Circulaire 2021/ C/89 betreffende de verkoop van Uniegoederen aan boord van een vliegtuig of schip tijdens intra-Unie passagiersvervoer
Intra-Unie passagiersvervoer ; ferry ; cruiseschip ; verkoop aan boord ; D.I. 523.32 ; D.I. 524.22
FOD Financiën, 08.10.2021
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstabel
1. Wettelijke basis en administratieve bepalingen
4. Belasting op de verkoop van goederen tijdens intra-Unie passagiersvervoer
1. Wettelijke basis en administratieve bepalingen
Artikel 49 van de Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (hierna afgekort DWU);
Artikels 37 en 47 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (hierna afgekort DWU IA);
Circulaire 2017/C/41 betreffende bagage;
Nota betreffende de toepasselijke vrijstellingen op de bagage van reizigers op ferry's en cruiseschepen in België (OEO/EOS-DD 015.912);
Artikel 37 van de Richtlijn 2006/112/EG Van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde ;
Artikels 1, §11 en 14, §4 van de Wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna afgekort Btw-Wetboek);
Boekwerk Accijnsbewegingen (D.I. 720).
2. Definities
"EU-luchthaven": een luchthaven in het douanegebied van de Unie (artikel 1, 7 DWU DA);
"EU-haven": een zeehaven in het douanegebied van de Unie (artikel 1, 8 DWU DA);
"Intra-Unie passagiersvervoer": het gedeelte van het passagiersvervoer tussen twee of meer EU-havens of EU-luchthavens, zonder halte of tussenstop in een gebied of land buiten het douanegebied van de Unie. Wanneer slechts een gedeelte van het volledige traject van het vervoermiddel als intra-Unie passagiersvervoer wordt gekenmerkt, zijn de bepalingen van de circulaire uitsluitend van toepassing op dat gedeelte van het vervoer;
"Ferry": een schip dat passagiers vervoert tussen twee havens via een vast traject en op geregelde tijdstippen;
"Cruiseschip": een schip dat passagiers vervoert tussen verscheidene havens, zonder gebruik te maken van een vast traject of een rechtstreekse verbinding tussen het vertrekpunt en de aankomstplaats. Op de reisweg kan een cruiseschip havens aandoen als tussenstop waar de passagiers het schip (tijdelijk) kunnen verlaten of waar bijkomende passagiers het schip kunnen betreden;
"Uniegoederen": goederen behorende tot een van de volgende categorieën:
a) goederen die geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Unie zonder toevoeging van goederen die zijn ingevoerd uit landen of gebieden buiten het douanegebied van de Unie,
b) goederen die in het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht uit landen of gebieden buiten dat gebied en die in het vrije verkeer zijn gebracht,
c) goederen die in het douanegebied van de Unie zijn verkregen of vervaardigd, hetzij uitsluitend uit goederen als bedoeld onder b), hetzij uit goederen als bedoeld onder a) en b) (artikel 1, 23 DWU).
"Verkoop": de verkoop van goederen aan de passagiers aan boord van het schip of vliegtuig tijdens de intra-Unie reis, ongeacht of de goederen al dan niet worden verbruikt tijdens de reis;
"Bagage": alle goederen die op enigerlei wijze worden vervoerd in samenhang met een reis van een natuurlijke persoon (artikel 1, 5 DWU DA).
3. Toepassingsgebied
1. Deze circulaire behandelt de verkoop van de Uniegoederen aan boord van een schip of een vliegtuig tijdens intra-Unie passagiersvervoer, ongeacht of deze goederen aan boord worden verbruikt of op het einde van de reis worden meegenomen in de bagage van de reiziger. Betreffende het intra-Unie passagiersvervoer per schip wordt in het kader van deze circulaire een onderscheid gemaakt tussen een ferry en een cruiseschip.
2. Inzake de btw- en accijnsregelgeving zijn respectievelijk de geografische gebieden van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelstel van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna Btw-richtlijn genoemd) en van de Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (hierna Accijnsrichtlijn genoemd) van toepassing. Het geografische toepassingsgebied van respectievelijk de douane-, btw- en accijnswetgeving stemmen grotendeels met elkaar overeen. Voor de uitzonderingsgebieden die behoren tot het douanegebied van de Unie, maar niet tot het geografische toepassingsgebied van de Btw- en/of Accijnsrichtlijn zijn de in deze circulaire opgenomen bepalingen betreffende btw en/of accijns niet van toepassing. Teneinde de uniformiteit te bewaren, wordt in de circulaire overal de term 'Unie' gebruikt om een geografisch toepassingsgebied aan te duiden.
