Circulaire nr. Ci.RH.243/366.815 dd. 23.04.1986

CIRC 23.04.86/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/366.815 dd. 23.04.1986


Bull. nr. 651, pag. 1108

LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de aflossingen van leningen gewaarborgd door een
schuldsaldoverzekering

WONING
Middelgrote woning

WONING
Sociale woning


Hypothecaire lening gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering en aangegaan voor het verbouwen van een woning die werd gekocht of gebouwd door middel van een vroegere lening waarvoor reeds de vrijstelling is verleend.

1. Er is twijfel gerezen nopens de wijze waarop de art. 54, 3°, en 56, WIB, moeten worden toegepast, wanneer een door een schuldsaldoverzekering gewaarborgde hypothecaire lening wordt aangegaan voor het verbouwen van een woning, die vroeger werd gekocht of gebouwd door middel van een lening waarvoor de in voornoemde wetsbepalingen beoogde vrijstelling reeds werd verleend.

2. De in dergelijke gevallen geldende richtlijnen worden in bijlage uiteengezet; zij zullen eerlang in de Com.IB worden opgenomen.

BIJLAGE



i)Hypothecaire lening aangewend voor het verbouwen van een sociale (1) of middelgrote woning die door middel van een vroegere hypothecaire lening werd verworven.
54/82.8 Wanneer de verwerving, enerzijds, en de verbouwing, anderzijds, in feite zodanig met elkaar verweven zijn dat zij als één en dezelfde verrichting kunnen worden beschouwd (inzonderheid in het geval waarin de verwerving onmiddellijk door de verbouwing wordt gevolgd), dient rekening te worden gehouden met het geheel van deze verrichtingen om uit te maken of en in welke mate, krachtens art. 54, 3°, WIB, eventueel vrijstelling kan worden verleend.



(1)Om de uiteenzetting te vergemakkelijken omvat de in 54/82.8 tot 54/82.10 gebruikte uitdrukking "sociale woning" ook de begrippen met een sociale woning, kleine landeigendom en met een kleine landeigendom gelijkgestelde woning.
Daaruit volgt dat :

  • de classificatie van de woning (sociale, middelgrote of andere) moet gebeuren rekening houdend met de uitgevoerde of nog uit te voeren verbouwingen (1);
  • de in 54/73 beoogde grens van 400.000 F vanaf de verwerving moet worden toegepast rekening houdend met het totaal van de aangegane leningen, met inbegrip van die welke op de verbouwingen betrekking hebben;
  • de in art., 3°, WIB, beoogde vrijstelling voor alle leningen moet worden geweigerd; wanneer het onroerend goed, na de verbouwing, als een andere dan een sociale of middelgrote woning moet worden beschouwd.


54/82.9 Wanneer de verwerving en de verbouwing van de woning niet als één en dezelfde verrichting in de zin van 54/82.8, eerste lid, kunnen worden beschouwd, bestaat er nooit aanleiding toe om de vrijstelling opnieuw in vraag te stellen van de leningen die werden aangegaan voor het verwerven of het bouwen van een sociale of middelgrote woning en die, op het ogenblik waarop zij werden gesloten, aan de in art. 54, 3°, WIB gestelde vrijstellingsvoorwaarden beantwoordden; deze regel is van toepassing zelfs wanneer de classificatie van het onroerend goed na de verbouwing is gewijzigd. De voor deze verbouwing aangegane lening komt eveneens voor vrijstelling in aanmerking wanneer, na verbouwing, de voor die vrijstelling gestelde voorwaarden, en inzonderheid, die betreffende de maximum verkoopwaarde van de sociale of middelgrote woningen vervuld zijn (2).



