Circulaire nr. 19/2003 d.d. 03.11.2003 (AFZ nr. 21/2003)

Vlaamse registratierechten

Schenkingen van ondernemingen

FOD FINANCIËN

Brussel, 3 november 2033

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 3de directie

Dossier nr. 325

2 bijlagen

Administratie van Kadaster, Registratie en Domeinen

Sector Registratie en Domeinen

Dienst I

Dossier nr. EE/L 133

In het Belgisch Staatsblad van 12 september 2003, werd het decreet van het Vlaams Parlement van 27 juni 2003 "houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003" bekendgemaakt.

Dat decreet wijzigt het stelsel van de schenkingen van ondernemingen, zoals dat in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werd ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 [Zie aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999 betreffende sommige bepalingen van de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen]. Hiermee heeft de Vlaamse decreetgever in zake schenkingen van ondernemingen een aan het Vlaams Gewest eigen stelsel ingesteld, dat afwijkt van het stelsel dat eertijds door de federale wetgever werd ingesteld en dat nu nog altijd geldt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest.

Samengevat heeft de Vlaamse decreetgever het oorspronkelijke stelsel gewijzigd door het voordeeltarief verder te verminderen, het toepassingsgebied ervan uit te breiden en de voorwaarden voor behoud ervan te versoepelen.

Artikel 46 van het decreet bepaalt dat de doorgevoerde wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten op 1 juli 2003 in werking zijn getreden.

Bij deze circulaire wordt bij die wijzigingen een eerste commentaar gegeven.

In bijlage bij deze circulaire wordt een uittreksel van de tekst van het decreet meegedeeld (bijlage 1). In een tweede bijlage gaat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

COMMENTAAR

Voorafgaande opmerkingen

a) lokalisatieregel voor schenkingen

Het spreekt voor zich dat het nieuwe Vlaamse stelsel inzake schenkingen van ondernemingen enkel toepassing kan vinden indien de schenking in het Vlaams Gewest wordt geacht gelokaliseerd te zijn overeenkomstig de lokalisatieregel voor schenkingen. [Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten, zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten - artikel 5 - zie circulaire AKRED nr. 7 (AFZ nr. 9/2002) van 22 maart 2002, bijlage 4. Zie ook punt 1.2 van de circulaire AKRED Nr. 3/2003 betreffende de invloed van het lokalisatiecentrum op het toepassingsgebied van gewestelijke regelgeving inzake schenkingen]

b) ruimere commentaar dan enkel de gewijzigde artikelen

Vermits het Vlaams Gewest bij het decreet van 27 juni 2003 een eigen regelgeving inzake schenkingen van ondernemingen heeft ingesteld, wordt bij deze eerste circulaire een globaal overzicht van dit nieuwe stelsel gegeven, en wordt de commentaar dus niet beperkt tot de bespreking van de wijzigingen die aan de vroegere federale teksten zijn aangebracht. Om de vergelijking met de oorspronkelijk federale teksten te vergemakkelijken wordt in deze circulaire de commentaar gegeven volgens hetzelfde stramien als dat gebruikt in de aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999 betreffende de vroegere federale teksten. De belangrijkste verschillen tussen beide stelsels worden via in het vet gedrukte voetnoten onder de aandacht gebracht.

1. Algemene draagwijdte van de artikelen 140bis tot 140quinquies [Het vroegere federale stelsel omvatte de artikelen 140bis tot 140octies. De artikelen 140sexies tot en met 140octies zijn voor het Vlaamse Gewest opgeheven]

De artikelen 140bis tot 140quinquies van het Vlaams Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten verminderen het gewone schenkingsrecht tot 2% [Het vroegere federale stelsel verminderde die rechten tot 3%] voor schenkingen van "ondernemingen" indien de door het Wetboek daartoe bepaalde voorwaarden zijn vervuld. Dat verminderde recht is dan toepasselijk, ongeacht de verwantschapsband tussen de schenker en de begiftigde.

Opmerkingen:

1. Het progressief tarief is in principe niet van toepassing op deze schenkingen. In geval van schenking van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak (zie hierna onder 2.) zal het progressief tarief evenwel van toepassing zijn op de tot bewoning aangewende of bestemde onroerende goederen, zelfs indien deze onroerende goederen behoren tot de universaliteit of de bedrijfstak.

2. In geval van schenking van een onderneming die kwalificeert voor het verminderde tarief, samen met andere goederen die niet in aanmerking komen voor het verminderde tarief [Onder "goederen die niet in aanmerking komen voor het verminderd tarief" zijn ook begrepen de van de universaliteit of bedrijfstak deel uitmakende onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd. Door artikel 140bis, § 1, 1°, tweede lid worden dergelijke onroerende goederen, niettegenstaande ze deel uitmaken van de universaliteit of de bedrijfstak, uitdrukkelijk uitgesloten van het voordeel van het verminderde recht. Een schenking van een universaliteit of een bedrijfstak die dergelijke goederen omvat, is dus ook te behandelen als een "gemengde" schenking] (hierna in deze circulaire "gemengde" schenking genoemd), zal het progressief tarief van toepassing zijn op laatst vermelde goederen.

Deze regel vindt evenwel geen toepassing indien het gaat om een schenking van vorderingen op een vennootschap waarvan ook aandelen worden geschonken met toepassing van het verminderde tarief van 2%. De aandelen en de vorderingen worden dan samen belast aan het tarief van 2%. De schenking van vorderingen op een vennootschap samen met aandelen van die vennootschap wordt immers in de Vlaamse regeling - als alle toepassingsvoorwaarden vervuld zijn - in haar geheel beschouwd als een schenking van een onderneming en niet als een "gemengde" schenking (artikel 140bis, § 1, 3° - zie verder). [Het oude federale stelsel bevat die uitzondering niet]

In geval van een dergelijke "gemengde" schenking dienen de partijen bij de schenking uiteraard nader aan te geven welke goederen onder toepassing van het voordeeltarief vallen (artikel 140bis, § 2, tweede zin).

Voor de progressie van het tarief dat van toepassing is op de goederen die niet van het verminderde tarief genieten, wordt er overeenkomstig artikel 137 W.Reg. rekening gehouden met de heffingsgrondslag waarover het verminderde recht werd geheven.

