Circulaire nr. 20/2009 d.d. 22.12.2009

(Circulaire AFZ nr. 18/2009)

Waals Gewest – Decreet van 30.04.2009 (oprichting van de "Société de Développement de Liège-Guillemins") – Decreet van 05.12.2008 (bodembeheer) – Decreet van 30.04.2009 (Wl.W.Reg.)

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Patrimoniumdocumentatie

Kadaster, Registratie en Domeinen

Dienst I

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 3de directie

Bijlagen: 2

1. Decreet van 30 april 2009 houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap "Société de Développement de Liège-Guillemins".

2. Decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer.

3. Decreet van 30 april 2009 houdende bepalingen tot wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, van Boek I van het Milieuwetboek, van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten en van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen.

Werden In de volgende edities van het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt:

  • in de (2de) editie van 29.05.2009, het decreet van 30 april 2009 houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap "Société de Développement de Liège-Guillemins" (SDLG);

  • in de editie van 18.02.2009 (en die van 6 maart 2009 voor wat de bijlagen betreft), het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer;

  • in de editie van 19.05.2009, het decreet van 30 april 2009 houdende bepalingen tot wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, van Boek I van het Milieuwetboek, van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten en van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen.

Bij deze circulaire wordt een eerste commentaar bij deze decreten verstrekt in zoverre zij de registratierechten betreffen. Bij gebreke van een wijziging van het Wl.W.Reg. wordt de tekst van de twee eerst vermelde decreten niet in bijlage hernomen.

De tekst van het decreet van 30 april 2009, houdende bepalingen tot wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, van Boek I van het Milieuwetboek, van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten en van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, gaat in bijlage 1 en de gecoördineerde teksten van de gewijzigde bepalingen van het Wl.W.Reg. gaan in bijlage 2.

1. Decreet van 30 april 2009 houdende oprichting van de publiekrechtelijke naamloze vennootschap "Société de Développement de Liège-Guillemins"

Bij artikel 10 van het decreet wordt de NV van publiekrecht "Société de Développement de Liège Guillemins" (afgekort: "SDLG") door de Waalse gewestregering gemachtigd over te gaan tot onteigeningen in het algemeen belang.

Artikel 161, 2°, Wl.W.Reg. kan dus van toepassing zijn op een akte van aankoop door de voornoemde vennootschap, op voorwaarde dat in de akte vermeld wordt dat de aankoop in het algemeen belang wordt gedaan. Bij het ontbreken van die verklaring wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het evenredig recht, onder voorbehoud van een latere teruggave.

In geval van het ontbreken van de vermelding in verband met het karakter van algemeen belang van de verrichting, is het aangewezen de instrumenterende ambtenaar te vragen om na te gaan of hij de bedoelde vermelding niet alsnog wil doen aan de voet van de akte, teneinde een eventuele teruggave te vermijden.

Gezien er ter zake niets bijzonders is bepaald, treedt het decreet in werking de tiende dag na de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad, d.w.z. op 08.06.2009.

2. Decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer.

De aandacht wordt erop gevestigd dat artikel 21 van dit decreet – artikel dat in werking treedt op een datum te bepalen bij besluit van de Waalse Gewestregering – de verplichtingen tot onderzoek en tot sanering, vastgesteld bij het decreet (art. 18), van toepassing maakt in geval van de afstand van vervuilde gronden of van potentieel vervuilde gronden (voor meer uitleg zie het decreet en de bijlage 3 erbij).

Artikel 21, § 4, waarvan de tekst volgt, merkt als onweerlegbaar aan het vermoeden dat de bedoelde overeenkomsten onder een opschortende voorwaarde zijn gesloten.

"Art. 21

§ 4. Elke overdracht die aanleiding geeft tot het ambtshalve ontstaan van de verplichtingen bedoeld in artikel 18 wordt onweersprekelijk geacht te zijn gesloten onder de volgende opschortende voorwaarde:

- de uitvoering van een oriënteringsonderzoek door een erkend bureau, o.a. om een eventuele verontreiniging van het terrein te kunnen vaststellen;

- in voorkomend geval, de verplichting tot uitvoering van een karakteriserings-onderzoek;

- indien de sanering nodig is, is de prijs ervan, gecumuleerd met de veiligheids- of opvolgingsmaatregelen, niet hoger dan een bedrag vastgelegd door de medecontractanten en, bij gebreke daarvan, dan een bedrag dat minstens gelijk is aan vijf twaalfde van de prijs van de overdracht of van de tegenwaarde ervan of, bij gebreke daarvan, van de handelswaarde van bedoeld terrein zoals vastgelegd in de fiscale aangiften van de handeling.".

Het gaat dus om een wettelijke opschortende voorwaarde die, in voorkomend geval, artikel 16 van het W.Reg. van toepassing maakt, zelfs indien daarvan in de akte geen bijzondere melding wordt gemaakt.

