Aanschrijving nr. 4 dd. 25.03.1985

AANSCHRIJVING 85/004

Aanschrijving nr. 4 dd. 25.03.1985


Regeling inzake BTW en inschrijvingstaks
Nieuwe personenauto's en nieuwe auto's dubbel gebruik


1. Het Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985 heeft gepubliceerd :
- de wet van 31 juli 1984 (1) tot wijziging, op het stuk van de inschrijvingstaks, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
- het koninklijk besluit van 20 december 1984 (2) tot wijziging, op het stuk van de inschrijvingstaks, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen;
- het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 (3) met betrekking tot de vaststelling van een minimummaatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde;
- het koninklijk besluit van 20 december 1984 (4) tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 19 van 20 juli 1970 tot regeling van de toepassing van de egalisatiebelasting en het koninklijk besluit nr. 22 van 15 februari 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling toepasselijk op landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde.

2. Die wijzigingen, waarvan deze aanschrijving de draagwijdte toelicht, werden aangebracht ingevolge het arrest van het Hof van Justitie te Luxemburg van 10 april 1984.

3. Dit arrest stelt vast dat de Belgische Staat is afgeweken van artikel 11 van de zesde richtlijn van 17 mei 1977 (5) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting, door de toepassing van een minimummaatstaf van heffing voor nieuwe personenauto's (de catalogusprijs), terwijl genoemd artikel 11 voorschrijft de BTW te berekenen over de werkelijke tegenprestatie van de handeling. Het Hof heeft geoordeeld dat artikel 27, § 5, van de zesde richtlijn, hetgeen machtigt afwijkende maatregelen te handhaven ter bestrijding van de belastingfraude en de belastingontwijking, de systematische toepassing van de betwiste minimummaatstaf niet toeliet als zijnde onevenredig aan het nagestreefde doel.

4. Ten einde de wetgeving in overeenstemming te brengen met dit arrest wordt door het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 de tekst van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 juli 1970 volledig vervangen en wordt aldus, onder meer, de minimummaatstaf voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik afgeschaft met terugwerkende kracht tot 10 april 1984.

Voor de levering aan de gebruiker of voor de invoer door de gebruiker van dergelijke voertuigen wordt de BTW dus voortaan berekend over de normale maatstaf van heffing, zoals hij wordt bepaald in de artikelen 26 tot 28 en 34 van het BTW-Wetboek.

Daarentegen blijft voor de tweedehandse voertuigen de minimummaatstaf behouden; hij werd overigens ietwat aangepast ten einde beter rekening te houden met de evolutie van de prijs van deze voertuigen.

5. Anderzijds diende om het budgettair verlies voortvloeiend uit de opheffing van de minimummaatstaf, zijnde de catalogusprijs, voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik te compenseren, een correctief te worden ingevoerd, met name de instelling van een inschrijvingstaks voor deze voertuigen. Artikel 33 van de zesde richtlijn laat inderdaad de invoering toe van speciale taksen, onderscheiden van de BTW, voor zover ze niet het karakter van een omzetbelasting bezitten.

6. Men vindt hierna :
- onder het eerste hoofdstuk, de nieuwe regeling toepasselijk op voertuigen op het stuk van de BTW; R- onder hoofdstuk II, de nieuwe regeling toepasselijk op voertuigen op het stuk van de inschrijvingstaks.

Eerste hoofdstuk.-- Regeling die inzake BTW toepasselijk is op personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

Eerste afdeling.-- Toepassingsgebied van deze regeling. Onderscheid te maken tussen nieuwe voertuigen en tweedehandse voertuigen,

Belang van dit onderscheid.

7. De fundamentele wijziging aangebracht aan de regeling zoals die vervat was in het oude koninklijk besluit nr. 17 van 20 juli 1970 bestaat in de opheffing van de minimummaatstaf, zijnde de catalogusprijs, voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Het is dus van belang :

1° te bepalen welke soorten voertuigen bedoeld zijn;

2° het onderscheid tussen nieuwe en tweedehandse voertuigen vast te stellen.

Definitie van "personenauto's".

8. Onder "personenauto" in de zin van de reglementering eigen aan de inschrijving van de personenauto's wordt verstaan elke auto waarvan de binnenruimte uitsluitend is ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen en die, bij gebruik voor bezoldigd vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten zonder die van de bestuurder. Hier zijn inzonderheid bedoeld de coupés, de limousines, de berlines, de cabriolets, de "familiales" en de sportwagens.

Definitie van "auto's voor dubbel gebruik".

9. Onder "auto voor dubbel gebruik" wordt verstaan elke auto ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen en zaken en die. bij gebruik voor bezoldigd vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder. Hier zijn inzonderheid bedoeld de "commercials", de breaks en de "stationwagens", waarvan de ruimte achter de zetel van de bestuurder zodanig is ingericht dat er zetels kunnen worden geplaatst.

Voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4".

10. Zijn eveneens bedoeld, voor zover ze beantwoorden aan de omschrijving van personenauto's of auto's voor dubbel gebruik, de zogenaamde voertuigen "alle terreinen" of "4 x 4", waarvan de karakteristiek is dat ze, bij gebrek aan rupsbanden, ten minste twee aandrijvende wielstellen bezitten (z. aanschr. 5/1980 (6) en 8/ 1980 (7)).

Niet bedoelde voertuigen.

11. De minimummaatstaf behouden door het koninklijk besluit nr. 17 (nieuw) voor tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, net zoals de inschrijvingstaks voorzien voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, beoogt dus niet :

1° minibussen, zijnde auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, die bij gebruik voor het bezoldigd vervoer van personen ten hoogste acht plaatsen mogen bevatten, zonder die van de bestuurder, en die voorzien zijn van een koetswerk van hetzelfde type als dat van de lichte vrachtauto's of de autobussen;

2° voertuigen met zitplaats voor meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen : autocar, autobus, enz.;

3° voertuigen speciaal ingericht voor het vervoer van zieken, gewonden (ziekenwagens) en gevangenen, of voor lijkenvervoer;

4° vrachtwagens en bestelwagens voornamelijk ontworpen en gebouwd voor goederenvervoer;

5° tractors en voertuigen voor gespecialiseerd gebruik (takelwagens, brandweerwagens, sneeuwruimers, enz.);

6° voertuigen die de carrosserie van een toerismewagen hebben maar waarvan de ruimte achter de zetel van de bestuurder zodanig is ingericht dat het voertuig moet beschouwd worden als uitsluitend dienstig voor goederenvervoer, en voor zover het procesverbaal van goedkeuring van het Ministerie van Verkeerswezen nauwkeurig bepaalt dat zij enkel dienstig zijn voor het vervoer van goederen.

Nieuwe of tweedehandse personenauto's. Nieuwe of tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.

12. Artikel 1 van het nieuw koninklijk besluit nr. 17 definieert alleen de tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik voor dewelke de minimummaatstaf van heffing voortaan alleen van toepassing is. De nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik worden daarentegen gedefinieerd in artikel 9 (nieuw) van de Algemene Verordening op de met zegel gelijkgestelde taksen, in het kader van de nieuwe regeling zake inschrijvingstaks die erop van toepassing is.

13. Krachtens artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 17 (nieuw) dienen, op het tijdstip van hun levering of hun invoer, te worden aangemerkt als tweedehands de personenauto's de auto's voor dubbel gebruik hierboven omschreven die "op dat tijdstip reeds door één of meerdere gebruikers in België of in het buitenland werden gebruikt". Daarentegen dienen de personenauto's welke, op dat tijdstip, nog niet in die omstandigheden werden gebruikt te worden aangemerkt als nieuw.

14. Zoals men merkt sluit de genoemde definitie aan bij de gebruikelijke betekenis van nieuwe personenauto's en tweedehandse personenauto's. Ze vergt slechts toelichting in de volgende twee bijzondere gevallen :

1° de demonstratie- of directiewagens geleverd door de constructeurs en handelaars in personenauto's en/of auto's voor dubbel gebruik na een eerste gebruik ervan voor hun eigen behoeften;

2° de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik ingevoerd door een gebruiker.

Demonstratie- of directiewagens.

15. Het aan de levering voorafgaand gebruik, door een gebruiker, stelt een bijzonder probleem, wanneer dit gebruik gebeurt door constructeurs of handelaars in personenauto's of in auto's voor dubbel gebruik. Artikel 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 17 (nieuw) definieert inderdaad als gebruiker "eenieder die een personenauto of een auto voor dubbel gebruik gebruikt voor privé-doeleinden of voor andere beroepswerkzaamheden dan de verkoop van personenauto's of auto's voor dubbel gebruik".

16. De constructeurs en handelaars in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik zijn dus geen gebruikers in de mate dat ze de voertuigen gebruiken met het oog op de bevordering van de verkoop ervan, inzonderheid voor demonstratiedoeleinden. Ze worden daarentegen gebruikers in de mate dat ze personenauto's en auto's voor dubbel gebruik onttrekken voor hun eigen behoeften, zonder een direct en noodzakelijk verband met de noodwendigheden van de verkoop.

17. Ten einde betwistingen hieromtrent te vermijden stelt artikel 1, vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 17 (nieuw) dat als tweedehands worden aangemerkt "de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik welke de in België gevestigde constructeurs of handelaars in dergelijke voertuigen voor het eerst in het verkeer brengen om ze tijdelijk voor hun eigen behoeften te gebruiken, wanneer ze meer dan drie maanden na de datum waarop ze voor het eerst in het verkeer zijn gebracht aan een gebruiker worden geleverd". Daarentegen zijn dus aan te merken als nieuw de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik welke in die omstandigheden worden gebruikt gedurende een periode die drie maanden niet overschrijdt.

18. De in aanmerking te nemen periode begint te lopen vanaf de datum waarop het voertuig voor het eerst door de constructeur of handelaar in het verkeer wordt gebracht, voor zijn eigen behoeften. Deze datum, aanvang van de onttrekking door de constructeur of handelaar, moet door deze laatste worden vastgesteld en ingeschreven in een speciaal te dien einde gehouden register.

19. Er wordt opgemerkt dat onder de voorgaande wetgeving de bedoelde periode niet drie maar zes maanden bedroeg.

Personenauto's en auto's voor dubbel gebruik ingevoerd door een gebruiker.

20. Een personenauto of een auto voor dubbel gebruik dient aangemerkt te worden als tweedehands wanneer hij voor de levering of invoer ervan reeds door een gebruiker in België of in het buitenland werd gebruikt.

