Circulaire 2020/C/141 betreffende EORI (Economic Operator’s Registration and Indentification) registratie en identificatie van marktdeelnemers (Opgeheven)

Vervangen door

Circulaire 2025/C/73

D.I. 500 – EORI; EORI-nummer; registratie; identificatie; marktdeelnemer; gegevensbank; EORI-systeem; EORI-Cel

FOD Financiën, 18.11.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstabel

Circulaire 2020/C/141 betreffende EORI (Economic Operator’s Registration and Indentification) registratie en identificatie van marktdeelnemers

1. Inleiding

2. Gebruikte initiaalwoorden en letterwoorden

3. Definities

4. Wettelijke basis

5. Het doel van de EORI-registratie

6. Het toepassingsveld

6.1. In het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

6.2. Niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

6.3. Andere personen dan marktdeelnemers

6.4. Diplomatieke vertegenwoordigingen van de Europese Unie, diplomatieke missies van derde landen, internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties

6.4.1. Diplomatieke vertegenwoordigingen van de Europese Unie en diplomatieke missies van derde landen

6.4.2. Internationale organisaties

6.4.3. Niet-gouvernementele organisaties

7. Plaats van registratie

7.1. In het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

7.1.1. Principe

7.1.2. Specifiek geval van multinationals

7.1.2.1. Algemeen

7.1.2.2. Sommige entiteiten zijn geen "personen" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU

7.2. Niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

8. Procedure voor de EORI-registratie

8.1. Algemeenheden

8.2. Het centrale EORI-systeem

8.3. Toegang tot de centrale EORI-gegevensbank van de Europese Commissie

8.4. De Belgische gegevensbronnen inzake EORI

8.4.1. Algemeenheden

8.4.2. De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

8.4.3. Het rijksregister van natuurlijke personen

8.4.4. De eigen gegevensbron van de douane

8.5. Tijdstip van indiening van de aanvraag tot registratie

8.6. De voor de EORI-registratie verantwoordelijke Belgische douaneautoriteit

8.6.1. De nieuwe aanvragen voor EORI-registratie in België

8.6.1.1. Aanvragen van in België gevestigde personen

8.6.1.2. Aanvragen van niet in het douanegebied van de Unie gevestigde personen

8.6.2. De toelating tot de publicatie van bepaalde gegevens op de EORI-website van TAXUD

8.7. Ongeldigverklaring van een EORI-nummer

9. Betrokken partijen bij het EORI-systeem en hun belangrijkste taken en verantwoordelijkheden

9.1. De Europese Commissie

9.2. De lidstaten

9.3. De marktdeelnemers of andere personen

9.4. De externe gebruikers

10. Gebruik van het EORI-nummer

10.1. Gebruik van het EORI-nummer op summiere aangiften

10.2. Gebruik van het EORI-nummer op douaneaangiften

10.3. Gebruik van het EORI-nummer op ATA- of CPD-carnets

10.4. Het begrip “ad-hocnummer”

10.5. Verband tussen het EORI-nummer en het btw-nummer

10.6. Intrekking van de globale btw-nummers beginnend met BE0796.5 en BE0796.6

11. Bescherming van persoonsgegevens en EORI

11.1. Algemene bepalingen

11.2. Te verstrekken informatie

11.3. Openbaarmaking van identificatie- en registratiegegevens

11. Nuttige links

13. Intrekking

Overzicht van de eindnoten

BIJLAGEN

Bijlage I: Bijlage 12-01 van de DWU DA

Bijlage II : Bijlage 12-01 van de DWU IA

Bijlage III : Formulier Toelating/EORI/A2

Bijlage IV : Formulier aanvraag BE/EORI/A3

Bijlage V : Formulier AANVRAAG/NIET EU/EORI/A4

Bijlage VI : Gebruik van het EORI-nummer op summiere aangiften

Bijlage VII : Gebruik van het EORI-nummer op douaneaangiften

1


1. Inleiding

§ 1. In deze circulaire worden de nodige toelichtingen gegeven bij de registratie voor en het gebruik van het EORI-nummer, dat dient ter identificatie van marktdeelnemers die douaneverrichtingen in België of elders in de Europese Unie uitvoeren.

2. Gebruikte initiaalwoorden en letterwoorden

§ 2. Voor de toepassing van deze circulaire worden de volgende initiaalwoorden en letterwoorden gebruikt:
a) DWU: douanewetboek van de Unie, gepubliceerd in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 269 van 10 oktober 2013) (van toepassing vanaf 1 mei 2016);
b) DWU DA: gedelegeerde handelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015) (van toepassing vanaf 1 mei 2016);
c) DWU IA: uitvoeringshandelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015) (van toepassing vanaf 1 mei 2016);
d) EORI: Economic Operators Registration and Identification (registratie en identificatie van marktdeelnemers);
e) TAXUD: Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie van de Europese Commissie.

3. Definities

§ 3. Voor de toepassing van deze circulaire verstaat men onder:

1) registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (Economic Operators Registration and Identification number of EORI-nummer): een identificatienummer dat uniek is in het douanegebied van de Unie en door een douaneautoriteit aan een marktdeelnemer of een andere persoon wordt toegekend om hem voor douanedoeleinden te registreren (zie artikel 1, punt 18) van de DWU DA);
2) douaneautoriteiten: de douanediensten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de toepassing van de douanewetgeving, en alle overige autoriteiten die krachtens het nationale recht belast zijn met de toepassing van bepaalde onderdelen van de douanewetgeving (zie artikel 5, punt 1) van het DWU);
3) douanewetgeving: het geheel van wetgeving bestaande uit de volgende elementen:

a) het DWU en de op niveau van de Unie of op nationaal niveau vastgestelde bepalingen ter aanvulling of uitvoering ervan,

b) het gemeenschappelijk douanetarief,

c) de wetgeving betreffende de instelling van een Unieregeling inzake douanevrijstellingen,

d) internationale overeenkomsten houdende douanevoorschriften, voor zover deze van toepassing zijn in de Unie;

(Zie artikel 5, punt 2) van het DWU).

4) persoon: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend (zie artikel 5, punt 4) van het DWU);
5) marktdeelnemer: de persoon die zich in het kader van zijn bedrijfsvoering bezighoudt met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen (zie artikel 5, punt 5) van het DWU);
6) summiere aangifte bij binnenbrengen: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen binnenkomen (zie artikel 5, punt 9) van het DWU);
7) summiere aangifte bij uitgaan: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen verlaten (zie artikel 5, punt 10) van het DWU);
8) aangifte tot tijdelijke opslag: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze kenbaar maakt dat hij goederen in tijdelijke opslag plaatst (zie artikel 5, punt 11) van het DWU);
9) douaneaangifte: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen, in voorkomend geval met opgave van eventuele specifieke procedures die moeten worden toegepast (zie artikel 5, punt 12) van het DWU);
10) douaneregeling: één van de onderstaande regelingen waaronder goederen overeenkomstig het DWU kunnen worden geplaatst:

a) in het vrije verkeer brengen;

b) bijzondere regelingen;

c) uitvoer;

(Zie artikel 5, punt 16) van het DWU).

11) in het douanegebied van de Unie gevestigd persoon:

a) indien het een natuurlijk persoon betreft, eenieder die in het douanegebied van de Unie zijn normale verblijfplaats heeft,

b) indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft in het douanegebied van de Unie;

(Zie artikel 5, punt 31) van het DWU).

12) vaste inrichting: een vaste vestiging voor bedrijfsuitoefening waar de nodige menselijke en technische hulpbronnen permanent voorhanden zijn en waarmee de douanetransacties van een persoon volledig of gedeeltelijk worden uitgevoerd (zie artikel 5, punt 32) van het DWU);

13) beschikking: elke beslissing welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft (zie artikel 5, punt 39) van het DWU);

14) vervoerder:

a) in de context van het binnenbrengen, de persoon die de goederen naar het douanegebied van de Unie brengt of die zich met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Unie belast. Daarbij geldt echter het volgende:

i) bij gecombineerd vervoer wordt onder "vervoerder" de persoon verstaan die het vervoermiddel bestuurt dat, nadat het op het douanegebied van de Unie is binnengebracht, zichzelf zal voortbewegen als actief vervoermiddel;

ii) in het geval van zee- of luchtvervoer in het kader van een charterovereenkomst of een overeenkomst voor het delen van laadruimte wordt onder "vervoerder" de persoon verstaan die een overeenkomst sluit en het cognossement of de luchtvrachtbrief afgeeft voor het feitelijke vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Unie;

b) in de context van het uitgaan, de persoon die de goederen uit het douanegebied van de Unie brengt of die zich met het vervoer van de goederen buiten het douanegebied van de Unie belast. Daarbij geldt echter het volgende:

i) bij gecombineerd vervoer, wanneer het actieve vervoermiddel dat het douanegebied van de Unie verlaat slechts een ander vervoermiddel vervoert dat, na de aankomst van het actieve vervoermiddel ter bestemming, zichzelf zal voortbewegen als een actief vervoermiddel, wordt onder "vervoerder" de persoon verstaan die het vervoermiddel dat zichzelf zal voortbewegen, zal besturen, nadat het vervoermiddel dat het douanegebied van de Unie heeft verlaten ter bestemming is aangekomen;

ii) in het geval van zee- of luchtvervoer in het kader van een charterovereenkomst of een overeenkomst voor het delen van laadruimte wordt onder "vervoerder" de persoon verstaan die een overeenkomst sluit en het cognossement of de luchtvrachtbrief afgeeft voor het feitelijke vervoer van de goederen uit het douanegebied van de Unie;

(Zie artikel 5, punt 40) van het DWU).

15) derde land: een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie (zie artikel 1, punt 11) van de DWU DA);

4. Wettelijke basis

§ 4. De wettelijke basis voor de EORI-identificatie bestaat uit:
- het artikel 9 van het DWU;
- de artikelen 3 t/m 7 en de bijlage 12-01 van de DWU DA;
- de artikelen 6 en 7 en de bijlage 12-01 van de DWU IA.

5. Het doel van de EORI-registratie

§ 5. De EORI-registratie heeft als doel om de administratieve lasten voor de marktdeelnemers te verminderen. Het is gebleken dat het creëren van één enkele douaneregistratie, die geldig is in de hele Unie, de kosten zou verminderen voor de marktdeelnemers die douaneverrichtingen uitvoeren.
§ 6. Daarom werd het EORI-nummer gecreëerd.
EORI staat voor "Economic Operator's registration and identification" (registratie en identificatie van marktdeelnemers).
Het EORI-nummer is een identificatienummer dat uniek is in het douanegebied van de Europese Unie en door een douaneautoriteit aan een marktdeelnemer of een andere persoon wordt toegekend om die persoon voor douanedoeleinden te registreren.
§ 7. Om de procedure van informatieverwerking te vereenvoudigen en de betrekkingen met de douaneautoriteiten te vergemakkelijken, moeten de houders van een EORI-nummer dit unieke nummer gebruiken in alle communicatie met de douaneautoriteiten, wanneer een identificatienummer voor douanedoeleinden vereist is.
De douaneautoriteiten in de Europese Unie moeten op een eenvoudige en betrouwbare wijze toegang krijgen tot de registratie- en identificatiegegevens van marktdeelnemers. Met het oog daarop is overeenkomstig artikel 16, lid 1 van het DWU een centraal elektronisch systeem ontwikkeld, waarin de registratiegegevens van marktdeelnemers en andere personen worden opgeslagen en waarmee de douaneautoriteiten informatie over EORI-nummers kunnen uitwisselen. De bevoegde douaneautoriteit stelt de informatie via dit systeem beschikbaar wanneer er nieuwe EORI-nummers worden toegekend of wanneer er wijzigingen worden aangebracht aan de gegevens die zijn opgeslagen met betrekking tot reeds bestaande registraties.
§ 8. Het EORI-nummer wordt kosteloos door de bevoegde douaneautoriteiten aan de belanghebbende verstrekt.

