Circulaire nr. Ci.RH.242/569.548 (AOIF 37/2007) dd. 19.10.2007

CIRC 19.10.07/1

Circulaire nr. Ci.RH.242/569.548 (AOIF 37/2007) dd. 19.10.2007


BELASTING VAN NIET-INWONERS VENNOOTSCHAPPEN
Investeringsaftrek

INVESTERINGSAFTREK
Investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen
Percentage van de investeringsaftrek

PERSONENBELASTING
Investeringsaftrek

VENNOOTSCHAPSBELASTING
Investeringsaftrek


Commentaar op de artikelen 3, 4, 5, 16, 26 en 48, § 2, eerste en laatste lid van de wet van 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen en artikel 49bis, KB/WIB 92. Investeringsaftrek van herbruikbare verpakkingen.

Aan alle ambtenaren van niveaus A, B en C.

I. INLEIDING

1. De artikelen 3, 4, 5, 16, 26 en 48 (pro parte) van de wet van 4 mei 1999 houdende diverse fiscale bepalingen regelen de invoering van een investeringsaftrek van 3 % op de materiële vaste activa die bestemd zijn voor de productie, de stockage, de sortering, de reiniging, enz., van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten.

Artikel 5 van het Koninklijk besluit van 21 september 2000 tot wijziging van het KB/WIB 92, inzake de investeringsaftrek, regelt de uitvoeringsbepalingen ervan.

2. Deze circulaire verstrekt enige verduidelijkingen met betrekking tot die investeringsaftrek, hierna de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen genoemd.

II. WETTEKSTEN

W 4.5.1999 houdende diverse fiscale bepalingen
(BS 12.6.1999 V 2703 Bull. 796)

Artikel 3

3. In artikel 69 van hetzelfde Wetboek, vervangen door artikel 11 van de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij artikel 5 van de wet van 20 december 1995, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 ingevoegd, luidend als volgt :

"§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, 1°, is de investeringsaftrek gelijk aan 3 %, wanneer het gaat om materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten, zoals vermeld in boek III "Milieutaksen" van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur.

Dit percentage is eveneens van toepassing op de materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van de terugname in de verkooppunten, de tussentijdse stockage, de verzending naar de afvuller of een distributiecentrale met het oog op de verdere sortering en reiniging en de sortering en reiniging met het oog op de terugzending naar de respectievelijke afvullers van de in (het) eerste lid vermelde herbruikbare verpakkingen.

De Koning bepaalt de wijze waarop de in het eerste en tweede lid vermelde investeringsaftrek moet worden toegepast, de verplichtingen die de belastingplichtigen moeten naleven om recht te hebben op het voordeel ervan, alsmede de kenmerken waaraan de vaste activa moeten voldoen om recht te geven op de aftrek en Hij bepaalt wat onder productieproces moet worden verstaan."

Artikel 4

4. In artikel 74 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "als vermeld in artikel 69, eerste lid, 2°, " vervangen door de woorden "als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, ".

Artikel 5

5. In artikel 77 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 20 december 1995, worden de woorden "ingevolge artikel 69, eerste lid, 2°" vervangen door de woorden "ingevolge artikel 69, § 1, eerste lid, 2°".

Artikel 16

6. In de inleidende zin van artikel 201, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door artikel 18 van de wet van 28 juli 1992, worden de woorden "In de gevallen die niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermeld zijn" vervangen door de woorden "In de gevallen als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, ".

Artikel 26

7. In artikel 240, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door artikel 29 van de wet van 28 juli 1992, worden de woorden "in de niet in de artikelen 69, eerste lid, 2°, en 70 vermelde gevallen" vervangen door de woorden "in de gevallen als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, ".

Artikel 48, § 2, eerste en laatste lid

8. § 2. De artikelen 3 tot 5, 14 tot 16, 20, 21, 25 tot 27, 31, 33, A en 35 treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1999, alsmede artikel 22 voor zover het artikel 219bis, § 1, in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 invoegt.