Zo het bewijs van een eerste ingebruikname in België gemakkelijk le leveren is, is dit niet het geval indien het voertuig voorafgaandelijk in het buitenland werd gebruikt. Dit bewijs kan geleverd worden door alle middelen van het gemene recht, uitgezonderd de eed. Meestal wordt het bewijs geleverd door definitieve of tijdelijke inschrijvingsbewijzen uitgereikt in het buitenland, door de aankoopfactuur uitgereikt door de buitenlandse verkoper, door het jaartal van de auto en, subsidiair, door de weergegeven kilometerstand en de tekenen van gebruik die kunnen worden vastgesteld.

21. De toestand is vooral moeilijk te beoordelen wanneer de personenauto of de auto voor dubbel gebruik is ingevoerd en ten verbruik aangegeven in België met betaling van de BTW in hoofde van een gebruiker die de auto als nieuw voertuig in het buitenland heeft verkregen en die er door hem in het verkeer werd gebracht.

Het is daarom dat artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 17 (nieuw) preciseert dat, in dat geval, de ingevoerde auto slechts als tweedehands kan worden aangemerkt indien de gebruiker aantoont de auto werkelijk in het buitenland te hebben gebruikt voor interne verplaatsingen die niet in verband staan met zijn overbrenging naar België. In dit opzicht zou de bewering dat de gebruiker een vakantiereis zou hebben ondernomen in het land waar hij het voertuig heeft verkregen niet in aanmerking worden genomen.

22. Er wordt opgemerkt dat in de nieuwe wetgeving de bepaling niet wordt behouden waarin werd gesteld dat de ingevoerde personenauto als nieuw werd aangemerkt indien hij voor de invoer minder dan zes maanden in het buitenland werd gebruikt.

Afdeling II.-- Regeling die inzake BTW toepasselijk is op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Opheffing van de minimummaatstaf van de catalogusprijs.

23. Ingevolge het nieuwe koninklijk besluit nr. 17 wordt de destijds geldende tekst krachtens dewelke voor nieuwe personenauto's de maatstaf van heffing niet lager mocht zijn dan de catalogusprijs die gold op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd was, opgeheven

24. De BTW is dus, zowel voor nieuwe personenauto's als voor nieuwe auto's voor dubbel gebruik, voortaan verschuldigd over de maatstaf van heffing vastgesteld overeenkomstig de artikelen 26 tot 28 en 34 van het BTW-Wetboek.

De BTW wordt in principe berekend over de werkelijke prijs van de handeling, zoals deze kan worden beïnvloed door de prijsverminderingen toegestaan door de verkopers bij de levering.

Terugwerkende kracht.

25. De opheffing van de minimummaatstaf van heffing voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik geldt sinds 10 april 1984 vanaf welke datum het arrest van het Hof van Justitie te Luxemburg uitwerking heeft.

26. Hieruit volgt dat voor de leveringen en invoeren van deze auto's die plaatsvonden sedert 10 april 1984, de heffing op de catalogusprijs in principe ten onrechte is gebeurd in de mate dat die catalogusprijs hoger was dan de werkelijke prijs. De teveel geheven BTW wordt evenwel in mindering gebracht van de nieuwe inschrijvingstaks die, zoals blijkt uit de overgangsbepalingen uiteengezet onder nr. 135, op dezelfde datum opeisbaar is geworden

Afdeling III.-- Regeling die inzake de BTW toepasselijk is op tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.

Handhaving van de minimummaatstaf van heffing.

27. Wat de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik betreft die zijn geleverd aan of ingevoerd door een gebruiker, werd de minimummaatstaf van heffing, die bestaat uit een fractie van de catalogusprijs van het nieuwe voertuig dat degressief is naargelang de ouderdom van het tweedehandse voertuig, gehandhaafd. Deze minimummaatstaf werd zelfs aangepast rekening houdend met de actuele situatie van de markt van de tweedehandse auto's.

Wijzigingen aangebracht aan de forfaitaire berekening van de minimummaatstaf van heffing.

Tekst van de nieuwe bepaling.

28. "Artikel 2. § 1. Voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik mag de maatstaf van heffing niet lager zijn dan de hierna vastgestelde percentages van de catalogusprijs :

85 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft binnen de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

80 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft in de loop van de vierde, de vijfde of de zesde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

70 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft in de loop van de zevende, de achtste of de negende maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

65 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft in de loop van de tiende, de elfde of de twaalfde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

55 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het tweede jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

45 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het derde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

35 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het vierde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

30 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het vijfde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

20 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het zesde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

10 pct. indien de levering of de invoer plaatsheeft tijdens het zevende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.

In geen geval mag de maatstaf van heffing lager zijn dan 8.000 frank wanneer de belasting verschuldigd wordt voor het verstrijken van het tiende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel moet als catalogusprijs in aanmerking worden genomen de prijs die, op het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, door de constructeur was vastgesteld voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van hetzelfde type samen met de uitrusting en het toebehoren ervan".

Nieuwe wijze van vaststelling van de in aanmerking te nemen periodes.

29. De oude wetgeving ter zake verdeelde de fracties van de catalogusprijs per kalenderjaar, zonder voldoende rekening te houden met de reële waardevermindering van de personenauto's en van de auto's voor dubbel gebruik, te wijten aan de duur van hun gebruik.

30. In de nieuwe wetgeving is het uitgangspunt van de verschillende in aanmerking te nemen periodes steeds het tijdstip waarop de personenauto of de auto voor dubbel gebruik voor het eerst in het verkeer werd gebracht en worden de termijnen, uitgedrukt in maand of in jaar, berekend van datum tot datum met dien verstande dat bij die berekening de "dies a quo" wordt verwaarloosd doch de "dies ad quem" wordt meegeteld.

31. Voor het eerste jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto of de auto voor dubbel gebruik voor het eerst in het verkeer werd gebracht dalen de fracties trapsgewijs, per periode van drie maanden en dit om beter rekening te houden met de evolutie van de prijzen van de markt van de tweedehandse voertuigen gedurende deze periode.

32. Voorbeelden.

I. Een nieuwe personenauto werd voor het eerst in het verkeer gebracht op 3 september 1984. Deze personenauto wordt als tweedehands voertuig geleverd op 10 mei 1985.

De levering heeft plaats in de loop van de negende maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer werd gebracht (meer bepaald tijdens de periode van 4 maart 1985 tot 3 juni 1985 inbegrepen). Een fractie van 70 pct. dient op de oorspronkelijke catalogusprijs te worden toegepast (z. nr. 28).

II. In plaats van op 10 mei 1985 als tweedehands te worden geleverd wordt diezelfde personenauto als zodanig geleverd op 15 juni 1986.

De levering heeft plaats tijdens het tweede jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht (meer bepaald tijdens de periode van 4 september 1985 tot 3 september 1986 inbegrepen). Een fractie van 55 pct. dient te worden toegegepast.

III. Een nieuwe personenauto wordt door een handelaar in personenauto's voor zijn eigen behoeften in het verkeer gebracht op 5 januari 1985. Hij levert deze personenauto op 8 mei 1985 aan een gebruiker.

De levering heeft plaats tijdens de vijfde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht (meer bepaald tijdens de periode van 6 april 1985 tot 5 juli 1985 inbegrepen). Een fractie van 80 pct. dient te worden toegepast.

IV. De personenauto beoogd onder III wordt aan een gebruiker geleverd op 2 april 1985, hetzij tijdens de periode van drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht. Deze personenauto dient als nieuw te worden aangemerkt en volgt het regime van de nieuwe personenauto's (z. afdeling II hierboven en hoofdstuk II, afdeling 11).

V. Een nieuwe personenauto wordt voor het eerst in het verkeer gebracht op 20 januari 1980. Deze personenauto wordt als tweedehandse auto geleverd op 30 april 1985.

De levering heeft plaats tijdens het zesde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht (nl. tijdens de periode van 21 januari 1985 tot 20 januari 1986 inbegrepen). Een fractie van 20 pct. dient te worden toegepast.

Verhoging van de in aanmerking te nemen percentages.

33. Er wordt opgemerkt dat afgezien van de nieuwe berekeningswijze van de in aanmerking te nemen periodes en van de vaststelling van de specifieke fracties voor het eerste jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht, de fracties voor de twee volgende periodes verhoogd zijn met 5 pct. (50 pct. is 55 pct. geworden, 40 pct. is 45 pct. geworden).

34. Indien anderdeels de levering van het tweedehandse voertuig plaatsvindt nà het zevende jaar maar vóór het verstrijken van het tiende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer werd gebracht, mag de maatstaf van heffing niet lager zijn dan 8.000 fr. (in plaats van 6.000 fr. in de oude wetgeving, maar rekening gehouden met een andere wijze van berekening van de periodes).

In aanmerking te nemen catalogusprijs.

35. De catalogusprijs waarover de fractie wordt toegepast is de prijs die, op het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, was vastgesteld voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van hetzelfde type samen met de uitrusting en het toebehoren ervan.

36. De verwijzing naar de oorspronkelijke catalogusprijs vastgesteld voor het nieuwe voertuig blijft gelden ook al werd die prijs als liquidatieprijs aan de administratie betekend.

Facturatie van de levering van de tweedehandse personenauto of van de tweedehandse auto voor dubbel gebruik.

37. De facturen en alle andere documenten die betrekking hebben op de levering of de invoer van een tweedehandse personenauto of van een tweedehandse auto voor dubbel gebruik moeten behalve de vermeldingen die nodig zijn voor hel vaststellen van de catalogusprijzen en voor het identificeren van de typen van de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik (merk, model, jaartal, cylinderinhoud, motorsterkte, carrosseriemodel), ook het chassisnummer en de datum (en niet meer alleen het jaar) waarop het hier te lande geleverde of het ingevoerde voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, vermelden (kon. besl. nr. 17, art. 4, § 2). De datum waarop de personenauto voor het eerst in het verkeer is gebracht is, in principe, vermeld op het inschrijvingsbewijs dat bij de personenauto is gevoegd.

Hoofdstuk II.-- Regeling die inzake inschrijvingslaks toepasselijk is op personenauto's en op auto's voor dubbel gebruik.

Eerste afdeling.--Inleiding.

38. De wet van 27 december 1977 (8), die de Belgische wetgeving heeft aangepast aan de zesde EEG-richtlijn, heeft de inschrijvingstaks ingesteld die het onderwerp is van de eerste titel, artikelen 1 tot 15, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en waarvan de uitvoeringsmaatregelen zijn weergegeven in de eerste titel, artikelen 1 tot 14, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.

39. De inschrijvingstaks onderwerpt de inschrijving van sommige motorvoertuigen (personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, kampeerauto's, motorfietsen) en luchtvaartuigen, alsook de eerste ingebruikneming van een kampeerwagen of van een pleziervaartuig, aan een met het zegel gelijkgestelde taks met een specifiek karakter.

