de tekst van het koninklijk besluit van 29 december 1983, vindt U in deze Revue op blz. 173 en 182.
4. Na een beknopt overzicht van de van kracht zijnde gunstregelingen waarvan de basisprincipes behouden blijven, worden in deze aanschrijving de wijzigingen toegelicht die per 1 januari 1984 aan deze regelingen werden aangebracht.
Eerste afdeling. - Algemene draagwijdte van de gunstregelingen die inzake BTW en inschrijvingstaks van toepassing waren vóór 1 januari 1984 ten voordele van invaliden en gehandicapten.
5. Ten einde bcter de draagwijdte te kunnen omlijnen van de wijzigingen die van kracht worden op 1 januari 1984, is het nuttig te herinneren aan de grote lijnen waaruit deze gunstregelingen voor deze datum bestonden.
I. Punten van overeenkomst tussen beide gunstregelingen.
6. Beide gunstregelingen vertonen bepaalde punten van overeenkomst, wat betreft de grondvoorwaarden en de vormvoorwaarden. De gunstregelingen beogen dezelfde categorieën van invaliden en gehandicapten, welke beperkend worden opgesomd. Zij zijn uitsluitend van toepassing voor automobielen voor personenvervoer en kunnen slechts voor één enkel voertuig tegelijk worden toegestaan. Ze houden tevens in dat het voertuig alleen als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte mag worden gebruikt, dat het moet worden ingeschreven op zijn naam (of op naam van zijn wettige vertegenwoordiger) en dat, wanneer hij recht heeft op vrijstelling van de verkeersbelasting, de invalide of gehandicapte effectief van deze vrijstelling geniet.
A. Categorieën van invaliden en gehandicapten.
7. Het voordeel van de gunstregelingen mag slechts worden toegestaan aan de personen die behoren tot één van de volgende categorieën van invaliden of gehandicapten :
1° militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten;
2° personen die volledig blind zijn;
3° personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd;
4° personen met een blijvende invaliditeit van ten minste 50 pct. uitsluitend te wijten aan gebrekkigheid van de onderste ledematen.
B. Beoogde automobielen.
8. Alleen de automobielen worden bedoeld, dit wil zeggen de "personenauto's" en "auto's voor dubbel gebruik", inbegrepen de zogenaamde voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4", die zowel worden beoogd in rubriek I, nummer 1, van tabel C van de bijlage bij het reeds vermelde koninklijk besluit nr. 20 als in artikel 2, eerste lid, 1°, littera a, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. "Minibussen" worden eveneens beoogd, maar uitsluitend in de uitzonderlijke situaties waarin hun gebruik wordt verrechtvaardigd door de noodwendigheden van het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte. De begrippen "personenauto's", "auto's voor dubbel gebruik" en "minibussen" worden nader gedefinieerd in de aanschrijving nr. 5 van 10 februari 1978 (3); de voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4", die beoogd worden in de hogervermelde bepalingen, worden omschreven in de aanschrijving nr. 5 van 2 mei 1980 (4) en in de aanschrijving nr. 8 van 5 augustus 1980 (5).
Aangestipt wordt dat "motorhomes" niet kunnen genieten van de gunstregelingen.
C. Beperking van de grunstregeling tot één enkel voertuig tegelijk.
9. Het voordeel van de gunstregelingen kan slechts worden ingeroepen voor één enkel voertuig tegelijk.
D. Uitsluitend gebruik van het voertuig als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte.
10. Aangezien de gunstregelingen juist werden ingesteld terwille van de specifieke behoeften van de bovengenoemde invaliden en gehandicapten, is het toekennen van de voordelen ondergeschikt aan de voorwaarde dat het voertuig uitsluitend dient als persoonlijk vervoermiddel van de begunstigde. Het naleven van deze voorwaarde houdt in dat de invalide of gehandicapte zelf, alleen of vergezeld, aanwezig is in het voertuig telkens wanneer dit op de openbare weg wordt gebruikt, ongeacht of de invalide of gehandicapte het voertuig bestuurt of dat hij zich laat rijden. Het is nochtans toegelaten dat het voertuig af en toe wordt gebruikt voor verplaatsingen verricht zonder de aanwezigheid van de invalide of gehandicapte maar dan voor doeleinden die in verband staan met zijn bijzondere toestand (bijvoorbeeld, de terugreis met het voertuig waarin de invalide of gehandicapte werd vervoerd naar zijn van tewerkstelling of naar een ziekenhuis waarin hij moetverblijven).
E. Inschrijving van het voertuig.
11. Het voertuig moet worden ingeschreven op naam van de invalide of gehandicapte of, in voorkomend geval, op naam van zijn wettige vertegenwoordiger (vader, moeder of voogd).
F. Vrijstelling van de verkeersbelasting.
12. Met uitzondering van de oorlogsinvaliden die uit dien hoofde genieten van een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. maar van minder dan 60 pct., hebben de invaliden en gehandicapten, die behoren tot één van de categorieën opgesomd onder nr. 7, gelijklopend met de gunstregelingen inzake B T`W en inschrijvingstaks recht op vrijstelling van de verkeersbelasting voor hun voertuig. Om aanspraak te kunnen maken op deze gunstregelingen dienen de oorlogsinvaliden die recht hebben op de vrijstelling van de verkeersbelasting en de gehandicapten derhalve werkelijk van deze vrijstelling te genieten
G. Vormvoorwaarden.
13. Belangrijk is vooral dat de invalide of gehandicapte in het bezit dient te zijn van een invaliditeitsgetuigschrift dat is uitgereikt :
1° voor de oorlogsinvaliden, door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend (voor de Belgische oorlogsinvaliden is dit de Administratie der pensioenen, Jan Jacobsplein 10, 1000 Brussel, of het Bestuur der Oorlogsslachtoffers, Luchtscheepvaartsquare 31, 1070 Brussel);
2° voor de personen die een pensioen, uitkering of vergoeding genieten door tussenkomst van de Dienst voor tegemoetkomingen aan de mindervaliden, door deze dienst, welke gevestigd is in de Zwarte Lievevrouwstraat 30, 1000 Brussel;
3° voor de personen die een vergoedingspensioen of een militair pensioen genieten wegens een invaliditeit opgelopen in vredestijd, door de Administratie der pensioenen, Jan Jacobsplein 10, 1000 Brussel;
4° voor de andere personen, door de Administratieve Gezondheidsdienst, World Trade Center 1, Emile Jacqmainlaan 162, 1000 Brussel .
