Circulaire nr. Ci.RH.233/485.651 van 17.10.1996
CIRC 17.10.96/1
Bull. nr. 766, pag. 2447
AANDEEL
Aandeel met STRIP-VVPR.
Vormvereiste van het aandeel.
ROERENDE VOORHEFFING.
Inkomen van aandelen of delen.
Tarief van de roerende voorheffing.
Aandeel met STRIP-VVPR.
Vormvereiste van het aandeel.
ROERENDE VOORHEFFING.
Inkomen van aandelen of delen.
Tarief van de roerende voorheffing.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr I. Inleiding 1 II. Algemeen 2 III. Aandelen met STRIP-VVPR A. Materiële vorm 5 B. Roerende voorheffing 1. Basisprincipes 6 2. Modaliteiten van storting van de RV 10 3. Controlemaatregel 14 4. Teruggave van teveel bij de bron ingehouden RV 15 C. Overdracht van STRIP-VVPR-coupons 16 IV. Bonusaandelen 17 V. Vroegere AFV-aandelen 18 Bijlage I. INLEIDING
1. Deze circulaire verstrekt commentaar op een bijzonder aspect van het gunstregime dat art. 20, W 30.3.1994 (V 2297 - Bull. 739) heeft ingevoerd door art. 269, WIB 92, te wijzigen, in die zin dat in de mogelijkheid wordt voorzien dat bepaalde dividenden worden onderworpen aan een inhouding van RV van 15 % i.p.v. 25 %. Meer bepaald verduidelijkt zij de modaliteiten van de "stripping" van bepaalde in de eerste markt van een effectenbeurs opgenomen aandelen, vermeld in het bericht dat werd gepubliceerd in het BS 27.4.1996, blz. 10371 (zie bijlage).
II. ALGEMEEN
2. Overeenkomstig art. 269, 2de lid, 2°, en 3de lid, WIB 92, is het tarief van de RV van 15 % van toepassing:
1° op dividenden van de zogenaamde AFV-aandelen, uitgegeven in 1982 of 1983 in het kader van het KB 15/150 en genoteerd op een effectenbeurs, wanneer de vennootschap die de inkomsten uitkeert onherroepelijk heeft verzaakt aan de vrijstelling van de Ven.B die tijdelijk werd verleend aan alle of aan een deel van de uitgekeerde dividenden;
2° voor zover de vennootschap die de inkomsten uitkeert niet onherroepelijk verzaakt aan het voordeel van de verlaging van de aanslagvoet van de RV van 25 % tot 15 %, op dividenden van aandelen die vanaf 1.1.1994 werden uitgegeven:
| a) | hetzij door het openbaar aantrekken van spaargelden; |
b) hetzij ter vertegenwoordiging van maatschappelijk kapitaal dat overeenstemt met inbrengen in geld en die vanaf hun uitgifte het voorwerp uitmaken van een inschrijving op naam bij de uitgever, of in België in open bewaargeving zijn gegeven bij een bank, een openbare kredietinstelling, een beursvennootschap of een spaarkas die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is onderworpen;
3° voor zover de vennootschap die de inkomsten uitkeert niet onherroepelijk verzaakt aan het voordeel van de verlaging van de aanslagvoet van de RV van 25 % tot 15 %, op andere dan in art. 21, 2°, WIB 92, bedoelde dividenden die worden uitgekeerd door de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht (BEVEK, BEVAK en VBS).
De hiernavolgende commentaar beperkt zich tot het uiteenzetten van bepaalde bijzonderheden betreffende de in de punten 1° en 2°, a, hiervoor vermelde effecten die het voorwerp uitmaken van een opneming op de eerste markt van een effectenbeurs. De andere bepalingen van art. 269, WIB 92, zullen later worden besproken.
3. Oorspronkelijk (Bericht van de Administratie van de thesaurie, gepubliceerd in het BS 21.4.1994, blz. 10764, met betrekking tot de materiële vorm van de aandelen waarvan de dividenden aan de RV van, destijds, 13,39 % waren onderworpen) was vereist dat de desbetreffende effecten de benaming "VV" of "PR" zouden dragen en het voorwerp zouden uitmaken van een afzonderlijke beursnotering. Als gevolg daarvan kende de aandelenmarkt evenwel een gebrek aan liquiditeit, hetgeen in het algemeen resulteerde in een lagere notering in vergelijking met de beurskoers van de gewone aandelen.