6. Het toepassingsveld

§ 9. Het EORI-nummer wordt gebruikt om de marktdeelnemers en de andere personen in hun betrekkingen met de douaneautoriteiten te identificeren.
Overeenkomstig artikel 7, lid 2 van de DWU IA ontvangt elke persoon slechts één uniek EORI-nummer.

6.1. In het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

§ 10. Een in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer wordt overeenkomstig artikel 9, lid 1 van het DWU geregistreerd bij de douaneautoriteit die verantwoordelijk is voor de plaats waar hij gevestigd is. Zelfs wanneer de eerste verrichting in een andere lidstaat plaatsvindt, moeten marktdeelnemers een EORI-nummer aanvragen in de lidstaat waarin zij gevestigd zijn.
§ 11. Bij de registratieprocedure moeten marktdeelnemers zich houden aan de nationale voorschriften van de lidstaat waar zij zijn gevestigd (zie § 28).
In het nationale recht van elke lidstaat wordt geregeld wie wordt beschouwd als natuurlijke persoon, rechtspersoon of vereniging van personen die als handelingsbekwaam wordt erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten.
Voorbeelden van rechtsvormen van entiteiten die volgens het nationale recht van lidstaten rechtspersonen zijn of verenigingen van personen die als handelingsbekwaam worden erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten, zijn opgenomen in bijlage II van de EORI-richtsnoeren, te raadplegen via de link
https://ec.europa.eu/taxation_customs/system/files/2020-05/dih_2018-005_eori_guidance_rev3.1_nl.pdf
§ 12. Entiteiten die rechtspersoonlijkheid hebben of handelingsbekwaam zijn zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten en die in het kader van hun bedrijfsvoering activiteiten verrichten die onder de douanewetgeving vallen, moeten een EORI-nummer krijgen.
Bijgevolg moet een in de Europese Unie gevestigde leverancier die geen activiteiten verricht die onder de douanewetgeving vallen en die reeds in het vrije verkeer gebrachte grondstoffen levert aan een in de Europese Unie gevestigde producent, geen EORI-nummer aanvragen. Ook een vervoerder die in geen enkele lidstaat betrokken is bij activiteiten die onder de douanewetgeving vallen en slechts binnen het douanegebied van de Unie goederen in het vrije verkeer vervoert, moet geen EORI-nummer hebben.
§ 13. De marktdeelnemers moeten een aanvraag tot registratie indienen voordat zij, in het kader van hun bedrijfsvoering, activiteiten beginnen in verband met de douanewetgeving, bijvoorbeeld vóór aanvang van hun invoer- of uitvoerverrichtingen (wanneer het de bedoeling is dat deze verrichtingen in de nabije toekomst zullen plaatsvinden).
De marktdeelnemers die nog geen aanvraag tot registratie hebben ingediend, kunnen dat bij hun eerste verrichting doen. Aangezien de EORI-registratie enkele dagen in beslag kan nemen, verdient het echter aanbeveling om een EORI-nummer aan te vragen voordat zij, in het kader van hun bedrijfsvoering, activiteiten beginnen in verband met de douanewetgeving.
§ 14. De volgende gevallen vereisen een specifieke benadering in het kader van de EORI-registratie:
a) Als een natuurlijke persoon die een EORI-nummer heeft dat is toegekend door een lidstaat waar de persoon zijn/haar verblijfplaats heeft, van de lidstaat van afgifte naar een andere lidstaat verhuist, moet hij/zij geen nieuw EORI-nummer aanvragen.
Voorbeeld
Een natuurlijke persoon die met een EORI-nummer is geregistreerd in België en die hier bedrijfsactiviteiten verricht, brengt zijn/haar normale verblijfplaats over van België naar Duitsland, terwijl zijn/haar bedrijfsactiviteiten in België blijven plaatsvinden.
Omdat de identiteit van de persoon niet is veranderd, kan de EORI-registratie ook onveranderd blijven. Deze persoon moet zijn/haar Belgisch EORI-nummer blijven gebruiken en moet enkel in de EORI-gegevensbank zijn/haar normale verblijfplaats aanpassen.
b) Hoewel de vermelding van het EORI-nummer op een ATA- of CPD-carnet niet is vereist, moet een in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer die de houder is van een dergelijk carnet zich registreren overeenkomstig artikel 9, lid 1 van het DWU.
Voorbeeld
Een Duitse marktdeelnemer die met een ATA-carnet goederen aangeeft voor tijdelijke uitvoer in het kader van een tentoonstelling moet in de EORI-gegevensbank geregistreerd zijn.

6.2. Niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

§ 15. Een niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer die niet over een EORI-nummer beschikt, moet zich overeenkomstig artikel 9, lid 2 van het DWU registreren bij de douaneautoriteit die verantwoordelijk is voor de plaats waar deze marktdeelnemer een aangifte indient of een beschikking aanvraagt.
§ 16. Deze marktdeelnemer moet zich overeenkomstig artikel 5 van de DWU DA registreren voordat hij:
a) in het douanegebied van de Unie een andere dan één van de volgende douaneaangiften indient:
i) een douaneaangifte overeenkomstig de artikelen 135 t/m 144 van de DWU DA, met name:

  • een mondelinge aangifte, zoals uiteengezet in de artikelen 135 t/m 137 van de DWU DA;
  • een douaneaangifte door een andere handeling, zoals uiteengezet in de artikelen 138 t/m 142 van de DWU DA;
  • een papieren douaneaangifte, zoals uiteengezet in artikel 143 van de DWU DA;
  • een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen van zendingen met een geringe waarde, zoals uiteengezet in artikel 143bis van de DWU DA;
  • een douaneaangifte voor goederen in postzendingen, zoals uiteengezet in artikel 144 van de DWU DA.

ii) een douaneaangifte om goederen onder de regeling tijdelijke invoer te plaatsen (bijvoorbeeld in het kader van een tentoonstelling) of een aangifte tot wederuitvoer om deze regeling aan te zuiveren;
Marktdeelnemers die niet in het douanegebied van de Unie gevestigd zijn, moeten zich echter bij de douaneautoriteiten registreren voordat zij een douaneaangifte indienen om goederen onder de regeling tijdelijke invoer te plaatsen dan wel een aangifte tot wederuitvoer indienen om deze regeling aan te zuiveren, wanneer registratie vereist is om gebruik te maken van het gemeenschappelijke systeem voor het beheer van zekerheden.
Niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers die houder zijn van ATA- of CPD-carnets, moeten geen EORI-nummer aanvragen om goederen onder de regeling tijdelijke invoer te plaatsen of om een aangifte tot wederuitvoer in te dienen om deze regeling aan te zuiveren.
Voorbeeld
Een Canadese marktdeelnemer die goederen aangeeft voor tijdelijke invoer met een ATA-carnet, moet geen EORI-nummer aanvragen.
iii) een douaneaangifte in het kader van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, ingediend door een marktdeelnemer die is gevestigd in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer;
Marktdeelnemers die gevestigd zijn in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, moeten zich echter bij de douaneautoriteiten registreren voordat zij een douaneaangifte indienen in het kader van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, wanneer die aangifte wordt ingediend in plaats van een summiere aangifte bij binnenbrengen of wordt gebruikt als een aangifte vóór vertrek.
iv) een douaneaangifte in het kader van de regeling Uniedouanevervoer, ingediend door een marktdeelnemer die is gevestigd in Andorra of San Marino;
Marktdeelnemers die in Andorra of San Marino gevestigd zijn, dienen zich echter bij de douaneautoriteiten te registreren voordat zij een douaneaangifte indienen in het kader van de regeling Uniedouanevervoer, wanneer die aangifte wordt ingediend in plaats van een summiere aangifte bij binnenbrengen of wordt gebruikt als een aangifte vóór vertrek.
b) een summiere aangifte bij uitgaan of bij binnenbrengen indient in het douanegebied van de Unie;
c) een aangifte tot tijdelijke opslag indient in het douanegebied van de Unie;
d) optreedt als een vervoerder met het oog op vervoer over zee, over de binnenwateren of door de lucht;
Een marktdeelnemer die optreedt als een vervoerder met het oog op vervoer over zee, over de binnenwateren of door de lucht, dient zich niet bij de douaneautoriteiten te registreren wanneer hem een uniek derdeland-identificatienummer is toegekend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land.
e) optreedt als een vervoerder die is aangesloten op het douanesysteem en een van de kennisgevingen wenst te ontvangen waarin de douanewetgeving voorziet in verband met de indiening of de wijziging van de summiere aangifte bij binnenbrengen.
Voorbeeld
Een Chinese of Zwitserse exporteur wiens goederen naar een geadresseerde in de Europese Unie worden verzonden, moet geen EORI-nummer aanvragen. Wanneer hij echter in de Unie bijvoorbeeld één van de hogergenoemde aangiften wil indienen, moet hij een EORI-nummer aanvragen.

6.3. Andere personen dan marktdeelnemers

§ 17. Andere personen dan marktdeelnemers moeten zich overeenkomstig artikel 6, lid 1 van de DWU DA registreren bij de douaneautoriteiten wanneer één van de volgende voorwaarden is vervuld:
a) deze registratie is vereist krachtens Uniewetgeving of de wetgeving van een lidstaat (een dergelijke registratie is niet vereist krachtens de Belgische wetgeving);
b) de persoon verricht handelingen waarvoor een EORI-nummer moet worden verstrekt overeenkomstig bijlage A en bijlage B van de DWU DA.
Wanneer een andere persoon dan een marktdeelnemer een mondelinge douaneaangifte verricht, is een EORI-nummer niet vereist.
Andere personen dan marktdeelnemers die houder zijn van ATA-carnets of CPD-carnets, hoeven geen EORI-nummer aan te vragen om goederen onder de regeling tijdelijke invoer te plaatsen of om een aangifte tot wederuitvoer in te dienen om deze regeling aan te zuiveren.
§ 18. EORI-registratie is echter niet vereist wanneer overeenkomstig artikel 6, lid 2 van de DWU DA een andere persoon dan een marktdeelnemer slechts incidenteel een douaneaangifte indient en de douaneautoriteiten dit gerechtvaardigd achten.
De douaneautoriteit van een lidstaat kan naargelang van de specifieke omstandigheden het maximale aantal douaneaangiften per jaar bepalen dat deze persoon kan indienen zonder een EORI-nummer toegekend te moeten krijgen.
De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen heeft vooralsnog niet bepaald hoeveel douaneaangiften een andere persoon dan een marktdeelnemer per jaar maximaal kan indienen zonder een EORI-nummer toegekend te moeten krijgen.

6.4. Diplomatieke vertegenwoordigingen van de Europese Unie, diplomatieke missies van derde landen, internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties

6.4.1. Diplomatieke vertegenwoordigingen van de Europese Unie en diplomatieke missies van derde landen

§ 19. Diplomatieke vertegenwoordigingen van de Europese Unie en diplomatieke missies van derde landen hoeven geen EORI-nummer aan te vragen.
Voorbeeld
De Belgische ambassade in Helsinki is geen marktdeelnemer in de zin van artikel 5, punt 5) van het DWU. Een EORI-registratie is dan ook niet vereist.
Als EORI-registratie om pragmatische redenen wel nodig is, bijvoorbeeld omdat de Belgische ambassade in Helsinki handelingen verricht waarvoor krachtens artikel 9, lid 3, onder a) van het DWU een EORI-nummer moet worden verstrekt, is de Finse douane de bevoegde autoriteit voor de afgifte van het EORI-nummer, aangezien de Belgische ambassade in Helsinki in Finland is gevestigd.

