Singapore - Circulaire Circ. 974 d.d 14.12.1973

Bulletin nr. 515, p. 233-249

Dubbelbelastingverdragen. – Singapore.

Onderrichtingen betreffende de toepassing van de overeenkomst van 8 februari 1972 tussen België en Singapore tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en van het desbetreffende protocol.

Circ. 974 van 14 december 1973.

Korte inhoud

I. Algemene beschouwingen.

A. Belangrijke data

B. Algemene kenmerken van de overeenkomst

II. Nadere toelichting en wijze van uitvoering van sommige bepalingen.

A. Inkomsten uit onroerende goederen

B. Winsten van ondernemingen in ’t algemeen

C. Winsten van zee- en luchtvaartondernemingen

D. Belastingheffing over roerende inkomsten in de bronstaat.

1. Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door verblijfhouders van Singapore

a) Dividenden

b) Interest

c) Royalty’s

d) Bovenmatig deel van interest en van royalty’s bedoeld in artikel 12, § 3

e) Dividenden, interest en meerwaarden verkregen door de Republiek Singapore of door sommige instellingen van Singapore

2. Roerende inkomsten uit bronnen in Singapore verkregen door verblijfhouders van België

E. Vermogenswinsten

F. Inkomsten uit zelfstandige en niet-zelfstandige beroepen

G. Beheerders en commissarissen van vennootschappen

H. Artiesten, sportbeoefenaars en schouwspelondernemingen

I. Particuliere pensioenen en lijfrenten

J. Openbare beloningen en pensioenen

K. Leraren en onderwijzers

L. Studenten, stagiairs en bursalen

M. Niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten

N. Regeling die in België van toepassing is op inkomsten uit bronnen in Singapore verkregen door verblijfhouders van België

O. Regeling voor onderling overleg

I. – Algemene beschouwingen

A. Belangrijke data

1. Ondertekening van de overeenkomst: 8 februari 1972.

Goedkeuring: W. 14 juni 1973.

Publicatie: Belgisch Staatsblad van 28 september 1973.

Uitwisseling van de nota’s waaruit de wettelijke goedkeuring blijkt: 18 september 1973.

Inwerkingtreding: 3 oktober 1973 (art. 28, § 1).

Toepassing :

a) in België :

- op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld met ingang van 1 januari 1973 ;

- op alle andere dan bij de bron verschuldigde belastingen geheven naar inkomsten van boekjaren eindigend met ingang van 31 december 1973 (aanslagjaren 1974 en volgende) ;

b) in Singapore : op alle belastingen met betrekking tot de aanslagjaren 1974 en volgende.

B. Algemene kenmerken van de overeenkomst.

2. De overeenkomst met Singapore beoogt vooral de vermijding van dubbele belastingheffing inzake belastingen naar het inkomen (art. 6 tot 23).

Belangrijke opmerking

In dit verband dient te worden opgemerkt dat art. 22, ov., België toelaat de in de overeenkomst bepaalde belastingverminderingen of -vrijstellingen met betrekking tot inkomsten uit Belgische bronnen, verkregen door verblijfhouders van Singapore, slechts te verlenen voor zover die inkomsten naar Singapore zijn overgemaakt of in Singapore zijn ontvangen, d.i. aldaar zijn belast (zogenaamd beginsel van de “remittance basis”). Deze bepaling is het gevolg van een bijzonderheid in de wetgeving van Singapore en strekt ertoe het verlenen van overdreven voordelen te voorkomen: een gelijkwaardige bepaling komt voor in art. III (2) van de Belgisch-Britse ov. van 29 augustus 1967 (cf. circ. 948, Deel III, nr. 1).

De overeenkomst voorziet anderzijds in wederzijdse administratieve bijstand voor de vestiging – maar niet voor de invordering – van de in de overeenkomst bedoelde belastingen (art. 26); zij bevat ook bepalingen betreffende verschillende aangelegenheden die gewoonlijk in soortgelijke overeenkomsten worden geregeld.

3. Zoals de gelijkaardige overeenkomsten die België de laatste jaren met verschillende andere landen heeft gesloten volgt de overeenkomst met Singapore, naar vorm en inhoud, het modelverdrag van de O.E.S.O. Zij bevat evenwel enkele bijzondere bepalingen met het oog op het tussen de twee landen bestaande verschil inzake economische ontwikkeling. De hierna volgende onderrichtingen lichten vooral die bijzondere bepalingen toe.

