Circulaire 2019/C/104 betreffende de bunkering van zeeschepen (Zeevaartbunkerprocedure 2019)

vergunning; bunkergeleidedocument; procedure bij bunkering

FOD Financiën, 03.10.2019
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

1. Wettelijke bepalingen

2. Definities

3. Zeevaartbunkerprocedure 2019

3.1 Vergunning erkend bunkeraar

3.2 Aanvraag van een vergunning erkend bunkeraar

3.3 Verlenen van de vergunning erkend bunkeraar

3.4 Aangifte ten uitvoer of wederuitvoer

3.5 Bunkergeleidedocument

3.6 Procedure bij bunkering en gebruik bunkerreceipt

3.7 Overlading

3.8 Bestemmingswijziging / afzien van bunkering

3.9 Douanetoezicht

3.10 Aantonen uitgaan en aanzuivering van de zeevaartbunkerprocedure 2019

4. Intrekking van de vergunning erkend bunkeraar

5. Samenwerking en informatie-uitwisseling

6. Geschillen die rijzen bij toepassing van onderhavige circulaire

7. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

8. Opheffingsbepaling

Bijlage I - Bunkergeleidedocument

Bijlage II – Gegevens bunkerreceipt

1. Wettelijke bepalingen

1. Overeenkomstig artikel 269, lid 2 c) en lid 3 van de Verordening (EU) 925/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 zijn de formaliteiten in verband met de aangifte ten uitvoer van toepassing wanneer uniegoederen vrij van belasting worden geleverd als scheepsproviand, ongeacht de bestemming van het zeeschip en

2. gelet op artikel 31 van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG, dat de lidstaten toestaat om een vereenvoudigde procedure vast te stellen voor veelvuldige en regelmatige overbrengingen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling die op de grondgebieden van die lidstaten plaatsvinden en

3. gelet op de artikelen 158 t/m 196 en 263 t/m 270 van de Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, alsmede de artikelen 145 t/m 150 en 244 t/m 248 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie en de artikelen 221, 222, 226 t/m 247, 327 t/m 336 en 340 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie; de artikelen39, §1 en 42, §1, 4° van het BTW-wetboek en

4. omdat de bevoorrading van zeeschepen met minerale oliën en smeermiddelen, het zogenaamde bunkeren een internationaal gebeuren tussen België en Nederland betreft, werden daartoe afspraken tussen de douanediensten van die lidstaten gemaakt en werd een administratieve overeenkomst afgesloten tussen de algemene Administratie van douane en accijnzen en de Belastingsdienst/Douane Landelijk Kantoor van Nederland.

5. Deze administratieve overeenkomst voorziet in een vereenvoudigde procedure bij veelvuldige en regelmatige grensoverschrijdende uitvoer, wederuitvoer en uitgaan van minerale oliën en smeermiddelen die door erkend bunkeraars in België of Nederland worden geleverd als bunkers aan zeegaande vaartuigen.

6. De vereenvoudigde procedure wordt aangeduid als “zeevaartbunkerprocedure 2019”.

7. Deze circulaire bevat, met name, de douaneformaliteiten van toepassing voor de Belgische bunkerhandelaren die vanuit Belgische en/of Nederlandse depots zeeschepen met brandstoffen en/of smeermiddelen bevoorraden die in een Belgische of Nederlandse haven zijn aangemeerd .

2. Definities

Voor de toepassing van de overeenkomst en deze circulaire wordt verstaan onder:

a. “Bevoegde autoriteit”: het organisatieonderdeel van de Belgische Algemene Administratie van de douane en accijnzen dan wel Belastingdienst/Douane Nederland dat beslissingsbevoegd is voor de vergunning erkend bunkeraar.

b. “Controlerende autoriteit”: de ambtenaren van de Belgische Administratie van de douane en accijnzen dan wel de ambtenaren van de Belastingdienst/Douane Nederland die zijn belast met controles op de zeevaartbunkerprocedure 2019.

c. “Energiebelastingrichtlijn”: Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003, tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit.

d. “Accijnsrichtlijn”: Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG.

e. “UCC”: de Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.

f. “DA”: de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie.

g. “IA”: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.

h. “Minerale oliën en smeermiddelen”: de vloeibare of gasvormige energieproducten bedoeld bij artikel 2 van de Energiebelastingrichtlijn. Nationaal bepaald als: de vloeibare of gasvormige energieproducten bedoeld bij artikel 415, § 1 van de programmawet van 27 december 2004. De in dit artikel genoemde energieproducten in vaste vorm, zoals kolen, vallen niet binnen de definitie van minerale oliën en smeermiddelen en vallen derhalve buiten de werking van de Zeevaartbunkerprocedure 2019.

i. “Accijnsgoederen”: de minerale oliën en smeermiddelen als bedoeld in artikel 20, lid 1, van de Energiebelastingrichtlijn en de energieproducten die volgens de procedure van de artikelen 20, lid 2 en 27, lid 2 van deze richtlijn onder de bepalingen inzake controles en verkeer van de Accijnsrichtlijn zijn gebracht, voor zover zij de douanestatus van Uniegoederen hebben.

Nationaal bepaald als: de minerale oliën als bedoeld in artikel 418, § 1 van de programmawet van 27 december 2004 en de energieproducten die volgens de procedure van artikel 418, § 2 van de programmawet van 27 december 2004 onder de bepalingen inzake controles en verkeer van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen zijn gebracht en smeermiddelen voor zover zij de douanestatus van Uniegoederen hebben.

j. “Veelvuldig en regelmatig”: per kalendermaand gemiddeld vier grensoverschrijdende overbrengingen met het oog op bunkering.

k. “Erkend bunkeraar”: de houder van een vergunning erkend bunkeraar.

l. “Vergunning erkend bunkeraar”: de door de bevoegde autoriteit in België of Nederland aan een bunkeraar verleende toestemming om bij uitvoer, wederuitvoer en uitgaan van minerale oliën en smeermiddelen gebruik te maken van de in het kader van de “zeevaartbunkerprocedure 2019” vastgestelde vereenvoudigde procedures.

m. “Bunkeraar”: een persoon die zich bedrijfsmatig bezighoudt met het bevoorraden van zeegaande vaartuigen met minerale oliën en smeermiddelen.

n. “Zeegaand vaartuig”: vaartuig voor de vaart op volle zee, met uitzondering van pleziervaartuigen.

o. “Pleziervaartuig”: vaartuig als bedoeld in artikel 14, lid 1, onder c van de Energiebelastingrichtlijn. Nationaal bepaald als: vaartuig als bedoeld in artikel 429, §1, g) van de programmawet van 27 december 2004.

p. “Bunkeren”: het leveren van minerale oliën en smeermiddelen in de brandstoftanks of inde tanks voor smeermiddelen van een zeegaand vaartuig.

q. “Uniebunkers”: minerale oliën en smeermiddelen met de douanestatus van Uniegoederen als bedoeld in artikel 5 punt 23 UCC.

r. “Niet-Uniebunkers”: minerale oliën en smeermiddelen met de douanestatus van niet-Uniegoederen als bedoeld in artikel 5 punt 24 UCC.

s. “Tanklichter”: een vaartuig dat geschikt is voor het vervoer van minerale oliën en smeermiddelen in bulk en voor het leveren daarvan in de brandstoftanks of in de tanks voor smeermiddelen van zeegaande vaartuigen.

t. “Tankauto”: een voertuig dat geschikt is voor het vervoer over de weg van minerale oliën en smeermiddelen in bulk en voor het leveren daarvan in de brandstoftanks of in de tanks voor smeermiddelen van zeegaande vaartuigen.

u. “Bunkergeleidedocument”: het document als bedoeld in bijlage I.

v. “Bunkerreceipt”: het bewijs van levering van minerale oliën en smeermiddelen aan boord van een zeegaand vaartuig.

w. “Vergunning particulier douane-entrepot”: de vergunning als bedoeld in artikel 211, lid 1 onder b, UCC en artikel 203, onder c, DA.

x. “Varend douane-entrepot”: tanklichter waarvoor aan de erkend bunkeraar een vergunning particulier douane-entrepot is verleend. Uitsluitend van toepassing voor de gebruikers van de zeevaartbunkerprocedure 2019.

