Circulaire nr. Ci.RH.243/336.365 dd. 31.01.1983

CIRC 31.01.83/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/336.365 dd. 31.01.1983


Bull. nr. 615, pag. 608

BEDRIJFSUITGAVEN
Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood

GROEPSVERZEKERING
Bijdragen ingehouden door de werkgever
Stortingen gedaan door de werkgever

PENSIOENFONDS
Bijdragen ingehouden door de werkgever
Stortingen gedaan door de werkgever


Richtlijnen betreffende de aftrek van de werkgeverstoelagen en van de persoonlijke bijdragen, gestort in uitvoering van een groepsverzekeringscontract of een extra-wettelijk voorzorgsreglement (pensioenfonds).

INHOUDSTAFEL Nrs. A. Inleiding................................................. 1 tot 8 B. Commentaar op de verschillende punten van het akkoord dat het voorwerp is van de bijlage............................ Hoofdstuk I. - Algemene begrippen Punt (1) - Doel van het akkoord....................... 9 Punt (2) - Bepalingen................................. 10 Punt (3) - Inhoud van het akkoord..................... 11 tot 12 Punt (4) - Pensioenfondsen en andere extra-wettelijke voorzorgsreglementen....................... 13 tot 16 Punt (5) - Stelsels van "te bereiken doel" en "te bereiken lasten"........................... 17 tot 20 Hoofdstuk II. - De voorschotten op contract en de inpandgevingen van contracten Punt (6) - De voorschotten en de inpandgevingen....... 21 tot 24 Punt (7) - Rentevoet van de voorschotten.............. 25 tot 27 Hoofdstuk III. - De basisreglementen en -contracten Afdeling I. - Bepalingen Punt (8) - Algemene begrippen......................... 28 Punt (9) - Kenmerken van het basisreglement of -contract................................... 29 tot 35 Punt (10) - Degressieve berekening van het te bereiken doel....................................... 36 Afdeling II. - Belastingstelsel Volledige loopbaan in de onderneming Punt (11) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en van de werkgeverstoelagen...................... 37 tot 39 Punt (12) - Back service............................... 40 tot 42 Onvolledige loopbaan Punt (13) - Verplichte inhaalbijdragen................. 43 tot 44 Punt (14) - Facultatieve inhaalbijdragen............... 45 Punt (15) - Indexering................................. 46 en 47 Hoofdstuk IV. - De andere reglementen en contracten dan de basisreglementen en -contracten Afdeling I. - Bepaling Punt (16) - "Aanvullende" reglementen of contracten.... 48 Afdeling II. - Belastingstelsel Punt (17) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en de werkgeverstoelagen - algemene regels......................... 49 en 50 Punt (18) - Maximumbedrag van de prestaties die aanleiding geven tot de fiscale aftrek van de samenstellende stortingen............... 51 tot 58 Punt (19) - Normale nettobezoldiging................... 59 en 60 Punt (20) - "te bereiken doel" en "te bereiken lasten"........................... 17 tot 20 Hoofdstuk II. - De voorschotten op contract en de inpandgevingen van contracten Punt (6) - De voorschotten en de inpandgevingen....... 21 tot 24 Punt (7) - Rentevoet van de voorschotten.............. 25 tot 27 Hoofdstuk III. - De basisreglementen en -contracten Afdeling I. - Bepalingen Punt (8) - Algemene begrippen......................... 28 Punt (9) - Kenmerken van het basisreglement of -contract................................... 29 tot 35 Punt (10) - Degressieve berekening van het te bereiken doel....................................... 36 Afdeling II. - Belastingstelsel Volledige loopbaan in de onderneming Punt (11) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en van de werkgeverstoelagen...................... 37 tot 39 Punt (12) - Back service............................... 40 tot 42 Onvolledige loopbaan Punt (13) - Verplichte inhaalbijdragen................. 43 tot 44 Punt (14) - Facultatieve inhaalbijdragen............... 45 Punt (15) - Indexering................................. 46 en 47 Hoofdstuk IV. - De andere reglementen en contracten dan de basisreglementen en -contracten Afdeling I. - Bepaling Punt (16) - "Aanvullende" reglementen of contracten.... 48 Afdeling II. - Belastingstelsel Punt (17) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en de werkgeverstoelagen - algemene regels......................... 49 en 50 Punt (18) - Maximumbedrag van de prestaties die aanleiding geven tot de fiscale aftrek van de samenstellende stortingen............... 51 tot 58 Punt (19) - Normale nettobezoldiging................... 59 en 60 Punt (20) - Normale loopbaan Normale duur van de beroepsloopbaan........ 61 en 62 Punt (21) - Back service............................... 63 Punt (22) - Inhaalbijdragen............................ 64 Punt (23) - Indexering................................. 65 Inwerkingtreding........................................... 66 Bijlage. A. INLEIDING. 1. Sedert 1978 werden belangrijke misbruiken vastgesteld met betrekking tot de aftrek van groepsverzekeringspremies, zowel inzake werkgeverstoelagen als inzake bijdragen die door de werkgever op de bezoldigingen van de betrokken personeelsleden werden ingehouden.

Verscheidene verzekeringsmaatschappijen hebben inderdaad één of meer systemen uitgewerkt om bepaalde verzekerde "begunstigden" van dergelijke contracten de kans te bieden bedragen in mindering te brengen die zo belangrijk zijn, dat zij duidelijk afwijken van de sociale en economische oogmerken die met de desbetreffende welwillende bepalingen van het WIB worden nagestreefd.

2. Alle uitgewerkte systemen hebben twee punten gemeen : zij benutten, enerzijds, de afwezigheid van een absolute grens in de wet wat het bedrag van de fiscale aftrekken betreft en, anderzijds, de mogelijkheid voor de verzekerde om zonder grote moeilijkheden een "voorschot op polis" (d.w.z. een lening gewaarborgd door het levensverzekeringscontract) te bekomen tegen een relatief lage rentevoet. Daarenboven worden die systemen maximaal benut in het voordeel van de belastingplichtigen met grote of zeer grote bedrijfsinkomsten.

3. Tijdens de contacten met de betrokken middens, inzonderheid uit de verzekeringssector, werd overeengekomen het probleem langs administratieve en reglementerende weg op te lossen in plaats van langs wetgevende weg. Het ging erom, in wederzijds akkoord met de voormelde middens, nauwkeurige en ernstige criteria vast te leggen waarop de Administratie der directe belastingen kan steunen om te oordelen of de gedane aftrekken (zowel van patronale toelagen als van persoonlijke bijdragen) al dan niet beantwoorden aan het door de groepscontracten vooropgestelde doel, met name de aanvullende verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood of, met andere woorden, de samenstelling (met belastingvrijstelling) van een aanvullend rust- of overlevingspensioen.

De tekst van dat akkoord is als bijlage bij deze circulaire gevoegd (Die tekst zal hierna "de bijlage" worden genoemd). De verzekeringsmaatschappijen en andere pensioenfondsen hebben zich ertoe verbonden de criteria en regels die het voorwerp van deze bijlage uitmaken, na te leven, zowel voor de lopende contracten of reglementen als voor die welke in de toekomst zullen worden opgesteld.

4. Teneinde de problemen beter te omlijnen en aldus tot een beter begrip van de eraan gegeven oplossingen te komen, lijkt het nuttig in het kort te herinneren aan de wetsbepalingen waarmede deze circulaire te maken heeft en bondig het mechanisme uiteen te zetten van de toegepaste methodes van belastingontwijking.

