Finland - Circulaire Ci.R.9 Finl/328.075 dd. 20.11.1981

Bulletin nr. 602/1.82, p. 22-39

Dubbelbelastingverdragen. – Finland.

Onderrichtingen betreffende de toepassing van de Belgisch-Finse overeenkomst van 18 mei 1976 tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen (V. 1497 – B. 570).

I. BELANGRIJKE DATA.

1. Algemeen.

Ondertekening van de nieuwe overeenkomst: 18.5.1976.

Goedkeuring: W. 2.3.1978

Mededelingen ingevolge art. 31, § 1 : 9.3.1978 (België) en 27.11.1978 (Finland).

Publicatie in B.S.: 20.12.1978 (V. 1497 – B. 570).

Inwerkingtreding: 27.12.1978.

Territoriale uitbreiding (inwerkingtreding op 27.12.1978): bij wisseling van diplomatieke nota’s van 11.12.1978 is de ov. Ingevolge art.30, § 1, uitgebreid tot het Graafschap Aland met betrekking tot de gemeentebelasting.

a) TOEPASSING IN BELGIË:

- op bij de bron verschuldigde belastingen met ingang van 1.1.1979 toegekend of betaalbaar gestelde inkomsten;

- op andere inkomstenbelastingen met ingang van het aanslajaar 1979

b) BUITEN WERKING GESTELDE VROEGERE OVEREENKOMSTEN

i) Algemene overeenkomst.

De overeenkomst en het slotprotocol van 11.2.1954 (V. 907 - B. 330), gewijzigd bij de aanvullende overeenkomst van 21.5.1970 (V. 1338 - B. 491). hebben krachtens art. 31. § 3 van de nieuwe overeenkomst, definitief opgehouden uitwerking te hebben op het ogenblik dat de bepalingen van de nieuwe overeenkomst in werking zijn getreden (zie a) hierboven).

De onderrichtingen van circ. 960, vervallen met betrekking tot de inkomsten waarop de nieuwe overeenkomst van toepassing is.

ii) Overeenkomst inzake zeescheepvaart.

De werking van de overeenkomst van 19.2.1929 tot het vermijden van dubbele belasting van de inkomsten van scheepvaartondernemingen is krachtens art. 31. § 4 van de nieuwe overeenkomst geschorst voor de periode waarvoor art. 8 van de nieuwe overeenkomst uitwerking heeft (zie a) hiervoren).

II. ALGEMENE KENMERKEN.

2. De nieuwe Belgisch-Finse overeenkomst beoogt het vermijden van dubbele belasting inzake -huidige en toekomstige­ belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, die worden geheven ten behoeve van elk van de overeenkomstsluitende Staten, van hun openbare verenigingen of plaatselijke gemeenschappen.

3. Bovendien stelt zij de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn voor de juiste toepassing van de verdragsbepalingen en van de bepalingen van de interne Belgische en Finse wetten met betrekking tot de in art. 2 bedoelde belastingen (art. 27); ten slotte voorziet zij in de bijstand voor de invordering van belastingen ais hierboven bedoeld (art. 28).

III. VOORKOMING VAN DUBBELE BELASTING EN SAMENHANGENDE PROBLEMEN.

A. Werkingssfeer van de overeenkomst: bijzonderheden.

4. Fiscale woonplaats: Onverdeelde nalatenschappen:

In Finland worden onverdeelde nalatenschappen beschouwd als afzonderlijk belastbare eenheden, maar op de inkomsten die zij verkrijgen ondergaan zij de belasting tegen de progressieve tarieven die van toepassing zijn voor natuurlijke personen: bij de wederuitkering van de inkomsten aan de rechthebbenden wordt niet opnieuw belasting geheven.

Voor de toepassing van de overeenkomst moeten Finse onverdeelde nalatenschappen, dit zijn diegene waarvan de de cujus een inwoner van Finland was op het ogenblik van zijn overlijden, geacht worden inwoner te zijn van Finland en zijn zij dus personen die het voordeel van de overeenkomst kunnen genieten (art. 4, § 1, laatste zin, ov.).

In die hoedanigheid zijn zij gerechtigd tot de verminderingen of vrijstellingen van Belgische belastingen die in de overeenkomst zijn bepaald ten voordele van inwoners van Finland die inkomsten uit in België gelegen bronnen verkrijgen.