Voor wat betreft de voor bunkering van zeeschepen toe te passen procedures dient een speciale vergunning erkend bunkeraar aan bunkerhandelaars te worden verleend.

3. Zeevaartbunkerprocedure 2019

Onder de zeevaartbunkerprocedure kan:

A. Een in België gevestigde erkend bunkeraar:

i. in België Uniebunkers betrekken en deze in Nederland of, via het grondgebied van Nederland, in België bunkeren;

ii. in Nederland Uniebunkers niet onderworpen aan accijnzen betrekken en deze in Nederland of België bunkeren;

iii. vanuit zijn particulier douane-entrepot in België niet-Uniebunkers in Nederland bunkeren;

iv. als hij beschikt over een varend douane-entrepot, daarin in Nederland niet-Uniebunkers plaatsen en deze vervolgens in Nederland of België bunkeren.

B. Een in Nederland gevestigde erkend bunkeraar:

i. in Nederland Uniebunkers betrekken en deze in België of, via het grondgebied van België, in Nederland bunkeren;

ii. in België Uniebunkers niet onderworpen aan accijnzen betrekken en deze in België of Nederland bunkeren;

iii. vanuit zijn particulier douane-entrepot in Nederland niet-Uniebunkers in België bunkeren;

iv. als hij beschikt over een varend douane-entrepot, daarin in België niet-Uniebunkers plaatsen en deze vervolgens in België of Nederland bunkeren.

Voor grensoverschrijdend gebruik van de vergunning particulier douane-entrepot is de raadplegingsprocedure ( artikel 260 IA ) niet vereist.

8. Voor accijnsgoederen onder schorsing van accijns is de zeevaartbunkerprocedure 2019 alleen van toepassing als ze vanuit een belastingentrepot op het grondgebied van België of vanuit een accijnsgoederenplaats op het grondgebied van Nederland worden gebunkerd.

De procedure voor overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk IV van de Accijnsrichtlijn is niet van toepassing.

9. Een in België gevestigde bunkeraar kan onder zijn door de Belgische autoriteit verleende vergunning erkend bunkeraar géén accijnsgoederen betrekken in Nederland.

Als een in België gevestigde bunkeraar in Nederland accijnsgoederen wil betrekken om deze onder de zeevaartbunkerprocedure 2019 in Nederland of België te bunkeren, moet hij zich in Nederland vestigen (inschrijven als zelfstandige rechtspersoon) en bij de Nederlandse autoriteit een vergunning erkend bunkeraar en een accijnsvergunning ( een vergunning fictief AGP bunkerhandelaar) aanvragen. De laatste vergunning is nodig omdat in het bilateraal akkoord is bepaald dat accijnsgoederen onder schorsing van accijns alleen vanuit een belastingentrepot (in België) of vanuit een accijnsgoederenplaats (in Nederland) mogen worden gebunkerd.

Voor de fictief accijnsgoederenplaats bunkerhandelaar als bedoeld in de Nederlandse Wet op de accijns wordt onder “in Nederland gevestigd” verstaan een buitenlandse rechtspersoon die in Nederland een vaste inrichting heeft. Een “vaste inrichting” is een met zekere duurzaamheid geëxploiteerde bedrijfsinrichting van een onderneming wiens zetel van de bedrijfsuitoefening in het buitenland is gevestigd, vanuit welke inrichting leveringen van goederen en/of diensten jegens derden plegen te worden verricht. Er moet dus sprake zijn van een duurzame exploitatie van een bedrijfsinrichting (personeel en technische middelen), die handelt als een onderneming (niet alleen ondersteunende activiteiten).

Onder de Nederlandse vergunning erkend bunkeraar en de vergunning fictief AGP bunkerhandelaar kan de Nederlandse vestiging, als een in Nederland gevestigde erkend bunkeraar in Nederland accijnsgoederen met gebruik van zijn vergunning fictief AGP bunkerhandelaar betrekken en in Nederland of België bunkeren.

Beide entiteiten moeten een administratie voeren en in het land van vestiging de douane- en accijnsprocedure voltooien.

10. Het wordt aanbevolen om de Nederlandse vergunning erkend bunkeraar uitsluitend te gebruiken voor de accijnsgoederen die in Nederland worden betrokken. Alle andere minerale oliën en smeermiddelen, inclusief niet-Uniebunkers in een varend douane-entrepot, kunnen immers onder Belgische vergunningen erkend bunkeraar en varend douane-entrepot in Nederland worden betrokken en in Nederland en België worden gebunkerd. De (hoofd)vestiging in België kan de administratie voeren van alle minerale oliën en smeermiddelen, met uitzondering van de in Nederland betrokken accijnsgoederen. De administratie van de Nederlandse (neven)vestiging blijft dan beperkt tot de in Nederland betrokken accijnsgoederen.

11. In beginsel is het verboden om in een tanklichter minerale oliën en smeermiddelen van verschillende erkend bunkeraars te vervoeren. Een uitzondering geldt voor een erkend bunkeraar met vergunningen in België én Nederland. Bij gezamenlijk gebruik kan het gebeuren dat in de tanklichter zich accijnsgoederen met dezelfde GN-code bevinden waarvan een deel van de Belgische entiteit is en een deel van de Nederlandse entiteit is. De bunkering wordt dan aangetekend overeenkomstig de hierna in cijfer 40 vastgestelde methode van first in first out.

12. Minerale oliën en smeermiddelen moeten worden geleverd in bulk; minerale oliën en smeermiddelen die uitsluitend kunnen dienen als smeermiddel of additieven mogen verpakt zijn.

13. Minerale oliën en smeermiddelen, met uitzondering van accijnsgoederen, moeten worden gebunkerd met een tanklichter of met een tankauto. Accijnsgoederen, met uitzondering van additieven, moeten worden gebunkerd met een tanklichter.

14. Het is niet toegestaan om met gebruikmaking van de zeevaartbunkerprocedure 2019 minerale oliën en smeermiddelen over te brengen over andere grondgebieden dan die van België en Nederland.

15. De zeevaartbunkerprocedure 2019 is niet van toepassing op accijnsgoederen die zijn uitgeslagen tot verbruik.

16. Overdracht van minerale oliën en smeermiddelen aan een andere erkend bunkeraar is onder de zeevaartbunkerprocedure 2019 niet toegestaan.

3.1 Vergunning erkend bunkeraar

17. Voor het gebruik van de zeevaartbunkerprocedure 2019 moet de bunkeraar beschikken over een vergunning erkend bunkeraar.

18. Een vergunning erkend bunkeraar wordt slechts verleend:

- indien de bunkeraar veelvuldig en regelmatig grensoverschrijdend bunkert. Dit houdt in dat hij per kalendermaand gemiddeld vier grensoverschrijdende overbrengingen met het oog op bunkering in de zin van de zeevaartbunkerprocedure 2019 moet verrichten (zie ook de definitie van ‘veelvuldig en regelmatig in titel 2, letter j);

- indien de bunkeraar beschikt over een administratieve organisatie die de juiste, tijdige en volledige vastlegging waarborgt van de bedrijfshandelingen die betrekking hebben op de zeevaartbunkerprocedure 2019;

- voor accijnsgoederen (zie de definitie in titel 2, letter i) als de bunkeraar in het bezit is van een vergunning accijnsgoederenplaats met een vaste locatie (als bedoeld in artikel 39 juncto artikel 40 lid 1 of 42a lid 1 onderdeel c van de Wet op de accijns) of een vergunning erkend entrepothouder (als bedoeld in artikel 18 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen;

- voor niet-Uniebunkers (zie de definitie in titel 2, letter r) als de bunkeraar beschikt over een vergunning particulier douane-entrepot.

- voor Uniebunkers ( zie de definitie in titel 2, letter q), niet zijnde accijnsgoederen.

