Circulaire nr. Ci.RH.233/625.581 (AAFisc Nr. 16/2013) dd. 02.05.2013
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Dienst Vennootschapsbelasting
Circulaire nr. Ci.RH.233/625.581 (AAFisc Nr. 16/2013) dd. 02.05.2013
Roerende voorheffing
Aanslagvoet van de RV
Inkomen van een spaardeposito
Spaardeposito
Toepassingsvoorwaarde
Inkomsten van gewone spaardeposito's toegekend of betaalbaar gesteld in het jaar 2012 aan verkrijgers andere dan natuurlijke personen: toe te passen aanslagvoet van de RV.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C van de sector directe belastingen .
1. Deze circulaire verduidelijkt welke aanslagvoet van de RV van toepassing is op de inkomsten van een spaardeposito zoals bedoeld in art. 21, 5°, WIB 92 (hierna gewone spaardeposito), die worden toegekend vanaf 1.1.2012, en dit naar aanleiding van de opeenvolgende wijzigingen die werden aangebracht aan art. 269, WIB 92, door de Wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen (BS van 30.12.2011, Ed. 4, blz. 81644 e.v., hierna W 28.12.2011), de Wet van 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS van 20.12.2012, Ed. 4, blz. 86373 e.v., hierna W 13.12.2012) en de Programmawet van 27.12.2012 (BS van 31.12.2012, Ed. 2, blz. 88860 e.v., hierna PW 27.12.2012).
1. WETTELIJK KADER
2. Art. 269, eerste lid, 1°bis en 5°, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 29, 2° en 6°, W 28.12.2011, bepaalde het volgende:
"De aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld:
(…)
1°bis op 21 pct. voor de interest andere dan deze bedoeld in de bepalingen onder in 4° en 5°;
(…)
5° op 15 pct. voor de in artikel 21, 5°, bedoelde inkomsten uit spaardeposito's, in zoverre zij meer bedragen dan de in de bepaling onder 5° van dat artikel bepaalde grenzen".
Die bepalingen waren van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2012 (zie art. 38, W 28.12.2011).
3. Art. 53, 2°, W 13.12.2012, heeft art. 269, eerste lid, 5°, WIB 92, vervangen, waardoor de aanslagvoet van de RV als volgt is bepaald:
"5° op 15 pct. voor de inkomsten uit in artikel 21, 5°, bedoelde spaardeposito's, en in zoverre zij, wat de inkomsten betaald of toegekend aan natuurlijke personen betreft, meer bedragen dan de in de bepaling onder 5° van dat artikel bepaalde grenzen".
Die bepaling was eveneens van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2012 (zie art. 59, vijfde lid, W 13.12.2012).
Diezelfde tekst komt thans voor in art. 269, 2°, WIB 92, ten gevolge van de vervanging van die bepaling door art. 84, PW 27.12.2012, die van toepassing is op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2013 (zie art. 96, tweede lid, PW 27.12.2012).
2. INKOMSTEN DIE WORDEN TOEGEKEND AAN VERKRIJGERS NATUURLIJKE PERSONEN
4. Overeenkomstig art. 21, 5°, WIB 92, zijn de belastingplichtigen die aan de PB en aan de BNI/nat.pers. onderworpen zijn, niet belastbaar op de eerste schijf van 1.250 EUR (te indexeren, namelijk 1.830 EUR voor de inkomsten van 2012) van de interesten van een gewone spaardeposito.
5. Het belastbaar gedeelte van de inkomsten van een gewone spaardeposito, namelijk het gedeelte boven de schijf van 1.250 EUR per jaar (1) en per belastingplichtige, is onderworpen aan een RV van 15%.
(1) Wat betreft de inhouding aan de bron van de RV, is de vrijstelling evenwel van toepassing per spaardeposito. De eventuele regularisatie, in geval van overschrijding van de vrijstelling, moet gebeuren via de jaarlijkse aangifte in de PB.
De opeenvolgende wijzigingen die werden aangebracht aan art. 269, WIB 92 (zie punt 1), hebben niets gewijzigd aan het regime dat van toepassing was op de bedoelde inkomsten die werden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 1.1.2012 (zie art. 269, eerste lid, 1°, WIB 92, zoals het bestond vóór de aanpassing ervan door de W 28.12.2011).