5. WETTELIJKE BEPALINGEN.



Aftrek van de werkgeverstoelagen gestort ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract, een voorzorgsregeling of een pensioenfonds.





a)Voor de W. 10.2.1981 (ajaren 1981 en vorige). Die toelagen zijn als bedrijfslasten van de werkgever aftrekbaar (cf. nrs. 44/392 en 393, Com. I.B.) indien zij definitief in België of in het buitenland zijn gestort.





b)Vanaf de W. 10.2.1981 (ajaren 1982 en volgende). Die toelagen zijn aftrekbaar indien zij definitief zijn gestort aan een in België gevestigde verzekerings- of voorzorgsonderneming (of kas) (cf. art. 45, 3°, WIB en circ. Ci.D.19/324.587, 14e aflevering).





Aftrek van de bijdragen die, ter uitvoering van een in 1° bedoeld contract of regeling, door de werkgever verplicht worden ingehouden op de bezoldigingen van de werknemer.

Die bijdragen zijn, onder bepaalde vormvoorwaarden, van de bedrijfsinkomsten van de werknemer aftrekbaar, indien zij definitief in België zijn gestort (cf. art. 54, 2°, a, WIB en art. 44, KB tot uitv. van het WIB).
Belasting op naam van de genieter.

De pensioenen en renten die geheel of gedeeltelijk werden gevormd, hetzij door de bijdragen bedoeld sub 2°, hetzij door werkgeverstoelagen bedoeld sub 1°, zijn als bedrijfsinkomsten (pensioenen) belastbaar (cf. art. 20, 5°, en 32bis, WIB).

Hetzelfde geldt voor de kapitalen en de afkoopwaarden van groepsverzekeringscontracten. Die kapitalen en afkoopwaarden kunnen onder de door art. 92, § 1, 1° en 2°, WIB en art. 57, KB tot uitv. van het WIB, bepaalde voorwaarden van een gunstig aanslagstelsel genieten (fictieve omzetting in een lijfrente).
MECHANISME VAN DE VOORNAAMSTE METHODES DIE WORDEN TOEGEPAST OM DE BELASTING TE ONTWIJKEN.

6. De veranderlijke bezoldigingen (gratificaties, premies, enz.) of een deel van de vaste bezoldigingen, soms ook de "13e maand", van sommige personeelsleden (in het algemeen de leiders en de kaderleden) worden hun niet meer rechtstreeks toegekend maar worden als werkgeverstoelagen van een groepsverzekering gestort, hetzij op een afzonderlijk, voor dat doel gesloten werkgeverscontract (De storting op het werknemerscontract - contract C - zou op het loonfiche voorkomen en door zijn belangrijkheid de aandacht van de taxatieambtenaar trekken !) (aanvullend contract), hetzij op een voorheen bestaand werkgeverscontract (De storting op het werknemerscontract - contract C - zou op het loonfiche voorkomen en door zijn belangrijkheid de aandacht van de taxatieambtenaar trekken !).

Vermits dit een vermindering van de financiële mogelijkheden van de verzekerden tot gevolg heeft, staat de verzekeringsmaatschappij hun - in een groot aantal gevallen - bijna onmiddellijk tegen een relatief lage rentevoet een voorschot op polis toe (met andere woorden een lening), dat vaak het bedrag bereikt (of overtreft) van de nettobezoldiging (na inhouding van de R.S.Z. en de B.V.) die de betrokkenen anders zouden ontvangen hebben.

In bepaalde gevallen werd zelfs vastgesteld dat de op het voorschot verschuldigde interesten, jaarlijks aan het bedrag van de "lening" werd toegevoegd, derwijze dat de betrokkene aldus niet de minste dadelijke last droeg.



7.Men bemerkt onmiddellijk de gevolgen van deze handelswijze :
  • een verlies aan belasting dat, rekening houdend met het gunstig regime van de omzetting in fictieve rente van de kapitalen, slechts zeer gedeeltelijk bij het verstrijken van het contract bij leven van de verzekerde wordt gerecupereerd;
  • een verlies aan successierechten bij het verstrijken van het contract bij overlijden (de ontvangen kapitalen genieten vrijstelling);
  • een verlies aan R.S.Z.-bijdragen.
ONVOLKOMENHEDEN OP WETTELIJK VLAK VAN DE SUB 6 UITEENGEZETTE WERKWIJZE.

8.



a)Zowel na als vóór het van kracht worden van het huidig art. 45, 3°, b, WIB, zijn de werkgeverstoelagen geen belastbare "voordelen van alle aard", wanneer de werkgeverscontracten waarop die toelagen worden gestort een of meer clausules bevatten waardoor de verzekerde het voordeel van het contract kan verliezen (b.v. bij ontslag om dwingende reden) zodat bijgevolg de gestorte bedragen niet definitief door de werknemers verworven zijn.

Het ligt voor de hand dat een werknemer slechts een deel van zijn bezoldigingen op een dergelijk contract zal laten storten, als hij de zekerheid heeft bekomen dat de in het vorige lid bedoelde clausules niet zullen worden toegepast. Aldus werden tegenbrieven of nog - geheim gehouden - bijakten ontdekt die bepalen dat de werkgever die clausules definitief verzaakt; zodoende was het voordeel van het contract definitief door de werknemer verworven en waren de gestorte sommen voor deze laatste belastbare voordelen. Er kan worden vermoed dat het er telkens zo aan toe gaat, wanneer de toepassing van het hiervoor omschreven procédé aanleiding geeft tot de "afstand" van belangrijke sommen door een werknemer.
b)Er werd vastgesteld dat de gedane stortingen in bepaalde gevallen leiden tot het verzekeren van "pensioenen" die de netto-activiteitswedde overtreffen. In dergelijke gevallen, kan men redelijkerwijs verdedigen dat het doel van het contract niet het verzekeren van een pensioen is, maar wel het ontwijken van de belasting.
B.COMMENTAAR OP DE VERSCHILLENDE PUNTEN VAN HET AKKOORD DAT HET VOORWERP IS VAN DE BIJLAGE.
HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEGRIPPEN

Punt (1) - Doel van het akkoord.

9. Dit doel is de voorwaarden bepalen waaraan de groepsverzekeringsreglementen en -contracten, alsook de reglementen van pensioenfondsen moeten beantwoorden, opdat zou kunnen worden beschouwd dat zij werkelijk werden opgesteld met het doel, onder vrijstelling van belasting, een extra-wettelijk rust- of overlevingspensioen of een kapitaal dat dergelijk pensioen vervangt, te vestigen en niet met het doel de belasting te ontduiken.

Punt (2) - Bepalingen.

10. In de praktijk doet de groepsverzekering zich voor onder de vorm van een geheel van documenten bevattende :



het groepsverzekeringsreglement (of de "statuten" van de door de onderneming ingestelde pensioenstelsel) dat de rechten en de plichten van de aangesloten personeelsleden en van de werkgever bepaalt, rekening houdend met de voorschriften van de Dienst van de controle op de verzekeringen;
de overeenkomst tussen de verzekeraar en de werkgever, waardoor deze laatste namelijk aan de verzekeringsmaatschappij van zijn keuze, het risico en het beheer van de groepsverzekering toevertrouwt;
de groepsverzekeringscontracten (met algemene en bijzondere voorwaarden en hun aanhangsels).
Onder die contracten onderscheidt men :

  • het contract dat gefinancierd wordt door premies ten laste van de werkgever (werkgeverscontract of "toelagecontract", afgekort contract A), premies die, met ingang van het aj. 1982 (Vroeger ging het om uitgaven beoogd in art. 44, WIB (cf. nr. 44/393, Com.IB)), zijn beoogd in art. 45, 3°, b, WIB;
  • het contract dat gefinancierd wordt door premies die de werkgever op de bezoldigingen van de aangeslotene inhoudt (contract van de aangeslotene of "bijdragecontract", afgekort contract C), premies waarvan de aftrek in art. 54, 2°, a, WIB, is beoogd.
Punt (3) - Inhoud van het akkoord.