6.4.2. Internationale organisaties

§ 20. Bij internationale organisaties moet de situatie geval per geval worden bekeken.
Als algemene regel (met bepaalde uitzonderingen) verrichten internationale organisaties geen activiteiten die onder de douanewetgeving vallen en oefenen zij geen "bedrijfsactiviteiten" uit. Het kan echter niet worden uitgesloten dat zij in sommige gevallen een activiteit verrichten die wel onder de douanewetgeving valt en dus een EORI-nummer toegewezen zullen krijgen.

6.4.3. Niet-gouvernementele organisaties

§ 21. Bij niet-gouvernementele organisaties moet de situatie eveneens geval per geval worden bekeken.
De activiteiten van niet-gouvernementele organisaties kunnen een zakelijk karakter hebben. Sommige van deze organisaties zullen dus als marktdeelnemer worden aangemerkt en een EORI-nummer moeten hebben, ook al is het merendeel van hun invoer- en uitvoerverrichtingen vrijgesteld van douanerechten.

7. Plaats van registratie

7.1. In het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

7.1.1. Principe

§ 22. In het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers worden overeenkomstig artikel 9, lid 1 van het DWU geregistreerd bij de douaneautoriteiten die verantwoordelijk is voor de plaats waar zij gevestigd zijn.

Voorbeeld
Een in Duitsland gevestigd bedrijf dient in België een invoeraangifte in. Omdat het bedrijf in Duitsland is gevestigd, dient het door de Duitse douane een EORI-nummer toegekend krijgen, ook al worden alle douaneactiviteiten in België verricht.

7.1.2. Specifiek geval van multinationals

7.1.2.1. Algemeen

§ 23. Multinationals bestaan doorgaans uit een moederbedrijf en meerdere entiteiten die elk een afzonderlijke rechtspersoon vormen, m.a.w. een aparte juridische entiteit die in het lokale ondernemingsregister is ingeschreven overeenkomstig het ondernemingsrecht van de lidstaat waar die entiteit is gevestigd, of anders de vorm hebben van een vereniging van personen die als handelingsbekwaam wordt erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten.
Enkel “personen” in de zin van artikel 5, punt 4 van het DWU kunnen een EORI-nummer krijgen. Om te bepalen waar het EORI-nummer wordt afgegeven, moet dus worden nagegaan of de betrokken marktdeelnemer in een bepaalde lidstaat een “persoon” is.
Elke entiteit die een afzonderlijke "persoon" is en "zich in het kader van zijn bedrijfsvoering bezighoudt met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen" kan een eigen EORI-nummer krijgen.
Voorbeeld
Moederbedrijf M is gevestigd in Duitsland en verricht geen activiteiten die onder de douanewetgeving vallen. Dit bedrijf heeft twee entiteiten: E1, ingeschreven in België, en E2, ingeschreven in Nederland. Beide entiteiten zijn rechtspersonen en verrichten activiteiten die onder de douanewetgeving vallen.
Wie moet een EORI-nummer krijgen?
Moederbedrijf M kan geen EORI-nummer krijgen omdat het geen marktdeelnemer is in de zin van artikel 5, punt 5) van het DWU (het houdt zich in het kader van zijn bedrijfsvoering namelijk niet bezig met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen).
De entiteiten vallen echter wel onder de verplichting van artikel 9 van het DWU en moeten een EORI-nummer hebben aangezien zij beantwoorden aan de definitie van marktdeelnemer. Entiteit E1 krijgt een EORI-nummer van de Belgische douaneautoriteiten en entiteit E2 van de Nederlandse douaneautoriteiten.

7.1.2.2. Sommige entiteiten zijn geen "personen" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU

§ 24. Sommige entiteiten van een moederbedrijf zijn geen “persoon” in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU. Het gaat dan om filialen, kantoren, bedrijfsruimtes of andere locaties van het moederbedrijf zelf. Dergelijke entiteiten kunnen geen EORI-nummer krijgen.
Het beantwoorden aan de definitie van “persoon” is heel belangrijk, aangezien enkel “personen” kunnen optreden of partij zijn bij douanetransacties, zoals een douaneaangifte indienen, douanevertegenwoordiger zijn of een vergunning krijgen voor een bijzondere douaneregeling.
Voorbeeld1
Moederbedrijf M is gevestigd in België en verricht activiteiten die in meerdere lidstaten onder de douanewetgeving vallen.
Dit bedrijf heeft de volgende entiteiten:
- E1, gevestigd in Frankrijk;
- E2, gevestigd in Duitsland en
- E3, gevestigd in Nederland.
Geen van deze entiteiten is een "persoon" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU.
Wie moet een EORI-nummer krijgen?
Moederbedrijf M krijgt een EORI-nummer van de Belgische douane omdat het een in België gevestigde "marktdeelnemer" is (het is een persoon die zich in het kader van haar bedrijfsvoering bezighoudt met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen).
De entiteiten (E1, E2 en E3) krijgen geen EORI-nummer omdat geen van hen een "persoon" is in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU.
Wanneer moederbedrijf M een invoeraangifte indient voor goederen die worden geleverd aan één van haar entiteiten, moet het EORI-nummer van moederbedrijf M dus vermeld worden op de douaneaangifte.
Voorbeeld 2
Moederbedrijf M is gevestigd in Italië en verricht activiteiten die in meerdere lidstaten onder de douanewetgeving vallen.
Dit bedrijf heeft de volgende entiteiten:
- E1, gevestigd in Oostenrijk;
- E2, gevestigd in Roemenië en
- E3, gevestigd in Griekenland.
Entiteit E1 is in Oostenrijk geregistreerd en is een rechtspersoon naar Oostenrijks recht. Het verricht activiteiten die in meerdere lidstaten onder de douanewetgeving vallen.
De entiteiten E2 en E3 zijn volgens respectievelijk het Roemeense en Griekse recht geen rechtspersonen of verenigingen van personen die als handelingsbekwaam worden erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten. Zij zijn dan ook geen "personen" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU.
Wie moet een EORI-nummer krijgen?
Moederbedrijf M en entiteit E1 krijgen elk een EORI-nummer, omdat zij "marktdeelnemers" zijn in de zin van artikel 5, punt 5) van het DWU (zij zijn personen en houden zich in het kader van hun bedrijfsvoering bezig met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen). Moederbedrijf M krijgt een EORI-nummer van de Italiaanse douaneautoriteiten en entiteit E1 van de Oostenrijkse douaneautoriteiten.
De entiteiten E2 en E3 krijgen geen EORI-nummer, omdat zij geen van beide een "persoon" in de zin van artikel 5, punt 4, DWU zijn en daarom geen "marktdeelnemers" (kunnen) zijn.
Wanneer moederbedrijf M een invoeraangifte indient voor goederen die worden geleverd aan één van de entiteiten E2 of E3, moet het EORI-nummer van moederbedrijf M vermeld worden op de douaneaangifte.
Voorbeeld3
Moederbedrijf M is een rechtspersoon met hoofdbestuur in Canada.
Dit bedrijf heeft de volgende entiteiten:
- een statutaire zetel S1, gevestigd in Ierland;
- een statutaire zetel S2, gevestigd in Spanje en
- een statutaire zetel S3, gevestigd in Portugal.
Geen van de statutaire zetels S1, S2 of S3 is volgens het nationale recht van hun land van vestiging een rechtspersoon of een vereniging van personen die als handelingsbekwaam wordt erkend zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten. Geen van hen is daarom een "persoon" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU.
Moederbedrijf M verricht via alle drie haar Europese entiteiten activiteiten die onder de douanewetgeving vallen.
Wie moet een EORI-nummer krijgen?
Moederbedrijf M beantwoordt aan de definitie van "marktdeelnemer" (het is een persoon die zich in het kader van zijn bedrijfsvoering bezighoudt met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen) en is ook in het douanegebied van de Unie gevestigd omdat ze haar statutaire zetels in het douanegebied van de Unie heeft (zie daartoe artikel 5, punt 31), onder b) van het DWU).
Moederbedrijf M zal een EORI-nummer moeten krijgen maar voor douanedoeleinden kunnen marktdeelnemers en andere personen echter slechts over één EORI-nummer beschikken.
Daarom kan moederbedrijf M, hoewel zij in verschillende lidstaten een statutaire zetel heeft, maar één enkel EORI-nummer aanvragen en gebruiken, dat is afgegeven door één van deze lidstaten, namelijk door Ierland, Spanje of Portugal. In de registratiegegevens wordt het adres van moederbedrijf M in Canada als vestigingsadres aangemerkt, ook al wordt zij ook beschouwd als gevestigd in de drie lidstaten door haar drie statutaire zetels aldaar. Voor marktdeelnemers met een adres in een derde land is het verplicht om aan te geven of de marktdeelnemer al dan niet is gevestigd in het douanegebied van de Unie. Deze informatie moet ook in de registratie in de EORI-gegevensbank opgenomen.
Er moet worden opgemerkt dat de statutaire zetels S1, S2 of S3 zich in meerdere lidstaten bevinden. Moederbedrijf M kan verplicht worden om in elk van deze lidstaten een identificatienummer aan te vragen, en te verkrijgen, voor andere dan douanezaken, zoals belastingen of statistieken (bijvoorbeeld een btw-nummer).
De statutaire zetels S1, S2 en S3 krijgen geen EORI-nummer omdat zij geen "personen" in de zin van artikel 5, punt 4) van het DWU zijn en daarom geen "marktdeelnemers" (kunnen) zijn in de zin van artikel 5, punt 5) van het DWU.

7.2. Niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers

§ 25. Een niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer die niet over een EORI-nummer beschikt, moet zich overeenkomstig artikel 9, lid 2 van het DWU registreren bij de douaneautoriteit die verantwoordelijk is voor de plaats waar deze marktdeelnemer een aangifte indient of een beschikking aanvraagt.
Voorbeeld
Een in Rusland gevestigde firma exploiteert de vervoermiddelen waarmee goederen het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.
Deze firma oefent in meerdere lidstaten vervoersactiviteiten uit en zal in Polen haar eerste summiere aangifte bij binnenkomst indienen voor goederen die zij vervoert.
In deze summiere aangifte moet het EORI-nummer worden vermeld van degene die de aangifte indient. Om dit nummer te verkrijgen, moet de Russische firma de nationale procedure van Polen volgen. Het toegekende EORI-nummer wordt gebruikt in de summiere aangifte bij binnenkomst en voor de identificatie van deze firma in haar toekomstige contacten met douaneautoriteiten in de Europese Unie.

8. Procedure voor de EORI-registratie

8.1. Algemeenheden

§ 26. De regels inzake de procedure voor de EORI-registratie met het oog op de toekenning van een EORI-nummer worden bepaald door de bevoegde douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten.
Bij de registratie van een persoon verzamelen en bewaren de douaneautoriteiten de in bijlage 12-01 van de DWU DA vastgestelde gegevens betreffende die persoon: deze gegevens vormen het EORI-bestand.
De douaneautoriteiten mogen de gegevens als omschreven in bijlage 12-01 van de DWU DA pas registreren na controle van de verstrekte informatie.
§ 27. Alvorens een EORI-nummer toe te kennen, zouden de bevoegde douaneautoriteiten het EORI-systeem moeten raadplegen om na te gaan of de aanvrager niet reeds beschikt over een EORI-nummer. Bij de raadpleging zou moeten worden uitgegaan van de spelling van de naam van de persoon zoals opgegeven in de identificatiedocumenten.
Om de procedure voor de EORI-registratie zo soepel mogelijk te laten verlopen, zouden de douaneautoriteiten van de afgevende lidstaat het nieuwe EORI-bestand zo snel mogelijk in het centrale EORI-systeem moeten uploaden, zodat de marktdeelnemer het EORI-nummer niet kan gebruiken voordat deze via het centrale EORI-systeem voor de andere nationale douaneadministraties beschikbaar is.
§ 28. Uitvoerige informatie over de procedure voor toekenning van een EORI-nummer is te vinden op de websites van de douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten via de link https://ec.europa.eu/taxation_customs/national-customs-websites_en
Voor België kan deze informatie geraadpleegd worden op de website van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen via de link https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/financiën-eori/eori
Informatie over de bevoegde autoriteiten voor de EORI-registratie in de verschillende lidstaten zijn opgenomen kan geraadpleegd worden via de link http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/eori_home.jsp?Lang=nl (klikken op “EORI-registrerende autoriteiten”).

