Circulaire nr. Ci.RH.82/578.067 (AOIF 29/2006) van 20.07.2006

CIRC 20.07.06/1
AANGIFTE IN DE PB
Aangifteformulier
Invulling van de aangifte
Wijzigingen aan de aangifte in de PB van aj. 2006.
Aan alle ambtenaren.
1. Het formaat en het aantal bladzijden van de aangifte in de PB (nr. 276.1), zijnde de aan de administratie terug te bezorgen eigenlijke "Aangifte in de personenbelasting" en de door de belastingplichtige te bewaren "Voorbereiding van de aangifte", van aanslagjaar 2006 (inkomsten van het jaar 2005) zijn ongewijzigd.
Door plaatsgebrek in deel 1 van de eigenlijke aangifte als gevolg van een aantal nieuwe maatregelen die hierna worden besproken, is het vak van de inkomsten van kapitalen en roerende goederen (aj. 2005 : vak VII) echter integraal overgebracht van deel 1 naar deel 2 van de aangifte (nieuw vak XIV).
Naar aanleiding van de invoering van de nieuwe "aftrek voor enige woning" (zie nr. 2, j hierna) zijn alle interesten en kapitaalaflossingen van leningen en alle premies van individuele levensverzekeringen die recht geven op enigerlei belastingvoordeel bovendien samengebracht in één enkel nieuw vak (vak VIII). Aldus zijn de interesten die in aanmerking komen voor de bijkomende en de gewone interestaftrek overgebracht van vak III, C naar vak VIII, C, terwijl de premies van individuele levensverzekeringen en de kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen die in aanmerking komen voor een belastingvermindering (bouwsparen of lange termijnsparen) zijn overgebracht, respectievelijk van vak IX, A naar vak VIII, E, en van vak IX, B naar vak VIII, D.
2. Naast de in nr. 1 vermelde wijzigingen en de indexering van de meeste in de voorbereiding en de toelichting vermelde bedragen overeenkomstig art. 178, § 2, of § 3, 2°, WIB 92, is de "Voorbereiding van de aangifte" van aj. 2006 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd :
a) uitbreiding van het kader voor het vermelden van het repertoriumnr. en het (de) nationale nr(s). op blz. 1 bovenaan, met een vak waarin de belastingplichtige de op de voorpagina van zijn eigenlijke aangifte voorgedrukte contactgegevens van de belastingdienst waarvan hij afhangt, kan overnemen (zie dienaangaande ook de daaronder vermelde "Aanbevelingen", littera d);
b) vak II, B : twee nieuwigheden :
- inlassing van een nieuwe rubriek (rubriek 5) voor het vermelden van de ascendenten en zijverwanten tot de tweede graad van 65 jaar of ouder die ten laste zijn van de belastingplichtige en voor wie hij vanaf aj. 2006 recht heeft op een verhoogde toeslag op de belastingvrije som (cf. art. 132, eerste lid, 7°, WIB 92, ingevoegd door art. 2, W 6.7.2004 tot wijziging van de artikelen 132 en 143, WIB 92, inzake de tenlasteneming van bepaalde personen ouder dan 65 jaar - BS 5.8.2004);
- als gevolg van de inlassing van de bovenvermelde nieuwe rubriek, enerzijds, en met het oog op een thematische hergroepering van de diverse rubrieken m.b.t. "kinderen" ten laste, anderzijds, is de rubriek voor het vermelden van "andere personen" ten laste verplaatst van rubriek 2 naar rubriek 6;
c) vak III, A, 1 : inlassing van een opmerking (in de vorm van een verwijzing naar de toelichting) om de bijzondere aandacht van de belastingplichtige erop te vestigen dat hij het K.I. van zijn eigen woning die hij zelf betrekt (of die hij niet zelf betrekt om beroepsredenen of redenen van sociale aard) alleen nog moet aangeven als hij voor de interesten van een lening die hij voor die woning heeft aangegaan, aanspraak maakt op de gewone of de bijkomende interestaftrek (cf. art. 12, § 3, WIB 92, ingevoegd door art. 387, Programmawet 27.12.2004 - BS 31.12.2004 - en gewijzigd door art. 161, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen - BS 30.12.2005 -, en art. 526, WIB 92, ingevoegd door art. 411, Programmawet 27.12.2004 en vervangen door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
d) vak IV, A, 9 : inlassing van een rubriek voor het vermelden van de weerwerkpremie toegekend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (cf. art. 2, W 10.6.2006 inzake de afzonderlijke belasting van de gewestelijke weerwerkpremies - BS 27.6.2006);