3. De bepalingen inzake de levering van boordprovisie (levensmiddelen bestemd voor verbruik aan boord van het schip of vliegtuig) maken geen deel uit van deze circulaire.
4. Belasting op de verkoop van goederen tijdens intra-Unie passagiersvervoer
4.1. Btw
Plaatsbepaling van de handeling
4. Bij de verkoop van goederen aan boord van een schip of vliegtuig tijdens intra-Unie passagiersvervoer, wordt de verkoop geacht plaats te vinden daar waar het traject van passagiersvervoer aanvangt (artikel 37 Btw-richtlijn, artikel 1, §11 en artikel 14, §4 Btw-Wetboek). Het traject van het passagiersvervoer wordt bepaald door het traject van het vervoermiddel (schip of vliegtuig) en niet door het traject dat door elk van de passagiers wordt afgelegd.
5. Wanneer het schip of het vliegtuig meerdere EU-havens of EU-luchthavens aandoet, wordt elke vertrekplaats beschouwd als de aanvang van een afzonderlijk passagiersvervoer indien het vanuit het standpunt van het vervoermiddel elke keer om een afzonderlijk traject gaat. Wanneer het passagiersvervoer vanuit het standpunt van het vervoermiddel als één traject moet beschouwd worden, is de hoofdregel van toepassing en vindt de levering plaats in de lidstaat van aanvang van het passagiersvervoer, ook al worden tijdens dat traject meerdere havens of luchthavens aangedaan.
6. De werkelijke plaats van verkoop is niet van belang. Het feit dat het schip of het vliegtuig tijdens het intra-Unie traject internationale wateren of internationaal luchtruim doorkruist, is niet relevant voor belastingdoeleinden.
Belgische btw
7. De Belgische btw is verschuldigd wanneer het passagiersvervoer in België aanvangt. Het Btw-Wetboek voorziet geen enkele vrijstelling van btw. Indien de verkoper in België niet voor btw is geïdentificeerd aan de hand van een Belgische btw-nummer, zal hij zich daartoe moeten identificeren.
Controle en toezicht
8. Het toezicht op de inning van de btw bij verkoop van goederen tijdens Intra-Unie passagiersvervoer behoort tot de bevoegdheid van de AAFisc.
4.2. Accijnzen
Plaatsbepaling van de handeling
9. Bij de verkopen aan boord van een vliegtuig of schip tijdens intra-Unie passagiersvervoer die krachtens de btw-wetgeving geacht worden plaats te vinden in België, volgt de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen het zelfde basisprincipe voor de plaatsbepaling van de handeling inzake accijnzen.
Belgische accijnzen
10. Belgische accijnzen zijn verschuldigd bij de verkoop van accijnsgoederen aan boord van een schip of vliegtuig tijdens intra-EU passagiersvervoer indien de reis aanvangt in een Belgische haven of luchthaven. De werkelijke plaats van verkoop is niet van belang. Het feit dat het schip of het vliegtuig tijdens het traject internationale wateren of internationaal luchtruim doorkruist, is niet relevant voor belastingdoeleinden.[1]
Controle en toezicht
11. De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen is verantwoordelijk voor de controle en toezicht op de inning van de verschuldigde accijnzen bij de verkoop van goederen tijdens intra-Unie passagiersvervoer.
5. Taxfree shop
12. Het uitbaten van een 'taxfree shop' (zoals omschreven in artikel 14 van de Accijnsrichtlijn) aan boord van een schip of vliegtuig tijdens intra-Uniepassagiersvervoer is niet toegelaten. Het feit dat het vervoermiddel tussen twee EU-havens of EU-luchthavens internationale wateren of internationaal luchtruim doorkruist, is niet van belang voor belastingdoeleinden en is dus geen reden om taks vrije verkopen te mogen organiseren. De verkoop van goederen met vrijstelling van btw en/of accijns is enkel toegelaten aan boord van passagiersvervoer met een bestemming buiten het douanegebied van de Unie, mits de verkoper aan de nationale vereisten voldoet voor het uitbaten van een 'taxfree shop'.
6. Douanemaatregelen
13. Wanneer slechts een gedeelte van het volledige traject van het vervoermiddel als een intra-Unie passagiersvervoer wordt aanzien (zie voorbeelden II en III in titel 7), worden de douanecontroles en -formaliteiten uitgevoerd overeenkomstig artikel 37 (transitvluchten) en artikel 47 (overbrengingen over zee) DWU IA. Voor douanedoeleinden is het volledige traject van het vervoermiddel van belang.