11. Het akkoord heeft betrekking op de regels die ertoe strekken de misbruiken waarvan sprake is in nr. 6 te voorkomen. Deze regels hebben tot gevolg :



beperking van de gevallen waarin een voorschot op polis of een inpandgeving van de polis is toegelaten;
beperking van de voordelen die bedongen kunnen worden in groepsverzekeringsreglementen, voornamelijk wanneer ze slechts gelden voor een beperkte categorie van het personeel, zoals bepaald onder punt (16) van de bijlage (cf. nr. 48).
12. Wanneer één of andere van die beperkingen wordt overschreden, neemt men aan dat het geheel of een deel van de op het contract of de contracten gestorte bedragen een voordeel is dat onder de belastbare bezoldigingen van de aangeslotene moet worden opgenomen.

Punt (4) - Pensioenfondsen en andere extra-wettelijke voorzorgsreglementen.

13. Oogmerken welke gelijkaardig zijn aan die van de groepsverzekering, worden ook nagestreefd door de patronale "pensioenkassen", hier "pensioenfonds" (Momenteel zij deze fondsen niet onderworpen aan de controle van de dienst vermeld in nr. 10, 1°) genoemd.

De hier uiteengezette regels zijn, naar analogie, van toepassing op de pensioenfondsen, waarbij het begrip groepsverzekeringsreglement wordt vervangen door dat van voorzorgsreglement of reglement van het fonds.

14. Onder pensioenfonds verstaat men een privé-voorzorgsinstelling opgericht in de schoot van of buiten de onderneming : autonoom of niet-autonoom fonds. De autonome fondsen kunnen worden opgericht door een werkgever of door een groep van werkgevers ten bate van hun personeel.

15. Het voorzorgsreglement is, in sommige ondernemingen, de synthese van de extra-wettelijke voordelen die bij pensionering of overlijden worden toegekend. Dergelijk reglement moet voldoen aan de in deze circulaire vermelde regels.

Wanneer meerdere reglementen samen bestaan, moet het geheel van hun bepalingen aan die regels voldoen.

16. De voormelde regels zij ook van toepassing op de ondernemingen of de verzekeringsinstellingen voor hun verrichtingen in verband met de toekenning van extra-wettelijke voordelen aan de werknemers die bedoeld zijn in de reglementering betreffende het rust- en overlevingspensioen der werknemers.

Deze reglementering wordt beoogd in art. 2, par. 3, 5°, W. 9.7.1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen (zie ook KB 14.5.1969).

Punt (5) - Stelsels van "te bereiken doel" en "te bereiken lasten".



17.In de praktijk onderscheidt men 3 stelsels.
1e stelsel : te bereiken doel.

In het stelsel, genoemd "te bereiken doel", zijn de voordelen (In het verzekeringsrecht "prestaties" genoemd) afhankelijk van het bedrag van het wettelijk pensioen, van het bedrag van de bezoldigingen of zelfs van de gezinslasten. De combinatie van twee of drie criteria is toegestaan, in die zin dat het voor het bepalen van de voordelen mogelijk is rekening te houden zowel met het wettelijk pensioen en de bezoldiging, als met de eventuele gezinslasten.

De premies worden in verhouding tot de te verzekeren voordelen berekend.

2e stelsel : te bereiken lasten.

In dit stelsel worden de premies in verhouding tot de bezoldigingen (met of zonder beperking) bepaald.

3e stelsel : Combinatie van "te bereiken doel" en "te bereiken lasten".

Dit laatste stelsel is dus een combinatie van de formules toegepast in de twee eerste stelsels : men neemt bij voorbeeld het stelsel van de "te bereiken lasten" om de bijdragen van de aangeslotenen vast te stellen, terwijl de werkgever een toelage betaalt, waarvan het bedrag, rekening houdend met de voornoemde bijdragen, het zal moeten mogelijk maken de vooraf vastgestelde voordelen ("te bereiken doel") te verzekeren.

18. De contracten betreffende groepsverzekeringsreglementen die het stelsel van de "te bereiken lasten" toepassen, een stelsel dat ook stelsel van de "vastgestelde premies" wordt genoemd, zijn eveneens aan alle hier volgende regels onderworpen, met inbegrip van die welke slaan op het "te bereiken doel"; in dat geval moet het bedrag van de gewaarborgde prestaties op een gelijkaardige wijze worden bepaald.

Deze regel is, naar analogie, ook van toepassing op de pensioenfondsen.

19. De gelijkwaardigheidsregels hebben tot doel vast te stellen of de verzekerde voordelen die bij de pensionering of bij het overlijden in een rente worden omgezet, de in de nrs. 38 en 39 gestelde grens niet overschrijden.

20. De verzekeringsmaatschappij of het pensioenfonds is ertoe gehouden de taxatieambtenaar het resultaat van deze omzetting te bezorgen. Dit resultaat moet voor echt verklaard zijn. In geval van ernstige twijfel, kan het contract of het reglement in kwestie voor onderzoek aan het hoofdbestuur worden toegezonden.

HOOFDSTUK II - DE VOORSCHOTTEN OP CONTRACT EN INPANDGEVINGEN VAN
CONTRACTEN

Punt (6) - De voorschotten en de inpandgevingen.

21. De voorschotten op contract en de inpandgevingen van contracten mogen slechts worden verleend :

  • om het hoofd te bieden aan zeer bijzondere sociale of familiale toestanden, zoals ziekte, ongeval, huwelijk, overlijden, belangrijke herstelling of verbetering van een onroerend goed;
  • voor het verwerven van in België gelegen onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen. In ieder geval is het bedrag van het voorschot of van de lening bij deze wijze van verwerving beperkt tot 75 pct. van de theoretische afkoopwaarde van het contract. Daarenboven moet blijken uit de voorwaarden die aan het voorschot of aan de lening, gedekt door de inpandgeving, worden opgelegd, dat de ontleende sommen moeten worden terugbetaald wanneer de goederen uit het vermogen van de verzekerde verdwijnen;
  • voor het verwerven van nieuwe aandelen of deelbewijzen, die door de vennootschap worden voorbehouden aan haar personeelsleden waartoe de verzekerde behoort en op voorwaarde dat het voorschot of de lening, gedekt door de inpandgeving, wordt terugbetaald wanneer de effecten geen deel meer uitmaken van het vermogen van de verzekerde. Voor deze wijze van verwerving mag het voorschot of de lening niet meer bedragen dan 50 pct. van de theoretische afkoopwaarde van het contract.
22. In het geval bedoeld in de 3e gedachtenstreep van nr. 21, is de begunstigde ertoe gehouden de betrokken taxatiedienst de bewijsstukken van de verwerving, de bewaring of de wederbelegging van de effecten te bezorgen, zolang het voorschot niet is terugbetaald.

In geval van open bewaargeving van de bovenvermelde effecten bij een in België gevestigde financiële tussenpersoon, moet het bewijs worden geleverd door middel van de door de bewaarhouder verstrekte bewijsstukken.

Indien de effecten zich niet in open bewaargeving bevinden, moet het bewijs worden geleverd door middel van het borderel van aankoop of van inschrijving, alsmede van de bewijsstukken van de inning van de dividenden.

23. De inpandgevingen van de contracten worden eveneens toegestaan tot dekking van persoonlijke leningen van beperkte duur die in overeenstemming zijn met de reglementering op de persoonlijke leningen op afbetaling (W. 9.7.1957 en uitvoeringsbesluiten).