8.2. Het centrale EORI-systeem

§ 29. De lidstaten hebben samengewerkt met de Commissie voor de oprichting van een gecentraliseerd elektronisch informatie- en communicatiesysteem dat overeenkomstig artikel 16, lid 1, van het DWU is opgezet voor de uitwisseling en opslag van informatie over EORI.
§ 30. In het centrale EORI-systeem worden de gegevens opgeslagen die worden vermeld in de tabel met gegevensvereisten van bijlage 12-01, titel I, hoofdstuk 3 van de DWU DA. Deze gegevens en de toelichtingen hierbij zijn opgenomen in bijlageI van deze circulaire.
§ 31. De douaneautoriteiten werken met gebruikmaking van het in § 30 bedoelde systeem samen met de Commissie voor de verwerking van de in bijlage 12-01, titel I, hoofdstuk 3 van de DWU DA bedoelde registratie- en identificatiegegevens van de marktdeelnemers en van andere personen en voor de uitwisseling van deze gegevens tussen de douaneautoriteiten onderling, en tussen die douaneautoriteiten en de Commissie.
§ 32. De douaneautoriteiten zorgen ervoor dat hun nationale systemen bijgewerkt, volledig en juist zijn.
§ 33. Sommige gegevens van de tabel met gegevensvereisten van bijlage 12-01, titel I, hoofdstuk 3 van de DWU DA moeten verplicht door de douaneautoriteiten worden verstrekt terwijl de aanlevering van andere gegevens facultatief is:
a) de gegevenselementen 1 t/m 5, 9, 10, 14 en 15 moeten verplicht doorgestuurd worden naar het centrale EORI-systeem terwijl
b) de gegevenselementen 6 t/m 8 en 11 t/m 13 op vrijwillige basis verstrekt kunnen worden.
Van de facultatief te verstrekken gegevens sturen de bevoegde Belgische douaneautoriteiten de gegevenselementen 7, 8 en 12 naar het centrale EORI-systeem.
Telkens wanneer een nieuw EORI-nummer wordt toegekend of wijzigingen in de gegevens worden aangebracht, uploaden de douaneautoriteiten de verzamelde gegevens op regelmatige basis naar het centrale EORI-systeem.
§ 34. Voor gegevens die naar het centrale EORI-systeem worden geüpload, worden de in bijlage 12-01 van de DWU IA vermelde codes gebruikt. Deze codes zijn opgenomen in bijlageII van deze circulaire.
§ 35. Bijlage 12-01 van de DWU DA en de DWU IA is gepubliceerd op de TAXUD-website betreffende het EUCDM (‘EU Customs Data Model’ oftewel ‘EU-model voor douanegegevens’) en kan geraadpleegd worden via de link https://svn.taxud.gefeg.com/svn/Documentation/EUCDM/EN/index.htm

8.3. Toegang tot de centrale EORI-gegevensbank van de Europese Commissie

§ 36. In iedere lidstaat heeft de douaneautoriteit van die lidstaat rechtstreekse toegang tot de gegevens die zijn opgenomen in bijlage I van deze circulaire.
Een replica van de centrale EORI-gegevensbank is gecreëerd op nationaal niveau en is toegankelijk voor alle ambtenaren der douane en accijnzen. De nationale EORI-gegevensbank is toegankelijk op de intranet-site via de link http://www.finbel.intra/EORIWeb/
§ 37. Marktdeelnemers hebben geen toegang tot de centrale EORI-gegevensbank, noch tot de nationale EORI-gegevensbank. Zij hebben enkel toegang tot een door de Europese Commissie beschikbaar gestelde openbare interface voor controle van de geldigheid van EORI-nummers in de centrale gegevensbank en voor toegang tot EORI-registratiegegevens. Deze interface kan geraadpleegd worden via de link https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/eori_home.jsp?Lang=nl

8.4. De Belgische gegevensbronnen inzake EORI

8.4.1. Algemeenheden

§ 38. Met het oog op het verstrekken van de gegevens voor de centrale EORI-gegevensbank heeft de Belgische douane geen nieuwe gegevensbank gecreëerd omdat bepaalde gegevens reeds beschikbaar waren om de verplichtingen inzake EORI na te komen. Zodoende wordt de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) daarvoor gebruikt en, in voorkomend geval, het rijksregister.
In het geval van een niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer die de verplichtingen inzake EORI dient te vervullen, heeft de douane een nieuwe gegevensbank eigen aan de douane gecreëerd.
De voor de aanvoer van de centrale EORI-gegevensbank gebruikte gegevensbronnen worden hierna uiteengezet.

8.4.2. De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

§ 39. Aangezien elke Belgische onderneming zich bij de KBO moet laten registreren en dat de Algemene Administratie van de Fiscaliteit zich baseert op deze gegevensbank voor de btw-registratie, heeft de douane, vanuit het oogpunt van de administratieve vereenvoudiging, eveneens beslist om de KBO als gegevensbron te nemen. Zodoende zoekt de douane de gegevens van reeds gekende marktdeelnemers op in de KBO.
§ 40. Elke Belgische onderneming krijgt bij haar inschrijving in de KBO een ondernemingsnummer (KBO-nummer). Het gebruik van dat nummer is wettelijk verplicht. Het KBO-nummer is een uniek identificatienummer dat uit 10 cijfers bestaat en waarvan het eerste cijfer 0 of 1 is.
Een Belgisch EORI-nummer bestaat uit het KBO-nummer, voorafgegaan door ‘BE’.
Voorbeeld
Een onderneming beschikt over het KBO-nummer 0123.456.789 en dient een aanvraag voor een EORI-nummer in. Na aanvaarding van deze aanvraag wordt aan die onderneming het EORI-nummer BE0123456789 (zonder spaties en zonder punten) toegekend.
§ 41. De EORI-gegevens zullen slechts worden gewijzigd als ook de oorspronkelijke gegevensbron wordt gewijzigd, te weten de KBO. Door deze werkwijze verkrijgen alle partijen dezelfde informatie. De douane heeft bijgevolg geen enkele initiële bevoegdheid bij de wijziging van de gegevens in de KBO.

8.4.3. Het rijksregister van natuurlijke personen

§ 42. Voor een natuurlijke persoon die niet is geregistreerd in de KBO, wordt het rijksregister geraadpleegd om de nodige gegevens voor de registratie van een persoon te verzamelen. Omwille van het vertrouwelijk karakter daarvan wordt dit registratienummer bij het rijksregister echter niet als zodanig gebruikt door het EORI-systeem.
Zodoende wordt het rijksregisternummer door het EORI-systeem in een fiscaal identificatienummer omgezet, dat ”willekeurig” wordt verkregen en is samengesteld uit “BE + 12 cijfers“ dat het EORI-nummer zal vormen. Dit fiscaal identificatienummer verschijnt op de douaneaangifte bij de invoering van het rijksregisternummer. Dit fiscaal identificatienummer moet bijvoorbeeld gebruikt worden om de EORI-website van TAXUD te raadplegen of nog om een douaneaangifte in te dienen in een andere lidstaat.
§ 43. Voor de wijzigingen ter zake zijn de bepalingen van § 41 mutatis mutandis van toepassing, te weten dat de gegevens aan de bron moeten worden geregistreerd (in dit geval het rijksregister).

8.4.4. De eigen gegevensbron van de douane

§ 44. In het geval dat een buiten het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemer de verplichting heeft om zich in België te laten registreren (zie § 16 hiervóór), moet deze marktdeelnemer zich bij de douane (bij de EORI-Cel waarvan sprake hierna) laten registreren en elke wijziging van de EORI-gegevens moet aan die cel worden meegedeeld. Deze mededeling moet via e-mail gebeuren (eori.be@minfin.fed.be) door een persoon die bevoegd is om de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemer op zich te nemen.
§ 45. Het EORI-nummer vertoont in dat geval de volgende karakteristieken:
- landencode voor de lidstaat van registratie (BE)
+ landencode van het land van vestiging van de marktdeelnemer uit een derde land (1)
+ 6 cijfers (volgnummer).
Voorbeeld
Een Australische marktdeelnemer laat zich in België registreren en ontvangthet volgnummer 000019.
Deze marktdeelnemer zal het EORI-nummer BEAU000019 ontvangen:
- BE voor de lidstaat van registratie (altijd België);
- AU voor het land van vestiging (Australië);
- 000019 (het betreft de 19de registratie).

8.5. Tijdstip van indiening van de aanvraag tot registratie

§ 46. De betrokken persoon moet beslissen of hij de publicatie van bepaalde van zijn gegevens op de EORI-website van TAXUD al dan niet aanvaardt (zie daartoe § 57 hierna) en bezorgt de gegevens van een contactpersoon.
§ 47. De in België gevestigde personen die nog geen douaneactiviteit in België hebben uitgeoefend, zullen zich vóór aanvang van hun eerste douaneactiviteit bekend moeten maken bij de EORI-Cel (zie daartoe § 53 hierna).
§ 48. Voor de niet in België maar in een andere lidstaat van de Unie gevestigde personen moet de aanvraag ingediend worden bij de bevoegde douaneautoriteit in het land van vestiging.
§ 49. Voor de niet in het douanegebied van de Unie gevestigde personen die nog niet in een andere lidstaat werden geregistreerd, moet de aanvraag vóór aanvang van de allereerste douaneactiviteit in België ingediend worden bij de EORI-Cel (zie daartoe de §§ 54 t/m 56 hierna).

8.6. De voor de EORI-registratie verantwoordelijke Belgische douaneautoriteit

§ 50. De EORI-Cel van de Administratie Operaties is de voor de EORI-registratie verantwoordelijke Belgische douaneautoriteit.
§ 51. De EORI-Cel is verantwoordelijk voor:
- de ontvangst en de verwerking van de aanvragen voor nieuwe EORI-registraties;
- behandeling van de toelating tot of van de weigering van de publicatie van bepaalde gegevens op de EORI-website van TAXUD;
- de betrekkingen met de Commissie voor de praktische uitvoering van de EORI-procedure;
- de betrekkingen met het publiek in het kader van de aanvragen en het gebruik van het EORI-nummer.
§ 52. De (contact)gegevens van de EORI-Cel zijn:

Adres: AAD - Administratie Operaties
EORI-Cel
Koning Albert II-laan, 33, bus 372
1030 Brussel

Website: https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/financiën-eori/eori

E-mail: eori.be@minfin.fed.be

8.6.1. De nieuwe aanvragen voor EORI-registratie in België

8.6.1.1. Aanvragen van in België gevestigde personen

§ 53. De in België gevestigde personen die niet gekend zijn bij de Belgische douane en die zich voor EORI in België dienen in te schrijven, moeten een aanvraag van het model in bijlageIII van deze circulaire indienen.
Deze aanvraag bevat eveneens de mogelijkheid om de publicatie van bepaalde gegevens op de openbare EORI-website van TAXUD toe te laten of te weigeren.
Dit formulier kan gedownload worden op de EORI-website. Het moet naar behoren ingevuld worden en teruggezonden worden naar de EORI-Cel vóór aanvang van elke douaneactiviteit.
Deze aanvraag zal doorgaans AANVRAAG/BE/EORI/A3 genoemd worden.

