Circulaire nr. Ci.RH.81/470.318 dd. 07.05.1998
Bull. nr. 783, pag. 1230
BEROEPSGEHEIM
Draagwijdte van het beroepsgeheim.
BOEKHOUDING
Bewaren van boeken en bescheiden.
Geautomatiseerde boekhouding.
Verificatie van boeken en bescheiden.
CONTROLEMAATREGEL
Plicht van openbare inrichtingen.
Plicht van openbare instellingen.
Samenwerking tussen de fiscale administraties.
VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Onderzoeksbevoegdheid van de administratie.
Voorlegging van boeken en bescheiden.
Vraag om inlichtingen aan derden.
VESTIGING VAN DE AANSLAG
Aanslag van ambtswege.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr. I. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN......................... 1 II. VOORWERP....................................................... 16 III. GEBRUIK VAN EEN GEINFORMATISEERD SYSTEEM A. Essentiële verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht 1. Vóór de wijzigingen van het WIB 92 gevolgde benadering... 18 2. Draagwijdte van de nieuwe bepalingen..................... 22 B. Andere verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht en de aanslag van ambtswege.... 27 C. Inwerkingtreding............................................ 30 IV. VERMELDING VAN DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN A. Bepaling van de openbare instellingen en inrichtingen gehouden tot bepaalde verplichtingen........................ 31 B. Opheffing van het beroepsgeheim............................. 33 C. Inwerkingtreding............................................ 34 V. ONDERZOEKINGEN DOOR AMBTENAREN VAN ANDERE FISCALE ADMINISTRATIES A. Inhoud van de nieuwe wettelijke bepaling.................... 35 B. Draagwijdte van de bevoegdverklaring........................ 38 C. Inwerkingtreding............................................ 39 I. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN Art. 53, W 6.7.1994
1. In hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt een artikel 315bis ingevoegd luidend als volgt:
"Artikel 315bis. De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn eveneens verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.
De op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.
Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn de in het eerste lid bedoelde personen verplicht op hun uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.
De bepalingen van artikel 315, derde lid, zijn van toepassing op de bewaring van de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook op de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten. In afwijking van deze bepalingen verstrijkt de bewaartermijn, ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van computersystemen, op het einde van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem werd gebruikt."
Art. 54, W 6.7.1994
2. In artikel 317 van hetzelfde wetboek (WIB 92) worden tussen de woorden "De in artikelen 315, eerste en tweede lid" en "en 316" de woorden", 315bis, eerste tot derde lid" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 317, WIB 92
"Art. 317. De in de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid en 316 bedoelde verificaties en vragen om inlichtingen mogen slaan op alle verrichtingen waaraan de belastingplichtige heeft deelgenomen en de aldus ingewonnen inlichtingen kunnen eveneens worden ingeroepen met het oog op het belasten van derden."
Art. 55, W 6.7.1994
3. In artikel 318, eerste en tweede lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "artikelen 315" en "en 316" de woorden ", 315bis" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 318, WIB 912
"Art. 318. In afwijking van de bepalingen van art. 317, en onverminderd de toepassing van de artikelen 315, 315bis en 316, is de administratie niet gemachtigd in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten.
Indien evenwel de op grond van de artikelen 315, 315bis en 316 ingestelde enquête concrete gegevens aan het licht brengt die het bestaan kunnen doen vermoeden van een mechanisme dat de organisatie van inbreuken op de fiscale wet ten doel of tot gevolg heeft en dat een medeplichtigheid insluit, tussen de instelling en de cliënt, met het oog op belastingontduiking, kan de Directeur-generaal van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie, met de toestemming van de Administrateur-generaal van de belastingen, een ambtenaar met de graad van tenminste inspecteur ermee belasten uit de rekeningen, boeken en documenten van de instelling de inlichtingen te putten, die het mogelijk maken de enquête te voltooien en de door deze cliënt verschuldigde belastingen te bepalen."
Art. 56, W 6.7.1994
4. Artikel 319 van hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt aangevuld met het volgende lid:
"De voormelde ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, mogen door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de personen als vermeld in artikel 315bis, derde lid, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde verrichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm."
Gecoördineerde tekst van art. 319, WIB 92
"Art. 319. Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting van niet-inwoners tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend vrije toegang te verlenen tot hun beroepslokalen, zoals fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages of tot hun terreinen welke als werkplaats, werkhuis of opslagplaats van voorraden dienst doen, ten einde aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen de aard en de belangrijkheid van bedoelde werkzaamheden vast te stellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid na te zien van de voorraden en voorwerpen van alle aard welke die personen er bezitten of er uit enigen hoofde onder zich hebben, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel.
De ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbrief, mogen, wanneer zij met dezelfde taak belast zijn, vrije toegang eisen tot alle andere lokalen, gebouwen, werkplaatsen of terreinen die niet bedoeld zijn in het eerste lid en waar werkzaamheden verricht of vermoedelijk verricht worden. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank.
De voormelde ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, mogen door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de personen als vermeld in artikel 315bis, derde lid, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde verrichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm."
Art. 57, W 6.7.1994
5. In hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt een artikel 323bis ingevoegd luidend als volgt:
"Artikel 323bis. De bepalingen van artikel 315bis zijn van toepassing op verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alsook op derden waarop een beroep wordt gedaan om de boeken en bescheiden, waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of gedeeltelijk te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren door middel van computersystemen."
Art. 58, W 6.7.1994
6. In artikel 324 van hetzelfde wetboek (WIB 92) woren de woorden "de artikelen 322 en 323" vervangen door de woorden "de artikelen 322, 323 en 323bis".