24. De hypothecaire leningen worden niet beoogd in de regels die het voorwerp zijn van de nrs. 21 en 22.

Punt (7) - Rentevoet van de voorschotten.

25. De rentevoet van de voorschotten op polis moet dezelfde zijn als die welke de verzekeraar aanrekent voor zijn hele portefeuille "groepsverzekeringen" op het tijdstip van de toekenning van het voorschot. Deze regel strekt ertoe te verduidelijken dat er geen discriminatie mag bestaan tussen de verzekerden van een zelfde maatschappij.

26. Wanneer een verzekeraar evenwel, op verzoek van de verzekerde, een vermindering van de rentevoet toestaat wegens de algemene evolutie van de rentevoeten, vormt deze vermindering geen hinderpaal om het voorschot op fiscaal vlak te aanvaarden, op voorwaarde dat dezelfde vermindering wordt toegestaan aan alle verzekerden die zich in een gelijkaardige toestand bevinden en de vermindering aanvragen.

27. In voorkomend geval zal de verzekeringsmaatschappij die het voorschot heeft toegestaan moeten worden verzocht te bevestigen dat de interestvoet aan de bovenvermelde voorwaarden beantwoordt.

HOOFDSTUK III - DE BASISREGLEMENTEN EN -CONTRACTEN

AFDELING I - BEPALINGEN.

Punt (8) - Algemene begrippen.

28. De basisreglementen en -contracten zijn die welke men het meeste aantreft; zij hebben betrekking op het hele personeel of op een voldoende ruime categorie ervan.

In de bijlage onderscheidt men ze van de reglementen en contracten die uitsluitend van toepassing zijn op een beperkte categorie van personeel (b.v. algemene directie, beheerders) en die het voorwerp uitmaken van hoofdstuk IV van die bijlage (cf. nrs. 48 en volgende).

Punt (9) - Kenmerken van het basisreglement of -contract.

29. In de zin van punt (9) van de bijlage is het basisreglement of -contract datgene dat beantwoordt aan twee hoofdkenmerken, het ene inzake verzekerd personeel, het andere inzake verzekerde prestaties.

a) Verzekerd personeel.


30. Het basisreglement of -contract moet verplicht van toepassing zijn :




hetzij op het hele personeel van de onderneming;
hetzij op een categorie die genoegzaam omschreven is :
  • in de wet (b.v. arbeiders, bedienden, enz.);
  • of in een collectieve arbeidsovereenkomst, op voorwaarde, evenwel, dat deze overeenkomst van toepassing is op de betrokken onderneming; in dit geval wordt als een "genoegzaam omschreven" categorie van personeel beschouwd, die waarin alle personeelsleden opgenomen zijn die buiten het toepassingsgebied vallen van de voor de onderneming geldende collectieve overeenkomst;


hetzij op een andere categorie, voor zover afdoende bewezen is dat de betrokken personeelsleden in de onderneming een homogene groep uitmaken, gelet op de bijzondere aard van de beroepswerkzaamheid die ze uitoefenen en die inzonderheid leiden tot hun pensionering op een lagere leeftijd dan die welke in het algemeen geldt voor de andere personeelsleden.
31. De categorieën bepaald in een voorzorgsregeling die bestond vóór de fusie, de opslorping, de splitsing of de omvorming van een vennootschap, of nog vóór de inbreng van een tak van de beroepswerkzaamheid of de algemeenheid van goederen van een onderneming, mogen daarna echter gehandhaafd blijven, doch enkel voor de personeelsleden die in die regeling bedoeld waren.

32. Bij de invoering of wijziging van een pensioenreglement, kan men niet beletten dat sommige personeelsleden weigeren tot het nieuwe pensioenplan toe te treden.

Dit laatste is nochtans verplicht van toepassing op de personen die later in dienst treden bij de onderneming (behoudens in de gevallen van fusie, enz., waarvan sprake is in nr. 31).

Ook kunnen de aansluitingsvoorwaarden afhankelijk worden gesteld van de leeftijd, van de in de firma gepresteerde dienstjaren of van de gezinstoestand.

Met het bovenstaande dient rekening te worden gehouden bij het beoordelen van het begrip "hele personeel" waarvan sprake is in nr. 30, 1°.

33. In dezelfde gedachtengang moet er worden aangenomen dat, indien een groepsverzekeringsreglement werd goedgekeurd door de Dienst van de controle op de verzekeringen (o.m. inzake het "verplicht" karakter) in feite voldaan is aan de voorwaarde dat de verzekering op het "hele personeel" moet slaan.

34. Het begrip "onderneming" waarvan sprake is in nr. 30 mag worden beperkt tot een exploitatiezetel die b.v. van een plaatselijke ondernemingsraad afhangt.

Het is met andere woorden toegestaan dat er binnen dezelfde onderneming per exploitatiezetel of -eenheid een verschillend pensioenstelsel bestaat, als gevolg van de sociale evolutie, de voordelen verworven bij fusie, opslorping, enz., het al dan niet bestaan van een afzonderlijk paritair comité, de decentralisatie van het beheersorgaan van de onderneming, de aard van de in elke vestiging verrichte werkzaamheden, enz.

De verscheidenheid van pensioenstelsels in de schoot van eenzelfde onderneming mag echter in geen geval gebaseerd zijn op een criterium van hiërarchie binnen een personeelscategorie als hierboven bepaald.

b) Verzekerde prestaties.

35. De personeelsleden die behoren tot eenzelfde categorie in de zin van nr. 30, 2° en 3° moeten van dezelfde voordelen genieten, zowel op het vlak van het te bereiken doel, als op het vlak van de inhaalbijdragen.

Er mag evenwel niet worden geëist dat het bedrag van de voordelen of van de premies voor iedereen gelijk zou zijn. Het kan volstaan dat dit bedrag evenredig is met de bezoldigingen van de aangeslotenen, maar die verhouding moet dezelfde zijn voor alle aangeslotenen die tot een bepaalde personeelscategorie behoren.

Punt (10) - Degressieve berekening van het te bereiken doel.

36. Het gebeurt dat bij het berekenen van het te bereiken doel (cf. nr. 17) met degressieve percentages per bezoldigingsschijf (b.v. 60 pct. van de eerste schijf van 1.000.000 F van de bezoldigingen, vervolgens 40 pct. van de tweede schijf van 1.000.000 F, enz.) wordt gewerkt. Wanneer deze degressie van toepassing is op al de personen die aan het reglement onderworpen zijn of die tot eenzelfde categorie bedoeld in nr. 30 behoren, wordt, in de zin van nr. 35, ervan uitgegaan dat al die personen dezelfde voordelen genieten op het vlak van het te bereiken doel, zelfs indien sommigen ervan niet onder de degressie vallen (gelet, bij voorbeeld, op hun geringe bezoldigingen) of zelfs indien later aan de degressie een verbetering wordt gebracht, in die zin dat het bedrag van de opeenvolgende bezoldigingsschijven worden verhoogd voor de toepassing van de degressieve percentages of dat de percentages worden gewijzigd bij gelijkblijvende schijven.

AFDELING II - BELASTINGSTELSEL.

VOLLEDIGE LOOPBAAN IN DE ONDERNEMING.

Punt (11) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en van de werkgeverstoelagen.

37. Wat de basisreglementen en -contracten betreft, waarvan in de nrs. 28 tot 36 sprake is, worden de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen en de werkgeverstoelagen niet als belastbare bezoldigingen (voordelen) beschouwd, zelfs niet als de verzekerde prestaties (te bereiken doel) op een bepaald tijdstip worden verhoogd wegens de ondertekening van een bijakte bij het aanvankelijke reglement.