Voorbeeld:

Akte houdende schenking door A aan zijn kind B van een onderneming (voorwaarden voor voordeeltarief van 2% zijn vervuld) en van andere goederen (onderworpen aan het gewone tarief).

Belastbare grondslagen:

- voor de onderneming: € 100.000

- andere goederen: € 75.000

De op deze akte verschuldigde rechten worden als volgt berekend:

- op de onderneming:

€ 100.000 x 2% =

€ 2.000

- op de andere goederen

€ 50.000 x 10% =

€ 5.000

€ 25.000 x 14% =

€ 3.500

Totaal:

€ 10.500

Bij achtereenvolgende schenkingen binnen drie jaar tussen dezelfde partijen vindt artikel 137 W.Reg. in principe ook toepassing.

Volgende modaliteiten kunnen onder meer onderscheiden worden:

  • een schenking van een "onderneming" gaat vooraf aan een schenking onderworpen aan het gewone tarief: voor de progressiviteit van het tarief van de belasting op de laatste schenking moet rekening worden gehouden met de belastbare waarde van de "onderneming";
  • een schenking onderworpen aan het gewone tarief wordt gevolgd door een schenking van een "onderneming": vermits de laatste schenking enkel onderworpen is aan een vast tarief, vindt artikel 137 W.Reg. geen toepassing.
  • een "gemengde" schenking ("onderneming" + goederen onderworpen aan het gewone tarief) gaat vooraf aan een schenking onderworpen aan het gewone tarief: voor de progressiviteit van het tarief van de belasting op de laatste schenking moet rekening worden gehouden met de ganse belastbare waarde ("onderneming" + andere goederen) van de voorgaande schenking;
  • een schenking onderworpen aan het gewone tarief wordt gevolgd door een "gemengde" schenking ("onderneming" + goederen onderworpen aan het gewone tarief): voor de progressiviteit van het tarief van de belasting op de goederen van de tweede schenking die onderworpen zijn aan het gewone tarief, moet zowel rekening worden gehouden met de belastbare grondslag van de eerste schenking als met de belastbare grondslag van de "onderneming" begrepen in de laatste schenking;
  • enz …

De verklaring van artikel 138^1 W.Reg. moet in ieder geval in de akte van schenking van een onderneming worden opgenomen, ook al is in eerste instantie op deze akte enkel het voordeeltarief van 2% verschuldigd. Artikel 138^1 W.Reg. bevat immers geen enkele uitzondering op de in het eerste lid ervan vervatte regel. De overeenkomstig het tweede lid van dat artikel eventueel te vermelden gegevens zijn voor de administratie van nut bij de herziening van de heffing in geval de begiftigde het voordeel van het verminderde recht naderhand geheel of gedeeltelijk zou verliezen (zie verder onder randnr. 5).

2. Goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van een schenking aan het voordeeltarief van 2%

Het verminderde recht van 2% is van toepassing op de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van een "onderneming" [In het vroegere federale stelsel was de overdracht ten kosteloze titel van de volle eigendom van de onderneming vereist opdat het verminderd recht van toepassing zou kunnen zijn] . Het woord eigendom slaat zowel op de volle eigendom als op de blote eigendom.

Opmerking. Enkel ten aanzien van de onder 1° van § 1 van artikel 140bis vermelde schenkingen (universaliteit of bedrijfstak) wordt expliciet gesproken van schenking van "de eigendom of het vruchtgebruik" van… De Administratie neemt, op grond van de voorbereidende werken [Zie ontwerp van decreet, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 1, blz. 23; Amendement, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 3, blz. 4; Verslag, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 7, blz. 8], aan dat de Vlaamse decreetgever de bedoeling had de schenking van blote eigendom of van vruchtgebruik, naast die van volle eigendom, tegen het verminderde recht mogelijk te maken voor alle in artikel 140bis, § 1 vermelde goederen (dus ook voor aandelen en voor vorderingen op de vennootschap waarvan aandelen worden geschonken).

Onder "schenking van een onderneming" wordt verstaan de schenking van de (volle of blote) eigendom of het vruchtgebruik van:

een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, of van een onverdeeld deel van minstens de helft van die rechten [Dit is nieuw. Onder de vroegere federale regeling moest de overdracht de volledige onderneming (volle eigendom van de onderneming) omvatten, zodat de schenker alleen eigenaar van de onderneming moest zijn. In het Vlaamse stelsel is het voldoende dat de schenker minstens 50% van de onderneming in handen heeft. Aldus kunnen bijvoorbeeld echtgenoten die samen een zaak uitbaten (elk eigenaar voor 50%), die zaak aan hun opvolger schenken met toepassing van het verminderd recht (zie Verslag, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 7, blz. 8)], waarmee een nijverheids-, handels- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend (artikel 140bis, § 1, 1°, eerste lid);

De begrippen "universaliteit van goederen" en "bedrijfstak" moeten in dezelfde zin geïnterpreteerd worden als in artikel 117 W.Reg. (zie K.B. van 18 juli 1972, artikel 1), met dien verstande uiteraard dat het hier gaat om een universaliteit of een bedrijfstak die niet in een vennootschap vorm is geïncorporeerd.

De woorden "die rechten" in de zinsnede "onverdeeld deel van minstens de helft van die rechten" refereren aan de rechten van blote of volle eigendom of van vruchtgebruik op een universaliteit of een bedrijfstak.

Onder vrije beroepen wordt verstaan: geneesheren, advocaten, boekhouders, dierenartsen, …

Onder een ambt of post wordt verstaan het ambt van notaris, gerechtsdeurwaarder, … (zie Com. I.B.).

