07.01.2010 - Omzendbrief D.I. 561 - D.D. 216.415
DOUANEPROCEDURES
|
GEMEENSCHAPPEN EN PREFERENTIES PREFERENTIELE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN ZUID-AFRIKA | |
Bijlagen : 5 Brussel, 31 december 1999.
- Op 4 december 1999 werd in het P.B. nr. L 311 het Besluit nr. 1999/753/EG van de Raad van 29 juli 1999 gepubliceerd, betref- fende de voorlopige toepassing van de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid- Afrika, anderzijds. Deze overeenkomst treedt gedeeltelijk in werking op 1 januari 2000.
- Het Protocol nr. 1 (bijlage 1) gevoegd bij deze overeenkomst betreft de definitie van het begrip "product van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking. Dit protocol met de bijhorende bijlagen is gevoegd bij deze omzendbrief met uitzondering van de "lijst van be- of verwerkingen van materialen die niet van oorsprong zijn waardoor het vervaardigde product het karakter van product van oorsprong verkrijgt" (bijlage 2) die gevoegd is in bijlage II bij dit protocol waarvan enkel een engelstalige versie beschikbaar is. In afwachting van de nederlandstalige en franstalige versie wordt voor de toepassing van de lijstregels verwezen naar de regels opgenomen in de preferentiële overeenkomst tussen de EG en Noorwegen opge- nomen in bijlage 4 van hoofdstuk XII, Deel 1 bij de Instructie Ge- meenschappen en Preferenties 1999 (D.I. 561).
Bon O.S.D. nr. 406/99
D.D. 292.192 - 7.1.2010
- De aandacht wordt getrokken op artikel 3 van het voormelde protocol waarin de verschillende cumulatiemogelijkheden worden opgesomd. Het betreft :
- bilaterale cumulatie : een materiaal van oorsprong uit de Gemeenschap wordt beschouwd als zijnde van oorsprong uit Zuid- Afrika indien het in een aldaar verkregen product is opgenomen. Dit materiaal moet een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 6 van het protocol opgesomde be- of verwerkingen;
- cumulatie met ACS-landen : onder voorbehoud van de paragrafen 5 en 6 van dit artikel worden materialen van oorsprong uit de ACS-landen beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zuid-Afrika indien zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is hierbij niet noodzakelijk dat ze een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan;
- cumulatie binnen de SACU (= South African Customs Union) : Bewerkingen die binnen de Zuid-Afrikaanse douane-unie (1) worden verricht worden geacht te zijn verricht in Zuid-Afrika indien ze aldaar verder worden be- of verwerkt.
- Voor de in cijfer 2 vermelde lijst van be- of verwerkingen zijn in artikel 5.2 bepaalde afwijkingen voorzien in die zin dat niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden van de voormelde lijst niet mogen worden gebruikt, in de hierna vermelde gevallen toch mogen worden gebruikt :
- wanneer hun totale waarde niet hoger is dan 15 % van de prijs af fabriek van het eindproduct (voor de producten die onder de hoofdstukken 3 en 24 en de GS-posten 1604, 1605, 2207 en 2208 zijn ingedeeld mag dit % niet hoger zijn dan 10), en
(1) De volgende landen behoren tot de Zuid-Afrikaanse douane-unie : Botswana, Lesotho, Namibië, Swaziland en Zuid- Afrika.
- de in de lijst vermelde maximumpercentages voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet worden overschreden.
Dit cijfer is niet van toepassing op producten die worden ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het gehar- moniseerde systeem.
- Artikel 12 van het voormelde protocol behandelt de regel van het rechtstreeks vervoer die slechts op 1 punt afwijkt van de gewone definitie, t.w. als rechtstreeks vervoerd worden eveneens beschouwd de producten die via het grondgebied van de in artikel 3 vermelde landen zijn vermeld, t.w. ACS-landen en de landen van de SACU.
- Artikel 15 vermeldt als bewijsstuk inzake oorsprong :
- een certificaat inzake goederenverkeer (bijlage 3);
- een verklaring van de exporteur, voortaan "factuurverkla- ring" genoemd waarvan de tekst in bijlage IV van het protocol is gevoegd (bijlage 4).
- Overeenkomstig artikel 19 kan een factuurverklaring
worden opgesteld :
- door elke exporteur voor de zendingen bestaande uit één of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 EURO (ca 243.000 BEF) bedraagt.
- door een toegelaten exporteur in de zin van art. 20 van dit protocol voor de overige zendingen. Om te worden erkend als toegelaten exporteur zijn de bepalingen van de omzendbrief van 6 juli 1998, nr. D.D. 153.592 (D.I. 561) betreffende de vereenvou- digde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oor- sprong van toepassing.
- Overeenkomstig artikel 24 is er vrijstelling van het overleggen van een bewijsstuk inzake oorsprong voorzien voor :
- producten die in kleine zendingen worden gezonden door particulieren aan particulieren voor zover de waarde ervan niet meer bedraagt dan 500 EURO (ca 20.000 BEF);
- producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers voor zover de waarde ervan niet meer bedraagt dan
1.200 EURO (ca 48.000 BEF).
In beide gevallen dient aan deze producten het handelskarak- ter vreemd te zijn.
- De administratieve samenwerking is geregeld in de artikelen 30 tot en met 34 van dit protocol.
- De hoofden van de douanekantoren en van de inspecties waarde en externe comptabiliteitscontrole worden uitgenodigd de nodige informatie te verstrekken aan de belanghebbenden in hun ambtsgebied, die bij het hier bedoelde handelsverkeer betrokken zijn.