3.2 Aanvraag van een vergunning erkend bunkeraar

19. De vergunning erkend bunkeraar moet worden aangevraagd bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de bunkeraar is gevestigd.

Voor België moet deze worden aangevraagd bij het team Vergunningen van de Administratie Operaties van AAD bevoegd over de plaats waar de exploitatiezetel van de bunkerfirma is gevestigd met het door deze dienst verstrekte aanvraagformulier.

Indien de bunkeraar in Nederland is gevestigd dient de aanvraag te gebeuren met het aanvraagformulier op www.douane.nl

20. De bevoegde autoriteit kan bepalen dat de vergunning erkend bunkeraar elektronisch moet worden aangevraagd en kan deze vergunning elektronisch verlenen.

21. De aanvraag voor de vergunning erkend bunkeraar geschiedt overeenkomstig de geldende voorschriften en bevat de volgende gegevens:

a. de naam en het vestigingsadres van de bunkeraar;

b. indien van toepassing:

- het vergunningnummer van de vergunning erkend entrepothouder dan wel van de vergunning accijnsgoederenplaats en de instantie die de vergunning heeft afgegeven;

- adres van het belastingentrepot dan wel de accijnsgoederenplaats van waaruit de overbrengingen met het oog op bunkering zullen aanvangen;

- het vergunningnummer van de vergunning belastingentrepot en de instantie die de vergunning heeft afgegeven dan wel het nummer van de locatie van de accijnsgoederenplaats (NLW);

- het vergunningnummer van de vergunning particulier douane-entrepot en de instantie die de vergunning heeft afgegeven;

c. de omschrijving en de GN-code(s) van de te bunkeren minerale oliën en smeermiddelen;

d. het aantal verwachte grensoverschrijdende overbrengingen met het oog op bunkering per kalendermaand; (zie titel 2, j)

e. naam en adres van de locatie waar de administratie van het belastingentrepot dan wel van de accijnsgoederenplaats of het douane-entrepot wordt gevoerd;

f. een beschrijving van de administratieve organisatie en maatregelen van interne beheersing van de bedrijfshandelingen die betrekking hebben op de zeevaartbunkerprocedure 2019;

g. indien van toepassing, een verzoek om elektronische bunkergeleide-documenten en/of bunkerreceipts te mogen gebruiken.

3.3 Verlenen van de vergunning erkend bunkeraar

22. Als aan alle voorwaarden terzake is voldaan leveren de bevoegde autoriteiten de vergunning erkend bunkeraar af . Voor België zal de vergunning worden afgeleverd door de het team Vergunningen van de Administratie Operaties van AAD bevoegd over de plaats waar de exploitatiezetel van de bunkerfirma is gevestigd.

23. De bevoegde autoriteit is te allen tijde bevoegd om de voorwaarden voor het gebruik van de vergunning erkend bunkeraar te wijzigen.

24. De erkend bunkeraar is verplicht om de bevoegde autoriteit te informeren over elke (voorgenomen) wijziging die gevolgen kan hebben voor de toepassing van de zeevaartbunkerprocedure 2019.

3.4 Aangifte ten uitvoer of wederuitvoer

25. De erkend bunkeraar doet voorafgaand aan de bunkering van de minerale oliën en smeermiddelen een aangifte ten uitvoer of een aangifte tot wederuitvoer in de lidstaat waar de vergunning erkend bunkeraar is verleend.

26. Een aangifte ten uitvoer wordt gedaan voor Uniebunkers.

27. Een aangifte tot wederuitvoer wordt gedaan voor niet-Uniebunkers.

28. De ten uitvoer of tot wederuitvoer aangegeven minerale oliën en smeermiddelen moeten binnen een termijn van een maand na de datum waarop de douane de minerale oliën en smeermiddelen voor uitvoer of wederuitvoer heeft vrijgegeven, worden gebunkerd. De termijn van een maand moet als volgt worden uitgelegd: als de aangifte ten uitvoer of de aangifte tot wederuitvoer is gedaan op 23 februari (en de minerale oliën en smeermiddelen op 23 februari voor uitvoer door de douaneautoriteit zijn vrijgegeven) moeten de aangegeven minerale oliën en smeermiddelen uiterlijk 23 maart zijn gebunkerd.

29. De bunkering mag in delen plaatsvinden in België en Nederland. Dit betekent dat de aangegeven hoeveelheid in gedeelten mag uitgaan, mits dit binnen één maand plaatsvindt. De erkend bunkeraar kan het uitgaan aantonen met de door de ontvangende zeegaande vaartuigen afgetekende bunkerreceipts. ( zie verder).

30. Vermits de aangifte door inschrijving in de administratie niet meer mogelijk is bij uitvoer van accijnsgoederen voor grensoverschrijdend bunkeren (artikel 150, lid 5 van de DA ), en om een uniforme toepassing in Nederland en België te garanderen, wordt voor de nieuwe zeevaartbunkerprocedure 2019 uitsluitend gebruik gemaakt van de standaardaangifte bij uitvoer en/of wederuitvoer ( artikel 162 UCC ).

31. Het algemeen principe is dat de aangifte ten uitvoer of de aangifte tot wederuitvoer altijd moet worden gedaan in de lidstaat waar de erkend bunkeraar is gevestigd. De plaats waar de aangifte moet worden gedaan, wordt dus bepaald door de vestigingsplaats van de erkend bunkeraar en niet door de plaats van de goederen. Het gehele aangifteproces (het doen van aangifte, de aanvaarding, de vrijgave voor uitvoer en het bevestigen van het uitgaan) vindt plaats door de douaneautoriteit van de lidstaat waar de erkend bunkeraar is gevestigd.

32. De in België gevestigde erkend bunkeraar zendt een elektronische aangifte ten uitvoer of wederuitvoer type A in PLDA in voor ten hoogste de hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen van één belading in de tanklichter waarmee zal worden gebunkerd. Ook als de Belgische erkend bunkeraar in Nederland niet-Uniegoederen opneemt in zijn varend douane-entrepot (tanklichter) moet hij de aangifte tot wederuitvoer in België indienen. In de uitvoeraangifte wordt als haven van uitgang de haven van de regio waar de exploitatiezetel van de bunkeraar is gevestigd vermeld.

33. De procedure bij bunkering is bepaald in titel 3.6 en volgende van deze circulaire. Voor de bevestiging van de uitgang en de aanzuivering van de procedure in titel 3.10 van toepassing.

3.5 Bunkergeleidedocument

34. De erkend bunkeraar maakt voor elke soort minerale oliën en smeermiddelen die zullen worden gebunkerd onmiddellijk een bunkergeleidedocument op. Het bunkergeleidedocument wordt ingevuld volgens de in bijlage I opgenomen toelichting.

35. De minerale oliën en smeermiddelen worden onder dekking van het bunkergeleidedocument overgebracht naar de plaats van bunkering.

36. Het bunkergeleidedocument vormt de voorraadadministratie aan boord van de tanklichter of tankauto en moet een actueel beeld geven van de aanwezige hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen.

37. Het bunkergeleidedocument moet op elk verzoek van de bevoegde autoriteit of de controlerende autoriteit worden getoond. Het bunkergeleidedocument moet fysiek aanwezig zijn aan boord van de tanklichter of de tankauto. Als de bevoegde autoriteit heeft toegestaan dat het bunkergeleidedocument de vorm van een elektronisch document mag hebben (zie verder) hoeft het niet fysiek aan boord van de tanklichter of tankauto aanwezig te zijn. Wel moet de erkend bunkeraar of zijn gemachtigde aan boord van het vervoermiddel (schipper of chauffeur) bij aanvang van een controle door de controlerende autoriteit een afdruk van het elektronisch bunkergeleidedocument overleggen.

38. Tekorten moeten onmiddellijk na constatering daarvan op het bunkergeleidedocument worden aangetekend.

39. In de situatie dat zich in dezelfde tankauto of aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en smeermiddelen bevinden met dezelfde GN-code maar met een verschillende douanestatus, moet het verschil worden aangetekend op een bunkergeleidedocument dat betrekking heeft op de niet-Uniebunkers volgens de methode van first in first out.