38. Het is echter wel te verstaan dat de verzekerde prestaties, uitgedrukt in renten, niet meer mogen bedragen dan 100 pct. van het gemiddelde van de normale nettobezoldigingen van de vijf voorafgaande jaren met een normale beroepswerkzaamheid, in de zin van wat bepaald is in de nrs. 51 en volgende [punten (18) en (19) van de bijlage].

39. Deze grens moet in het reglement worden opgenomen en het huidige "te bereiken doel" moet er zo nodig worden aan aangepast.

Punt (12) - Back service.

40. Er wordt geen bijzondere beperking opgelegd wanneer in uitvoering van een nieuw contract of van een bijakte aan een oud contract, stortingen worden gedaan hetzij om het te bereiken doel te verbeteren, hetzij om vroeger uitgevoerde toelagen of bijdragen aan te vullen, rekening houdende met de stijging van de bezoldigingen.



41.Geen enkele beperking wordt dus opgelegd voor :
  • stortingen die moeten worden gedaan voor de financiering van de "back service" welke bestemd is om het te bereiken doel te verbeteren, zelfs als de begunstigde aan het einde van zijn loopbaan gekomen is en de financiële inspanning bijgevolg relatief aanzienlijk is;
  • stortingen die worden gedaan om vroegere ontoereikende stortingen te compenseren, rekening houdend met de verhoging van de bezoldigingen.
Er wordt echter aan herinnerd dat het bovenstaande enkel geldt indien de stortingen verplicht zijn voor al de personen op wie het reglement van toepassing is.

42. Indien deze stortingen slechts verplicht zijn voor bepaalde categorieën van personen, is de in hoofdstuk IV bedoelde bijzondere beperking van toepassing (cf. nrs. 57 en volgende). Indien deze stortingen facultatief zijn, dan gelden de regels vermeld in punt (22) van de bijlage (cf. nr. 64).

ONVOLLEDIGE LOOPBAAN.

Punt (13) - Verplichte inhaalbijdragen.

43. Wanneer het reglement uitdrukkelijk en op dwingende wijze in inhaalbijdragen voorziet die ertoe strekken aan personen met slechts een onvolledige loopbaan in de onderneming, een pensioen toe te kennen dat berekend is op grond ofwel van een volledige loopbaan, ofwel van een loopbaan die langer is dan de werkelijke loopbaan in de onderneming, dan mogen die inhaalbijdragen enkel worden afgetrokken voor zover :

  • hetzelfde stelsel toegepast wordt op al de personen voor wie het reglement geldt en die zich in de hierboven beschreven toestand bevinden;
  • die bijdragen bepaald worden op grond van jaren die de aangeslotenen werkelijk buiten de onderneming hebben gepresteerd en waarvan het aantal in elk geval tot 20 wordt beperkt.
44. De bedoelde vorige jaren mogen zowel in België als in het buitenland zijn gepresteerd; het doet daarbij niets ter zake aan welk wettelijk pensioenstelsel (loontrekker, zelfstandige, ambtenaar) de betrokkene voor die jaren onderworpen was.

Als perioden van werkelijke beroepswerkzaamheid worden die aangemerkt welke de sociale wetgeving ermede gelijkstelt (zoals b.v. perioden van ziekte, werkloosheid, bevalling, enz.).

Punt (14) - Facultatieve inhaalbijdragen.

45. Indien het reglement enkel in de mogelijkheid voorziet voor de werkgever of de werknemer (of voor beiden tegelijk) om ontoereikende bijdragen (cf. nr. 40) aan te vullen of stortingen te verrichten om sommige jaren geldig te maken in de zin van nr. 43 en er slechts voor enkele van de in het reglement beoogde personen van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, zijn deze inhaalbijdragen aan de onder punt (22) van de bijlage geformuleerde regels onderworpen (zie nr. 64).

Punt (15) - Indexering.

46. Op voorwaarde dat een gelijke formule op alle aangeslotenen van toepassing is, mogen de bijkomende stortingen die bestemd zijn om een groei van de verzekerde rente te waarborgen, worden toegestaan in een mate die niet groter mag zijn dan het gemiddelde over de laatste vijf jaar van het inflatiepercentage verhoogd met de herwaardering van het welzijnsniveau.

47. De bijkomende stortingen die bestemd zijn om een herwaardering van de lopende rente te waarborgen mogen eveneens worden aangenomen (in de meeste gevallen gaat het om werkgeverstoelagen).

HOOFDSTUK IV - DE ANDERE REGLEMENTEN EN CONTRACTEN DAN DE
BASISREGLEMENTEN EN -CONTRACTEN

AFDELING I - BEPALING.

Punt (16) - "Aanvullende" reglementen of contracten.

48. Als in hoofdstuk III beoogde basisreglementen of -contracten worden niet beschouwd, die welke slechts van toepassing zijn op een beperkte categorie van het personeel die niet bedoeld wordt onder punt (9), tweede of derde gedachtenstreep, van de bijlage (zie nr. 30). De reglementen of contracten worden hierna "aanvullend" genoemd.

Met aanvullende reglementen of contracten worden gelijkgesteld, de clausules van de basisreglementen en -contracten die bijkomende voordelen toekennen aan een dergelijke beperkte categorie van het personeel. Wanneer een redelijk voorstel van reglement aan het hele personeel werd gedaan, zal deze gelijkstelling nochtans worden opgegeven, indien een gedeelte van dit voorstel (b.v. de inhaalbijdragen) slechts door een groep van het hele personeel werd aanvaard.

AFDELING II - BELASTINGSTELSEL.

Punt (17) - Aftrek van de persoonlijke bijdragen en de werkgeverstoelagen.
  • Algemene regels.
49. De persoonlijke bijdragen en de werkgeverstoelagen worden niet als belastbare bezoldigingen aangemerkt, in de mate dat :



het totaal van de verzekerde prestaties, per aangesloten begunstigde, niet meer bedraagt dan het onder de punten (18) en (19) van de bijlage vastgestelde bedrag (cf. nrs. 51 tot 60);
de werkgevers- en werknemersbijdragen en toelagen worden verdeeld over de normale duur van een beroepsloopbaan zoals die onder punt (20) van de bijlage wordt bepaald (cf. nrs. 61 en 62).
Met andere woorden, worden slechts als "werkgeverstoelagen" aangemerkt die als zodanig aftrekbaar zijn van de bedrijfsinkomsten van de werkgever, en worden slechts als "persoonlijke bijdragen" aangemerkt die als zodanig aftrekbaar zijn van de bezoldigingen van de verzekerde, de gedeelten van die bijdragen en toelagen welke afhankelijk van de toegepaste actuariële techniek, strikt noodzakelijk zijn om de globale maximumtoekenning te verzekeren (d.w.z. het globaal jaarlijkse maximumpensioen) zoals die toekenning onder punt (18) van de bijlage wordt bepaald (cf. nrs. 51 tot 58); deze bijdragen en toelagen moeten bovendien verplicht worden gespreid over de normale duur van de beroepsloopbaan zoals die onder punt (20) van de bijlage wordt vastgesteld (zie nr. 61).

50. Het bedrag van de bijdragen en toelagen dat het bovenbedoeld gedeelte te boven gaat, ofwel omdat de verzekerde prestaties te hoog zijn, ofwel omdat de bijdragen of toelagen over een kortere duur dan een normale loopbaan gespreid zijn, moet als belastbare bezoldiging worden aangemerkt en als zodanig op de bezoldigingsfiche van de betrokken werknemer voorkomen. Dit teveel wordt bij voorrang aangerekend op de werkgeverstoelagen en vervolgens, indien nodig, op de persoonlijke bijdragen van de verzekerde.