- De Instructie Gemeenschappen en preferenties zal later worden aangepast.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J. DUBOIS
PROTOCOL Nr. 1
betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking
INHOUDSOPGAVE
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
- Artikel 1 Definities
TITEL II DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG"
- Artikel 2 Algemene voorwaarden
- Artikel 3 Cumulatie van de oorsprong
- Artikel 4 Geheel en al verkregen producten
- Artikel 5 Toereikende bewerking of verwerking
- Artikel 6 Ontoereikende bewerking of verwerking
- Artikel 7 Determinerende eenheid
- Artikel 8 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
- Artikel 9 Stellen of assortimenten
- Artikel 10 Neutrale elementen
TITEL III TERRITORIALE VOORWAARDEN
- Artikel 11 Territorialiteitsbeginsel
- Artikel 12 Rechtstreeks vervoer
- Artikel 13 Tentoonstellingen
TITEL IV BEWIJS VAN DE OORSPRONG
- Artikel 14 Algemene voorwaarden
- Artikel 15 Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
- Artikel 16 Afgifte achteraf van EUR.1-certificaat
- Artikel 17 Afgifte van een duplicaat van een EUR.1-certificaat
- Artikel 18 Afgifte van een EUR.1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van de oorsprong
- Artikel 19 Voorwaarden voor het opstellen van een factuur- verklaring
- Artikel 20 Toegelaten exporteur
- Artikel 21 Geldigheid van het bewijs van de oorsprong
- Artikel 22 Overlegging van het bewijs van de oorsprong
- Artikel 23 Invoer in deelzendingen
- Artikel 24 Vrijstelling van het bewijs van de oorsprong
- Artikel 25 Leveranciersverklaring
- Artikel 26 Bewijsstukken
- Artikel 27 Bewaring van het bewijs van de oorsprong, de leveranciersverklaring en andere bewijsstukken
- Artikel 28 Verschillen en vormfouten
- Artikel 29 In euro uitgedrukte bedragen
TITEL V ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
- Artikel 30 Wederzijdse bijstand
- Artikel 31 Controle van de oorsprongsbewijzen
- Artikel 32 Regeling van geschillen
- Artikel 33 Sancties
- Artikel 34 Vrije zones
TITEL VI CEUTA EN MELILLA
- Artikel 35 Toepassing van het Protocol
- Artikel 36 Bijzondere voorwaarden
TITEL VII SLOTBEPALINGEN
- Artikel 37 Wijzigingen van het Protocol
- Artikel 38 Tenuitvoerlegging van het protocol
- Artikel 39 Goederen in doorvoer of in opslag
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder :
a) "vervaardiging" : elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
b) "materiaal" : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
c) "product" : het verkregen product, zelfs indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
d) "goederen" : zowel materialen als producten;
e) "douanewaarde" : de waarde zoals bepaald bij de Over- eenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (overeen- komst inzake de douanewaarde van de WTO);
f) "prijs af fabriek" : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of Zuid-Afrika in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
g) "waarde van de materialen" : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Zuid-Afrika is betaald;
h) "waarde van de materialen van oorsprong" : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
i) "toegevoegde waarde" : de prijs af fabriek min de douane- waarde van de in het product opgenomen materialen die van oor- sprong zijn uit de andere in artikel 3 bedoelde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste contorleerbare prijs die voor het product in de Gemeenschap of Zuid-Afrika is betaald;
j) "hoofdstukken" en "posten" : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol "het geharmoniseerd systeem" of "GS" genoemd;
k) "ingedeeld" : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
l) "zending" : producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt of, bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
m) "gebieden" : ook de territoriale wateren;
n) "ACS-staten" : de Afrikaanse en Caraïbische landen en de landen in de Stille Zuidzee die partij zijn bij de Overeenkomst van Lomé;
o) "SACU" : de douane-unie van Zuidelijk Afrika.
TITEL II
DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG"
Artikel 2
Algemene voorwaarden
- Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap :
a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 4 van dit protocol;
b) in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materia- len zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit protocol.
- Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit Zuid- Afrika :
a) geheel en al in Zuid-Afrika verkregen producten, in de zin van artikel 4 van dit protocol;
b) in Zuid-Afrika verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Zuid-Afrika een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit protocol.
Artikel 3
Cumulatie van de oorsprong
Bilaterale cumulatie
- Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als zijnde materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of ver- werking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 6 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.
- Materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika worden be- schouwd als zijnde materialen van oorsprong uit de Gemeenschap wanneer ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of ver- werking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 6 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.
Cumulatie met ACS-landen
- Onder voorbehoud van het bepaalde in de leden 5 en 6 worden materialen van oorsprong uit een ACS-land beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap of Zuid-Afrika te zijn indien zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet nood- zakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.
- Binnen de SACU verrichte be- of verwerkingen worden geacht in Zuid-Afrika te zijn verricht indien de betrokken goederen daar verder worden be- of verwerkt.
- Producten die door toepassing van lid 3 de oorsprong hebben verkregen, worden uitsluitend als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Zuid-Afrika beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde hoger is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de ACS-landen. Indien dit niet het geval is, worden de betrokken producten beschouwd als zijnde van oorsprong uit het ACS-land dat goed is voor de hoogste waarde van de gebruikte materialen van oorsprong. Bij het toekennen van de oorsprong wordt geen rekening gehouden met materialen van oorsprong uit de ACS-landen die in de Gemeenschap of Zuid-Afrika een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.
- De in lid 3 bedoelde cumulatieregel kan uitsluitend worden toegepast wanneer de gebruikte ACS-materialen het karakter van product van oorsprong hebben verkregen door toepassing van de in de Overeenkomst van Lomé opgenomen oorsprongsregels. De Gemeenschap en Zuid-Afrika delen elkaar, via de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de gegevens mee over de overeenkomsten die zij met de ACS-landen hebben afgesloten en de daarin opgenomen oorsprongsregels.
- Zodra aan de voorwaarden in lid 6 is voldaan en overeen- stemming is bereikt over de datum van inwerkingtreding van deze bepalingen, neemt elke partij de nodige maatregelen om aan haar verplichtingen inzake kennisgeving en informatie te voldoen.
Artikel 4
Geheel en al verkregen producten
- Als geheel en al in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika verkregen worden beschouwd :
a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
b) aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
d) producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f) producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
g) producten uitsluitend van de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
i) afval afkomstig van aldaar verrichte be- of verwerkingen;
j) producten, gewonnen van of vanonder de zeebodem buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
k) goederen die aldaar uitsluitend van de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
- De termen "hun schepen" en "hun fabrieksschepen" in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen :
a) die in een lidstaat van de Gemeenschap of Zuid-Afrika zijn ingeschreven of geregistreerd;
b) die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika voeren;
c) die voor ten minste 50 % toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
d) waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika, en
e) waarvan de bemanning voor ten minste 75 % uit onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika bestaat.
Bij de inwerkingtreding van de tariefconcessies voor visserij- producten wordt lid 2, onder d) en e), vervangen door :
"d) waarvan de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, voor ten minste 50 % uit onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika bestaat."
Artikel 5
Toereikende bewerking of verwerking
- Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage 2 is voldaan.
In deze lijst is voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aangegeven welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat, indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan kunnen zijn gebruikt.
- In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardi- ging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt :
a) wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 15 % van de prijs af fabriek van het product en niet hoger dan 10 % van de prijs af fabriek voor producten die onder de hoofdstukken 3 en 24 en de GS-posten 1604, 1605, 2207 en 2208 zijn ingedeeld;
b) wanneer in de lijst vermelde maximumpercentages voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet worden overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op de producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
- De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 6.
Artikel 6
Ontoereikende bewerking of verwerking
- Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 5 is voldaan :
a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
b) eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samen- stellen van sets van artikelen), wassen, verven en snijden;
c) i) veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoe- gen van colli;
ii) eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes, enz., en alle andere handelingen in verband met de opmaak;
d) het aanbrengen van merken, etiketten of soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
e) eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien één of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit protocol om als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Zuid-Afrika te worden be- schouwd;
f) eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
g) twee of meer van de onder a) tot en met f) vermelde behandelingen tezamen;
h) het slachten van dieren.
- Alle be- of verwerkingen die een product in de Gemeen- schap of in Zuid-Afrika heeft ondergaan worden tezamen genomen om te bepalen of de be- of verwerkingen die het heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1.
Artikel 7
Determinerende eenheid
- De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat volgens de nomen- clatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt dat :
a) wanneer een product, bestaande uit een groep of verzame- ling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
b) wanneer een zending uit een aantal eendere producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
- Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 8
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 9
Stellen of assortimenten
Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oor- sprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 10
Neutrale elementen
Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van de volgende zaken die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn :
a) energie en brandstof;
b) fabrieksuitrusting;
c) machines en werktuigen;
d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.
TITEL III TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 11
Territorialiteitsbeginsel
- Behoudens het bepaalde in artikel 3, moet aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprong zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika zijn voldaan.