40. Deze aanschrijving beperkt zich tot het toelichten van de regeling die inzake inschrijvingstaks toepasselijk is op de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik. Ze legt in het bijzonder de nadruk op de wijziging die in dit opzicht is aangebracht aan de regeling voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Bijkomstig wordt de regeling van de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik vermeld wegens sommige wijzigingen aangebracht aan de minimummaatstaf van heffing.

Onderscheid tussen de BTW en de inschrijvingstaks.

41. De BTW wordt geheven wegens de levering of de invoer van een voertuig. De inschrijvingstaks wordt geheven wegens het enkel feit van de inschrijving van het voertuig. Het komt erop neer dat indien het geleverde of ingevoerde voertuig niet wordt ingeschreven, alleen de BTW van toepassing is.

42. De BTW is slechts verschuldigd indien de levering wordt verricht door een belastingplichtige. De inschrijvingstaks is in principe steeds verschuldigd wegens het enkel feit van de inschrijving of de wijziging van inschrijving van het voertuig.

43. De BTW die de verkrijging of de invoer door een belastingplichtige van een voertuig bestemd voor de behoeften van zijn onderneming bezwaart, is aftrekbaar, onder voorbehoud van de beperking voorzien door artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

De inschrijvingstaks, die niets gemeen heeft met de BTW, is nooit aftrekbaar.

44. De BTW is verschuldigd door de verkoper van het voertuig of door de geadresseerde bij invoer, wegens de levering of de invoer. De inschrijvingstaks is verschuldigd door de aanvrager tot inschrijving, wegens de inschrijving.

45. Meer in het algemeen volgen de BTW en de inschrijvingstaks verschillende regels, op elk niveau van hun werking, zonder dat zij met elkaar kunnen worden verward, zelfs indien ze elkaar schijnen aan te vullen op het vlak van de goederen waarop ze toepasselijk zijn.

Afdeling II. -- Regeling die inzake inschrijvingstaks toepasselijk is op nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Eerste onderafdeling.--Algemene werking van de taks.

Wetteksten.

46. De wet van 31 juli 1984 tot wijziging van titel 1 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen voert de heffing van de inschrijvingstaks voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik in, door de rechtstreekse combinatie van twee teksten.

47. Enerzijds geeft artikel 2 van de wet, mede met artikel 5, § 1, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, het principe zelf weer van de belastingheffing :

Artikel 5. § 1, eerste lid : "Voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik wordt de taks geheven over de catalogusprijs van kracht op de datum van de inschrijving van het voertuig".

48. Anderzijds houdt artikel 3 van de wet, mede met artikel 7, § 2, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, de beperkingen in van deze heffing, door de toepassing van een gedeeltelijke vrijstelling :

Artikel 7, § 2 : "In afwijking van § 1" (dat voorziet in een gehele vrijstelling van de taks)" is, indien de belasting over de toegevoegde waarde werd betaald bij de levering of de invoer van een voertuig beoogd in artikel 5, § 1, de vrijstelling, voor de inschrijving volgend op deze levering of invoer, slechts van toepassing tot beloop van het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde bij de levering of de invoer van dat voertuig".

49. De eenvoudige combinatie van de principetekst (art. 5, § 1) en van de tekst van de vrijstelling (art. 7, § 2) heeft tot gevolg dat de eerste inschrijving van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik onderworpen is aan de inschrijvingstaks op het verschil tussen de catalogusprijs van kracht bij de inschrijving en het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing voor de BTW voor de levering of de invoer van het ingeschreven voertuig.

Onderafdeling II. -- Draagwijdte van het principe vervat in artikel 5, § 1, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Het belasten van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

50. De nieuwe regeling geldt enkel voor de nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, met uitzondering van de tweedehandse personenauto's, de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, de minibussen, nieuw of tweedehands, en de andere goederen onderworpen aan de inschrijvingstaks.

51. Voor de definitie van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik wordt verwezen naar de nrs. 8 tot 11 van deze aanschrijving.

52. Krachtens artikel 9, eerste lid, nieuw, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (art. 8 van het kon. besl. van 20 december 1984) "dienen als nieuw te worden aangemerkt de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik die, op het ogenblik van hun eerste inschrijving hier te lande, nog niet in België of in het buitenland zijn gebruikt geweest door een gebruiker". Als gebruiker wordt aangemerkt eenieder die een personenauto of een auto voor dubbel gebruik gebruikt voor privé-doeleinden of voor andere beroepswerkzaamheden dan de verkoop voor personenauto's of auto's voor dubbel gebruik (art. 9, tweede lid, nieuw).

53. Zoals men bemerkt worden de begrippen "nieuwe personenauto's" en "nieuwe auto's voor dubbel gebruik" opgevat in hun gebruikelijke betekenis en moeten ze bij elke eerste inschrijving hier te lande worden beoordeeld. Nochtans kunnen zich twee bijzondere situaties voordoen, welke hierna worden onderzocht :
- de regeling van toepassing op de zogenaamde "demonstratie- of directiewagens";
- de regeling voor de ingevoerde auto's.

Personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die worden gebruikt als demonstratie- of directiewagens.

54. De constructeurs en handelaars in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik worden niet aangemerkt als gebruiker wanneer zij, voorafgaandelijk aan de inschrijving ervan, tijdelijk nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik gebruiken ten behoeve van de verkoop in de ruime betekenis van dit woord (promotie, tentoonstelling, reclame, enz.). Het gebeurt nochtans dat sommige personenauto's of auto's voor dubbel gebruik speciaal worden onttrokken voor de eigen behoeften van de constructeur of van de handelaar die evenwel de normale behoefte van de verkoop overtreffen.

Artikel 9, derde lid, nieuw, acht dat deze behoeften voor de verkoop niet worden overschreden en dat de personenauto of de auto voor dubbel gebruik die tijdelijk wordt gebruikt, kan worden aangemerkt als nieuw wanneer "de eerste inschrijving volgend op de levering geschiedt binnen een periode van drie maand te rekenen vanaf de datum waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer werd gebracht". Na deze periode dient de personenauto bij de levering te worden beschouwd als tweedehands (z. nrs. 15 tot 19).

Ingevoerde personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

55. Zoals gezegd onder de nrs. 20 tot 22 is het onderscheid tussen een nieuw voertuig en een tweedehands voertuig moeilijker indien het voertuig uit het buitenland komt. De vraag stelt zich dan of het al dan niet reeds werd gebruikt door een gebruiker. Het bewijs van dit gebruik mag worden geleverd door alle middelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Het wordt meestal geleverd door definitieve of tijdelijke inschrijvingsbewijzen uitgereikt in het buitenland, door de aankoopfactuur, door het jaartal van de auto, en subsidiair door de weergegeven kilometerstand en de tekenen van gebruik die kunnen worden vastgesteld.

56. Indien het voertuig als nieuw is verkregen in het buitenland en er door de gebruiker die hem invoerde zelf in het verkeer werd gebracht, blijft de personenauto of de auto voor dubbel gebruik nieuw, zelfs indien hij zou worden gebruikt voor zijn overbrenging naar België. De omstandigheid dat het voertuig, nadat het in het verkeer werd gebracht, eerst gebruikt werd voor een vakantieverblijf in het buitenland, heeft op zichzelf niet tot gevolg dat het zijn karakter van nieuw voertuig verliest.

Met andere woorden, opdat het voertuig ingevoerd door een gebruiker zou worden beschouwd als tweedehands moet het in het buitenland gebruikt zijn geweest voor interne verplaatsingen die niet in verband staan met zijn overbrenging naar België (Alg. Ver. ZGT, art. 9, eerste lid)

Vermoeden van inschrijving van een nieuw voertuig.

57. Krachtens artikel 5, § 1, derde lid, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, "wordt geacht, tot bewijs van het tegendeel, betrekking te hebben op een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik de eerste inschrijving van zo'n voertuig in het repertorium van de dienst die met de inschrijving van voertuigen belast is".

58. Dit vermoeden heeft tot doel aan de gebruiker, die zou beweren dat de eerste inschrijving een tweedehandse personenauto of een tweedehandse auto voor dubbel gebruik tot voorwerp heeft, de verplichting op te leggen een voorafgaandelijk gebruik van dit voertuig aan te tonen. Meestal zal dit vermoeden gelden in de situaties beoogd in de nrs. 54 tot 56 hierboven.

Maatstaf van heffing van de inschrijvingstaks voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

59. Krachtens artikel 5, § 1, eerste lid, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, wordt voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik de taks geheven over de catalogusprijs van kracht op de datum van de inschrijving van het voertuig.

60. Er wordt aan herinnerd dat deze principiële heffing ruimschoots wordt verzacht door de gedeeltelijke vrijstelling ingesteld bij artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (z. nrs. 70 en volgende).

Catalogusprijs.

61. De catalogusprijs is de prijs die door de constructeur of zijn mandataris wordt bepaald voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe motorvoertuigen van een zelfde type met de uitrusting en het toebehoren ervan.

62. De vaststelling en de systematische kennisgeving van deze catalogusprijs aan de administratie wordt geregeld in artikel 10bis, nieuw, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, waarnaar wordt verwezen.

63. Voor ieder type van voertuig dat wordt verkocht moet de catalogusprijs worden vastgesteld. Deze vaststelling gebeurt meestal, naargelang van het type, op basis van mechanische factoren (b.v.

het aantal cilinders, de cilinderinhoud, het vermogen van de motor (in DIN pk en kW), het aantal versnellingen, al dan niet automatische transmissie, de aard van de brandstof (benzine of diesel), enz.) of op basis van de carrosserie (personenwagen of break, aantal deuren, bestaan van een vijfde deur, open dak, specifieke binneninrichting, enz.).

64. In de regel moet, voor ieder type van voertuig, de catalogusprijs de uitrusting en het toebehoren begrijpen die kenmerkend zijn voor het model. Het is dus bijgevolg uitgesloten dat als optie buiten catalogusprijs wordt beschouwd de uitrusting en het toebehoren die verplicht deel uitmaken van een voertuig van een bepaald type, zodanig dat de koper ze zich noodzakelijkerwijs samen met het beoogde voertuig moet aanschaffen.

Catalogusprijs van kracht op de datum van de inschrijving van het voertuig.

65. De in aanmerking te nemen catalogusprijs is in principe deze die van kracht is op het ogenblik van de inschrijving van het voertuig.

66. Gelet evenwel op het feit dat, in de praktijk, de inschrijving meestal niet samenvalt met de levering zelf van de personenauto, wordt het toegelaten dat de in aanmerking te nemen catalogusprijs deze is die van kracht is op het ogenblik dat de prijs definitief tussen de partijen wordt overeengekomen. De in aanmerking te nemen datum is derhalve de datum van de bestelling indien de prijs op dat tijdstip definitief is vastgesteld of, indien dit niet zo is, de datum waarop zich later de herziening van de oorspronkelijke prijs voordoet (bijvoorbeeld, de datum van de levering of van de definitieve facturering).