Gecoördineerde tekst van art. 324, WIB 92
"Art. 324. De administratie mag de juistheid nagaan van de in de artikelen 322, 323 en 323bis bedoelde inlichtingen."
Art. 60, W 6.7.1994
7. Artikel 329 van hetzelfde wetboek (WIB 92), wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 329. Onder openbare instellingen of inrichtingen worden verstaan, in de zin van de artikelen 327 en 328, de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert, waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale Regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring."
Art. 62, W 6.7.1994
8. In artikel 334 van hetzelfde wetboek (WIB 92) worden de woorden "artikelen 315, eerste en tweede lid, 316 en 322 tot 324" vervangen door de woorden "artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324".
Gecoördineerde tekst van art. 334, WIB 92
"Art. 334. Wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim."
Art. 63, W 6.7.1994
9. In hetzelfde wetboek (WIB 92), wordt een artikel 334bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Artikel 334bis. De in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen mogen door ambtenaren van andere fiscale administraties worden verricht. De Koning wijst die administraties en, wanneer Hij dat nodig acht, de ambtenaren aan."
Art. 64, W 6.7.1994
10. In artikel 337, tweede lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "rechtsmachten" en "en aan de" de woorden "en van de Gemeenschappen en de Gewesten" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 337, WIB 92
"Art. 337. Hij die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de administratie der directe belastingen, is buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.
De ambtenaren van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van het kadaster oefenen hun ambt uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten en aan de in artikel 329 bedoelde openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten, instellingen of inrichtingen nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen.
Personen die deel uitmaken van diensten waaraan de Administratie der directe belastingen of Administratie van het kadaster ingevolge het vorige lid inlichtingen van fiscale aard heeft verstrekt, zijn tot dezelfde geheimhouding verplicht en mogen de bekomen inlichtingen niet gebruiken buiten het kader van de wettelijke bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.
De bepalingen van het derde lid zijn eveneens toepasselijk op de personen die behoren tot diensten waaraan ingevolge de controle georganiseerd ter uitvoering van de artikelen 320 en 321, inlichtingen van fiscale aard zouden worden verstrekt.
De ambtenaren van de Administratie van het kadaster oefenen eveneens hun ambt uit wanneer zij inlichtingen, uittreksels of afschriften uit de kadastrale bescheiden verstrekken in uitvoering van de bepalingen van artikel 504, tweede en derde lid.
Art. 67, W 6.7.1994
11. In artikel 351, eerste lid, derde gedachtenstreepje, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "bescheiden en registers" en "over te leggen" de woorden "of de in artikel 315bis bedoelde dossiers, dragers of gegevens" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 351, WIB 92
"Art. 351. De administratie kan de aanslag ambtshalve vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt, in de gevallen waarin de belastingplichtige nagelaten heeft:
Behalve in de laatste eventualiteit bedoeld in het eerste lid of indien de rechten van de schatkist in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen of nog indien het gaat om roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing, wordt aan de belastingplichtige een termijn van een maand vanaf de verzending van die kennisgeving toegestaan om zijn opmerkingen schriftelijk in te brengen en mag de aanslag niet vóór het verstrijken van die termijn worden gevestigd."
Art. 68, W 6.7.1994
12. In artikel 352, tweede lid, eerste gedachtenstreep, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Gecoördineerde tekst van art. 352, WIB 92
"Art. 352. Indien hij ambtshalve is aangeslagen behoort het aan de belastingplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens.
Het behoort evenwel aan de administratie dat bewijs te leveren indien:
13. In de Franse tekst van artikel 447, eerste lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden de woorden "article 439" vervangen door de woorden "article 446."
Gecoördineerde tekst van art. 447, WIB 92
"Art. 447. Het in artikel 446 bedoelde besluit mag slechts worden uitgevaardigd nadat de betrokken lasthebber is uitgenodigd om binnen twintig dagen te verschijnen, ten einde te worden gehoord door een ambtenaar van het Ministerie van Financiën, met een hogere graad dan degene die de feiten geconstateerd heeft, doch op zijn minst met de graad van inspecteur.
De lasthebber mag zich door een raadsman laten bijstaan.
Proces-verbaal van dit verhoor wordt opgemaakt. Na voorlezing wordt het proces-verbaal door de ambtenaar en de betrokken lasthebber ondertekend. Zij laten hun handtekening voorafgaan door de met de hand geschreven woorden "Gelezen en goedgekeurd". Weigert de betrokkene te ondertekenen, dan wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, dat de reden van de weigering nader omschrijft.
Een eensluidend afschrift van het proces-verbaal wordt binnen acht dagen na zijn dagtekening aan de lasthebber ter kennis gegeven.
Art. 91, W 6.7.1994
De artikelen ...68, 2°, ...81 hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1992.
De artikelen 63 ... hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1993.
De artikelen 52 tot 60, 62, 64, 67, 68, 1° ... treden in werking de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
KB 4.4.1995 tot wijziging, wat het onderzoeks- en controlerecht betreft, van het KB/WIB 92
15. "Artikel 1. In het hoofdstuk III van het KB/WIB 92 wordt een afdeling IXbis, bevattende een artikel 181bis, ingevoegd, luidend als volgt:
"Afdeling IXbis. Aanwijzing van ambtenaren van andere fiscale administraties die bevoegd zijn om onderzoekingen uit te voeren (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 334bis).
Art. 181bis. De onderzoekingen bedoeld in hoofdstuk III van titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 mogen worden verricht door de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen die bij toepassing van het Koninklijk besluit van 7 december 1992 ter beschikking van de Administratie der directe belastingen zijn gesteld."