II. – Nadere toelichting en wijze van uitvoering van sommige bepalingen.

A. Inkomsten uit onroerende goederen.

4. Overeenkomstig art. 6, § 1, ov., zijn inkomsten uit onroerende goederen belastbaar in de Staat waar de goederen zijn gelegen.

België mag dus de inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, die worden verkregen door verblijfhouders van Singapore, zonder beperking en overeenkomstig het interne recht belasten.

B. Winsten van ondernemingen in ’t algemeen.

5. Volgens art. 7, ov., zijn winsten van ondernemingen belastbaar in de Staat waar de vaste inrichting is gelegen welke die winsten heeft voortgebracht (zie evenwel nrs. 9 en 34 hierna).

Het begrip vaste inrichting wordt in art. 5 omschreven. In dit verband dient te worden opgemerkt dat o.m. een vaste inrichting uitmaken :

- een landbouwbedrijf of een plantage (art. 5, § 2, g, ov.) ; de uit een landbouwbedrijf of plantage genoten winsten zijn dus belastbaar in de Staat waar dat landbouwbedrijf of die plantage is gelegen, wat aansluit bij art. 6, ov., dat bepaalt dat inkomsten uit onroerende goederen van een landbouwbedrijf belastbaar zijn in de Staat waar die goederen zijn gelegen ;

- een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructiewerkzaamheden indien de duur van de werkzaamheden zes maanden overschrijdt (art. 5, § 2, h, ov.) ;

- werkzaamheden van toezichthoudende aard die langer dan zes maanden duren en worden verricht in verband met bouwwerken, constructie- of installatiewerkzaamheden (art. 5, § 4, ov.) ;

- een niet-zelfstandige vertegenwoordiger (agent) die over een voorraad goederen beschikt waaruit hij regelmatig bestellingen uitvoert (art. 5, § 5, b, ov.).

Het gaat ter zake om bijzondere bepalingen waarvan sommige ook in andere door België met ontwikkelingslanden gesloten overeenkomsten zijn opgenomen.

6. De aan de vaste inrichting toe te rekenen winst is die welke die inrichting zou kunnen behalen indien zij een onafhankelijke en zelfstandige onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden zou uitoefenen en die met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting uitmaakt geheel onafhankelijk zou handelen (art. 7, § 2, ov.).

Bij het bepalen van de winsten van een vaste inrichting moet met alle kosten rekening worden gehouden, daaronder begrepen de kosten van leiding en de algemene beheerskosten, die aftrekbaar zouden zijn indien de inrichting een onafhankelijke onderneming zou zijn en in zo verre als zij redelijkerwijze aan de vaste inrichting kunnen worden toegerekend, ongeacht of die kosten zijn gemaakt in het land waar de vaste inrichting is gelegen of daar buiten (b.v. in de plaats van de leiding van de onderneming, art. 7, § 3, ov.).

Anderdeels mogen winsten van verwante of onderling afhankelijke ondernemingen worden verbeterd om overdreven winstafvloeiingen te voorkomen (art. 9, ov.).

7. Bij gebreke van afdoende gegevens die het mogelijk maken het bedrag van de winsten van de Belgische vaste inrichting van een onderneming van Singapore te bepalen, mag de belasting worden gevestigd op een belastbare grondslag, vastgesteld volgens de methoden waarin de Belgische wetgeving voorziet. Dit sluit o.m. de mogelijkheid in de methode van vergelijking, met inbegrip van de bij art. 146, K.B. tot uit. W.I.B., bepaalde forfaitaire minima, toe te passen.

8. Art. 24, § 3, lid 1, ov., bepaalt dat de belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, in die andere Staat niet ongunstiger is dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen.

Lid 2 van de voormelde bepaling kent België evenwel uitdrukkelijk het recht toe de B.N.V./Ven. op de winsten van een Belgische vaste inrichting van een vennootschap die verblijfhouder is van Singapore of van een vereniging die haar plaats van werkelijke leiding in Singapore heeft, tegen het tarief van het interne recht te berekenen, op voorwaarde dat het tarief niet hoger is dan het maximumtarief dat van toepassing is op het geheel of op een deel van de winsten van vennootschappen die verblijfhouder zijn van België.