De artikelen 3 tot 5, 16 en 26 zijn ook van toepassing op de vaste activa die verkregen of tot stand gebracht zijn vanaf 1 januari 1993, doch in een aanslagjaar vóór het aanslagjaar 1999. De daarmee verband houdende investeringsaftrek, wordt in aanmerking genomen voor de aanslagjaren 1999 tot 2002 telkens ten belope van 25 % van het totaal.

KB 21.9.2000 tot wijziging van het KB/WIB 92, inzake de investeringsaftrek
(BS 17.10.2000 V 2865 Bull. 810)

Artikel 5

9. In Hoofdstuk I, Afdeling XVI, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 49bis ingevoegd dat luidt als volgt :

"Art. 49bis. § 1. Voor de toepassing van artikel 69, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moet onder productieproces worden verstaan het geheel van verrichtingen dat uitsluitend dient om een productiesysteem te installeren, te vervangen, te verbeteren of in stand te houden.

§ 2. De in artikel 69, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, beoogde materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten, zoals vermeld in boek III "Milieutaksen" van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en de in artikel 69, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, beoogde materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van de terugname in de verkooppunten, de tussentijdse stockage, de verzending naar de afvuller of een distributiecentrale met het oog op de verdere sortering en reiniging en de sortering en reiniging met het oog op de terugzending naar de respectievelijke afvullers van de herbruikbare verpakkingen, zijn :

1° de materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn en worden gebruikt voor de volgende doeleinden :

  • het afvullen of conditioneren van dranken in herbruikbare verpakkingen;
  • de terugname, het spoelen en de voorbereiding van het afvullen van gebruikte herbruikbare verpakkingen;
  • de specifieke behandelingen van de beoogde dranken en nijverheidsproducten voor en/of na de vulling in een herbruikbare verpakking;

2° de investeringen in herbruikbare verpakkingen, zowel primaire, als secundaire en tertiaire, en de matrijzen en de specifieke machines voor de productie ervan, alsook de aanvullende bouwwerken, installaties en werktuigen voor goederenbehandeling die uitsluitend bestemd zijn en worden gebruikt voor de opslag van herbruikbare verpakkingen."

Artikel 7

10. Dit besluit treedt in werking met ingang van aanslagjaar 1999.

Gecoördineerde tekst van artikel 69 van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92)
(aanslagjaren 2007 en 2008)

11. § 1. De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald :

1° als basispercentage van de aftrek geldt de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 pct. bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 pct. noch meer dan 10,5 pct. bedragen;

2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten met betrekking tot :

a) de octrooien;

b) de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken;

c) de vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie;

d) een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem die wordt geïnstalleerd in de rookkamer van een horecainrichting;

3° (aj. 2007) het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten met betrekking tot de materiële vaste activa die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen en waarvan de installatie werd goedgekeurd door de ambtenaar belast met de adviezen inzake technopreventie in de politiezone waar die activa worden gebruikt.

[3° (aj. 2008) het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten met betrekking tot de materiële vaste activa die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen.]

Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten.

Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, d, wordt verstaan onder horecainrichting : elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos.

§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, 1°, is de investeringsaftrek gelijk aan 3 %, wanneer het gaat om materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten, zoals vermeld in boek III "Milieutaksen" van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur.

Dit percentage is eveneens van toepassing op de materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van de terugname in de verkooppunten, de tussentijdse stockage, de verzending naar de afvuller of een distributiecentrale met het oog op de verdere sortering en reiniging en de sortering en reiniging met het oog op de terugzending naar de respectievelijke afvullers van de in (het) eerste lid vermelde herbruikbare verpakkingen.

De Koning bepaalt de wijze waarop de in het eerste en tweede lid vermelde investeringsaftrek moet worden toegepast, de verplichtingen die de belastingplichtigen moeten naleven om recht te hebben op het voordeel ervan, alsmede de kenmerken waaraan de vaste activa moeten voldoen om recht te geven op de aftrek en Hij bepaalt wat onder productieproces moet worden verstaan.