Let wel, onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd kunnen niet genieten van het verminderde recht (artikel 140bis, § 1, 1°, tweede lid) [Dit was ook al zo onder het oude federale stelsel]. Om uit te maken of een onroerend goed aldus wordt aangewend of wordt bestemd, moet rekening gehouden worden met het bepaalde in artikel 169bis W.Reg [Zie punt 8 in aanschrijving nr. 11 van 3 juli 1999].

aandelen van een vennootschap, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan met betrekking tot de betrokken vennootschap en de geschonken participatie:

a) de zetel van de werkelijke leiding van de betrokken vennootschap moet gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie (art. 14bis, § 1, 2°, eerste lid);

b) de betrokken vennootschap moet de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel hebben (art. 140bis, § 1, 2°, eerste lid);

c) de aandelen moeten minstens 10% van de stemrechten in de algemene vergadering van de vennootschap vertegenwoordigen (art. 140bis, § 1, 2°, tweede lid) [In de oude federale regeling wordt bepaald dat indien de geschonken participatie minder dan 50% van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigt, de begiftigde bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst moet voorleggen die betrekking heeft op minstens 50% van de stemrechten, wil hij het verminderd recht kunnen genieten. Die bijkomende voorwaarde is weggevallen in de Vlaamse regeling].

Opmerking: deze voorwaarde impliceert niet dat de begiftigde door de schenking minstens 10% van de stemrechten moet verkrijgen. Zoals reeds vermeld was het de uitdrukkelijke bedoeling van de Vlaamse decreetgever ook de schenking van de blote eigendom van aandelen mogelijk te maken. In het licht van die mogelijkheid moet onderhavige voorwaarde dus in die zin begrepen worden dat de schenking in volle of in blote eigendom of in vruchtgebruik betrekking moet hebben op een aandelenpakket dat minstens 10% van de stemgerechtigde aandelen vertegenwoordigd, niet dat de begiftigde dat percentage aan stemrechten moet kunnen uitoefenen door de schenking.

Onder aandelen worden tevens begrepen (art. 140bis, § 1, 2°, derde lid):

a) maatschappelijke rechten in een dergelijke vennootschap;

Opmerking: het begrip maatschappelijke rechten dient ruim geïnterpreteerd te worden; hieronder ressorteren alle mogelijke soorten aandelen: kapitaalaandelen met of zonder stemrechten, maar ook winstbewijzen [Ontwerp van decreet, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 1, blz. 23] (oprichtersaandelen, dividenden-aandelen, …) met of zonder stemrechten.

Voorbeeld:

X, die de volle eigendom heeft van de betrokken aandelen, schenkt aan Y de blote eigendom van de volgende aandelen uitgegeven door N.V. A


- 100 stemgerechtigde kapitaalaandelen;

- 10 stemgerechtigde winstbewijzen;

- 20 niet-stemgerechtigde winstbewijzen.

Het totaal aantal stemgerechtigde kapitaalaandelen in N.V. A bedraagt 1000 ; het totaal aantal stemgerechtigde winstbewijzen in N.V. A: bedraagt 100

Vermits de schenking betrekking heeft op een aandelenpakket dat minstens 10% van het totaal aantal stemrechten in de algemene vergadering van N.V. A vertegenwoordigt (110/1100 = 10%), kan de totaliteit van de 130 geschonken aandelen genieten van het verminderde recht.

Gesteld dat het totaal aantal stemgerechtigde kapitaalaandelen in de N.V. A 1001 zou bedragen, dan wordt de totaliteit van de geschonken aandelen aan het gewone schenkingstarief belast. Aan het betrokken aandelenpakket zijn onvoldoende stemrechten in de algemene vergadering verbonden (110/1101 10%).

b) certificaten van aandelen in een dergelijke vennootschap [In de oude federale regeling gold de vermindering niet voor certificaten van aandelen, dit op grond van een beperkende interpretatie van de woorden "aandelen en deelbewijzen van vennootschappen"] mits:

  • de certificaten uitgereikt zijn door een rechtspersoon met zetel in een van de lidstaten van de Europese Unie;
  • aan elk aandeel één certificaat beantwoordt;
  • de emitterende rechtspersoon de dividenden en andere vermogensvoordelen verbonden aan de aandelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand moet doorstorten aan de certificaathouder;
  • de emitterende rechtspersoon de aandelen niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder.

3° vorderingen [In de oude federale regeling konden vorderingen op vennootschappen in geen geval genieten van het verminderd recht] op de vennootschap waarvan aandelen worden geschonken onder de voorwaarden vermeld in 2°.

De schenking van een of meer vorderingen op een vennootschap kan dus enkel tegen het verminderde tarief worden geregistreerd op voorwaarde dat ze in dezelfde akte gepaard gaat met een schenking van aandelen van diezelfde vennootschap en mits laatstbedoelde schenking zelf kwalificeert voor het verminderde recht (zie voorwaarden daarvoor onder punt 2°).

Certificaten van vorderingen op een vennootschap worden voor de toepassing van deze bepaling met vorderingen gelijkgesteld mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de gecertificeerde vorderingen moeten uiteraard vorderingen zijn op een vennootschap als bedoeld in 2°;
  • de certificaten van de vorderingen moeten zijn uitgereikt door een rechtspersoon met zetel in een van de lidstaten van de Europese Unie;
  • de emitterende rechtspersoon moet verplicht zijn om de interesten en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder;
  • de emitterende rechtspersoon mag de vorderingen niet kunnen vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder.

3. Algemeen overzicht van de voorwaarden waaronder de schenkingen van "ondernemingen" kunnen genieten van het verminderde recht

3.1. Geen voorwaarde met betrekking tot de hoedanigheid van de schenker en de begiftigde

In tegenstelling tot de oude federale regeling stelt [De oude federale regeling stelt expliciet als voorwaarde dat de schenker en de begiftigde natuurlijke personen moeten zijn] de Vlaamse regeling geen voorwaarde met betrekking tot de hoedanigheid van de schenker en de begiftigde. Schenker en begiftigde kunnen dus zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn.

3.2. Vormvoorwaarden

3.2.1. In tegenstelling tot de oude federale regeling wordt niet uitdrukkelijk vereist dat de overeenkomst bij authentieke akte is vastgesteld. Tijdens de parlementaire voorbereiding merkte de minister evenwel op dat, overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, een schenkingsakte steeds voor een notaris moet verleden worden [Zie Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 7, blz. 8].