3. Decreet van 30 april 2009 houdende bepalingen tot wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, van Boek I van het Milieuwetboek, van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten en van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen.

Dit decreet wijzigt de artikelen 45 en 133 van het Wl.W.Reg. (1)

----------

(1) De federale Minister van Financiën werd niet geraadpleegd inzake de technische uitvoerbaarheid van de voorgenomen wijzigingen (z. Samenwerkingsakkoord van 7 december 2001 (B.S., 11.12.2001)).

3.1. Wijziging van artikel 45, Wl.W.Reg.

Artikel 45 van het Wl.W.Reg. bepaalt de heffingsgrondslag van het recht dat van toepassing is op de verkopingen, ruilingen en alle andere overeenkomsten ten bezwarende titel houdende de overdracht van de eigendom of het vruchtgebruik van een onroerend goed.

In geval van verkoop wordt ter bepaling van de heffingsgrondslag het bedrag van de lasten (2) in principe gevoegd bij de prijs van de verkoop. Dit decreet bepaalt echter dat er geen rekening mee wordt gehouden bij de bepaling van de heffingsgrondslag voor zover het bedrag betrekking heeft op de kosten van de studie van de (potentiële of werkelijke) verontreiniging en op de kosten van grondsaneringshandelingen – of werken: " De lasten slaan niet op de studies betreffende de kosten van onderzoeken verricht op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen, noch op de grondsaneringshandelingen en -werken.".

----------

(2) Over het begrip "lasten", zie Cursus Registratierechten, uitgave 01.01.2008, blz. 176, nrs. 234 en volgende, te verschijnen op www.fisconet.be.

In de door een van de auteurs gemaakte toelichting bij het voorstel van decreet (zie Doc. Parl. wallon, 964 (2008-2009) – N° 4, blz. 4) wordt gesignaleerd dat "er geen algemeen aanvaarde definitie van het begrip "lasten" bestaat", om dan verder te gaan dat "De bedoeling van het voorstel erin bestaat een decretale basis te geven aan het begrip". Men kan enkel vaststellen dat noch het voorstel van decreet, noch de amendementen dat begrip hebben gedefinieerd. Zonder twijfel is dat het geval omdat "Overeenkomstig de algemeen aanvaarde definitie moet men onder "lasten" verstaan alle bijkomende verplichtingen die het verkoopcontract aan de koper boven de prijs oplegt, en die de verkoper of een door hem aangeduide derde rechtstreeks of onrechtstreeks tot voordeel strekken " (uittreksel uit de toelichting bij het voorstel, in Doc. Parl. wallon, 964 (2008-2009) - Nr. 1, blz. 2).

Noch de algemene uiteenzetting over het voorstel van decreet, noch de artikelsgewijze commentaar (3) laten toe de reden te achterhalen waarom de Waalse wetgever deze wijziging nodig achtte. Men vindt er inderdaad een gedetailleerde uiteenzetting over het begrip "lasten", teruggaand tot de codificatie van 1939, waarbij zowel de gevestigde rechtsleer als de betrekkelijk recente rechtspraak aan bod komen, zonder dat erin echter enige motivatie van de noodzaak van de wijziging wordt gegeven.

----------

(3) Zie Doc. Parl. wallon, 964 (2008-2009) – Nr. 1, blz. 2 en 3 en blz. 5 en 6.

Tijdens de algemene bespreking werd evenwel geëxpliciteerd dat "Wat de verontreinigde sites en de registratierechten betreft, gaat het voor de heer Minister (4) om een belangrijke maatregel die de verkopers zal toelaten om van de belastbare grondslag in mindering te brengen de last die wordt gevormd door de vervuiling en de eruit volgende sanering en die de koper zal toelaten een verzwaring van de heffingsgrondslag te vermijden omdat hij met kennis van zaken aanvaardt de last op zich te nemen" (5).

----------

(4) Het gaat om de minister van Landbouw, Platteland, Leefmilieu en Toerisme van de Waalse Regering.

(5) Zie Doc parl. wallon, 964 (2008-2009) – Nr 4, blz. 6.

Wat er ook van zij, de tekst is duidelijk wat het erin vervatte principe betreft en hij behoeft geen andere verduidelijking dan de vaststelling dat het amendement dat aan de basis ligt van de wijziging van artikel 133, Wl.W.Reg. (zie hierna) (6), toelaat te besluiten dat de Waalse wetgever de kosten van "afbraak en van de daaruit voortvloeiende noodzaak om het terrein terug in een behoorlijke staat te herstellen" beschouwt als behorende tot de kosten van de bodemsanering (zie artikel 133, eerste lid, nieuw, in fine, Wl.W.Reg.).