Indien op het moment dat het tekort wordt vastgesteld zich in dezelfde tankauto of aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en smeermiddelen van dezelfde GN-code en met dezelfde douanestatus bevinden, moet het verschil worden aangetekend volgens de methode van first in first out.

40. Voor meer bevonden minerale oliën en smeermiddelen maakt de erkend bunkeraar onmiddellijk een bunkergeleidedocument op volgens de in bijlage I opgenomen toelichting.

Als de meerbevinding wordt vastgesteld in een tanklichter of een tankauto waarin zich op dat moment zowel niet-Uniebunkers als Uniebunkers bevinden met dezelfde GN-code wordt de meer bevonden hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen geacht de douanestatus van niet-Uniegoederen te hebben en neemt de erkend bunkeraar deze als zodanig op in de voorraadadministratie van zijn douane-entrepot.

41. De bevoegde autoriteit kan in de vergunning erkend bunkeraar toestaan dat het bunkergeleidedocument de vorm heeft van een elektronisch document. De lay-out van het elektronische bunkergeleidedocument mag afwijken van het in bijlage I opgenomen model mits de in te vullen gegevens op overzichtelijke wijze worden opgenomen.

De toestemming wordt uitsluitend verleend indien de erkend bunkeraar waarborgen biedt voor de authenticiteit en de integriteit van de gegevens.

Voor het elektronisch bunkergeleidedocument gelden dezelfde bepalingen als voor het bunkergeleidedocument.

3.6 Procedure bij bunkering en gebruik bunkerreceipt

42. De erkend bunkeraar moet van elke bunkering ten minste 2 uur voordat deze zal plaatsvinden op de voorgeschreven wijze kennisgeven aan het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de bunkering zal plaatsvinden. De bevoegde douanekantoren dienen in de vergunning te worden vermeld. Voor België is dit aan de bevoegde permanentiedienst bevoegd voor de plaats waar de bunkering zal plaatsvinden. In Nederland dient de bunkeraar een elektronische “Melding Proviand” te doen via Single Window voor maritiem en lucht.

43. Bij elke bunkering wordt door of namens de erkend bunkeraar een bunkerreceipt in tweevoud opgemaakt.

44. Het bunkerreceipt wordt opgesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits of het Engels en moet de in bijlage 2 opgenomen gegevens bevatten.

45. Het bunkerreceipt moet worden ondertekend door de bevoegde persoon aan boord van het zeegaande vaartuig waaraan de minerale oliën en smeermiddelen zijn geleverd. Eén exemplaar blijft aan boord van het gebunkerde zeegaande vaartuig. Het andere exemplaar wordt bewaard aan boord van de tanklichter totdat de afgeleverde hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen op het bunkergeleidedocument is aangetekend en dit document in de administratie van de erkend bunkeraar is opgenomen overeenkomstig cijfer 61.

Het is toegestaan dat, in plaats van het originele bunkerreceipt, een kopie wordt bewaard aan boord van de tanklichter.

46. In de vergunning erkend bunkeraar kan worden toestaan dat een bunkerreceipt in elektronisch vorm wordt gebruikt.

De toestemming wordt uitsluitend verleend indien de erkend bunkeraar waarborgen biedt voor de authenticiteit en de integriteit van de gegevens.

Alle bepalingen die gelden ten aanzien van het bunkerreceipt zijn van overeenkomstige toepassing op het elektronische bunkerreceipt.

47. De erkend bunkeraar tekent de gebunkerde hoeveelheden minerale oliën en smeermiddelen onmiddellijk na bunkering aan op het bunkergeleidedocument volgens de in bijlage 1 opgenomen toelichting.

In de situatie dat zich aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en smeermiddelen van dezelfde soort met verschillende bunkergeleidedocumenten bevinden, wordt hierbij de methode van first in first out gebruikt.

3.7 Overlading

48. Het is toegestaan om minerale oliën en smeermiddelen over te laden mits de overbrenging naar de plaats van bunkering wordt voorgezet onder dezelfde vergunning erkend bunkeraar als die waaronder de overbrenging is aangevangen.

49. Iedere overlading moet tenminste twee uur voordat de overlading start, worden gemeld bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de overlading zal plaatsvinden.

50. Iedere overlading moet onmiddellijk na afronding daarvan worden aangetekend op het bunkergeleidedocument van de leverende tanklichter of tankauto volgens de in bijlage 1 opgenomen toelichting.

51. De erkend bunkeraar maakt onmiddellijk na afronding van de overlading voor de overgeladen hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen een nieuw bunkergeleidedocument op volgens de in bijlage I opgenomen toelichting. Overbrenging leidt tot een nieuwe leveringstermijn.

3.8 Bestemmingswijziging / afzien van bunkering

52. Als de erkend bunkeraar (een deel van) de minerale oliën en smeermiddelen niet zal bunkeren, kan hij deze terugbrengen onder het regime van waaruit hij ze onder de zeevaartbunkerprocedure 2019 heeft gebracht.

De erkend bunkeraar stelt onmiddellijk het douanekantoor van uitvoer in kennis van de hoeveelheid voor uitvoer of wederuitvoer vrijgegeven minerale oliën en smeermiddelen die niet zal worden gebunkerd.

Na de bestemmingswijziging is de Zeevaartbunkerprocedure 2019 niet langer van toepassing op deze minerale oliën of smeermiddelen.

53. Indien de minerale oliën of smeermiddelen moeten worden overgeladen om een andere bestemming te kunnen bereiken, moet de overlading tenminste twee uur voordat de overlading aanvangt worden gemeld bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de overlading zal plaatsvinden.

54. Bij toepassing van cijfer 52 hiervoor worden accijnsgoederen geacht zich te bevinden in het belastingentrepot dan wel de accijnsgoederenplaats van waar uit zij eerder onder de zeevaartbunkerprocedure 2019 werden gebracht.

De accijnsgoederen moeten onmiddellijk worden overgebracht naar een bestemming als bedoeld in artikel 17, lid 1, onderdeel a van de accijnsrichtlijn en artikel 20, § 1, a) van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen. De erkend bunkeraar maakt hiertoe onmiddellijk een elektronisch administratief document op als bedoeld in artikel 21, lid 1 van de accijnsrichtlijn en artikel 26, § 1 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.

Als voor Uniebunkers, niet zijnde accijnsgoederen de bestemming wordt gewijzigd, bevinden zij zich weer in het vrije verkeer. Voor deze Uniebunkers volgt geen bevestiging van uitgang.

Niet-Uniebunkers blijven onder de regeling particulier douane-entrepot van de erkend bunkeraar en worden als zodanig opgenomen in de voorraadadministratie van zijn douane-entrepot . Voor deze niet-Uniebunkers volgt geen bevestiging van uitgang.

55. Iedere toepassing van cijfer 52 moet direct nadat de betreffende gegevens bekend zijn worden aangetekend op het in titel 3.5 bedoelde bunkergeleidedocument volgens de in bijlage I opgenomen toelichting.

56. In voorkomend geval moet bij bestemmingswijziging de aangifte ten uitvoer of wederuitvoer worden geregulariseerd.

3.9 Douanetoezicht

57. Bij een controle door de controlerende autoriteit aan boord van een tanklichter of een tankauto verstrekt de erkend bunkeraar bij aanvang van de controle het bunkergeleidedocument dan wel, bij gebruik van een elektronisch bunkergeleidedocument, een afdruk daarvan aan de controlerende autoriteit.

58. Na afloop van de controle tekent de controlerende autoriteit op het bunkergeleidedocument of de afdruk daarvan aan:

a. dat de controle heeft plaatsgevonden;

b. welke bevindingen tijdens de controle zijn gedaan.

De erkend bunkeraar legt de bevinding(en) vast in het elektronisch bunkergeleidedocument overeenkomstig het bepaalde in titel 3.5.