Om die reden heeft de Administratie van de thesaurie toegelaten dat de bedoelde aandelen, naar keuze, een van de twee volgende vormen mochten aannemen:
a) ofwel vertegenwoordigd zijn door afzonderlijke effecten, aangeduid als "VVPR", samengesteld uit een mantel en een couponblad die de vermelding "verlaagde voorheffing" of "VV" dragen (voor wat de effecten betreft die werden uitgegeven in het Frans, "précompte réduit" of "PR");
b) ofwel vertegenwoordigd zijn door een mantel zonder bijzondere vermelding, voorzien van een eerste gewoon couponblad en vergezeld van een tweede afzonderlijk couponblad waarvan de coupons de vermelding "STRIP-VV" of "STRIP-PR" (Deze coupons worden hierna eenvoudigweg aangeduid door de benaming "STRIP-VVPR-coupons") dragen.
Deze laatste handelswijze (sub b) laat enerzijds toe dat de gewone en de VVPR-aandelen van eenzelfde vennootschap onderling verwisselbaar zijn en anderzijds dat de STRIP-VVPR afzonderlijk kan worden verhandeld.
4. M.b.t. de VVPR-aandelen die in de vorm van afzonderlijke effecten (sub a) worden uitgegeven dienen geen opmerkingen te worden gemaakt. Deze effecten bekomen een afzonderlijke notering op de beurs en de eraan gehechte coupons geven, zonder bijzondere formaliteiten, recht op de inning van het dividend onder aftrek van de RV van 15 %.
III. AANDELEN MET STRIP-VVPR
| A. | Materiële vorm |
5. Het met STRIP-VVPR uitgegeven effect wordt vertegenwoordigd door een mantel met twee couponbladen.
De mantel vormt samen met het eerste couponblad een gewoon aandeel. Als zodanig wordt dit effect niet afzonderlijk op de beurs genoteerd.
Het tweede afzonderlijke couponblad, STRIP-VVPR-couponblad genoemd, vertegenwoordigt uitsluitend het recht van de houder ervan om te genieten van de verlaagde RV van 15 % en moet aan de volgende vormvereisten voldoen:
1° de coupons van het STRIP-VVPR-couponblad dragen dezelfde volgnummers als die van de coupons welke gehecht zijn aan de mantel en voldoen aan dezelfde vormvereisten (o.a. nummer van het aandeel);
2° zij dragen de vermelding "STRIP-VV (of "STRIP-PR") in vette en goed leesbare lettertypes.
B. Roerende voorheffing
1. Basisprincipe
6. Aangezien de gewone coupon het recht op het dividend belichaamt, terwijl de STRIP-VVPR-coupon enkel toelaat de RV-inhouding van 15 % i.p.v. 25 % te genieten, is het duidelijk dat de beide coupons (die hetzelfde volgnummer dragen) samen ter inning moeten worden aangeboden opdat het dividend zou kunnen worden uitbetaald onder afhouding van een verlaagde RV.
De aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op het feit dat:
- indien de begunstigde enkel de gewone coupon aanbiedt, deze zal worden uitbetaald onder afhouding van de "gewone" RV;
- de afzonderlijk aangeboden STRIP-VVPR-coupon daarentegen geen enkel recht verleent.
7. Het bericht in het BS 27.4.1996 verduidelijkt uitdrukkelijk dat enkel de STRIP-VVPR coupons, die uiterlijk op 30 november van het jaar van toekenning van een dividend gelijktijdig met de coupons met hetzelfde volgnummer die het recht op dividend vertegenwoordigen worden aangeboden, recht geven op de verlaging van de voorheffing.
Dit betekent in principe dat, na 30 november, de financiële instellingen die tussenkomen bij de betaling van de dividenden verplicht zijn een RV van 25 % in te houden, zelfs indien de begunstigde bij de inning de twee vereiste coupons (gewone coupon + STRIP-VVPR-coupon) gelijktijdig aanbiedt.
8. Er is evenwel gebleken dat, in bepaalde gevallen, deze datum van 30 november aanleiding kan geven tot moeilijkheden, inzonderheid wanneer bijvoorbeeld een tussentijds dividend wordt uitbetaald in de loop van het laatste trimester.