Vermelding van de catalogusprijs op de factuur die de leveringen vaststelt.

67. Artikel 10bis, § 3, nieuw, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen preciseert dat de facturen die de levering van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik vaststellen steeds de in aanmerking genomen catalogusprijs moeten vermelden.

Tarief van de inschrijvingstaks.

68. Het tarief van de taks is, in principe, vastgesteld op 25 pct.

(Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, art. 6, § 1).

69. Dit tarief wordt echter op 33 pct. gebracht voor de personenauto's uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van méér den 3000 cc of waarvan het vermogen méér bedraagt dan 116 kW (Alg. Ver. ZGT, art. 1, 1°). Er wordt evenwel opgemerkt dat het tarief van 33 pct. niet van toepassing is op de auto's voor dubbel gebruik (z. aanschr. 17/1981 (9), nr. 10, tweede lid, en nr. 12).

Onderafdeling III.-Draagwijdte van de vrijstelling bedoeld in artikel 7, §2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, voor de inschrijving van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Algemene toepassingsvoorwaarden van artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

70. Artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (art. 3 van de wet van 31 juli 1984) heeft tot gevolg dat sommige vrijstellingen voorzien in artikel 7, oud, dat artikel 7, § 1, is geworden van de genoemde wet nog slechts gedeeltelijk zijn. Daar deze vrijstellingen volledig blijven in de situaties die niet zijn beoogd in artikel 7, § 2, is het noodzakelijk de draagwijdte van deze afwijking duidelijk te omschrijven.

71. Opdat artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen van toepassing zou zijn, moeten de twee volgende voorwaarden samen vervuld zijn :

1° de vrijstelling voorzien in artikel 7, § 1, van dit wetboek moet gebaseerd zijn op het feit dat de BTW werd betaald bij de levering of de invoer van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik;

artikel 7, § 2, van dit wetboek verleent de gedeeltelijke vrijstelling slechts voor de inschrijving die onmiddellijk volgt op deze levering of deze invoer.

72. Wanneer deze voorwaarden samen zijn vervuld, is de vrijstelling, die krachtens artikel 7, § 1, in principe volledig is, slechts toepasselijk ten belope van het bedrag dat heeft gediend als maatstaf van heffing voor de BTW bij de levering of de invoer van het voertuig.

Eerste voorwaarde : vrijstellingen bedoeld in artikel 7, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, waarvan artikel 7, § 2, nieuw, afwijkt.

73. De vrijstellingen waarvan wordt afgeweken zijn deze die, met het oog op het vermijden van een dubbele heffing van de BTW die inschrijvingstaks op een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik, de heffing van de inschrijvingstaks uitsluiten wegens de betaling van de BTW.

74. De aldus omschreven vrijstellingen beogen de volgende situaties :

- de inschrijving van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik op naam van een persoon of van zijn echtgenoot die dat voertuig hier te lande heeft verkregen met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde (art. 7, § 1, 3°, partim);

- de inschrijving van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik op naam van een orgaan of een personeelslid van een onderneming, wanneer deze laatste dit voertuig hier te lande heeft verkregen of heeft ingevoerd met betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en dit voertuig bestemd is om te worden gebruikt door degene op wiens naam het wordt ingeschreven (art. 7, § 1, 4°, partim).

75. Artikel 7, § 2, nieuw, van het Wetboek beperkt de vrijstelling van artikel 7, § 1, slechts in de hierboven beschreven gevallen.

De vrijstelling blijft dus inzonderheid volledig :
- wanneer de inschrijving betrekking heeft op een tweedehandse personenauto of een tweedehandse auto voor dubbel gebruik en de voorwaarden voor de vrijstelling voorzien in artikel 7, § 1, zijn vervuld; R- wanneer de inschrijving van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik gebeurt op naam van een persoon of zijn echtgenoot die het voertuig hier te lande heeft verkregen met vrijstelling van de BTW (bijvoorbeeld, met het oog op uitvoer) of het heeft ingevoerd onder een stelsel van tijdelijke vrijstelling van de BTW (art. 7, § 1, 1°, a en c, partim).

Er wordt bovendien aangestipt dat de afgifte aan een handelaar in personenauto's of auto's voor dubbel gebruik, van proefrittenplaten of handelaarsplaten, geen inschrijving van het voertuig met zich meebrengt en bijgevolg buiten het toepassingsgebied van de inschrijvingstaks blijft.

76. Tenslotte heeft de afwijking ingesteld door artikel 7, § 2, nieuw, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen geen betrekking op de bijzondere vrijstellingen voorzien in de artikelen 8 en 9 van dit wetboek. De gehele vrijstelling van de inschrijvingstaks blijft dus toepasselijk :

1° voor de inschrijving van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik verkregen of ingevoerd door invaliden of gehandicapten onder de gunstregeling voorzien in artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;

2° voor de inschrijving van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik bestemd voor instellingen en personen beoogd in artikel 9 (diplomatieke zendingen van vreemde Staten, consulaire posten, diplomaten, internationale instellingen, enz.) en onder de voorwaarden gesteld door deze bepaling.

Tweede voorwaarde : de gedeeltelijke vrijstelling wordt beperk inschrijving volgend op de levering of de invoer.

77. De gedeeltelijke vrijstelling van de inschrijvingstaks is slechts van toepassing op de inschrijving volgend op de levering of de invoer met betaling van de BTW van de nieuwe personenauto of de nieuwe auto voor dubbel gebruik. De latere inschrijvingen genieten van de gehele vrijstelling indien zij vallen onder de voorzieningen van artikel 7, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

78. Voorbeelden.

1° Een nieuwe personenauto werd verkregen met betaling van de BTW over de werkelijke prijs die lager is dan de catalogusprijs door M. Peeters, welke hem op zijn naam heeft ingeschreven. Na genote. De vrijstelling is gedeeltelijk voor de eerste inschrijving (Wetboek, art. 7, § 2); ze is volledig voor de tweede inschrijving (Wetboek, art. 7, § 1, 1°, a).

Indien M. Peeters de personenauto onmiddellijk zou hebben doen inschrijven op naam van zijn echtgenote zou de gedeeltelijke vrijstelling van toepassing geweest zijn op deze eerste inschrijving van het voertuig.

2° Een verhuuronderneming verkrijgt nieuwe personenauto's met betaling van de BTW over de werkelijke prijs die lager is de catalogusprijs en laat de wagens onmiddellijk inschrijven naam van gebruikers. De gedeeltelijke vrijstelling is van op deze eerste inschrijving van de voertuigen. Elke latere inschrijving op naam van andere gebruikers of op naam van de onderneming zelf geniet van de volledige vrijstelling (Wetboek, art. 7, § 1, 3°).

Indien deze onderneming de nieuwe personenauto's die zij heeft verkregen zou laten inschrijven op haar naam zou de gedeeltelijke vrijstelling toepasselijk zijn op deze inschrijvingen, maar de latere inschrijvingen op naam van de gebruikers zouden genieten van de gehele vrijstelling.

3° Een zelfde redenering dient te worden gevolgd wanneer een onderneming nieuwe personenauto's die zij heeft verkregen laat inschrijven op naam van personeelsleden (Wetboek, art. 7, § 1, 4°).

Bijzonder geval. Eerste inschrijving op naam van een ander persoon dan de koper.

79. Indien de inschrijving, volgend op de levering van een nieuwe personenauto of van een nieuwe auto voor dubbel gebruik, rechtstreeks geschiedt op naam van een ander persoon dan de koper, kan de gedeeltelijke vrijstelling voorzien in artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, in principe, slechts toegepast worden als de aanvrager om inschrijving de echtgenoot is van de koper (Wetboek ZGT, art. 7, § 1, 1°) of, in de gevallen voorzien in het artikel 7, § 1, 3° of 4° van dit wetboek, ofwel de huurder van het voertuig is, ofwel een personeelslid van de onderneming. Wanneer het een ander persoon betreft (bijvoorbeeld, een familielid of een vriend van de koper) zou de inschrijvingstaks, bij gebrek aan een specifieke vrijstelling, dienen te worden berekend over de totale catalogusprijs, onafhankelijk van de BTW verschuldigd voor de levering van het voertuig. Om deze cumulatie van heffing te vermijden, omwille van één enkele inschrijving volgend op één enkele levering van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik, wordt billijkheidshalve aangenomen dat de beoogde inschrijving steeds kan genieten van de gedeeltelijke vrijstelling, welke ook de persoon is op wiens naam de inschrijving wordt verricht.

Onderafdeling IV.--Combinatie van de artikelen 5, § 1, en 7, § 2, van het Wetboek der met hel zegel gelijkgestelde taksen.

Bepaling van de verschuldigde taks.

Belastbaar verschil.

80. Artikel 5, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen stelt voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik een inschrijvingstaks (van 25 of 33 pct.) in, die in principe berekend wordt over de catalogusprijs die van kracht is op het ogenblik van de inschrijving van het voertuig. Maar, in de situaties uiteengezet in onderafdeling III, behoudt artikel 7, § 2, van dit wetboek de vrijstelling tot het beloop van het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing voor de BTW bij de levering of de invoer van het genoemde voertuig. De inschrijvingstaks wordt dus in principe berekend op het verschil tussen de in aanmerking te nemen catalogusprijs en het bedrag van de maatstaf van heffing voor de BTW, zoals deze overeenkomstig de artikelen 26 tot 28 van het BTW-Wetboek voor de leveringen van goederen, en overeenkomstig artikel 34 voor de invoeren, moet worden vastgesteld.

81. Voorbeeld.

Een nieuwe personenauto wordt aan een gebruiker geleverd voor de prijs van 280.000 fr., terwijl zijn catalogusprijs op de datum van inschrijving 300.000 fr. is. De inschrijvingstaks wordt berekend over het verschil, hetzij 20.000 fr. (300.000 - 280.000).

Berekend tegen het tarief van 25 pct. bedraagt de verschuldigde taks 5.000 fr. en berekend tegen het tarief van 33 pct. bedraagt hij 6.600 fr.

Er wordt verondersteld dat de prijs van 280.000 fr., overeengekomen tussen de partijen, na aftrek van een korting, de maatstaf van heffing voor de BTW is op het ogenblik van de levering.

82. Om de werkelijk overeenkomen prijs te bepalen welke met de catalogusprijs moet worden vergeleken, dient de verkochte auto te worden beschouwd in de staat waarin deze gecatalogeerd is, d.w.z. samen met de uitrusting en het toebehoren ervan begrepen in de catalogusprijs, maar daarentegen abstractie gemaakt van het toebehoren en de uitrusting die aan de koper worden geleverd en die niet in deze catalogusprijs zijn begrepen.

Voorbeeld.

