Circulaire nr. Ci.RH.15/435.692 dd. 20.12.1991
CIRC 20.12.91/1
Circulaire nr. Ci.RH.15/435.692 dd. 20.12.1991
BEROEPSKOSTEN
Autokosten
CONTROLEMAATREGELEN
Autokosten
HERVORMINGSWET 1988
Beroepskosten
Controle op de aard van een voertuig
- Begrip "lichte vrachtwagen"
BEGRENZING VAN DE AUTOKOSTEN
1. Wanneer belastingplichtigen beroepsmatig een voertuig gebruiken dat de omschrijving "lichte vrachtauto" beantwoordt zoals die omschrijving voorkomt in de reglementering inzake de inschrijving van motorvoertuigen, is de begrenzing tot 75 % van het beroepsgedeelte van de autokosten niet van toepassing, zelfs indien het voertuig uitsluitend als personenauto zoals bedoeld in voormelde reglementering wordt aangewend (zie circ. Ci.D.19/402.192, 2de aflevering, nrs. II/227 en 228).
BEGRIP "LICHTE VRACHTAUTO"
2. De aard van het voertuig is op het inschrijvingsbewijs vermeld en wordt uitsluitend bepaald door een aantal technische criteria die geen uitstaans hebben met het eigenlijke gebruik dat van het voertuig wordt gemaakt.
3. Zo wordt onder de term "lichte vrachtauto" verstaan : "elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de maximale toegelaten massa 3.500 kg. niet overschrijdt".
Onder voorbehoud van de hierna in nr. 7 vermelde bijzondere voorwaarden, kan een voertuig slechts aan die omschrijving beantwoorden wanneer minstens de volgende voorwaarden voldaan zijn :
De lengte van het laadvlak moet worden gemeten vanaf het tussenschot (of vanaf het vervangende beschermingsmiddel) tot aan de achterste binnenwand van het voertuig op een hoogte van 20 cm boven de vloer.
4. Indien het voertuig oorspronkelijk niet aan voormelde criteria voldoet, kan het slechts als lichte vrachtauto worden aangemerkt indien - en vanaf het ogenblik waarop - het derwijze definitief omgevormd is dat het voortaan aan de hierboven uiteengezette voorwaarden voldoet; dit betekent dat de verankeringspunten achteraan definitief zijn verwijderd of geneutraliseerd (zie nr. 3, 2de lid, 3°).
5. Het feit dat het voertuig in de laadruimte uitgerust is met zijruiten, vormt overigens op zich geen beletsel om het als lichte vrachtauto te kunnen aanmerken.
6. Behalve in het bijzondere geval van voertuigen met dubbele cabine (zie nr. 7 hierna), is het aanmerken van een voertuig als lichte vrachtauto inzonderheid afhankelijk van de voorwaarden dat het voertuig is uitgerust met ten hoogste één rij zetels vooraan of één zitbank. De aanwezigheid van één of meer bijkomende zetels of van één of meer bijkomende zitbanken, zelfs wanneer ze geplaatst zijn tegen de al dan niet van ruiten voorziene zijwanden van het voertuig, vormt dus een beletsel om het voertuig als lichte vrachtauto aan te merken, zelfs wanneer die bijkomende zetels of zitbanken slechts dienen voor het vervoer van werklui en opklapbaar zijn.
7. In afwijking van de regel dat het voertuig met slechts één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan mag zijn uitgerust, wordt aanvaard, voor zover wel te verstaan in de verschillende voorwaarden sub nr. 3, 2de lid, hierboven (met uitzondering van die vermeld in nr. 3, 2de lid, 1° en 4°) is voldaan, dat de voertuigen met zogenaamde "dubbele cabine" als lichte vrachtauto kunnen worden aangemerkt wanneer ze aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen :
In geen enkele onderstelling kan de hoedanigheid van "voertuigen met dubbele cabine" worden toegekend aan personenauto's en auto's voor dubbel gebruik; die hoedanigheid is slechts voorbehouden voor bepaalde voertuigen waarvan het gewicht in de buurt komt van het maximum van 3.500 kg. en waarvan de structuur die van vrachtauto's benadert.