59. De vergunninghouder bewaart de bunkergeleidedocumenten of de afdrukken daarvan met de hiervoor bedoelde aantekeningen aan boord van de tanklichter of de tankauto. De bepalingen overeenkomstig titel 3.10 hierna zijn van overeenkomstige toepassing.

60. Voorgaande verplichtingen kunnen namens de erkend bunkeraar door bijvoorbeeld de schipper aan boord van de tanklichter of de chauffeur van de tankauto worden nagekomen.

3.10 Aantonen uitgaan en aanzuivering van de zeevaartbunkerprocedure 2019

61. De erkend bunkeraar neemt het bunkergeleidedocument onverwijld op in zijn administratie nadat de volledige hoeveelheid daarin genoemde minerale oliën en smeermiddelen is afgeschreven als gevolg van:

a. bunkering(en);

b. overlading(en) overeenkomstig titel 3.7;

c.bestemmingswijziging(en) overeenkomstig titel 3.8;

d. een (of meer) aangetekend(e) verschil(len) overeenkomstig titel 3.5, cijfer 38-40.

62. Als een maand (dezelfde dag van de opvolgende maand) na het opmaken van het bunkergeleidedocument niet de gehele daarin vermelde hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen is gebunkerd, kan de erkend bunkeraar verzoeken om de termijn te verlengen. Deze verlenging kan maximaal 1 keer en voor maximum één maand worden toegestaan. Hij dient hiertoe onmiddellijk een met redenen omkleed verzoek bij de bevoegde autoriteit in en overlegt daarbij een actueel voorraad- en peilrapport. De procedure voor verlenging van de termijn van (weder)uitvoer is opgenomen in de vergunning erkend bunkeraar. In het geval dat er overlading heeft plaatsgevonden als bedoeld in titel 3.7 wordt de termijn van een maand gerekend vanaf de datum van opmaak van het oorspronkelijke bunkergeleidedocument.

63. De erkend bunkeraar meldt elk bunkergeleidedocument dat hij in zijn administratie heeft opgenomen en waarop een in cijfer 38 tot 40 bedoeld verschil is aangetekend, aan de bevoegde autoriteit op de in zijn vergunning erkend bunkeraar voorgeschreven wijze. De bevoegde autoriteit moet deze melding uiterlijk veertig kalenderdagen na de datum van opmaak van het bunkergeleidedocument van de erkend bunkeraar hebben ontvangen.

64. De erkend bunkeraar meldt elk bunkergeleidedocument dat hij niet binnen één maand na de datum van opmaak overeenkomstig cijfer 61 in zijn administratie heeft opgenomen, aan de bevoegde autoriteit op de in zijn vergunning erkend bunkeraar voorgeschreven wijze. De bevoegde autoriteit moet deze melding uiterlijk 40 kalenderdagen na de datum waarop het bunkergeleidedocument is opgemaakt, hebben ontvangen.

65. De erkend bunkeraar bezorgt uiterlijk 10 kalenderdagen na afloop van de in titel 3.4 genoemde termijn van een maand het bunkergeleidedocument met de bijbehorende bunkerreceipts aan de bevoegde autoriteit volgens de in zijn vergunning erkend bunkeraar opgenomen procedure.

66. Na een eindcontrole bevestigt de bevoegde autoriteit volgens de gangbare procedure het uitgaan aan de erkend bunkeraar. Het bericht van uitgaan leidt tevens tot beëindiging van de accijnsschorsingsregeling.

4. Intrekking van de vergunning erkend bunkeraar

67. De bevoegde autoriteit trekt de vergunning erkend bunkeraar in:

a. als de erkend bunkeraar niet (meer) voldoet aan de voorwaarden van de zeevaartbunkerprocedure 2019;

b. bij gebleken misbruik van de zeevaartbunkerprocedure 2019 of poging daartoe;

c. op verzoek van de erkend bunkeraar;

d. als de erkend bunkeraar daarvan geen gebruik meer maakt.

5. Samenwerking en informatie-uitwisseling

68. De Belgische en de Nederlandse bevoegde autoriteiten wisselen informatie uit, werken samen en ondernemen de vereiste acties voor de toepassing en uitvoering van deze overeenkomst. Zij plegen overleg om problemen of twijfels die ontstaan uit de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst op te lossen.

69. Zij stellen elkaar onverwijld op de hoogte van:

- de bunkeraars waaraan een vergunning erkend bunkeraar is verstrekt en van de erkend bunkeraars waarvan deze vergunning is ingetrokken. De door de Belgische bevoegde dienst afgegeven vergunningen dienen aan de volgende dienst in Nederland te worden meegedeeld: DIC.Infodesk@belastingdienst.nl

- De door de Nederlandse bevoegde dienst afgegeven vergunningen zullen worden meegedeeld aan de Centrale Component Operaties Douane 3 via mail: da.ops.douane3@minfin.fed.be

- de door hen geconstateerde ernstige onregelmatigheden betreffende de toepassing van de zeevaartbunkerprocedure 2019 door een in België gevestigde erkend bunkeraar bij constatering in Nederland en door een in Nederland gevestigde erkend bunkeraar bij constatering in België. In België dient dit te worden gemeld aan da.ops.douane3@minfin.fed.be en in Nederland aan DIC.Infodesk@belastingdienst.nl

6. Geschillen die rijzen bij toepassing van onderhavige circulaire

70. Alle geschillen en problemen die zich voordoen voor de toepassing of naar aanleiding van onderhavige circulaire moeten onverwijld schriftelijk worden gemeld aan de dienst Expertise, Wet -en Regelgeving, Douanewetgeving en Accijnswetgeving.

7. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

71. De zeevaartbunkerprocedure 2019 treedt in werking op 1 april 2019.

72. Gelet op de vertraagde totstandkoming van de zeevaartbunkerprocedure 2019 en om de bunkeraars die opteren voor een nieuwe vergunning erkend bunkeraar in het kader van de zeevaartbunkerprocedure 2019 voldoende tijd te geven de nodige vergunningen aan te vragen wordt beslist dat de huidige zeevaartbunkerprocedure uitzonderlijk van kracht blijft tot uiterlijk 31 december 2019 voor houders van een vergunning domiciliëring uitvoer/wederuitvoer voor zeevaartbunkering onder de voorwaarde dat zij voor 1 mei 2019 een vergunning erkend bunkeraar en, in voorkomend geval een vergunning belastingentrepot, een vergunning accijnsgoederenplaats en/of een vergunning particulier douane-entrepot hebben aangevraagd bij de bevoegde dienst. Deze vergunningen zijn nodig om verder vereenvoudigd grensoverschrijdend te kunnen blijven bunkeren.

73. Door de overgangstermijn krijgen de gebruikers van de huidige zevaartbunkerprocedure gelegenheid om over te gaan naar de zeevaartbunkerprocedure 2019. Tijdens deze overgangsperiode zijn zowel de huidige zeevaartbunkerprocedure als de zeevaartbunkerprocedure 2019 van kracht.

74. Voor bunkeraars die niet voor 1 mei de nodige vergunningen hebben aangevraagd vervalt de vergunning domiciliëring zeevaartbunkering vanaf 1 mei 2019 en zij zullen niet meer onder de oude zeevaartbunkerprocedure kunnen bunkeren.

75. Ná 31 december 2019 heeft de oude zeevaartbunkerprocedure zijn geldigheid verloren en kan een bunkeraar daar geen gebruik meer van maken.

8. Opheffingsbepaling

76. De omzendbrief “Douaneprocedures voor bunkering van zeeschepen (zeevaartbunkering) (DI 523.21- DD 303.563) van 7 december 2010 wordt op 1 januari 2020 opgeheven.