Voor een nieuwe personenauto van een bepaald merk en een bepaalde cilinderinhoud, met vier deuren en een schuifdak, wordt een catalogusprijs van 300.000 fr. vastgesteld.

Deze personenauto wordt verkocht voor de prijs van 270.000 fr., rekening houdend met een korting van 10 pct.

De koper laat deze wagen uitrusten met zetelovertrekken en een tweede achteruitkijkspiegel voor de prijs van 6.000 fr.

De BTW wordt berekend over de werkelijke prijs van 270.000 fr., vermeerderd met 6.000 fr. voor het daarenboven samen met de personenauto geleverde toebehoren.

De inschrijvingstaks wordt berekend over het verschil tussen de catalogusprijs (300.000 fr.) en de prijs bedongen voor de personenauto zoals deze gecatalogeerd is (270.000 fr.), hetzij over 30.000 fr. De prijs van het supplementaire toebehoren wordt voor deze vergelijking niet in aanmerking genomen, daar met deze toebehoren evenmin rekening werd gehouden bij het vaststellen van de catalogusprijs.

83. Het voordeel van de regeling vervat in de aanschrijving nr. 24 van 22 februari 1972 (10) blijft, onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden, van toepassing onder de nieuwe regeling.

De gratis levering van toebehoren en diensten blijft dus toegelaten voor zover ze op de factuur worden vermeld en ze door de verkoper worden opgenomen in een speciaal register.

Juist zoals het toebehoren en de diensten die worden bijgeleverd tegen betaling, worden ook het "gratis" toebehoren en de "gratis" diensten die, bij hypothese, niet in de catalogusprijs zijn opgenomen, niet in aanmerking genomen voor de vergelijking tussen deze prijs en de werkelijk overeengekomen prijs. Zij moeten evenwel niet aan de werkelijke prijs worden toegevoegd om de maatstaf van heffing van de BTW te bepalen

Mogelijkheid van volledige vrijstelling.

84. Indien een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik verkocht wordt voor een overeengekomen prijs die gelijk is aan de catalogusprijs die van kracht is op het ogenblik van de inschrijving of die deze overschrijdt, is het duidelijk dat, bij gebrek aan een verschil in meer, de inschrijvingstaks niet zal worden geheven. Hetzelfde geldt voor de leveringen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik waarvoor geen enkele korting is toegestaan.

Dezelfde situatie kan zich voordoen voor de invoeren, rekening houdend met de belangrijkheid van de elementen welke krachtens artikel 34 van het BTW-Wetboek in de maatstaf van heffing moeten worden begrepen.

85. Daarentegen zou de handelwijze die erin bestaat de levering van het voertuig te factureren tegen de catalogusprijs, de BTW te berekenen over die prijs en aan de koper, door middel van een afzonderlijke creditnota, een prijsvermindering toe te staan waarmede bij de heffing van de BTW geen rekening wordt gehouden, wederrechtelijk zijn. De prijsverminderingen verworven bij de levering moeten voor het berekenen van de verschuldigde BTW steeds van de prijs worden afgetrokken, welke ook de wijze is waarop die prijsverminderingen in de boekhouding worden verwerkt (BTW-Wetboek, art. 28, 2°).

Indien de prijsvermindering nà de levering van het voertuig wordt verkregen, geeft zij aanleiding tot een teruggaaf van de BTW (BTW-Wetboek, art. 77, § 1, 2°), maar dan moet in die mate de inschrijvingstaks worden geregulariseerd.

Onderafdeling V.--Modaliteiten voor de heffing en de belasting van de inschrijvingstaks voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

86. Onder de vroegere wetgeving vereiste de inschrijving van nieuwe personenauto's en van nieuwe auto's voor dubbel gebruik praktisch geen enkele bijzondere formaliteit op fiscaal gebied.

87. De inwerkingtreding van de nieuwe regeling brengt met zich mee dat voor de inschrijving van deze voertuigen, er formaliteiten dienen te worden vervuld, hetzij om de betaling van de taks te waarborgen, indien deze verschuldigd is, hetzij om de gegrondheid na te gaan van de bijzondere vrijstellingen waarop men zich beroept.

88. Deze formaliteiten bestaan, in de regel, uit een aangifte nr. 443 inzake inschrijvingstaks die aan iedere aanvrager tot inschrijving opgelegd wordt (z. nrs. 91 tot 94); maar om zoveel mogelijk deze formaliteiten te vermijden, zijn de handelaars in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik gemachtigd om; in opdracht en voor rekening van hun klanten, tussen te komen in de betaling van de inschrijvingstaks en om op de aanvraag om inschrijving een verklaring aan te brengen die de individuele aangifte inzake inschrijvingstaks vervangt.

I. Principe. Opstellen van een aangifte inzake inschrijvingstaks.

Beoogde inschrijvingen.

89. De aangifte inzake inschrijvingstaks, waarvan hierna sprake is, moet in de regel worden opgesteld voor iedere inschrijving van een nieuwe personenauto of van een nieuwe auto voor dubbel gebruik.

90. Op deze regel wordt slechts uitzondering gemaakt wanneer de aanvraag tot inschrijving van het voertuig gestaafd wordt door een document van tijdelijke vrijstelling uitgereikt door de Belgische douane.

In dit verband wordt opgemerkt dat met ingang van 3 januari 1985 dit document wordt uitgereikt in de twee volgende gevallen.

Het eerste geval heeft betrekking op personen die rechtmatig aanspraak maken op de tijdelijke vrijstelling van de BTW en van de eventuele invoerrechten voor een ingevoerd of in België verkregen voertuig op grond van artikel 25 van het ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen op het stuk van de invoerrechten. Wat meer in het bijzonder de hier te lande verkregen, in het vrije verkeer zijnde, voertuigen betreft, worden de uitvoerformaliteiten (aangifte ten uitvoer EX 61) verricht op naam van de verkoper die derhalve de in artikel 39 van het Wetboek bedoelde vrijstelling van de BTW geniet en wordt er door de douane een document genaamd "document van tijdelijke vrijstelling" (Benelux 4) opgemaakt op naam van de verkrijger die aldus het voertuig voor de invoer aangeeft met tijdelijke vrijstelling van de BTW.

Het tweede geval heeft betrekking op de personen die in België een in het vrije verkeer zijnd voertuig aankopen en de bovengenoemde tijdelijke vrijstelling niet kunnen genieten maar zich in een zodanige toestand bevinden dat zij redelijkerwijze aanspraak kunnen maken op de in artikel 39 van het Wetboek bedoelde vrijstelling van de BTW op het stuk van de uitvoer en dit reeds voor de werkelijke uitvoer van het voertuig is verricht. De Belgische douane zal deze toestand onderzoeken op grond van het bepaalde in artikel 39 van het Wetboek. In de praktijk dient een aangifte ten uitvoer EX 61 op naam van de verkoper aan de douane te worden voorgelegd, maar deze aangifte zal slechts worden gevalideerd op de datum van de uitvoer van het voertuig die wordt vastgesteld door de zuivering op het tijdstip van de uitvoer, van een zelfde document als hierboven bedoeld (Benelux 4) dat door de douane wordt opgemaakt voor de persoon op wiens naam de inschrijving is gevraagd en dat de termijn vermeldt waarin de uitvoer van het voertuig dient plaats te hebben. Zoals bij de voorgaande wetgeving die praktisch geen enkele formaliteit op fiscaal gebied bevatte voor de inschrijving van het voertuig is de verkoper slechts ontheven van zijn aansprakelijkheid wanneer hij kan aantonen dat het voertuig werd uitgevoerd in de voorwaarden die zijn vereist voor de toepassing van de in artikel 39 van het Wetboek genoemde vrijstelling van de BTW.

In deze beide gevallen dient noch een aangifte inzake inschrijvingstaks te worden opgesteld, noch, voor de handelaars in autovoertuigen, een attest te worden uitgereikt (Alg. Ver. ZGT, art. 3, eerste lid, 2°, en laatste lid).

Opmaken van de aangifte inzake inschrijvingstaks. Wijze van betaling van de taks op zicht van deze aangifte.

91. De inschrijvingstaks is verschuldigd door de persoon op wiens naam de aanvraag om inschrijving van de personenauto of van de auto voor dubbel gebruik wordt ingediend (Wetboek ZGT, art. 10, 1°) en zij moet betaald worden, voor de indiening van deze aanvraag, op zicht van een aangifte inzake inschrijvingstaks die deze persoon moet opstellen (Wetboek ZGT, art. 10, § 2).

92. Deze aangifte, die bestaat uit drie luiken, wordt opgesteld op een formulier (drukwerk 443) waarvan een exemplaar is bijgevoegd als bijlage I en dat wordt verstrekt door de administratie.

93. De inschrijvingstaks wordt betaald door het aanbrengen en onbruikbaar maken van gesplitste plakzegels op de genoemde aangifte. De schuldenaar van de belasting brengt het bovenste gedeelte van de zegels aan op het luik A van de aangifte en het onderste gedeelte op het luik C van die aangifte en maakt de zegels onbruikbaar. Deze aangifte moet vervolgens worden ingediend op een controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde. De taks mag evenwel worden betaald door een overschrijving op de postrekening van een BTW-ontvangkantoor; in dit geval dient deze aangifte te worden ingediend op dit kantoor (Alg. Ver. ZGT, art. 5).

94. Zodra de betaling of het recht op vrijstelling van de inschrijvingstaks bewezen is, worden op de luiken A en B van de aangifte de stempel aangebracht van het kantoor waar de aangifte werd ingediend en de vermelding dat aan de voorschriften ter zake werd voldaan. Luik A wordt bewaard door de schuldenaar van de taks; luik B moet worden gehecht aan de aanvraag om inschrijving van de personenauto of auto voor dubbel gebruik (Alg. Ver. ZGT, art. 6).

Bewijs van de gedeeltelijke vrijstelling voorzien in artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

95. Met het oog op het bewijs van de gedeeltelijke vrijstelling voorzien in artikel 7, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen voor de inschrijving van nieuwe personenauto's en van nieuwe auto's voor dubbel gebruik, moet de aanvrager tot inschrijving de aankoopfactuur van het voertuig of het invoerdocument, dat het bedrag vaststelt dat diende als maatstaf van heffing voor de BTW, ter inzage overleggen aan het BTW-controlekantoor of, in voorkomend geval, aan het BTW-ontvangkantoor.

De aankoopfactuur moet bovendien de in aanmerking te nemen catalogusprijs vermelden (z. Alg. Ver. ZGT, art. 8, § 2).