CONTROLEMAATREGELEN
8. Dit alles sluit niet uit dat de eigenaar, na een eerste schouwing, aan het voertuig bepaalde veranderingen heeft laten aanbrengen, waardoor het niet meer aan de notie "lichte vrachtauto" beantwoordt.
9. De eigenaar moet die veranderingen in principe aan het Bestuur van Vervoer van het Ministerie van Verkeerswezen melden.
Eventueel kan de wijziging ook door de automobielinspectie worden vastgesteld.
In beide gevallen wijzigt het Bestuur van het Vervoer de inschrijving "lichte vrachtauto" in "personenauto", "auto voor dubbel gebruik" of "minibus".
10. Dergelijke wijziging kan, met het oog op een correcte berekening van de aftrekbare autokosten, worden vastgesteld in het bestand "VB", waarin de categorie van de wagen is opgenomen.
11. Indien er ernstige vermoedens bestaan dat de eigenaar aan zijn voertuig wijzigingen heeft aangebracht waardoor het van categorie verandert, kan eveneens een onderzoek worden gevraagd aan de daartoe bevoegde controle-organen (waartoe onze eigen opsporingsdienst behoort).
12. Het spreekt tenslotte vanzelf dat tijdens de verificatie van de facturen met betrekking tot de autokosten de nodige aandacht moet worden besteed aan facturen waarop herstellingen of wijzigingen aan het voertuig zijn vermeld. Aan de hand van die facturen kan dan, in het licht van wat voorafgaat, worden onderzocht in welke categorie het voertuig moet worden ingedeeld en wat daarvan de gevolgen zijn op het stuk van een eventuele beperking van de aftrekbare beroepskosten.
Circulaire nr. Ci.RH.15/435.692 dd. 20.12.1991
BEROEPSKOSTEN
Autokosten
CONTROLEMAATREGELEN
Autokosten
HERVORMINGSWET 1988
Beroepskosten
Controle op de aard van een voertuig
- Begrip "lichte vrachtwagen"
BEGRENZING VAN DE AUTOKOSTEN
1. Wanneer belastingplichtigen beroepsmatig een voertuig gebruiken dat de omschrijving "lichte vrachtauto" beantwoordt zoals die omschrijving voorkomt in de reglementering inzake de inschrijving van motorvoertuigen, is de begrenzing tot 75 % van het beroepsgedeelte van de autokosten niet van toepassing, zelfs indien het voertuig uitsluitend als personenauto zoals bedoeld in voormelde reglementering wordt aangewend (zie circ. Ci.D.19/402.192, 2de aflevering, nrs. II/227 en 228).
BEGRIP "LICHTE VRACHTAUTO"
2. De aard van het voertuig is op het inschrijvingsbewijs vermeld en wordt uitsluitend bepaald door een aantal technische criteria die geen uitstaans hebben met het eigenlijke gebruik dat van het voertuig wordt gemaakt.
3. Zo wordt onder de term "lichte vrachtauto" verstaan : "elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de maximale toegelaten massa 3.500 kg. niet overschrijdt".
Onder voorbehoud van de hierna in nr. 7 vermelde bijzondere voorwaarden, kan een voertuig slechts aan die omschrijving beantwoorden wanneer minstens de volgende voorwaarden voldaan zijn :
| 1° | het voertuig is uitgerust met ten hoogste één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan; |
| 2° | het voertuig heeft een niet wegneembare vlakke laadvloer voor goederen, één geheel vormend met het voertuig door middel van laswerk, klinknagels, bouten met afbrekende kop of een ander procédé met gelijkwaardig resultaat en met een lengte die in principe niet kleiner mag zijn dan de helft van de wielbasis; |
| 3° | de mogelijkheid tot het plaatsen van zetels en veiligheidsgordels in de laadruimte is onbestaande, hetgeen inhoudt dat op het laadvlak geen verankerings-, aanhechtings- of bevestigingspunten voor zetels, zitbanken en veiligheidsgordels aanwezig zijn; |
| 4° | wanneer het koetswerk is afgeleid van een model dat zal worden goedgekeurd in de categorie van de personenauto's of auto's voor dubbel gebruik, dient een stevig en niet wegneembaar tussenschot (gebeurlijk in de vorm van een stevig traliewerk) de rij zetels vooraan of de zitbank vooraan volledig af te scheiden van de ruimte bestemd voor de goederen en zulks tot een hoogte van ten minste 20 cm; in de andere gevallen dient de bescherming van de inzittenden van het voertuig tegen het in beweging komen van de lading door afdoende middelen verzekerd te zijn. |
4. Indien het voertuig oorspronkelijk niet aan voormelde criteria voldoet, kan het slechts als lichte vrachtauto worden aangemerkt indien - en vanaf het ogenblik waarop - het derwijze definitief omgevormd is dat het voortaan aan de hierboven uiteengezette voorwaarden voldoet; dit betekent dat de verankeringspunten achteraan definitief zijn verwijderd of geneutraliseerd (zie nr. 3, 2de lid, 3°).