Op inkomsten die Finse onverdeelde nalatenschappen uit in Finland gelegen bronnen verkrijgen, zijn de verminderingen of vrijstellingen van Finse belastingen waarin ten voordele van inwoners van België is voorzien, van toepassing in zoverre als één of meer van de genieters inwoners van België zijn (art.22).

B. Onroerende inkomsten (art. 6, § 4).

5. Krachtens de Finse belastingwetgeving zijn de aandeelhouders of houders van deelbewijzen van bepaalde Finse immobiliënvennootschappen persoonlijk belastbaar ter zake van de onroerende goederen van deze vennootschappen en ter zake van de inkomsten daarvan waarop deze aandeelhouders een recht van genot hebben (doorzichtigheid van de rechtspersoon). De inkomsten uit het gebruik of verhuring van dit recht zijn dus ten name van de aandeelhouders belastbaar in de Staat waar de onroerende goederen, waarmede het recht verband houdt, zijn gelegen. Op te merken valt dat deze regel ook geldt voor de belastingheffing van meerwaarden uit de vervreemding van aandelen of delen (art. 13, § 3) en voor de belastingheffing van de vermogensbestanddelen die de effecten zelf uitmaken (art. 23, § 4).

6. De aandacht wordt trouwens gevestigd op het feit dat de Finse handels- en nijverheidsondernemingen die in België onroerende inkomsten genieten, niet meer mogen vragen, zoals dit onder de oude overeenkomst mogelijk was, dat het belastbare bedrag van die inkomsten zou worden vastgesteld volgens de regels die voor het vaststellen van ondernemingswinsten gelden.

C. Ondernemingswinst.

1°Definitie van de vaste inrichting.

7. Deze definitie in de nieuwe overeenkomst vertoont vel gelijkenis met die van het O.E.S.O. modelverdrag.

Een verzekeringsonderneming van een overeenkomstsluitende Staat wordt echter beschouwd in de andere Staat een vaste inrichting te hebben zodra zij aldaar premies int of aldaar gelegen risico’s verzekert door bemiddeling van een niet onafhankelijke vertegenwoordiger (art. 5, § 6).

2° belastingregeling voor Belgische vaste inrichtingen.

a) Bepaling van de winst.

8. Om de belastbare winsten te bepalen van Belgische vaste inrichtingen van Finse vennootschappen en verenigingen van personen, moet voortaan met de gewone regels worden gehouden.

Dit impliceert inzonderheid dat de in de oude overeenkomst bepaalde grenzen wegvallen met betrekking tot de aftrek, bij de vaste inrichting, van een aandeel in de normale kosten van algemene leiding en beheer die door de hoofdzetel voor het geheel van de onderneming worden gemaakt.

b) Tarief van de B.N.V./Ven.

9. Bij afwezigheid van een uitdrukkelijk andersluidende bepaling in de nieuwe overeenkomst, kan België het totale bedrag van de winsten van de Belgische vaste inrichtingen van Finse vennootschappen en verenigingen van personen in de B.N.V./Ven. Tegen het interne tarief belasten (thans 54 pct. in hoofdsom).

c) Roerende voorheffing op geïncasseerde dividenden.

10. De regeling van het interne recht is ook van toepassing met betrekking tot de heffing van de R.V. op door bovenbedoelde Belgische vaste inrichtingen geïncasseerde dividenden en tot de niet-verrekening van die R.V. met de B.N.V./Ven. (art. 25, § 5, ov.).

D. Afhankelijke ondernemingen.

1°Verbetering van de winsten.

11. Art. 9, ov., bevestigt het recht van België om overeenkomstig zijn wetgeving wederrechtelijke winstoverdrachten van Belgische ondernemingen naar Finse afhankelijke ondernemingen tegen te gaan en, in voorkomend geval, het bedrag van de belastbare winsten te bepalen met inachtneming van de krachtens de Belgische interne wetgeving beschikbare bewijsmiddelen.

2°Correlatieve aanpassing.