Met ingang van het aanslagjaar 1974 moet de B.N.V./Ven. van vennootschappen, verblijfhouders van Singapore, dus tegen het eenvormige tarief van 42 pct. (in plaats van 48 pct. volgens het gemeen recht) worden berekend.

C. Winsten van zee- en luchtvaartondernemingen.

9. In afwijking van de regel van de vaste inrichting bepaalt art. 8, ov., dat de winsten uit de exploitatie van schepen- of luchtvaartuigen in internationaal verkeer uitsluitend belastbaar zijn in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

Daaruit volgt dat de in België behaalde winsten van zee­ en luchtvaartondernemingen, die hun plaats van werkelijke leiding in Singapore hebben, van Belgische belastingen zijn vrijgesteld.

D. Belastingheffing over roerende inkomsten in de bronstaat.

1. Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door verblijfhouders van Singapore (1).

a) Dividenden.

10. Ingevolge art. 10, § 2, ov., beperkt België de R.V. op dividenden, die met ingang van 1.1.1973 door een Belgische vennootschap aan een verblijfhouder van Singapore worden toegekend, tot 15 pct. van het brutobedrag der inkomsten ; deze beperking is eveneens van toepassing op inkomsten - zelfs toegekend in de vorm van interest - die belastbaar zijn als inkomsten van belegde kapitalen in Belgische personenvennootschappen (cf. art. 10, § 4, ov.).

Volgens art. 10, § 5, ov., wordt de beperking evenwel slechts verleend indien de deelneming die de dividenden oplevert, niet wezenlijk verbonden is met een vaste inrichting waarover de genieter in België beschikt.

11. De vermindering wordt verleend op verzoek door middel van een formulier nr. 276 Div. (Sing) (2) ; wat de wijze van berekening erin de te volgen procedure betreft, wordt mutatis mutandis verwezen naar de algemene onderrichtingen betreffende de toepassing van de overeenkomsten die in een gelijkaardige regeling voorzien.

De aandacht wordt gevestigd op de wijziging die inzake berekening van de vermindering is ingevoerd met betrekking tot dividenden, toegekend met ingang van 1 januari 1974.

------

(1) Zie ook in dit verband de belangrijke opmerking onder nr. 2, lid 2, hiervoren.

(2) De formulieren waarvan sprake in deze circ. kunnen in België worden bekomen bij de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel.

b) Interest.

12. Ingevolge art. 11, §§ 2, 4 en 6, ov., moet de R.V. op het normale bedrag van interest uit Belgische bronnen, die met ingang van 1.1.1973 aan verblijfhouders van Singapore wordt toegekend, worden beperkt tot 15 pct., indien de schuldvordering of het deposito die de interest opleveren niet wezenlijk verbonden zijn met een vaste inrichting waarover de genieter van de interest in België beschikt.

13. De vermindering wordt verleend op verzoek door middel van een formulier nr. 276 Int. (Sing) (1) ; voor de ter zake te volgen procedure en de wijze van berekening, wordt mutatis mutandis verwezen naar de algemene onderrichtingen betreffende de toepassing van de overeenkomsten die in een gelijkaardige regeling voorzien.

------

(1) Zie voetnoot 2 onder nr. 11 hiervoren.

14. De in nr. 13 hiervoren bedoelde regeling is niet van toepassing op interesten die door de Belgische wetgeving als inkomsten van belegde kapitalen worden beschouwd en die onder de in nr. 10 hierboven omschreven regeling voor dividenden vallen (art. 11, § 3, ov.).

c) Royalty’s

15. Ingevolge art. 12, § 3, ov., moet België van R.V. vrijstellen de hierna vermelde royalty’s uit Belgische bronnen, die met ingang van 1.1.1973 aan verblijfhouders van Singapore worden toegekend :

a) voor het gebruik van, of het recht op gebruik van :

- een auteursrecht op een werk op het gebied van wetenschap, een octrooi, een ontwerp of model, een plan, een geheim recept of werkwijze of een fabrieks- of handelsmerk ;

- nijverheids- of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting ;

b) voor het verstrekken van kennis, inlichtingen of bijstand op het gebied van wetenschap, techniek of nijverheid (voor het overige, zie nr. 17).

De vrijstelling is evenwel slechts van toepassing op het normale bedrag van de royalty’s en op voorwaarde dat het recht of het goed dat de royalty’s oplevert niet wezenlijk verbonden is met een vaste inrichting waarover de genieter van de royalty’s in België beschikt (art. 12, § 4, ov.).

