Circulaire nr. Ci.RH.241/376.581 dd. 29.11.1991

CIRC 29.11.91/2

Circulaire nr. Ci.RH.241/376.581 dd. 29.11.1991


Bull. nr. 712, pag. 128

WINSTEN
Vaststelling.
Winsten die bestaan uit een schuldvordering.


Weerslag van de tijdelijke opheffing van het discontotarief van de N.B.B. op de toepassing van art. 25bis, § 3, WIB

1. Art. 25bis, § 3, WIB bepaalt dat de vorderingen zonder rente die slechts eisbaar zijn na een termijn van ten minste één jaar, bij hun ontstaan slechts in aanmerking worden genomen onder aftrek van het geboekte disconto, voor zover dat disconto wordt berekend tegen een voet die niet meer bedraagt dan het discontotarief van de Nationale Bank van België (N.B.B.) op de datum dat de vordering is ontstaan (*).

(*) Zie onderrichtingen in circ. 06.06.1986, Ci.RH.421/376.581 (B.652).

2. Bij de toepassing van deze bepaling zijn moeilijkheden gerezen omdat de N.B.B. n.a.v. de wet van 02.01.1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsintrumentarium (V. 2082 - B. 703) vanaf 29.01.1991 de publikatie van het toe te passen discontotarief heeft stopgezet. Deze lacune is tot 16.06.1991 blijven bestaan. Vanaf de daarop volgende dag heeft de N.B.B. het vroegere gebruik hernomen en opnieuw een discontotarief gepubliceerd.

3. De administratie aanvaardt dat bedrijven voor de periode van 29.01.1991 tot 16.06.1991, voor de naleving van art. 25bis, § 3, WIB het discontotarief in aanmerking nemen dat op 28.01.1991 door de N.B.B. werd toegepast, nl. 10,5 %.

4. Voor vorderingen die op of na 17.06.1991 ontstaan zijn, wordt voor de berekening van het disconto opnieuw gesteund op het discontotarief dat door de N.B.B. is gepubliceerd. Dit bedraagt 7,50 % voor de periode van 17.06.1991 tot 15.08.1991.