H. Niet naleving van de grondvoorwaarden vermeld onder D, E en F.
14. Wanneer de invalide of gehandicapte het voertuig anders dan als persoonlijk vervoermiddel gebruikte (z. nr. 10), het liet inschrijven op een andere naam dan de zijne of, in voorkomend geval, dan die van zijn wettige vertegenwoordiger (z. nr. 11) of de verkeersbelasting, waarvan hij recht op vrijstelling heeft, vrijwillig betaalde (z. nr. 12), dan verloor hij, ongeacht het tijdstip waarop dit gebeurde en zelfs indien dit geschiedde gedurende een beperkte periode, het voordeel van de gunstregeling. Hij diende derhalve, bij gebrek aan een meer aangepaste herzieningsprocedure, de BTW of de inschrijvingstaks die normaal verschuldigd zou zijn, naargelang het geval, bij de aankoop of invoer van het voertuig of bij de inschrijving ervan, volledig te betalen.
15. Daarentegen was de invalide of gehandicapte die het voertuig opnieuw verkocht, zelfs indien dit korte tijd na de aankoop of invoer ervan gebeurde, niet gehouden tot enige regularisatie met betrekking tot deze aankoop of invoer of met betrekking tot de inschrijving, indien hij tot op dat ogenblik voldeed aan de voorwaarden van de gunstregeling waarvan hij het voordeel had ingeroepen.
16. De aandacht wordt er nu reeds op gevestigd dat er vanaf 1 januari 1984, zowel voor de gevallen beoogd onder nr. 14, als voor de toestand omschreven onder nr. 15 (z. nrs. 36 e.v.) in een aangepaste herzieningsprocedure is voorzien.
II. Bijzonderheden van de Kunstregeling inzake belasting over de toegevoegde waarde.
17. De gunstregeling inzake BTW heeft enerzijds betrekking op de aankoop of de invoer van het voertuig door de invalide of gehandicapte, vooropgesteld dat, wat de aankoop betreft, deze binnen de werkingssfeer van de BTW valt (hetgeen inhoudt dat de verkoper of degene die het voertuig overdraagt een belastingplichtige is die handelt in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid waarvoor hij de hoedanigheid van belastingplichtige heeft) en, anderzijds, op de aankopen en invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren, door de invalide of gehandicapte, ten behoeve van het voertuig en op de onderhouds- en herstellingswerken aan dit voertuig.
A. Aankoop of invoer van het voertuig
18. De gunstregeling voorzien inzake BTW, met betrekking tot de aankoop of de invoer van het voertuig, heeft plaats in twee stadia. In een eerste stadium kan de invalide of gehandicapte, op voorlegging van zijn invaliditeitsgetuigschrift (z. nr. 13 hierboven), het voertuig aankopen of invoeren tegen het verlaagd tarief van 6 pct. in de plaats van tegen het tarief van 25 pct., in voorkomend geval verhoogd met de aanvullende weeldetaks waarvan het thans 8 pct. bedraagt. In een tweede stadium verkrijgt de invalide of gehandicapte van de administratie de terugbetaling van de tegen dit verlaagd tarief gekweten BTW door de indiening van een aanvraag tot teruggaaf.
B. Aankoop of invoer van onderdelen, uitrustingstukken en toebehoren en onderhouds- en herstellingswerken.
19. Voor zover alle gestelde voorwaarden zijn vervuld kunnen de aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren door de invalide of gehandicapte ten behoeve van het voertuig, evenals de onderhouds- en herstellingswerken aan dit voertuig genieten van het verlaagd tarief van 6 pct., zonder mogelijkheid tot teruggaaf van de BTW gekweten tegen dit tarief. Hierbij dient geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de aankoop of de invoer van het voertuig binnen de werkingssfeer van de BTW viel dan wel dat de inschrijving ervan binnen het toepassingsgebied van de inschrijvingstaks viel.
III. Bijzonderheden van de gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
20. De gunstregeling inzake inschrijvingstaks voor de inschrijving van het voertuig op naam van de invalide of gehandicapte bestaat in de vrijstelling van deze taks.
Afdeling II.- Wijzigingen aangebracht aan de gunstregelingen per 1 januari 1984.
21. Per 1 januari 1984 werden twee fundamentele wijzigingen aangebracht aan de gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, gunstregelingen waarvan de werking herinnerd werd in de eerste afdeling hierboven. Enerzijds houdt het voordeel van deze gunstregelingen voortaan het voorafgaandelijk akkoord van de administratie in; de modaliteiten van dit akkoord worden uiteengezet in de nrs. 23 tot 34 hierna. Anderzijds wordt voor de toepassing van deze regelingen een nieuw criterium ingevoerd : het voordeel ervan veronderstelt thans het gebruik van het voertuig door de invalide of gehandicapte als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar; de draagwijdte van dit criterium wordt nader toegelicht in de nrs. 36 en volgende.
22. Deze twee wijzigingen brengen eveneens gevolgen mee op het stuk van de verschillende formaliteiten. Deze gevolgen worden toegelicht in nr. 35 en in de nrs. 74 en volgende. De maatregelen die toepasselijk zijn tijdens de overgangsperiode (voertuigen geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 en die door de invalide of gehandicapte verder zullen worden gebruikt na 31 december 1983), worden behandeld in de nrs. 79 tot 81.
Eerste onderafdeling. Voorafgaandelijk akkoord van de administratie.
23. Vanaf 1 januari 1984 is het voordeel van de gunstregelingen, zowel inzake belasting over de toegevoegde waarde als inzake inschrijvingstaks, onderworpen aan het voorafgaandelijk akkoord van de administratie. De aanvraag en het toekennen van dit akkoord worden respectievelijk geregeld door rubriek XXII, eerste afdeling, § 4, 2°, 3° en 5°, van tabel A van de bijlage bij het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 20, en door artikel 8bis, § 2, 2° en 3°, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
24. Deze maatregel heeft vooral tot doel de invalide of gehandicapte, van bij het begin, op een precieze wijze in te lichten over zijn rechten en verplichtingen en, in geval van verkoop vallend binnen de toepassingssfeer van de BTW, de verkoper te ontlasten van de verantwoordelijkheid wat de gegrondheid aangaat van de heffing tegen het verlaagd tarief. Deze maatregel verzwaart nagenoeg niet de formaliteiten die de invalide of gehandicapte moet verrichten aangezien deze reeds in de regelingen van kracht voor 1 januari 1984 contact diende op te nemen met de administratie, hetzij om de teruggaaf van de BTW gekweten tegen het verlaagd tarief te verkrijgen, hetzij om te genieten van de vrijstelling van de inschrijvingstaks.