e) vak IV, B, 3, b : inlassing van een vak voor het vermelden van de achterstallige werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag toegekend aan werklozen die met ingang van 1.1.2004 het recht op die uitkeringen met anciënniteitstoeslag hebben verkregen (vanaf 1.1.2005 kunnen dergelijke uitkeringen immers ook als afzonderlijk belastbare achterstallen zijn toegekend);
f) vak IV, E : opheffing van het onderscheid tussen de brugpensioenen nieuw stelsel (ingegaan vanaf 1.1.2004) en de andere brugpensioenen ingevolge de schrapping van de "brugpensioenen nieuw stelsel" in het WIB 92, (cf. art. 146, 147 en 150, WIB 92, zoals ze zijn gewijzigd door, respectievelijk, art. 95, A, 96, B, en 97, W 23.12.2005 betreffende het generatiepact - BS 30.12.2005), waardoor de vermindering voor vervangingsinkomsten m.b.t. die brugpensioenen bij echtgenoten en wettelijk samenwonenden voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, gedecumuleerd wordt berekend;
g) vak IV, G : inlassing van een rubriek met het oog op de toepassing van de belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (cf. art. 154bis, WIB 92, ingevoegd door art. 23, W 3.7.2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg - BS 19.7.2005);
h) vak IV, J : inlassing van een rubriek met het oog op de berekening van het belastingkrediet voor lage inkomsten uit arbeid : vanaf aj. 2006 worden de werknemersbezoldigingen verkregen door personeelsleden van de overheidssector die niet met een arbeidsovereenkomst in dienst genomen zijn, opnieuw in aanmerking genomen als activiteitsinkomsten (cf. art. 289ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste streepje, WIB 92, zoals vervangen door art. 99, Programmawet 27.12.2005 - BS 30.12.2005);
i) vak VII, 4 : verhoging van de leeftijdsgrens (van 3 jaar naar 12 jaar) beneden welke de uitgaven voor kinderoppas van het totale netto-inkomen kunnen worden afgetrokken (cf. art. 113, § 1, 1°, WIB 92, zoals vervangen door, achtereenvolgens, art. 2, 1°, W 6.7.2004 tot wijziging van artikel 113, WIB 92, inzake de aftrek van opvangkosten van kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben - BS 5.8.2004 - en door art. 170, 1°, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
j) vak VIII, A en B : inlassing van twee nieuwe rubrieken voor het vermelden van de bestedingen (interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire
leningen, en premies van individuele levensverzekeringen) die in aanmerking komen voor de nieuwe "aftrek voor enige woning" (cf. art. 104, 9° en 105, WIB 92, zoals vervangen door art. 394 en 395, Programmawet 27.12.2004, art. 115 en 116, WIB 92, zoals vervangen door art. 396, Programmawet 27.12.2004 en aangevuld door art. 171 en 172, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen, en art. 526, § 3, WIB 92, ingevoegd door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
k) vak VIII, C, 1 : inlassing van de zinsnede "en (in principe) vóór 1.1.2005" ingevolge de opheffing van de bijkomende interestaftrek (cf. art. 394 en 396, Programmawet 27.12.2004), behalve voor de interesten van hypothecaire leningen bedoeld in de overgangsregeling die is opgenomen in art. 526, § 2, eerste lid, 1° en tweede lid, WIB 92 (ingevoegd door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
l) vak IX, B : tekstaanpassing ingevolge de uitbreiding van de in art. 145^1, 4°, WIB 92, vermelde belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen, tot de aandelen van vennootschappen gevestigd in de Europese Economische Ruimte (cf. circ. Ci.RH.331/565.431 van 23.8.2005 en het addendum van 21.4.2006);