8.6.1.2. Aanvragen van niet in het douanegebied van de Unie gevestigde personen

§ 54. De niet in het douanegebied van de Unie gevestigde personen die zich voor EORI in België dienen in te schrijven, moeten een aanvraag van het model in bijlageIV van deze circulaire indienen.
Deze aanvraag bevat eveneens de mogelijkheid om de publicatie van bepaalde gegevens op de openbare EORI-website van TAXUD toe te laten of te weigeren.
Dit formulier kan gedownload worden op de EORI-website. Het moet naar behoren ingevuld worden en teruggezonden worden naar de EORI-Cel vóór aanvang van elke douaneactiviteit.
Deze aanvraag zal doorgaans AANVRAAG/NIET EU/ EORI/A4 genoemd worden.
§ 55. In dit geval wordt er in het bijzonder aan herinnerd dat een persoon uit een derde land zich slechts éénmaal in de Unie kan laten registreren. Bij een dergelijke aanvraag zal de EORI-Cel er in het bijzonder voor zorgen om na te gaan of er niet reeds in een andere lidstaat een registratie heeft plaatsgevonden. In voorkomend geval zal de aanvraag ongeldig zijn voor zover het dezelfde persoon betreft.
§ 56. De identiteit van niet in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers kan als volgt worden bevestigd:
- in het geval van natuurlijke personen: een geldig paspoort of ander reisdocument (zie daartoe artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PBEU L 77 van 23 maart 2016); of
- in het geval van rechtspersonen of verenigingen van personen: aan de hand van een document van het handelsregister (origineel of gewaarmerkt afschrift van een officieel document met identificatiegegevens, dat is afgegeven door de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het handelsregister of door een kamer van koophandel in de Europese Unie of in een derde land).

8.6.2. De toelating tot de publicatie van bepaalde gegevens op de EORI-website van TAXUD

§ 57. Aan elke reeds bij de douane gekende en inzake EORI geregistreerde marktdeelnemer dient gevraagd te worden of hij instemt met de publicatie van de in punten 1, 2 en 3 van bijlage I van deze circulaire opgesomde gegevens op de openbare EORI-website van TAXUD.
Het model van het hiervoor te gebruiken formulier bevindt zich in bijlageVvan deze circulaire.
Dit formulier kan gedownload worden op de EORI-website. Het moet naar behoren ingevuld worden en teruggezonden worden naar de EORI-Cel. Indien aan het verzoek geen enkel gevolg wordt gegeven, zal de betrokken publicatie niet uitgevoerd worden.
Voor een dergelijke verrichting is immers de uitdrukkelijke toestemming van de belanghebbende vereist.
Deze toelating zal doorgaans TOELATING/EORI/A2 genoemd worden.

8.7. Ongeldigverklaring van een EORI-nummer

§ 58. Overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 9, lid 4 van het DWU en 7 van de DWU DA verklaren de douaneautoriteiten een EORI-nummer ongeldig in elk van de volgende gevallen:
a) op verzoek van de geregistreerde persoon;
b) wanneer de douaneautoriteit er kennis van heeft dat de geregistreerde persoon de activiteiten waarvoor de registratie vereist was, heeft gestaakt (bijvoorbeeld doordat de douaneautoriteit toegang heeft tot documenten waaruit blijkt dat de onderneming haar bedrijfsvoering heeft gestaakt als gevolg van een faillissement).
§ 59. De douaneautoriteit registreert de datum van ongeldigverklaring van het EORI-nummer en deelt deze mee aan de geregistreerde persoon.
Wanneer een marktdeelnemer die zijn bedrijfsvoering heeft gestaakt, deze hervat, moet hij zich opnieuw registreren. In dat geval kan het oude EORI-nummer mogelijk opnieuw geactiveerd en gebruikt worden.
Een EORI-nummer kan pas tien jaar na de vervaldatum uit de gegevensbank worden verwijderd.

9. Betrokken partijen bij het EORI-systeem en hun belangrijkste taken en verantwoordelijkheden

9.1. De Europese Commissie

§ 60. De Europese Commissie levert de infrastructuur en is verantwoordelijk voor:
- de centrale opslag van de EORI-gegevens;
- het verzamelen van de nationale EORI-gegevens die door de lidstaten worden aangeleverd voor de centrale gegevensbank;
- de aanlevering van de EORI-gegevens aan de systemen van de lidstaten;
- de raadpleging van de EORI-gegevens en toetsing van de AEO-status aan de centraal opgeslagen gegevens;
- de beschikbaarstelling van een openbare interface voor controle van de geldigheid van EORI-nummers in de centrale gegevensbank en voor toegang tot EORI-registratiegegevens (zie § 63);
- de beschikbaarstelling van een openbare interface voor toegang tot de lijst van autoriteiten die in de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de toekenning van EORI-nummers.

9.2. De lidstaten

§ 61. De lidstaten moeten eveneens enkele taken vervullen en bepaalde verantwoordelijkheden nakomen. Zij moeten in het bijzonder:
- bij het creëren van het EORI-nummer beslissen of een reeds toegekend nummer (zoals het btw-nummer) opnieuw zal worden gebruikt of dat een nieuw nummer moet gevormd worden;
- bepalen welke van de reeds op nationaal niveau geregistreerde gegevens relevant zijn voor het EORI-systeem;
- hun nationale EORI-gegevens op regelmatige basis aan het door de Europese Commissie beheerde centrale EORI-systeem aanleveren waarbij nadrukkelijk aangeraden wordt om de nieuwe EORI-registratiegegevens zo spoedig mogelijk te verzenden naar dit centrale systeem;
- zorgen voor een efficiënt beheer van het nationale systeem waarbij lidstaten die over een nationale EORI-gegevensbank beschikken, erop moeten toezien dat deze gegevensbank actueel en volledig is en de juiste gegevens bevat.

9.3. De marktdeelnemers of andere personen

§ 62. De marktdeelnemers of (in voorkomend geval) andere personen moeten:
- de EORI-registratieprocedure starten bij de bevoegde douaneautoriteit van een lidstaat;
- de in de tabel met gegevensvereisten in bijlage 12-01, titel I, hoofdstuk 3 van de DWU DA vermelde inlichtingen verstrekken (zie bijlage I van deze circulaire) en, op verzoek van de bevoegde douaneautoriteit, de nodige documenten tot staving van de aanvraag van het EORI-nummer (zie daartoe artikel 15, lid 1 van het DWU);
- de bevoegde douaneautoriteit van de lidstaat die het EORI-nummer heeft verleend onmiddellijk in kennis stellen van elke wijziging van gegevens die het EORI-bestand vormen en, op verzoek van deze douaneautoriteit, de nodige documenten tot staving van deze wijziging overleggen.

9.4. De externe gebruikers

§ 63. Externe gebruikers hebben niet zozeer taken en/of verantwoordelijkheden maar zij kunnen toegang krijgen tot een deel van de EORI-gegevens die beschikbaar zijn via het Europa-webportaal.
Zij hebben toegang tot de openbare interface van het EORI-systeem (zonder wachtwoord of inlogprocedure) om te kunnen controleren of het EORI-nummer actief is en/of naam en adres van de betrokkene na te gaan wanneer deze gegevens voor publicatie zijn vrijgegeven.
De openbare interface van het EORI-systeem kan geraadpleegd worden via de link https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/eori_validation.jsp?Lang=nl

10. Gebruik van het EORI-nummer

§ 64. Na toekenning van het EORI-nummer moet dit unieke nummer bij alle douanetransacties en -activiteiten in de hele Unie worden gebruikt, telkens wanneer om een identificatienummer wordt gevraagd.
Zo is het gebruik van het EORI-nummer verplicht:
- in bepaalde gegevenselementen van de summiere aangifte bij binnenbrengen of bij uitgaan;
- in bepaalde vakken van de douaneaangifte;
- bij de aanvraag van een beschikking
In bepaalde gevallen moet een EORI-nummer ook ingevuld worden op een ATA- of CPD-carnet.
§ 65. Omdat de registratieprocedure vanwege administratieve procedures uit hoofde van de nationale wetgeving van de lidstaat een aantal dagen in beslag kan nemen, moeten marktdeelnemers aan wie nog geen EORI-nummer is toegekend de registratieprocedure vooraf starten, m.a.w. voordat zij een summiere aangifte of douaneaangifte indienen of een beschikking aanvragen.
Wanneer een EORI-registratie pas op het laatste moment wordt aangevraagd (bijvoorbeeld bij het douanekantoor van binnenbrengen), kan vertraging ontstaan bij de verwerking van de summiere aangifte of de douaneaangifte omdat informatie over het nieuw toegewezen EORI-nummer niet beschikbaar is in de elektronische systemen van de douane.
§ 66. In dit hoofdstuk wordt ook een nadere toelichting gegeven bij het begrip “ad-hocnummer”.

10.1. Gebruik van het EORI-nummer op summiere aangiften

§ 67. De summiere aangifte die moet worden ingediend wanneer goederen het douanegebied van de Unie worden binnengebracht (zie artikel 127, lid 1 van het DWU) of verlaten (zie artikel 271, lid 1 van het DWU), bevat voor elke desbetreffende vervoerswijze of omstandigheid de informatie die in de tabellen 1 tot en met 5 van aanhangsel A van bijlage 9 van de DWU TDA is vermeld. In deze tabellen zijn alle gegevenselementen opgenomen die voor de summiere aangiften bij binnenbrengen of uitgaan zijn vereist.
§ 68. Wanneer in een summiere aangifte bij binnenbrengen of bij uitgaan een EORI-nummer wordt opgegeven, hoeft er geen naam of adres te worden verstrekt.
§ 69. In bijlageVI van deze circulaire is een overzicht opgenomen van de gegevenselementen van de summiere aangiften bij binnenbrengen of uitgaan waarvoor een EORI-nummer is vereist.

10.2. Gebruik van het EORI-nummer op douaneaangiften

§ 70. De huidige wettelijke basis voor het invullen van douaneaangiften bestaat uit de aanhangsels C1 en D1 van bijlage 9 van de DWU TDA, m.a.w. de toelichting van het Enig document en de hiervoor te gebruiken codes. Op nationaal vlak is deze informatie beschikbaar via de link https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/douane/enig-document
§ 71. Overeenkomstig artikel 15, lid 2 a) van het DWU aanvaardt eenieder die een aangifte indient de aansprakelijkheid voor de juistheid en de volledigheid van de in de aangifte verstrekte inlichtingen. Eén van deze verplichtingen is het vermelden van het EORI-nummer in de vereiste vakken van het Enig document.
§ 72. Informatie over specifieke gevallen waarin een EORI-nummer niet vermeld moet worden, zal binnenkort opgenomen worden in de toelichting van het Enig document.
§ 73. In bijlageVII van deze circulaire is een overzicht opgenomen van de vakken van de verschillende regelingen van de toelichting van het Enig document waarin een EORI-nummer vermeld moet worden.

10.3. Gebruik van het EORI-nummer op ATA- of CPD-carnets

§ 74. In het geval van in het douanegebied van de Unie gevestigde marktdeelnemers die houder zijn van ATA- of CPD-carnets, moet een EORI-nummer worden ingevuld:
- in vak A "Houder en adres" van de delen "uitvoer", "wederinvoer" en, indien van toepassing, "doorvoer" van het ATA-carnet;
- in vak 1 "Houder (naam en adres)" van de delen "uitvoer" en "invoer (wederinvoer in de Europese Unie)" van het CPD-carnet.
§ 75. Op de omslagen en stroken van de carnets mag het EORI-nummer niet worden vermeld, omdat de carnets internationale douanebescheiden zijn en het EORI-nummer alleen moet worden vermeld met het oog op de juiste toepassing van het DWU en de bijbehorende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. In de desbetreffende overeenkomsten wordt niet om een EORI-nummer gevraagd.

