Circulaire nr. AFZ 16/2004 (AFZ/2004-1162) dd. 22.11.2004

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Nederland
Administratieve Regeling
Uitwisseling van inlichtingen

EUROPESE UNIE
Nederland
Administratieve Regeling
Uitwisseling van inlichtingen


Bijlage : 1

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C van de Administratie van fiscale zaken, van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.

Ingevolge de inwerkingtreding op 31 december 2002 van het nieuwe dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland [Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastingen inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen met Protocol I en II, gesloten te Luxemburg op 5 juni 2001.], hebben de bevoegde autoriteiten van België en Nederland op 4 februari 2004 een administratieve regeling ondertekend die de uitwisseling van fiscale inlichtingen tussen België en Nederland regelt (cf. bijlage : Bericht in het Belgisch Staatsblad van 5 augustus 2004).

Deze Administratieve Regeling vervangt de gelijkaardige regeling van 25 september 1997 tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en België inzake uitwisseling van inlichtingen die is gebaseerd op het dubbelbelastingverdrag [Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het vaststellen van enige andere regelen verband houdende met de belastingheffing, ondertekend te Brussel op 19 oktober 1970.] tussen België en Nederland van 19 oktober 1970 dat is beëindigd met de inwerkingtreding van het nieuwe dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland van 5 juni 2001 (cf. Circulaire nr. AFZ/Intern.IB/Nederland/96-720 van 11 augustus 1998).

De regels bepaald in de artikelen 29 en 31 van het hogervermelde Belgisch-Nederlandse Verdrag van 5 juni 2001 en in de artikelen 2, 3, 4 en 9 van de Richtlijn 77/799/EEG van 19 december 1977 [Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977 gewijzigd door de Richtlijn 79/1070/EEG van de Raad van 6 december 1979 en door de Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992, betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op het gebied van de directe en indirecte belastingen.] zijn van toepassing op de inlichtingen die in het kader van de Administratieve Regeling van 4 februari 2004 worden uitgewisseld.

Wat het BTW-aspect betreft, is in deze Administratieve Regeling alsnog geen rekening gehouden met de nieuwe EG-Verordening [Verordening (EG) Nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92.] nr. 1798/2003 die de administratieve samenwerking op het vlak van de BTW regelt en die in werking is getreden op 1 januari 2004. Deze nieuwe EG-Verordening zal het voorwerp uitmaken van een nieuwe bijwerking van de Administratieve Regeling van 4 februari 2004 die op een later tijdstip zal worden gepubliceerd.

Deze Administratieve Regeling is van toepassing met ingang van 1 januari 2003 en is wat de automatische uitwisseling van inlichtingen betreft, van toepassing op gegevens die betrekking hebben op de belastbare tijdperken vanaf 2003. Voor zover inlichtingen worden uitgewisseld die betrekking hebben op de toepassing van hogervermeld dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland van 19 oktober 1970, zal de Regeling van 25 september 1997, nr. AFZ97/3531 evenwel van toepassing blijven.

NAMENS DE MINISTER:
De Adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK


Bijlage
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

4 FEBRUARI 2004. - Regeling tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en België inzake uitwisseling van inlichtingen, ter vervanging van de Regeling van 25 september 1997, nr.AFZ97/3531. - Bericht
De bevoegde autoriteiten van Nederland en België regelen, na overleg,

  • op basis van de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977, gewijzigd door de Richtlijn 79/1070/EEG van de Raad van 6 december 1979 en de Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992, betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van de directe en de indirecte belastingen en meer in het bijzonder van de artikelen 2, 3, 4 en 9, hierna « Richtlijn » genoemd en van het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belastingen inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen met Protocol I en II, gedaan te Luxemburg op 5 juni 2001, meer in het bijzonder van de artikelen 29 en 31, hierna « Verdrag » genoemd,
  • met inachtneming van het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken/fiscale aangelegenheden, gedaan te Straatsburg op 25 januari 1988, hierna « Bijstandsverdrag » genoemd,
    en
  • gelet op de wens van beide Staten om de wederzijdse bijstand tussen Nederland en België te intensiveren en onverminderd het bepaalde van de Overeenkomst tussen Nederland en België inzake wisseling van renvooien tussen de Nederlandsche en Belgische administratiën van 24 mei 1845 de uitwisseling van inlichtingen die in één van beide of in beide Staten van nut kunnen zijn voor een juiste vaststelling van de belastingen naar het inkomen en van de belasting over de toegevoegde waarde, als volgt :
1. De automatische uitwisseling van inlichtingen in overeenstemming met de artikelen 3 en 9 van de Richtlijn, met de artikelen 29 en 31 van het Verdrag en met artikel 6 van het Bijstandsverdrag heeft betrekking op :