Om die reden werd dan ook beslist dat, alhoewel het bericht in het BS 27.4.1996 hiervan geen melding maakt, m.b.t. de na 31 augustus gedecreteerde dividenden, de datum van 30 november mag worden vervangen door 31 maart van het volgende jaar.
9. De hiervoor uiteengezette principes hebben enkel betrekking op de inhouding van de RV aan de bron. Zij doen uiteraard geen afbreuk aan de mogelijkheid waarover de belastingplichtige beschikt om bezwaar in te dienen wanneer hij kan aantonen dat het dividend werd uitbetaald onder afhouding van een RV van 25 % daar waar die RV 15 % had moeten bedragen (zie nr 15).
| 2. | Modaliteiten van storting van de RV |
10. M.b.t. de aandelen met dubbel couponblad mag, op het ogenblik van toekenning van het dividend, de te storten RV worden berekend en aan de schatkist worden gestort, uitgaande van de veronderstelling dat alle STRIP-VVPR-coupons geldig en tijdig zullen worden aangeboden, d.w.z. ten laatste op de uiterst toegestane datum (Naar gelang van het geval is dit ofwel 30 november (zie nr. 7), ofwel 31 maart (zie nr. 8)).
11. Het verschil tussen de RV die, gelet op de geldig aangeboden STRIP-VVPR-coupons, werkelijk verschuldigd is en de RV die oorspronkelijk werd gestort, moet binnen de 15 dagen vanaf de uiterst toegestane datum (Naar gelang van het geval is dit ofwel 30 november (zie nr. 7), ofwel 31 maart (zie nr. 8) worden voldaan door middel van een verbeterde aangifte in de RV met verwijzing naar de oorspronkelijke aangifte.
Indien, bijvoorbeeld, een vennootschap in juni 1996 een bruto-dividend van 100 F per aandeel toekent en haar kapitaal is vertegenwoordigd door 100.000 gewone aandelen, waarvan 20.000 nieuwe aandelen vanaf 1.1.1994 werden uitgegeven met een STRIP-VVPR-couponblad, mag de te storten RV voorlopig als volgt worden bepaald:
----------------------------------------------------------------- Aantal aandelen Bruto dividend RV-tarief Bedrag RV ----------------------------------------------------------------- 80.000 8.000.000 25 % 2.000.000 20.000 2.000.000 15 % 300.000 ----------------------------------------------------------------- 100.000 10.000.000 - 2.300.000 -----------------------------------------------------------------
Indien op 30.11.1996 slechts 15.000 STRIP-VVPR-coupons op geldige wijze ter inning werden aangeboden, moet de vennootschap uiterlijk op 15.12.1996 de storting doen van een supplement aan RV van
(20.000 - 15.000) x 100 x (25 % - 15 %) = 50.000 F.
12. In voorkomend geval dienen de personen die gemachtigd zijn tot de uitbetaling van de coupons aan de schuldenaar tijdig de noodzakelijke inlichtingen te verschaffen.
13. Deze mogelijkheid waarover de schuldenaar van de RV beschikt om over te gaan tot een regulariserende storting van RV na de in art. 412, WIB 92, bepaalde uiterste datum van de verschuldigdheid ervan, (te weten vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten) verhindert in principe dat hem dienaangaande een administratieve sanctie wordt opgelegd voor zover, wel te verstaan, de vereiste bijkomende storting plaatsvindt binnen de toegestane termijnen.
| 3. | Controlemaatregel |
14. Ten einde controle te kunnen uitoefenen op het aantal STRIP-VVPR coupons dat geldig ter inning wordt aangeboden, moet de vennootschap die de inkomsten uitkeert een lijst ter beschikking van de administratie houden met de nummers van de aandelen (in stijgende orde gerangschikt), waarvan de gewone coupons samen met de overeenstemmende STRIP-VVPR-coupons ter inning werden afgegeven, en met vermelding van de datum van uitbetaling van het dividend.
| 4. | Teruggave van teveel bij de bron ingehouden RV |
15. Wat de dividenden betreft waarop 25 % RV werd ingehouden maar waarvoor de belastingplichtige ken aantonen dat de voorwaarden zijn vervuld om de verlaagde aanslagvoet van 15 % als bedoeld in art. 269, 3de lid, a, WIB 92, toe te passen, kan de teruggave van de teveel bij de bron ingehouden RV worden bekomen door het indienen van een bezwaarschrift overeenkomstig art. 366, WIB 92.
| C. | Overdracht van STRIP-VVPR coupons |
16. Alhoewel de STRIP-VVPR-coupon gelijktijdig met een gewone coupon moet worden aangeboden, is het niet vereist dat deze voortkomt van het STRIP-VVPR-couponblad dat oorspronkelijk verbonden was met het aandeel waarvan de gewone coupon afkomstig is.