Gecoördineerde tekst van artikel 201, WIB 92
(aanslagjaar 2006)

12. In de gevallen als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, wordt de investeringsaftrek als volgt vastgesteld :

1° met betrekking tot binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort als vermeld in het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van de coördinatiecentra, is het percentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 pct. bedraagt en verhoogd met 1 percentpunt, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3 pct. noch meer dan 10 pct. bedragen; dat percentage is slechts van toepassing op de eerste schijf van 5.000.000 EUR investeringen per belastbaar tijdperk;

2° met betrekking tot de niet in 1° vermelde vennootschappen is het percentage van de aftrek dat vermeld in 1°, doch teruggebracht tot 0.

Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het percentage van de investeringsaftrek vermeld in het eerste lid, 1°, alsmede het in het eerste lid, 2°, vermelde percentage, in zover het tot 0 wordt teruggebracht, verhogen.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.

Het bedrag van 5.000.000 EUR, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988. Bij de berekening zijn de bepalingen van artikel 178, § 2, tweede en derde lid, van toepassing.

In het in artikel 69, § 1, eerste lid, 3°, vermelde geval is de investeringsaftrek slechts van toepassing met betrekking tot de in het eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen en de binnenlandse vennootschappen die op grond van de in artikel 15, § 1, van het Wetboek van vennootschappen bepaalde criteria als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.

Gecoördineerde tekst van artikel 201, WIB 92
(aanslagjaren 2007 en 2008)

13. In de gevallen als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, wordt de investeringsaftrek als volgt vastgesteld :

1° met betrekking tot binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, is het percentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 pct. bedraagt en verhoogd met 1 percentpunt, doch teruggebracht tot 0;

2° met betrekking tot de niet in 1° vermelde vennootschappen is het percentage van de aftrek dat vermeld in 1°, doch teruggebracht tot 0.

Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de Koning, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, de in het eerste lid, 1° en 2°, vermelde percentages, in zover ze tot 0 worden teruggebracht, verhogen.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.

In het in artikel 69, § 1, eerste lid, 3°, vermelde geval is de investeringsaftrek slechts van toepassing met betrekking tot de in het eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen en de binnenlandse vennootschappen die op grond van de in artikel 15, § 1, van het Wetboek van vennootschappen bepaalde criteria als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.

In het in artikel 70, eerste lid, vermelde geval is het percentage van de aftrek tot 0 teruggebracht.

De belastingplichtige die onherroepelijk heeft geopteerd voor het in artikel 289quater vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, kan niet meer genieten van de in de artikelen 69, § 1, eerste lid, 2°, a) en b) en 70, tweede lid, vermelde investeringsaftrek en voor die belastingplichtige, worden de in artikel 72, tweede lid, bedoelde bedragen van 620.000 EUR en 2.480.000 EUR respectievelijk op 310.000 EUR en 1.240.000 EUR bepaald. Deze bedragen worden jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de in artikel 178, § 3, bepaalde coëfficiënt.

III. BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGEN

14. De in artikel 69, § 2, WIB 92 bedoelde investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen geldt in principe zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen.

15. Overeenkomstig artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, WIB 92 mag het basispercentage van de gewone investeringsaftrek voor natuurlijke personen evenwel niet minder bedragen dan 3,5 %, daar waar het percentage dat van toepassing is op de investeringen voor herbruikbare verpakkingen slechts 3 % bedraagt.

In de praktijk zal de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen in de personenbelasting derhalve zonder voorwerp blijven, aangezien die aftrek lager is dan de gewone investeringsaftrek waarop de natuurlijke personen recht hebben.

16. Wat de vennootschapsbelasting daarentegen betreft, is de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen vanaf de invoering van de maatregel van toepassing op alle vennootschappen die investeringen hebben gedaan in materiële vaste activa zoals bedoeld in artikel 69, § 2, WIB 92, en dit ongeacht of die vennootschappen beantwoorden aan de vereisten van artikel 201, eerste lid, 1°, WIB 92 of niet. Artikel 201, WIB 92 houdt immers geen enkele afwijkende bepaling in op artikel 69, § 2, WIB 92.