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1993.
Art. 3. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit."
II. VOORWERP
16. De door de bovenbedoelde bepalingen van de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) ingevoerde wijzigingen aan het WIB 92 beogen:
17. De wijzigingen die door de overige bovenvermelde bepalingen van de voormelde W 6.7.1994 aan het WIB 92 zijn aangebracht, hebben betrekking op eenvoudige verbeteringen van verwijzingen (art. 68, 2°, en 81, W 6.7.1994 en art. 352, 2de lid, 1ste streepje en 447, 1ste lid, WIB 92).
Deze laatste wijzigingen hebben uitwerking met ingang van aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994).
Zij behoeven geen commentaar.
III. GEBRUIK VAN EEN GEINFORMATISEERD SYSTEEM
A. Essentiële verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht
1. Vóór de wijzigingen van het WIB 92 gevolgde benadering
18. Het antwoord op de parlementaire vraag nr. 62 van 4.3.1992, gesteld door de Heer Volksvertegenwoordiger COVELIERS (Bull. 721, blz. 3051), waarvan de kerngedachten hierna worden weergegeven, illustreert de op dat vlak voorheen gevolgde benadering.
19. Overeenkomstig art. 315, 1ste lid, WIB 92, is de belastingplichtige verplicht, wanneer hij daartoe door de administratie wordt verzocht, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen.
20. Wanneer de boekhouding geautomatiseerd is, bestaan heel wat boekhoudkundige bescheiden en extra-comptabele stukken, waarvan de voorlegging verplicht is, enkel op magnetische of optische informatiedragers.
Bovendien moet de administratie zich bij zo'n boekhouding een juist beeld kunnen vormen van:
22. De art. 315bis en 319, laatste lid, WIB 92 (plichten van de belastingplichtige), evenals art. 323bis, WIB 92 (plichten van derden), wettigen de op dat vlak voorheen gevolgde benadering.
23. Bovendien vormen zij de omzetting, op het vlak van de inkomstenbelastingen, van de regels met betrekking tot de controlemogelijkheden van de geïnformatiseerde boekhoudingen, naar analogie met de regels van toepassing op het vlak van de BTW sinds de wet van 28.12.1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (BS 31.12.1992).
24. Art. 315bis, 3de lid, WIB 92, machtigt de administratie in het bijzonder om, onder andere, in de door die ambtenaren gewenste vorm om kopieën te verzoeken van de op informatiedragers geplaatste gegevens. Het spreekt vanzelf dat die ambtenaren het recht hebben de gevraagde kopieën bij te houden.
25. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de bewaartermijn ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van computersystemen (art. 315bis, laatste lid, WIB 92) verstrijkt op het einde van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem voor het laatst werd gebruikt (Parlementaire vraag nr. 1287 van 18.11.1994, gesteld door de Heer Volksvertegenwoordiger BRIL - Bull. 749, blz. 1316).
26. In het kader van het nieuwe artikel 323bis, WIB 92 kan de administratie zich richten tot een derde wiens werkzaamheid erin bestaat computerprogramma's op te stellen, ten einde inlichtingen te verkrijgen betreffende de opgestelde programma's, zonder dat deze aanvraag noodzakelijk haar oorsprong moet vinden in de verificatie van de belastingtoestand van een welbepaalde belastingplichtige (parl.st., Senaat, zitting 1993-1994, nr. 1119-2, blz. 28). Indien de administratie meent klachten te hebben i.v.m. een computerprogramma, zal zij uiteraard moeten overgaan tot een verificatie van de fiscale toestand van de gebruikers ervan. Op dat ogenblik zullen de klanten van de firma door de administratie worden gecontacteerd en de gelegenheid hebben hun standpunt te verdedigen (ibidem).
B. Andere verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht en de aanslag van ambtswege
27. De aldus omschreven specifieke onderzoekingen in het geval een beroep wordt gedaan op een geïnformatiseerd systeem, hebben een aanpassing noodzakelijk gemaakt van de bepalingen waarin sprake is van de verificatie van de boeken en bescheiden.
Aldus:
In dat geval moet de belastingplichtige het bewijs leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens, behalve indien hij aantoont dat wettige redenen hem hebben belet de betrokken gegevens voor te leggen (art. 352, 2de lid, 1ste streepje, WIB 92).
29. Met betrekking tot hetgeen voorafgaat, wordt naar de commentaar op de betrokken artikels verwezen.
C. Inwerkingtreding
30. De onder sub A en B vermelde verduidelijkingen zijn in werking getreden op 16.7.1994, datum van publicatie van voormelde wet van 6.7.1994 (art. 91, 10de lid van die wet) in het staatsblad.
IV. VERMELDING VAN DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN
A. Bepaling van de openbare instellingen en inrichtingen gehouden tot bepaalde verplichtingen
31. Er wordt aan herinnerd dat de openbare instellingen en inrichtingen ertoe gehouden zijn, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de vestiging of invordering van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de bedoelde ambtenaar voor de vestiging of invordering van de door de Staat geheven belastingen nodig acht (art. 327, § 1, 1ste lid, WIB 92).
32. Onder openbare instellingen of inrichtingen moet voortaan worden verstaan (art. 329, WIB 92) de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen of diensten:
B. Opheffing van het beroepsgeheim
33. De openbare instellingen of inrichtingen waaraan de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, binnen de uitoefening van hun ambt, inlichtingen mogen verstrekken die nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen, zijn gedefinieerd op de wijze zoals uiteengezet in nr. 31, d.w.z. dat zij daaronder ook de administratieve diensten van de Gemeenschappen en de Gewesten moeten verstaan, teneinde eveneens rekening te houden met de institutionele evolutie van het land.
