Circulaire nr. AFZ/2000-0390 van 01.08.2000
CIRC 01.08.00/1
AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE
Aanvullende crisisbijdrage op de PB
Aanvullende crisisbijdrage op de BNI/Nat.Pers
Vermindering van de ACB
AFTREKBARE BESTEDING
Kosten van kinderoppas
BEDRIJFSVOORHEFFING
Vrijstelling van betaling van de BV
BEREKENING VAN DE BELASTING
Toeslag op de belastingvrije som
VOORAFBETALING
Berekening van de bonificatie
Berekening van de vermeerdering
Aanvullende crisisbijdrage op de PB
Aanvullende crisisbijdrage op de BNI/Nat.Pers
Vermindering van de ACB
AFTREKBARE BESTEDING
Kosten van kinderoppas
BEDRIJFSVOORHEFFING
Vrijstelling van betaling van de BV
BEREKENING VAN DE BELASTING
Toeslag op de belastingvrije som
VOORAFBETALING
Berekening van de bonificatie
Berekening van de vermeerdering
Eerste commentaar op de art. 2 tot 4 en 12, W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen, en op het KB 27.1.2000 tot wijziging van het KB/WIB 92, met betrekking tot het hoogst aftrekbare bedrag van de uitgaven voor kinderoppas.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2 van de Administratie
van Fiscale Zaken, van de Administratie van de ondernemings- en
inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie
van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere
belastinginspectie.
De bijlage bevat een eerste commentaar op de art. 2 tot 4 en 12, W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS 31.12.1999, Ed. 2 - V 2791, Bull. 801), en op het KB 27.1.2000 tot wijziging van het KB/WIB 92, met betrekking tot het hoogst aftrekbare bedrag van de uitgaven voor kinderoppas (BS 3.2.2000 - V 2795, Bull. 802).
NAMENS DE MINISTER:De Adjunct-administrateur-generaalvan de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
BIJLAGE
INHOUDSTAFEL
I. WETTEKSTEN W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen .....................1 KB 27.1.2000 tot wijziging van het KB/WIB 92 met betrekking tot het hoogst aftrekbare bedrag van de uitgaven voor kinderoppas ...............2 II. KINDEREN JONGER DAN DRIE JAAR Aftrekbare uitgaven voor kinderoppas.....................................3 Bijkomende toeslag op de belastingvrije som..............................4 III. AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE Algemeen.................................................................6 Gezamenlijk belastbaar inkomen...........................................7 Aanslagjaar 2000.........................................................8 Aanslagjaar 2001........................................................10 Vermeerdering ingevolge geen of ontoereikende voorafbetalingen en bonificaties voor voorafbetalingen......................................12 IV. KOOPVAARDIJ- EN BAGGERSECTOR - SLEEPVAARTSECTOR Algemeen................................................................13 Maatregel...............................................................14 Toepassingsmodaliteiten.................................................15 Sleepvaartsector........................................................16 Inwerkingtreding........................................................17 W 24.12.1999 HOUDENDE FISCALE EN DIVERSE BEPALINGEN
1. TITEL II. FISCALE BEPALINGEN
Art. 2. In artikel 132, eerste lid, 6°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, worden de woorden "een bijkomende toeslag van 10.000 frank" vervangen door de woorden "een bijkomende toeslag van 13.000 frank".
Art. 3. In afwijking van artikel 463bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 21 december 1994, 20 december 1995, 22 december 1998 en 4 mei 1999, wordt het tarief van de aanvullende crisisbijdrage met betrekking tot de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingplichtigen, met betrekking tot de belasting van niet-inwoners, verminderd:
1° voor het aanslagjaar 2000:
| a) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 frank niet overschrijdt: tot 2 pct; |
| b) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 frank en 850.000 frank: tot een percentage gelijk aan 2 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 frank en anderzijds 50.000 frank; |
2° voor het aanslagjaar 2001:
| a) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 frank niet overschrijdt: tot 1 pct; |
| b) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 frank en 850.000 frank: tot een percentage gelijk aan 1 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 frank en anderzijds 50.000 frank; |
| c) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 850.001 frank en 1.200.000 frank: tot 2 pct; |
| d) | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 1.200.001 frank en 1.250.000 frank: tot een percentage gelijk aan 2 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 1.200.000 frank en anderzijds 50.000 frank. |
Het percentage van 109, vermeld in artikel 463bis, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek wordt respectievelijk verminderd tot 108 voor het aanslagjaar 2000 en tot 107 voor het aanslagjaar 2001.