Er wordt op gewezen dat de STRIP-VVPR-couponbladen op zichzelf verhandelbaar zijn en het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke notering op de beurs.
Wanneer het STRIP-VVPR-couponblad wordt overgedragen in het kader van de beroepswerkzaamheid, vormt de opbrengst uit die verrichting een belastbaar beroepsinkomen. Indien de overdrager een vennootschap is, wordt het desbetreffende inkomen niet aangemerkt als een meerwaarde op aandelen die in aanmerking komt om overeenkomstig art. 192, WIB 92, te worden vrijgesteld. Hieruit volgt dat in geval van verwezenlijking van een minderwaarde de bepalingen van art. 198, 7°, WIB 92, evenmin van toepassing zijn.
IV. BONUSAANDELEN
17. Art. 269, 3de lid, a, WIB 92, kan van toepassing zijn op dividenden die worden toegekend aan bonusaandelen, inzonderheid bonusaandelen die werden uitgegeven naar aanleiding van een kapitaalverhoging door incorporatie van reserves, in de mate dat zij worden toegekend aan voorheen bestaande VVPR-aandelen (met of zonder strip).
Onder die voorwaarden worden, zelfs zonder dat er een openbaar beroep op het spaarwezen is gedaan, de gratis aandelen geacht te zijn verworven in dezelfde omstandigheden als de oude aandelen; zij dragen dan ook dezelfde kenmerken als de aandelen welke tot hun toekenning aanleiding hebben gegeven. In elk geval kunnen zij het aan voorheen bestaande effecten verbonden fiscale voordeel niet verhogen noch verminderen.
De bonusaandelen die tegen afgifte van, een voldoende aantal, aan VVPR-effecten gehechte coupons (zonder strip) worden afgeleverd, zullen zelf de aard hebben van VVPR-aandelen.
Met betrekking tot de bonusaandelen die, rekening houdend met wat voorafgaat, met STRIP-VVPR zijn uitgegeven, en gelet op het omwisselbaar karakter van enerzijds, de gewone aandelen waaraan ze werden toegekend (vertegenwoordigd door een mantel en een gewoon couponblad) en anderzijds het STRIP-VVPR-couponblad (dat het recht op de RV van 15 % vertegenwoordigt), moet door de uitkerende vennootschap een splitsing worden doorgevoerd tussen:
- de aflevering van de mantel met het gewone couponblad eigen aan het nieuwe bonusaandeel tegen afgifte van een voldoende aantal gewone coupons die gehecht waren aan de oude aandelen;
- de aflevering van het STRIP-VVPR-couponblad tegen afgifte van eenzelfde aantal coupons van de voorheen bestaande STRIP-VVPR couponbladen, die dezelfde volgnummers dragen als de coupons die recht geven op de afgifte van het bonusaandeel.
V. VROEGERE AFV-AANDELEN
18. De onder de nrs 5 tot 17 uiteengezette richtlijnen mogen in principe eveneens worden toegepast voor de aandelen bedoeld in art. 269, 2de lid, 2°, WIB 92, d.w.z. op de vroegere AFV-aandelen die op de beurs zijn genoteerd en waarvoor op een geldige wijze werd verzaakt aan de voordelen inzake Ven.B.
Wanneer niet werd gekozen voor de uitgifte van gewone aandelen met een STRIP-VVPR-couponblad, moeten geen nieuwe aandelen worden gecreëerd zodat de vroegere AFV-aandelen voortaan kunnen worden genoteerd als VVPR-aandelen.
Wanneer in een vennootschap meerdere reeksen AFV-aandelen bestonden (AFV1, AFV2, enz.), worden die tot één enkele reeks van onderling omwisselbare VVPR-aandelen versmolten.
NAMENS DE MINISTER:De Directeur-generaal,
J.C. TILLIET.