96. In het geval beoogd in artikel 7, § 1, 30, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (inschrijving op naam van een huurder) blijft daarenboven de overlegging van het huurcontract vereist, maar het attest dat de BTW werd betaald wordt, gelet op het feit dat de aankoopfactuur of het invoerdocument wordt overgelegd, niet meer gevraagd (Alg. Ver. ZGT, art. 8, § 2). In het geval beoogd in artikel 7, § 1, 4°, van dit wetboek (inschrijving op naam van een lid van de onderneming), dient de aankoopfactuur of het invoerdocument vergezeld te worden van een attest dat bevestigt dat de auto eigendom is van de onderneming en dat hij bestemd is om te worden gebruikt door de persoon op wiens naam hij zal worden ingeschreven (Alg. Ver. ZGT, art. 8, § 1, 6°).

97. Tenslotte wordt opgemerkt dat zelfs ingeval van overeenstemming van de catalogusprijs met de werkelijk overeengekomen prijs, de aangifte nr. 443 inzake inschrijvingstaks moet worden opgesteld hoewel de vrijstelling volledig is (z. nr. 84).

Bewijs van de vrijstellingen voorzien in de artikelen 8 en 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

98. Voor wat betreft de invaliden en gehandicapten, waarvoor de volledige vrijstelling van de inschrijvingstaks behouden blijft door artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen wordt voor de tweedehandse auto's de te leveren bewijzen gepreciseerd in de aanschrijving nr. 2/1984 (11); zij gelden eveneens voor de inschrijving van nieuwe auto's.

99. Wat betreft de personen en de instellingen beoogd in artikel 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (diplomatieke zendingen, leden van het diplomatiek personeel, internationale instellingen, enz.), wordt het recht op de volledige vrijstelling van de inschrijvingstaks bewezen op een analoge wijze als deze bepaald in de aanschrijvingen nrs. 1 en 2/1978, met betrekking tot de vrijstellingen die op het stuk van de BTW voorzien zijn in artikel 42, § 3, 1° tot 6°, van het BTW-Wetboek, dit wil zeggen door middel van een attest betreffende de hoedanigheid van de rechthebbende persoon of instelling, in dit geval aan te brengen op het luik C van de aangifte 443. Deze aangifte 443 mag evenwel in geen geval behandeld worden door een controle- of ontvangkantoor van de BTW. Zij moet daarentegen rechtstreeks worden ingediend bij de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 5de dienst, 7de directie.

II. Draagwijdte van de machtiging verleend aan de constructeurs en handelaars in personenauto's om de inschrijvingstaks in opdracht en voor rekening van de kopers te betalen.

Reden van deze tussenkomst van de constructeurs en handelaars.

100. Om, in de mate van het mogelijke, te vermijden dat iedere koper de aangifte inzake inschrijvingstaks beoogd onder I hierboven, zelf moet opmaken en bij een BTW-controlekantoor of een BTW-ontvangkantoor indienen, mogen de constructeurs en de handelaars in personenauto's tussenkomen in de betaling van de inschrijvingstaks die verschuldigd is voor de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik die zij verkopen en leveren. Deze tussenkomst is evenwel facultatief; de constructeurs en de handelaars kunnen voor al hun leveringen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik weigeren gebruik te maken van de machtiging; zij kunnen ook enkel ten aanzien van sommige ervan afzien van het gebruik van de machtiging (bijvoorbeeld, wegens insolvabiliteit van de klant of wegens twijfel aangaande de gegrondheid van de ingeroepen vrijstelling). Evenzo kan elke schuldenaar van de inschrijvingstaks verschuldigd op een voertuig, voor zover hij aanvrager tot de inschrijving ervan is, de tussenkomst van de verkoper weigeren, maar dan dient hij persoonlijk de formaliteiten van de aangifte inzake inschrijving te voldoen (z. punt I hierboven).

Aard van de machtiging.

101. De machtiging wordt op een algemene wijze verleend aan alle constructeurs en handelaars in autovoertuigen, die als zodanig gehouden zijn tot het indienen van periodieke BTW-aangiften. Indien echter iemand van deze personen systematisch weigert gebruikte maken van deze machtiging, is het aangewezen dat hij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert daarvan schriftelijk in kennis stelt.

102. De optie genomen door de verkoper om de inschrijvingstaks in opdracht en voor rekening van de koper te betalen, is een persoonlijke verbintenis in zijnen hoofde om deze taks aan de Staat te betalen.

103. Elke ernstige inbreuk op deze verbintenis of elke niet toevallige onregelmatigheid in de toepassing van de hierna vastgestelde voorwaarden en modaliteiten heeft voor de in gebreke blijvende verkoper de intrekking tot gevolg van de bevoegdheid die hem werd gegeven om tussen te komen in de betaling van de inschrijvingstaks.

Deze intrekking, behoorlijk gemotiveerd, wordt hem bij aangetekende brief, uitgaande van het controlekantoor waaronder hij ressorteert, ter kennis gebracht (Alg. Ver. ZGT, art. 5, § 2, twee laatste leden).

Tussenkomst van de verkoper in de betaling van de inschrijvingstaks verschuldigd wegens de inschrijving volgend op de levering van een nieuwe personenauto of van een nieuwe auto voor dubbel gebruik.

Gevallen waarin deze tussenkomst toegelaten is.

104. De tussenkomst van de verkoper in de betaling van de inschrijvingstaks, in opdracht en voor rekening van de schuldenaar van deze taks, is toegelaten indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
1° de levering heeft betrekking op een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik;
2° deze levering gebeurt met betaling van de BTW.

105. Indien de tussenkomst van de verkoper in de betaling van de taks betrekking heeft op een inschrijving verricht op naam van een ander persoon dan de koper, dan wordt deze op zijn beurt geacht, voor deze betaling, te handelen in opdracht en voor rekening van de aanvrager tot de inschrijving die alleen de schuldenaar van de taks is. Zowel de aanvrager als de gemandateerde koper moeten tegenover de administratie de betaling van deze taks kunnen verrechtvaardigen door de overlegging van de aankoopfactuur of het document opgemaakt door de verkoper (z. nr. 106), dat de tussenkomst van deze laatste in de betaling van de voornoemde taks vaststelt (Alg. Ver. ZGT, art. 8, § 2, tweede lid).

Modaliteiten van deze tussenkomst.

Relatie tussen de verkoper en de koper.

106. Nadat hij de inschrijvingstaks heeft bepaald die verschuldigd is voor het voertuig dat hij heeft geleverd, brengt de verkoper, ofwel op de verkoopfactuur van het voertuig, ofwel op een afzonderlijk document dat speciaal te dien einde werd opgesteld, het bedrag van deze taks afzonderlijk van de BTW in rekening van de koper, met de uitdrukkelijke vermelding dat dit bedrag een voorschot is dat aan de Staat zal worden betaald in opdracht en voor rekening van de koper.

107. De factuur of het document stelt op een precieze manier de wijze van berekening van de inschrijvingstaks vast door de vermelding van de catalogusprijs en van het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing van de BTW, door de vermelding van het verschil tussen deze en de toepassing op dit verschil van het tarief (25 pct. of 33 pct.) van de inschrijvingstaks (Alg. Ver. ZGT, art. 5, § 2, nieuw, tweede lid, 1°).

108. Wanneer de inschrijvingstaks in rekening wordt gebracht op de verkoopfactuur van het voertuig, moet het bedrag van deze taks worden ingeschreven in een speciale kolom die daartoe wordt aangelegd in het boek voor uitgaande facturen dat krachtens het eerste lid, 2°, en het tweede lid van artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moet worden gehouden.

109. In de gevallen waarin de inschrijvingstaks in rekening wordt gebracht op een document, onderscheiden van de factuur, moet dit document en deze factuur naar elkaar verwijzen. Het document moet worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen waarvan sprake in nr. 108, onder een nummer onderscheiden van dat van de factuur doch bij voorkeur onmiddellijk na de inschrijving van deze laatste. Een verwijzing naar het volgnummer waaronder het document is ingeschreven wordt in het factuurboek aangebracht naast de inschrijving van de factuur en omgekeerd.

Zoals dit krachtens de wettelijke bepalingen en reglementen van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde het geval is voor de factuur, moet de verkoper een dubbel van het betreffende document opmaken en dit dubbel gedurende vijf jaar bewaren te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de datum van dit document (Alg. Ver. ZGT, art. 5, § 3); de verkoper is eveneens verplicht, op elk verzoek van de ambtenaren belast met de controle van de inschrijvingstaks, dit dubbel ter plaatse waar het berust voor te leggen (Wetboek ZGT, art. 13, § 1, 1ste lid).

Relatie tussen de verkoper en de Staat.

110. De verkoper stelt per kalenderkwartaal, in twee exemplaren, voor alle leveringen waarvoor hij in de loop van het desbetreffende kwartaal is tussengekomen in de formaliteiten inzake inschrijvingstaks, een speciale aangifte inzake inschrijvingstaks op waarin, per tariefgroep (25 pct. of 33 pct.), worden vermeld : totaalbedrag van de catalogusprijzen, het totaalbedrag van de maatstaven van heffing van de BTW, het totaalbedrag van het met inschrijvingstaks te belasten verschil, het toepasselijk tarief, het totaalbedrag van de verschuldigde taks alsmede het aantal geleverde auto's. Deze speciale aangifte inzake inschrijvingstaks vermeldt bovendien voor het desbetreffende kalenderkwartaal, het aantal geleverde auto's waarvoor de catalogusprijs overeenstemt met de maatstaf van heffing van de BTW (z. nr. 84), het aantal geleverde auto's waarvoor er vrijstelling van inschrijvingstaks is ingevolge artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en het aantal geleverde auto's waarvoor er vrijstelling van inschrijvingstaks is ingevolge artikel 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

De verkoper die in de loop van een bepaald kalenderkwartaal is tussengekomen in de formaliteiten inzake inschrijvingstaks, zonder dat die taks evenwel verschuldigd is geworden -- wat het geval is, bijvoorbeeld, wanneer de verkoper aan zijn kopers geen enkele korting toekent -- moet voor dat kwartaal een speciale aangifte inzake inschrijvingstaks indienen. Deze verplichting bestaat daarentegen niet voor de verkoper die in de loop van een bepaald kalenderkwartaal niet is tussengekomen in de formaliteiten inzake inschrijvingstaks; het is in dergelijk geval evenwel aangewezen dat die verkoper een "nihil"-aangifte indient.

111. Deze speciale aangifte inzake inschrijvingstaks wordt opgesteld op een formulier waarvan het model wordt bepaald door de administratie (z. bijlage II).

112. De speciale aangifte bedoeld in nr. 111 hierboven mag evenwel onder de door de administratie bepaalde voorwaarden worden vervangen door aangifteformulieren die speciaal ontworpen zijn voor mechanografische verwerking en waarvan de modellen zijn goedgekeurd door de administratie.