(1)Om te beoordelen of de woning na verbouwing in de categorie van de sociale woningen moet worden gerangschikt, is de in aanmerking te nemen maximale verkoopwaarde (zie 54/72) die van de te bouwen woningen.
(2)Bij verbouwing is de eventueel in aanmerking te nemen verkoopwaarde (cf. 54/72) die van de te bouwen woningen.
54/82.10 De volgende twee eventualiteiten kunnen zich voordoen.

Eerste eventualiteit : na verbouwing behoudt de woning de classificatie die zij oorspronkelijk bezat.

1ste geval: Het gaat om een sociale woning

De aflossings- of herstellingsannuïteiten van de voor de verbouwing aangewende lening kunnen, samen met die van de eerste lening, in principe, volledig voor vrijstelling in aanmerking komen (wel te verstaan mits rekening te houden met de in art. 58, WIB, gestelde grens).

Voorbeeld :

Op 1.7.1977 werd voor het bouwen van een sociale woning een hypothecaire lening aangegaan die de vrijstellingsvoorwaarden vervult. De in 1984 betaalde aflossingsannuïteit van die lening bedraagt 15.000 F.

In 1983 werd, voor het verbouwen van dezelfde woning, een tweede lening aangegaan, waarvoor een vrijstellingsattest voor sociale woning werd uitgereikt. De aflossingsannuïteit van 1984 van de tweede lening bedraagt 5.000 F.

Een bedrag van 20.000 F (15.000 + 5.000) kan in 1984, in principe, worden vrijgesteld.

2de geval : Het gaat om een middelgrote woning.

De voor de verbouwing aangewende nieuwe lening kan in principe, voor vrijstelling in aanmerking komen, maar enkel in de mate dat, bij het aangaan van die nieuwe lening, het nog af te lossen saldo van de voor het bouwen of verwerven van het onroerend goed aangewende eerste lening, de grens van 400.000 F (1) niet bereikt (cfr. 54/73, tweede lid).



(1)Deze grens is slechts van toepassing voor leningen die gewaarborgd zijn door een vanaf 1.1.1963 gesloten schuldsaldoverzekering. Om het vrijstelbare bedrag van de nieuwe lening te bepalen, moet dus geen rekening worden gehouden met vóór die datum aangegane en gewaarborgde leningen, dit bedrag mag natuurlijk het werkelijk ontleende bedrag niet overtreffen.
Voorbeeld 1 :

Een op 1.7.1973 voor het bouwen van een middelgrote woning aangegane hypothecaire lening van 350.000 F is fiscaal vrijgesteld. De aflossingsannuïteiten van 1984 van die lening bedraagt 20.000 F. In 1983 werd voor het verbouwen van dezelfde woning een tweede lening aangegaan van 300.000 F en er werd een vrijstellingsattest voor middelgrote woning uitgereikt;

De aflossingsannuïteit van 1984 van de tweede lening bedraagt 13.000 F. Bij het aangaan van de tweede lening, is het nog af te lossen saldo van de eerste lening gelijk aan 150.000 F.

Voor het jaar 1984, in principe, vrijgestelde bedragen : 1ste lening (volledige en definitieve vrijstelling, daar het ontleende kapitaal kleiner is dan 400.000 F) : 20.000 F 250.000 (1) 2de lening : 13.000 x ------- = 10.833 F 300.000 ------ totaal : 30.833 F ====== Voorbeeld 2 :

Een hypothecaire lening van 800.000 F die op 1.7.1970 werd aangegaan voor het bouwen van een middelgrote woning, is fiscaal vrijgesteld ten belope van 400.000 F. De aflossingsannuïteit van 1984 van die lening bedraagt 50.000 F. In 1983, werd een tweede lening van 300.000 F aangegaan voor het verbouwen van dezelfde woning en er werd een vrijstellingsattest voor middelgrote woning uitgereikt. De aflossingsannuïteit van 1984 van deze tweede lening bedraagt 12.000 F. Bij het aangaan van de tweede lening, is het nog af te lossen saldo van de eerste lening gelijk aan 250.000 F.