A. Inzake belastingen naar het inkomen :

a) lonen, salarissen, en andere soortgelijke beloningen als bedoeld in de artikelen 15 en 19 van het Verdrag;

b) beloningen van bestuurders van vennootschappen en andere beloningen als bedoeld in artikel 16 van het Verdrag;

c) inkomsten van artiesten en sportbeoefenaars als bedoeld in artikel 17 van het Verdrag;

d) pensioenen en andere soortgelijke beloningen, lijfrenten, dan wel, indien deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen en lijfrenten geen periodiek karakter dragen, het bedrag van de uitbetaling terzake, al dan niet periodieke uitkeringen uit pensioensparen, pensioenfondsen en groepsverzekeringen, pensioenen en andere al dan niet periodieke uitkeringen die worden betaald ter uitvoering van de sociale wetgeving van België respectievelijk Nederland, dan wel, indien deze pensioenen geen periodiek karakter dragen, het bedrag van de uitbetaling terzake, alsmede al dan niet periodieke alimentatieuitkeringen en andere soortgelijke betalingen, als bedoeld in, naar gelang het geval, de artikelen 18 of 19 van het Verdrag in samenhang met de punten 22 en 23 van Protocol I bij het Verdrag;

e) op de inkomensbestanddelen als bedoeld in de onderdelen a t/m d van deze paragraaf ingehouden bedrijfsvoorheffing respectievelijk ingehouden loonbelasting;

f) bezit van onroerende goederen;

g) door een inwoner van België verkregen winst uit onderneming als bedoeld in artikel 7 van het Verdrag en/of inkomsten uit zelfstandige beroepen als bedoeld in artikel 14 van het Verdrag;

h) opgaven van de totale vastgestelde winst en van de totale grondoppervlakte - uitgesplitst per Staat - van een in één van de Staten gevestigde landbouwonderneming indien een deel van de gronden op het grondgebied van de andere Staat is gelegen met vermelding van het vrijgestelde inkomen;

i) Belgische belastingen naar het inkomen als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag die een inwoner van Nederland die in aanmerking komt voor toepassing van één of van beide compensatieregelingen als bedoeld in artikel 27 van het Verdrag op aanslag definitief verschuldigd is, met vermelding van het belastingjaar en de dagtekening van het aanslagbiljet;

j) de wijzigingen van woonplaats van personen van één van de Staten naar de andere Staat.

B. Inzake belasting over de toegevoegde waarde :

teruggaven aan in de andere Staat gevestigde belastingplichtigen, de teruggaven van belasting over de toegevoegde waarde, verkregen op grond van de toepassing van de Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979.

2. De intensivering van de spontane uitwisseling van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Richtlijn heeft betrekking op :

A. Inzake belastingen naar het inkomen :

commissielonen, honoraria, courtages en andere beloningen alsmede kredietnota's.

B. Inzake belasting over de toegevoegde waarde :

a) drempeloverschrijding bij verkopen op afstand :
het overschrijden van de omzetdrempel inzake verkopen op afstand, zoals bedoeld in artikel 28ter, B, lid 2, van de Richtlijn 77/388/EEG;

b) diensten met een vermoedelijk onregelmatig karakter :
het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 6, van de Richtlijn 77/388/EEG, in de gevallen waarin er in de Staat die de inlichtingen verstrekt een vermoeden bestaat dat de handelingen in de andere Staat niet zijn aangegeven, een fictief karakter hebben, niet aan de werkelijke afnemer zijn gefactureerd of andere onregelmatigheden vertonen;