----------

(6) Zie Doc. parl. wallon, 964 (2008-2009) – Nr. 3

3.2. Wijziging van artikel 133, Wl.W.Reg.

Artikel 133, Wl.W.Reg. bepaalt de heffingsgrondslag in geval van verrichtingen onderworpen aan het schenkingsrecht.

Bij toepassing van deze bepaling en onder voorbehoud van artikel 134, Wl.W.Reg., zijn de lasten in dit kader in principe niet aftrekbaar.

Als gevolg van een amendement (7), wijzigt het decreet artikel 133, Wl.W.Reg. en laat – los van het bepaalde in artikel 134, Wl.W.Reg. – de aftrek toe van bepaalde lasten bij de bepaling van de heffingsgrondslag

----------

(7) Zie Doc. parl. wallon, 964 (2008-2009) – Nr. 3

Er wordt opgemerkt dat de wijziging van artikel 133, Wl.W.Reg. op een enigszins andere wijze is geformuleerd dan de wijziging van artikel 45, Wl.W.Reg. Inderdaad, om de heffingsgrondslag te bepalen moet van de waarde van de geschonken goederen worden afgetrokken: "de lasten wat betreft de kosten in verband met de plichten tot onderzoek op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen en tot bodemsanering, met inbegrip van de afbraak- en herstelkosten voor de sanering" (8).

----------

(8) In de verantwoording van het amendement wordt gezegd dat het gaat om het invoeren van een dispositief analoog aan dat toegevoegd in artikel 45 (...)". Daaraan wordt – nog meer verbazingwekkend – toegevoegd dat:

"De schenkingsrechten zullen dus geheven worden op de kosten van de verplichtingen/werken die samengaan met de sanering van de grond.

"De aangebrachte wijziging heeft tot doel van het gemeen recht af te wijken en aldus de verkrijger ertoe aan te zetten de saneringwerken uit te voeren. De wijziging heeft dus niet tot doel de bedoelde personen eenvoudigweg vrij te stellen van de betaling van schenkingsrechten.

" In alle denkbare gevallen kan dit – omwille van de toestand van de Waalse bodem – van het gemeen recht afwijkende stelsel maar verantwoord worden onder de strikte voorwaarde dat de verkrijger zich effectief en uitdrukkelijk in de akte van overdracht in de zin van artikel 2,26° van het decreet van 5 december 2008, verbindt tot het uitvoeren van de verplichtingen tot onderzoek en/of sanering van de bodem".

Gelet op de gewijzigde wettekst zal er – in tegenstelling met wat voorgehouden wordt in de verantwoording – geen schenkingsrecht geheven worden over de kosten van de verplichtingen/werken verbonden aan de bodemsanering omdat de aftrekbaarheid van die kosten van de waarde van de geschonken goederen precies is toegestaan met het oog op het bepalen van de heffingsgrondslag.

Tenslotte wordt er nog op gewezen dat de gewijzigde wettekst geen enkele bijzonder vormvoorschrift bevat inzake het uitdrukkelijk aangaan in de akte van overdracht van de verbintenis door de verkrijger tot het uitvoeren van de verplichtingen met betrekking tot onderzoek en/of sanering van de bodem. Het spreekt echter vanzelf dat opdat er sprake zou kunnen zijn van een last, het nodig is dat de akte daar melding van maakt.

3.3. Verdelingsrecht

Vermits artikel 111, Wl.W.Reg. niet werd gewijzigd, blijft de heffingsgrondslag van de verrichtingen die aan het verdelingsrecht zijn onderworpen, onveranderd. Er verandert dus ook niets wat de lasten in dit kader aangaat (9).

----------

(9) Gezien daarover met geen woord wordt gerept in de toelichting bij het voorstel, mag worden aangenomen dat het om een vergetelheid gaat.

3.4. inwerkingtreding

Gelet op het ontbreken van een bijzondere bepaling terzake, treden de wijzigingen aan de artikelen 45 en 133, Wl.W.Reg. in werking de 10de dag na de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad, d.w.z. op 29.05.2009.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009

Decreet van 30 april 2009 houdende bepalingen tot wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, van Boek I van het Milieuwetboek, van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten en van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen

(...)

Art. 8. Artikel 45 van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt aangevuld met volgend lid :

"De lasten slaan niet op de studies betreffende de kosten van onderzoeken verricht op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen, noch op de grondsaneringshandelingen en -werken."

Art. 9. Artikel 133, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de volgende woorden :

"behalve wat betreft de kosten i.v.m. de plichten tot onderzoek op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen en tot bodemsanering, m.i.v. de afbraak- en herstelkosten voor de sanering.".

(...)

Bijlage 2

Gecoördineerde teksten van de artikelen 45 en 133, Wl.W.Reg.

Artikel 45.