12. Indien winsten van een Finse onderneming wederrechtelijk door een Finse onderneming aan een Belgische afhankelijke onderneming zijn overgedragen, en indien een verbetering van de winsten door de Finse belastingadministratie, bij deze laatste onderneming een economische dubbele belasting doet ontstaan wegens het feit dat de aan de inkomsten van de Finse onderneming toegevoegde winsten ook bij de Belgische onderneming aan de Belgische belasting werden onderworpen, moet België ingevolge art. 9, § 2, ov., op de passend geachte wijze het bedrag van de belasting dat in België over die winsten is geheven, herzien.

Zo nodig, moet de betrokken belastingdienst het dossier, met zijn beschouwingen en advies, langs hiërarchische weg aan het Hoofdbestuur (Dir. 1/3) onderwerpen, opdat eventueel met de Finse belastingadministratie overleg kan worden gepleegd.

E. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.

1° Algemeen.

13.De art. 10, 11 en 12, ov., bepalen als volgt, en onder de gewone voorwaarden, de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen.

a) Dividenden (art. 10).

14. De Belgische roerende voorheffing of de Finse belasting, naar het geval, is beperkt tot:

- 10 pct. van het brutobedrag van de dividenden (in België daaronder begrepen de inkomsten van belegde kapitalen in personenvennootschappen), in de zin van de Belgische wetgeving, indien de werkelijke genieter een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 25 pct. bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt;

- 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden, in de andere gevallen.

b) Interesten (art. 11).

Algemene regel.

15. De Belgische roerende voorheffing of de Finse belasting, naar het geval, is beperkt tot 10 pct. van het normale brutobedrag van de interest.

Bijzondere regelingen.

16. Volgens art. 11, § 3, ov., zijn evenwel uit het begrip interest gesloten:

i) interest van handelsschuldvorderingen en interest van rekeningen-courant of van voorschotten op naam tussen banken: deze interesten zijn onderworpen aan de gewone verdragsregeling met betrekking tot ondernemingswinst en zijn dus belastbaar in de bronstaat indien zijn aan een vaste inrichting van de genieter kunnen worden toegerekend, of vrijgesteld in het tegenovergestelde geval.

ii) interest die een boete voor laattijdige betaling vertegenwoordigt alsook interest van bankdeposito’s op naam: deze interesten zijn, naargelang de hoedanigheid van de genieter, onderworpen:

- hetzij aan de gewone verdragsregeling voor ondernemingswinst (zie i) hiervoor);

- hetzij aan de in art. 21 bedoelde regeling voor inkomsten die niet uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vermeld en zijn dus vrijgesteld van belasting in de bronstaat indien zij niet wezenlijk verbonden zijn met een vaste basis waarover de genieter van de inkomsten in deze Staat zou beschikken.

c) Royalty’s (art. 12).

17. De bronstaat moet:

- het normale bedrag van de royalty’s vrijstellen indien zij worden betaald voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap (daaronder begrepen bioscoopfilms en films of banden voor televisie- of radio-uitzendingen);

- het tarief van zijn belasting beperken tot 5 pct. van het normale brutobedrag van de royalty’s indien zij worden betaald voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening, een model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, een nijverheids- of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.

2° Vermindering of vrijstelling van Belgische belasting.

18. De vermindering of de vrijstelling van Belgische belasting wordt, in de regel en onder de gewone voorwaarden, op overlegging van de volgende formulieren (nieuw model) (1) verleend:

- 276 Div. (Finl.), voor dividenden;

- 276 Int. (Finl.), voor interest;

- 276 R. (Finl.), voor royalty’s;

-----------

(1) Deze formulieren vervangen, voor inkomsten verkregen vanaf 1.1.1979, de formulieren met betzelfde nummer die voorheen werden gebruikt voor de toepassing van de overeenkomst van 11.2.1954 gewijzigd door die van 21.5.1970, zij kunnen worden bekomen bij het Documentatiecentrum B.V., Belliardstraat 45 te 1040 Brussel of bij de Finse Administratie «National Board of Taxes, Haapaniemenkatu, 7 – 9B, SF – 00531 Helsinki 53 ».

3° Vermindering of vrijstelling van Finse belasting.

a) Algemeen.