Art. 4. Dit artikel is van toepassing op de werkgevers die behoren tot de koopvaardij- en baggersector die in toepassing van artikel 270, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, schuldenaar zijn van bedrijfsvoorheffing.
De in het vorige lid vermelde werkgevers zijn er niet toe gehouden de bedrijfsvoorheffing die zij verschuldigd zijn uit hoofde van een in artikel 273, 1°, van datzelfde Wetboek bedoelde betaling of toekenning van belastbare bezoldigingen aan hun werknemers die zijn tewerkgesteld aan boord van in een lidstaat van de Europese Unie geregistreerde schepen waarvoor een zeebrief wordt voorgelegd, in de Schatkist te storten. Dit lid mag evenwel slechts worden toegepast met betrekking tot de in uitvoering van artikel 272 van dat Wetboek ingehouden bedrijfsvoorheffing.
De Koning bepaalt de nadere regels en modaliteiten in verband met de wijze waarop bij de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing het bewijs wordt geleverd dat de werknemers voor wie de ingehouden bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de periode waarop die aangifte betrekking heeft, niet wordt gestort, inderdaad tewerkgesteld waren aan boord van een in het vorige lid bedoelde schip.
Hij kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing van dit artikel uitbreiden tot de sleepvaartsector.
TITEL IV. - INWERKINGTREDING
Art. 12. Artikel 2 van deze wet is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2000.
De Koning bepaalt de inwerkingtreding van artikel 4, eerste tot derde lid, van deze wet.
KB 27.1.2000 TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92, MET BETREKKING TOT HET HOOGST AFTREKBARE BEDRAG VAN DE UITGAVEN VAN KINDEROPPAS
2. Artikel 1. In artikel 61 van het KB/WIB 92, worden de woorden "artikel 104, eerste lid, 7°" en "op 345 BEF per oppasdag en kind" respectievelijk vervangen door de woorden "artikel 104, 7°" en "op 450 BEF per oppasdag en kind".
Art. 2. Dit besluit is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2000.
Aftrekbare uitgaven voor kinderoppas
3. Het maximaal aftrekbaar bedrag voor kinderopvangkosten dat op 345 BEF was vastgelegd, is verhoogd tot 450 BEF. De overige toepassingsregels terzake blijven ongewijzigd.
Het nieuwe maximaal aftrekbaar bedrag geldt vanaf aj. 2000.
Bijkomende toeslag op de belastingvrije som
4. De bijkomende toeslag op de belastingvrije som voor ieder kind van minder dan drie jaar waarvoor geen opvangkosten worden afgetrokken, wordt verhoogd van 10.000 BEF tot 13.000 BEF.
5. Deze bepaling is van toepassing met ingang van aj. 2000. Na indexering bedraagt de bijkomende toeslag voor dat aj. 16.000 BEF.
Algemeen
6. In afwijking van art. 463bis, WIB 92, kan het tarief van de aanvullende crisisbijdrage (ACB) met betrekking tot de PB en de BNI (natuurlijke personen) voor de ajn 2000 en 2001 worden verminderd in functie van het gezamenlijk belastbaar inkomen.
Gezamenlijk belastbaar inkomen
7. Voor de toepassing van deze bepaling wordt met gezamenlijk belastbaar inkomen bedoeld, het belastbare inkomen zoals bepaald in art. 6, eerste lid, WIB 92, met uitsluiting evenwel van de overeenkomstig art. 171, WIB 92, afzonderlijk belaste inkomsten.
Voor echtgenoten wordt, in samenlezing met art. 127, WIB 92, met gezamenlijk belastbaar inkomen bedoeld, het totale netto-inkomen verminderd met de afzonderlijke belastbare inkomsten van beide echtgenoten.