10.4. Het begrip “ad-hocnummer”

§ 76. Onder een "ad-hocnummer" wordt een nummer verstaan dat door de betrokken douaneautoriteit kan worden toegekend (of geweigerd) voor de desbetreffende aangifte.
Dit nummer is geen EORI-nummer en wordt niet uitgewisseld in het EORI-systeem.
§ 77. Ad-hocnummers worden gebruikt in uitzonderlijke situaties, wanneer de persoon nog geen EORI-nummer heeft ontvangen of wanneer de persoon niet verplicht is zich voor een EORI-nummer te registreren, maar in overeenstemming met aanhangsel C1 van bijlage 9 van de DWU TDA verplicht is om zijn identificatienummer in de vakken 2, 8 of 14 van de douaneaangifte op te geven.
Ad-hocnummers kunnen niet worden gebruikt bij summiere aangiften bij binnenbrengen en uitgaan.
§ 78. Het beheer van een ad-hocnummer (dus over de vraag of en hoe een dergelijk nummer wordt toegekend) moet worden geregeld in de nationale bepalingen van de lidstaten.
Op Belgische douaneaangiften wordt geen gebruik gemaakt van een ad-hocnummer.

10.5. Verband tussen het EORI-nummer en het btw-nummer

§ 79. Het document betreffende de vermelding van btw-identificatienummers op douaneaangiften, te raadplegen op de website van het Enig document via de link https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/douane/enig-document (zie het onderdeel ‘Documentatie en downloads’) behandelt het verband tussen het EORI-nummer en het btw-identificatienummer.
Dit document bevat gedetailleerde informatie over de correcte vermelding van het EORI-nummer en de btw-identificatienummers in de verschillende regelingen van de toelichting van het Enig document.

10.6. Intrekking van de globale btw-nummers beginnend met BE0796.5 en BE0796.6

§ 80. De globale btw-nummers beginnend met BE0796.5 en BE0796.6 werden op 5 september 2012 ingetrokken in de EORI-gegevensbank omdat zij geen geïndividualiseerde nummers zijn en bijgevolg niet beantwoorden aan het unieke karakter van een EORI-nummer.
§ 81. Ook al zijn deze globale btw-nummers verdwenen uit de EORI-gegevensbank, toch zijn ze niet geschrapt. Ze mogen vanzelfsprekend nog steeds gebruikt worden voor btw-doeleinden (bijvoorbeeld voor de vrijstelling van btw bij vermelding van code 42 of code 63 in het eerste deelvak van vak 37 van het Enig document (intracommunautaire levering)).

11. Bescherming van persoonsgegevens en EORI

11.1. Algemene bepalingen

§ 82. Het EORI-systeem en de gegevens die worden uitgewisseld tussen het EORI-systeem en de nationale geautomatiseerde systemen, moeten voldoen aan de bepalingen van de volgende verordeningen en besluiten betreffende beveiliging en bescherming van gegevens:
- Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna ‘algemene verordening gegevensbescherming’ genoemd) (2);
- Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG;
- Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (3);
- Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie van 10 januari 2017 over de beveiliging van communicatie- en informatiesystemen binnen de Europese Commissie (4).
§ 83. De lidstaten zijn de verwerkingsverantwoordelijken voor de persoonsgegevens die zij in de centrale EORI-gegevensbank hebben ingevoerd.
De douaneautoriteiten van de lidstaten uploaden samen met de tijdens de registratieprocedure ontvangen registratiegegevens de EORI-nummers naar de EORI-gegevensbank. De douaneautoriteiten hebben toegang tot gegevens die door douaneautoriteiten van andere lidstaten zijn geüpload. Zij kunnen deze ook naar hun nationale gegevensbanken downloaden.
§ 84. De Commissie verwerkt persoonsgegevens namens de lidstaten en heeft slechts tot taak om voor de infrastructuur te zorgen waarmee de van de lidstaten ontvangen gegevens samengevoegd kunnen worden. De Commissie verandert dus niets aan de inhoud van de gegevensbank maar maakt slechts kopieën van nationale bestanden. De gegevens worden automatisch verwerkt door het EORI-systeem.
§ 85. De lidstaten moeten de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten betrekken bij het verzamelen en beheren van de gegevens die naar het centrale EORI-systeem worden geüpload.
§ 86. Overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 15 t/m 20 en 34 van de algemene verordening gegevensbescherming heeft de betrokkene recht:
- op toegang tot de hem of haar betreffende persoonsgegevens die door de centrale gegevensbank worden verwerkt,
- op informatie,
- op rectificatie,
- op gegevenswissing ("recht op vergetelheid"),
- op beperking van de verwerking,
- op kennisgeving inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking,
- op overdraagbaarheid van gegevens en
- te worden geïnformeerd over een inbreuk in verband met persoonsgegevens, transparantie en modaliteiten alsook de beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens.

11.2. Te verstrekken informatie

§ 87. Onverminderd nationale bepalingen ter uitvoering van de algemene verordening gegevensbescherming moet aan personen van wie persoonsgegevens worden verwerkt met het oog op de afgifte van een EORI-nummer, het volgende worden meegedeeld (zie artikel 13 van de algemene verordening gegevensbescherming):
a) de identiteit en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de verwerkingsverantwoordelijke;
b) in voorkomend geval, de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming;
c) de verwerkingsdoeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd, en de rechtsgrond voor de verwerking;
d) de ontvangers of categorieën ontvangers van de persoonsgegevens;
e) de periode gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
f) het bestaan van het recht om de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om toegang tot en rectificatie of wissen van de persoonsgegevens of beperking van de hem betreffende verwerking, of tegen de verwerking bezwaar te maken, alsmede het recht op gegevensoverdraagbaarheid;
g) het bestaan van het recht om de toestemming te allen tijde in te trekken, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming vóór de intrekking daarvan;
h) het recht om een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
i) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van profilering, nuttige informatie over de onderliggende logica en het belang en de beoogde gevolgen van die verwerking voor de betrokkene;
j) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer zulke belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, of de rechtmatige belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, zwaarder wegen dan die belangen;
k) in voorkomend geval, het feit dat de verwerkingsverantwoordelijke het voornemen heeft de persoonsgegevens door te geven aan een derde land of aan een internationale organisatie; of er al dan niet een adequaatheidsbesluit van de Commissie bestaat; of, in het geval van de in artikel 46, artikel 47 of artikel 49, lid 1, tweede alinea van de algemene verordening gegevensbescherming bedoelde doorgiften, welke de passende of geschikte waarborgen zijn, hoe er een kopie van kan worden verkregen of waar ze kunnen worden geraadpleegd.
§ 88. De informatie wordt schriftelijk of met andere middelen, met inbegrip van, indien dit passend is, elektronische middelen, verstrekt. Indien de betrokkene daarom verzoekt, kan de informatie mondeling worden meegedeeld, op voorwaarde dat de identiteit van de betrokkene met andere middelen bewezen is.

11.3. Openbaarmaking van identificatie- en registratiegegevens

§ 89. De punten 1, 2 en 3 van de tabel met gegevensvereisten van bijlage 12-01, titel I, hoofdstuk 3 van de DWU DA (EORI-nummer, de volledige naam van de persoon en het vestigings- of woonplaatsadres) (zie bijlage I van deze circulaire) mogen door de Commissie enkel op het internet worden gepubliceerd wanneer de betrokkene daarvoor vrijwillig, uitdrukkelijk en met kennis van zaken toestemming heeft gegeven.
§ 90. De betrokkene moet door middel van een specifieke verklaring of een ondubbelzinnige bevestigende handeling te kennen geven dat hij/zij de verwerking van zijn persoonsgegevens aanvaardt. De toestemming voor een dergelijke openbaarmaking moet schriftelijk worden verleend (zie daartoe § 57 van deze circulaire).
§ 91. De bevoegde autoriteit (in België is dit de EORI-Cel) moet aan aan de betrokkene meedelen dat openbaarmaking niet verplicht is en dat het niet toestaan van openbaarmaking geen enkele invloed heeft op de verwerking van de aanvraag voor een EORI-nummer of op douaneformaliteiten waarbij deze persoon betrokken is. Dit betekent dat passende informatie moet worden gegeven over het feit dat de gegevens via het internet openbaar kunnen worden gemaakt, naast alle andere informatie waaruit blijkt dat de toestemming vrijwillig, uitdrukkelijk en op basis van volledige informatie wordt gegeven.
§ 92. Het verzoek om toestemming moet expliciet worden gedaan en in de tekst duidelijk worden gescheiden van eventuele andere informatie voor marktdeelnemers en andere personen. In België gebeurt dat via het formulier ‘TOELATING/EORI/A2’ (zie § 57 en bijlage V van deze circulaire).
De nationale autoriteiten voor gegevensbescherming moeten worden geraadpleegd over de tekst van de toestemming.
§ 93. Wanneer toestemming wordt verleend, moet dat in overeenstemming met de nationale wetgeving van de lidstaten aan de douaneautoriteiten van de lidstaten worden gemeld.
§ 94. De persoon die schriftelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van zijn/haar persoonsgegevens, heeft het recht die schriftelijke toestemming te allen tijde in te trekken.
§ 95. Indien de betrokken persoon geen toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van zijn/haar persoonsgegevens, vermeldt de EORI-website enkel of het EORI-nummer al dan niet bestaat (op de wijze zoals voor het systeem VIES dat geldt inzake btw).
De geldigheid van een EORI-nummer kan nagegaan worden in de EORI-gegevensbank van de Commissie, te raadplegen via de volgende link: http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/eori_validation.jsp?Lang=n

11. Nuttige links

§ 96. Informatie over EORI kan via onderstaande links geraadpleegd worden op de TAXUD-website en op de nationale Belgische EORI-website:
1) https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/customs-procedures/general-overview/economic-operators-registration-identification-number-eori_en (EORI-website van de Europese Commissie) (enkel beschikbaar in het Engels, Frans en Duits);
2) https://ec.europa.eu/taxation_customs/system/files/2020-05/dih_2018-005_eori_guidance_rev3.1_nl.pdf (richtsnoeren inzake EORI);
3) http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/eori_home.jsp?Lang=nl (EORI-gegevensbank (wordt gebruikt voor de controle van de geldigheid van een EORI-nummer en bevat informatie over de bevoegde autoriteiten voor de EORI-registratie in de verschillende lidstaten));
4) https://ec.europa.eu/taxation_customs/system/files/2019-09/eori_national_implementation.pdf (tenuitvoerlegging van EORI in de verschillende lidstaten) (enkel beschikbaar in het Engels);
5) https://ec.europa.eu/taxation_customs/eu-training/general-overview/eori-elearning-course_en (e-learning inzake EORI) (enkel beschikbaar in het Engels, Frans en Duits);
6) https://ec.europa.eu/taxation_customs/national-customs-websites_en (websites van de douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten die uitvoerige informatie bevatten over de procedure voor toekenning van een EORI-nummer) (enkel beschikbaar in het Engels);
7)
8) https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/financiën-eori/eori (nationale EORI-website);
9) http://www.finbel.intra/EORIWeb/ (nationale EORI-gegevensbank)

13. Intrekking

§ 97. De omzendbrief betreffende EORI van 25 oktober 2016, nr. OEO/D.D. 012.577 (D.I. 500) wordt ingetrokken.