113. Uiterlijk de twintigste van de eerste maand na ieder kalenderkwartaal, en voor de eerste maal op 20 april 1985, dient de verkoper het origineel van de hierboven bedoelde aangifte in bij het controlekantoor van de BTW waaronder hij ressorteert; hij betaalt binnen dezelfde termijn het totaalbedrag van de inschrijvingstaks waarvan die aangifte de opeisbaarheid vaststelt.

Voor deze betaling moet de verkoper de formulieren gebruiken die hem door de administratie worden bezorgd.

Het model van het te gebruiken formulier wordt bepaald door de administratie.

Die betaalformulieren worden geïndividualiseerd door op elk ervan de naam van de verkoper en zijn BTW-registratienummer te vermelden.

Ze mogen alleen worden gebruikt om de blijkens die speciale aangifte inzake inschrijvingstaks verschuldigde bedragen te betalen.

In geen geval mag het op het betaalformulier gedrukte registratienummer worden gewijzigd.

De verkopers die gevestigd zijn :
- in het Nederlands taalgebied,
- in het taalgebied Brussel-hoofdstad en die voor hun betrekkingen met de administratie gekozen hebben om gebruik te maken van de Nederlandse taal, moeten die verschuldigde bedragen betalen op de postrekening nr. 000-2003524-86 van INSCHRIJVINGSTAKS Neckerspoel 21-23, 2800 MECHELEN.

De verkopers die gevestigd zijn :
- in het Frans taalgebied,
- in het Duits taalgebied,
- in het taalgebied van Brussel-hoofdstad en die voor hun betrekkingen met de administratie gekozen hebben om gebruik te maken van de Franse taal, moeten de verschuldigde bedragen betalen op de postrekening nr. 000-2003525-87 van TAXE A L'IMMATRICULATION rue Denis-Georges Bayar 42-44, 5000 NAMUR.

Verklaring door de verkoper aangebracht op de aanvraag om inschrijving.

Doel van de verklaring.

114. Ten einde te vermijden dat de koper zelf een individuele aangifte inzake inschrijvingstaks moet opmaken (document 443), dient de verkoper in de aanvraag om inschrijving te verklaren dat hij zelf de formaliteiten vervult inzake inschrijvingstaks, in opdracht en voor rekening van de koper.

Deze verklaring mag worden afgeleverd :

1° indien de inschrijvingstaks voor het nieuwe voertuig verschuldigd is en de verkoper tussenkomt in de betaling van deze taks, in opdracht en voor rekening van de koper;

2° indien de inschrijvingstaks voor het nieuwe voertuig niet verschuldigd is omdat de catalogusprijs overeenstemt met de maatstaf van heffing van de BTW (z. nr. 84);

3° indien voor het nieuwe voertuig de vrijstelling van inschrijvingstaks van toepassing is krachtens artikel 8 (gunstregeling ten voordele van bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten) of krachtens artikel 9 (regeling voor diplomatieke zendingen, enz.) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (Alg. Ver. ZGT, art. 2, 1°, nieuw).

Indien de verkoper daarentegen niet tussenkomt in de formaliteiten inzake inschrijvingstaks, ofwel omdat hij de machtiging niet wenst in te roepen, ofwel omdat deze machtiging hem werd ingetrokken (z. nr. 103), moet hij hiervan melding maken op de aanvraag om inschrijving van het nieuwe voertuig (Alg. Ver. ZGT, art. 5, § 4).

Wijze van aanbrenging en inhoud van de verklaring.

115. Aangezien op de huidige formulieren van aanvraag om inschrijving van een nieuw voertuig in dit opzicht niets werd voorzien en vermits een herdruk op korte termijn van deze formulieren niet is gepland, heeft de administratie zelfklevende genummerde vignetten (drukwerk nr. 904) ontworpen, waarin de verklaring is opgenomen die op de aanvraag om inschrijving dient te worden aangebracht. Een model van een vignet gaat als bijlage III.

116. Deze vignetten bevatten 5 vakken waarvan één vak, in functie van het geval dat zich voordoet, moet worden aangekruist door de verkoper :

vak 1 : "I.T. door mijn zorgen voldaan"; de verkoper kruist dit vak aan wanneer hij werkelijk tussenkomt in de betaling van de inschrijvingstaks, berekend over het verschil tussen de catalogusprijs en het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing voor de BTW;

vak 2 : "I.T. nul", aan te kruisen wanneer zulk een verschil in meer niet bestaat;

vak 3 : "Vrijstelling I.T. art. 8 Wetb. ZGT", aan te kruisen in geval van verkoop aan een invalide of gehandicapte die in het bezit is van een door zijn hoofdcontroleur gevalideerde aangifte nr. 716 "Aanvraag tot toepassing" van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct., mede waardoor de inschrijving van het voertuig volledig is vrijgesteld van de inschrijvingstaks;

vak 4 : "Vrijstelling I.T. art. 9 Wetb. ZGT", aan te kruisen voor de verkoop aan de in artikel 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen bedoelde personen en instellingen (diplomatieke zendingen, leden van het diplomatiek personeel, internationale instellingen, enz.), die recht hebben op de totale vrijstelling van de inschrijvingstaks;

vak 5 : "Pas machtiging niet toe"; dit vak moet worden aangekruist wanneer de verkoper geen gebruik maakt van de machtiging of van wie de machtiging werd ingetrokken (z. ook nr. 117, derde lid).

117. Het vignet moet worden gekleefd in het kader rechts bovenaan van de aanvraag om inschrijving, over de bestaande tekst (die overigens hernomen wordt op het vignet).

Elk vignet moet worden ondertekend door de verkoper of door een persoon die hij daartoe uitdrukkelijk machtigt; in dit opzicht is het niet vereist dat de vignetten en de driemaandelijkse aangiften, waarvan er sprake is onder de nrs. 110 tot 113, ondertekend worden door dezelfde persoon.

Er wordt opgemerkt dat de vignetten niet mogen worden gekleefd op de aanvraag om inschrijving in de in nr. 90 hierboven bedoelde gevallen waar deze aanvraag om inschrijving vergezeld gaat van een formulier Benelux 4. Hiermee worden alle gevallen bedoeld waarin de uitvoer van het voertuig wordt door een aanvraag om inschrijving ongeacht daarenboven het fiscale stelsel (betaling van uitsluitend de BTW of van de BTW en de inschrijvingstaks of vrijstelling van de BTW bij toepassing van de artikelen 39 of 43 van het BTW-Wetboek) dat werd toegepast bij de levering waarvan het voertuig het voorwerp is geweest voor dat het wordt geleverd met de bestemming uitvoer. Indien evenwel een vignet desondanks toch op de aanvraag om inschrijving wordt gekleefd, mag uitsluitend het vak 5 worden aangekruist.

Vermelding van de catalogusprijs op de factuur.

118. Er wordt opgemerkt dat, zelfs wanneer de verkoper niet tussenkomt in de betaling van de inschrijvingstaks, hij steeds gehouden is om op de verkoopfactuur van de personenauto de in aanmerking te nemen catalogusprijs te vermelden (Alg. Ver. ZGT, art. 10bis, § 3).

Afdeling III.-- Regeling die inzake inschrijvingstaks toepasselijk is op tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.

Inleiding.

119. De nieuwe wetgeving heeft de regeling die inzake inschrijvingstaks van toepassing is op tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik niet gewijzigd, een lichte aanpassing van de minimummaatstaf van heffing niet te na gesproken (z. nrs. 126 en 127). De essentiële punten van deze regeling worden hierna in het kort toegelicht.

Definitie van tweedehandse personenauto en tweedehandse auto voor dubbel gebruik.

120. Als tweedehands worden aangemerkt de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die, op het ogenblik waarop de inschrijving wordt gevraagd, reeds gebruikt zijn door één of meerdere gebruikers, hetzij in België, hetzij in het buitenland (Alg. Ver.ZGT. art. 10, § 1, nieuw). Voor het overige wordt er verwezen naar de toelichtingen die er in dit verband reeds werden gegeven in de nrs. 8 tot 12.

Toepassingsgebied van de inschrijvingstaks.

121. In principe geeft elke inschrijving van een tweedehandse personenauto of een tweedehandse auto voor dubbel gebruik aanleiding tot de toepassing van de inschrijvingstaks. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de vrijstellingen vervat in de artikelen 7 tot 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, en inzonderheid met de vrijstellingen voor :

1° de inschrijving van een tweedehands voertuig op naam van een persoon of zijn echtgenoot die dit voertuig hier te lande heeft verkregen met betaling van de BTW of met vrijstelling van deze belasting (12), of die dit voertuig heeft ingevoerd met aangifte ten verbruik en betaling van de BTW op zijn naam of onder een stelsel van vrijstelling van de BTW (Wetboek ZGT, art. 7, § 1, 1°, a en c);

2° de inschrijving van een tweedehands voertuig op naam van degene in wiens hoofde de inschrijvingstaks reeds werd voldaan voor ditzelfde voertuig of van zijn echtgenoot (Wetboek ZGT, art.

7, § 1,2°);

3° de inschrijving van een tweedehands voertuig op naam van een persoon of zijn echtgenoot die hier te lande bij erfenis dit voertuig geheel of gedeeltelijk heeft verkregen (Wetboek ZGT, art. 7, § 1, 1°, b) ;

4° de inschrijving van een tweedehands voertuig op naam van een invalide of gehandicapte onder de voorwaarden beoogd in artikel 8 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;

5° de inschrijving van een tweedehands voertuig bestemd voor de personen en instellingen (diplomatieke zendingen, enz.) beoogd in artikel 9 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en onder de door deze bepaling gestelde voorwaarden.

122. Aangezien de vrijstelling beoogd onder 1° volledig is voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, kan men zeggen dat de BTW alleen verschuldigd is voor de levering van zulk een voertuig verricht door een belastingplichtige die handelt in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid en dit met uitsluiting van elke inschrijvingstaks, en dat voor de invoer van zulk een voertuig eveneens alleen de BTW verschuldigd is.

123. Daarentegen is de inschrijvingstaks wel verschuldigd indien de inschrijving volgt op de verkoop of de schenking van een tweedehandse personenauto of een tweedehandse auto voor dubbel gebruik door een niet BTW-belastingplichtige en door een particulier.

Maatstaf van heffing van de inschrijvingstaks.

124. In de regel wordt de inschrijvingstaks die van toepassing is op tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik geheven over de normale waarde van het voertuig op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, d.w.z. de dag van de aflevering van het inschrijvingsattest (Wetboek ZGT, art. 5, § 2, eerste lid, nieuw).

125. Onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, voor het voertuig kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen (Wetboek ZGT, art. 5, § 2, tweede lid, nieuw).

126. Er wordt opgemerkt dat, in tegenstelling tot de BTW die, voor de leveringen van tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, in principe berekend wordt over de overeengekomen prijs, de inschrijvingstaks voor dezelfde auto's berekend wordt over een objectieve waarde, zijnde de normale waarde.