Deze toevoeging bevestigt de reeds op dit vlak gevolgde administratieve praktijk (zie Com.IB 92, 337/8, 1ste streepje).
C. Inwerkingtreding
34. De onder sub A en B aangekondigde wijzigingen zijn in werking getreden op 16.7.1994, datum van publicatie van voormelde wet van 6.7.1994 (art. 91, 10de lid van die wet) in het Belgisch Staatsblad.
V. ONDERZOEKINGEN DOOR AMBTENAREN VAN ANDERE FISCALE ADMINISTRATIES
A. Inhoud van de nieuwe wettelijke bepaling
35. De mogelijkheid ingevoegd in het WIB 92 om die uitoefening van de onderzoeks- en controlerechten van de Administratie der directe belastingen toe te vertrouwen aan ambtenaren van andere, door de Koning aan te duiden, fiscale administraties kadert in de versteviging van de samenwerking tussen de fiscale administraties.
36. Tengevolge van de op 1.1.1993 doorgevoerde herstructurering van de Administratie der douane en accijnzen, zijn ambtenaren van deze administratie toegewezen aan verschillende administraties, waaronder de Administratie der directe belastingen en de Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De nieuwe wettelijke bepaling beoogt ervoor te zorgen dat de personeelsleden van de Administratie der douane en accijnzen die worden toegewezen aan de Administratie der directe belastingen (aanwijzing die is tot stand gebracht door het in nr. 15 opgenomen KB 4.4.1995) dezelfde onderzoeks- en controlemogelijkheden krijgen als de personeelsleden van dat laatstgenoemde bestuur zodat de geldigheid van de door de eerstgenoemde personeelsleden gestelde handelingen niet in twijfel kan worden getrokken.
37. Deze bepaling is een gelijkaardige maatregel als die vervat in art. 79, W 28.12.1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (BS 31.12.1992).
B. Draagwijdte van de bevoegdverklaring
38. De ambtenaren van andere fiscale administraties die aldus bevoegd worden verklaard de onderzoeks- en controlerechten uit te oefenen waarover de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen beschikken, zijn gedetacheerd uit hun oorspronkelijke administratie en ze mogen de onderzoeksmethoden eigen aan die administratie niet meer gebruiken. Zij worden ambtenaren van de Administratie der directe belastingen met de onderzoeks- en controlerechten eigen aan die administratie (parl.st., Senaat, zitting 1993-1994, nr. 1119-2, blz. 30).
C. Inwerkingtreding
39. De onder sub A besproken maatregel heeft uitwerking met ingang van 1.1.1993 (art. 91, 10de lid van voormelde W 6.7.1994, en art. 2, KB 4.4.1995).
BEROEPSGEHEIM
Draagwijdte van het beroepsgeheim.
BOEKHOUDING
Bewaren van boeken en bescheiden.
Geautomatiseerde boekhouding.
Verificatie van boeken en bescheiden.
CONTROLEMAATREGEL
Plicht van openbare inrichtingen.
Plicht van openbare instellingen.
Samenwerking tussen de fiscale administraties.
VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Onderzoeksbevoegdheid van de administratie.
Voorlegging van boeken en bescheiden.
Vraag om inlichtingen aan derden.
VESTIGING VAN DE AANSLAG
Aanslag van ambtswege.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
INHOUDSTAFEL Nr. I. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN......................... 1 II. VOORWERP....................................................... 16 III. GEBRUIK VAN EEN GEINFORMATISEERD SYSTEEM A. Essentiële verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht 1. Vóór de wijzigingen van het WIB 92 gevolgde benadering... 18 2. Draagwijdte van de nieuwe bepalingen..................... 22 B. Andere verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht en de aanslag van ambtswege.... 27 C. Inwerkingtreding............................................ 30 IV. VERMELDING VAN DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN A. Bepaling van de openbare instellingen en inrichtingen gehouden tot bepaalde verplichtingen........................ 31 B. Opheffing van het beroepsgeheim............................. 33 C. Inwerkingtreding............................................ 34 V. ONDERZOEKINGEN DOOR AMBTENAREN VAN ANDERE FISCALE ADMINISTRATIES A. Inhoud van de nieuwe wettelijke bepaling.................... 35 B. Draagwijdte van de bevoegdverklaring........................ 38 C. Inwerkingtreding............................................ 39 I. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN Art. 53, W 6.7.1994
1. In hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt een artikel 315bis ingevoegd luidend als volgt:
"Artikel 315bis. De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn eveneens verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.
De op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.
Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn de in het eerste lid bedoelde personen verplicht op hun uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.
De bepalingen van artikel 315, derde lid, zijn van toepassing op de bewaring van de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook op de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten. In afwijking van deze bepalingen verstrijkt de bewaartermijn, ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van computersystemen, op het einde van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem werd gebruikt."
Art. 54, W 6.7.1994
2. In artikel 317 van hetzelfde wetboek (WIB 92) worden tussen de woorden "De in artikelen 315, eerste en tweede lid" en "en 316" de woorden", 315bis, eerste tot derde lid" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 317, WIB 92
"Art. 317. De in de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid en 316 bedoelde verificaties en vragen om inlichtingen mogen slaan op alle verrichtingen waaraan de belastingplichtige heeft deelgenomen en de aldus ingewonnen inlichtingen kunnen eveneens worden ingeroepen met het oog op het belasten van derden."