Punt (18) - Maximumbedrag van de prestaties die aanleiding geven tot de fiscale aftrek van de samenstellende stortingen.

Algemene regel.



51.Het totale bedrag (uitgedrukt in jaarlijkse renten of pensioenen) :
  • van de door het reglement verzekerde prestaties;
  • van het wettelijk rustpensioen;
  • van de andere extra-wettelijke toekenningen verzekerd op het hoofd van de verzekerde begunstigde - met als enige uitzondering die welke het voorwerp uitmaken van een individueel levensverzekeringscontract dat hij persoonlijk heeft onderschreven.
MAG NIET MEER BEDRAGEN dan 100 pct. van het gemiddelde van de normale nettobezoldigingen van de laatste vijf jaar van normale beroepswerkzaamheid van de verzekerde, fictief gekoppeld aan het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen op 31 december van het laatste van de voormelde vijf jaren.

Globaal in aanmerking te nemen prestaties.

52. De toekenningen die voor het bepalen van het jaarlijks maximumbedrag van de pensioenen (Het gaat om een nettobedrag, d.w.z. na eventuele inhouding (momenteel 1,8 pct.) voor R.I.Z.I.V.) globaal in aanmerking moeten worden genomen zijn zowel het wettelijk rustpensioen waarop de verzekerde op de normale pensioengerechtigde leeftijd aanspraak kan maken, als alle andere extra-wettelijke pensioenen van dezelfde aard waarop hij op hetzelfde tijdstip recht zal hebben die hun oorsprong vinden in groepsverzekeringscontracten, in autonome of niet-autonome pensioenfondsen, in (werkgevers) beloften van contractuele pensioenen (al dan niet gefinancierd door een "bedrijfsleidersverzekering") en zelfs in bij verzekeringsinstellingen verplicht gedane extra-wettelijke stortingen als bedoeld in nr. 16 [punt (4) van de bijlage].

Enkel de toekenningen met betrekking tot individuele verzekeringscontracten die de belastingplichtige persoonlijk onderschreven heeft, mogen niet worden geglobaliseerd.

Uitzondering.

53. De voorheen onder bijzondere stelsels verkregen pensioenen (b.v. voor overzee gepresteerde diensten die recht geven op een pensioen van de D.O.S.Z., mijnwerkerspensioenen) worden slechts met de andere pensioenen samengeteld voor een maximumbedrag overeenstemmend met een fictief pensioen berekend op het gemiddelde van de in België behaalde nettobezoldigingen (eventueel het gemiddelde van de bezoldigingen van de laatste vijf jaar zoals het onder nr. 54 wordt bepaald).

Gemiddelde normale nettobezoldigingen van de laatste vijf jaar normale beroepswerkzaamheid.

54. Het gaat in beginsel om het rekenkundig gemiddelde van de normale nettobezoldigingen (cf. nrs. 59 en 60) in de onderneming verkregen tijdens de laatste vijf jaren voorafgaand aan dat van de betaling van de bijdragen of de toelagen waarvoor de aftrek wordt gevraagd.

55. Indien de verzekerde niet gedurende de ganse vijf jaar bij het pensioenreglement van de onderneming aangesloten is geweest, wordt het gemiddelde berekend over de werkelijke duur van aansluiting op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat van de storting van de bijdragen of de toelagen.

56. Om het voormelde rekenkundig gemiddelde te bepalen, worden de in aanmerking genomen bezoldigingen fictief gekoppeld aan het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat van de storting van de bijdragen.

57. De nodige berekeningen zullen door de onderneming (of door de verzekeraar) moeten worden verricht. De verificatie ervan door de taxatiediensten zal het voorwerp uitmaken van latere richtlijnen, die zullen worden opgenomen in een afzonderlijke circulaire met specifieke controlemaatregelen ter zake.


58. Uitzonderingen op de in de nrs. 54 tot 56 uiteengezette regels.




a)In het uitzonderlijke geval dat de bezoldigingen van één of meer categorieën van het personeel bij overeenkomst zouden worden verlaagd uit hoofde van economische omstandigheden in de onderneming zelf of in de sector waarvan ze deel uitmaakt, zal het rekenkundig gemiddelde waarvan sprake is in de nrs. 54 en 55, kunnen worden vastgesteld met inachtname van de normale bezoldiging vóór de verlaging.
b)Bij verlaging van de bezoldiging wegens deeltijdse arbeid of afstand van verantwoordelijkheden, tijdens de periode van de vijf laatste jaren van beroepswerkzaamheid, of bij loonverlies wegens ziekte, zal de normale bezoldiging, d.w.z. die van een voltijdse betrekking, in aanmerking kunnen worden genomen om het in de nrs. 54 en 55 beoogde rekenkundig gemiddelde te bepalen.
Punt (19) - Normale nettobezoldiging.

59. Onder normale nettobezoldiging moet de som van alle bedragen worden verstaan die, ongeacht de aard, benaming of bepalings- en toekenningsmodaliteiten ervan, ten name van de verzekerden als bezoldigingen belastbaar zijn (dus met inbegrip van het vakantiegeld, de eindejaarspremies en andere gelijkgestelde voordelen) onder aftrek van :

  • de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid;
  • de forfaitaire bedrijfslasten bedoeld in art. 51, WIB;
  • de persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering (groepsverzekering, pensioenfonds, enz.).
Eenvoudigheidshalve kan worden gesteld dat de normale nettobezoldiging in beginsel gelijk is aan het op het bezoldigingsfiche vermelde belastbare bedrag, min

  • de forfaitaire bedrijfslasten;
  • de inhouding van groepsverzekering.
60. Deze bezoldiging omvat niet de vervangingsinkomsten en het ter zake gebruikte adjectief "normaal" biedt de mogelijkheid elke onrechtmatige toekenning van bedragen uit te sluiten, die er kennelijk toe strekt de bovenbedoelde regels te omzeilen, inzonderheid wat de spreiding van de premies over de duur van de loopbaan betreft. In deze laatste eventualiteit, zal het dossier voor advies aan het hoofdbestuur moeten worden toegezonden, om zodoende tot een éénvormige toepassing van de richtlijnen te komen.

Punt (20) - Normale loopbaan.

Normale duur van de beroepsloopbaan.

61. Dit begrip komt ter sprake in punt (17) van de bijlage (cf. nr. 49 in fine) waarin wordt gesteld dat de bijdragen over de normale duur van de beroepsloopbaan worden verdeeld.

De normale duur van de beroepsloopbaan werd forfaitair op 40 jaar bepaald. Zowel de persoonlijke bijdragen als de werkgeverstoelagen mogen derhalve slechts een deel van het te bereiken doel verzekeren wanneer de toetreding van de verzekerde minder dan 40 jaar voor het einde van zijn loopbaan plaatsheeft. Dit deel wordt uitgedrukt door een breuk, met als teller het aantal dienstjaren dat vanaf de toetreding tot aan de pensioenleeftijd te presteren blijft, en met als noemer het getal 40.

62. Indien de loopbaan van de belanghebbende normaal korter is dan 40 jaar, wordt het getal 40 vervangen door het aantal jaren van de normale loopbaan, op voorwaarde dat de verzekerde het bewijs levert van de normale duur van zijn loopbaan.

Indien de normale loopbaan van de verzekerde daarentegen langer is dan 40 jaar (b.v. toetreding van een man op zijn 23 jaar en dus nog 42 jaar te presteren) verzet niets zich ertegen het werkelijk aantal jaren dat vanaf de toetreding nog te presteren blijft, als noemer van de breuk te nemen.

Punt (21) - "Back service".