3.2.2. De belangrijkste vormvereiste is de uitdrukkelijke bevestiging door de partijen in de akte of in een verklaring onderaan de akte gesteld, dat de "onderneming" beantwoordt aan de voorwaarden voor de heffing van het schenkingsrecht tegen het verminderde recht [Het voldoen van de "onderneming" van de voorwaarden voor het genieten van het verminderd recht wordt in de voorbereidende werken aangeduid met de termen "kwalificeren (van de onderneming) voor het verminderde recht". Die termen worden verderop in de circulaire ook gebruikt].

Die verklaring kan uiteraard ook door de notaris in naam van de partijen gedaan worden.

De decreetgever heeft voor de verklaring geen geijkte formule vastgelegd.

Ontbreekt die verklaring op het ogenblik van de registratie van de akte, dan wordt de schenking van de "onderneming" geregistreerd tegen betaling van het gewone schenkingsrecht, zonder mogelijkheid van teruggave. De ontvanger zal echter vóór de registratie de aandacht van de notaris vestigen op het ontbreken van de verklaring, indien uit de redactie van de akte blijkt dat het om de schenking van een "onderneming" gaat, en de notaris de mogelijkheid bieden de nodige aanvullingen te doen binnen de registratietermijn voor de akte [Zie Amendement Nr. 1, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 3, Verantwoording, blz. 4].

Onder punt 4 hierna worden de vormvoorwaarden meer in detail besproken.

4. Vermeldingen die in of onderaan de akte moeten voorkomen en stuk dat er in voorkomend geval moet aan gehecht worden (art. 140bis, § 2)

A. In geval van schenking van een universaliteit of bedrijfstak [In de oude federale regeling diende de begiftigde expliciet de verbintenis aan te gaan de activiteit van de "onderneming" gedurende vijf jaar ononderbroken zelf voort te zetten, daarvan jaarlijks het bewijs te zullen leveren en de onroerende goederen gedurende genoemde periode niet tot bewondering aan te wenden. Deze verbintenis is als vormvereiste niet hernomen in de Vlaamse regeling] ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°)

  • de uitdrukkelijke bevestiging dat de universaliteit of bedrijfstak kwalificeert [Zie voetnoot 18] voor het verminderde recht (punt 3.2.2.);
  • de aanduiding, in voorkomend geval, van de in de universaliteit of de bedrijfstak vervatte onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd [Deze vermelding is niet expliciet vereist, maar de noodzaak ervan volgt uit de uitsluiting van deze goederen van het voordeel van het verminderd recht (art. 140bis, § 1, 1°, tweede lid)];
  • de aanduiding, in geval van gemengde schenking [Met "gemengde schenking" wordt in de context van deze circulaire bedoeld de schenking in eenzelfde akte van goederen die kwalificeren als "onderneming" overeenkomstig het bepaalde in artikel 140bis, § 1, en van andere goederen (zie blz. 3)], van de goederen die niet kwalificeren als "onderneming".

B. In geval van schenking van aandelen [In de oude federale regeling diende in voorkomend geval een aandeelhouderschapsovereenkomst aan de akte gehecht te zijn en diende de begiftigde zich bovendien expliciet te verbinden de aandelen gedurende 5 jaren ononderbroklen te behouden en hiervan jaarlijks het bewijs te leveren. De aandeelhouderschapsovereenkomst en de uitdrukkelijke verbintenis zijn niet meer als vormvereisten hernomen in de Vlaamse regeling] ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°):

  • de uitdrukkelijke bevestiging dat de aandelen kwalificeren voor het verminderde recht (punt 3.2.2);
  • de aanduiding, in geval van gemengde schenking, van de goederen die niet kwalificeren als "onderneming";
  • de bevestiging door de notaris dat de geschonken aandelen minstens 10% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen [Zie wat deze voorwaarde betreft de opmerking onder 2.,2°, c] of een aan de akte gehecht attest [Dat attest is vrij van zegel (art. 59/1, 61°, W.Zeg.) en wordt kosteloos geregistreerd (art. 161, 11° W.Reg.)] waarin dat bevestigd wordt door een bedrijfsrevisor of accountant.

C. In geval van schenking van vorderingen ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 3°):

Vermits een schenking van vorderingen op een vennootschap enkel van het verminderde recht kan genieten indien ze samen gedaan wordt met een schenking van aandelen van dezelfde vennootschap die zelf kwalificeert voor het verminderde recht, moet de lijst vermeld in punt B aangevuld worden met de uitdrukkelijke bevestiging

dat ook de geschonken vorderingen kwalificeren voor het verminderde recht.

5. Verlies van het verminderde recht

5.1. Oorzaken

De oorzaken van verlies van het verminderde recht zijn terug te vinden in artikel 140 ter. In dat artikel heeft de Vlaamse decreetgever de voorwaarden voor behoud van het verminderde recht opgesomd. Niet naleving van de voorwaarden voor behoud van het verminderde recht brengt vanzelfsprekend verlies van dat recht mee en bijgevolg de opeisbaarheid van het gewone recht onder aftrek van het reeds betaalde recht (artikel 140quater, eerste lid).

Artikel 140quater, tweede lid, bepaalt evenwel dat het niet langer nakomen van een voorwaarde voor behoud van het verminderde recht geen verlies van dat recht meebrengt wanneer het niet langer nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht [Dit was ook al het geval in de oude federale regeling].

Bepaalde oorzaken brengen steeds het volledige verlies van het verminderde recht mee, andere een gedeeltelijk verlies [In de oude federale regeling was het verlies altijd volledig]. Wanneer de voorwaarde voor behoud van het verminderde recht in de tekst van artikel 140 ter wordt ingeleid met het woord "indien", brengt de niet naleving ervan volledig verlies van het verminderde recht mee; wanneer ze wordt ingeleid met de woorden "indien en in de mate" is er slechts gedeeltelijk verlies van het voordeeltarief bij niet naleving van die voorwaarde [Zie Amendement Nr. 1, Stuk 1690 (2002-2003) - Nr. 3, Verantwoording, blz. 4].

De oorzaken van verlies van het verminderde recht verschillen naargelang de geschonken goederen.