Art. 55, W 6.7.1994
3. In artikel 318, eerste en tweede lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "artikelen 315" en "en 316" de woorden ", 315bis" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 318, WIB 912
"Art. 318. In afwijking van de bepalingen van art. 317, en onverminderd de toepassing van de artikelen 315, 315bis en 316, is de administratie niet gemachtigd in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten.
Indien evenwel de op grond van de artikelen 315, 315bis en 316 ingestelde enquête concrete gegevens aan het licht brengt die het bestaan kunnen doen vermoeden van een mechanisme dat de organisatie van inbreuken op de fiscale wet ten doel of tot gevolg heeft en dat een medeplichtigheid insluit, tussen de instelling en de cliënt, met het oog op belastingontduiking, kan de Directeur-generaal van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie, met de toestemming van de Administrateur-generaal van de belastingen, een ambtenaar met de graad van tenminste inspecteur ermee belasten uit de rekeningen, boeken en documenten van de instelling de inlichtingen te putten, die het mogelijk maken de enquête te voltooien en de door deze cliënt verschuldigde belastingen te bepalen."
Art. 56, W 6.7.1994
4. Artikel 319 van hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt aangevuld met het volgende lid:
"De voormelde ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, mogen door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de personen als vermeld in artikel 315bis, derde lid, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde verrichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm."
Gecoördineerde tekst van art. 319, WIB 92
"Art. 319. Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de personenbelasting, van de vennootschapsbelasting of van de belasting van niet-inwoners tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend vrije toegang te verlenen tot hun beroepslokalen, zoals fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages of tot hun terreinen welke als werkplaats, werkhuis of opslagplaats van voorraden dienst doen, ten einde aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen de aard en de belangrijkheid van bedoelde werkzaamheden vast te stellen en het bestaan, de aard en de hoeveelheid na te zien van de voorraden en voorwerpen van alle aard welke die personen er bezitten of er uit enigen hoofde onder zich hebben, met inbegrip van de installaties en het rollend materieel.
De ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, voorzien van hun aanstellingsbrief, mogen, wanneer zij met dezelfde taak belast zijn, vrije toegang eisen tot alle andere lokalen, gebouwen, werkplaatsen of terreinen die niet bedoeld zijn in het eerste lid en waar werkzaamheden verricht of vermoedelijk verricht worden. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds en met machtiging van de rechter in de politierechtbank.
De voormelde ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, mogen door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de personen als vermeld in artikel 315bis, derde lid, de betrouwbaarheid nagaan van de geïnformatiseerde verrichtingen, gegevens en bewerkingen, door inzonderheid de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm."
Art. 57, W 6.7.1994
5. In hetzelfde wetboek (WIB 92) wordt een artikel 323bis ingevoegd luidend als volgt:
"Artikel 323bis. De bepalingen van artikel 315bis zijn van toepassing op verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alsook op derden waarop een beroep wordt gedaan om de boeken en bescheiden, waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of gedeeltelijk te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren door middel van computersystemen."
Art. 58, W 6.7.1994
6. In artikel 324 van hetzelfde wetboek (WIB 92) woren de woorden "de artikelen 322 en 323" vervangen door de woorden "de artikelen 322, 323 en 323bis".
Gecoördineerde tekst van art. 324, WIB 92
"Art. 324. De administratie mag de juistheid nagaan van de in de artikelen 322, 323 en 323bis bedoelde inlichtingen."
Art. 60, W 6.7.1994
7. Artikel 329 van hetzelfde wetboek (WIB 92), wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Artikel 329. Onder openbare instellingen of inrichtingen worden verstaan, in de zin van de artikelen 327 en 328, de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert, waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale Regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring."
Art. 62, W 6.7.1994
8. In artikel 334 van hetzelfde wetboek (WIB 92) worden de woorden "artikelen 315, eerste en tweede lid, 316 en 322 tot 324" vervangen door de woorden "artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324".
Gecoördineerde tekst van art. 334, WIB 92
"Art. 334. Wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim."
Art. 63, W 6.7.1994
9. In hetzelfde wetboek (WIB 92), wordt een artikel 334bis ingevoegd, luidend als volgt:
"Artikel 334bis. De in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen mogen door ambtenaren van andere fiscale administraties worden verricht. De Koning wijst die administraties en, wanneer Hij dat nodig acht, de ambtenaren aan."
Art. 64, W 6.7.1994
10. In artikel 337, tweede lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "rechtsmachten" en "en aan de" de woorden "en van de Gemeenschappen en de Gewesten" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 337, WIB 92
"Art. 337. Hij die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de administratie der directe belastingen, is buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.
De ambtenaren van de Administratie der directe belastingen en van de Administratie van het kadaster oefenen hun ambt uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten en aan de in artikel 329 bedoelde openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten, instellingen of inrichtingen nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen.
Personen die deel uitmaken van diensten waaraan de Administratie der directe belastingen of Administratie van het kadaster ingevolge het vorige lid inlichtingen van fiscale aard heeft verstrekt, zijn tot dezelfde geheimhouding verplicht en mogen de bekomen inlichtingen niet gebruiken buiten het kader van de wettelijke bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.
De bepalingen van het derde lid zijn eveneens toepasselijk op de personen die behoren tot diensten waaraan ingevolge de controle georganiseerd ter uitvoering van de artikelen 320 en 321, inlichtingen van fiscale aard zouden worden verstrekt.
De ambtenaren van de Administratie van het kadaster oefenen eveneens hun ambt uit wanneer zij inlichtingen, uittreksels of afschriften uit de kadastrale bescheiden verstrekken in uitvoering van de bepalingen van artikel 504, tweede en derde lid.