m) vak IX, E : uitsplitsing van de rubriek ingevolge de uitbreiding van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven, tot de uitgaven gedaan door de huurder van een woning, en het feit dat, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de vermindering op een andere manier tussen de echtgenoten of wettelijk samenwonenden moet worden omgedeeld wanneer zij eigenaar, bezitter, erfpachter of vruchtgebruiker zijn van de woning (omdeling volgens hun aandeel in de eigendom, het bezit, de erfpacht of het vruchtgebruik) dan wanneer zij huurder zijn van de woning (omdeling in functie van hun belastbaar inkomen ten opzichte van de som van hun belastbare inkomens) (cf. art. 145^24, eerste en zesde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 2, W 31.7.2004 tot wijziging van artikel 145^24, WIB 92, teneinde het rationeel energieverbruik in woningen nog meer aan te moedigen - BS 23.8.2004);
n) vak IX : schrapping van de rubriek "Belastingvermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds" (aj. 2005 : vak IX, I) ingevolge het feit dat er in 2005 geen obligaties door dat fonds zijn uitgegeven;
o) vak IX, G : inlassing van een rubriek voor het vermelden van de belastingvermindering voor uitgaven voor de verwerving van een nieuwe schone auto (cf. art. 145^28, WIB 92, ingevoegd door art. 44, Programmawet 9.7.2004 - BS 15.7.2004);
p) vak X : invoeging van een nieuw vak voor het vermelden van het belastingkrediet voor het verwerven van aandelen van het ARKimedes-Fonds, ingevoerd door art. 31, D 19.12.2003 van het Vlaamse Gewest betreffende het activeren van risicokapitaal in Vlaanderen (BS 17.2.2004);
q) vak XV, A, 1, c en 2, e : inlassing van 2 nieuwe rubrieken voor het vermelden van de (facultatief respectievelijk verplicht aan te geven) vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp zijn van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening afgesloten vanaf 1.2.2005 (zie art. 2, § 1, 11° en 12° en 90, 11°, WIB 92, ingevoegd door, respectievelijk, art. 33, 1° en 39, W 15.12.2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten - BS 1.2.2005 -, art. 98, tweede lid, 171, 3°ter en 313, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 40, 41 en 63, W 15.12.2004, en art. 34, W 15.12.2004 dat art. 18, eerste lid, 3°, WIB 92, heeft opgeheven);
r) vak XV, B, 5 : tekstaanpassing ingevolge de beperking van het toepassingsgebied van art. 90, 9°, WIB 92, tot de meerwaarden op belangrijke deelnemingen overgedragen aan rechtspersonen gevestigd buiten de Europese Economische Ruimte (cf. circ. Ci.RH.251/567.506 [In voorbereiding]);
s) vak XXIII : invoeging van een nieuw vak voor het vermelden van de met de personenbelasting verrekenbare woonstaatheffing (cf. inzonderheid art. 7, § 2, W 17.5.2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het WIB 92 inzake de roerende voorheffing - BS 27.5.2004 - en nrs. 194 tot 200, circ. Ci.RH.231/569.168 van 8.7.2005).
3. In de toelichting zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een stippellijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
De aandacht wordt ook nog op de volgende punten gevestigd :
a) Inlichtingen van algemene aard, Toelichting bij deel 1 : inlassing van het telefoonnummer van het Call-center Financiën, waar bijkomende inlichtingen m.b.t. het invullen van de aangifte kunnen worden gevraagd;
b) vak II, B, Voorafgaande opmerkingen, Voorwaarden om als ten laste te kunnen worden beschouwd : 3 wijzigingen ingevolge, respectievelijk :
- de invoering van de wettelijke fictie dat de kinderen die tijdens het belastbare tijdperk doodgeboren zijn of bij een miskraam na ten minste 180 dagen zwangerschap verloren zijn, geacht worden op 1 januari van het aj. deel uit te maken van het gezin van de belastingplichtige (cf. art. 138, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 2, W 6.7.2004 tot wijziging van artikel 138, WIB 92, teneinde rekening te houden met doodgeboren kinderen bij de vaststelling van de personen ten laste - BS 5.8.2004);
- de uitsluiting als bestaansmiddelen van de eerste schijf van 14.500 EUR [Bedrag vóór indexering] van het brutobedrag van de in art. 34, WIB 92, bedoelde pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die zijn verkregen door ascendenten en zijverwanten tot de tweede graad van 65 jaar of ouder die ten laste zijn van de belastingplichtige (cf. art. 143, 3°, WIB 92, zoals hersteld door art. 3, W 6.7.2004 tot wijziging van de artikelen 132 en 143, WIB 92, inzake de tenlasteneming van bepaalde personen ouder dan 65 jaar, zie ook PV nr. 3-3010 d.d. 15.7.2005 van Senator Brotcorne);