I. Gunstregeling inzake BTW.
25. Voor elke levering of invoer van een voertuig welke de BTW, geheel of gedeeltelijk, opeisbaar maakt na 31 december 1983, moet de invalide of gehandicapte zich wenden tot de hoofdcontroleur van de BTW in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats heeft. Dit moet gebeuren voor de levering of de invoer van het voertuig maar nà de aankoop ervan, dat wil zeggen na het sluiten van de schriftelijke of mondelinge overeenkomst tot aankoop van het voertuig, dus op een ogenblik dat de invalide of gehandicapte reeds de essentiële kenmerken van het voertuig (nieuwe of tweedehandse wagen, merk, model, jaartal, cylinderinhoud) alsmede de identiteit van de verkoper kent. Indien hij niet weet onder welk kantoor hij ressorteert, kan de invalide of gehandicapte navraag doen op eender welk controlekantoor van de BTW hier te lande, welke hem de benaming en het adres van het bevoegde kantoor zal mededelen. De hoofdcontroleur van de BTW overhandigt een document nr. 716 aan de invalide of gehandicapte. Dit document bestaat uit vier exemplaren; het eerste exemplaar is in feite het document van het voorafgaandelijk akkoord; het tweede exemplaar is er een dubbel van dat bewaard wordt door het BTW-controlekantoor; het derde en vierde exemplaar bevatten een bijkomend vak bestemd om later te worden gebruikt bij het indienen van de aanvraag om teruggaaf van de BTW die zal gekweten worden tegen het tarief van 6 pct, bij de levering of de invoer van het voertuig. Een model van het document nr. 716 is opgenomen in bijlage III van deze aanschrijving; het is aangewezen dit te raadplegen voor een goed begrip van de verklaringen die volgen.
26. De invalide of gehandicapte vult vak I in van elk van de vier exemplaren van het document nr. 716 en dateert en ondertekent dit vak I op elk exemplaar; hierdoor verbindt hij er zich formeel toe het, voertuig slechts te gebruiken voor zijn persoonlijk vervoer, het op zijn naam in te schrijven, de vrijstelling van de verkeersbelasting in te roepen voor dit gebruik en slechts over één enkel voertuig tegelijk te beschikken onder de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks. Op het ogenblik dat de invalide of gehandicapte deze exemplaren indient op het controlekantoor dient hij er het invaliditeitsgetuigschrift, bedoeld in nr. 13 hierboven, over te leggen.
27. Na zich vergewist te hebben van-de geldigheid van het in nr. 13 bedoeld getuigschrift, waaruit dient te blijken dat de belanghebbende tot één van de in nr. 7 opgesomde categorieën behoort, geeft de hoofdcontroleur zijn akkoord voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. bij de levering (of invoer) van het voertuig door vak II van het document in te vullen, te dateren en te ondertekenen. De invalide of gehandicapte, in het bezit zijnde van dit geschreven akkoord dat hem in drie exemplaren werd overhandigd, kan dan aan de verkoper van het voértuig (of aan het douanekantoor in geval van invoer) het daarvoor bestemde exemplaar overleggen, en dit ten laatste op het tijdstip van de levering (of de invoer). De verkoper (of de douanebeambte) maakt op de verkoopfactuur en hel dubbel ervan (of op het invoerdocument en de dubbels ervan) melding van de datum van het document nr. 716, het referentienummer van dit document en de benaming van het BTW-controlekantoor dat het heeft uitgereikt; de verkoper voegt dit document bij het dubbel van de factuur hetgeen bij bewaart of, in geval van invoer, voegt de douane het document bij het exemplaar van het invoerdocument dat bewaard wordt op het douanekantoor (kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 4).
28. Aangezien het akkoord van de administratie grotendeels gebaseerd is op de door de invalide of gehandicapte onderschreven verklaringen en verbintenissen in vak I van het document nr. 716, is dit akkoord, ten opzichte van de betrokkene, slechts geldig in de mate dat deze verklaringen en verbintenissen overeenstemmen met de werkelijkheid; men mag overigens niet uit het oog verliezen dat dit akkoord een latere regularisatie niet uitsluit wanneer een der oorzaken van een dergelijke regularisatie zich voordoet (z. nrs. 43 tot 50). Daarentegen ontlast het akkoord van de hoofdcontroleur, in de regel, de verkoper van elke verantwoordelijkheid betreffende de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. bij de levering van het voertuig.
29. Voor de aanvragen om toepassingen van de bedoelde gunstregeling van de BTW-controlekantoren toegankelijk voor het publiek van maandag tot vrijdag, feestdagen uitgezonderd, van 9 tot 12 uur. De invalide of gehandicapte kan evenwel, indien hij dit wenst, vragen om hem het document nr. 716 per post toe te sturen. Hij mag dit document, behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend, samen met het invaliditeitsgetuigschrift bedoeld in nr. 13, langs dezelfde weg terugsturen naar het controlekantoor; in een dergelijk dien eveneens per post toegestuurd worden, samen met het invaliditeitsgetuigschrift. Overigens kan de invalide of gehandicapte, wiens gezondheidstoestand de verplaatsing naar het BTW-controlekantoor niet toelaat of die moeilijkheden ondervindt bij het invullen van het document nr. 716, vragen dat bij hem thuis een BTW-beambte komt, die hem zal helpen met het invullen van het document, die het document vervolgens zal meenemen om het te laten valideren door de hoofdcontroleur die het via de post enkele dagen later terug aan de invalide of gehandicapte zal bezorgen.