5. Het feit dat het voertuig in de laadruimte uitgerust is met zijruiten, vormt overigens op zich geen beletsel om het als lichte vrachtauto te kunnen aanmerken.
6. Behalve in het bijzondere geval van voertuigen met dubbele cabine (zie nr. 7 hierna), is het aanmerken van een voertuig als lichte vrachtauto inzonderheid afhankelijk van de voorwaarden dat het voertuig is uitgerust met ten hoogste één rij zetels vooraan of één zitbank. De aanwezigheid van één of meer bijkomende zetels of van één of meer bijkomende zitbanken, zelfs wanneer ze geplaatst zijn tegen de al dan niet van ruiten voorziene zijwanden van het voertuig, vormt dus een beletsel om het voertuig als lichte vrachtauto aan te merken, zelfs wanneer die bijkomende zetels of zitbanken slechts dienen voor het vervoer van werklui en opklapbaar zijn.
7. In afwijking van de regel dat het voertuig met slechts één rij zetels vooraan of één zitbank vooraan mag zijn uitgerust, wordt aanvaard, voor zover wel te verstaan in de verschillende voorwaarden sub nr. 3, 2de lid, hierboven (met uitzondering van die vermeld in nr. 3, 2de lid, 1° en 4°) is voldaan, dat de voertuigen met zogenaamde "dubbele cabine" als lichte vrachtauto kunnen worden aangemerkt wanneer ze aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen :
| 1° | de bestuurdersruimte bestaat van bij de bouw of assemblage in een stevige en afgesloten constructie, volledig onafhankelijk van de ruimte voor de goederen; |
| 2° | deze constructie mag uitgerust zijn met slechts twee rijen zetels of met twee zitbanken, geplaatst in de rijrichting. |
CONTROLEMAATREGELEN
8. Dit alles sluit niet uit dat de eigenaar, na een eerste schouwing, aan het voertuig bepaalde veranderingen heeft laten aanbrengen, waardoor het niet meer aan de notie "lichte vrachtauto" beantwoordt.
9. De eigenaar moet die veranderingen in principe aan het Bestuur van Vervoer van het Ministerie van Verkeerswezen melden.
Eventueel kan de wijziging ook door de automobielinspectie worden vastgesteld.
In beide gevallen wijzigt het Bestuur van het Vervoer de inschrijving "lichte vrachtauto" in "personenauto", "auto voor dubbel gebruik" of "minibus".
10. Dergelijke wijziging kan, met het oog op een correcte berekening van de aftrekbare autokosten, worden vastgesteld in het bestand "VB", waarin de categorie van de wagen is opgenomen.
11. Indien er ernstige vermoedens bestaan dat de eigenaar aan zijn voertuig wijzigingen heeft aangebracht waardoor het van categorie verandert, kan eveneens een onderzoek worden gevraagd aan de daartoe bevoegde controle-organen (waartoe onze eigen opsporingsdienst behoort).
12. Het spreekt tenslotte vanzelf dat tijdens de verificatie van de facturen met betrekking tot de autokosten de nodige aandacht moet worden besteed aan facturen waarop herstellingen of wijzigingen aan het voertuig zijn vermeld. Aan de hand van die facturen kan dan, in het licht van wat voorafgaat, worden onderzocht in welke categorie het voertuig moet worden ingedeeld en wat daarvan de gevolgen zijn op het stuk van een eventuele beperking van de aftrekbare beroepskosten.
Voor de Directeur-generaal :
De Adviseur,
C. SIX
Bron: FisconetPlus