63. Binnen de in de punten (17) tot (20) van de bijlage (cf. nrs. 49 tot 62) gestelde beperkingen, worden de stortingen aangenomen die bestemd zijn om vroegere ontoereikende bijdragen aan te vullen, rekening houdend met de verhoging van de bezoldigingen.

Punt (22) - Inhaalbijdragen.

64. Patronale inhaalbijdragen betreffende vroegere, niet in de onderneming gepresteerde jaren, worden slechts na onderzoek aanvaard. Dit onderzoek heeft tot doel na te gaan of het werkgeverscontract niet definitief verkregen is door de begunstigde.

De duur van de vorige werkelijk uitgeoefende beroepswerkzaamheden die in rekening worden gebracht, mag niet meer dan 20 jaar bedragen.

Persoonlijke inhaalbijdragen zijn aan het stelsel van de individuele levensverzekering onderworpen.

Punt (23) - Indexering.

65. De in punt (15) van de bijlage uiteengezette regels (cf. nrs. 46 en 47) zijn hier onder dezelfde voorwaarden van toepassing.

Inwerkingtreding.



66.Bovenstaande richtlijnen treden in werking op 1.1.1982.
BIJLAGE AKKOORD tot stand gekomen tussen enerzijds, het Verbond van Belgische ondernemingen, de Beroepsvereniging der Verzekeringsondernemingen, de Belgische Vereniging van Pensioenfondsen en de Vereniging der Verzekerden van de Industrie en anderzijds, de Administratie der directe belastingen. HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEGRIPPEN

(1)Dit document heeft tot doel de voorwaarden te bepalen waaraan volgens de voornoemde partijen de groepsverzekeringsreglementen en -contracten, alsook de reglementen van pensioenfondsen moeten voldoen om te beantwoorden aan de wil van de wetgever : het mogelijk maken een extra-wettelijk rust- of overlevingspensioen te vestigen met vrijstelling van belasting.
(2)Onder groepsverzekeringsreglement moet het reglement worden verstaan dat de voorwaarden bepaalt waaronder de groepsverzekeringscontracten worden gesloten.
Onder groepsverzekeringscontract moet worden verstaan :

  • hetzij het contract dat wordt gefinancierd door premies ten laste van de werkgever (werkgeverscontract of "toelagecontract", afgekort contract A),
  • hetzij het contract dat wordt gefinancierd door premies ten laste van de aangeslotene (contract van de aangeslotene of "bijdragecontract", afgekort contract C).
Die contracten worden meestal gematerialiseerd ofwel door polissen,
ofwel door het reglement zelf.



(3)In dit document worden de regels vastgelegd waaraan de werkgeverstoelagen en de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen moeten beantwoorden om niet als belastbare bezoldiging te worden aangemerkt. Die regels hebben betrekking :
  • enerzijds, op een beperking van de gevallen waarin een voorschot op contract of een inpandgeving van een contract mag worden verleend;
  • anderzijds, op een beperking van de voordelen die bedongen kunnen worden in groepsverzekeringsreglementen wanneer ze slechts gelden voor een beperkte categorie van het personeel van de onderneming, zoals bepaald onder punt (16).


(4)De regels die hier uiteengezet worden zijn, bij analogie toepasselijk op de pensioenfondsen waarvoor het begrip groepsverzekeringsreglement wordt vervangen door dat van voorzorgsreglement of reglement van het fonds.

Die regels zijn ook van toepassing op de ondernemingen of verzekeringsinstellingen voor hun verrichtingen in verband met de toekenning van extra-wettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij de reglementering betreffende het rust- en overlevingspensioen der werknemers.
(5)De contracten betreffende groepsverzekeringsreglementen die het stelsel van de "te bereiken lasten" toepassen, een stelsel dat ook stelsel der "vastgestelde premies" wordt genoemd, zijn eveneens aan alle hier volgende regels onderworpen, zelfs aan die welke slaan op het "te bereiken doel"; in dat geval moet het bedrag van de gewaarborgde prestaties op een gelijkwaardige wijze worden bepaald.
HOOFDSTUK II - DE VOORSCHOTTEN OP CONTRACT EN DE INPANDGEVINGEN VAN
CONTRACTEN



(6)De voorschotten op contract en de inpandgevingen van contracten - hypotheekleningen uitgezonderd - zijn slechts toegelaten :
  • om het hoofd te bieden aan zeer bijzondere sociale of familiale toestanden, zoals ziekte, ongeval, huwelijk, overlijden, belangrijke herstelling of verbetering van een onroerend goed;
  • voor het verwerven van in België gelegen onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen, op voorwaarde dat het voorschot of de lening, gedekt door de inpandgeving, wordt terugbetaald wanneer de goederen geen deel meer uitmaken van het vermogen van de verzekerde. In dit geval mag het voorschot of de lening niet meer bedragen dan 75 pct. van de theoretische afkoopwaarde van het contract;
  • voor het verwerven van nieuwe aandelen of deelbewijzen, die door de vennootschap worden voorbehouden aan haar personeelsleden waartoe de verzekerde behoort en op voorwaarde dat het voorschot of de lening, gedekt door de inpandgeving, wordt terugbetaald wanneer de effecten geen deel meer uitmaken van het vermogen van die verzekerde. In dit geval mag het voorschot of de lening niet meer bedragen dan 50 pct. van de theoretische afkoopwaarde van het contract.
De inpandgevingen van contracten worden eveneens toegestaan tot dekking van persoonlijke leningen van beperkte duur die in overeenstemming zijn met de reglementering op de persoonlijke leningen op afbetaling (wet van 9 juli 1957 en uitvoeringsbesluiten).



(7)De rentevoet van de voorschotten moet dezelfde zijn als die welke de verzekeraar aanrekent voor zijn hele portefeuille "groepsverzekeringen" op het tijdstip van de toekenning van het voorschot.
HOOFDSTUK III - DE BASISREGLEMENTEN EN -CONTRACTEN

AFDELING I : BEPALING.



(8)Onder basisreglementen en -contracten verstaat men die welke betrekking hebben op het hele personeel of op een voldoende ruime categorie ervan.
(9)Dat is het geval wanneer onder de begunstigden begrepen zijn :
  • hetzij het hele personeel;
  • hetzij een categorie die genoegzaam omschreven is in de wet of nog in een collectieve overeenkomst, op voorwaarde dat deze laatste op de betrokken onderneming van toepassing is; in dat opzicht wordt als een genoegzaam omschreven categorie van personeel beschouwd, die waarin alle personeelsleden opgenomen zijn die buiten het toepassingsgebied van de voor de onderneming geldende collectieve overeenkomst vallen;
  • hetzij een andere categorie, voor zover afdoende bewezen is dat de betrokkenen in de onderneming een homogene groep uitmaken, gelet op de bijzondere aard van de beroepswerkzaamheden die ze uitoefenen en die inzonderheid leiden tot hun pensionering op een lagere leeftijd dan die welke in het algemeen geldt voor de andere personeelsleden;
en wanneer de begunstigden van eenzelfde categorie dezelfde voorwaarden genieten, zowel op het vlak van het te bereiken doel, als op het vlak van het stelsel der inhaalbijdragen.

De categorieën bepaald in een voorzorgsregeling die bestond vóór de fusie, de opslorping, de splitsing of de omvorming van een vennootschap, of nog vóór de inbreng van een tak van de beroepswerkzaamheid of de lgemeenheid van goederen van een onderneming, mogen daarna echter gehandhaafd blijven, doch enkel voor de personeelsleden die in die regeling bedoeld waren.