3. INKOMSTEN DIE WORDEN TOEGEKEND AAN VERKRIJGERS RECHTSPERSONEN
3.1. Toe te passen aanslagvoet van de RV
6. De vrijstelling van de eerste schijf van 1.250 EUR (te indexeren) van de inkomsten van een gewone spaardeposito zoals bedoeld in art. 21, 5°, WIB 92, is niet van toepassing op enerzijds, de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de Ven.B of de RPB (zie respectievelijk art. 199 en 221, 2°, WIB 92) en anderzijds, de belastingplichtigen zoals bedoeld in art. 227, 2° of 3°, WIB 92 (zie art. 235, 2° en 3°, WIB 92).
7. De aanslagvoet van de RV die van toepassing is op het geheel van de inkomsten van een gewone spaardeposito, dat aan dergelijke verkrijgers wordt toegekend of betaalbaar gesteld, bedraagt 15%.
Kortom de opeenvolgende wijzigingen die werden aangebracht aan art. 269, WIB 92 (zie punt 1), hebben niets gewijzigd aan het regime dat van toepassing was op de bedoelde inkomsten die werden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 1.1.2012 (zie art. 269, eerste lid, 1°, WIB 92, zoals het bestond vóór de aanpassing ervan door de W 28.12.2011).
3.2. Overgangsperiode
8. Voor de periode tussen 1.1.2012 en de datum van publicatie van de W 13.12.2012 (BS 20.12.2012, Ed. 4), was de tekst van art. 269, eerste lid, 1°bis en 5°, WIB 92, zoals ingevoegd door de W 28.12.2011 (zie nr. 2) zodanig opgesteld dat de inhouding van de RV op de interesten van een gewone spaardeposito, die waren toegekend aan een verkrijger zoals bedoeld in nr. 6, in principe als volgt moest gebeuren:
- op de eerste schijf van inkomsten van 1.250 EUR (te indexeren):
een RV van 21% (zie art. 269, eerste lid, 1°bis, WIB 92);
- op de inkomsten boven die eerste schijf van 1.250 EUR (te indexeren):
een RV van 15% (zie art. 269, eerste lid, 5°, WIB 92).
Bijgevolg zal op de eerste schijf van inkomsten van 1.250 EUR (te indexeren) in principe een aanslagvoet van de RV van 21% toegepast zijn, terwijl, ten gevolge van de W 13.12.2012, de aanslagvoet van de uiteindelijk verschuldigde RV niet meer bedraagt dan 15%.
Het verschil tussen de ingehouden RV van 21% en de uiteindelijk verschuldigde RV van 15% vormt een overschot van een voorheffing dat in de Schatkist werd gestort en waarvoor de verkrijger een teruggave kan vragen.
9. Ten name van de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de Ven.B en diegene waarvoor de bedoelde inkomsten overeenkomstig art. 233, WIB 92, onderworpen zijn aan de BNI/ven., vormt het bedrag van de RV op de inkomsten van gewone spaardeposito's een verrekenbaar en terugbetaalbaar bestanddeel (zie art. 279, WIB 92), zodat, in voorkomend geval, de situatie zal kunnen worden geregulariseerd via de aanslag die wordt gevestigd in de Ven.B of de BNI/ven., op basis van de jaarlijkse aangifte.
Die belastingplichtigen hebben niettemin de mogelijkheid om voorafgaandelijk de teruggave te vorderen van het teveel aan RV door middel van een bezwaarschrift (zie nr. 10, tweede lid) zolang er geen verrekening is gebeurd ten name van de verkrijger van de inkomsten.
10. Ten name van de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de RPB en de BNI/RPB, vormt de RV de definitieve belasting (zie de art. 225, eerste lid en 248, § 1, eerste lid, WIB 92).
Voor die belastingplichtigen, zal de teruggave van het teveel aan RV dat had kunnen worden ingehouden, zoals omschreven in nr. 8, kunnen worden bekomen door middel van een tijdig ingediend bezwaarschrift, d.w.z. binnen de 6 maanden na de kennisgeving van inning van de voormelde voorheffing (zie art. 366 e.v., WIB 92) en dit door hetzij de verkrijger van de inkomsten, hetzij de schuldenaar ervan (zie het nr. 366/3, Com.IB 92).
11. Bovendien wordt eraan herinnerd dat bij gebrek aan een kennisgeving van inning van de RV, de aanvraag tot terugbetaling van die voorheffing die ten onrechte in de Schatkist werd gestort, na 5 jaar verjaart, te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar waarin die voorheffing is gestort geweest (zie art. 368, WIB 92, en de nrs. 30 tot 33, circ. 26.6.2012, Ci.RH.861/617.113, AAFisc Nr. 23/2012).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit,
Roland ROSOUX
Auditeur-generaal van financiën dd.