(1)400.000 F - 150.000 F = 250.000 F.

In principe, kan voor 1984 worden vrijgesteld :
50.000 x 400.000 1ste lening : ---------------- = 25.000 F 800.000 12.000 x 150.000 (1) 2de lening : ---------------- = 6.000 F 300.000 ------ Totaal : 31.000 F ====== Tweede eventualiteit : De classificatie van de woning wordt ingevolge de verbouwing gewijzigd

1ste geval : Een sociale woning wordt middelgroot.

De voor de verbouwing aangewende nieuwe lening komt, in principe, voor vrijstelling in aanmerking, maar in de mate dat het nog af te lossen saldo van de eerste lening aangegaan voor het bouwen of verwerven van het onroerend goed, de grens van 400.000 F niet bereikt (cfr. 54/73, tweede lid) (2).

Voorbeeld 1

Op 1.7.1965 werd voor het bouwen van een sociale woning een hypothecaire lening van 350.000 F aangegaan, die fiscaal vrijgesteld is. De aflossingsannuïteit van 1984 van de lening bedraagt 20.000 F in 1983 werd voor het verbouwen van die woning een tweede lening van 500.000 F aangegaan. De aflossingsannuïteit van 1984 van de tweede lening bedraagt 18.000 F. Bij het aangaan van de tweede lening is het nog af te lossen saldo van de eerste lening gelijk aan 50.000 F door de verbouwing is de woning middelgroot geworden.



(1)400.000 F - 250.000 F = 150.000 F.
(2)Deze grens is slechts van toepassing voor de leningen die gewaarborgd zijn door een vanaf 1.1.1963 gesloten schuldsaldoverzekering. Om het vrijstelbare bedrag van de nieuwe lening te bepalen, moet dus geen rekening worden gehouden met de vóór die datum aangegane en gewaarborgde leningen; dit bedrag mag natuurlijk het werkelijk ontleende bedrag niet overtreffen.

In principe kan voor 1984 worden vrijgesteld :
1ste lening : volledige vrijstelling, vermits er inzake sociale woningen geen grens gesteld is : 20.000 F 18.000 x 350.000 (1) 2de lening : ---------------- = 12.600 F 500.000 -------- Totaal : 32.600 F ======== Voorbeeld 2 :

Op 1.7.1975 werd voor het bouwen van een sociale woning een hypothecaire lening van 600.000 F aangegaan, die fiscaal vrijgesteld is. De aflossingsannuïteit van 1984 van die lening bedraagt 40.000 F. In 1983 werd voor het verbouwen van die woning een tweede lening van 300.000 F aangegaan. De aflossingsannuïteit van 1984 van de tweede lening bedraagt 13.000 F. Bij het aangaan van de tweede lening is het nog af te lossen saldo van de eerste lening gelijk aan 405.000 F. Door de verbouwing is de woning middelgroot geworden.

In principe, kan voor 1984 worden vrijgesteld: 1ste lening: volledige vrijstelling, vermits er inzake sociale woningen geen grens is: 2de lening: kan niet worden vrijgesteld vermits het nog af te lossen saldo van de 1ste lening de grens van 400.000 F overschrijdt: nihil -------- Totaal : 40.000 F ======== 2de geval: Na de verbouwing wordt de middelgrote woning sociaal.

De eerste lening blijft vrijgesteld tot een aanvangsbedrag van 400.000 F.

De nieuwe lening kan, in principe volledig voor vrijstelling in aanmerking komen (inzake sociale woningen is er geen grens gesteld).



(1)400.000 F - 50.000 F = 350.000 F.
3de geval: Na de verbouwing kan de woning niet meer worden gerangschikt in de categorie van de sociale woningen, noch in die van de middelgrote woningen.

De voor de verbouwing aangewende lening kan in geen enkel geval worden vrijgesteld. De voor de eerste lening verleende vrijstelling wordt evenwel niet ingetrokken.