Aanslagjaar 2000
| 8. | Voor het aj. 2000 gelden de volgende regels: |
| 1° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 BEF niet overschrijdt, bedraagt de ACB 2 % in plaats van 3 %, zoals vermeld in art. 463bis, WIB 92; |
| 2° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 BEF en 850.000 BEF is de ACB gelijk aan 2 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 BEF en anderzijds 50.000 BEF; |
| 3° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 850.000 BEF of meer bedraagt is de ACB 3 % (= art. 463bis, WIB 92). |
9. Voorbeeld
gezamenlijk belastbaar inkomen = 830.000 BEF aanvullende crisisbijdrage = 2 % + ((830.000-800.000)/50.000) x 1 % = 2 % + (30.000/50.000) X 1 % = 2 % + 0,6 % = 2,6 % (in plaats van 3 %, zoals vermeld in art. 463bis, WIB 92). Aanslagjaar 2001
10. Voor het aj. 2001 gelden de volgende regels:
| 1° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 BEF niet overschrijdt, bedraagt de ACB 1 % in plaats van 3 %, zoals vermeld in art. 463bis, WIB 92; |
| 2° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 BEF en 850.000 BEF is de ACB gelijk aan 1 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 BEF en anderzijds 50.000 BEF; |
| 3° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 850.001 BEF en 1.200.000 BEF bedraagt de ACB 2 % in plaats van 3 %, zoals vermeld in art. 463bis, WIB 92; |
| 4° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 1.200.001 BEF en 1.250.000 BEF is de ACB gelijk aan 2 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 1.200.000 BEF en anderzijds 50.000 BEF; |
| 5° | wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 1.250.000 BEF of meer bedraagt, is de ACB 3 % (= art. 463bis, WIB 92). |
11. Voorbeeld 1:
gezamenlijk belastbaar inkomen = 830.000 BEF aanvullende crisisbijdrage = 1 % + ((830.000-800.000)/50.000) X 1 % = 1 % + (30.000/50.000) x 1 % = 1 % + 0,6 % = 1,6 % (in plaats van 3 %, zoals vermeld in art. 463bis, WIB 92). Voorbeeld 2:
gezamenlijk belastbaar inkomen = 1.230.000 BEF aanvullende crisisbijdrage = 2 % + ((1.230.000-1.200.000)/50.000) x 1 % = 2 % + (30.000/50.000) x 1 % = 2 % + 0,6 % = 2,6 % (in plaats van 3 %, zoals, vermeld in art. 463bis, WIB 92). Vermeerdering ingevolge geen of ontoereikende voorafbetalingen en bonificaties voor voorafbetalingen
12. Voor de berekening van de vermeerdering ingevolge geen of ontoereikende voorafbetalingen en de bonificaties voor voorafbetalingen wordt de basisbelasting, die door art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92, tot 109 % is verhoogd, teruggebracht tot 108 % voor het aj. 2000 en tot 107 % voor het aj. 2001.
(art. 3, W 24.12.1999 - art. 463bis, WIB 92)
Algmemeen
13. Krachtens de mogelijkheid die wordt geboden door de communautaire richtsnoeren betreffende de overheidssteun voor het zeevervoer, strekt art. 4, W 24.12.1999 ertoe het concurrentievermogen van de koopvaardij- en baggersector, twee sectoren die aan internationale concurrentie blootstaan, te behouden door de ondernemingen in de sector vrij te stellen van betaling van de BV op de bezoldiging van de werknemers aan boord van schepen die onder de vlag van een van de lidstaten van de Europese Unie varen.
Maatregel
14. De werkgevers die behoren tot de koopvaardij- en baggersector die in toepassing van art. 270, 1°, WIB 92, schuldenaar zijn van BV, zijn er niet toe gehouden de BV die zij verschuldigd zijn uit hoofde van betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen aan hun werknemers die zijn tewerkgesteld aan boord van in een lidstaat van de Europese Unie geregistreerde schepen waarvoor een scheepsbrief wordt voorgelegd, in de Schatkist te storten.
Dit is evenwel slechts van toepassing met betrekking tot de in uitvoering van art. 272, WIB 92, ingehouden BV.
Toepassingsmodaliteiten
15. De Koning bepaalt de nadere regels en modaliteiten in verband met de wijze waarop bij de indiening van de aangifte in de BV het bewijs wordt geleverd dat de werknemers voor wie de ingehouden BV met betrekking tot de periode waarop die aangifte betrekking heeft, niet wordt gestort, inderdaad tewerkgesteld waren aan boord van in een lidstaat van de Europese Unie geregistreerde schepen waarvoor een scheepsbrief wordt voorgelegd.
Sleepvaartsector
16. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing van deze maatregel uitbreiden tot de sleepvaartsector; deze sector staat eveneens bloot aan de internationale concurrentie.
Inwerkingtreding
17. De inwerkingtreding van de maatregel en van de uitbreiding tot de sleepvaartsector zal worden bepaald door de Koning.
(art. 4 en 12, 2° lid, W 24.12.1999 - art. 270, 272 en 273, WIB 92)
Bron: FisconetPlus