Voor de Administrateur-generaal Douane en Accijnzen:

Jo Lemaire

Adviseur-generaal


Bijlage I - Bunkergeleidedocument

Bunkergeleidedocument

1. Volgnummer:

2. Vergunning erkend bunkeraar

2.1. Vergunningsnummer:

2.2. Naam:

2.3. Adres en huisnummer:

2.4. Postcode en gemeente:

3. Douanestatus en douaneaangifte van de minerale oliën / smeermiddelen

3.1. Douanestatus

☐ Uniegoederen

☐ Niet-Uniegoederen

3.1 Douaneaangifte

MRN van de aangifte ten uitvoer:

MRN van de aangifte tot wederuitvoer:

Vergunningsnummer inschrijving in de administratie:

4. Lading en aanvang overbrenging

4.1. Vergunningsnummer belastingentrepot / Locatienummer accijnsgoederenplaats van lading1:

4.2. Particulier douane-entrepot2

Vergunningsnummer:

Locatiecode plaats van aanbrengen:

4.3. Datum en tijdstip van vertrek:

4.4. Voorziene duur van overbrenging:

5. In geval van overlading vanuit een andere tanklichter / tankauto

5.1. Datum en tijdstip kennisgeving overladen:

5.2. Datum en tijdstip overlading:

5.3. Plaats van de overlading:

5.4. Naam van de tanklichter waaruit de overlading plaatsvond:

5.5. Identificatienummer van de tanklichter/ kenteken tankauto en/of aanhangwagen waaruit de overlading plaatsvond:

5.6. Volgnummer bunkergeleidedocument voorafgaande aan de overlading:

6. Gebruikte vervoermiddel

6.1. Naam tanklichter:

6.2. Identificatienummer tanklichter/ kenteken tankauto en/of aanhangwagen:

7. Gegevens van de goederen

7.1. Omschrijving van de goederen:

7.2. GN-code:

7.3. Code accijnsgoed1:

7.4. Hoeveelheid:

7.5. Densiteit bij 15°C:

7.6. Nettogewicht:

7.7. Herkenningsmiddelen:

☐Ja

☐Nee

8a. Geldigheidsdatum

8b. Verlengde geldigheidsdatum

9. Datum, naam en handtekening ondertekenaar

--------------

1 Alleen invullen wanneer het bunkergeleidedocument opgesteld is voor accijnsgoederen.

2 Alleen invullen wanneer het bunkergeleidedocument opgesteld is voor niet-uniegoederen.


10. Gegevens in verband met de afleveringen aan zeegaande vaartuigen (bunkeringen), overladingen en bestemmingswijzigingen

(a) Hoeveel-

heid bij vertrek:

(b)

Datum

(c)

Tijdstip

(d)

Plaats

(e)

Naam zeegaand vaartuig / tanklichter

(f)

Identificatienummer zeegaand vaartuig / tanklichter / tankauto

(g)

Bunker-receipt,

Bunker-geleide-document na overlading

ARC e-AD bij bestem-mings-wijziging

(h)

Aflevering (bunkering)

(h)

Overlading

(h)

Bestem-mings-

wijziging

(i)

Resterende hoeveelheid:

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

(j) Totalen

11. Bevindingen bij een voorraadopname door de erkend bunkeraar

Datum:

Tijdstip:

Plaats:

Bevindingen:

Datum:.

Tijdstip:

Plaats:

Bevindingen:

12. Bevindingen bij controle door de controlerende autoriteit

Datum:

Tijdstip:

Plaats:

Bevindingen:

Naam en handtekening van de controlerende ambtenaar:

Datum:

Tijdstip:

Plaats:

Bevindingen:

Naam en handtekening van de controlerende ambtenaar:

Toelichting op (de invulling van) het bunkerdocument

Begrippen

- Zie artikel 1 (begripsbepalingen) van de Bilaterale administratieve overeenkomst tussen de Belgische Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen en de Nederlandse Belastingdienst/Douane inzake bepaalde modaliteiten bij grensoverschrijdende bunkering van minerale oliën en smeermiddelen in het kader van de zeebunkervaart.

- Hoeveelheid: de hoeveelheid in liters bij 15 graden Celcius dan wel in kilogrammen. De te gebruiken maateenheid is die welke overeenkomstig bijlage II, tabellen 11 en 12 van de Verordening (EG) Nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns bij de in vak 6c ingevulde code hoort. Bijvoorbeeld voor gasolie liters bij 15 graden Celsius, voor zware stookolie kilogrammen. Als een product niet voorkomt in bijlage II, tabel 11, gebruikt u de voor het product in het handelsverkeer gebruikelijke aanduiding van de hoeveelheid.

Toelichting per vak

Het bunkergeleidedocument is ingedeeld in vakken. Per vak staat hieronder een toelichting op de in te vullen gegevens.

Vak

Toelichting

Volgnummer

1.

Vul hier het unieke doorlopend volgnummer in dat aan het bunkergeleidedocument is toegekend. De bevoegde autoriteit kan een nummerreeks toewijzen.

Vergunning erkend bunkeraar

2.1.

Vul hier het vergunningsnummer in van de erkend bunkeraar.

2.2.

Vul hier de naam in van de erkend bunkeraar.

2.3.

Vul hier de straat en het huisnummer in van de erkend bunkeraar.

2.4.

Vul hier de postcode en de gemeente (woonplaats) van de erkend bunkeraar in.

Douanestatus en douaneaangifte van de minerale oliën / smeermiddelen

3.1.

Geef aan of de minerale oliën en smeermiddelen, waarvoor dit bunkergeleidedocument wordt opgemaakt, de douanestatus van uniegoederen heeft, dan wel de douanestatus van niet-uniegoederen.

3.2..

- Voor uniegoederen: Vul hier het MRN in van de aangifte ten uitvoer die is gedaan voor de over te brengen minerale oliën en smeermiddelen.

- Voor niet-uniegoederen: Vul hier het MRN van de aangifte tot wederuitvoer voor de minerale oliën en smeermiddelen die zich onder een particulier douane-entrepot bevinden. Indien de aangifte tot wederuitvoer wordt ingediend in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever dient het nummer van de vergunning inschrijving in de administratie te worden vermeld.

Lading en aanvang van de overbrenging

Let op: als u goederen bunkert die niet afkomstig zijn uit een belastingentrepot, accijnsgoederenplaats of douane-entrepot, vult u de velden 4.1. en 4.2. niet in.

4.1

Enkel voor accijnsgoederen: Vul hier het nummer in van het belastingentrepot of de accijnsgoederenplaats van waar uit de minerale oliën en smeermiddelen worden verzonden. Bij verzending vanuit een accijnsgoederenplaats is dit het NLW-nummer.

Het betreft hier een nummer dat hoort bij een belastingentrepot of accijnsgoederenplaats waarvoor de erkend bunkeraar van vak 2 verantwoordelijk is.

4.2.

Enkel voor niet-uniegoederen: Vul hier het nummer in van de vergunning particulier douane-entrepot en de locatiecode van de plaats van aanbrengen.

4.3.

Vul hier de datum en het tijdstip in waarop de overbrenging start.

4.4.

Vul hier de periode in die vermoedelijk nodig is om alle minerale oliën en smeermiddelen over te brengen.

Overlading van uit een andere tanklichter / tankauto / aanhangwagen

Bij overlading van uit een andere tanklichter/tankauto/aanhangwagen moet u, in de tanklichter/tankauto/aanhangwagen van ontvangst, een nieuw bunkergeleidedocument opmaken voor de overgeladen minerale oliën en smeermiddelen. U vult dan de vakken 1 t/m 4 en 6 t/m 9 in, alsook het vak 5 dat specifiek voor de overlading is voorzien.

Let op: in het bunkergeleidedocument dat werd gebruikt voor de overbrenging van de goederen door de tanklichter of de tankauto/aanhangwagen van waaruit is overgeladen, moet bij een overlading het vak 10 worden aangevuld.

5.1.

U moet een overlading minimaal twee uur voor de start melden bij het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de overlading zal plaatsvinden. Vul in dit vak de datum en het tijdstip in waarop u deze melding heeft gedaan.

5.2.

Vul hier de datum en het tijdstip in waarop de overlading start.

5.3.

Vul hier de precieze plaats in waar de overlading plaatsvindt (bv. Antwerpen, Leopolddok of Rotterdam, 7e Petroleumhaven)

5.4.