30. In de gevallen waarbij het aankoopcontract werd gesloten voor 1 januari 1984, maar waar de BTW geheel of gedeeltelijk opeisbaar wordt na 31 december 1983, dient de invalide of gehandicapte zo vlug mogelijk contact op te nemen met zijn hoofdcontroleur van de BTW. De administratie zal evenwel een soepele houding aannemen in de gevallen waar de levering plaatsheeft begin januari 1984 en waar de invalide of gehandicapte moeilijkheden heeft ondervonden om zich tijdig het document nr. 716 aan te schaffen
31. Het kan gebeuren dat de verkoper aan de invalide of gehandicapte de betaling van een voorschot vraagt bij het sluiten van het verkoopcontract van het voertuig. De BTW is onmiddellijk verschuldigd over het bedrag van het gevraagde voorschot en zou, strikt genomen, dienen te worden geheven tegen het tarief van 25 pct., eventueel verhoogd met de aanvullende weeldetaks van 8 pct., aangezien de invalide of gehandicapte op dat ogenblik nog niet in het bezit is van het akkoord van zijn hoofdcontroleur van de BTW. Bij wijze van vereenvoudiging aanvaardt de administratie evenwel dat de heffing van de BTW op het voorschot voorlopig mag gebeuren tegen het tarief van 6 pct., voor zover de invalide of gehandicapte aan de verkoper het invaliditeitsgetuigschrift bedoeld in nr. 13 overlegt, en deze laatste hiervan melding maakt op de verschillende exemplaren van het contract en van de bestelbon en, in voorkomend geval, op de voor dit voorschot uitgereikte factuur en op het dubbel ervan; in een dergelijk geval dient bij de levering de heffing van de BTW te worden geregulariseerd indien de invalide of gehandicapte op dat ogenblik het akkoord van de administratie niet heeft verkregen.
II. Gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
32. Voor elke inschrijving van een voertuig dat niet werd ingevoerd of waarvan de aankoop niet onder het stelsel van de BTW viel (tweedehandse wagens aangekocht bij particulieren of bij niet-BTW-belastingplichtigen) was de invalide of gehandicapte reeds onder de regeling die van kracht was voor 1 januari 1984, gehouden zich te wenden tot een BTW-controlekantoor ten einde er een document nr. 443 te laten valideren met vrijstelling van de inschrijvingstaks.
Vanaf 1 januari 1984 moet de invalide of gehandicapte, of zijn wettige vertegenwoordiger, zich voor het vervullen van deze formaliteit wenden tot het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarvan zijn woonplaats is gelegen. Hij vult er de drie luiken in van het document nr. 443; op het luik C van dit document, in het vak normaal bestemd voor het plakken van de fiscale zegels, onderschrijft hij de verbintenis het voertuig uitsluitend te zullen gebruiken als persoonlijk vervoermiddel of als persoonlijk vervoermiddel van de invalide of gehandicapte waarvan hij de wettige vertegenwoordiger is, voor dit gebruik de vrijstelling van de verkeersbelasting in te roepen en slechts over één enkel voertuig tegelijk onder de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks te beschikken; tenslotte dient hij aan de hoofdcontroleur van de BTW het getuigschrift, bedoeld in nr. 13 hierboven, over te leggen (Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 2, 1°).
33. Nadat deze formaliteiten vervuld zijn en de geldigheid van het overgelegd getuigschrift werd onderzocht, vermeldt de hoofdcontroleur, onder punt 6 van het document nr. 443, de oorzaak van vrijstelling van de inschrijvingstaks met verwijzing naar artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, en valideert dit document (Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 2, 2°). Dan overhandigt hij aan de rechthebbende de luiken A en B van dit document. Het luik A is bestemd om bewaard te worden door de begunstigde terwijl het luik B bij de aanvraag tot inschrijving dient te worden gevoegd.
34. De uiteenzettingen in nr. 29 zijn mutatis mutandis van passing voor de formaliteiten van de gunstregeling inzake inschrijvingstaks.
Onderafdeling II.- Terruggaaf van de BTW gekweten leggen het tarief van 6 pct. bij de levering of de invoer van het voertuig
35. De invalide of gehandicapte heeft, net zoals voorheen, recht op teruggaan van de BTW gekweten tegen het tarief van 6 pct. bij de levering of de invoer van het voertuig, voor zover wel te verstaan al de voorwaarden gesteld om van de gunstregeling te genieten vervuld zijn. Vanaf 1 januari 1984 is evenwel een wijziging aangebracht op het stuk van de te vervullen formaliteiten om deze teruggaan te bekomen; deze aanvraag moet voortaan gebeuren door middel van vak III van het derde en vierde exemplaar van het document nr. 716; de aanvraag kan worden ingediend vanaf de levering ( of invoer) van het voertuig, en moet gepaard gaan met de voorlegging van de aankoopfactuur, uitgereikt door de verkoper, of van het invoerdocument.
Onderafdeling III.- Gebruik van het voertuig gedurende een periode van drie jaar. Regularisatie ingeval van wijziging van bestemming of van afstand van het voertuig door de invalide of gehandicapte gedurende deze periode.
I. Reden van de aangebrachte wijziging.
36. De gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, ingesteld ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten, zijn steeds ondergeschikt geweest aan twee essentiële voorwaarden; enerzijds moet het voertuig uitsluitend aangewend worden voor het persoonlijk vervoer van de begunstigde; anderzijds mag hij zich slechts voor een enkel voertuig tegelijk op de gunstregeling beroepen.
37. Na verloop van tijd werden verschillende onvolkomenheden geconstateerd in de werking van deze regelingen.
Enerzijds is het zo dat wanneer het voertuig aangewend wordt voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte-wat inzonderheid het geval is wanneer deze met het oog op een polyvalent gebruik van zijn voertuig vrijwillig de verkeersbelasting betaalt, of wanneer hij zijn voertuig laat inschrijven op een andere naam dan de zijne de gunstregeling niet kan behouden blijven en de invalide of gehandicapte de oorspronkelijk bespaarde belasting integraal moet betalen; deze handelwijze is niet billijk doordat op dezelfde wijze onregelmatigheden worden bestraft die begaan werden op verschillende tijdstippen ten opzichte van de datum van verkrijging van het voertuig, zonder tijdsbeperking en zonder rekening te houden met het normaal gebruik voordien .
