Circulaire 2017/C/54 betreffende het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand – bijdrage – geen vrijstelling voor de belastingadministratie - invordering

Circulaire 2017/C/54 betreffende het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand – bijdrage – geen vrijstelling voor de belastingadministratie - invordering

Oprichting van een Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand met het oog op de financiering van de vergoedingen van de advocaten belast met de juridische tweedelijnsbijstand alsmede de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand

Juridische tweedelijnsbijstand ; vergoedingen van de advocaten ; organisatiekosten van de bureaus voor juridische bijstand ; invordering van de bijdrage

FOD Financiën, 31.08.2017

Algemene administratie van de inning en invordering

I. Doel van de wet

II. Financiering van het Fonds

III. Bedrag van de bijdrage

IV. Inwerkingtreding

I. Doel van de wet

De wet van 19 maart 2017 (1) richt een Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand op met het oog op de financiering van de vergoedingen van de advocaten belast met de juridische tweedelijnsbijstand alsmede de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand.

__________

(1) Wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 2017.

II. Financiering van het Fonds

Het Fonds wordt gefinancierd met de bijdragen die worden geïnd in de hierna bedoelde zaken:

In burgerlijke zaken

Voor elke gedinginleidende akte is elke eisende partij ertoe gehouden een bijdrage te betalen. De betaling gebeurt op het ogenblik van de inschrijving op de rol (2).

__________

(2) Rollen voorzien in de artikelen 711 en 712 van het Gerechtelijk Wetboek.

Indien de bijdrage niet is betaald, wordt de zaak niet ingeschreven.

Vrijstellingen van betaling

De wet voorziet in een aantal uitzonderingen (3) op de algemene regel. Zo moet, bijvoorbeeld, de eisende partij de bijdrage niet betalen indien zij juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand geniet of indien zij een vordering inleidt met het oog op het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling.

__________

(3) Opgesomd in het artikel 4, § 2, 1ste lid van de wet.

Opmerking: de rechtspersoon van publiek recht (bv.: de belastingadministratie) die een rechtsvordering inleidt, is niet vrijgesteld; zij is dus gehouden tot de betaling van de bijdrage.

Vereffening van het bedrag

Het rechtscollege vereffent het bedrag van de bijdrage aan het Fonds in de eindbeslissing die in de kosten verwijst, tenzij de partij die in het ongelijk wordt gesteld geniet van juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand.

Invordering door de FOD Financiën

De administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën, belast met de inning en de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, gaat over tot de invordering van de bijdrage (4) in het geval waarin de tegenpartij het proces verliest en de eisende partij geniet van een vrijstelling van betaling.

__________

(4) Artikel 2, 1ste lid van het Koninklijk besluit van 26 april 2017 tot uitvoering van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand.

In strafzaken:

Wie veroordeeld wordt door een strafgerecht, moet een bijdrage betalen aan het Fonds, behalve indien hij geniet van de juridische tweedelijnsbijstand.

Het rechtscollege vereffent het bedrag van de bijdrage aan het Fonds in de eindbeslissing die in de kosten verwijst.

De bijdrage wordt ingevorderd door de FOD Financiën volgens de regels van toepassing op de invordering van de strafrechtelijke geldboeten.

III. Bedrag van de bijdrage

De bijdrage bedraagt 20 euro en is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de inwerkingtreding van de wet. Telkens als het indexcijfer met tien punten stijgt of daalt, wordt de bijdrage met tien procent vermeerderd of verminderd.

IV.Inwerkingtreding

De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de in deze wet bedoelde zaken die ingeleid zijn vanaf 1mei 2017.