16. De te volgen procedure is gelijkaardig als die welke voor dividenden en interest geldt; de vrijstelling mag echter normaal bij de bron worden toegestaan.

De genieter van de royalty's moet een aanvraag in tweevoud overleggen door middel van een formulier nr. 276 R. (Sing) (1). Dit formulier moet ter waarmerking aan de bevoegde belastingdienst van Singapore worden gezonden; het moet vervolgens, binnen tien dagen na de vervaldag van de royalty's worden gestuurd, hetzij aan de Belgische schuldenaar van de royalty's (om vrijstelling van de R.V. bij de bron te bekomen), hetzij aan de Hfd.cr. te Sint-Joost-ten-Node 1 (om eventueel teruggaaf van de bij de bron gestorte R.V. te bekomen).

------

(1) Zie voetnoot 2 onder nr. 11 hiervoren.

17. In afwijking van wat gewoonlijk in de overeenkomsten wordt aangetroffen, is de hiervoren bedoelde regeling niet van toepassing op auteursrechten betreffende werken op het gebied van letterkunde of kunst, met inbegrip van films, noch op royalty’s betreffende handelsinformatie of bepaalde commerciële bijstand. Ingevolge art. 12, § 1, ov., mogen die inkomsten inderdaad zonder beperking worden belast in de Staat waaruit zij afkomstig zijn.

d) Bovenmatig deel van interest en van royalty’s bedoeld in artikel 12, § 3.

18. Indien tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en gemeenschappelijke derden enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat en het bedrag van de interest of van de in nr. 15 bedoelde royalty’s hoger is dan het bedrag dat in normale omstandigheden voor gelijkaardige prestaties tussen de schuldenaar en de schuldeiser zou worden bedongen, mag België op dat bovenmatige deel de bepalingen van zijn interne wetgeving toepassen, wat inhoudt dat :

a) het bovenmatige deel desvoorkomend op grond van de art. 24 en 50, W.I.B., aan de belastbare winst van de schuldenaar moet worden toegevoegd (zie ook art. 9, ov.) ;

b) de R.V. op dat bovenmatige deel aan een beperking is onderworpen.

e) Dividenden, interest en meerwaarden verkregen door de Republiek Singapore of door sommige instellingen van Singapore.

19. Ingevolge § 1 van het Protocol, zijn dividenden en interest uit Belgische bronnen ter zake van roerende waarden of andere gelijkaardige rechten die tot algemeen nut door Singapore of door sommige instellingen van Singapore worden aangehouden, alsmede de meerwaarden uit de vervreemding van die waarden of rechten, in België vrijgesteld van belastingen.

In dit verband wordt opgemerkt dat art. 22, ov. (cf. nr 2, lid 2, hiervoren) ter zake niet mag worden ingeroepen om de vrijstelling van Belgische belasting te weigeren (§ 2, Prot.).

Deze vrijstelling moet worden verleend aan de hand van een eenvoudige aanvraag waaruit blijkt dat de genieter werkelijk aan de in de overeenkomst gestelde voorwaarden voldoet.

20. In de huidige stand van zaken hebben op de in nr. 19 bedoelde vrijstelling aanspraak, de Republiek Singapore alsmede de “Board of Commissioners of Currency” en de “Monetary Authority of Singapore” (§ 3, Protocol.).

2. Roerende inkomsten uit bronnen in Singapore verkregen door verblijfhouders van België.

21 - 26. Voorbehouden.

E. Vermogenswinsten.

27. Ingevolge art. 13, ov., moeten alleen de meerwaarden uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen geëxploiteerd in internationaal verkeer en van roerende goederen die voor de exploitatie daarvan worden gebezigd, in de bronstaat van belasting worden vrijgesteld, aangezien die meerwaarden uitsluitend belastbaar zijn in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

28. In België mogen dus de meerwaarden uit de vervreemding van de hierna vermelde goederen volgens het gemeen recht worden belast :

a) in België gelegen onroerende goederen die al dan niet aan een onderneming toebehoren (art. 13, § 1, ov.) ;

b) roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van de Belgische vaste inrichting van een onderneming (art. 13, § 2, ov.) ;

c) alle andere dan de hiervoren vermelde goederen, die in België zijn gelegen (art. 13, § 3, ov.).