17. Dit betekent onder meer dat, wat de aanslagen 2006 en vorige betreft, ook de vennootschappen die niet in aanmerking kwamen voor de gewone investeringsaftrek, aanspraak konden maken op de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen, voor zover zij uiteraard de in art. 69, § 2, WIB 92 beoogde investeringen hebben gedaan. Zo konden inzonderheid de grote afvul en distributieondernemingen, die meestal geen recht hadden op de gewone investeringsaftrek, het voordeel van de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen genieten met betrekking tot dergelijke investeringen.

Overeenkomstig artikel 201, eerste lid, 1°, WIB 92, kon de gewone investeringsaftrek (van ten minste 3 % op de eerste schijf van 5.000.000 EUR nog te indexeren investeringen per belastbaar tijdperk) voor die aanslagjaren immers slechts worden toegekend aan de zogenaamde KMO-vennootschappen, d.w.z. de binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoorden aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen en die geen deel uitmaakten van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoorde (voor de overige vennootschappen was het basispercentage van de gewone investeringsaftrek gelijk aan 0 %, wat vanaf aanslagjaar 2007 trouwens het geval is voor alle vennootschappen).

IV. IN AANMERKING KOMENDE INVESTERINGEN

18. Artikel 69, § 2, WIB 92 voorziet in een investeringsaftrek van 3 % voor materiële vaste activa die uitsluitend dienen voor de productie en het hergebruik van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten, zoals omschreven in boek III "Milieutaksen" van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur.

Artikel 369, 3° van voormeld boek III "Milieutaksen" definieert "verpakking" als elke verpakking die een vloeistof, een pasta, een poeder of korrels kan bevatten zoals bijvoorbeeld de fles, het vat, de bus, de doos, het karton en de gesloten zak.

Anderzijds wordt het begrip "hergebruik" volgens artikel 369, 14° van hetzelfde boek omschreven als het opnieuw aanwenden van een verpakking voor hetzelfde doel als waar zij oorspronkelijk voor bestemd was.

19. Zoals reeds blijkt uit het eerste lid van nr. 18 kunnen 2 categorieën investeringen worden onderscheiden.

Een eerste categorie betreft de materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van deze herbruikbare verpakkingen. Overeenkomstig artikel 49bis, § 1, KB/WIB 92 moet onder productieproces worden verstaan het geheel van verrichtingen dat uitsluitend dient om een productiesysteem te installeren, te vervangen, te verbeteren of in stand te houden.

In een tweede categorie worden de materiële vaste activa beoogd die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van de terugname in de verkooppunten, de tussentijdse stockage, de verzending naar de afvuller of een distributiecentrale met het oog op de verdere sortering en reiniging en de sortering en reiniging met het oog op de terugzending naar de respectievelijke afvullers van de voormelde herbruikbare verpakkingen.

20. De voormelde categorieën omvatten meer specifiek :

de materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn en worden gebruikt voor de volgende doeleinden :
  • het afvullen of conditioneren van dranken in herbruikbare verpakkingen;
  • de terugname, het spoelen en de voorbereiding van het afvullen van gebruikte herbruikbare verpakkingen;
  • de specifieke behandelingen van de beoogde dranken en nijverheidsproducten voor en/of na de vulling in een herbruikbare verpakking (bv. pasteuriseren van melk, room, fruitsap, bier en het steriliseren van melk);

de investeringen in herbruikbare verpakkingen, zowel primaire, als secundaire en tertiaire, en de matrijzen en de specifieke machines voor de productie ervan, alsook de aanvullende bouwwerken, installaties en werktuigen voor goederenbehandeling die uitsluitend bestemd zijn en worden gebruikt voor de opslag van herbruikbare verpakkingen.

