Circulaire nr. Ci.RH.243/603.990 (AOIF Nr. 50/2010) d.d 08.07.2010

Personenbelasting

Beroepsverlies

Vorig beroepsverlies

Beroepsverlies van de echtgenoot

Voorwaarde van aftrekbaarheid van een beroepsverlies

Aanrekening van een beroepsverlies

Forfaitaire grondslag van aanslag

In de personenbelasting moeten nog overdraagbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken in mindering worden gebracht van de overeenkomstig artikel 342, § 3, WIB 92 forfaitair vastgestelde minimumwinsten of -baten.

Aan alle ambtenaren van de sector Directe belastingen.

Geregeld wordt de vraag gesteld of de nog overdraagbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken, voor de toepassing van de personenbelasting, in mindering kunnen gebracht worden van de overeenkomstig artikel 342, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) forfaitair vastgestelde minimumwinsten of -baten.

Gelet inzonderheid:

- op het feit dat geen enkele wettelijke bepaling dergelijke aanrekening expliciet uitsluit;

- op het bepaalde in artikel 78, WIB 92 ("Vorige beroepsverliezen worden achtereenvolgens van de beroepsinkomsten van elk volgend belastbare tijdperk afgetrokken),

zijn de centrale diensten van oordeel dat de nog overdraagbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken, waarvan het bestaan is bewezen, voor de toepassing van de personenbelasting van dat forfaitair vastgestelde minimumbedrag in mindering moeten worden gebracht.

Daarbij is het zonder belang of het gaat om beroepsverliezen van de belastingplichtige zelf dan wel om beroepsverliezen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende (toepassing van artikel 129, WIB 92).

Vorige beroepsverliezen die niet van het forfaitaire minimumbedrag in mindering zijn gebracht kunnen niet meer naar volgende belastbare tijdperken worden overgedragen en zijn, ten bedrage van maximum het bedrag van die forfaitaire minimumwinsten of -baten, onherroepelijk verloren. Slechts het saldo van de overgedragen verliezen dat overblijft na (al dan niet effectieve) aanrekening ervan op die minimumwinsten of -baten, kan naar een volgend aanslagjaar worden overgedragen.

Deze richtlijnen zijn onmiddellijk van toepassing en dit in elk stadium van de procedure.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

J. VANHOUTTE

Directeur