(10)Wanneer het te bereiken doel degressief wordt berekend per bezoldigingsschijf en die degressie van toepassing is op al de personen die onder de toepassing van het reglement vallen, wordt ervan uitgegaan dat al die personen dezelfde voordelen genieten op het vlak van het te bereiken doel, zelfs die waarvoor de degressie niet geldt, of zelfs indien later aan de degressie een verbetering wordt gebracht.
AFDELING II : BELASTINGSTELSEL.

Volledige loopbaan.



(11)Wat de reglementen en contracten betreft waarvan in dit hoofdstuk sprake is, worden de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen en de werkgeverstoelagen nooit als belastbare bezoldigingen aangemerkt, zelfs niet als de verhoging van de prestaties verzekerd door het te bereiken doel, uit het ondertekenen van een bijakte bij een bestaand reglement voortvloeit.

Er wordt echter wel bepaald dat de verzekerde prestaties, uitgedrukt in renten, niet meer mogen bedragen dan 100 pct. van het gemiddelde van de normale nettobezoldiging van de laatste vijf jaar van normale beroepswerkzaamheid, zoals die omschreven wordt onder de hier volgende punten (18) en (19).
(12)Geen enkele beperking wordt dus opgelegd aan :
  • de stortingen die gedaan moeten worden om de back service te dekken die bestemd is om het te bereiken doel te verbeteren, zelfs als de begunstigde aan het einde van zijn loopbaan gekomen is en de financiële inspanning bijgevolg aanzienlijk is;
  • de stortingen die gedaan worden om vroegere ontoereikende stortingen te compenseren, rekening houdend met de verhoging van de bezoldigingen;
Er wordt echter wel aan herinnerd dat dit slechts geldt indien de back service verplicht is voor al de personen op wie het reglement toepasselijk is. In het tegengestelde geval geldt de in hoofdstuk IV bepaalde beperking.

Onvolledige loopbaan.



(13)Wanneer het reglement uitdrukkelijk en op dwingende wijze voorziet in inhaalbijdragen die ertoe strekken aan de personen met een onvolledige loopbaan in de onderneming, een pensioen toe te kennen dat berekend is op grond van een volledig loopbaan of van een loopbaan die langer is dan de werkelijke loopbaan in de onderneming, dan mogen die inhaalbijdragen enkel worden afgetrokken voor zover :
  • hetzelfde stelsel wordt toegepast op al de personen voor wie het reglement geldt;
  • die bijdragen worden bepaald met inachtneming van voorheen werkelijk uitgeoefende beroepswerkzaamheden waarvan de duur evenwel tot 20 jaar wordt beperkt.


(14)Indien het reglement alleen in de mogelijkheid voorziet voor de werkgever of de werknemer om ontoereikende bijdragen aan te vullen en indien er slechts voor enkele personen van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, zijn de inhaalbijdragen onderworpen aan de onder punt (22) geformuleerde regels.
Indexering.



(15)Toegestaan worden, de bijkomende stortingen die bestemd zijn om een groei van de verzekerde rente te waarborgen in een mate die niet groter mag zijn dan het gemiddelde over de laatste vijf jaar van het inflatiepercentage verhoogd met de herwaardering van het welzijnsniveau, op voorwaarde dat een gelijke formule op alle aangeslotenen toepasselijk is.

De bijkomende stortingen die bestemd zijn om een herwaardering van de lopende rente te waarborgen worden eveneens toegestaan.
HOOFDSTUK VI - DE ANDERE REGLEMENTEN EN CONTRACTEN DAN DE
BASISREGLEMENTEN EN -CONTRACTEN

AFDELING I : BEPALING.



(16)Als basisreglementen en -contracten worden niet beschouwd die welke van toepassing zijn op een beperkte categorie van het personeel die niet bedoeld wordt onder punt (9), tweede en derde gedachtenstreep; daarmee worden gelijkgesteld de clausules van de basisreglementen en -contracten die bijkomende voordelen toekennen aan een dergelijke categorie van het personeel.
AFDELING II : BELASTINGSTELSEL.



(17)De persoonlijke bijdragen en de werkgeverstoelagen worden niet als belastbare bezoldigingen aangemerkt in de mate dat het bedrag van verzekerde prestaties, per aangesloten begunstigde, niet meer bedraagt dan het onder de punten (18) en (19) vastgestelde bedrag en in de mate dat de bijdragen en toelagen worden gespreid over de normale duur van een beroepsloopbaan, zoals die onder punt (20) wordt bepaald.
(18)Het te bereiken doel, zoals bepaald door het reglement, gevoegd bij de andere toekenningen naar aanleiding van een door het reglement bedoelde pensionering, zowel wettelijke als extra-wettelijke en alle uitgedrukt in jaarlijkse renten, gewaarborgd op het hoofd van de begunstigde (met uitzondering echter van de toekenningen uit hoofde van individuele levensverzekeringen of ermede gelijkgestelde toekenningen, maar met inbegrip van die welke voortvloeien uit een contractuele verbintenis al dan niet gedekt door een bedrijfsleidersverzekering) mag niet meer bedragen dan 100 pct. van het gemiddelde van de normale nettobezoldigingen van de laatste vijf jaar van normale beroepswerkzaamheid.

Deze bezoldigingen worden fictief gekoppeld aan het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen op 31 december van het laatste van de hiervoor bedoelde vijf jaren.

In het uitzonderlijke geval, evenwel, waarin de bezoldigingen van een of meer categorieën van het personeel zouden worden verminderd op grond van de bepalingen van een overeenkomst ingevolge economische toestanden eigen aan de onderneming zelf of aan de sector waarvan ze deel uitmaakt, wordt als gevolg daarvan geen vermindering van het te bereiken doel geëist, op voorwaarde dat de hierboven vermelde omstandigheden bewezen zijn.
(19)Onder normale nettobezoldiging moet de som van alle bedragen worden verstaan die, ongeacht de aard, benaming of bepalings- en toekenningsmodaliteiten ervan ten name van de verzekerden als bezoldigingen belastbaar zijn (dus met inbegrip van het vakantiegeld, de eindejaarspremies en andere gelijkgestelde voordelen), onder aftrek van :
  • de persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid;
  • de forfaitaire bedrijfslasten bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
  • de persoonlijke bijdragen voor aanvullende verzekering (groepsverzekering, pensioenfonds, enz.).
Normale loopbaan.




(20)De bijdragen - zowel de persoonlijke bijdragen als de werkgeverstoelagen - mogen slechts een deel van het te bereiken doel waarborgen. Dit deel wordt uitgedrukt door een breuk met als teller het aantal dienstjaren dat tot aan de pensioengerechtigde leeftijd gepresteerd moet worden, te rekenen vanaf het ogenblik van de toetreding, en als noemer 40.

Indien de loopbaan van de belanghebbende normaal korter is dan 40 jaar, wordt het getal 40 vervangen door het aantal jaren van de normale loopbaan, op voorwaarde dat de verzekerde het bewijs levert van de normale duur van zijn loopbaan.





(21)Binnen de perken uiteengezet onder de punten (17) tot (20), worden bijdragen aangenomen die bestemd zijn om vorige ontoereikende bijdragen aan te vullen, rekening houdend met de verhoging van de bezoldigingen.
Inhaalbijdragen.




(22)Patronale inhaalbijdragen worden slechts na onderzoek aanvaard. Dit onderzoek heeft tot doel na te gaan of het werkgeverscontract niet definitief door de begunstigde is verkregen.

De duur van de vorige werkelijk uitgeoefende beroepswerkzaamheden die in rekening worden gebracht, mag niet meer dan 20 jaar bedragen.

Persoonlijke inhaalbijdragen zijn aan het stelsel van de individuele levensverzekering onderworpen.
Indexering.




(23)De in punt (15) uiteengezette regels zijn hier onder dezelfde voorwaarden van toepassing.