V. PERCENTAGE EN GRENSBEDRAGEN

21. In de aanhef van artikel 69, § 2, eerste lid, WIB 92, is uitdrukkelijk bepaald dat de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen "in afwijking van § 1, eerste lid, 1°" gelijk is aan 3 procent.

Dit percentage komt dus in de plaats van het basispercentage dat is vastgelegd in § 1, eerste lid, 1°, van voormeld artikel 69, WIB 92.

Die twee percentages kunnen derhalve in geen geval worden samengevoegd met betrekking tot eenzelfde investering (zie ook parlementaire vraag nr. 93 van 10 november 2003 gesteld door Volksvertegenwoordiger Trees PIETERS Bull. "Vragen en Antwoorden", Kamer, 2003 2004, nr. 013, blz. 1823 1825).

22. Dit houdt onder meer in dat, wat de aanslagjaren 2006 en vorige betreft, de in nr. 17, tweede lid, bedoelde KMO-vennootschappen er doorgaans geen baat bij hadden specifiek beroep te doen op de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen, aangezien zij hoe dan ook recht hadden op de gewone investeringsaftrek die steeds minimum 3 % van de investeringen bedroeg.

Aangezien de gewone investeringsaftrek zelfs meer dan 3 % kon bedragen (voor aanslagjaar 2002 was het percentage van de gewone investeringsaftrek gelijk aan 4 %), konden die vennootschappen voor die gewone aftrek opteren, ook met betrekking tot de in rubriek IV vermelde investeringen.

In dergelijk geval moesten die investeringen dan wel in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het (te indexeren) grensbedrag van 5.000.000 EUR investeringen per belastbaar tijdperk.

KMO-vennootschappen die in aanmerking kwamen voor de gewone investeringsaftrek, doch die meer investeringen hadden verricht dan de voormelde toegelaten (te indexeren) schijf van 5.000.000 EUR, konden voor de in rubriek IV vermelde investeringen wel de eenvormige investeringsaftrek van 3 % voor herbruikbare verpakkingen verkrijgen; die investeringen kwamen immers niet in aanmerking voor de berekening van de voormelde grens van 5.000.000 EUR.

VI. BEWIJSLAST

23. Om recht te hebben op de investeringsaftrek voor investeringen tot aanmoediging van het hergebruik van verpakkingen, moeten de investeringen voldoen aan de criteria die zijn vastgelegd in artikel 49bis, KB/WIB 92.

Het is de belastingplichtige die aanspraak maakt op de in artikel 69, § 2, WIB 92 beoogde investeringsaftrek, die moet aantonen dat de investeringen aan die criteria voldoen. Hij kan daartoe alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanwenden, met uitzondering van de eed.

Belastingplichtigen die nalaten dat bewijs te leveren zullen niet in aanmerking komen voor de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen. In dat geval zullen de KMOvennootschappen tot aanslagjaar 2006 wel kunnen terugvallen op de gewone investeringsaftrek die op andere investeringen van toepassing is (zie ook nr. 17, tweede lid en nr. 22, leden 1 tot 3 hiervoor).

VII. INWERKINGTREDING

24. De investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen is in werking getreden met ingang van het aanslagjaar 1999.

25. Doordat het de bedoeling was om een fiscale stimulans te creëren voor alle belastingplichtigen die vanaf het belastbare tijdperk 1993 geïnvesteerd hadden in materiële vaste activa die bestemd waren voor het hergebruik van herbruikbare verpakkingen, werd er in een overgangsregeling voorzien voor de activa die in dit kader verkregen of tot stand gebracht werden vanaf 1 januari 1993 in een aanslagjaar vóór het aanslagjaar 1999. Meer bepaald werd de investeringsaftrek voor herbruikbare verpakkingen met betrekking tot voormelde activa gespreid over de aanslagjaren 1999 tot 2002, telkens ten belope van 25 % van het totale investeringsbedrag. Deze overgangsregeling gold uiteraard alleen voor de vennootschappen die voordien nog geen investeringsaftrek met betrekking tot de beoogde activa hadden genoten.

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

J. VANHOUTTE
Directeur