A. Schenking van een universaliteit of bedrijfstak ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°).

a) er is volledig verlies van het verminderde recht wanneer:

de activiteit van de geschonken universaliteit of bedrijfstak niet ononderbroken wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de akte van schenking;

Merk op dat voor het behoud van het verminderde recht niet vereist wordt dat de begiftigde persoonlijk de "onderneming" voortzet gedurende vijf jaar, noch dat hij er gedurende die periode eigenaar moet van blijven. De begiftigde kan dus de exploitatie of de eigendom van de universaliteit binnen de gestelde termijn aan een derde overdragen, zonder het verminderde recht te verliezen [In de oude federale regeling diende de begiftigde de activiteit zelf voort te zetten gedurende de termijn van vijf jaar en mochten de goederen (behoudens enkele uitzonderingsgevallen) in die periode niet worden overgedragen]. De wettekst stelt als vereiste voor het behoud van het verminderde recht alleen de continuïteit van de activiteit van de onderneming gedurende vijf jaar.

b) er is gedeeltelijk verlies van het verminderde recht wanneer:

de onroerende goederen die met toepassing van het verminderde recht werden geschonken gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of bestemd binnen een periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het gedeeltelijk verlies van het verminderde recht brengt mee dat de oorspronkelijk geheven rechten op de schenking volledig moeten worden herberekend en dit alsof de schenking van meet af aan een "gemengde" schenking was (reden: progressiviteit; zie opmerking 2 onder punt 1 van deze circulaire - blz. 3). De verschuldigde aanvullende rechten worden bekomen door de reeds betaalde rechten in mindering te brengen van de aldus herberekende rechten (artikel 140quater, eerste lid - zie ook voorbeeld onder littera C ).

B. Schenking van aandelen ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°)

a) er is volledig verlies van het verminderde recht wanneer:

  1. de activiteit van de vennootschap niet wordt voortgezet of met een onderbreking wordt voortgezet in de periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;
  2. de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie in de periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

b) er zijn geen oorzaken van gedeeltelijk verlies.

Merk op dat voor het behoud van het verminderde recht geenszins wordt vereist dat de begiftigde gedurende een bepaalde tijd eigenaar moet blijven van de aandelen [In het oude federal stelsel diende de begiftigde (behoudens in enkele uitzonderingsgevallen) ononderbroken gedurende vijf jaar, te rekenen van de datum van de schenking, eigenaar te blijven van de verkregen aandelen en daarvan jaarlijks het bewijs te leveren].

C. Schenking van een vordering op een vennootschap ("onderneming" bedoeld in artikel 140bis, § 1, 3°)

a) er is uiteraard volledig verlies van het verminderde recht in dezelfde gevallen als sub B. a);

b) er is gedeeltelijk verlies van het verminderde recht wanneer:

een gedeelte van de vordering (of zelfs een gehele vordering, wanneer meerdere vorderingen werden geschonken) wordt terugbetaald in de periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Voorbeeld:

Schenking door A (fiscale woonplaats Oudenaarde) aan B (zoon van A, met fiscale woonplaats te Mons) van 20% van de stemgerechtigde aandelen van vennootschap X met zetel van werkelijke leiding te Brussel, samen met een vordering op vennootschap X.

Verkoopwaarde:

- aandelen: € 200.000

- vordering: € 100.000

Oorspronkelijke heffing aan het verminderde tarief:

€ 300.000 x 2% = € 6.000

Binnen de vijf jaar na de datum van de schenking betaalt vennootschap X de helft van de vordering terug aan B.

* Herziening van de heffing:

- het verminderd recht blijft volledig behouden voor de schenking van de aandelen (grondslag voor het verminderde recht blijft hier € 200.000), maar slechts gedeeltelijk voor de schenking van de vordering (grondslag voor het verminderde recht wordt hier € 50.000)

dus: € 250.000 x 2% = € 5.000

- het gewoon recht wordt verschuldigd over de resterende € 50.000 van de heffingsgrondslag voor de vordering. Ingevolge de toepassing van artikel 137 wordt hierover 24% geheven (belasting in de schijf van € 250.000 tot € 500.000 in het tarief "rechte lijn en tussen echtgenoten")

dus: € 50.000 x 24% = € 12.000

dit geeft als totaal: € 17.000

* Toerekening reeds betaalde rechten - € 6.000

* Door B te betalen aanvullende rechten € 11.000

Opmerking: B is daarnaast ook gehouden tot het betalen van de wettelijke interest over deze aanvullende rechten (artikel 140quater, eerste lid). Als hij laattijdig kennis gegeven heeft van de gedeeltelijke terugbetaling van de vordering verbeurt hij bovendien een boete gelijk aan de aanvullende rechten (artikel 140quater, derde lid).

5.2. Verklaring in te dienen bij verlies van het verminderde recht.

Het geheel of gedeeltelijk verlies van het verminderde recht maakt ten laste van de begiftigde "het in de artikelen 131 tot 140 bepaalde recht, onder aftrek van het reeds betaalde recht" - met andere woorden de aanvullende rechten - opeisbaar. De begiftigde moet over die aanvullende rechten van rechtswege ook de wettelijke interest naar de voet in burgerlijke zaken betalen. De interest is verschuldigd vanaf de datum van de registratie van de schenking. Het geheel of gedeeltelijk verlies van het verminderde recht geeft op zich geen aanleiding tot een administratieve boete (artikel 140quater, eerste lid).

Om de fiscale administratie in staat te stellen de aanvullende rechten en de verschuldigde interesten in te vorderen, moet de begiftigde kennis geven van de oorzaak van het geheel of gedeeltelijk verlies van het verminderde recht.

Die kennisgeving moet gedaan worden aan de ontvanger van het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd.

Ze moet door de begiftigde gedaan worden binnen de vier maanden te rekenen van de datum waarop de oorzaak die het geheel of gedeeltelijk verlies van het verminderde recht meebrengt, zich heeft voorgedaan [Deze termijn verschilt van de termijn die daarvoor was voorzien in de oude federale regeling. In laatst genoemde regeling moest de bedoelde verklaring ter registratie worden aangeboden binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk de oorzaak van het verlies van het verminderd recht zich had voorgedaan]. In geval van niet of niet-tijdige naleving van die verplichting verbeurt de begiftigde een boete gelijk aan de aanvullende rechten.