Vul hier de naam van de tanklichter in van waar uit de minerale oliën en smeermiddelen worden overgeladen.

5.5.

Vul hier ENI-nummer (Europees scheepsidentificatienummer) van de tanklichter of het kenteken van de tankauto en/of de aanhangwagen in van waar uit de minerale oliën en smeermiddelen worden overgeladen.

5.6.

Vul hier het unieke volgnummer in dat is ingevuld in vak 1 van het bunkergeleidedocument waarmee de minerale oliën en smeermiddelen werden overgebracht direct voorafgaande aan de overlading.

Let op: Het volgnummer van het bunkergeleidedocument dat wordt gebruikt na de overlading en het volgnummer van het bunkergeleidedocument dat werd gebruikt voor de overlading kunnen niet gelijk zijn!

Gebruikte vervoermiddel

6.1.

Vul hier de naam in van de tanklichter waarmee de minerale oliën en smeermiddelen worden overgebracht. Als de minerale oliën en smeermiddelen worden overgebracht in een tankauto en/of aanhangwagen, vult u dit vak niet in.

6.2.

Vul hier het ENI-nummer (Europees scheepsidentificatienummer) van de tanklichter of het kenteken van de tankauto en/of de aanhangwagen in waarmee de minerale oliën en smeermiddelen worden overgebracht.

Gegevens van de goederen

7.1.

Vul hier de algemene handelsbenaming van de minerale oliën en smeermiddelen in.

7.2.

Vul hier de GN-code van de goederen in overeenkomstig de actuele versie van de Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

7.3.

Dit vak is enkel in te vullen voor accijnsgoederen.

Vul hier de accijnsproductcode (EPC-code) in overeenkomstig bijlage II, tabel 11 van de Verordening (EG) Nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns.

7.4.

Vul hier de hoeveelheid in, voor de hoeveelheidsaanduiding zie het begrip “hoeveelheid” hierboven.

7.5.

Vermeld de densiteit bij 15 °C.

7.6.

Vul hier het nettogewicht in kilogrammen in.

7.7.

Duid aan of de goederen zijn voorzien van herkenningsmiddelen. Bedoeld wordt herkenningsmiddelen overeenkomstig de nationale wetgeving van België of Nederland.

Verlengde geldigheidsdatum

8a.

Vul hier de uiterste geldigheidsdatum van het bunkergeleidedocument in. De geldigheid van een bunkergeleidedocument loopt af één maand nadat het is opgemaakt. Echter, als het bunkergeleidedocument wordt opgemaakt in verband met een overlading, vult u hier de uiterste geldigheidsdatum van het aan de overlading voorafgaande bunkergeleidedocument in.

8b.

Als een maand na het opmaken van het bunkergeleidedocument niet de gehele daarin vermelde hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen werd gebunkerd kan de erkend bunkeraar verzoeken om de geldigheidstermijn te verlengen. Vul hier de nieuwe uiterste geldigheidsdatum die toegekend werd door de bevoegde autoriteiten.

Als het bunkergeleidedocument wordt opgemaakt in verband met een overlading en op het aan de overlading voorafgaande bunkergeleidedocument is een verlengde geldigheidsdatum ingevuld, vult u hier die verlengde geldigheidsdatum in.

Datum, naam en handtekening

9.

Onderteken hier het bunkergeleidedocument en vul de naam van de ondertekenaar en de datum in.

Let op: de ondertekenaar moet bevoegd zijn om namens de erkend bunkeraar het bunkergeleidedocument te ondertekenen.

Gegevens in verband met de afleveringen aan zeegaande vaartuigen, overladingen en bestemmingswijzigingen

In de vakken 10 (a) t/m 10 (i) worden de gegevens met betrekking tot het afleveren aan zeegaande vaartuigen, overladingen en bestemmingswijzigingen ingevuld.

Uit vak 10 (a) moet de beginvoorraad in de tanklichter, de tankauto of de aanhangwagen blijken. Uit vak 10 (i) moet steeds de actuele voorraad in de tanklichter, de tankauto of de aanhangwagen blijken nadat er afleveringen aan zeegaande vaartuigen, overladingen en/of bestemmingswijzigingen hebben plaatsgevonden.

Indien de voorraad in de tanklichter, de tankauto of de aanhangwagen afkomstig is uit meerdere beladingen en/of overladingen, moet de totale voorraad blijken uit de vakken 10 (a) en/of 10 (i) van de verschillende bunkergeleidedocumenten samen. In dit geval moet voor de afschrijving van de voorraad de zogenaamde first in first out methode worden gebruikt.

“Na overlading van minerale oliën en smeermiddelen uit een andere tanklichter of tankauto/aanhangwagen, kan zich de situatie voordoen dat de geldigheidsduur van het nieuw opgemaakte bunkergeleidedocument eerder afloopt dan de geldigheidsduur van een of meerdere bunkergeleidedocument(en) van andere beladingen. Zie de toelichting op vak 8. Als deze situatie zich voordoet, wordt het nieuw opgemaakte bunkergeleidedocument geacht het oudste bunkergeleidedocumenten te zijn en als eerste afgeschreven.

10 (a)

Vul hier de hoeveelheid in zoals vermeld in vak 7.4.

10 (b)

Vul hier de datum van de aflevering aan het zeegaande vaartuig, de overlading op een andere tanklichter/tankauto/aanhangwagen of de bestemmingswijziging in.

10 (c)

Vul hier het tijdstip van de aflevering aan het zeegaande vaartuig, de overlading op een andere tanklichter/tankauto/aanhangwagen of de bestemmingswijziging in.

10 (d)

Vul hier de plaats van de aflevering aan het zeegaande vaartuig, de overlading op een andere tanklichter/tankauto/aanhangwagen of de bestemmingswijziging in (bv. Antwerpen of Rotterdam)

10 (e)

Vul hier de naam van het zeegaande vaartuig waaraan is afgeleverd of de naam van de tanklichter waarop is overgeladen in. Als de minerale oliën en smeermiddelen bij een bestemmingswijziging worden overgeladen in een ander vaartuig, vult u hier eveneens de naam van dat vaartuig in.

10 (f)

Vul hier het IMO-nummer van het zeegaande vaartuig waaraan is afgeleverd, of het ENI-nummer van de tanklichter, of het kenteken van de tankauto en/of de aanhangwagen waarop is overgeladen in. Als de minerale oliën en smeermiddelen bij een bestemmingswijziging worden overgeladen in een ander vaartuig, vult u hier eveneens het IMO-nummer of het ENI-nummer van dat vaartuig in.

10 (g)

Vul hier een van de volgende nummers in:

- het nummer van het bunkerreceipt dat is opgemaakt ten behoeve van de aflevering aan een zeegaand vaartuig;

- het unieke volgnummer van het bunkergeleidedocument dat wordt opgemaakt ingevolge de overbrenging van de minerale oliën en smeermiddelen in de tanklichter/tankauto/aanhangwagen waarin ze zijn overgeladen;

- het ARC-nummer van het elektronisch administratief document (e-AD) dat wordt opgemaakt om de bestemmingswijziging van de accijnsgoederen mogelijk te maken.

10 (h)

Vul in de van toepassing zijnde kolom de hoeveelheid aan van de:

- minerale oliën en smeermiddelen afgeleverd aan het zeegaand vaartuig.

- minerale oliën en smeermiddelen overgeladen in een tanklichter/tankauto/aanhangwagen.

- minerale oliën en smeermiddelen waarvan de bestemming is gewijzigd.

10 (i)

Vul hier na de aflevering aan een zeegaand vaartuig, na de overlading op een andere tanklichter/tankauto/aanhangwagen of na het wijzigen van de bestemming de resterende hoeveelheid in.

10 (j)

Maak voor elke kolom de som van de hoeveelheden van de minerale oliën en smeermiddelen die de aanwending (aflevering / overlading / bestemmingswijziging) hebben gekregen.

Bevindingen bij een voorraadopname door de erkende bunkeraar

11.