38. Anderzijds is het zo dat de gunstregelingen, ook al zijn ze beperkt tot één enkel voertuig tegelijk, niet beletten dat sommige invaliden of gehandicapten achtereenvolgens, en soms snel na elkaar, meerdere automobielen aankopen, waarbij telkens het voorgaande voertuig verkocht wordt.
39. Om de gunstregelingen evenwichtiger en rechtvaardiger te maken en ze te beschermen tegen misbruiken die uiteindelijk de belangen van de invaliden of gehandicapten zelf kunnen schaden, werd vanaf 1 januari 1984 een wetsbepaling ingesteld, die gericht is op het organiseren van een controle omtrent het gebruik van het voertuig gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de levering, de invoer of de inschrijving van het voertuig. Deze bepaling heeft tot doel in bepaalde welomschreven gevallen te kunnen overgaan tot een meer aangepaste regularisatie "pro rata temporis", welke geen betrekking meer heeft op de periode voor de wijziging van het gebruik maar beperkt is tot de nog te lopen tijd, nà de wijziging, van de vooropgestelde gebruiksperiode van drie jaar.
Deze maatregel bestraft op geen enkele wijze de invaliden of gehandicapten die, bij een normale gang van zaken, hun voertuig gedurende ten minste drie jaar behouden.
II. Algemene draagwijdte van de wijziging.
40. Vanaf 1 januari 1984 veronderstelt het verlenen van de gunstregeling, zowel op het stuk van de BTW als van de inschrijvingstaks, het gebruik door de invalide of gehandicapte van elk verkregen voertuig als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar. Indien het voertuig gedurende deze periode wordt aangewend voor andere doeleinden of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die aanvankelijk werd bespaard te storten in verhouding tot de nog te verlopen tijd tot het verstrijken van de periode (BTW-Wetboek, art. 77, § 2, tweede lid; Wetboek Z.G.T., art. 8, derde lid; kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling §§ 2 en 5; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 3).
41. Zoals uit de bewoordingen van deze nieuwe regel blijkt, wordt de volledige herziening zoals ze bestond onder de oude regeling vervangen door een herziening, , pro rata temporis, , , indien de invalide of gehandicapte zijn voertuig voor andere doeleinden dan voor zijn persoonlijk vervoer gebruikt gedurende de beoogde periode. Daarenboven is deze gedeeltelijke herziening voortaan ook van toepassing in geval van wederverkoop van het voertuig binnen de drie jaar; deze maatregel staat de snellere vervanging van het voertuig door een ander niet in de weg, maar hij beperkt het toegekende fiscale voordeel tot de werkelijke gebruiksduur van elk voertuig binnen de opgelegde termijn van drie jaar.
42. Wordt voor de toepassing van de driejarige herziening geacht het voertuig voor andere doeleinden aan te wenden dan zijn persoonlijk vervoer :
1° de invalide of gehandicapte die de verkeersbelasting betaalt, niettegestaande hij kan genieten van de vrijstelling van die belasting;
2° de invalide of gehandicapte wiens voertuig wordt ingeschreven op een andere naam dan de zijne of, in voorkomend geval, dan die van zijn wettige vertegenwoordiger;
3° de invalide of gehandicaptedie, terwijl hij nog een voertuig gebruikt dat werd ingevoerd of verkregen met toepassing van de fiscale voordelen voorzien inzake belasting over de toegevoegde waarde, voor een ander voertuig hetzij het voordeel van hetzelfde regime vraagt, hetzij het voordeel vraagt van vrijstelling van inschrijvingstaks
4° de invalide of gehandicapte die, terwijl hij nog een met vrijstelling van inschrijvingstaks ingeschreven voertuig gebruikt, voor een ander voertuig hetzij het voordeel van hetzelfde regime vraagt, hetzij het voordeel vraagt van de fiscale voordelen voorzien inzake BTW (kon. besl. nr. 20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 3; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis.
III. Gevallen die aanleiding geven tot de driejarige herziening.
A. Gebruik van het voertuig voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte.
43. Onderhavige aanschrijving omschrijft onder nr. 10, het gebruik van het voertuig zoals het wordt toegestaan door de gunstregelingen .
Wanneer wordt vastgesteld dat het voertuig niet uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte of voor elk gebruik dat in direct verband staat met zijn behoeften, maar duidelijk dient voor andere doeleinden (persoonlijke verplaatsingen van de echtgenoot of familieleden, verplaatsingen van derden, enz.), dient de driejarige herziening te gebeuren vanaf de wijziging van bestemming, behalve wanneer de invalide of gehandicapte zich kan beroepen op een geval van overmacht dat behoorlijk is verrechtvaardigd (z. nrs. 51 tot 59).
B. Betaling van de verkeersbelasting.
44. De vrijstelling van de verkeersbelasting is nauw verbonden met de gunstregelingen inzake BTW en inschrijvingstaks, aangezien ze ondergeschikt is aan dezelfde verbintenis, namelijk het voertuig uitsluitend te bestemmen voor de persoonlijke doeleinden van de invalide of gehandicapte. De driejarige herziening dient dus te gebeuren vanaf het begin van de periode waarvoor de verkeersbelasting wordt betaald, aangezien deze betaling de bedoeling doet vermoeden het voertuig te gebruiken voor polyvalente doeleinden.
45. Men mag evenwel niet uit het oog verliezen dat de oorlogsinvaliden die in die hoedanigheid een invaliditeitspensioen genieten van ten minste 50 pct. maar minder dan 60 pct., ertoe gehouden zijn de verkeersbelasting te betalen maar toch kunnen genieten van de gunstregeling inzake BTW en inschrijvingstaks. In een dergelijk geval heeft de betaling van de verkeersbelasting op zichzelf uiteraard niet de driejarige herziening tot gevolg.
C. Wijziging van inschrijving van het voertuig.
46. Om te kunnen genieten van de gunstregeling moet het voertuig ingeschreven zijn op naam van de invalideof van de gehandicapte (of van zijn wettige vertegenwoordiger) en op die naam ingeschreven blijven gedurende de driejarige gebruiksperiode. Elke wijziging van inschrijving gedurende die periode geeft dus op dat ogenblik aanleiding tot de driejarige herziening, aangezien zij geacht wordt overeen te stemmen met een wijziging van gebruik.