Voor de Administrateur-generaal van de douane en accijnzen.
De Adviseur-generaal,
Jo LEMAIRE

Overzicht van de eindnoten

(1) De meest recente lijst van landencodes is opgenomen in bijvoegsel 1 van de toelichting van het Enig document (ISO alfa-2 en ISO alfa-3 codes voor de vakken 14, 15a, 17a, 21, 22, 29, 34a en 49). Deze toelichting kan geraadpleegd worden op de website van het Enig document via de link https://financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ondernemingen/douane/enig-document

(2) De geconsolideerde versie van deze verordening kan geraadpleegd worden via de link https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32016R0679=1593200020731=NL

(3) De geconsolideerde versie van dit besluit kan geraadpleegd worden via de link https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013D0488-20191230=1595858375316=NL

(4) De geconsolideerde versie van dit besluit kan geraadpleegd worden via de link https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02017D0046-20170111=1593201143814=NL


BIJLAGEN

Bijlage I: Bijlage 12-01 van de DWU DA

Artikel 3 van de DWU DA bepaalt dat de douaneautoriteiten bij de registratie van een persoon de in bijlage 12-01 van de DWU DA vastgestelde gegevens betreffende die persoon verzamelen en bewaren. Deze gegevens vormen het EORI-bestand.
De bijlage 12-01 van de DWU DA is hieronder integraal opgenomen. In titel II bevatten bepaalde gegevenselementen een extra toelichting van de EORI-richtsnoeren.

BIJLAGE 12-01
GEMEENSCHAPPELIJKE GEGEVENSVEREISTEN VOOR DE REGISTRATIE VAN MARKTDEELNEMERS EN ANDERE PERSONEN

TITEL I
Gegevensvereisten

HOOFDSTUK 1
Inleidende aantekeningen bij de tabel met gegevensvereisten

1. Het centrale systeem voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen bevat de gegevenselementen die in hoofdstuk 3 van titel I zijn omschreven.
2. De te verstrekken gegevenselementen zijn opgenomen in de tabel met gegevens-vereisten. De specifieke bepalingen met betrekking tot elk gegevenselement in titel II doen geen afbreuk aan de status van de in de tabel met gegevensvereisten omschreven gegevenselementen.
3. De formaten van de in deze bijlage beschreven gegevensvereisten zijn gespecificeerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, die overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), van het wetboek is vastgesteld.
4. Onderstaande symbolen „A” of „B” in hoofdstuk 3 laten onverlet dat bepaalde gegevens alleen worden verstrekt wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen.
5. Een EORI-registratie mag pas worden vernietigd nadat een wachttermijn van 10 jaar is verstreken na de vervaldatum.

HOOFDSTUK 2
Legende tabel

Deel 1
Opschriften van de kolommen

Nummer gegevenselement

Volgnummer dat aan het betrokken gegevenselement is toegewezen

Naam gegevenselement

Naam van het betrokken gegevenselement

Deel 2
Symbolen in de vakken

Symbool

Omschrijving symbool

A

Verplicht: gegevens die door elke lidstaat worden verlangd.

B

Facultatief voor de lidstaten: gegevens die de lidstaten al dan niet kunnen vragen.

HOOFDSTUK 3
Tabel met gegevensvereisten

Nr. G.E. [(*)]

Naam G.E.

Verplicht/facultatief G.E.

1

EORI-nummer

A

2

Volledige naam van de persoon

A

3

Vestigingsadres/woonplaatsadres

A

4

Vestiging in het douanegebied van de Unie

A

5

Btw-identificatienummer(s)

A

6

Rechtsvorm

B

7

Contactinformatie

B

8

Uniek derdeland-identificatienummer

B

9

Toestemming voor de openbaarmaking van de in de punten 1, 2 en 3 opgenomen persoonsgegevens

A

10

Korte naam

A

11

Datum van oprichting

B

12

Soort persoon

B

13

Voornaamste economische activiteit

B

14

Begindatum van het EORI-nummer

A

15

Vervaldatum van het EORI-nummer

A

TITEL II
Aantekeningen op de gegevensvereisten

Inleiding

De omschrijvingen en aantekeningen in deze titel zijn van toepassing op de gegevenselementen die in de tabel met gegevensvereisten in titel I zijn genoemd.

Gegevensvereisten

1. EORI-nummer

Het in artikel 1, punt 18), bedoelde EORI-nummer.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Ten behoeve van de registratie mogen de lidstaten een nummer gebruiken dat de bevoegde autoriteiten voor fiscale, statistische of andere doeleinden reeds aan een marktdeelnemer of een andere persoon hebben toegekend.

2. Volledige naam van de persoon

Voor natuurlijke personen: Naam van de persoon zoals vermeld in een reisdocument dat als geldig is erkend om de buitengrens van de Unie te overschrijden, of in het nationale personenregister van de lidstaat van verblijf.
Voor marktdeelnemers die in het ondernemingenregister van de lidstaat van vestiging zijn opgenomen: Wettelijke naam van de marktdeelnemer zoals die in het ondernemingenregister van het land van vestiging is opgenomen.
Voor marktdeelnemers die niet in het ondernemingenregister van het land van vestiging zijn opgenomen: Wettelijke naam van de marktdeelnemer zoals vermeld in de oprichtingsakte.

3. Vestigingsadres/woonplaatsadres:

Volledig adres van de plaats waar de persoon is gevestigd/woont, met inbegrip van de identificator van het land of gebied.

4. Vestiging in het douanegebied van de Unie

Om aan te geven of de marktdeelnemer al dan niet in het douanegebied van de Unie is gevestigd. Dit gegevenselement wordt alleen gebruikt voor marktdeelnemers met een adres in een derde land.

5. Btw-identificatienummer(s)

Wanneer dat (die) door de lidstaten is (zijn) toegekend.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Elk individueel btw-identificatienummer begint met een landencode (tweeletterige ISO-code) die aangeeft welke lidstaat het nummer heeft toegekend. Griekenland is evenwel gerechtigd het prefix EL te hanteren.
Sinds 1 juli 2010 moeten btw-identificatienummers, indien toegekend door een lidstaat, aan het centrale EORI-systeem worden aangeleverd. Naargelang de situatie kan het hier om meer dan één btw-nummer (met een maximum van 99 nummers) gaan. Personen die in meerdere lidstaten belastbare activiteiten verrichten, zullen meer dan één btw-nummer hebben. Samen met het EORI-nummer hoeven echter alleen de btw-nummers te worden doorgezonden die aan deze persoon zijn toegekend (en niet bijvoorbeeld aan zijn dochteronderneming). De verantwoordelijke autoriteiten in de lidstaat van registratie zullen alle btw-nummers die zij hebben ontvangen van de personen aan wie een EORI-nummer wordt toegekend, aan het systeem moeten aanleveren, nadat zij de echtheid ervan hebben gecontroleerd.
De lidstaten moeten de btw-nummers uit het centrale EORI-systeem verwijderen zodra deze niet langer geldig zijn.
Voorbeelden

1) Voor een in België gevestigde marktdeelnemer moet het EORI-nummer worden toegekend door de Belgische douane. In het geval dat de marktdeelnemer na de toekenning van het EORI-nummer een btw-identificatienummer krijgt van de Nederlandse belastingautoriteiten, is de marktdeelnemer verplicht de douaneautoriteit van afgifte van het EORI-nummer (de Belgische) te verzoeken de gegevens in het EORI-systeem bij te werken.

2) Voor een in Frankrijk gevestigde marktdeelnemer moet het EORI-nummer worden toegekend door de Franse douane. In het geval dat de marktdeelnemer na de toekenning van het EORI-nummer een btw-identificatienummer krijgt van de Belgische belastingautoriteiten, is de marktdeelnemer verplicht de douaneautoriteit van afgifte van het EORI-nummer (de Franse) te verzoeken de gegevens in het EORI-systeem bij te werken.

6. Rechtsvorm

Zoals in de oprichtingsakte vermeld.

7. Contactinformatie

Naam en adres van de contactpersoon en één van volgende gegevens: telefoonnummer, fax, e-mailadres.

8. Uniek derdeland-identificatienummer

Bij personen die niet in het douanegebied van de Unie zijn gevestigd: identificatienummer wanneer dat door de bevoegde autoriteiten in een derde land voor de identificatie van marktdeelnemers voor douanedoeleinden aan de betrokkene is toegekend.

9. Toestemming voor de openbaarmaking van de in de punten1, 2 en 3 opgenomen persoonsgegevens

Om aan te geven of de toestemming al dan niet is gegeven.

10. Korte naam

Korte naam van de geregistreerde persoon.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Voorbeeld
BAT is de korte naam van de onderneming British American Tobacco

11. Datum van oprichting

Voor natuurlijke personen: geboortedatum.
Voor rechtspersonen en in artikel 5, punt 4), van het wetboek bedoelde verenigingen van personen: oprichtingsdatum zoals opgenomen in het ondernemingenregister van het land van vestiging, of in de oprichtingsakte wanneer de persoon of vereniging niet in het ondernemingenregister is opgenomen.

12. Soort persoon

Relevante code moet worden gebruikt.

13. Voornaamste economische activiteit

Voornaamste economische activiteit, gecodeerd volgens de Statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE), zoals opgenomen in het ondernemingenregister van de betrokken lidstaat.

14. Begindatum van het EORI-nummer

Eerste dag van de geldigheidsduur van de EORI-registratie. Dat wil zeggen de eerste dag waarop de marktdeelnemer het EORI-nummer kan gebruiken voor uitwisseling met de douaneautoriteiten. De begindatum mag niet eerder zijn dan de oprichtingsdatum.

15. Vervaldatum van het EORI-nummer

Laatste dag van de geldigheidsduur van de EORI-registratie. Dat wil zeggen de laatste dag waarop de marktdeelnemer het EORI-nummer kan gebruiken voor uitwisseling met de douaneautoriteiten.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Na de vervaldatum moet de informatie tien jaar worden bewaard ten behoeve van de correctie van douaneaangiften die zijn ingediend voordat de marktdeelnemer zijn activiteiten staakte (zie aantekening 5 van hoofdstuk 1 van titel I)


Bijlage II : Bijlage 12-01 van de DWU IA

Artikel 7, lid 3 van de DWU IA bepaalt dat het formaat en de codes van de in het EORI-systeem opgeslagen gegevens in bijlage 12-01 van de DWU IA zijn opgenomen.
De bijlage 12-01 van de DWU IA is hieronder integraal opgenomen. In titel II bevatten bepaalde gegevenselementen een extra toelichting van de EORI-richtsnoeren.

BIJLAGE 12-01
FORMATEN EN CODES VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEGEVENSVEREISTEN VOOR DE REGISTRATIE VAN MARKTDEELNEMERS EN ANDERE PERSONEN

INLEIDENDE AANTEKENINGEN

1. De in deze bijlage opgenomen formaten en codes zijn van toepassing ten aanzien van de gegevensvereisten voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen.
2. Titel I bevat de formaten van de gegevenselementen.
3. Wanneer de gegevens voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen zoals bedoeld in bijlage 12-01 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 de vorm van een code aannemen, moet de in titel II opgenomen codelijst worden toegepast.
4. Met de omschrijving „type/lengte” in de toelichting bij een kenmerk wordt verwezen naar de vereisten voor het gegevenstype en de gegevenslengte.
Voor het gegevenstype worden de volgende codes gebruikt:

a alfabetisch

n numeriek

an alfanumeriek

Het getal na de code geeft de toegelaten gegevenslengte aan. Hierbij geldt het volgende: de facultatieve twee punten voor de lengte-indicator betekenen dat de gegevens geen vaste lengte hebben, maar dat het maximale aantal karakters wordt aangegeven door de lengte-indicator. Een komma in de gegevenslengte betekent dat het kenmerk decimalen kan bevatten, waarbij het cijfer voor de komma de totale lengte van het kenmerk aangeeft en het cijfer na de komma het maximale aantal cijfers na het decimale punt.
Voorbeelden van veldlengtes en formaten:

a1 1 alfabetisch teken, vaste lengte

n2 2 numerieke tekens, vaste lengte

an3 3 alfanumerieke tekens, vaste lengte

a..4 maximaal 4 alfabetische tekens

n..5 maximaal 5 numerieke tekens

an..6 maximaal 6 alfanumerieke tekens

n..7,2 maximaal 7 numerieke tekens waaronder maximaal 2 decimalen, met een zwevend scheidingsteken

TITEL I
Formaten van de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen

Nr. G.E. [(*)]

Naam G.E.