Art. 67, W 6.7.1994
11. In artikel 351, eerste lid, derde gedachtenstreepje, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden tussen de woorden "bescheiden en registers" en "over te leggen" de woorden "of de in artikel 315bis bedoelde dossiers, dragers of gegevens" ingevoegd.
Gecoördineerde tekst van art. 351, WIB 92
"Art. 351. De administratie kan de aanslag ambtshalve vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt, in de gevallen waarin de belastingplichtige nagelaten heeft:
- ofwel een aangifte te doen binnen de termijnen bedoeld in de artikelen 307 tot 311 of in de bepalingen genomen ter uitvoering van artikel 312;
- ofwel aan de vormgebreken waarmede de aangifte is aangetast binnen de daarvoor toegestane termijn, te verhelpen;
- ofwel de in artikel 315 vermelde boeken, bescheiden en registers of de in artikel 315bis bedoelde dossiers, dragers of gegevens over te leggen;
- ofwel de op grond van artikel 316 gevraagde inlichtingen binnen de termijn te verstrekken;
- ofwel binnen de in artikel 346 gestelde termijn te antwoorden op het erin bedoelde bericht.
Behalve in de laatste eventualiteit bedoeld in het eerste lid of indien de rechten van de schatkist in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen of nog indien het gaat om roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing, wordt aan de belastingplichtige een termijn van een maand vanaf de verzending van die kennisgeving toegestaan om zijn opmerkingen schriftelijk in te brengen en mag de aanslag niet vóór het verstrijken van die termijn worden gevestigd."
Art. 68, W 6.7.1994
12. In artikel 352, tweede lid, eerste gedachtenstreep, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | tussen de woorden "bescheiden en registers" en "over te leggen" worden de woorden "of de in artikel 315bis, eerste tot derde lid, vermelde dossiers, dragers of gegevens" ingevoegd; |
| 2° | in de Franse tekst, worden de woorden "à l'article 350" vervangen door de woorden "à l'article 346". |
"Art. 352. Indien hij ambtshalve is aangeslagen behoort het aan de belastingplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens.
Het behoort evenwel aan de administratie dat bewijs te leveren indien:
- de belastingplichtige aantoont dat wettige redenen hem hebben belet de in artikel 315, eerste en tweede lid, vermelde boeken, bescheiden en registers of de in artikel 315bis, eerste tot derde lid, vermelde dossiers, dragers of gegevens over te leggen of op de grond van artikel 316 gevraagde inlichtingen binnen de gestelde tijd te verstrekken of binnen de in artikel 346 gestelde termijn te antwoorden op het erin bedoelde bericht;
- de aanslag op de grond vermeld in het in artikel 346 bedoelde bericht werd gevestigd voor het verstrijken van de in dat artikel vermelde termijn omdat de rechten van de Schatkist in gevaar verkeerden."
13. In de Franse tekst van artikel 447, eerste lid, van hetzelfde wetboek (WIB 92), worden de woorden "article 439" vervangen door de woorden "article 446."
Gecoördineerde tekst van art. 447, WIB 92
"Art. 447. Het in artikel 446 bedoelde besluit mag slechts worden uitgevaardigd nadat de betrokken lasthebber is uitgenodigd om binnen twintig dagen te verschijnen, ten einde te worden gehoord door een ambtenaar van het Ministerie van Financiën, met een hogere graad dan degene die de feiten geconstateerd heeft, doch op zijn minst met de graad van inspecteur.
De lasthebber mag zich door een raadsman laten bijstaan.
Proces-verbaal van dit verhoor wordt opgemaakt. Na voorlezing wordt het proces-verbaal door de ambtenaar en de betrokken lasthebber ondertekend. Zij laten hun handtekening voorafgaan door de met de hand geschreven woorden "Gelezen en goedgekeurd". Weigert de betrokkene te ondertekenen, dan wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, dat de reden van de weigering nader omschrijft.
Een eensluidend afschrift van het proces-verbaal wordt binnen acht dagen na zijn dagtekening aan de lasthebber ter kennis gegeven.
Art. 91, W 6.7.1994
| 14. | ... (eerste lid) |
| ... | (derde en vierde lid) |
| ... | (zesde tot negende lid) |
| ... | (elfde lid) |
15. "Artikel 1. In het hoofdstuk III van het KB/WIB 92 wordt een afdeling IXbis, bevattende een artikel 181bis, ingevoegd, luidend als volgt:
"Afdeling IXbis. Aanwijzing van ambtenaren van andere fiscale administraties die bevoegd zijn om onderzoekingen uit te voeren (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 334bis).
Art. 181bis. De onderzoekingen bedoeld in hoofdstuk III van titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 mogen worden verricht door de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen die bij toepassing van het Koninklijk besluit van 7 december 1992 ter beschikking van de Administratie der directe belastingen zijn gesteld."
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1993.
Art. 3. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit."