De begiftigde moet de kennisgeving doen bij een in dubbel gestelde en ondertekende verklaring. De kennisgeving moet de volgende gegevens bevatten:

  • het registratierelaas aangebracht op de schenkingsakte;
  • het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opeisbaar worden van de aanvullende rechten met opgave van de datum ervan;
  • in voorkomend geval de opgave van de overmacht uitmakende omstandigheid die het verder vervullen van de voorwaarde verhindert [Zie wat dit betreft de vraag en de beslissing in fine van dit punt];
  • al de voor de vereffening van de aanvullende rechten vereiste gegevens.

De laatst vermelde gegevens zijn vereist wanneer er slechts gedeeltelijk verlies van het verminderde recht is. Zo moet bijvoorbeeld in geval van gedeeltelijk terugbetaling door de vennootschap van de vordering die met toepassing van artikel 140bis, § 1, 3 ° van het verminderde recht heeft genoten(cf. het voorbeeld op blz. 13), de begiftigde in de verklaring zeker het gedeelte opgeven van het kapitaal van de schuldvordering dat door de vennootschap is terugbetaald. De andere gegevens die in dit voorbeeld nodig zijn voor de berekening van de aanvullende rechten (de heffingsgrondslag waarover het verminderde recht voor de aandelen werd geheven en de heffingsgrondslag waarover het verminderde recht voor de schuldvordering werd geheven, de heffingsgrondslag van de eventuele schenkingen binnen de drie jaar voorafgaand aan de schenking van de "onderneming") kan de administratie in haar documentatie terugvinden.

Eén exemplaar van de ondertekende verklaring blijft op het registratiekantoor, het andere wordt teruggegeven of teruggestuurd aan de begiftigde met vermelding door de ontvanger van de datum van ontvangst van de verklaring.

Er wordt opgemerkt dat deze verklaring niet aan de registratieformaliteit is onderworpen [In de oude federale regeling was dit wel het geval (art. 140octies bepaalde dat het recht en de interesten vereffend werden op de verklaring)]. De heffingstitel voor het aanvullend recht, de interesten en de eventuele boete, blijft de schenkingsakte.

Quid wanneer de omstandigheid die geheel of gedeeltelijk verlies meebrengt van het verminderde recht, in hoofde van de begiftigde overmacht uitmaakt?

In dat geval rijst de vraag of de begiftigde overeenkomstig artikel 140quater "onmiddellijk" [binnen de vier maanden van het feit dus] kennisgeving moet doen van het overmacht uitmakende feit, of dat hij kan volstaan, overeenkomstig artikel 140quinquies, met het aantonen na verloop van de vijf jaar dat hij het recht op het verminderde recht heeft behouden doordat het feit dat normaal aanleiding zou hebben gegeven tot het verlies van het verminderde recht in zijnen hoofde aan overmacht te wijten was.

Uit het voorkomen in het vierde lid van artikel 140quater van de zinsnede "in voorkomend geval de opgave van de overmacht uitmakende omstandigheid die het verder vervullen van de voorwaarde verhindert", leidt de administratie af dat het de bedoeling was van de Vlaamse decreetgever aan de begiftigde ook de verplichting op te leggen om in het bedoelde geval "onmiddellijke" kennisgeving te doen, ook al wordt het aanvullende recht niet opeisbaar. De begiftigde heeft daar trouwens alle belang bij, want gesteld dat hij dit niet doet en de overmacht wordt later niet weerhouden door de administratie, dan riskeert de begiftigde naast de aanvullende rechten en de interesten, ook nog de boete van artikel 140quater te moeten betalen.

6. Bewijs van behoud van het verminderde recht na vijf jaar

Als er zich in de periode van vijf na de schenking naar de mening van de begiftigde geen oorzaak van gedeeltelijk of geheel verlies van het verminderde recht heeft voorgedaan ( en hij dus geen kennisgeving heeft gedaan als bedoeld in artikel 140quater), moet hij na afloop van die termijn bewijzen [In het oude federale stelsel moest de begiftigde jaarlijks dat bewijs leveren] dat de voorwaarden voor behoud van het verminderde recht gedurende die termijn vervuld zijn gebleven (artikel 140quinquies).

De begiftigde moet dat bewijs leveren aan de ontvanger van het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd, binnen vier maanden na afloop van de termijn van vijf jaar. Hij kan dat bewijs leveren met alle middelen van recht, de eed evenwel uitgezonderd.

Quid als de begiftigde een kennisgeving heeft gedaan van gedeeltelijk verlies van het verminderde recht binnen de periode van vijf jaar? Hoewel dat uit de tekst van artikel 140quinquies niet uitdrukkelijk blijkt, is het duidelijk dat de begiftigde alsdan ook nog het in artikel 140quinquies bedoelde bewijs moet leveren maar dan uiteraard enkel met betrekking tot het gedeelte van de schenking waarvoor hij het verminderde recht niet heeft verloren door de reeds aangegeven oorzaak van gedeeltelijk verlies.

De begiftigde zal de aanvullende rechten [Te berekenen als bij de bespreking van artikel 140quater aangegeven] en de interesten over die rechten moeten betalen:

  • indien hij onvoldoende kan aantonen dat hij de voorwaarden tot behoud van het verminderde recht heeft vervuld;
  • indien hij de bewijsverplichting niet naleeft binnen de daarvoor gestelde termijn.

In het laatste geval van de vorige alinea verbeurt de begiftigde bovendien een boete gelijk aan de aanvullende rechten.

7. Schenkingen van ondernemingen en andere bepalingen van het W.Reg.

De nieuwe Vlaamse regeling brengt geen wijzigingen mee voor de toepassing van de volgende artikelen van het W.Reg., zoals deze gewijzigd of ingevoegd werden bij de invoering van het vroegere federale stelsel:

  • art. 83, derde lid, W.Reg. [Zie aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999, randnr. 7 van de commentaar]
  • art. 92^2, tweede lid W.Reg. [Ibidem voetnoot 33]
  • art. 169bis W.Reg. [Zie aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999, randnr. 8 van de commentaar]
  • art. 182bis W.Reg. [Zie aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999, randnr. 9 van de commentaar]

8. Schenkingen van ondernemingen en artikel 826, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek

Uiteraard wijzigt de nieuwe Vlaamse regelgeving ook niets aan de toepassing van artikel 826, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek [Zie aanschrijving nr. 11 van 3 juni 1999, randnr. 11 van de commentaar], zoals het werd aangevuld bij artikel 78 van de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen.