In het vak 11 worden de gegevens met betrekking tot voorraadopnames in een tanklichter, tankauto en aanhangwagen ingevuld. Indien de voorraad afkomstig is uit meerdere beladingen en/of overladingen, moeten de bevindingen worden aangetekend op het bunkergeleidedocument dat betrekking heeft op de oudste belading of overlading.

Vul bij elke voorraadopname de datum, het tijdstip, de plaats en de bevindingen in van de voorraadopname.

Als een tekort wordt vastgesteld met betrekking tot de hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen, moet dit ook worden aangetekend in het vak 10. U gebruikt dan de eerstvolgende nog niet gebruikte rij. U vult in het vak 10 (b) en (c) de datum van de voorraadopname in, in vak 10 (d) de term “VOORRAADOPNAME”, en in vak 10 (i) de resterende hoeveelheid in.

In de situatie dat zich in dezelfde tankauto/aanhangwagen of aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en/of smeermiddelen bevinden met dezelfde GN-code maar met een verschillende douanestatus, moet het verschil worden aangetekend op een bunkergeleidedocument dat betrekking heeft op de goederen met de douanestatus van niet-Uniegoederen volgens de methode van first in first out.

Indien op het moment dat het verschil wordt vastgesteld zich in dezelfde tankauto/aanhangwagen of aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en smeermiddelen van dezelfde GN-code en met dezelfde douanestatus bevinden, moet het verschil worden aangetekend volgens de methode van first in first out

Als het verschil bestaat uit een meerbevinding maakt de erkend bunkeraar voor de meer bevonden hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen onmiddellijk een bunkergeleidedocument op volgens de in bijlage 1 opgenomen toelichting.

Als de meerbevinding wordt vastgesteld in een tanklichter of tankauto/aanhangwagen waarin zich op dat moment zowel niet-Uniebunkers als Uniebunkers bevinden met dezelfde GN-code wordt de meer bevonden hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen geacht de douanestatus van niet-Uniegoederen te hebben en neemt de erkend bunkeraar deze als zodanig op in de voorraadadministratie van zijn douane-entrepot.

Bevindingen bij controle door de controlerende autoriteit

12.

In het vak 12 worden controles door de controlerende autoriteit aan boord van de tanklichter/tankauto/aanhangwagen vastgelegd. Als u gebruikt maakt van een bunkergeleidedocument op papier brengt de controlerende autoriteit zijn bevindingen zelf aan op het bunkergeleidedocument.

Als u toestemming heeft om een elektronisch bunkergeleidedocument te gebruiken, moet u bij aanvang van de controle een afdruk van alle bunkergeleidedocumenten die betrekking hebben op de op dat moment aanwezige voorraad maken en deze aan de controlerende autoriteit overhandigen. De controlerende autoriteit tekent hierop haar bevindingen aan. U moet deze bevindingen vervolgens zelf vastleggen in het elektronische bunkergeleidedocument.

Indien de voorraad aan boord van de tanklichter of in een tankauto/aanhangwagen afkomstig is uit meerdere beladingen en/of overladingen, moeten de bevindingen worden aangetekend op het bunkergeleidedocument dat betrekking heeft op de oudste belading of overlading.

De controlerende autoriteit vult in dit vak de datum, het tijdstip, de plaats en de bevindingen van de controle in. De controlerende ambtenaar bevestigt met zijn naam en handtekening.

Als de douaneautoriteiten een verschil vaststellen met betrekking tot de hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen aan boord van de tanklichter of in de tankauto/aanhangwagen, moet u dit ook aantekenen in vak 10. U gebruikt dan de eerstvolgende nog niet gebruikte rij. U vult in vak 10 (b) en (c) de datum en het tijdstip van de controle, in vak 10 (d) de term “DOUANECONTROLE”, en in vak 10 (i) de resterende hoeveelheid in.

In de situatie dat zich aan boord van dezelfde tanklichter of in de tankauto/aanhangwagen minerale oliën en smeermiddelen bevinden met dezelfde GN-code maar met een verschillende douanestatus, moet het verschil worden aangetekend op een bunkergeleidedocument dat betrekking heeft op de goederen met de douanestatus van niet-Uniegoederen volgens de methode van first in first out.

Indien op het moment dat het verschil wordt vastgesteld zich in dezelfde tankauto/aanhangwagen of aan boord van dezelfde tanklichter minerale oliën en smeermiddelen van dezelfde GN-code en met dezelfde douanestatus bevinden, moet het verschil worden aangetekend volgens de methode van first in first out.

Als de meerbevinding wordt vastgesteld in een tanklichter of in de tankauto/aanhangwagen waarin zich op dat moment zowel niet-Uniebunkers als Uniebunkers bevinden met dezelfde GN-code wordt de meer bevonden hoeveelheid minerale oliën en smeermiddelen geacht de douanestatus van niet-Uniegoederen te hebben en neemt de erkend bunkeraar deze als zodanig op in de voorraadadministratie van zijn douane-entrepot.


Bijlage II – Gegevens bunkerreceipt

Bunkerreceipt

Een bunkerreceipt moet minstens de volgende gegevens bevatten:

- Een uniek volgnummer (de bevoegde autoriteit kan een nummerreeks toewijzen).

- Het vergunningsnummer van de vergunning erkend bunkeraar.

- De naam en het adres van de vergunningshouder erkend bunkeraar.

- De naam van de tanklichter van waaruit de minerale oliën en/of smeermiddelen worden geleverd en het ENI-nummer (Europees scheepsidentificatienummer) van de tanklichter OF het kenteken van de tankauto en/of de aanhangwagen van waaruit wordt geleverd.

- Met betrekking tot de geleverde minerale oliën en/of smeermiddelen:

* Omschrijving van de goederen (handelsbenaming).

* GN-code (overeenkomstig de actuele versie van de Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief).

* Code accijnsgoed (enkel voor accijnsgoederen: vul hier de accijnsproductcode in overeenkomstig bijlage II, tabel 11 van de Verordening (EG) Nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns).

* Hoeveelheid (De hoeveelheid in liters bij 15 graden Celcius dan wel in kilogrammen. De te gebruiken maateenheid is die welke overeenkomstig bijlage II, tabellen 11 en 12 van de Verordening (EG) Nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns bij de in vak 6c ingevulde code hoort. Bijvoorbeeld voor gasolie liters bij 15 graden Celsius, voor zware stookolie kilogrammen. Als een product niet voorkomt in bijlage II, tabel 11, gebruikt u de voor het product in het handelsverkeer gebruikelijke aanduiding van de hoeveelheid).

* Densiteit bij 15°C.

* Nettogewicht (in kilogrammen).

* Toegevoegde herkenningsmiddelen (Duid aan of de goederen zijn voorzien van herkennings­middelen. Bedoeld wordt herkenningsmiddelen overeenkomstig de nationale wetgeving van België of Nederland)

- De plaats van de levering van de minerale oliën en/of smeermiddelen (de coördinaten en de plaats benaming (bv. Antwerpen, Vlissingen, …) van de plaats van levering).

- De datum en tijdstip van de levering van de minerale oliën en/of smeermiddelen.

- Met betrekking tot de bestemmeling van de minerale oliën en/of smeermiddelen:

* De naam van het zeegaand vaartuig waarin de minerale oliën en/of smeermiddelen zijn geleverd.

* Het IMO-nummer van het zeegaande vaartuig waarin de minerale oliën en/of smeermiddelen zijn geleverd.

* De naam van de eigenaar/exploitant of de vertegenwoordiger aan boord van het zeegaand vaartuig die gemachtigd is om het bunkerreceipt te ondertekenen.

* Het adres van de exploitant/eigenaar van het zeegaand vaartuig waarin de minerale oliën en/of smeermiddelen zijn geleverd.

-De gedateerde handtekening van de eigenaar/exploitant of de vertegenwoordiger aan boord van het zeegaand vaartuig die gemachtigd is om het bunkerreceipt te ondertekenen.

---

Interne ref. D.I. 523.31 – OEO/D.D. 013.994