D. Aanvraag van de gunstregeling voor een tweede voertuig
47. De invalide of gehandicapte kan slechts voor één enkel voertuig tegelijk van de gunstregeling genieten, en dit ongeacht of het gaat om de voordelen toegekend inzake BTW of inzake inschrijvingstaks. Hij mag aldus voor twee voertuigen het voordeel van de twee gunstregelingen tegelijk in de loop van een zelfde periode van drie jaar niet cumuleren
48. Indien zich één van de situaties beoogd in nr. 42, 3° en 4°, hierboven, voordoet, heeft de invalide of gehandicapte in de praktijk de keuze :
- ofwel voor zijn eerste voertuig de driejarige herziening verrichten ten einde te genieten van de gunstregeling voor het tweede;
- ofwel verzaken aan de gunstregeling voor zijn tweede voertuig ten einde de driejarige herziening het eerste te vermijden.
E. Wederverkoop van een voertuig gedurende de periode van drie jaar.
49. Wanneer de invalide of gehandicapte, gedurende de periode van drie jaar, een voertuig wederverkoopt dat hij verkregen, ingevoerd of ingeschreven heeft onder het voordeel van één van de gunstregelingen (BTW of inschrijvingstaks), moet de driejarige herziening in principe worden verricht op het ogenblik waarop de belanghebbende het bezit van zijn voertuig verliest door de aan de koper gedane levering.
50. Ten einde moeilijkheden in verband met het bepalen van de leveringsdatum te vermijden, wordt er, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, aanvaard dat die samenvalt met de datum van inschrijving van het voertuig op de naam van de koper.
IV. Ontheffingen van herziening.
51. Overeenkomstig, enerzijds, rubriek XXII, eerste afdeling, § 5, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr; 20 en, anderzijds, artikel 8bis, § 3, tweede lid, van de Algemene Verordening op de met zegel gelijkgestelde taksen, moet geen enkele herziening plaatsvinden. § 5, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 en, anderzijds, artikel 8bis, § 3, tweede lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, moet geen enkele herziening plaatsvinden :
1° in geval van overlijden van de invalide of gehandicapte of bij elke behoorlijk verrechtvaardigde oorzaak, onafhankelijk van zijn wil, welke hem definitief verhindert het voertuig nog voor persoonlijk vervoer te gebruiken, zelfs indien hij dit voertuig laat besturen door een derde;
2° in geval van volledig verlies van het voertuig en de verkoop ervan als wrak ten gevolge van een ernstig ongeval;
3° meer algemeen, in elk geval van overmacht dat behoorlijk wordt verrechtvaardigd
De ontheffing van herziening is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de administratie in kennis wordt gesteld van het geval waarop men zich beroept en dat het attest beoogd onder nr. 74 haar wordt teruggestuurd. Zij veronderstelt verder dat de belanghebbende zich, tot dit geval zich voordeed, heeft gehouden aan de toepassingsvoorwaarden van de gunstregeling.
A. Eerste geval. Definitieve verhindering het voertuig nog te gebruiken voor de persoonlijke doeleinden van de invalide of gehandicapte.
| 52. | De driejarige herziening moet niet gebeuren : |
2° bij elke oorzaak, onafhankelijk van de wil van de invalide of gehandicapte, welke deze definitief verhindert zijn voertuig nog te gebruiken, hetzij persoonlijk, hetzij met de hulp van een derde.
53. Het bewijs van het overlijden kan naar keuze van de erfgenamen, worden geleverd door het voorleggen van hetzij een uittreksel uit de overlijdensakte, hetzij een akte van bekendheid opgesteld door de vrederechter of door een notaris.
54. De definitieve verhindering van het gebruik veronderstelt dat de gezondheidstoestand van de invalide of gehandicapte definitief belet dat deze zich nog kan verplaatsen met het voertuig, zelfs met de hulp van derden. Het bewijs hiervan kan worden geleverd door alle rechtsmiddelen, met uitzondering van de eed, inzonderheid door het voorleggen van een omstandig geneeskundig getuigschrift.
B. Tweede geval. Ernstig ongeval met volledig verlies van het voertuig.
55. De driejarige herziening moet niet gebeuren wanneer de volgende voorwaarden te zamen vervuld zijn :
1° er is tijdens de periode van drie jaar een ernstig ongeval gebeurd met het voertuig van de invalide of de gehandicapte;
2° de verzekeringsmaatschappij besluit tot een volledig verlies van het voertuig;
3° het voertuig wordt als wrak verkocht aan een sloper, hetgeen inhoudt dat het inschrijvingsbewijs (grijze kaart) niet samen met het voertuig wordt overgedragen maar integendeel, door de invalide of gehandicapte, met enkele woorden uitleg wordt teruggezonden naar de Dienst van het wegverkeer.
56. Het bewijs van deze situatie kan inzonderheid worden geleverd door de voorlegging van een attest van de verzekeringsmaatschappij, samen met een afschrift van de verkoopfactuur aan de sloper of, in voorkomend geval, van het door deze laatste aan de verkoper uitgereikt aankoopborderel. De invalide of gehandicapte moet tevens aan de diensten van de BTW de terugzending van het inschrijvingsbewijs aan de Dienst van het wegverkeer bewijzen.
C. Derde geval. Geval van overmacht
57. Het geval van overmacht is elke gebeurtenis vreemd aan de wil van de invalide of gehandicapte, die hem buiten zijn schuld om plaatst in één van de situaties van herziening voorzien onder de nrs. 43 tot 50 (bijvoorbeeld, diefstal of verlies door brand van het voertuig, enz.).
58. Het bestaan van het geval van overmacht moet gestaafd Zijn door alle rechtsmiddelen, de eed uitgezonderd, zowel wat de ingeroepen gebeurtenis betreft als haar verplichte binding met de situatie die normaal aanleiding geeft tot herziening.
59. Als geval van overmacht kan worden aangemerkt dit van de door de invalide of gehandicapte aangekochte of ingevoerde voertuigen in gebruikte staat die, omwille van hun ouderdom, onbruikbaar worden in de loop van de periode van drie jaar. Voor zover de belanghebbende het inschrijvingsbewijs (grijze kaart) van zulk een voertuig, samen met enkele woorden uitleg, terugzendt naar de Dienst van het wegverkeer en hij deze terugzending aan de administratie bewijst, is de ontheffing van herziening toepasselijk, zelfs indien de invalide of gehandicapte bij de aankoop van een nieuw voertuig het oude voertuig overdraagt.