F. Inkomsten uit zelfstandige en niet-zelfstandige beroepen

29. Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen uit de particuliere sector en inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden (met inbegrip van een vrij beroep), zijn belastbaar in de Staat waar de betrokkenen hun werkzaamheid verrichten, behalve indien die inkomsten gelijktijdig aan de drie in art. 14, § 2, ov. bedoelde voorwaarden beantwoorden (zogenaamde regel van de 183 dagen).

De beloningen, verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer, zijn evenwel uitsluitend belastbaar in de Staat waarvan de genieter verblijfhouder is (art. 14, § 3, ov.).

30. De regeling van nr. 29, 1e lid, is normaal niet van toepassing op artiesten en sportbeoefenaars (zie nrs. 32 en 33 hierna).

G. Beheerders en commissarissen van vennootschappen.

31. Beloningen, uit hoofde van hun mandaat toegekend aan beheerders, commissarissen, enz. van vennootschappen, zijn belastbaar in de Staat waarvan de betalende vennootschap verblijfhouder is (art. 15, § 1, ov.) ; de beloningen die de betrokkenen verkrijgen voor de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden van beheer of van technische aard zijn evenwel onderworpen aan de regeling van nr. 29, 1e lid, hiervoren (art. 15, § 2, ov.).

H. Artiesten, sportbeoefenaars en schouwspelondernemingen.

32. Overeenkomstig art. 16, § 1, ov., zijn beroepsartiesten of sportbeoefenaars die verblijfhouders zijn van Singapore, in België volgens de bepalingen van het interne recht belastbaar op de inkomsten die zij als zelfstandige of als loontrekker uit in België uitgeoefende werkzaamheden behalen.

33. Op deze regel wordt slechts uitzondering gemaakt voor de inkomsten van beroepsartiesten wier bezoek in België in hoofdzaak wordt bekostigd uit de openbare middelen van Singapore (art. 16, § 2, ov.). Deze inkomsten zijn onderworpen aan de regeling van art. 14, §§ 1 en 2, ov. (cf. nr. 29, 1e lid, hiervoren).

34. In afwijking van de regel van de vaste inrichting, zijn de winsten die een schouwspelonderneming die verblijfhouder is van Singapore in België verblijft, alhier belastbaar, behalve indien die onderneming in hoofdzaak wordt bekostigd uit de openbare middelen van Singapore (art. 16, § 3, ov.).

I. Particuliere pensioenen en lijfrenten.

35. Pensioenen uit bronnen in een overeenkomstsluitende Staat die aan een verblijfhouder van de andere overeenkomstsluitende Staat worden betaald ter zake van een vroeger in de particuliere sector uitgeoefende dienstbetrekking of als vergoeding voor bekomen letsel (namelijk de wettelijke pensioenen die door pensioenkassen worden betaald in uitvoering van de sociale wetgeving van de eerstbedoelde Staat), zijn slechts in de Staat van de fiscale woonplaats van de genieter belastbaar (art. 17, §§ 1 en 2, ov.).

Dezelfde bepaling is van toepassing op de in art. 17, § 3, ov., omschreven lijfrenten.

Soortgelijke pensioenen en lijfrenten in België behaald door verblijfhouders van Singapore zijn bijgevolg vrijgesteld van B.V. en van B.N.V.

J. Openbare beloningen en pensioenen.

36. Ingevolge art. 18, ov., zijn openbare beloningen en pensioenen uitsluitend belastbaar in de Staat van de schuldenaar van de inkomsten, behalve indien de genieter een onderdaan of een bestendig verblijfhouder van de andere Staat is zonder ook onderdaan van de Staat van de schuldenaar te zijn. Als bestendig verblijfhouder van een overeenkomstsluitende Staat wordt beschouwd elke persoon die verblijfhouder van die Staat is vóór hij zijn overheidsfuncties begint uit te oefenen.

De bepalingen van het voorgaande lid zijn niet van toepassing ter zake van inkomsten betaald voor diensten bewezen in het kader van een door de schuldenaar uitgeoefend handels- of nijverheidsbedrijf ; in een zulkdanig geval vallen de beloningen en de pensioenen onder de regeling van artikel 14 (zie nr. 29, 1e lid, hiervoren) of van art. 17 (zie nr. 35).