9. Technische wijziging aan artikel 161, 11° W.Reg.

De wijziging aan artikel 161, 11° van het W. eg. is het gevolg van het feit dat in de Vlaamse regeling enkel het attest vermeld in fine van het nieuwe artikel 140bis, § 2, (inzake de vereiste omvang van de geschonken aandelen-participatie), overblijft als eventueel aan de schenkingsakte te hechten document [In de vroegere federale regeling betrof het 11° van artikel 161 W.Reg. ook nog de aandeelhoudersovereenkomst, document dat niet meer vereist wordt in het kader van de nieuwe Vlaamse regeling] . Dat attest blijft genieten van de kosteloze registratie.

10. Inwerkingtreding

De nieuwe Vlaamse regeling is van toepassing op de schenkingen van ondernemingen die gedaan worden met ingang van 1 juli 2003. De voor die datum gedane schenkingen blijven volledig beheerst door de federale regeling.

NAMENS DE MINISTER:

De adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK.

----------

BIJLAGE 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 12 september 2003.

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

27 JUNI 2003. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2003.

….

HOOFDSTUK XII. - Financiën

Afdeling II. - Schenking van ondernemingen

Art. 34. Artikel 140bis van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt vervangen door wat volgt:

« Artikel 140bis (voor de tekst zie Bijlage 2) »

Art. 35. Artikel 140 ter van hetzelfde wetboek wordt vervangen door wat volgt:

« Artikel 140ter (voor de tekst zie Bijlage 2) »

Art. 36. Artikel 140quater van hetzelfde wetboek wordt vervangen door wat volgt:

« Artikel 140quater (voor de tekst zie Bijlage 2 »

Art. 37. Artikel 140quinquies van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt:

« Artikel 140quinquies (voor de tekst zie Bijlage 2»

Art. 38. De artikelen 140sexies tot 140octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 22 december 1998, worden opgeheven.

Art. 39. In artikel 161 van hetzelfde Wetboek wordt 11°, ingevoegd bij wet van 22 december 1998, vervangen door wat volgt:

« 11° het in artikel 140bis, § 2, bedoelde attest. »

HOOFDSTUK XVI. - Slotbepalingen

Art. 46. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 2003, met uitzondering van:

artikelen 12 tot 14, die in werking treden vanaf het heffingsjaar 2004;

artikel 18, dat in werking treedt op 15 oktober 2002;

artikel 33, dat in werking treedt met ingang van het aanslagjaar 2003.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 27 juni 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering,

B. Somers

De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,

R. Landuyt

De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,

M. Vanderpoorten

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie,

D. Van Mechelen

De Vlaamse minister Van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur,

Jeugd en Ambtenarenzaken,

P. Van Grembergen

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,

G. Bossuyt

De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking,

L. Sannen

De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,

A. Byttebier

De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government,

P. Ceysens

De Vlaamse minister van Wonen, Media en Sport,

M. Keulen.

BIJLAGE 2

GECOORDINEERDE TEKSTEN VAN HET WETBOEK ZOALS ZE GELDEN IN HET VLAAMS GEWEST VOOR SCHENKINGEN VAN ONDERNEMINGEN GEDAAN VANAF 1 JULI 2003

Artikel 140bis

§ 1. De bij artikel 131 vastgestelde rechten worden verminderd tot 2% voor:

1° de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak, of van een onverdeeld deel van minstens de helft van die rechten, waarmee een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post wordt uitgeoefend.

Deze vermindering is niet van toepassing op de overdrachten van onroerende goederen die gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;

2° de schenking van aandelen van een vennootschap waarvan de zetel van haar werkelijke leiding is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, een vrij beroep, of een ambt of post tot doel heeft.

De aandelen dienen minstens 10% van de stemrechten in de algemene vergadering van de vennootschap te vertegenwoordigen.

Onder aandelen worden tevens begrepen:

a) maatschappelijke rechten in dergelijke vennootschappen;

b) de certificaten van aandelen uitgereikt door een rechtspersoon met zetel in een van de lid-Staten van de Europese Unie, ter vertegenwoordiging van aandelen van de betreffende vennootschap, op voorwaarde dat:

* aan elk aandeel één certificaat beantwoordt;

* de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder;

* de rechtspersoon de aandelen niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder;

3° de schenking van vorderingen op de vennootschap, waarvan aandelen geschonken worden bij schenking die voldoet aan de in 2° vermelde voorwaarden.

Onder vorderingen worden tevens begrepen de certificaten van vorderingen uitgereikt door een rechtspersoon met zetel in een van de lid-Staten van de Europese Unie, ter vertegenwoordiging van vorderingen op een dergelijke vennootschap op voorwaarde dat:

* de rechtspersoon de verplichting heeft om de interesten en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en ten laatste binnen de maand door te storten aan de certificaathouder;

* de rechtspersoon de vorderingen niet kan vervreemden zonder toestemming van de certificaathouder.

§ 2. In de akte of in een verklaring onder aan de akte, dienen de partijen te bevestigen dat de voorwaarden van dit artikel vervuld zijn. In geval de schenking ook andere goederen omvat dan die waarvan sprake in § 1 van dit artikel, dienen de partijen daarbij nader aan te geven welke van de geschonken goederen deel uitmaken van de universaliteit, van de bedrijfstak, of van het aandelenpakket. In geval van een schenking als bedoeld in § 1, 2°, van dit artikel moet bovendien de notaris in of onder aan de akte bevestigen dat de geschonken aandelen minstens 10% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen. Die bevestiging door de notaris kan vervangen worden door een attest van een bedrijfsrevisor of accountant, dat aan de akte wordt gehecht.