II. VOORWERP
16. De door de bovenbedoelde bepalingen van de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) ingevoerde wijzigingen aan het WIB 92 beogen:
- het onderzoeks- en controlerecht van de Administratie der directe belastingen te verduidelijken in geval van het gebruik, door de belastingplichtige, van een geïnformatiseerd systeem om de boeken en bescheiden nodig om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren (art. 53, 54, 55,56, 57, 58, 62 en 91, 10de lid, W 6.7.1994 en art. 315bis, 317, 318, 319, laatste lid, 323bis, 324, en 334, WIB 92) en de correlatieve aanpassing van de regels op het vlak van de aanslag van ambtswege (art. 67, 68, 1° en 91, 10de lid, W 6.7.1994 en art. 351, 1ste lid, 3de streepje en 352, 2de lid, 1ste streepje, WIB 92);
- de Gemeenschappen en Gewesten te vermelden in de tekst die de openbare instellingen of inrichtingen definieert die tot bepaalde verplichtingen gehouden zijn, onder andere op het vlak van het verstrekken van inlichtingen die nodig worden geacht voor de vestiging of de invordering van door de Staat geheven belastingen (art. 60 en 91, 10de lid, W 6.7.1994 en art. 329, WIB 92), evenals in de tekst betreffende de opheffing van het beroepsgeheim (art. 64 en 91, 10de lid, W 6.7.1994 en art. 337, 2de lid, WIB 92);
- toe te laten dat de onderzoeks- en controlerechten van de Administratie der directe belastingen worden uitgeoefend door ambtenaren van andere fiscale administraties (art. 63 en 91, 5de lid, W 6.7.1994 en KB 4.4.1995, art. 334bis, WIB 92 en art. 181bis, KB/WIB 92).
17. De wijzigingen die door de overige bovenvermelde bepalingen van de voormelde W 6.7.1994 aan het WIB 92 zijn aangebracht, hebben betrekking op eenvoudige verbeteringen van verwijzingen (art. 68, 2°, en 81, W 6.7.1994 en art. 352, 2de lid, 1ste streepje en 447, 1ste lid, WIB 92).
Deze laatste wijzigingen hebben uitwerking met ingang van aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994).
Zij behoeven geen commentaar.
III. GEBRUIK VAN EEN GEINFORMATISEERD SYSTEEM
A. Essentiële verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht
1. Vóór de wijzigingen van het WIB 92 gevolgde benadering
18. Het antwoord op de parlementaire vraag nr. 62 van 4.3.1992, gesteld door de Heer Volksvertegenwoordiger COVELIERS (Bull. 721, blz. 3051), waarvan de kerngedachten hierna worden weergegeven, illustreert de op dat vlak voorheen gevolgde benadering.
19. Overeenkomstig art. 315, 1ste lid, WIB 92, is de belastingplichtige verplicht, wanneer hij daartoe door de administratie wordt verzocht, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen.
20. Wanneer de boekhouding geautomatiseerd is, bestaan heel wat boekhoudkundige bescheiden en extra-comptabele stukken, waarvan de voorlegging verplicht is, enkel op magnetische of optische informatiedragers.
Bovendien moet de administratie zich bij zo'n boekhouding een juist beeld kunnen vormen van:
- de opbouw van het systeem;
- de informatiestroom;
- het aantal, de aard en de inhoud van de bestanden en de programma's;
- de aard, het tijdstip en de periodiciteit van de verwerkingen;
- de door het systeem verstrekte staten;
- de ingebouwde veiligheden, enz.
| 21. | Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort: |
- dat de verplichting tot voorlegging zich uitstrekt tot alle informatiedragers en de gegevens die zij bevatten;
- het recht van inzage van die gegevens met behulp van het materieel van de onderneming (het gebruik van het materieel, in aanwezigheid van de met de verificatie belaste ambtenaren, wordt overgelaten aan het personeel van de onderneming);
- het recht van inzage van de analysedossiers met de bestands- en programmabeschrijvingen, van de gebruikershandleidingen en van alle andere op het systeem betrekking hebbende documentatie;
- de verplichting eveneens de informatiedragers te bewaren ook al zijn de gegevens die zij bevatten, het voorwerp geweest van een afdruk.
22. De art. 315bis en 319, laatste lid, WIB 92 (plichten van de belastingplichtige), evenals art. 323bis, WIB 92 (plichten van derden), wettigen de op dat vlak voorheen gevolgde benadering.
23. Bovendien vormen zij de omzetting, op het vlak van de inkomstenbelastingen, van de regels met betrekking tot de controlemogelijkheden van de geïnformatiseerde boekhoudingen, naar analogie met de regels van toepassing op het vlak van de BTW sinds de wet van 28.12.1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (BS 31.12.1992).
24. Art. 315bis, 3de lid, WIB 92, machtigt de administratie in het bijzonder om, onder andere, in de door die ambtenaren gewenste vorm om kopieën te verzoeken van de op informatiedragers geplaatste gegevens. Het spreekt vanzelf dat die ambtenaren het recht hebben de gevraagde kopieën bij te houden.
25. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de bewaartermijn ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van computersystemen (art. 315bis, laatste lid, WIB 92) verstrijkt op het einde van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem voor het laatst werd gebruikt (Parlementaire vraag nr. 1287 van 18.11.1994, gesteld door de Heer Volksvertegenwoordiger BRIL - Bull. 749, blz. 1316).
26. In het kader van het nieuwe artikel 323bis, WIB 92 kan de administratie zich richten tot een derde wiens werkzaamheid erin bestaat computerprogramma's op te stellen, ten einde inlichtingen te verkrijgen betreffende de opgestelde programma's, zonder dat deze aanvraag noodzakelijk haar oorsprong moet vinden in de verificatie van de belastingtoestand van een welbepaalde belastingplichtige (parl.st., Senaat, zitting 1993-1994, nr. 1119-2, blz. 28). Indien de administratie meent klachten te hebben i.v.m. een computerprogramma, zal zij uiteraard moeten overgaan tot een verificatie van de fiscale toestand van de gebruikers ervan. Op dat ogenblik zullen de klanten van de firma door de administratie worden gecontacteerd en de gelegenheid hebben hun standpunt te verdedigen (ibidem).