- Producten van oorsprong die uit de Gemeenschap of Zuid- Afrika naar een ander land worden uitgevoerd en daarna weer worden ingevoerd, worden, behoudens het bepaalde in artikel 3, niet langer als producten van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat :
a) de wederingevoerde goederen dezelfde goederen zijn als de eerder uitgevoerde goederen; en
b) zij tijdens de periode waarin ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
Artikel 12
Rechtstreeks vervoer
- De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, of via het grondgebied van de andere in artikel 3 bedoelde landen, zijn vervoerd. Producten die één enkele zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden ver- voerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondge- bied, voor zover ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Het vervoer per pijpleiding van producten van oorsprong mag via een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika geschieden.
- Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer :
a) een enkel vervoerdocument dat in het land van uitvoer is opgesteld ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer, of
b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin :
i) de producten nauwkeurig zijn omschreven,
ii) de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder opgave van de naam van de gebruikte schepen, of van de andere gebruikte vervoermiddelen; en
iii) wordt verklaard op welke voorwaarden de producten in het land van doorvoer verbleven;
c) hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
Artikel 13
Tentoonstellingen
- De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan een van de in artikel 3 bedoelde landen zijn verzonden en die na de tentoonstelling in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
a) een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Zuid-Afrika naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en deze daar heeft tentoongesteld;
b) deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Zuid-Afrika;
c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan, zijn verzonden, en
d) de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoon- stelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
- Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel IV afgegeven of opgesteld en op de gebruike- lijke wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer inge- diend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen deze douaneautoriteiten aanvullende bewijsstukken opvragen ten aanzien van de aard van de producten en de voorwaarden waarop zij werden tentoongesteld.
- Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, indus- trieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL IV
BEWIJS VAN DE OORSPRONG
Artikel 14
Algemene voorwaarden
- De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Zuid-Afrika worden ingevoerd, en producten van oorsprong uit Zuid-Afrika die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van :
a) een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage 3 is opgenomen, of
b) in de in artikel 19, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur waarvan de tekst in bijlage 4 is opgenomen, op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument en waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden (hierna "factuurverklaring" genoemd).
- In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 24 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.
Artikel 15
Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
- Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 (hierna "EUR.1-certificaat" genoemd) wordt afgegeven door de douane- autoriteiten van het land van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn ge- machtigde vertegenwoordiger.
- Te dien einde vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het EUR.1-certificaat als het aanvraagfor- mulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage 3 opge- nomen. Deze formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formu- lieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blok- letters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet ingevulde gedeelte doorgekruist.
- De exporteur die om de afgifte van een EUR.1-certificaat verzoekt, dient op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, steeds bereid te zijn de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Het EUR.1-certificaat wordt afgegeven door de douane- autoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Zuid-Afrika of uit een van de andere in artikel 3 bedoelde landen en indien aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- De met de afgifte van EUR. 1-certificaten belaste douane- utoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten inderdaad van oorsprong zijn en of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de boekhouding van de expor- teur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Deze douaneautoriteiten zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Zij gaan met name na of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zo is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
- De datum van afgifte van het EUR. 1-certificaat wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.
- Een EUR. 1-certificaat wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat zij zullen worden uitgevoerd.
Afgifte achteraf van een EUR. 1-certificaat
- In afwijking van artikel 15, lid 7, kan een EUR. 1-certificaat bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien
a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd;
b) ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het EUR. 1-certificaat wel was afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.
- Met het oog op de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het EUR. 1-certificaat betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.
- De douaneautoriteiten kunnen slechts tot afgifte achteraf van een EUR. 1-certificaat overgaan na te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.
- Op een achteraf afgegeven EUR. 1-certificaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht :
BG “ИЗДАДЕН ВПОСПЕДСТВИЕ”, ES “EXPEDIDO A POSTERIORI”, CS “VYSTAVENO DODATEČNĔ”, DA “UDSTEDT EFTERFØLGENDE”,
DE “NACHTERÄGLICH AUSGESTELLT”, ET “TAGANTJÄRELE VÄLJA ANTUD”, EL “ΕΚΔΟΘΕΝ ΕΚ ΤΩΝ ΥΣΤΕΡΩΝ”,
EN “ISSUED RETROSPECTIVELY”, FR “DÉLIVRÉ A POSTERIORI”,
IT “RILASCIATO A POSTERIORI”, LV “IZSNIEGTS RETROSPEKTĪVI”,
LT “RETROSPEKTYVUSIS IŠDAVIMAS”,
HU “KIADVA VISSZAMENŐLEGES HATÁLLYAL”, MT “MAĦRUĠ RETROSPETTIVAMENT”,
NL “AFGEGEVEN A POSTERIORI”,
PL “WYSTAWIONE RETROSPEKTYWNIE”, PT “EMITIDO A POSTERIORI”,
RO “EMIS A POSTERIORI”, SL “IZDANO NAKNADNO”, SK “VYDANÉ DODATOČNE”,
FI “ANNETTU JÄLKIKÄTEEN”, SV “UTFÄRDAT I EFTERHAND”.
- De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak “Opmerkingen” van het EUR. 1-certificaat.
Artikel 17
Afgifte van een duplicaat van een EUR. 1-certificaat
- In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een EUR. 1-certificaat kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.
- Op het aldus afgegeven duplicaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht :
D.D. 292.192 - 7.1.2010
BG “ДУЪПИКАТ”, ES “DUPLICADO”, CS “DUPLIKÁT”, DA “DUPLIKAT”, DE “DUPLIKAT”, ET “DUPLIKAAT”, EL “ΑΝΤIΓΡΑΦΟ”, EN “DUPLICATE”, FR “DUPLICATA”, IT “DUPLICATO”, LV “DUBLIKĀTS”, LT “DUBLIKATAS”, HU “MÁSODLAT”, MT “DUPLIKAT”, NL “DUPLICAAT”, PL “DUPLIKAT”,
PT “SEGUNDA VIA”, RO “DUPLICAT”,
SL “DVOJNIK”, SK “DUPLIKÁT”,
FI “KAKSOISKAPPALE”, SV “DUPLIKAT”.
- De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het duplicaat van het EUR. 1-certificaat.
- Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke EUR. 1-certificaat, geldt vanaf die datum.
Artikel 18
Afgifte van een EUR. 1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of Zuid-Afrika onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door één of meer EUR. 1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.
Artikel 19
Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring
- De in artikel 14, lid 1, onder b), genoemde factuurverklaring kan worden opgesteld door :
D.D. 292.192 - 7.1.2010
a) een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20;
b) elke andere exporteur, voor zendingen bestaande uit één of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6 000 EUR bedraagt.
- Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de producten als van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zuid-Afrika of een van de andere in lid 3 bedoelde landen kunnen worden beschouwd en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.
- De exporteur die de factuurverklaring opstelt moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer steeds bereid zijn de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage 4 is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen taalversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, geschiedt dit met inkt en in blokletters.
- De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douane- autoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurver- klaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.
- Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft of later, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop ze betrekking heeft in het land van invoer worden aangeboden.
Artikel 20
Toegelaten exporteur
- De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur die veelvuldig producten verzendt waarop de over- eenkomst van toepassing is, vergunning verlenen factuurverklarin- gen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol.
- De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen nood- zakelijk geachte voorwaarden.
- De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat in de factuurverklaringen wordt vermeldt.
- De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.
- De douaneautoriteiten kunnen de vergunning steeds intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet langer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet langer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt.
Artikel 21
Geldigheid van het bewijs van de oorsprong
- Een bewijs van oorsprong is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer. Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
- Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van buitengewone omstandigheden.
- In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oor- sprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
Artikel 22
Overlegging van het bewijs van de oorsprong
Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit certificaat verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.
Artikel 23
Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaar- den, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de pos- ten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.
Artikel 24
Vrijstelling van bewijs van de oorsprong
- Producten die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de per- soonlijke bagage van reizigers worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat het nodig is een formeel bewijs van oorsprong over te leggen, voorzover aan zulke producten ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van een dergelijke verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier C2/CP3 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
- Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van producten die uit- sluitend bestemd zijn voor het persoonlijke gebruik van de geadres- seerde, de reiziger of de leden van zijn gezin, voor zover noch de aard noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doel- einden wijst.
- Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan 500 EUR voor kleine zendingen of 1 200 EUR voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 25
Leveranciersverklaring
- Bij het opstellen van een bewijs van de oorsprong in Zuid-Afrika voor producten van oorsprong, bij de vervaardiging waarvan goederen uit de SACU zijn gebruikt en die daar be- of verwerkingen hebben ondergaan zonder het karakter van preferen- tiële oorsprong te hebben verkregen, wordt rekening gehouden met de leveranciersverklaringen die in overeenstemming met dit artikel voor deze goederen zijn afgegeven.
- De in lid 1 bedoelde leveranciersverklaring dient als bewijs van de be- of verwerkingen van de betrokken goederen in de SACU wanneer moet worden vastgesteld of de producten, bij de vervaardiging waarvan deze goederen zijn gebruikt, als van oor- sprong zijnde uit Zuid-Afrika kunnen worden beschouwd en aan de andere eisen van dit protocol voldoen.
- De leverancier stelt voor elke zending goederen, op een blad papier, een verklaring op, in de in bijlage 5 weergegeven vorm, die aan de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument wordt gehecht en waarin de goederen voldoende nauwkeurig zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden. De verklaring wordt opgesteld volgens het nationale recht van het land waar zij wordt opgesteld en wordt door de leverancier eigenhandig onderte- kend.
- Zuid-Afrika verzoekt de bevoegde autoriteiten in de SACU de leveranciersverklaringen door middel van steekproeven te controleren of telkens wanneer zij redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid of juistheid van de verstrekte gegevens.
- Zuid-Afrika treft de nodige administratieve regelingen met de bevoegde autoriteiten in de SACU om te waarborgen dat het bepaalde in lid 4 volledig wordt nageleefd.
Artikel 26
Bewijsstukken
De in artikel 15, lid 3 en artikel 19, lid 3, bedoelde docu- menten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, uit Zuid-Afrika of uit een van de andere in artikel 3 bedoelde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn :
a) een rechtstreeks bewijs van de be- of verwerkingen die de exporteur of leverancier heeft verricht om de betrokken producten te verkrijgen, bijvoorbeeld aan de hand van diens boekhouding of interne administratie;
b) documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt en die in de Gemeenschap, in Zuid-Afrika of in een van de andere in artikel 3 bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld en daar volgens het nationale recht worden gebruikt;
c) documenten waaruit de be- of verwerking van materialen in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika blijkt en die in de Gemeen- schap of in Zuid-Afrika zijn afgegeven of opgesteld en daar volgens het nationale recht worden gebruikt;
d) EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt en die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of Zuid-Afrika zijn afgegeven of opgesteld, of die overeenkomstig artikel 3 in een van de andere in dat artikel bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld;
e) leveranciersverklaringen waaruit de be- of verwerkingen blijken die de gebruikte materialen in de SACU hebben ondergaan overeenkomstig artikel 3.
Artikel 27
Bewaring van het bewijs van de oorsprong, de leveranciersverklaring en de andere bewijsstukken
- De exporteur die om de afgifte van een EUR.1-certificaat verzoekt, bewaart de in artikel 15, lid 3, bedoelde bewijsstukken gedurende ten minste drie jaar.
- De exporteur die een factuurverklaring heeft opgesteld, bewaart een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 19, lid 3, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar.
- De leverancier die een leveranciersverklaring opstelt, bewaart kopieën van zijn verklaring en van de factuur, de pakbon of het andere handelsdocument waaraan zijn verklaring was gehecht en alle andere documenten waaruit blijkt dat de verstrekte gegevens juist zijn gedurende ten minste drie jaar.
- De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een EUR.1-certificaat afgeven, bewaren het in artikel 15, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedurende ten minste drie jaar.
- De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de EUR.1-certificaten en factuurverklaringen die bij hen werden inge- diend gedurende ten minste drie jaar.
Artikel 28
Verschillen en vormfouten
- Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de gegevens in het bewijs van de oorsprong en de gegevens in de documenten die in verband met de formaliteiten bij invoer bij het douanekantoor worden ingediend, dan is het bewijs van oorsprong daardoor niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.
- Kennelijke vormfouten zoals typefouten op het bewijs van oorsprong maken dit document niet ongeldig, indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 29
In ecu uitgedrukte bedragen
- Het land van uitvoer stelt de tegenwaarde vast in zijn nationale valuta van de in EURO uitgedrukte bedragen en deelt deze via de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan de landen van invoer mee.
- Indien deze bedragen hoger zijn dan de overeenkomstige door het land van invoer vastgestelde bedragen, worden zij door laatstgenoemd land aanvaard indien de producten gefactureerd zijn in de valuta van het land van uitvoer. Indien de producten gefactu- reerd zijn in de valuta van een andere lidstaat van de Gemeenschap, aanvaardt het land van invoer het door het betrokken land medege- deelde bedrag.
- De tegenwaarde van de euro in een nationale valuta is gelijk aan de tegenwaarde van de euro in die nationale valuta op de eerste werkdag van oktober 1999.
- De in euro uitgedrukte bedragen en de tegenwaarde daar- van in de nationale valuta van de lidstaten van de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden op verzoek van de Gemeenschap of Zuid- Afrika door de samenwerkingsraad herzien. Bij deze herziening ziet de samenwerkingsraad erop toe dat geen enkel in nationale valuta uitgedrukt bedrag lager wordt. Voorts zal het gemengd Comité of het wenselijk is de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan in dit verband besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
TITEL V ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 30
Wederzijdse bijstand
- De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Gemeen- schap en van Zuid-Afrika doen elkaar, via de Commissie van de Europese Gemeenschappen, afdrukken toekomen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van EUR.1-certificaten, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuur- verklaringen.
- Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Gemeenschap en Zuid-Afrika elkaar, via de bevoegde douane-instanties, bijstand bij de controle op de echtheid van de EUR.1-certificaten en de factuurverklaringen en de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 31
Controle van de oorsprongsbewijzen
- Bewijzen van oorsprong worden achteraf door middel van steekproeven gecontroleerd, alsmede wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
- Met het oog op de toepassing van lid 1 zenden de douane- autoriteiten van het land van invoer het EUR.1-certificaat, de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuurverklaring of een kopie van deze documenten terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aangevraagd. Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
- De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. Deze zijn in dit verband gerechtigd bewijsma- teriaal op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten.
- Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, doen zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
- De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd. In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten al dan niet echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zuid-Afrika beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen, of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de prefe- rentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandig- heden.
Artikel 32
Regeling van geschillen
Geschillen ten aanzien van de in artikel 31 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douane- autoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautori- teiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan de samenwerkings- raad voorgelegd.
In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Artikel 33
Sancties
Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.
Artikel 34
Vrije zones
- De Gemeenschap en Zuid-Afrika nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
- Wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zuid-Afrika die onder dekking van een bewijs van de oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd een be- of verwerking ondergaan, geven de autoriteiten, in afwijking van lid 1, op verzoek van de exporteur, een nieuw EUR.1-certificaat af mits deze be- of verwer- king met de bepalingen van dit Protocol overeenstemt.
TITEL VI CEUTA EN MELILLA
Artikel 35
Toepassing van het Protocol
- De in artikel 2 gebruikte term "Gemeenschap" heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla.
- Producten van oorsprong uit Zuid-Afrika die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd vallen in elk opzicht onder dezelfde douaneregeling als de regeling die op grond van Protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Zuid-Afrika past op onder de overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde regeling toe als op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die uit de Gemeenschap worden ingevoerd.
- Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 36.
Artikel 36
Bijzondere voorwaarden
1. Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, worden beschouwd als :
- producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla :
a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen producten;
b) in Ceuta en Melilla verkregen producten bij de vervaardi- ging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, voorzover :
i) deze producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 5 van dit protocol, of voor zover
ii) deze producten van oorsprong zijn uit Zuid-Afrika of de Gemeenschap in de zin van dit protocol en zij be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 6, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen;
- producten van oorsprong uit Zuid-Afrika :
a) geheel en al in Zuid-Afrika verkregen producten;
b) in Zuid-Afrika verkregen producten, bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, voorzover :
i) deze producten een be- of verwerking hebben onder- gaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit protocol, of voor zover
ii) deze producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap in de zin van dit protocol en zij be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 6, lid 1, omschreven ontoereikende be- of verwerkingen.
- Ceuta en Melilla worden als één enkel grondgebied beschouwd.
- De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt "Zuid-Afrika" of "Ceuta en Melilla" in vak 2 van het EUR.1-certificaat of op de factuurverklaring. Voor producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien vermeld in vak 4 van het EUR.1-certificaat of op de factuurverklaring.
- De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepas- sing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
TITEL VII SLOTBEPALINGEN
Artikel 37
Wijziging van het protocol
Het Gemengd Comité kan besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen.
Artikel 38
Tenuitvoerlegging van het protocol
De Gemeenschap en Zuid-Afrika nemen, ieder voor zich, de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit proto- col.
Artikel 39
Goederen in doorvoer of in opslag
De overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een EUR.1-certificaat bij de douane- autoriteiten van de staat van invoer wordt ingediend, dat achteraf door de bevoegde instanties van de staat van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen recht- streeks zijn vervoerd.
AANTEKENINGEN BIJ DE LIJST VAN BE- OF VERWERKINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 5
Aantekening 1
In deze lijst is vermeld aan welke voorwaarden een product moet voldoende be- of verwerkt in de zin van artikel 5 van het protocol te worden beschouwd.
Aantekening 2
2.1. De eerste twee kolommen van de lijst geven het verkregen product aan. In kolom 1 is het nummer van de post of het hoofdstuk volgens het geharmoniseerde systeem vermeld en kolom 2 bevat de omschrijving van de goederen van die post of dat hoofdstuk volgens dat systeem. Voor iedere post of ieder hoofdstuk in de kolommen 1 en 2 is in kolom 3 of 4 een regel gegeven. Een nummer in kolom 1 voorafgegaan door "ex" betekent dat de regel in kolom 3 of 4 alleen geldt voor het gedeelte van die post of dat hoofdstuk dat in kolom 2 is omschreven
2.2. Wanneer in kolom 1 verscheidene postnummers zijn gegroe- peerd of wanneer een hoofdstuknummer is vermeld en de omschrijving van het product in kolom 2 derhalve in alge- mene bewoordingen is gesteld, dan is de regel daarnaast in kolom 3 of 4 van toepassing op alle producten die volgens het geharmoniseerde systeem onder de posten van het hoofdstuk of onder elk van de in kolom 1 gegroepeerde posten werden ingedeeld.
2.3. Wanneer in de lijst verschillende regels worden gegeven voor verschillende producten die onder dezelfde post vallen, wordt na elk streepje dat deel van de post omschreven waarop de daarnaast in kolom 3 of 4 vermelde voorwaarde van toepassing is.
2.4. Wanneer voor een product dat in kolommen 1 en 2 is om- schreven, zowel een regel in kolom 3 als een regel in kolom 4 wordt gegeven, kan de exporteur kiezen welke regel, die in kolom 3 of die in kolom 4, wordt toegepast. Indien in kolom 4 geen oorsprongsregel wordt gegeven, moet de regel in kolom 3 worden toegepast.
Aantekening 3
3.1. Artikel 5 van het protocol betreffende producten die de oorsprong hebben verkregen en die bij de vervaardiging van andere producten worden gebruikt, is van toepassing ongeacht het feit of de oorsprong binnen het bedrijf werd verkregen waarin dit product wordt gebruikt of in een andere fabriek in de Gemeenschap of in Zuid-Afrika.
Voorbeeld
Een motor van post 8407 waarvoor de regel geldt dat waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die daarin worden verwerkt niet meer mag bedragen dan 40% van de prijs af fabriek, is vervaardigd van "ander gelegeerd staal, enkel ruw voorgesmeed" van post 7224.
Werd dit smeedijzer in het betrokken land vervaardigd van niet van oorsprong zijnde ingots, dan heeft het smeedijzer reeds oorsprong verkregen krachtens de regel in de lijst voor post ex 7224. Bij de waardeberekening van de motor telt het dan als materiaal van oorsprong, of het nu in dezelfde fabriek werd vervaardigd of niet. De waarde van de niet van oorsprong zijnde ingots wordt dus niet meegerekend bij het berekenen van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.
3.2. De regel in de lijst geeft de minimumbewerking of -verwer- king aan die vereist is; een verdere be- of verwerking verleent eveneens de oorsprong : omgekeerd kan een mindere be- of verwerking geen oorsprong verlenen. Is volgens de regel het gebruik van niet van oorsprong zijnd materiaal in een bepaald productiestadium toegestaan, dan is het gebruik van dit materiaal in een vroeger productiestadium wel, maar in een later productiestadium niet toegestaan.
3.3. In afwijking van paragraaf 3.2 mogen, wanneer volgens de regel "materialen van een willekeurige post" gebruikt mogen worden, materialen van dezelfde post als het product worden gebruikt, onder voorbehoud evenwel van eventuele in die regel opgenomen beperkingen. "Vervaardiging uit materialen van een willekeurige post, waaronder andere materialen van post ..." betekent evenwel dat uitsluitend materialen van dezelfde post mogen worden gebruikt indien de omschrijving van die materialen verschilt van die van het product in kolom 2 van de lijst.
3.4. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van meer dan een materiaal mag worden vervaardigd, betekent dit dat één of meer van deze materialen kunnen worden gebruikt. Het is niet noodzakelijk dat zij alle worden gebruikt.
Voorbeeld
Volgens de regel voor weefsels van de GS-posten 5208 tot en met 5212 mogen natuurlijke vezels en andere materialen, waaronder chemische stoffen, worden gebruikt. Dit betekent niet dat beide moeten worden gebruikt; het ene of het andere materiaal of beide kunnen worden gebruikt.
3.5. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van een bepaald materiaal vervaardigd moet worden, betekent dit evenwel niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan de regel kunnen voldoen (zie ook paragraaf 6.2 met betrekking tot textiel).
Voorbeeld
De regel voor post 1904 sluit nadrukkelijk het gebruik van granen en derivaten daarvan uit. Minerale zouten, chemi- caliën en andere additieven die niet van granen zijn vervaar- digd, mogen evenwel worden gebruikt.
Deze regel is evenwel niet van toepassing op producten die niet kunnen worden vervaardigd van het in de lijst genoemde materiaal, maar die wel kunnen worden vervaardigd van een materiaal van dezelfde aard in een vroeger productiestadium.
Voorbeeld
Indien voor een artikel van ex hoofdstuk 6.2, vervaardigd van gebonden textielvlies, slechts het gebruik van garen dat niet van oorsprong is, is toegestaan, dan is het niet mogelijk uit te gaan van stof van gebonden textielvlies - zelfs al kan gebonden textielvlies normalerwijze niet van garen worden vervaardigd. In een dergelijk geval dient het uitgangs- materiaal zich in het stadium vóór garen te bevinden, dat wil zeggen in het vezelstadium.
3.6. Indien een regel in de lijst twee of meer percentages geeft als maximumwaarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die kunnen worden gebruikt, dan mogen deze percentages niet bij elkaar worden opgeteld. De maximumwaarde van alle gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, mag het hoogste van de opgegeven percentages nooit overschrijden. Bovendien mogen de afzonderlijke percentages met betrekking tot bepaalde materialen niet worden overschreden.
Aantekening 4
4.1. De term "natuurlijke vezels" in de lijst heeft betrekking op andere dan kunstmatige of synthetische vezels, met inbegrip van afval, in het stadium vóór het spinnen. Tenzij anders vermeld, omvat de term "natuurlijke vezels" vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins bewerkt, doch niet gesponnen.
4.2. De term "natuurlijke vezels" omvat paardenhaar van post 0503, zijde van de posten 5002 en 5003 en wol, fijn of grof haar van de posten 5101 tot en met 5105, katoen van de posten 5201 tot en met 5203 en andere plantaardige vezels van de posten 5301 tot en met 5305.
4.3. De termen "textielmassa", "chemische stoffen" en "materialen voor het vervaardigen van papier" in de lijst hebben betrekking op materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens.
4.4. De term "synthetische en kunstmatige stapelvezels" in de lijst heeft betrekking op kabel van synthetische of kunst-matige filamenten, op synthetische of kunstmatige stapelvezels en op synthetisch of kunstmatig afval van de posten 5501 tot en met 5507.
Aantekening 5
5.1. In het geval van producten in die lijst die van een voetnoot zijn voorzien die naar deze aantekening verwijzen, zijn de in kolom 3 van de lijst genoemde voorwaarden niet van toe- passing op basistextielmaterialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt en die, tezamen genomen, ten hoogste 10 % van het totale gewicht van alle gebruikte basistextiel- materialen uitmaken (zie ook de paragrafen 5.3 en 5.4).
5.2. De in paragraaf 5.1 genoemde tolerantie is evenwel slechts van toepassing op gemengde producten die van twee of meer basistextielmaterialen zijn vervaardigd.
Basistextielmaterialen zijn :
- zijde,
- wol,
- grof haar,
- fijn haar,
- paardenhaar (crin),
- katoen,
- papier en materiaal voor het vervaardigen van papier,
- vlas,
- hennep,
- jute en andere bastvezels,
- sisal en andere textielvezels van het geslacht Agave,
- kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textiel- vezels,
- synthetische filamenten,
- kunstmatige filamenten,
- synthetische stapelvezels van polypropyleen,
- synthetische stapelvezels van polyester,
- synthetische stapelvezels van polyamide,
- synthetische stapelvezels van polyacrylonitriel,
- synthetische stapelvezels van polyimide,
- synthetische stapelvezels van polytetrafluorethyleen,
- synthetische stapelvezels van polyfenyleensulfide,
- synthetische stapelvezels van polyvinylchloride,
- andere synthetische stapelvezels,
- kunstmatige stapelvezels van viscose,
- andere kunstmatige stapelvezels,
- garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyet- her, al dan niet omwoeld,
- garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyes- ter, al dan niet omwoeld,
- producten van post 5605 (metaalgarens) met strippen be- staande uit een kern van aluminiumfolie of een kunststof- folie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een doorzichtig of gekleurd kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof,
- andere producten van post 5605.
Voorbeeld
Garen van post 5205, vervaardigd van katoenvezels van post 5203 en van synthetische stapelvezels van post 5506, is een gemengd garen. Derhalve mogen niet van oorsprong zijnde stapelvezels die niet voldoen aan de regels van oor- sprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) worden gebruikt tot 10 ge- wichtspercenten van het garen.
Voorbeeld
Een weefsel van wol van post 5112, vervaardigd van garens van wol van post 5107 en van synthetische garens van stapelvezels van post 5509, is een gemengd weefsel. Derhalve mogen synthetische garens die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) of garens van wol die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging is vereist uit natuurlijke vezels die niet gekaard zijn of gekamd, noch anderszins met het oog op het spinnen bewerkt) of een combinatie van deze twee soorten garens worden gebruikt tot 10 gewichtspercenten van het weefsel.
Voorbeeld
Getuft textielweefsel van post 5802, vervaardigd van garens van katoen van post 5205 en van weefsels van katoen van post 5210, is slechts een gemengd product wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd product is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wan- neer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.
Voorbeeld
Indien het betrokken getufte textielweefsel is vervaardigd van katoengarens van post 5205 en van synthetisch weefsel van post 5407, dan zijn de gebruikte garens uiteraard twee verschillende soorten basistextielmaterialen en is het getufte textielweefsel bijgevolg een gemengd product.
Voorbeeld
Een getuft tapijt, vervaardigd van zowel kunstmatige garens als van katoengarens en met een grondlaag van jute, is een gemengd product omdat drie basistextielmaterialen zijn gebruikt. Derhalve mogen alle niet van oorsprong zijnde materialen die in een later productiestadium zijn dan de regel toelaat, worden gebruikt, voorzover hun totale gewicht niet meer bedraagt dan 10 % van het gewicht van de textielmate- rialen van het tapijt. Zo zouden in dit productiestadium zowel de jutegrondlaag als de kunstmatige garens ingevoerd kunnen zijn, voorzover aan de voorwaarden inzake het gewicht wordt voldaan.
5.3. In het geval van weefsels die garens bevatten, "gemaakt van polyurethaan, met soepele segmenten van polyether, ook indien omwoeld", bedraagt de tolerantie voor dit garen ten hoogste 20 %.
5.4. In het geval van weefsels die strippen bevatten bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof, bedraagt de tolerantie voor de strippen ten hoogste 30 %.
Aantekening 6
6.1. In het geval van textielproducten die in de lijst van een voetnoot zijn voorzien die naar deze aantekening verwijst, mogen textielmaterialen, met uitzondering van voeringen en tussenvoeringen, die niet voldoen aan de regel in kolom 3 van de lijst voor de betreffende geconfectioneerde producten, worden gebruikt voorzover zij onder een andere post vallen dan het product en de waarde ervan niet meer bedraagt dan 8 % van de prijs af fabriek van het product.
6.2. Onverminderd paragraaf 6.3. mogen materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld vrij worden gebruikt, ongeacht of zij textiel bevatten.
Voorbeeld
Wanneer volgens een regel in de lijst voor een bepaald textielartikel, zoals een broek, garen moet worden gebruikt, dan sluit dit het gebruik van artikelen van metaal, zoals knopen, niet uit, omdat deze niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld. Om dezelfde reden is het gebruik van bijvoorbeeld ritssluitingen toegelaten, al bevatten deze normalerwijze ook textiel.
6.3. Wanneer een percentageregel van toepassing is, moet met de waarde van materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, rekening worden gehouden bij de berekening van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.
Aantekening 7
7.1. Onder "aangewezen behandeling" in de zin van de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 wordt verstaan :
a) vacuümdistillatie,
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing (1),
c) kraken,
d) reforming,
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen,
f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelin- gen : behandelen met geconcentreerd zwalvelzuur, met een rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleu- ren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet,
g) polymeriseren,
h) alkyleren,
i)
isomeriseren.
(1) Zie aanvullende aantekening 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur.
7.2. Onder "aangewezen behandeling" in de zin van de pos- ten 2710, 2711 en 2712 wordt verstaan :
a) vacuümdistillatie,
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing (1),
c) kraken,
d) reforming,
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen,
f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelin- gen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride, neutrali- seren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet,
g) polymeriseren,
h) alkyleren,
i) isomeriseren,
k) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : ont- zwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met ten minste 85 % wordt verlaagd (methode ASTM D 1266- 59 T),
l) uitsluitend voor de producten van post 2710 : ontparaffi- neren, anders dan door enkel filtreren,
(1) Zie aanvullende aantekening 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur.
m) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : behan- delen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250C wordt teweeggebracht. Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën van post ex 2710 die in het bijzonder verbetering van de kleur of de stabiliteit ten doel heeft (bijvoorbeeld "hydrofinishing" of ontkleuren), wordt daarentegen niet als een aangewezen behandeling aangemerkt,
n) uitsluitend voor stookolie van post ex 2710 : atmosferi- sche distillatie, mits deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van het volume ervan overdistilleren bij 300C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86,
o) uitsluitend voor andere zware oliën dan gasolie of stook- olie van post ex 2710 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading.
7.3. Wat de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 betreft wordt geen oorsprong verleend door eenvoudige behandelingen zoals reinigen, decanteren, ontzouten, afsplitsen van water, filtreren, kleuren, merken, het verkrijgen van een bepaald zwavelgehalte door het mengen van producten met uiteenlopende zwavelgehaltes, alle combinaties van die behandelingen of soortgelijke be- handelingen.
CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER EUR 1 EN AANVRAAG OM EEN CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER EUR.1
Aanwijzingen voor het drukken
- De afmetingen van het certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 zijn 210 x 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit, zodanig gelijmd dat het goed beschrijfbaar is een houtvrij, met een gewicht van ten minste 25 g/m². Het is voorzien van een groene geguillocheerde onderdruk die vervalsingen met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.
- De bevoegde instanties van de lidstaten van de Gemeen- schap en Zuid-Afrika kunnen zich het recht voorbehouden de certificaten zelf te drukken of te laten drukken door daartoe ge- machtigde drukkerijen. In het laatste geval wordt op ieder certificaat van deze vergunning melding gemaakt. Op elk certificaat worden bovendien de naam en het adres van de drukker vermeld of wordt een merkteken ter identiticatie van de drukker aangebracht. De certificaten worden van een al dan niet gedrukt volgnummer voorzien.
MODEL
Zie terzake Bijlage 1 van de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999 (D.I. 561)
FACTUURVERKLARING
Bij het opstellen van de factuurverklaring, waarvan de tekst hieronder is weergegeven, dient rekening te worden gehouden met de voetnoten. Deze tekst van de voetnoten behoeven echter niet te worden overgenomen.
Bulgaarse versie
Износителят на продуктите, обхванати от този документ (митническо разрешение N° … (1)) цекларира, че освен кьдето е отбелязано друго, тези продукти са с … преференциален произход (2).
Spaanse versie
El exportador de los productos incluidos en el presente documento [autorización aduanera n ... (1)] declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial ... (2).
Tsjechische versie
Vývozce výrobků uvdených v tomto dokumentu (číslo povolení … (1)) prohlašuje, že kromě zřetelně označených, mají tyto výrobky preferenční původ v … (2).
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 292.192 - 7.1.2010
Deense versie
Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, [toldmyndighedernes tilladelse nr. ... (1)], erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i... (2).
Duitse versie
Der Ausführer [Ermächtigter Ausführer, Bewilli- gungs-Nr. ... (1)] der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nicht anderes angegeben, präferenzbegünstigte ... (2) Ursprungswaren sind.
Estse versie
Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (tolliameti kinnitus nr. ... (1)) deklareerib, et need tooted on ... (2) soodduspäritoluga, välja arvatud juhul kui on selgelt näidatud teisiti.
Griekse versie
Ο εξαγωγας τωv πρoïόvτωv πoυ καλύπτovται από τo παρόv έγγραφο [άδεια τελωvείου υπ’αριθ. ... (1)] δηλώvει ότι, εκτός εάv δηλώvεται σαφώς λλως, τα πρoïόvτα αυτά είvαι πρoτιμησιακής καταγωγής ... (2)
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Engelse versie
The exporter of the products covered by this document (customs authorization No ... (1)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of ... (2) preferential origin.
Franse versie
L’exportateur des produits couverts par le présent document [autorisation douanière n ... (1)], déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l’origine préférentielle ... (2).
Italiaanse versie
L’esportatore delle merci contemplate nel presente documento [autorizzazione doganale n. ... (1)] dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale ... (2).
Letse versie
To produktu eksportētājs, kuri ietverti šajā dokumentā (muitas atļauja Nr. … (1)), deklarē, ka, izņemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir preferenciāla izcelsme no … (2).
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Litouwse versie
Šiame dokumente išvardintų prekių eksportuotojas (muitinės liudijimo Nr … (1)) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra … (2) preferencinės kilmės prekės.
Hongaarse versie
A jelen okmányban szereplõ áruk exportõre (vámfelhatalmazási szám: … (1)) kijelentem, hogy eltérõ jelzés hianyában az áruk kedvezményes … (2) származásúk.
Maltese versie
L-esportatur tal-prodotti koperti b’dan id-dokument (awtorizzazzjoni tad-dwana nru. … (1)) jiddikjara li, hlief fejn indikat b’mod ċar li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta’ oriġini preferenzjali … (2).
Nederlandse versie
De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr (1)), verklaart dat, behoudens
uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van prefe- rentiële oorsprong zijn (2).
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Poolse versie
Eksporter produktów objętych tym dokumentem (upoważnienie wladz celnych nr ... (1)) deklaruje, że z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone, produkty te mają … (2) preferencyjne pochodzenie.
Portugese versie
O abaixo-assinado, exportador dos produtos abrangidos pelo presente documento [autorização aduaneira n.° ... (1)], declara que, salvo indicação expressa em contrário, estes produtos são de origem preferencial ... (2).
Roemeense versie
Exportatorul produselor ce fac obiectul acestui document (autorizaţia vamalǎ nr. … (1)) declarǎ cǎ, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferenţialā … (2).
Sloveense versie
Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom (pooblastilo carinskih organov št … (1)) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno ... (2) poreklo.
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 292.192 - 7.1.2010
Slowaakse versie
Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente (číslo povolenia … (1)) vyhlasuje, že okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod y … (2).
Finse versie
Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (tullin lupa n:o ... (1)) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja ... alkuperätuotteita (2).
Zweedse versie
Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (tullmyndighetens tillstånd nr. ... (1)) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande ... ursprung (2).
Zuid-Afrikaanse versies
Bagwebi ba go romela ntle ditöweletöwa töeo di akaretöwago ke tokumente ye (Nomoro ya ditöwantle ya tumelelo ... (1)) ba ipolela gore ntle le moo go laeditöwego, ditöweletöwa töe ke töa go töwa ... (2) ka tlhago.
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Moromelli wa sehlahiswa ya sireleditsweng ke tokomane ena (tumello ya thepa naheng No ... (1)) e hlalosa hore, ka ntle ha eba ho hlalositswe ka tsela e nngwe ka nepo, dihlahiswa tsena ke tsa ... tshimoloho e kgethilweng (2).
Moromelantle wa dikuno tse di tlhagelelang mo lokwalong le (lokwalo lwa tumelelo ya kgethiso No ... (1)) o tlhomamisa gore, ntle le fa go tlhagisitsweng ka mokgwa mongwe, dikuno tse ke tsa ... dinaga tse di thokegang (2).
Umtfumeli ngaphandle walemikhicito lebalwe kulomculu (ngeligunya lalokutfunyelwa ngaphandle Nombolo ... (1)) lophakamisa kutsi, ngaphandle kwalapho lekuboniswe khona ngalokucacile, lemikhicito ... ngeyendzabuko lebonelelwako (2).
Muvhambadzi wa zwibveledzwa mashangoni a nnda, (zwibveledzwa) zwine zwa vha zwo ambiwaho kha ili linwalo (linwalo la u nea maanda la mithelo ya zwitundwannda kana zwirumelwannda la vhu ... (1)), li khou buletshedza uri, nga nnda ha musi zwo ambiwa nga inwe ndila-vho, zwibveledzwa hezwi ndi zwa ... vhubwo hune ha khou funeseswa kana u takaleleswa (2).
Muxavisela-vambe wa swikumiwa leswi nga eka tsalwa leri (Xibalo xa switundziwa xa Nomboro … (1)] u boxa leswaku, handle ka laha swi kombisiweke, swikumiwa leswi i swa ntiyiso swa xilaveko xa le henhla swinene (2).
Die uitvoerder van die produkte gedek deur hierdie dokument (doeanemagtiging No ... (1)) verklaar dat, uitgesonderd waar andersins duidelik aangedui, hierdie produkte van ... voorkeuroorsprong (2) is.
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Umthumelli-phandle wemikhiqizo ebalwe kilencwadi (inomboro ... (1) egunyaza imikhiqizo ephumako) ubeka uthi, ngaphandle kobana kutjengiswe ngendlela ethileko butjhatjhalazi, lemikhiqizo ine ... mwelaphi enconyiswako (2).
Umthumeli weempahla ngaphandle kwelizwe wemveliso equkwa lolu xwebhu (iirhafu zempahla zesigunyaziso Nombolo ... (1)) ubhengeza ukuthi, ngaphandle kwalapho kuboniswe ngokucacileyo, ezi mveliso ... zezemvelaphi eyamkelekileyo kunezinye (2).
Umthumeli wempahla ebhaliwe kulo mqulu iNombolo ... yokugunyaza yentela yempahla (1) uyamemezela ukuthi, ngaphandle kokuthi kukhonjisiwe ngokusobala, le mikhiqizo iqhamuka ... endaweni ekhethekileyo (2).
....................................................................................................... (3)
(Plaats en datum)
....................................................................................................... (4)
(Handtekening van de exporteur en diens naam in blokletters)
(1) Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 van het protocol, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Wanneer de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 36 van het protocol, moet de exporteur dit duidelijk aangeven op het document waarop de factuurverklaring is opgesteld door daarbij de afkorting "CM" te vermelden.
(3) Facultatief indien deze gegevens al in het document zelf voorkomen.
(4) Zie artikel 19, lid 5, van het protocol. Indien de exporteur niet behoeft te ondertekenen, behoeft ook diens naam niet te worden vermeld.
D.D. 261.225 - 24.6.2005
Leveranciersverklaring
De leverciersverklaring, waarvan de tekst hieronder is opgenomen, wordt volgens de aanwijzingen in de voetnoten opgesteld. Het is evenwel niet noodzakelijk de voetnoten over te nemen.
LEVERANCIERSVERKLARING
voor goederen die in de SACU be- of verwerkingen hebben ondergaan zonder het karakter van preferentiële oorsprong te hebben verkregen
Ondergetekende, leverancier van de goederen waarop het document in de bijlage betrekking heeft, verklaart dat :
- de volgende materialen die niet van oorsprong zijn uit de SACU, in de SACU gebruikt zijn om deze goederen te produceren :
Omschrijving van de gelever- de goederen (1) | Omschrijving van gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn | GS-post van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn (2) | Waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn (2) (3) |
|
................................................. ................................................. ................................................. |
................................................. ................................................. ................................................. |
................................................. ................................................. ................................................. Totale waarde |
................................................. ................................................. ................................................. ................................................. |
.........................................................................................................
(plaats en datum)
.........................................................................................................
.........................................................................................................
.........................................................................................................
(Adres en handtekening van de leverancier, alsmede diens naam in blokletters)
- alle andere materialen die bij de productie van deze goederen in de SACU zijn gebruikt, van oorsprong zijn uit de SACU.
(1) Wanneer de factuur, de pakbon of het andere handelsdocument waaraan de verklaring is gehecht op verschillende soorten goederen betrekking heeft of op goederen die niet in dezelfde mate niet van oorsprong zijnde materialen bevatten, dan moet de leverancier dit duidelijk aangegeven.
Voorbeeld :
Het document heeft betrekking op verschillende modellen elektrische motoren van post 8501 die bij de vervaardiging van wasmachines van post 8450 gebruikt zullen worden. De soort en de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging van deze motoren zijn gebruikt, verschillen per model. Tussen de in de eerste kolom vermelde modellen moet daarom een onderscheid worden gemaakt en de gegevens in de andere kolommen moeten voor elk model afzonderlijk worden vermeld zodat de fabrikant van de wasmachines de oorsprong van zijn producten kent, afhankelijk van de door hem gebruikte elektrische motoren.
(2) De kolom behoeft uitsluitend te worden ingevuld indien dit noodzakelijk is.
Voorbeelden :
Volgens de regel voor kledingstukken van ex hoofdstuk 62 mag garen worden gebruikt dat niet van oorsprong is. Indien een fabrikant van kledingstukken in Frankrijk stoffen uit Italië gebruikt die verkregen zijn door het weven van garen dat niet van oorsprong is, dan moet de Italiaanse leverancier in de verklaring slechts vermelden dat garen is gebruikt dat niet van oorsprong is, zonder dat de GS-post en de waarde van dit garen behoeven te worden vermeld.
Een producent van ijzerdraad van GS-post 7217, die dit ijzerdraad uit niet van oorsprong zijnde ijzer staven heeft gemaakt, moet in de tweede kolom "stalen staven" vermelden. Indien dit draad bij de productie van een machine wordt gebruikt waarvoor de oorsprongsregel bepaalt dat niet van oorsprong zijnde materialen slechts tot een bepaald percentage van de waarde gebruikt mogen worden, dan moet de waarde van de staven die niet van oorsprong zijn in de derde kolom worden vermeld.
(3) Onder "waarde van de materialen" wordt de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte, niet van oorsprong zijnde materialen verstaan of, indien deze waarde niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor die materialen in de SACU is betaald. De nauwkeurige waarde van alle gebruikte, niet van oorsprong zijnde materialen moet worden vermeld per eenheid van de goederen die in de eerste kolom is vermeld.