19. Volgens de huidige Finse wetgeving zijn dividenden, interest en royalty’s uit bronnen in Finland die door niet-inwoners worden verkregen, in de regel onderworpen aan een bronheffing met hogere tarieven dan die welke in de overeenkomst zijn bepaald. Interesten van buitenlandse leningen, die door inwoners van Finland worden betaald, zijn echter vrij van Finse belasting.

b) Wijze waarop de vermindering of de vrijstelling van de Finse belasting ingevolgde de overeenkomst wordt verleend.

i) Gewone procedure :

20. De vermindering of de vrijstelling van Finse belasting ingevolge de toepassing van de overeenkomst mag, bij de betaling van de inkomsten, onmiddellijk bij de bron worden verleend. De werkelijke genieter van de inkomsten die inwoner is van België (of zijn behoorlijk gevolmachtigde vertegenwoordiger) moet aan de Finse schuldenaar, uiterlijk bij het verstrijken van de maand die volgt op de vervaldag van de inkomsten, per schuldenaar, per soort van inkomsten (dividenden, interest of royalty’s) en per vervaldag, een formulier B 1a (Frans-Finse versie) of B 1b (Nederlands-Finse versie) (2) doen toekomen.

-----------------------

(2) cf. voetnoot 1 onder nr. 18.

21. In geval van twijfel, kan de Finse vennootschap die de dividenden uitkeert of de Finse schuldenaar van de interest of de royalty’s de toekenning van de vermindering of de vrijstelling bij de bron afhankelijk stellen van het overleggen van een woonplaatsattest dat door de bevoegde Belgische belastingdienst op een formulier 276 Conv. wordt afgeleverd.

22. Anderzijds, indien het brutobedrag van de door eenzelfde Fins schuldenaar betaalde dividenden, interest of royalty’s hoger is dan 3.000 mark, moet de werkelijke genieter van de inkomsten aan de schuldenaar, benevens de exemplaren van het formulier B 1a of B 1b, een attest overleggen dat door de Directeur der belastingen van het gebied waaronder de Finse schuldenaar ressorteert, wordt afgeleverd en waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor de toepassing van de bepalingen van de overeenkomst is voldaan.

ii) teruggave van regel geheven belasting.

23. Indien de beperking of de vrijstelling van belasting niet dadelijk bij de bron kon worden bekomen, is de teruggave van de teveel geheven belasting te verlenen op grond van een aanvraag die samen met een formulier B 1a of B 1b, naar het geval, moet worden gericht aan het Finse Belastingkantoor (Directeur der belastingen waarvan de Finse schuldenaar van de inkomsten voor de storting van de bronbelasting afhangt). Om ontvankelijk te zijn moet deze aanvraag worden ingediend vóór het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de belasting is ingehouden.

c) Controlemaatregelen.

24. In tegenstelling met de voor andere overeenkomsten geldende toepassingsmodaliteiten met betrekking tot de vermindering of de vrijstelling van buitenlande belasting op roerende inkomsten, vereist het gebruik van de formulieren B 1a of B 1b niet «a priori» de tussenkomst van de Belgische taxatiediensten, in die zin dat op deze formulieren geen verklaring (inzonderheid inzake woonplaats) van bovenbedoelde diensten moet aangebracht zijn alvorens te worden verstuurd naar de Finse schuldenaar van de inkomsten of naar het Finse belastingkantoor waarvan deze schuldenaar afhangt.

De Finse Administratie doet evenwel « a posteriori» het exemplaar nr. 2 van de formulieren B 1a of B 1b aan de Belgische administratie der belastingen toekomen.

25. Onmiddellijk na de ontvangst zullen de bedoelde documenten worden bezorgd aan het Documentatiecentrum-B.V., Belliardstraat 45 te 1040 Brussel, dat ze naar de territoriaal bevoegde belastingdiensten zal doorsturen.

Deze diensten moeten nagaan:

-enerzijds, of de beperking of de vrijstelling van Finse belasting ingevolge de overeenkomst wel gegrond is; ingeval de voordelen ingevolge de overeenkomst ten onrechte moeten zijn toegekend, zullen de belastingdiensten de Administratie (Dir. 1/3) hiervan onverwijld in kennis stellen en haar de betwiste formulieren met een omstandig verslag toesturen;

- anderzijds, of de inkomsten in kwestie door de Belgische genieter in zijn jaarlijkse aangifte in de inkomstenbelastingen van het desbetreffende aanslagjaar zijn opgenomen; de eventueel verschuldigde belastingsupplementen moeten onmiddellijk worden gevestigd, zo nodig met toepassing van belastingverhogingen.

F. Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17).

26. De inkomsten ter vergoeding van zelfstandige en niet-zelfstandige werkzaamheden, die in een overeenkomstsluitende Staat worden uitgeoefend door artiesten of sportbeoefenaars die inwoner zijn van de andere Staat, zijn in de eerstbedoelde Staat belastbaar, zelfs indien de inkomsten aan een andere persoon dan de artiest of de sportbeoefenaar zelf worden toegekend.

27. Aldus mag België belasting heffen van inkomsten die worden toegekend voor prestaties van artiesten of sportbeoefenaars die door een inwoner van Finland in België worden geleverd, zelfs indien die inkomsten bijvoorbeeld zouden worden betaald aan een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat of van een derde Staat (in dit laatste geval, onder voorbehoud van de toepassing van de overeenkomst die België met die derde Staat zou hebben gesloten).

G. Particuliere pensioenen en renten (art. 18).

1° Wettelijke pensioenen en sociale uitkeringen.

28. Pensioenen en andere uitkeringen betaald aan personen, niet zijnde gewezen ambtenaren, in uitvoering van de sociale wetgeving van een Staat (inzonderheid de wettelijke pensioenen die Belgische pensioenkassen betalen) zijn uitsluitend belastbaar in de Staat van de schuldenaar (art. 18, § 2, ov.) ; de inkomsten waarvan sprake die aan inwoners van Finland worden betaald moeten dus in België de B.V. aan de bron volgens het interne recht ondergaan.

2° Extra-wettelijke pensioenen.

29. Aanvullende pensioenen (extra-wettelijke pensioenen) betaald ter zake van een vroeger uitgeoefende dienstbetrekking in de particuliere sector zijn uitsluitend belastbaar in de Staat waarvan de genieter inwoner is (art. 18, § 1) ; indien zij worden betaald aan inwoners van Finland, zijn deze pensioenen dus vrij van elke Belgische belasting en voornamelijk van de B.V.

3° Renten.

30. De regeling voor extra-wettelijke pensioenen is ook van toepassing op tijdelijke renten en lijfrenten zoals omschreven in art. 18, §3, ov.

H. Studenten en leraren.

1° Studenten, enz.

31. De aandacht wordt gevestigd op de bijzondere bepaling, opgenomen in art. 20, § 2, ov.

Krachtens deze bepaling zijn de beloningen, die voor een verblijf van niet meer dan 183 dagen per jaar in België zijn verkregen door een student, een stagiair of een leerjongen die inwoner is – of voorheen was – van Finland ongeacht het bedrag daarvan, vrijgesteld van Belgische belastingen, mits die beloningen verkregen zijn voor diensten die verband houden met de studies of de opleiding van de belanghebbenden en nodig zijn om in hun onderhoud te voorzien.

2°Leraren.

32. De nieuwe overeenkomst bevat geen specifieke bepaling meer met betrekking tot beloningen van leraren, inwoners van een Staat, die tijdelijk in een andere Staat verblijven om aldaar onderwijs te geven.

Hieruit volgt dat met betrekking tot de inkomsten waarvan sprake, naar het geval, de regelingen van art. 15 (niet-zelfstandige beroepen) of van art. 19 (overheidsfuncties) moeten worden toegepast).

I. NIET UITDRUKKELIJK IN DE OVEREENKOMST VERMELDE INKOMSTEN.

33. Krachtens art.21, ov., zijn bestanddelen van het inkomen, die niet uitdrukkelijk in de andere bepalingen van de overeenkomst zijn vermeld, slechts belastbaar in de Staat waarvan de genieter inwoner is, behalve indien deze bestanddelen van het inkomen zijn toe te rekenen aan een vaste inrichting of aan een vaste basis die de genieter in de andere Staat zou exploiteren.

Gelet op het gebiedende karakter van de voornoemde bepaling, moet België er voortaan van afzien inwoners van Finland, die in België gedurende minstens 183 dagen over een woning beschikken, te belasten op een minimumbasis gelijk aan tweemaal het kadastrale inkomen van deze woning.