- de uitsluiting als bestaansmiddelen van de eerste schijf van 1.500 EUR [Bedrag vóór indexering] van het brutobedrag van de bezoldigingen die zijn verkregen door studenten in uitvoering van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten (cf. art. 143, 7°, WIB 92, ingevoegd door art. 39, Programmawet 11.7.2005 - BS 12.7.2005; zie ook PV nr. 3-3010 d.d. 15.7.2005 van Senator Brotcorne);
c) vak IV, A, 2, a : wijziging van het grensbedrag voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing op het door de verlofkassen betaalde vakantiegeld (cf. nr. 28 van bijlage III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage van KB 26.11.2004 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing - BS 15.12.2004);
d) vak IV, A, 2, b en vak IX, B : schrapping van de tekst m.b.t. de voorwaardelijke vrijstelling van de voordelen verkregen ingevolge de lichting van bepaalde vóór 1.1.1999 toegekende aandelenopties ingevolge het verstrijken (op 31.12.2004) van de termijn van 6 jaar waarbinnen de laatste in het kader van de desbetreffende regeling toegekende opties gelicht moesten zijn (cf. art. 45, § 4, 6°, W 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen - V 1748, Bull. 636 - en art. 47, § 2, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen - BS 1.4.1999);
e) vak IV, A, 10, b : verduidelijking van het feit dat het voordeel dat voor de chauffeur van een door de werkgever in het kader van het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer ter beschikking gesteld voertuig, voortvloeit uit het gebruik van dat voertuig voor het gedeelte van zijn woonwerkverplaatsingen dat hij alleen heeft afgelegd (vóór het ophalen en na het afzetten van zijn collega's), onder bepaalde voorwaarden eveneens kan worden vrijgesteld (cf. circ. Ci.RH.241/569.802 van 23.8.2005);
f) vak VI, 1 : tekstaanpassing ingevolge de verruiming van art. 90, 3°, WIB 92, tot de onderhoudsuitkeringen die ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek zijn toegekend tussen wettelijk samenwonenden die gescheiden leven of tussen personen van wie de wettelijke samenwoning is beëindigd (cf. art. 167, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
g) vak VII, 4 : tekstaanpassingen ingevolge de wijziging van bepaalde voorwaarden (o.a. de verhoging van de leeftijdsgrens van de kinderen van 3 tot 12 jaar - zie ook nr. 2, i, hierboven - en de uitbreiding van de lijst van instellingen waaraan de uitgaven betaald moeten zijn) voor de aftrek van de kosten voor kinderoppas (cf. art. 113, § 1, 1° en 3°, WIB 92, zoals vervangen door, achtereenvolgens, art. 2, W 6.7.2004 tot wijziging van artikel 113, WIB 92, inzake de aftrek van opvangkosten van kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben, en art. 170, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
h) vak VIII, D, Algemene voorwaarden : tekstaanpassing ingevolge de wijziging van art. 145^5, 1°, WIB 92, door art. 398, Programmawet 27.12.2004, waardoor hypothecaire leningen aangegaan bij een instelling gevestigd in de Europese Economische Ruimte vanaf aj. 2006 in aanmerking kunnen worden genomen voor de vermindering voor het lange termijnsparen [Dit geldt evenwel niet voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen. Vanaf aj. 2006 zijn de art. 145^17 tot en met 145^20, WIB 92, immers opgeheven (door art. 400, Programmawet 27.12.2004). Overeenkomstig art. 526, § 2, tweede lid, WIB 92, (ingevoegd door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen) blijven die bepalingen echter van toepassing op de kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen bedoeld in art. 526, § 2, eerste lid, 1°, WIB 92 (eveneens ingevoegd door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen). Dit houdt in dat voor de kapitaalaflossingen van die leningen alle voorwaarden voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen ongewijzigd blijven, ook de voorwaarde dat de lening moet aangegaan zijn bij een instelling gevestigd in de Europese Unie.];