c) intracommunautaire leveringen zonder vrijstelling :
intracommunautaire leveringen van goederen zonder toepassing van de vrijstelling van de BTW als bedoeld in artikel 28quater, A, van de Richtlijn 77/388/EEG, aan een in de andere Staat gevestigde belastingplichtige;

d) diplomatieke en consulaire betrekkingen e.d. :
de toepassing van de vrijstelling van BTW op grond van artikel 15, lid 10, van de Richtlijn 77/388/EEG;

e) intracommunautaire verwervingen :
de gevallen waarbij gegevens zoals meegedeeld op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 januari1992, beduidend afwijken van het bedrag van de aangegeven intracommunautaire verwervingen;

f) nieuwe belastingplichtigen :
nieuwe belastingplichtigen die onmiddellijk intracommunautaire transacties van beduidende omvang verrichten;

g) BTW-identificatienummers :
de individuele BTW-identificatienummers die zijn toegekend aan belastingplichtigen die niet in de inlichtingenverstrekkende Staat gevestigd zijn;

h) keuze van de plaats van levering bij verkopen op afstand :
de opties inzake verkopen op afstand als bedoeld in artikel 28ter, B, lid 3, van de Richtlijn 77/388/EEG.

3. De bevoegde autoriteiten van beide Staten verbinden er zich eveneens toe de uitwisseling van inlichtingen op verzoek alsook de spontane uitwisseling van inlichtingen, die hiervoor niet specifiek worden opgesomd, te intensiveren.

4. Ten aanzien van de geheimhouding en de begrenzing van de uitwisseling van inlichtingen wordt verwezen naar het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van de Richtlijn, artikel 31 van het Verdrag en de artikelen 21 en 22 van het Bijstandsverdrag.

5. De inlichtingen als bedoeld in de punten 1A en 2A van deze Regeling worden waar mogelijk elektronisch, en de inlichtingen als bedoeld in punt 1A bij voorkeur in het OESO opmaakformaat verstrekt. De uit te wisselen inlichtingen bevatten, indien mogelijk, tevens de fiscale nummers en/of de BTW-identificatienummers van één van beide of van beide Staten en de geboortedata van natuurlijke personen van wie inlichtingen worden uitgewisseld.

6. De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de instanties waaraan de inlichtingen worden toegestuurd.

7. Indien mocht blijken dat de gegevens die in het kader van de automatische en spontane inlichtingenuitwisseling zijn verstrekt onjuist of onvolledig zijn, treden de door de bevoegde autoriteiten aangewezen uitwisselende instantie(s) hierover zo spoedig mogelijk in contact met de uitwisselende instantie(s) van de andere Staat.

8. De inlichtingen als bedoeld in punt 1 met betrekking tot een bepaald kalenderjaar of tijdvak zullen zo spoedig mogelijk na de beëindiging van dat jaar of tijdvak worden toegestuurd.

9. Deze regeling is van toepassing met ingang van 1 januari 2003 en is wat de automatische uitwisseling van inlichtingen van de hiervoor genoemde groepen van gevallen betreft van toepassing op gegevens die betrekking hebben op de belastbare tijdperken/belastingjaren vanaf 2003. Deze regeling vervangt de regeling van 25 september 1997, nr. AFZ97/3531 tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en België inzake de uitwisseling van inlichtingen. Voor zover inlichtingen worden uitgewisseld die zien op toepassing van de op 19 oktober 1970 ondertekende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het vaststellen van enige andere regelen verband houdende met de belastingheffing, gesloten te Brussel op 19 oktober 1970, zal de Regeling van 25 september 1997, nr. AFZ97/3531 evenwel van toepassing blijven.

10. De bevoegde autoriteiten zullen deze Regeling herzien na het verstrijken van een periode van drie jaren na de inwerkingtreding van het Verdrag, tenzij ze elkaar meedelen dat herziening niet noodzakelijk is.

11. Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en de Nederlandse Staatscourant.

De bevoegde autoriteit voor Nederland :
De directeur-generaal der Belastingen
Mr. H. Neppérus
De plv. directeur-generaal Fiscale Zaken
Drs. P. Vlaanderen
Den Haag, 4 februari 2004

De bevoegde autoriteit voor België :
De adjunct-administrateur-generaal,
Paul Neckebroeck
Brussel, 8 december 2003.