IV. REGELING DIE IN BELGIE VAN TOEPASSING IS OP INKOMSTEN UIT FINSE BRONNEN VERKREGEN DOOR INWONERS VAN BELGIE

34. Het vermijden van dubbele belasting inzake inkomsten die de overeenkomst in Finland belastbaar stelt geschiedt volgens de gewone regels, onder voorbehoud van de volgende bijzonderheden:

1° Inkomsten verkregen uit een onverdeelde nalatenschap die inwoner is van Finland (art. 24, § 2, d).

35. Ingeval een inwoner van België dergelijke inkomsten verkrijgt die in Finland overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst belastbaar zijn, verleent België, naargelang de aard van de inkomsten, hetzij vrijstelling met progressievoorbehoud (art. 24, § 2, a, ov.), hetzij verrekening van het F.B.B. volgens de interne wetgeving (art. 24, § 2, b, ov.).

2°Meerwaarden uit de vervreemding van aandelen of deelbewijzen in bepaalde Finse immobiliënvennootschappen (art. 24, § 2, c, ov.).

36. Wanneer een inwoner van België dergelijke meerwaarden verkrijgt die werkelijk de Finse belasting hebben ondergaan, moet België zijn belasting beperken tot het bedrag, dat volgens de interne wetgeving verschuldigd zou zijn indien het in het buitenland behaalde en belaste inkomsten zou betreffen (vermindering van de P.B. tot de helft of van de Ven. B tot een vierde).

V. WEDERZIJDE INVRODERINGSBIJSTAND.

1° Algemeen.

37. De bepalingen van art. 28, ov., dat een algemene draagwijdte heeft, zijn in ruime mate geïnspireerd door die welke in de andere door België gesloten overeenkomsten zijn opgenomen en die voorzien in invorderingsbijstand van de in de overeenkomst bedoelde belastingen.

In deze gedachtengang, zijn de beperkingen inzake invorderingsbijstand waarin art. 20, § 4 van de oude overeenkomst voorziet, in het geval van onderdanen en rechtspersonen van de aangezochte Staat, opgeheven met betrekking tot de belastingen die in de werkingssfeer van de nieuwe overeenkomst vallen.

2° Modaliteiten van de wederzijdse administratieve bijstand voor de invordering van de belastingen.

38. …

a) Verzoeken om bijstand uitgaande van Belgische ontvangers.

39. De Mechanografische Dienst stuurt de door Belgische ontvangers op het formulier 174 C gestelde verzoeken, eventueel samen met de nodige Franse vertalingen, naar de «National Board of Taxes», Haapaniemenkatu 7-9B te SF-000531 Helsinki 53.

Indien het een dringend te verzenden verzoek betreft moet de ontvanger dit uitdrukkelijk vermelden in een bij de aanvraag gevoegde met redenen omklede nota.

b) Aanvragen om bijstand uitgaande van e Finse administratie.

40. De aanvragen uitgaande van de Finse administratie worden door middel van een formulier nr. 4407b, ingediend. De «eensluidende» verklaring van het kohierruittreksel van de achterstallige belastingen is in het formulier zelf opgenomen.

Het minimumbedrag waarvoor in België om bijstand kan worden verzocht is bepaald op 300 Finse mark (bedrag in hoofdsom, interesten en kosten – het geheel berekend tot op de dag van het toesturen van het verzoek om bijstand).

c) In aanmerking te nemen wisselkoers.

41. De in aanmerking te nemen wisselkoers is die welke geldt op de dag van de ontvangst van de documenten in de aangezochte Staat. De aldus omgezette bedragen blijven onveranderd gedurende de hele invorderingsprocedure. In geval van aanzienlijke wijziging van de wisselkoers gedurende de invorderingsprocedure, kan de bevoegde autoriteit van de aanzoekende Staat, na het advies van de centrale bank van zijn land te hebben ingewonnen, de toe te passen wisselkoers bepalen en een bijkomende inning vragen of tot een teruggave van het teveel geïnde overgaan. Indien de aanzoekende Staat oordeelt dat bovengenoemde regel niet moet worden toegepast, vallen de eventuele verliezen ten gevolge van de koersschommelingen te zijnen laste.

d) Vervolgingskosten.