Formaat G.E. (Type/lengte)

Codelijst in titel II (J/N) [(**)]

Kardinaliteit

Opmerkingen

1

EORI-nummer

an..17

N

1x

De structuur van het EORI-nummer is omschreven in titel II.

2

Volledige naam van de persoon

an..512

N

1x

3

Vestigingsadres/woonplaatsadres

Straat en nummer: an..70
Postcode: an..9
Stad: an..35
Landcode: a2

N

1x

Gebruik de landcode zoals omschreven in titel II voor de landcode van G.E. 1 (EORI-nummer).

4

Vestiging in het douanegebied van de Unie

n1

J

1x

5

Btw-identificatienummer(s)

Landcode: a2
Btw-identificatienummer: an..15

N

99x

Het formaat van het btw-identificatienummer is vastgesteld in artikel 215 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

6

Rechtsvorm

an..50

N

1x

7

Contactgegevens

Naam contactpersoon: an..70
Straat en nummer: an..70
Postcode: an..9
Stad: an..35
Telefoonnummer: an..50
Faxnummer: an..50
E-mailadres: an..50

N

9x

8

Uniek derdeland-identificatienummer

an..17

N

99x

9

Toestemming voor openbaarmaking van de in de punten 1, 2 en 3 opgenomen persoonsgegevens

n1

J

1x

10

Korte naam

an..70

N

1x

11

Datum van oprichting

n8 (jjjjmmdd)

N

1x

12

Soort persoon

n1

J

1x

13

Voornaamste economische activiteit

an4

J

1x

14

Startdatum van het EORI-nummer

n8 (jjjjmmdd)

N

1x

15

Vervaldatum van het EORI-nummer

n8 (jjjjmmdd)

N

1x

TITEL II
Codes betreffende de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen

CODES

1. INLEIDING

Deze titel bevat de codes die moeten worden gebruikt voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen.

2. CODES

1 EORI-nummer
Het EORI-nummer is als volgt opgebouwd:

Veld

Inhoud

Formaat

1

Identificator van de lidstaat (landcode)

a2

2

Unieke identificator in een lidstaat

an..15

Landcode: de door de Unie gebruikte alfabetische codificering voor landen en gebieden is gebaseerd op de huidige tweeletterige ISO-normen (a2), voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft. Een geactualiseerde lijst van landcodes wordt op gezette tijden bij verordening van de Commissie bekendgemaakt.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Wanneer een EORI-nummer moet worden toegekend aan een marktdeelnemer die houder is van een carnet TIR maar niet in het douanegebied van de Unie is gevestigd, wordt aanbevolen het EORI-nummer als volgt op te bouwen:

Veld

Inhoud

Formaat

1

Identificator van de lidstaat die het nummer heeft toegekend (landcode)

a2

2

Identificator voor het carnet TIR

T

3

Code van de nationale organisatie waarvan de houder van het carnet TIR vergunning heeft gekregen

n3

4

Uniek identificatienummer van de houder van het carnet TIR

n..10

Voorbeeld
CZT0530123456789 is het EORI-nummer toegekend voor een bedrijf dat van de Russische organisatie ASMAP (code 053) vergunning heeft verkregen voor gebruik van het carnet TIR en waarvan het EORI-nummer in Tsjechië is geregistreerd omdat dit bedrijf daar een summiere aangifte bij binnenbrengen heeft ingediend.

4 Vestiging in het douanegebied van de Unie

0. Niet in het douanegebied van de Unie gevestigd
1. In het douanegebied van de Unie gevestigd

9 Toestemming voor openbaarmaking van de in de punten 1, 2 en 3 opgenomen persoonsgegevens

0. Geen toestemming voor openbaarmaking
1. Toestemming voor openbaarmaking

12 Soort persoon

Er moet gebruik worden gemaakt van de volgende codes:
1. Natuurlijke persoon
2. Rechtspersoon
3. Vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend

13 Voornaamste economische activiteit

Code van de voornaamste economische activiteit op 4-cijferniveau overeenkomstig de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE; Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad), zoals opgenomen in het ondernemingsregister van de betrokken lidstaat.
Extra toelichting van de EORI-richtsnoeren
Voorbeeld
4690 – Niet-gespecialiseerde groothandel


Bijlage III : Formulier Toelating/EORI/A2

Bijlage IV : Formulier aanvraag BE/EORI/A3

Bijlage V : Formulier AANVRAAG/NIET EU/EORI/A4

Bijlage VI : Gebruik van het EORI-nummer op summiere aangiften

Voor de volgende gegevenselementen van de summiere aangiften bij binnenbrengen of uitgaan is het gebruik van een EORI-nummer vereist:
- indiener van de summiere aangifte;
- vervoerder;
- geadresseerde;
- afzender;
- te informeren partij;
Hieronder is een overzicht opgenomen van deze gegevenselementen waarbij telkens een toelichting wordt gegeven over het gebruik van het EORI-nummer.

Indiener van de summiere aangifte

Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de indiener van de summiere aangifte.
Zijn naam en adres dienen niet te worden verstrekt.
Summiere aangiften bij binnenbrengen
De summiere aangifte wordt ingediend door één van de in artikel 127, lid 4, van het DWU bedoelde personen.
Summiere aangiften bij uitgaan
De summiere aangifte wordt ingediend door één van de in artikel 271, lid 2, van het DWU bedoelde personen. Deze informatie behoeft niet te worden verstrekt wanneer overeenkomstig artikel 263, lid 1, van het DWU de goederen zijn gedekt door een douaneaangifte.

Vervoerder

Summiere aangiften bij binnenbrengen
Dit gegeven dient niet te worden verstrekt wanneer het gelijk is aan de persoon die de summiere aangifte bij binnenbrengen indient, behalve wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land. In dat geval kan dit gegeven worden verstrekt, met name in de vorm van een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld.
Wanneer dit gegeven verschilt van de indiener van de summiere aangifte bij binnenbrengen, wordt het verstrekt in de vorm van de volledige naam en adres van de vervoerder.
Het bestaat uit het EORI-nummer of unieke derdeland-identificatienummer van de vervoerder:
- wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt
en/of
- in het geval van vervoer over zee, over de binnenwateren of door de lucht.
Het bestaat uit het EORI-nummer van de vervoerder indien deze is aangesloten op het douanesysteem en één van de kennisgevingen zoals bepaald in artikel 185, lid 3, en artikel 187, lid 2, van de DWU IA wenst te ontvangen.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een vervoerder wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.
Summiere aangiften bij uitgaan
Het gegevenselement ‘Vervoerder’ moet niet vermeld worden op de summiere aangifte bij uitgaan.

Geadresseerde

Persoon aan wie de goederen worden verzonden.

Summiere aangiften bij binnenbrengen
Dit gegeven moet worden verstrekt wanneer het verschilt van de indiener van de summiere aangifte.
Wanneer dit gegeven moet worden verstrekt, bestaat het uit het EORI-nummer van de geadresseerde wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de geadresseerde niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.
Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een geadresseerde wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.
Summiere aangiften bij uitgaan
Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de geadresseerde wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de geadresseerde niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.
Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een geadresseerde wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.

Afzender

Dit is de persoon die de goederen verzendt zoals in de vervoersovereenkomst is bepaald door de persoon die het vervoer bestelt.
Summiere aangiften bij binnenbrengen
Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de afzender wanneer de indiener van de summiere aangifte over dit nummer beschikt. Als het EORI-nummer van de afzender niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.
Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een afzender wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.
Summiere aangiften bij uitgaan
Dit gegeven moet worden verstrekt wanneer het verschilt van de indiener van de summiere aangifte. Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de afzender wanneer de indiener van de summiere aangifte over dit nummer beschikt. Als het EORI-nummer van de afzender niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.
Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een afzender wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.

Te informeren partij

Summiere aangiften bij binnenbrengen
Persoon aan wie bij binnenkomst mededeling moet worden gedaan van de aankomst van de goederen. Deze informatie moet in voorkomend geval worden verstrekt.
Dit gegeven bestaat uit het EORI-nummer van de te informeren partij wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt. Als het EORI-nummer van de te informeren partij niet beschikbaar is, dienen zijn volledige naam en adres te worden verstrekt.
Wanneer faciliteiten worden verleend in het kader van een door de Unie erkend partnerschapsprogramma met het bedrijfsleven van een derde land, kan dit gegeven bestaan uit een uniek derdeland-identificatienummer dat door het betrokken derde land aan de Unie is meegedeeld. Dat nummer kan worden gebruikt wanneer de indiener van de summiere aangifte hierover beschikt.
Wanneer het EORI-nummer of het unieke derdeland-identificatienummer van een te informeren partij wordt verstrekt, dienen zijn naam en adres niet te worden verstrekt.
Summiere aangiften bij uitgaan
Het gegevenselement ‘Te informeren partij moet niet vermeld worden op de summiere aangifte bij uitgaan.


Bijlage VII : Gebruik van het EORI-nummer op douaneaangiften

Hieronder is een overzicht opgenomen van de vakken van de verschillende regelingen van de toelichting van het Enig document waarin het EORI-nummer vermeld moet worden.

Regeling A (uitvoer/verzending)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling B (plaatsing onder de regeling douane-entrepot ter verkrijging van de betaling van een bijzondere uitvoerrestitutie voorafgaande aan de uitvoer / vervaardiging van goederen onder douanetoezicht en douanecontrole voorafgaande aan de uitvoer en betaling van een uitvoerrestitutie)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 8 (geadresseerde) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling C (wederuitvoer na plaatsing onder een bijzondere regeling, met uitzondering van de regeling douane-entrepot (actieve veredeling, tijdelijke invoer))

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling D (wederuitvoer na opslag in douane-entrepot)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling E (passieve veredeling)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling F (douanevervoer)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 8 (geadresseerde) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 50 (aangever Uniedouanevervoer en gemachtigde vertegenwoordiger)

Regeling G (douanestatus van Uniegoederen)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger).

Regeling H (in het vrije verkeer brengen)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 2 (exporteur) (wanneer de betrokkene hierover beschikt) (behalve wanneer er geen verplichting tot EORI-registratie bestaat) [(*)] ;
- vak 8 (geadresseerde) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer de EORI-registratie niet vereist is voor een andere persoon dan een marktdeelnemer);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer een andere persoon dan een marktdeelnemer slechts incidenteel douaneaangiften indient)

Regeling I (plaatsing onder de regeling actieve veredeling of tijdelijke invoer)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 8 (geadresseerde) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer de EORI-registratie niet vereist is voor een andere persoon dan een marktdeelnemer);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer een andere persoon dan een marktdeelnemer slechts incidenteel douaneaangiften indient)

Regeling J (opslag in douane-entrepot)

Het EORI-nummer moet verplicht vermeld worden in:
- vak 8 (geadresseerde) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer de EORI-registratie niet vereist is voor een andere persoon dan een marktdeelnemer);
- vak 14 (aangever/vertegenwoordiger) (vermelding van “BEPRIVATEPERSON” wanneer een andere persoon dan een marktdeelnemer slechts incidenteel douaneaangiften indient)


-------------------------

Interne ref.: D.I. 500


[(*)] G.E. = afkorting voor ‘gegevenselement’.

[(*)] G.E. = afkorting voor ‘gegevenselement’.

[(**)] J = ja / N = neen.

[(*)] Voor globalisatieaangiften geldt een ontheffing van de verplichting tot het invullen van vak 2 op rubriekniveau.