Minimummaatstaf van heffing. Percentage van de initiële catalogusprijs van het voertuig.

127. Artikel 10 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen stelt een minimummaatstaf van heffing vast voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik. Het bepaalt de percentages van de initiële catalogusprijs welke degressief zijn in functie van de ouderdom van het voertuig.

128. Aangezien de vastgestelde percentages en de berekeningsregels welke de bepaling van de minimummaatstaf van heffing van de inschrijvingstaks beheersen dezelfde zijn als die welke door de nieuwe wetgeving werden ingesteld voor de leveringen en de invoeren onder het BTW-stelsel van tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, wordt er verwezen naar de nrs. 27 tot 36, waar deze nieuwe regels worden toegelicht.

Tarief van de inschrijvingstaks.

129. Het tarief van de taks wordt bepaald op 25 pct. (Wetboek ZGT, art. 6, § 1). Het wordt evenwel op 33 pct. gebracht voor de personenauto's uitgerust met een motor met een cylinderinhoud van méér dan 3.000 cc of met een vermogen van méér dan 116 kW (Alg. Ver. ZGT, art. 1, 1°). Er wordt evenwel opgemerkt dat het tarief van 33 pct. niet van toepassing is op de auto's voor dubbel gebruik (z. aanschr. 17/1981, nr. 10, tweede lid, en nr. 12).

Aangifte. Betaling van de taks.

130. De op tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik toepasselijke inschrijvingstaks wordt betaald op zicht van een aangifte inzake inschrijvingstaks (formulier 443) welke moet worden ingediend op een controlekantoor van de BTW of, in voorkomend geval, op een ontvangkantoor van de BTW (z. Alg. Ver. ZGT, art. 5, § 1, nieuw, en 6; z. nrs. 91 tot 94).

131. Indien de inschrijvingstaks niet verschuldigd is omdat de auto met betaling van de BTW is verkregen van een belastingplichtige die tot het indienen van periodieke BTW-aangiften gehouden is, mag de aangifte evenwel worden vervangen door een van de verkoper uitgaande schriftelijke verklaring (Alg. Ver. ZGT, art. 2, tweede lid). Deze verklaring wordt door de verkoper opgesteld op een door de administratie verstrekt formulier (drukwerk 444, waarvan een exemplaar is bijgevoegd als bijlage IV).

Afdeling IV.- Datum van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving.

132. De wet van 31 juli 1984 heeft uitwerking op 10 april 1984 (z. art. 6 van de wet) in de mate dat zij, vanaf die datum, de regeling inzake inschrijvingstaks voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik wijzigt.

133. Het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 heeft uitwerking respectievelijk op 10 april 1984 voor wat betreft artikel 1, eerste lid (principe van de minimummaatstaf enkel voor tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik) en tweede lid (begrip gebruiker) en op de dag van zijn publikatie in het Belgisch Staatsblad voor wat betreft artikel 1, derde en vierde lid (begrip tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik) en voor wat betreft de artikelen 2 (fractie van de catalogusprijs die de minimummaatstaf van heffing vormt en vaststelling van de catalogusprijs) en 3 (betekening van de catalogusprijs en vermelding van de facturen).

134. Wat de uitvoeringsmaatregelen betreft, voorzien in het koninklijk besluit van 20 december 1984 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, deze hebben slechts uitwerking vanaf de datum van de publikatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik verricht tussen 10 april 1984 en de datum van publikatie van de nieuwe wetgeving in het Belgisch Staatsblad.

135. Ten gevolge van de afschaffing, met terugwerkende kracht tot 10 april 1984, van de minimummaatstaf van heffing inzake BTW voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik en de instelling, op dezelfde datum, van een compenserende inschrijvingstaks, zou er theoretisch moeten worden overgegaan tot de teruggaaf van de teveel gestorte BTW voor de leveringen en invoeren verricht tijdens de periode van 10 april 1984 tot de datum van publikatie van de nieuwe wetgeving in het Belgisch Staatsblad en tot de invordering van de inschrijvingstaks, verschuldigd omwille van de in de loop van dezelfde periode verrichte inschrijvingen. Ten einde dergelijke complicaties te vermijden, voorziet artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 1984 tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen dat, voor de inschrijvingen van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik verricht tussen 10 april 1984 en de datum van publikatie van de nieuwe wetgeving in het Belgisch Staatsblad, de ten onrechte gestorte BTW voor de leveringen en invoeren van deze auto's automatisch in mindering zal worden gebracht van de als inschrijvingstaks verschuldigde bedragen.

(1) Z. Revue nr. 66, blz. 9
(2) Z. Revue nr. 66, blz. 12.
(3) Z. Revue nr. 66, blz. 22
(4) Z. Revue nr. 66, blz. 28
(5) Z. Revue nr. 30, blz. 263.
(6) Z. Revue nr. 45, blz. 263.
(7) Z. Revue nr. 46, blz. 349.
(8) Z. Revue nr. 33, blz. 16
(9) Z. Revue nr. 51, blz. 605.
(10) z. Revue nr. 7, blz. 235.
(11) Z. Revue nr. 62, blz. 277. R(12) Er dient te worden opgemerkt dat met ingang van 3 januari 1985 het recht op de in artikel 39 van het Wetboek bedoelde vrijstelling van BTW om reden van uitvoer van een tweedehandse auto voor dubbel gebruik aangekocht in België wordt onderzocht op de in het nr. 90, hierboven, uiteengezette wijze voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Daaruit volgt dat de aanvraag om inschrijving gestaafd zal worden door een formulier, Benelux 4 in plaats van een drukwerk 444, zoals bedoeld in artikel 2 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen. Deze opmerking geldt eveneens voor de andere motorvoertuigen, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 1°; en 3, 1°, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
(1) Z. Revue nr. 66, blz. 9.

a) Aangifte in te vullen zonder doorhalingen of overschrijvingen ingeval van vergissing, gelieve een nieuw formulier te gebruiken

b) Zo het een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik betreft moet deze aangifte niet worden opgemaakt in de volgende gevallen :

- wanneer een in België gevestigde constructeur of handelaar in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik, in opdracht en voor rekening van de aan- vrager om inschrijving, tussenkomt in de formaliteiten inzake inschrijvingstaks en te dien einde op de aanvraag om inschrijving, in het kader rechts bovenaan, een vignet nr. 904 aanbrengt, waarvan hij een der vakken 1 tot 4 heeft aangekruist;

- wanneer de aanvraag om inschrijving vergezeld gaat van een formulier Benelux 4.

Indien het een ander goed betreft moet deze aangifte niet worden opgemaakt wanneer dat goed werd verkregen van een BTW-belastingplichtige, gehouden tot het indienen van periodieke aangiften; in dat geval moet bij de inschrijvingsaanvraag van een voertuig of van een luchtvaartuig of bij de aanvraag voor een vlaggebrief een attest nr. 444 worden gevoegd afgeleverd door de verkoper.

(1)De taks is verschuldigd door :

a) degene op wiens naam de inschrijvingsaanvraag van het voertuig of het luchtvaartuig zal worden ingediend;

b) de eigenaar van de kampeerwagen;

c) degene op wiens naam de aanvraag voor een vlaggebrief zal worden ingediend of, bij ontstentenis van zulk een aanvraag, door de eigenaar van het vaartuig.

(2)Voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik wordt de taks geheven over het verschil tussen de catalogusprijs die van kracht is op het ogenblik van de inschrijving en het bedrag dat als maatstaf van heffing van de BTW heeft gediend voor de levering of de invoer van het ingeschreven voertuig.

Gelet echter op het feit dat in de praktijk de inschrijving meestal niet samenvalt met de levering zelf wordt er aanvaard dat de in aanmerking te nemen catalogusprijs deze is die van kracht is op het tijdstip waarop de prijs definitief tussen de partijen wordt overeengekomen; de in aanmerking te nemen datum is derhalve de datum van de bestelling indien de prijs op dat tijdstip definitief is vastgesteld of, indien dit niet zo is, de datum waarop zich later de herziening van de oorspronkelijke prijs voordoet (b.v. de datum van de levering of van de definitieve facturering).

(3)Voor de overige goederen (tweedehandse auto's, vliegtuigen, enz.) wordt de taks geheven over de normale waarde van het goed op het ogenblik waarop de taks verschuldigd is.

Onder normale waarde wordt verstaan de prijs die hier te lande, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, voor het goed kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen. Een minimummaatstaf van heffing inzake inschrijvingstaks wordt evenwel vastgesteld voor de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voor dubbel gebruik. Die maatstaf van heffing mag niet lager zijn dan de hierna vastgestelde percentages van de catalogusprijs :

- 85 pct. indien de aangifte inzake inschrijvingstaks wordt ingediend binnen de drie maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 80 pct. indien zij wordt ingediend in de loop van de vierde, de vijfde of de zesde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 70 pct. indien zij wordt ingediend in de loop van de zevende, de achtste of de negende maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 65 pct. indien zij wordt ingediend in de loop van de tiende, de elfde of de twaalfde maand te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 55 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het tweede jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 45 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het derde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 35 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het vierde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 30 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het vijfde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 20 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het zesde jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

- 10 pct. indien zij wordt ingediend tijdens het zevende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht;

In geen geval mag de maatstaf van heffing lager zijn dan 8.000 fr. wanneer de aangifte wordt ingediend voor het verstrijken van het tiende jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.

De in aanmerking te nemen catalogusprijs is de prijs die, op het tijdstip waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, door de constructeur was vastgesteld voor de verkoop aan de gebruiker van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik van hetzelfde type samen met de uitrusting en het toebehoren ervan.

(4)Het tarief van de taks wordt bepaald op 25 pct. Dit tarief wordt evenwel op 33 pct. gebracht voor de volgende goederen :

1° personenauto's uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van méér dan 3.000 cc of met een vermogen van méér dan 116 kW;

2° jachten en plezierboten die, ingevolge hun structuur, verplicht moeten voorzien zijn van een vlaggebrief. De verschuldigde taks kan gekweten worden : a) door het aanbrengen en het onbruikbaar maken van gesplitste fiscale plakzegels in de daarvoor bestemde vakken van luik A en van luik C van de aangifte - het bovenste gedeelte van de zegels wordt aangebracht op luik A en het onderste gedeelte op luik C; in dat geval moet de aangifte ingediend worden op een BTW-controlekantoor;

b) door storting of overschrijving op de postrekening van het BTW- ontvangkantoor waaronder de schuldenaar van de taks ressorteert; in dit geval moet de aangifte ingediend worden op dit kantoor.

(5)De documenten die de vrijstelling staven moeten voorgelegd worden op het kantoor waar de aangifte wordt ingediend.