Het recht wordt vereffend:

  • ten aanzien van de verkopingen, op het bedrag van bedongen prijs en lasten;

  • ten aanzien van de ruilingen, op de overeengekomen waarde van de in een der prestatiën begrepen goederen, met inachtneming van die welke aanleiding tot het hoogste recht zou geven zo beide waren toegestaan tegen een naar die waarde vastgestelde geldprijs;

  • ten aanzien van inbrengen van onroerende goederen in vennootschappen, andere dan inbrengen als vermeld in artikel 115bis, op de waarde van de als vergoeding van de inbreng toegekende maatschappelijke rechten verhoogd met de lasten die door de vennootschap gedragen worden;

  • ten aanzien van de overige overdragende overeenkomsten, op de overeengekomen waarde van de ten laste van de verkrijger van het onroerend goed bedongen tegenprestatie.

De lasten slaan niet op de studies betreffende de kosten van onderzoeken verricht op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen, noch op de grondsaneringshandelingen en -werken.

Art. 133.

Het recht wordt vereffend op de verkoopwaarde van de geschonken goederen, zonder aftrek van lasten behalve wat betreft de kosten i.v.m. de plichten tot onderzoek op de verontreinigde of potentieel verontreinigde terreinen en tot bodemsanering, m.i.v. de afbraak- en herstelkosten voor de sanering.

De belastbare grondslag wordt in de volgende gevallen evenwel als volgt bepaald.

a) Als de schenking beursgenoteerde openbare effecten betreft, wordt de belastbare grondslag bepaald door de waarde voortvloeiend uit de laatste prijscourant die op last van de regering bekend is gemaakt vóór de datum waarop het recht eisbaar is geworden.

b) Als de schenking het vruchtgebruik of de blote eigendom van een onroerend goed betreft, wordt de belastbare grondslag bepaald op de wijze vermeld in de artikelen 47 tot en met 50.

c) Voor de schenkingen van het op het hoofd van de begiftigde of een derde gevestigde vruchtgebruik van roerende goederen geldt als belastinggrondslag het bedrag verkregen door de vermenigvuldiging van de jaarlijkse opbrengst van de goederen, forfaitair vastgesteld op 4 ten honderd van de verkoopwaarde van de volle eigendom van de goederen, met het getal dat in de tabel van artikel 47, eerste lid, wordt aangegeven tegenover de leeftijdsklasse waartoe diegene op wiens leven het vruchtgebruik gevestigd is, behoort op de datum van de schenking.

Voor de schenkingen van het voor een bepaalde tijd gevestigde vruchtgebruik van roerende goederen geldt als belastinggrondslag het bedrag verkregen door kapitalisatie van de jaarlijkse opbrengst tegen 4 ten honderd over de duur van het vruchtgebruik bepaald in de schenkingsakte. De jaarlijkse opbrengst wordt forfaitair vastgesteld op 4 ten honderd van de verkoopwaarde van de volle eigendom van die goederen. Het aldus verkregen bedrag van de belastinggrondslag mag evenwel niet gaan boven de waarde berekend volgens het vorig lid indien het vruchtgebruik gevestigd is ten bate van een natuurlijke persoon, hetzij boven twintigmaal de opbrengst indien het vruchtgebruik gevestigd is ten bate van een rechtspersoon.

In geen enkel geval mag het vruchtgebruik een waarde toegewezen worden die de vier vijfde van de verkoopwaarde van de volle eigendom van de geschonken roerende goederen te boven gaat.

Indien het vruchtgebruik op het hoofd van twee of meerdere personen is gevestigd met recht van aanwas of terugvalling, is de leeftijd die in overweging dient te worden genomen voor de berekening van het getal opgenomen in de tabel van artikel 47, lid één, die van de jongste persoon.

d) Wat betreft de schenkingen van de blote eigendom van roerende goederen, is de belastbare grondslag de verkoopwaarde van de volle eigendom van de goederen verminderd met de waarde van het vruchtgebruik berekend volgens c) hierboven.

Indien het verlaagd tarief van artikel 131bis toegepast wordt op een schenking van de blote eigendom van roerende goederen waarvan het vruchtgebruik door de schenker is voorbehouden, is de belastbare grondslag de verkoopwaarde van de volle eigendom van de goederen.

e) Voor schenkingen van een lijfrente of een levenslang pensioen wordt het recht berekend over het jaarlijks bedrag van de uitkering, vermenigvuldigd met de leeftijdscoëfficiënt die volgens de tabel in artikel 47, lid op de begiftigde moet worden toegepast en bepaald wordt door de leeftijd van de begiftigde op de dag van de schenkingsakte.

f) Voor schenkingen van een altijd durende rente wordt het recht berekend over het jaarlijks bedrag van de rente vermenigvuldigd met twintig.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 432 / Kad., reg. en domeinen: E.E./103.259