K. Leraren en onderwijzers.

37. Overeenkomstig art. 19, § 1, ov., zijn de beloningen van leraren en onderwijzers, verblijfhouders van België die op uitnodiging in Singapore verblijven gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar uitsluitend met de bedoeling onderwijs te geven of wetenschappelijk onderzoek te doen in een door België erkende onderwijsinstelling.

Omgekeerd moet België ingevolge art. 19, § 2, ov., de beloningen vrijstellen van leraren en onderwijzers, verblijfhouders van Singapore, die op uitnodiging in België verblijven gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar uitsluitend met de bedoeling onderwijs te geven of wetenschappelijk onderzoek te doen in een door België erkende onderwijsinstelling.

38. De regeling van nr. 37 is evenwel niet van toepassing op inkomsten voor werkzaamheden op het gebied van onderzoek indien dat onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats te eigen bate van één of meer bepaalde personen (b.v. ondernemingen – art. 19, § 3, ov.).

L. Studenten, stagiairs en bursalen.

39. Onder de voorwaarden van art. 20, ov., zijn van belastingen vrijgesteld in de Staat waar zij tijdelijk verblijven :

- leerlingen en stagiairs : ter zake van alle bedragen die zij ontvangen ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding, alsmede van hun beloningen die per jaar 100.000 F niet te boven gaan :

- bursalen (waarvan het verblijf drie jaar niet overschrijdt) : ter zake van de gekregen toelage, vergoeding of prijs, alsmede van hun beloningen die per jaar 150.000 F niet te boven gaan ;

- werknemers met de bedoeling ervaring te verkrijgen (en waarvan het bedrijf één jaar niet te boven gaat) : ter zake van de bedragen die zij ontvangen ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding, alsmede van hun beloningen die per jaar 200.000 F niet te boven gaan.

40. Door “beloningen” dient ter zake te worden verstaan het brutobedrag van de beloningen en sociale voordelen, verminderd met de sociale inhoudingen ten laste van de studenten, stagiairs, bursalen of werknemers.

M. Niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten.

41. De in de andere artikelen van de overeenkomst niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten die worden verkregen door een verblijfhouder van een overeenkomstsluitende Staat, mogen in de twee Staten worden belast (art. 21, ov.).

N. Regeling die in België van toepassing is op inkomsten uit bronnen in Singapore verkregen door verblijfhouders van België.

42. De volgende regels zijn overeenkomstig art. 23, § 3, ov., van toepassing.

1ste regel.

43. Inkomsten die volgens de overeenkomst in Singapore belastbaar zijn – dividenden, interest en royalty’s uitgezonder – zijn in België vrijgesteld van P.B. of van Ven.B. Met die inkomsten wordt niettemin rekening gehouden om het tarief van de P.B. te bepalen dat van toepassing is op de andere belastbare inkomsten van de genieters (art. 23, § 3, (b) (i), ov.).

44. Deze regel is voornamelijk van toepassing op de in art. 13, § 3, ov., bedoelde meerwaarden, alsmede op de in art. 21, ov., bedoelde niet uitdrukkelijk vermelde inkomsten die, volgens de bewoordingen van die bepalingen, zonder beperking mogen worden belast in de Staat waaruit zij afkomstig zijn.

45. De overeenkomst bevat echter ook een bepaling tot voorkoming van dubbele ontheffing ten gevolge van de verrekening van verliezen die een Belgische onderneming in een Singapore gelegen vaste inrichting zou hebben geleden (art. 23, § 3, (b) (iii), ov.) ; zulke bepaling komt in alle recente overeenkomsten van België voor en is namelijk toegelicht in circ. 920, nr. 39 (Frans-Belgische overeenkomst van 10 maart 1964).

2de regel.

46. Met betrekking tot in Singapore belaste dividenden, interest en royalty’s vermijdt België de dubbele belasting op de hierna beschreven wijze :

a) Dividenden verkregen door Belgische vennootschappen.

47. Ingevolge art. 23, § 3, (a), (i), ov., zijn dividenden uit een vaste deelneming die in een vennootschap, verblijfhouder van Singapore, wordt aangehouden door een vennootschap die verblijfhouder is van België, tot hun nettobedrag (90 of 95 pct. van het werkelijk verkregen bedrag – na buitenlandse belasting – verhoogd met de fictieve B.V. van 5 pct.) vrijgesteld van Ven.B.