BIJLAGE
Bericht met betrekking tot de materiële vorm van de aandelen waarvan de dividenden aan de roerende voorheffing van 15 % zijn onderworpen en van de aandelen of deelbewijzen die beantwoorden aan de voorwaarden van het bericht van 27 april 1982 met betrekking tot de toepassing van het koninklijk besluit nr. 15 van 9 maart 1982 tot aanmoediging van de inschrijving op of de aankoop van aandelen of bewijzen van deelgerechtigheid in Belgische vennootschappen (BS 27.4.1996 - Bull. 762. Deze tekst vervangt het in het BS 26.4.1995, blz. 11.083 gepubliceerde bericht).
1. Gelet op artikel 22, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de opneming van financiële instrumenten in de eerste markt van een effectenbeurs, beslist de Minister van Financiën dat de aandelen waarvan de dividenden onderworpen zijn aan de roerende voorheffing van 15 % bedoeld in artikel 269, derde lid, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd door de wet van 20 december 1995, om in de eerste markt van een effectenbeurs te worden opgenomen, dienen te voldoen aan wat bepaald is in artikel 22 van voornoemd besluit van 22 december 1995, alsook aan de hierna volgende vormvereisten:
a) ofwel, is het aan deze aandelen toegekende bijzondere codenummer, op de mantel en op de coupons gedrukt in witte negatieve lettertekens op een zwart vlak.
In dit geval, is dit vlak op de mantel 4 mm hoog en 16 mm breed. Op de coupons is dit vlak 3 mm hoog en 12 mm breed. In datzelfde geval is op de mantel de vermelding "verlaagde voorheffing" gedrukt. Op de coupons is de vermelding "VV" gedrukt;
| b) | ofwel is het aandeel vertegenwoordigd door een mantel met: |
- een couponblad dat gelijk is aan het couponblad dat gehecht is aan een aandeel waarvan de dividenden onderworpen zijn aan de roerende voorheffing van 25 %, en
- een afzonderlijk couponblad dat aan de volgende vormvereisten dient te voldoen:
1° de coupons dragen dezelfde volgnummers als deze die zijn gehecht aan de mantel van de aandelen waarvan de dividenden aan de roerende voorheffing van 25 % zijn onderworpen, en voldoen aan dezelfde vormvereisten;
2° de coupons dragen de vermelding "STRIP-VV" in vette en goed leesbare lettertypes gedrukt.
In dat geval geeft de coupon "STRIP-VV" die, uiterlijk op 30 november van het jaar van toekenning van een dividend en gelijktijdig met de coupon met hetzelfde volgnummer die het recht op dividend vertegenwoordigt, wordt aangeboden, recht op de verlaging van de voorheffing.
2. De vóór 1 januari 1994 uitgegeven aandelen en de aandelen die aan de in punt b gestelde voorwaarden beantwoorden zijn onderling vervangbaar.
3. Wat in de punten 1 en 2 is bepaald geldt eveneens voor de aandelen waarvan de dividenden aan de roerende voorheffing van 15 % zijn onderworpen op grond van artikel 269, tweede lid, 2° van het voormelde Wetboek, met dien verstande dat, wanneer werd gekozen voor de regel vermeld onder 1, a), de vroegere aandelen als aandelen "VV" zullen worden beschouwd.
4. De aandacht van de vennootschappen wordt gevestigd op de verplichting de drukproeven van hun nieuwe effecten beoogd in punt 1 van dit bericht, ter goedkeuring voor te leggen aan het Comité voor nazicht der effecten, opgericht door Regents besluit van 7 april 1949, vooraleer er de definitieve specimens neer te leggen en de aangemaakte effecten aan de inschrijvers van die effecten te bezorgen.
5. Gelet op artikel 22, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de opneming van financiële instrumenten in de eerste markt van een effectenbeurs en het bericht van 27 april 1982, beslist de Minister van Financiën dat de effecten die gedrukt werden volgens de voorschriften bepaald in punt 4 van dit bericht van 27 april 1982, waarvan de fiscale voordelen zullen vervallen, en de gewone effecten onderling vervangbaar zullen zijn ten vroegste na de sluiting van het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 1997.
Dit is niet toepasselijk op de AFV-effecten waarvoor de toelating werd gegeven om in uitvoering van het hierboven vermeld punt 1, a) als VV-aandelen te worden geleverd.
Bron: FisconetPlus
