06.08.2007 - Omzendbrief D.I. 521.103 - D.D. 268.386

DOUANEPROCEDURES

COMMUNAUTAIR EN GEMEEN- SCHAPPELIJK DOUANEVERVOER – NCTS SANCTIE VOOR HET NIET INVULLEN VAN DE VAKKEN 18 EN 51 EN HET NIET AANBRENGEN VAN DE RODE STEMPEL BIJ TOEPASSING VAN DE NOODPROCEDURE

D.I. 521.103

D.D. 268.386

Brussel, 6 augustus 2007.

  1. Uit informatie ingewonnen bij andere douaneadministraties blijkt dat de wettelijke voorschriften voor het invullen van de vak- ken 18 en 51 en het aanbrengen van de rode stempel “noodproce- dure” in het algemeen niet voldoende worden gerespecteerd door de aangevers.
  1. De toe te passen bepalingen worden hieronder herhaald.

Invullen van het vak 18 (identiteit en nationaliteit van het transport- middel)

  1. De identiteit en de nationaliteit van het vervoermiddel bij vertrek is informatie die overeenkomstig de bepalingen van bij- lage 37 van de verordening (EEG) nr. 2454/93 van de commissie van 12 juli 1993, verplicht moeten worden ingevuld in het vak 18 van de doorvoeraangifte.

Bon O.S.D. nr. A/I 115/07


2

  1. Dit vak moet het inschrijvingsnummer van het voertuig gevolgd door de numerieke code van het land van inschrijving zoals opgenomen in de lijst 4 van de inleiding tot het douanegebruikstarief van de BLEU bevatten.

In geval van het gebruik van een trekker en een aanhang- wagen met een inschrijving verschillend aan die van de trekker, moet het inschrijvingsnummer van de aanhangwagen gevolgd door het in- schrijvingsnummer van de trekker en de nationaliteit van deze laatste worden ingevuld.

  1. Wetende dat de containerterminals een hoog verkeer van volume kennen, worden verwezen naar de omzendbrief nr. D.D. 264.156 “NCTS - Vrijstelling van het invullen van vak 18 van de doorvoeraangifte” (D.I. 521.103) van 7 december 2005.

Invullen van het vak 51 (kantoor van doorgang)

  1. Anderzijds, overeenkomstig de voorgenoemde bijlage 37, moet het vak 51 gebruikt worden wanneer een zending het grondge- bied van meerdere contractuele partijen (te verstaan het grondgebied van de Unie, de republiek IJsland, het koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Confederatie) moet gebruiken.
  1. De lijst met douanekantoren van doorgang en van bestem- ming is consulteerbaar op volgend internetadres :

http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds/nl waar u kan doorklikken op “De Douanekantoren van doorgang”.

  1. Rekening houdende met het voorgaande, in geval van het aanbieden van een zending bij vertrek in het kader van de normale procedure, moet de ambtenaar bevoegd voor de behandeling van de zending in het bijzonder aandacht schenken, in geval van verzending van goederen naar een andere contractuele partij onder dekking van een doorvoeraangifte, dat het vak 51 naar behoren is ingevuld. Bovendien, in geval van de vereenvoudigde procedure bij vertrek, zijn de aangevers gehouden de bepalingen van onderhavige omzend- brief strikt te respecteren.

3

Noodprocedure - aanbrengen van de rode stempel

  1. Overeenkomstig §§ 109 en 124 van de omzendbrief nr. D.D. 276.585 “Globale noodprocedure (PLDA en NCTS) (D.I. 530.11) van 1 mei 2007, moeten in geval van de toepassing van de noodprocedure de gebruikte documenten geïdentificeerd worden met behulp van de afdruk in rode inkt van een speciale stempel aan- gebracht in het vak A door de bevoegde ambtenaar of de aangever naargelang de normale procedure of de vereenvoudigde procedure van toepassing is. De afwezigheid van de afdruk in rode inkt leidt tot ontregelingen op het kantoor van doorgang en eventueel op het kan- toor van bestemming, hetgeen zeer betreurenswaardig is.
  1. De ontvangers zullen systematisch de bepalingen in § 9 controleren aan de hand van de exemplaren 5 die hun worden terug- gezonden.

11. Om tegemoet te komen aan de dringende vraag van de andere betrokken douaneautoriteiten zal het niet respecteren van de bepalingen in §§ 3 en 6 van de onderhavige omzendbrief vanaf heden systematisch bestraft worden volgens artikel 261 van de Algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 (Belgisch Staatsblad van 21 september 1977).

  1. Het regelmatig of systematisch niet respecteren van de verplichtingen in § 9 kan leiden tot de herziening of intrekking van de vergunning vereenvoudigde procedure bij vertrek op basis van artikel 9.2. van het Communautaire Douanewetboek (verordening (EEG) nr. 1913/92 van de Raad van 12 okto- ber 1992).

Voor de Administrateur Douane en Accijnzen : De Directeur, diensthoofd,

G. CAPIAU