V. Vaststelling van de driejarige periode van herziening.
| 60. | De periode van herziening neemt een aanvang : |
2° inzake inschrijvingstaks, de eerste dag van de maand waarin de inschrijving van het voertuig plaatsheeft (Wetboek Z.G.T., art. 8, tweede lid, nieuw; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, § 3, eerste lid).
61. Voorbeeld. Indien het voertuig op 15 februari 1984 aan de invalide werd geleverd onder het stelsel van de BTW, dan begint de periode van drie jaar te lopen op 1 februari 1984 om te eindigen op 31 januari 1987. Hetzelfde zou gelden voor een tweedehandse wagen onderworpen aan het stelsel van de inschrijvingstaks die zou ingeschreven geweest zijn op 15 februari 1984.
62. Er dient opgemerkt dat het aanvangspunt van de periode altijd de eerste dag van de maand is in de loop waarvan zich ofwel de levering of de invoer, ofwel de inschrijving voordoet, welke ook de dag van deze maand weze waarop die feiten zich voordoen.
VI. Berekeningswijze van de herziening.
63. De driejarige herziening gebeurt, in de situaties beoogd onder de nrs. 43 tot 50, ten belope van zoveel zesendertigsten van het bedrag van de belastingen, die ingevolge de gunstregelingen oorspronkelijk niet moesten betaald worden, als er nog volledig le lopen maanden zijn tussen de datum waarop deze situaties zich hebben voorgedaan en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar (BTW-Wetboek, art. 77, § 2, tweede lid, nieuw; kon. besl. nr. 4, art. 10, § 2, nieuw; kon. besl. nr.20, bijlage, tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 5, eerste lid, nieuw; Alg. Ver. Z.G.T., art. 8bis, nieuw, § 3).
64. De toe te passen herzieningscoëfficient is een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 36 (aantal maanden van de driejarige periode) en waarvan de teller overeenstemt met het aantal nog volledig te lopen maanden tussen de datum waarop de oorzaken van herziening (z. nrs. 43 tot 50) zich hebben voorgedaan en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar. In dit opzicht wordt opgemerkt dat voor de bepaling van de teller van de breuk geen rekening zal worden gehouden met de maand waarin, op welke dag ook, de oorzaak van herziening zich voordoet.
65. Voorbeeld. Het bedoelde voertuig werd op 15 februari 1984 met toepassing van de gunstregeling inzake BTW geleverd aan de invalide of gehandicapte. De invalide of gehandicapte verkoopt zijn voertuig en levert het op 15 juni 1985 aan de koper, die het dezelfde dag op zijn naam laat inschrijven (z. nr. 50).
De periode van herziening begint te lopen op 1 februari 1984 en eindigt op 31 januari 1987 (z. nrs. 60 en 61).
Daar de wijziging van bestemming zich voordoet in juni 1985 dienen het aantal volledige maanden vanaf juli 1985 tot en met januari 1987 te worden geteld, hetzij 6 maanden voor 1985, 12 maanden voor 1986 en 1 maand voor 1987. Het totaal aantal maanden is dus 19 (deze vormen de teller). De herzieningscoëfficient is aldus 19/36.
VII. Belasting waarop de herziening van toepassing is.
66. Wanneer het bedoeld voertuig genoten heeft van de gunstregeling inzake BTW werd het, bij de levering aan de invalide of gehandicapte, of ingevolge de invoer ervan door betrokkene, onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct. in plaats van de normaal verschuldigde belasting tegen het tarief van 25 pct., eventueel verhoogd met de aanvullende weeldetaks van 8 pct. Bovendien heeft de invalide de teruggave verkregen van de belasting van 6 pct.
67. Net zoals de gunstregeling die in twee stadia wordt toegepast gebeurt, althans theoretisch, eveneens de herziening in twee fasen. De herzieningscoëfficient wordt vooreerst toegepast op het verschil tussen de normaal verschuldigde belasting (tegen het tarief van 25 pct., in voorkomend geval verhoogd met 8 pct.).en de werkelijk betaalde belasting (tegen het tarief van 6 pct.); vervolgens wordt hij toegepast op de belasting die aan de invalide werd teruggegeven; in feite wordt hij toegepast over het totaalbedrag van de belasting die de invalide of gehandicapte had moeten betalen bij de levering of bij de invoer, indien hij de gunstregeling niet had ingeroepen.
68. Wanneer het desbetreffende voertuig heeft genoten van de vrijstelling van de inschrijvingstaks, zal de herzieningscoëfficient worden toegepast over het totaalbedrag van de inschrijvingstaks (tegen het tarief van 25 pct. of, in voorkomend geval, van 33 pct.) welke, bij gebreke aan deze vrijstelling, verschuldigd zou zijn geweest bij de inschrijving.
69. De toepassing van de herzieningscoëfficient op de alzo vastgestelde belastingen laat toe het bedrag van de belasting te bepalen (BTW of inschrijvingstaks) dat de invalide of gehandicapte dient te storten aan de Staat ingevolge de wijziging van de bestemming.
VIII. Formaliteiten te voldoen door de invalide of gehandicapte met het oog op de herziening.
70. Binnen een maand te rekenen vanaf de datum van de wijziging van bestemming (of van de afstand) van het voertuig die de herziening tot gevolg heeft, dient de invalide of gehandicapte een brief te richten aan de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarvan zijn woonplaats is gelegen; deze brief dient de volgende vermeldingen te bevatten :
- zijn naam en adres;
- een verwijzing naar het document nr. 716 (BTW) of naar het document nr. 443 (inschrijvingstaks), uitgereikt om te kunnen genieten van de gunstregeling met betrekking tot het betrokken voertuig;
- de nauwkeurige omschrijving van het voertuig;
- de aard en de datum van de gebeurtenis (wijziging van inschrijving, betaling van de verkeersbelasting, wederverkoop, enz.) die de herziening tot gevolg heeft.
71. De belanghebbende dient bij zijn brief het attest, beoogd onder nr. 74, te voegen dat hem werd afgeleverd ten einde aanspraak te kunnen maken op de gunstregeling voor het beoogde voertuig.