Wat de dividenden uit niet vaste deelnemingen betreft, deze volgend de in de nrs. 49 en 50 hierna uiteengezette regeling.

48. Anderdeels kunnen dividenden uit bronnen in Singapore op verzoek en onder bepaalde voorwaarden, bij de incassering door de Belgische vennootschap worden vrijgesteld van de R.V., met dien verstande dat in een zodanig geval de R.V. bij de wederuitkering van die dividenden door de Belgische vennootschap verschuldigd is (art. 23, § 3, (a) (ii), ov.).

Ingevolge de opheffing van de voorheen ingehouden R.V. van 10 pct. bij de incassering van buitenlandse dividenden door Belgische vennootschappen, vindt art. 23, § 3, (a) (ii), ov., voortaan automatisch toepassing.

b) Dividenden verkregen door natuurlijke personen, verblijfhouder van België. Interest en royalty’s verkregen door verblijfhouders van België, natuurlijke personen of rechtspersonen.

49. De dubbele belasting wordt vermeden bij wege van verrekening volgens de modaliteiten bepaald in art. 23, § 3, (a) (iii), ov. Deze bepaling bevestigt in feite de verrekening van het F.B.B. van 15 pct. volgens het gemeen recht indien het dividenden of interesten betreft die overeenkomstig de overeenkomst in Singapore werden belast.

50. het F.B.B. moet daarenboven ook worden verleend.

- met betrekking tot royalty’s, daaronder begrepen royalty’s betaald voor het gebruik van auteursrecht op een werk op het gebied van wetenschap of van lichamelijke of onlichamelijke bestanddelen van nijverheidseigendom die in Singapore op grond van art. 12, § 3, ov., zijn vrijgesteld ;

- met betrekking tot interest die volgens de algemene belastingwet van Singapore belastbaar is maar aldaar van belasting is vrijgesteld ingevolge speciale maatregelen neergelegd in de wet ter bevordering van de economische expansie “Economic Expansion Incentives (Relief from Income Tax) Act” (Hoofstuk 135, uitgave 1970) van de Republiek Singapore of in enige andere bepaling tot het verlenen van vermindering van belasting, die in de toekomst tot stand mocht komen en waaromtrent de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten het erover eens zijn, dat zij in wezen gelijksoortig is ; indien nodig, zal voor de toepassing van deze bepaling bij de Administratie (Directie I/3), langs hiërarchische weg, omstandig verslag worden uitgebracht.

Het gaat ter zake om het zogenaamde beginsel van taks sparing >> of fictief belastingkrediet dat, in de regel, in de door België gesloten overeenkomsten met ontwikkelingslanden is neergelegd.

3de regel.

51. Inkomsten – andere dan dividenden, interest en royalty’s – die volgens de overeenkomst in Singapore van belastingen zijn vrijgesteld, zijn in België tegen het volle tarief en volgens het interne recht belastbaar.

O. Regeling voor onderling overleg.

52. Art. 25, ov., stelt een bijzondere procedure in, die de bevoegde autoriteiten van de twee Staten machtigt overleg te plegen om o.m. een belastingheffing, die niet in overeenstemming is met de overeenkomst, te vermijden.

In het kader van die procedure kan een verblijfhouder van België, onverminderd de rechtsmiddelen van het interne recht, ingeval een belastingheffing in strijd is met de overeenkomst, een verzoek om herziening van die belastingheffing indienen bij de Belgische bevoegde autoriteit, d.i. gewoonlijk bij de gewestelijke directeur der directe belastingen van het ambtsgebied waar de verzoeker zijn woonplaats heeft (zie evenwel nr. 54 hierna). Dit verzoek moet worden ingediend vóór het verstrijken van een termijn van twee jaar vanaf de betekening of vanaf de inhouding bij de bron van de aanslag welke die verblijfhouder niet in overeenstemming met de overeenkomst acht.

53. Indien hij zelf geen oplossing aan het geschil kan geven, onderwerpt de gewestelijke directeur het dossier met een omstandig verslag aan het Hoofdbestuur (Directie I/3), dat zo nodig met de belastingadministratie van Singapore overleg pleegt.

54. De verzoeken om herziening die aan de Minister van Financiën of aan de directeur-generaal der directe belastingen zouden zijn gericht, zullen eveneens worden beschouwd als zijnde geldig ingediend ten aanzien van art. 25 van de overeenkomst.