B. Andere verduidelijkingen met betrekking tot het onderzoeks- en controlerecht en de aanslag van ambtswege
27. De aldus omschreven specifieke onderzoekingen in het geval een beroep wordt gedaan op een geïnformatiseerd systeem, hebben een aanpassing noodzakelijk gemaakt van de bepalingen waarin sprake is van de verificatie van de boeken en bescheiden.
Aldus:
- mogen deze specifieke onderzoekingen slaan op alle verrichtingen die van aard zijn de inkomsten te bepalen die aan één van de inkomstenbelastingen onderworpen zijn en de aldus bekomen inlichtingen mogen worden gebruikt voor de belasting van derden (art. 317, WIB 92);
- kunnen deze specifieke onderzoekingen worden uitgeoefend ten overstaan van de financiële instellingen, maar ter gelegenheid daarvan is het verboden inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten, behalve in uitzonderlijke omstandigheden (art. 318, WIB 92);
- mag de administratie de juistheid nagaan van de inlichtingen verstrekt door een derde, bij wie die specifieke onderzoekingen verricht zijn (art. 324, WIB 92);
- kan de ter gelegenheid van deze specifieke onderzoekingen aangezochte persoon, het beroepsgeheim doen gelden (art. 334, WIB 92).
In dat geval moet de belastingplichtige het bewijs leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens, behalve indien hij aantoont dat wettige redenen hem hebben belet de betrokken gegevens voor te leggen (art. 352, 2de lid, 1ste streepje, WIB 92).
29. Met betrekking tot hetgeen voorafgaat, wordt naar de commentaar op de betrokken artikels verwezen.
C. Inwerkingtreding
30. De onder sub A en B vermelde verduidelijkingen zijn in werking getreden op 16.7.1994, datum van publicatie van voormelde wet van 6.7.1994 (art. 91, 10de lid van die wet) in het staatsblad.
IV. VERMELDING VAN DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN
A. Bepaling van de openbare instellingen en inrichtingen gehouden tot bepaalde verplichtingen
31. Er wordt aan herinnerd dat de openbare instellingen en inrichtingen ertoe gehouden zijn, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de vestiging of invordering van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de bedoelde ambtenaar voor de vestiging of invordering van de door de Staat geheven belastingen nodig acht (art. 327, § 1, 1ste lid, WIB 92).
32. Onder openbare instellingen of inrichtingen moet voortaan worden verstaan (art. 329, WIB 92) de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen of diensten:
- welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert of op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent;
- waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt;
- waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale Regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring.
B. Opheffing van het beroepsgeheim
33. De openbare instellingen of inrichtingen waaraan de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen, binnen de uitoefening van hun ambt, inlichtingen mogen verstrekken die nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen, zijn gedefinieerd op de wijze zoals uiteengezet in nr. 31, d.w.z. dat zij daaronder ook de administratieve diensten van de Gemeenschappen en de Gewesten moeten verstaan, teneinde eveneens rekening te houden met de institutionele evolutie van het land.
Deze toevoeging bevestigt de reeds op dit vlak gevolgde administratieve praktijk (zie Com.IB 92, 337/8, 1ste streepje).
C. Inwerkingtreding
34. De onder sub A en B aangekondigde wijzigingen zijn in werking getreden op 16.7.1994, datum van publicatie van voormelde wet van 6.7.1994 (art. 91, 10de lid van die wet) in het Belgisch Staatsblad.
V. ONDERZOEKINGEN DOOR AMBTENAREN VAN ANDERE FISCALE ADMINISTRATIES
A. Inhoud van de nieuwe wettelijke bepaling
35. De mogelijkheid ingevoegd in het WIB 92 om die uitoefening van de onderzoeks- en controlerechten van de Administratie der directe belastingen toe te vertrouwen aan ambtenaren van andere, door de Koning aan te duiden, fiscale administraties kadert in de versteviging van de samenwerking tussen de fiscale administraties.
36. Tengevolge van de op 1.1.1993 doorgevoerde herstructurering van de Administratie der douane en accijnzen, zijn ambtenaren van deze administratie toegewezen aan verschillende administraties, waaronder de Administratie der directe belastingen en de Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De nieuwe wettelijke bepaling beoogt ervoor te zorgen dat de personeelsleden van de Administratie der douane en accijnzen die worden toegewezen aan de Administratie der directe belastingen (aanwijzing die is tot stand gebracht door het in nr. 15 opgenomen KB 4.4.1995) dezelfde onderzoeks- en controlemogelijkheden krijgen als de personeelsleden van dat laatstgenoemde bestuur zodat de geldigheid van de door de eerstgenoemde personeelsleden gestelde handelingen niet in twijfel kan worden getrokken.
37. Deze bepaling is een gelijkaardige maatregel als die vervat in art. 79, W 28.12.1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (BS 31.12.1992).
B. Draagwijdte van de bevoegdverklaring
38. De ambtenaren van andere fiscale administraties die aldus bevoegd worden verklaard de onderzoeks- en controlerechten uit te oefenen waarover de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen beschikken, zijn gedetacheerd uit hun oorspronkelijke administratie en ze mogen de onderzoeksmethoden eigen aan die administratie niet meer gebruiken. Zij worden ambtenaren van de Administratie der directe belastingen met de onderzoeks- en controlerechten eigen aan die administratie (parl.st., Senaat, zitting 1993-1994, nr. 1119-2, blz. 30).
C. Inwerkingtreding
39. De onder sub A besproken maatregel heeft uitwerking met ingang van 1.1.1993 (art. 91, 10de lid van voormelde W 6.7.1994, en art. 2, KB 4.4.1995).
De Directeur-generaal,
J.-C. TILLIET
Bron: FisconetPlus