IX. Betaling van de belasting.
72. Bij ontvangst van de brief beoogd onder nr. 70, dient de BTW-hoofdcontroleur het bedrag-te berekenen van de belasting die moet worden gestort tengevolge van de regularisatie, en dit bedrag ter kennis te brengen van de bevoegde ontvanger van de BTW, met het oog op de invordering ervan. De betaling dient te gebeuren op de postrekening vermeld op het betalingsbericht dat de ontvanger toestuurt aan de invalide of gehandicapte; deze betaling dient te gebeuren binnen een maand te rekenen vanaf de datum van dit bericht.
Onderafdeling IV.- Aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren, onderhouds- en herstellingswerken.
73. Zoals voorheen heeft de invalide of gehandicapte recht de toepassing van het verlaagd tarief van 6 pct. voor de aankopen of invoeren van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren ten behoeve van het voertuig waarvoor hij van de gunstregeling geniet (BTW of inschrijvingstaks) alsook voor de onderhouds- en herstellingswerken die hij aan dit voertuig laat uitvoeren.
74. Om het verlaagd tarief te bekomen moet de invalide of gehandicapte, in de nieuwe regeling, niet meer zijn invaliditeitsattest voorleggen aan de verkoper of, in voorkomend geval, aan de douane, of aan de hersteller, maar moet hij een administratief attest (document nr. 717, 7. bijlage 11) overleggen, dat het voertuig identificeert en dat door de BTW-hoofdcontroleur wordt afgeleverd, ofwel op het ogenblik dat de belanghebbende zijn aanvraag tot teruggave inzake BTW indient (z. nr. 35), ofwel wat de inschrijvingstaks betreft op het ogenblik dat hij in het bezit is van het inschrijvingsbewijs van het voertuig.
75. De voorlegging van dit document laat slechts de toepassing van het verlaagd tarief voor de beoogde leveringen en diensten toe voor zover de invalide of gehandicapte op dat ogenblik nog steeds voldoet aan de voorwaarden gesteld voor het behouden van de gunstregeling die hem aanvankelijk werd toegestaan. Behoudens in geval van samenspanning wordt de verkoper of hersteller ontlast van alle verantwoordelijkheid voor de toepassing van het verlaagd tarief, welke verantwoordelijkheid enkel rust op zijn medecontractant .
76. De verkoper of hersteller dient, voor elke handeling, op de factuur die hij gehouden is uit te reiken en op het dubbel ervan de datum en het referentienummer van het attest nr. 717 en het controlekantoor dat dit attest heeft uitgereikt, te vermelden; in geval van invoer berust deze formaliteit bij de douane, die deze vermeldingen aanbrengt op het invoerdocument en op de kopieën ervan.
77. In de gevallen beoogd onder de nrs. 43 tot 50, die een herziening van de gunstregelingen met zich brengen omwille van de wijziging van bestemming of de afstand van het voertuig, dient de invalide of gehandicapte onmiddellijk het attest nr. 717 terug te sturen naar het BTW-controlekantoor dat het hem heeft afgeleverd, daar dit attest vanaf de datum van de wijziging van bestemming of de afstand van het voertuig geen recht meer geeft op de voordelen uiteengezet in nr. 73.
Inwerkingtreding van de nieuwe regeling. Overgangsmaatregelen.
78. De wijzigingen welke op 1 januari 1984 werden aan de gunstregelingen van toepassing voor bepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten hebben betrekking op de voertuigen geleverd of ingevoerd onder het stelsel van de BTW, vanaf 1 januari 1984, of ingeschreven onder het regime van de inschrijvingstaks vanaf 1 januari 1984. Deze wijzigingen zijn aldus ook van toepassing op de voertuigen verkregen voor 1 januari 1984 wanneer, naargelang het geval, de levering, de invoer of de inschrijving ervan plaatsvindt in 1984.
79. Voor de voertuigen geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 blijft in principe de oude regeling van toepassing. De wijzigingen van bestemming, die reeds onder dit regime de herziening tot gevolg hadden (gebruik van het voertuig voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide, wijziging van de inschrijving, vrijwillige betaling van de verkeersbelasting), zouden inzonderheid alsnog een volledige storting van de normaal verschuldigde belasting ten gevolge dienen te hebben. De administratie is evenwel bereid, bij wijze van toegeving, de nieuwe wijze van herziening "pro rata temporis" welke voordeliger is voor de invalide of gehandicapte, met terugwerkende kracht toe te passen en dit voor de oorzaken van herziening die zich voordoen vanaf 1 januari 1984 voor de voertuigen die van de oude gunstregeling hebben genoten.
80. Het spreekt vanzelf dat geen herziening zal gebeuren voor de wederverkoop, vanaf 1 januari 1984, van voertuigen die vallen onder de toepassing van de oude regeling.
81. Wat de aankopen van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren betreft ten behoeve van de voertuigen gebruikt door invaliden of gehandicapten en de onderhouds- en herstellingswerken aan deze; voertuigen, is de toepassing van het verlaagd BTW-tarief onder de oude regeling ondergeschikt aan de voorlegging aan de verkoper of de hersteller van een invaliditeitsattest beoogd onder nr. 13 en, onder de nieuwe regeling, ondergeschikt aan de voorlegging van het attest nr. 717, afgeleverd door de administratie (z. nr. 74). De formaliteiten zijn aldus verschillend naargelang het beoogde voertuig werd geleverd, ingevoerd of ingeschreven voor 1 januari 1984 of vanaf deze datum. Dit onderscheid kan soms moeilijkheden meebrengen voor de leverancier van de goederen of de diensten. Om deze moeilijkheden te voorkomen zal de administratie attesten nr. 717 uitreiken voor de voertuigen die onder de oude regeling vallen, op aanvraag van de invalide of gehandicapte gericht aan het BTW-controlekantoor waar hij zijn aanvraag tot teruggave van de BTW heeft ingediend, of aan diegene die was belast met de formaliteiten voor de vrijstelling van de inschrijvingstaks.
---------- (1) Z. deze Revue, blz. 173 (2) Z. deze Revue, blz. 182 (3) Z. Revue nr. 34, blz. 262. (4) Z. Revue nr. 45, blz. 263. (5) Z. Revue nr. 46, blz. 349.
Bron: FisconetPlus