Artikel 140ter

Het bij artikel 140bis, § 1, 1°, vastgestelde recht wordt alleen behouden:

a) indien de activiteit van de geschonken universaliteit van goederen of van de bedrijfstak zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de akte van schenking;

b) en indien en in de mate dat de onroerende goederen die met toepassing van het verlaagde recht werden overgedragen, niet gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend of bestemd worden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 2°, vastgestelde recht wordt alleen behouden indien:

a) de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

b) en de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Het bij artikel 140bis, § 1, 3°, vastgestelde recht wordt alleen behouden:

a) indien en in de mate dat de vordering gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking niet terugbetaald is;

b) en indien de activiteit van de vennootschap zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking;

c) en indien de zetel van werkelijke leiding van de vennootschap niet wordt overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van de schenking.

Artikel 140quater

Het in de artikelen 131 tot 140 bepaalde recht, onder aftrek van het reeds betaalde recht, wordt opeisbaar van zodra een in artikel 140 ter gestelde voorwaarde niet langer is vervuld. Bovendien is dan over de aanvullende rechten de wettelijke interest, te rekenen van de datum van de registratie van de schenking en naar de voet in burgerlijke zaken, van rechtswege verschuldigd.

Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het niet langer nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht.

Van het niet langer vervuld zijn van een voorwaarde voor het behoud van het verminderde recht moet de begiftigde, op straffe van een boete gelijk aan de aanvullende rechten, binnen vier maanden te rekenen van het tijdstip waarop de voorwaarde niet meer wordt vervuld, kennis geven aan de ontvanger van het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd.

Die kennisgeving moet geschieden bij een in dubbel gestelde en ondertekende verklaring, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Daarin wordt vermeld: het registratierelaas aangebracht op de schenkingsakte, het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opeisbaar worden van de aanvullende rechten met opgave van de datum ervan, in voorkomend geval de opgave van de overmacht uitmakende omstandigheid die het verder vervullen van de voorwaarde verhindert, en al de voor de vereffening van de aanvullende rechten vereiste gegevens.

Artikel 140quinquies

Een begiftigde die het verminderde recht heeft genoten en die in de loop van de vijf jaar na de datum van de schenking geen kennisgeving heeft gedaan, als bedoeld in het derde lid van artikel 140quater, is gehouden binnen vier maanden na afloop van de vermelde termijn aan de ontvanger van het kantoor waar het verminderde recht werd geheven, aan te tonen dat de voorwaarden voor het behoud van het tarief gedurende de vereiste termijn vervuld zijn gebleven.

In geval van niet-naleving van die verplichting of wanneer het vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van het verlaagde recht onvoldoende is aangetoond, worden de in het eerste lid van artikel 140quater bedoelde aanvullende rechten en wettelijke intrest opeisbaar. De begiftigde die de verplichting niet naleeft, verbeurt bovendien een boete gelijk aan de aanvullende rechten.

Art. 140sexies

[opgeheven]

Art. 140septies

[opgeheven]

Art. 140octies

[opgeheven]

Art. 161

Worden kosteloos geregistreerd:

1° akten in der minne verleden ten name of ten bate van Staat, Kolonie en openbare Staatsinstellingen, met uitzondering van de akten verleden in naam of ten gunste van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas voor de verrichtingen van de Spaarkas;

De akten in der minne, die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, verleden ten name of ten bate van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook ten name of ten bate van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt.

De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin.

De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.

De akten verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap BIO.

Hetzelfde geldt - met uitzondering van akten houdende schenking onder de levenden - voor akten verleden ten name of ten bate van de Nationale Maatschappij voor de huisvesting, de Nationale Landmaatschappij en de Nationale Maatschappij van Belgische spoorwegen.

Deze beschikking is echter slechts van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van bedoelde organismen vallen;

bis de vonnissen en arresten houdende veroordeling van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, van de openbare instellingen die zijn opgericht door de Staat, en van de inrichtingen van de Gemeenschappen en de Gewesten;

2° overdrachten in der minne van onroerende goederen ten algemenen nutte, aan Staat, provinciën, gemeenten, openbare instellingen en aan alle andere tot onteigening gerechtigde organismen of personen; akten betreffende de wederafstand na onteigening ten algemenen nutte in de gevallen waarin hij bij de wet toegelaten is; akten tot vaststelling van een ruilverkaveling of een herverkaveling verricht met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk VI van titel I van de wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw; de akten van overdracht van een afgedankte bedrijfsruimte aan de Staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon;

3° de akten houdende oprichting, wijziging, verlenging of ontbinding van de Nationale Maatschappij der waterleidingen, van de verenigingen overeenkomstig de bepalingen der wetten van 18 augustus 1907 en van 1 maart 1922 gevormd, van de Maatschappij voor het intercommunaal vervoer te Brussel, van de maatschappijen voor tussengemeentelijk vervoer beheerst door de wet betreffende de oprichting van maatschappijen voor stedelijk gemeenschappelijk vervoer, van de Federale Investeringsmaatschappij, de gewestelijke investeringsmaatschappijen en van de Belgische Naamloze Vennootschap tot Exploitatie van het Luchtverkeer (Sabena);

4° akten die, bij toepassing van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de overgave vaststellen van goederen aan of de inbreng in openbare centra voor maatschappelijk welzijn ofwel de overgave van goederen aan of de inbreng in op grond van voornoemde wet opgerichte verenigingen, evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging;

5° waarmerkingen en akten van bekendheid, in de gevallen bedoeld in artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851;

6° akten houdende verkrijging door vreemde Staten van onroerende goederen die bestemd zijn tot vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België, of voor de woning van het hoofd der standplaats.

De kosteloosheid is echter ondergeschikt aan de voorwaarde dat wederkerigheid aan de Belgische Staat toegekend wordt;

7° de akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne;

8° […] ;

9° akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering der wet op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en der wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken ;

10° akten tot vaststelling van een vereniging van kolenmijnconcessies, een afstand, een uitwisseling of een verpachting van een gedeelte van deze concessies.

De kosteloosheid is ondergeschikt aan de voorwaarde dat een eensluidend verklaard afschrift van het koninklijk besluit, waarbij de verrichting toegelaten of bevolen wordt, aan de akte gehecht is op het ogenblik der registratie.

Het eerste lid is mede van toepassing wanneer bedoelde akten terzelfdertijd de afstand vaststellen van goederen die voor de exploitatie van de afgestane concessie of het afgestane concessiegedeelte worden gebruikt;

11° het in artikel 140bis, § 2, bedoelde attest.