14. Wanneer het volledige traject van het vervoermiddel als intra-Unie passagiersvervoer wordt beschouwd (de gehele verplaatsing van het vervoermiddel gebeurt uitsluitend binnen de Unie - zie voorbeeld I in titel 7), moeten er geen douaneformaliteiten worden vervuld en is er normaliter geen douanetoezicht. Krachtens artikel 49, lid 1 DWU kunnen douanecontroles enkel worden verricht of kunnen douaneformaliteiten enkel worden voorzien ten aanzien van de handbagage en de ruimbagage van personen op vluchten of bij zeereizen binnen de Unie, indien de douanewetgeving daarin voorziet. Veiligheidscontroles en controles inzake verboden of beperkingen kunnen daarentegen wel worden uitgevoerd zonder dat de douanewetgeving daarin voorziet (artikel 49, lid 2 DWU).
15. De aan boord verkochte goederen die niet werden verbruikt gedurende de reis kunnen in de EU-haven of EU-luchthaven van bestemming in de persoonlijk bagage van de reizigers het douanegebied van de Unie worden binnengebracht. Voor deze goederen zijn de bepalingen van de Circulaire 2017/C/41 betreffende bagage van toepassing.
16. De nota OEO/EOS-DD 015.912 bespreekt een aantal praktijkgerichte scenario's betreffende de vrijstellingen op de bagage van reizigers op ferry's en cruiseschepen in België voor zowel verplaatsingen binnen als buiten de Unie.
7. Voorbeelden
I. Ferry tussen Cork (IE) en Roscoff (FR)
Het betreft passagiersvervoer tussen twee EU-havens zonder een tussenstop in een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie. De heen- en terugreis moeten worden beschouwd als aparte trajecten. Gedurende het traject van Roscoff naar Cork worden de verkopen aan boord geacht plaats te vinden in Frankrijk en is Franse btw verschuldigd. Gedurende het traject van Cork naar Roscoff worden de verkopen aan boord geacht plaats te vinden in Ierland en is Ierse btw verschuldigd.
II. Vervoer van passagiers per vliegtuig van New-York (US) naar Istanbul (TR), met tussenstops te Brussel-Zaventem (BE), Parijs (FR), Frankfurt (DE), Genève (CH), Rome (IT) en Athene (GR).
Het betreft passagiersvervoer waarbij twee afzonderlijke gedeelten van het volledige traject plaatsvinden tussen EU-luchthavens zonder een tussenstop in een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie.
Het gedeelte van het traject tussen Brussel en Frankfurt wordt beschouwd als één intra-Unie passagiersvervoer. De verkopen aan boord van het vliegtuig tijdens het vervoer Brussel-Parijs en Parijs-Frankfurt worden geacht plaats te vinden in België en zijn onderworpen aan Belgische btw en accijns. Voor de verkopen die krachtens de btw wetgeving worden geacht plaats te vinden in België, volgt de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen het zelfde principe voor de plaatsbepaling van de handeling inzake accijns.
Het gedeelte van het traject tussen Rome en Athene wordt eveneens beschouwd als een intra-Unie passagiersvervoer. De verkopen aan boord van het vliegtuig tijdens dit vervoer worden geacht plaats te vinden in Italië en zijn onderworpen aan Italiaanse btw.
III. Cruise vetrekkende vanuit de haven van Rotterdam (NL) via Le Havre (FR) naar Fort Lauderdale (US)
Het betreft passagiersvervoer waarbij enkel het eerste deel van het traject van het schip kan worden gekenmerkt als intra-Unie passagiersvervoer. Gedurende het traject van Rotterdam naar Le Havre worden de verkopen aan boord geacht plaats te vinden in Nederland en is Nederlandse btw verschuldigd.
IV. Vervoer van passagiers per vliegtuig van Brussels airport Zaventem naar Las Palmas de Gran Canaria (ES)
De Canarische Eilanden behoren tot het douanegebied van de Unie, maar niet tot het btw- en accijnsgebied. Dit traject wordt bijgevolg niet beschouwd als intra-Uniepassagiersvervoer zoals gedefinieerd in deze circulaire. De plaatsbepaling van de handeling zoals omschreven onder titel 4 is hier niet van toepassing.
8. Opheffingsbepalingen
De Omzendbrief D.I. 523.32/524.22 - D.D. 216.032 betreffende goederen bestemd voor onmiddellijk verbruik aan boord van veerboten en vliegtuigen tijdens een intracommunautaire reis, wordt opgeheven.
Voor de Administrateur-generaal van de douane en accijnzen.
De Adviseur-generaal,
Jo LEMAIRE
-----------------------------
Interne referte: D.I. 523.32/524.22 – OEO/DD 014.998
[1] Verdere richtlijnen inzake de toepassing van de accijnswetgeving worden toegelicht in het Boekwerk Accijnsbewegingen D.I. 720.