42. De niet door de belastingschuldige betaalde vervolgingskosten worden gedragen door de aangezochte Staat, behalve wanneer onderling overleg heeft plaatsgevonden omtrent het instellen van een speciale procedure en de aanzoekende Staat daarmede heeft ingestemd; in dit geval worden de speciale kosten gedragen door het aanzoekende land.

Door «speciale procedure» dienen uitsluitend te worden verstaan de vervolgingen die door de aangezochte Staat voor een niet-fiscale rechtsmacht moeten worden ingesteld, zoals bijvoorbeeld het uitlokken van een faillissement door de ontvanger of een vervolging tot schadevergoeding, of ook nog een vervolging gesteund op een beding voor een derde of op een borgtocht. In deze laatste gevallen moet het aanzoekende land vooraf worden geraadpleegd.

e) Verjaring.

43. De regelingen die inzake verjaring van toepassing zijn op belastingschulden waarvoor om bijstand wordt verzocht, zijn in principe die van de aanzoekende Staat. Het spreekt inderdaad vanzelf dat de bestaans- en delgingsvoorwaarden van een belastingschuld zomede de bepaling van haar bedrag, slechts door de wetgeving van de schuldeisende Staat mogen worden beheerst.

44. Volgens Finland heeft de in zijn wetgeving bepaalde invorderingstermijn inzake belastingen evenwel een territoriaal karakter, omdat het de rechtszekerheid waarborgt die wezenlijk verbonden is met het Finse grondgebied, en omdat in buitenlandse wetgevingen bepaalde termijnen tegen de openbare orde indruisen wanneer ze langer zijn dan de termijn bepaald door het Finse recht.

45. De Finse autoriteiten die belast zijn met de invordering van Belgische belastingen zullen dus niet alleen rekening houden met de in België van kracht zijnde regels inzake verjaring, maar ook met de door de Finse wetgeving gestelde invorderingstermijn, wanneer deze tot een kortere verjaringstermijn leidt.

Deze invorderingstermijn is vijf jaar te rekenen vanaf de eerste dag van het jaar dat volgt op de vestiging of het ontstaan van de belasting, behalve:

- in geval van beslag op goederen of specie: vanaf het beslag is er geen verval van het recht op invordering meer wat betreft de goederen of speciën waarop beslag is gelegd;

- indien er zekerheid of borgstelling is: in dit geval kan de invordering na verloop van de vijf jaar worden vervolgd, ten belope van de waarde van de zekerheid of van de borg.

46. Uit wat voorafgaat wordt afgeleid dat het dwangbevel, de schulderkenning en de verzaking van de op verjaring verlopen termijn zonder uitwerking zijn op de loop van de verjaring voor de in België in te vorderen Finse belastingen, en dat die akten het eveneens zijn – met betrekking tot de verjaring naar Fins recht – voor de in Finland in te vorderen Belgische belastingen.

In de brieven die de Belgische verzoeken om bijstand begeleiden, zal de Administratie de aandacht van de Finse autoriteiten vestigen op de noodzakelijkheid, ten einde de verjaring te stuiten, over te gaan tot beslag en niet tot zekerheid of borgstelling zoals in de Finse wetgeving is voorzien.

f) Overmaken van ingevorderde bedragen.

47. In afwijking van de gewone regels, zal de betaling van de ingevorderde Finse of Belgische belastingen, naar het geval, onmiddellijk geschieden door overschrijving op de postrekening van de betrokken ontvanger.

3° Gemeenschappelijke bepalingen betreffende betwistingen.

48.

a) Betwistingen nopens de grond van de zaak, d.i. met betrekking tot de juistheid of tot het verschuldigd zijn van de belasting, moeten door de schuldenaar overeenkomstig de wetgeving van de aanzoekende Staat voor de bevoegde rechtsmacht van deze Staat gebracht worden.

b) Betwistingen aangaande de geldigheid of de uitwerking van de (bewarende of uitvoerende) vervolgingsakten vanwege de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat met het oog op de inning van de belastingvordering van de aanzoekende Staat, moeten door de schuldenaar overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Staat voor de bevoegde rechtsmacht van deze Staat gebracht worden.