i) vak VIII, D, 1 en E, 1 : tekstaanpassingen ingevolge de opheffing van de verhoogde vermindering voor het bouwsparen (cf. art. 400, Programmawet 27.12.2004) behalve voor de kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en de premies van individuele levensverzekeringen bedoeld in de overgangsregeling die is opgenomen in art. 526, § 2, WIB 92 (ingevoegd door art. 181, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen);
j) vak IX, Voorafgaande opmerkingen, 3 en C en D : tekstaanpassingen ingevolge het feit dat de administratie de in art. 145^21, eerste lid, WIB 92, bepaalde beperking van de uitgaven voor PWA-cheques en/of voor dienstencheques vanaf aj. 2006 zelf zal toepassen [Wanneer de belastingplichtige zowel uitgaven voor PWA-cheques als uitgaven voor dienstencheques gedaan heeft, zal de beperking, in het voordeel van de belastingplichtige, bij voorrang op de uitgaven voor dienstencheques worden toegepast.] (ter vereenvoudiging van het invullen van de aangifte);
k) vak IX, A : verhoging van het maximumbedrag van de stortingen die in het kader van het pensioensparen in aanmerking komen voor belastingvermindering ingevolge de verhoging van het in art. 145^8, tweede lid, WIB 92, vermelde bedrag van 500 EUR [Bedrag vóór indexering] tot 625 EUR [Bedrag vóór indexering] door art. 1, KB 10.11.2005 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van het pensioensparen (BS 18.11.2005) (zie ook circ. Ci.RH.331/574.461 van 3.2.2006);
l) vak IX, E : naast de aanpassing ingevolge de wijziging die is besproken in nr. 2, m, hierboven zijn tevens de volgende aanpassingen in de tekst aangebracht :
- opname van de in art. 145^24, eerste lid, 7°, WIB 92, vermelde uitgaven voor een energieaudit van de woning ingevolge de totstandkoming van gewestelijke wetgeving als bedoeld in art. 63^11, § 1, 2°, KB/WIB 92, (cf. art. 5, § 1, MB 10.12.2003 van het Waalse Gewest betreffende de modaliteiten en de procedure voor toekenning van de premies ter bevordering van rationeel energieverbruik - BS 18.12.2003 -, art. 6, § 1, MB 11.4.2005 van het Waalse Gewest betreffende de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van premies ter bevordering van rationeel energieverbruik - BS 23.5.2005 - en art. 10 en 11, B 17.6.2005 van de Vlaamse Regering houdende de erkenning als energiedeskundige voor woningen en houdende de uitvoeringsvoorwaarden van de energieaudit voor woningen - BS 5.8.2005);
- opheffing van het onderscheid tussen de percentages van de belastingvermindering (15 pct. en 40 pct.) naargelang van de aard van de uitgaven, ingevolge de opheffing van het percentage van 15 pct. (cf. art. 145^24, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 2, 2°, W 31.7.2004 tot wijziging van artikel 145^24, WIB 92, teneinde het rationeel energieverbruik in woningen nog meer aan te moedigen);
- invoering van een onderscheid in het maximumbedrag van de belastingvermindering naargelang de werken zijn uitgevoerd ter gelegenheid van de bouw of de verwerving in nieuwe staat (500 EUR [Bedrag vóór indexering]) of ter gelegenheid van de vernieuwing van een woning (600 EUR [Bedrag vóór indexering]) (cf. art. 145^24, vierde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 2, 2°, W 31.7.2004 tot wijziging van artikel 145^24, WIB 92, teneinde het rationeel energieverbruik in woningen nog meer aan te moedigen);
- verduidelijking omtrent de verdeling van de belastingvermindering ingeval de werken zijn uitgevoerd in een woning die in onverdeeldheid toebehoort aan belastingplichtigen die alleen worden belast (cf. circ. Ci.RH.331/554.678 [In voorbereiding]);
m) vak IX, F : verduidelijking omtrent de verdeling van de belastingvermindering ingeval de werken zijn uitgevoerd aan een woning die in onverdeeldheid toebehoort aan verscheidene personen die alleen worden belast (cf. nr. 15.5, circ. Ci.RH.331/563.457 van 14.4.2005);
n) Deel 1, blz. 80, Bijkomende informatie : inlassing van een kader waarin de verschillende informatiekanalen voor de belastingplichtige zijn vermeld;
o) vak XIV, A en vak XVII, 3 : tekstaanpassingen ingevolge het feit dat de in art. 2, 10°, WIB 92, (ingevoegd door art. 8, W 17.5.2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het WIB 92 inzake de roerende voorheffing) bedoelde woonstaatheffing (zie ook nr. 2, s, hierboven) eveneens in de netto-inkomsten van (al dan niet voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid gebruikte) roerende goederen en kapitalen begrepen is (cf. art. 22, § 1, eerste lid en 37, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 9 en 10, W 17.5.2004);
p) vak XV, B, 4 : tekstaanpassing ingevolge de vervanging van art. 93bis, 1°, WIB 92, door, achtereenvolgens, art. 393, § 2, Programmawet 27.12.2004 en art. 168, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen : door de vrijstelling van het KI van de eigen woning die de belastingplichtige zelf betrekt (of die hij niet zelf betrekt wegens beroepsredenen of redenen van sociale aard - zie ook nr. 2, c, hierboven), is de in art. 93bis, 1°, WIB 92, bedoelde vrijstelling van de meerwaarde in geval van overdracht van die woning, niet meer afhankelijk van de voorwaarde dat het KI van die woning in de periode onmiddellijk vóór de maand van de overdracht, gedurende 12 maanden ononderbroken vermeld is in vak III, A, 1;
q) vak XVI, 5 : de revalorisatiecoëfficiënt die geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huurinkomsten dat als een bezoldiging van bedrijfsleider moet worden aangemerkt (zie art. 32, tweede lid, 3°, WIB 92), is voor aj. 2006 gelijk aan 3,50 (cf. art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 13.6.2005 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens - BS 17.6.2005);
r) vak XVII, 3 en vak XIX, 1 : tekstaanpassingen m.b.t. de aangifte van de vergoedingen voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot betreffende in het bedrijf belegde financiële instrumenten die het voorwerp zijn van een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening (cf. art. 37bis, WIB 92, ingevoegd door art. 36, W 15.12.2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten), en van de verrekenbare roerende voorheffing m.b.t. die vergoedingen;
s) vak XVII, 6, b en 12, vak XVIII, 7, a, 2° en 11 en vak XX, Voorafgaande opmerking : tekstaanpassingen ter verduidelijking van het feit dat de in 2005 gedane toekenningen van een deel van de winst of de baten aan de meewerkende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner die in 2005 geen afzonderlijke beroepsactiviteit heeft uitgeoefend die voor hem (haar) rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut der zelfstandigen, noch een uitkering heeft genoten binnen het raam van de sociale zekerheid die dergelijke eigen rechten opent, maar die zich in 2005 verplicht aan het volledig sociaal statuut der zelfstandigen (het zogenaamde "maxi-statuut") heeft onderworpen, eveneens worden aangemerkt als in art. 30, 3°, WIB 92, bedoelde bezoldigingen van meewerkende echtgenoten (cf. Bericht betreffende de voorafbetalingen van meewerkende echtgenoten - Aanslagjaar 2006 in BS 7.4.2005);
t) vak XVII, 10 en vak XVIII, 9 : aanpassing van de maximumgrenzen van het brutodagloon en het bruto-uurloon van de bijkomende personeelsleden met een laag loon ingevolge de verhoging van die grenzen vanaf 1.1.2005 door art. 1, B, KB 10.8.2004 tot wijziging van het KB 19.3.1998 tot uitvoering van art. 29, Programmawet 10.2.1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap (BS 9.9.2004) (zie ook nr. 11, circ. Ci.RH.242/568.417 van 1.3.2005);
u) vak XVII, 11 en vak XVIII, 10 : aanpassing van het percentage van de investeringsaftrek voor investeringen in materiële vaste activa voor de beveiliging van beroepslokalen ingevolge de verhoging van het basispercentage met 17 percentpunten i.p.v. 10 percentpunten (cf. art. 69, § 1, eerste lid, 2°, d, WIB 92, opgeheven door art. 372, 1°, Programmawet 27.12.2004 en art. 69, § 1, eerste lid, 3°, WIB 92, ingevoegd door art. 372, 2°, Programmawet 27.12.2004; zie ook Bericht in verband met de investeringsaftrek in BS 23.2.2005).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administratuer-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS