Circulaire nr. Ci.R9.Noorw./357.370 dd. 02.07.1993

CIRC 02.07.93/1

Circulaire nr. Ci.R9.Noorw./357.370 dd. 02.07.1993


Bull. nr. 730

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Noorwegen


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.

I. BELANGRIJKE DATA

Ondertekening van de Overeenkomst : 14 april 1988.

Goedkeuring : Wet van 19 april 1991.

Publikatie : BS van 19 december 1991 (V 2148).

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging : 19 september 1991.

Inwerkingtreding : 4 oktober 1991.

a) Toepassing in Belgie : op de belastingen met betrekking tot inkomsten van elk belastbaar tijdperk dat aanvangt op of na 1 januari 1992 (aanslagjaren 1992 en volgende voor de bij de bron verschuldigde belastingen en aanslagjaren 1993 en volgende voor de andere dan bij de bron verschuldigde belastingen).

b) Beeindiging van de uitwerking van de vroegere Overeenkomst : de oude Overeenkomst en het Slotprotocol, ondertekend op 30 juni 1967 (V 1258 - B.469) zullen niet meer van toepassing zijn met betrekking tot de belastingen van elk tijdvak waarvoor de Overeenkomst van 14 april 1988 toepassing vindt (art. 30, par. 3).

II. ALGEMENE KENMERKEN

De nieuwe Overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die worden geheven voor rekening van elke overeenkomstsluitende Staat of van de gedecentraliseerde autoriteiten daarvan, daaronder vooraan begrepen de Noorse "petroleum" belasting op inkomen en vermogen.

De Overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone beperkingen, tussen de bevoegde autoriteiten van de beide Staten de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de Overeenkomst en aan die van de Belgische en Noorse interne wetten betreffende de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Zij voorziet eveneens in een wederzijdse administratieve bijstand voor de invordering van die belastingen.

Aangezien de nieuwe Overeenkomst een grote gelijkenis vertoont met de voorheen door Belgie gesloten overeenkomsten, worden hierna alleen de voornaamste of specifieke bepalingen ervan besproken.

III. VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

A. Ondernemingswinst

1. Toewijzing van het recht van belastingheffing

Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat - niet zijnde een landbouw- of bosbedrijf waarop artikel 6 van toepassing is, een zeescheepvaart- of luchtvaartonderneming waarop artikel 8 van toepassing is of een onderneming die werkzaamheden buitengaats verricht waarop artikel 21, par. 4, van toepassing is - mag in de andere overeenkomstsluitende Staat slechts worden belast in zoverre als zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kan worden toegerekend (art. 7, par. 1).

2. Definitie van de vaste inrichting

Met betrekking tot de definitie van "vaste inrichting" wordt erop gewezen dat een verzekeringsonderneming die haar werkzaamheden in een overeenkomstsluitende Staat uitoefent door bemiddeling van een onafhankelijke vertegenwoordiger die voor rekening van die onderneming handelt en die gewoonlijk namens die onderneming overeenkomsten afsluit, geacht wordt in die Staat een vaste inrichting te hebben (art. 5, par. 6).

Werkzaamheden van toezichthoudende of adviserende aard die verband houden met de plaats van uitvoering van een bouwwerk, van constructie-, montage- of installatiewerkzaamheden, zijn op zichzelf als een vaste inrichting aan te merken indien de duur van die werkzaamheden twaalf maanden overschrijdt (art. 5, par. 3).

Anderdeels wordt een persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat en die werkzaamheden buitengaats verricht in verband met de exploratie of de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen in de andere overeenkomstsluitende Staat, geacht die werkzaamheden in die andere Staat uit te oefenen door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting, indien die werkzaamheden worden verricht gedurende een tijdvak dat in enig tijdperk van twaalf maanden een totaal van dertig dagen overschrijdt (bij het bepalen van die termijn worden de werkzaamheden die worden verricht door afhankelijke ondernemingen, samengevoegd) (art. 21, par. 2 en 3).

3. Berekening van de BNI/ven.

Belgie mag de winst van een Belgische vaste inrichting van een vennootschap die inwoner is van Noorwegen aan de BNI/ven. onderwerpen tegen het tarief van het gemeen recht dat momenteel 43 % bedraagt (art. 25, par. 6, c).

Anderdeels mag Belgie zijn intern recht (art. 283 WIB 92) toepassen m.b.t. de heffing van de RV op dividenden die door de Belgische vaste inrichting van een dergelijke vennootschap worden verkregen en m.b.t. de niet-verrekening van die roerende voorheffing met de BNI/ven. (art. 25, par. 6, d).

4. Zee- en luchtvaart (artikel 8)

Overeenkomstig de gebruikelijke regel is winst verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 8, par. 1).

Deze regeling is ook van toepassing :

  • op winst uit de exploitatie van vaartuigen voor vis-, robbe- of walvisvangst in volle zee (art. 8, par. 3);
  • op winst verkregen door het gemeenschappelijke Noorse, Deense en Zweedse luchtvaartconsortium Scandinavian Airlines System (S.A.S.), maar slechts in zoverre als de winst verkregen door "Det Norske Luftfartsselskap A/S (DNL)", de Noorse deelgenoot van S.A.S., naar verhouding is tot dezes deelneming in die organisatie (art. 8, par. 6);
  • op winst uit het gebruik of de verhuring van laadkisten (daaronder begrepen opleggers en het daarbijbehorende gerei voor het vervoer van laadkisten) gebruikt in internationaal verkeer (art. 8, par. 7);
  • op winst uit het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats of tussen plaatsen waar werkzaamheden buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, en op winst uit de exploitatie van sleepboten en andere vaartuigen waarvan bij die werkzaamheden gebruik wordt gemaakt (art. 21, par. 4).
Indien een onderneming wordt gedreven door een deelgenootschap of enige andere vereniging van personen waarvan al de deelgenoten hoofdelijk aansprakelijk zijn (ten minste een van hen is onbeperkt aansprakelijk), en die ten minste een deelgenoot telt die inwoner is van elke overeenkomstsluitende Staat en waarvan de werkelijke leiding niet uitsluitend in een van de overeenkomstsluitende Staten wordt waargenomen, wordt de onderneming geacht haar plaats van werkelijke leiding in beide Staten te hebben. In zodanig geval, is de winst van de onderneming slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de deelgenoten inwoner zijn, naar verhouding van hun deel in de winst (art. 8, par. 4).

B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat

1. Algemeen

De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden, de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen.

a) Dividenden

De Belgische RV of de Noorse belasting, naar het geval, is beperkt tot :

  • 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt;
  • 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in de andere gevallen.
In afwijking van het voorafgaande is de Noorse belasting in alle gevallen beperkt tot 15 percent zolang dividenden betaald door Noorse vennootschappen in mindering van hun winst worden gebracht bij het bepalen van de maatstaf van heffing van de Noorse Rijksbelasting. Aangezien de door Noorse vennootschappen uitgedeelde dividenden met ingang van 1 januari 1993 aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen, is de bedoelde afwijking niet meer van toepassing.

b) Interest

De Belgische RV of de Noorse belasting, naar het geval, mag niet hoger zijn dan 15 percent van het normale brutobedrag van de interest.

Er is evenwel vrijstelling van belasting in de bronstaat voor interest betaald :

  • aan de andere overeenkomstsluitende Staat, aan een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, of aan een openbare instelling van die Staat die aldaar niet aan belasting is onderworpen;
  • door een koper aan een verkoper, met betrekking tot een handelskrediet wegens termijnbetaling voor goederen, koopwaar, uitrusting of diensten;
  • ter zake van leningen van alle aard, toegestaan door een bankonderneming, behalve wanneer die leningen vertegenwoordigd zijn door effecten aan toonder.
c) Royalty's

Royalty's zijn ten belope van hun normale bedrag in de bronstaat vrijgesteld van belastingen.

2. Roerende inkomsten uit bronnen in Belgie verkregen door inwoners van Noorwegen

De vermindering of vrijstelling van Belgische belasting wordt op de gebruikelijke wijze verleend door overlegging van een formulier 276 Div.-Aut, 276 Int-Aut of 276 R naargelang het geval.

3. Roerende inkomsten uit bronnen in Noorwegen verkregen door inwoners van Belgie

In Noorwegen zijn enkel de dividenden toegekend door een Noorse vennootschap aan niet-inwoners onderworpen aan een bronbelasting ("kupongskatt" van 25 %).

De verdragsvermindering van de "kupongskatt" wordt normaal door de vennootschap aan de bron toegepast indien uit de gegevens waarover zij beschikt blijkt dat die inwoner van Belgie recht heeft op die vermindering.

Indien de vermindering niet aan de bron kon worden toegepast, hetzij omdat de vennootschap de identiteit van de betrokkene niet kende, hetzij om andere redenen, kan teruggaaf van het teveel geheven bedrag nog rechtstreeks bij de vennootschap worden aangevraagd. Ingeval de vennootschap niet in staat mocht blijken de teruggaaf te verlenen, kan een verzoekschrift worden ingediend bij de Directeur-generaal der directe belastingen, Akersgaten 42, Oslo Dep., Oslo 1 (Noorwegen). Voor het indienen van die aanvragen is geen bepaalde termijn gesteld.

C. Vermogenswinst (art. 13)

Een bijzondere regeling is bedongen voor de voordelen verkregen uit de vervreemding van aandelen die een deelneming van ten minste 30 % uitmaken; die voordelen zijn belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap een inwoner is (art. 13, # 4).

D. Inkomsten uit zelfstandige beroepen (art. 14)

Inkomsten uit vrije beroepen of uit andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn in principe slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de verkrijger. Die inkomsten zijn evenwel belastbaar in de andere overeenkomstsluitende Staat indien ze worden verkregen via een in die andere Staat gelegen vaste basis of indien de belastingplichtige in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in enig tijdperk van twaalf maanden een totaal van 183 dagen te boven gaan, doch slechts in zoverre als de inkomsten aan die vaste basis of aan de in die Staat verrichte werkzaamheden kunnen worden toegerekend.

In dit verband bepaalt artikel 21, paragraaf 2, evenwel dat een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die buitengaats in de andere overeenkomstsluitende Staat werkzaamheden van zelfstandige aard verricht in verband met de exploratie of exploitatie van natuurlijke rijkdommen, geacht wordt die werkzaamheden te verrichten door bemiddeling van een vaste basis in die Staat, indien die werkzaamheden worden verricht gedurende een tijdvak dat 30 dagen in enig tijdperk van twaalf maanden te boven gaat.

E. Inkomsten uit niet-zelfstandige werkzaamheden (art. 15 en 21, par. 5)

Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen van werknemers uit de particuliere sector zijn belastbaar in de Staat waar de betrokkenen hun werkzaamheden uitoefenen (art. 15, par. 1), onder voorbehoud van de zogenaamde 183 dagen-regel (art. 15, par. 2). In dit verband wordt er evenwel op gewezen dat de Staat waar de werkzaamheden worden verricht steeds de beloningen mag belasten wanneer de werkgever arbeidskrachten uitzendt of inwoner is van die Staat of van een derde Staat.

De beloningen van boordpersoneel van zeevaart en luchtvaartondernemingen zijn belastbaar in de Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 15, # 3). Beloningen betaald ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een luchtvaartuig geexploiteerd door het "Concortium Scandinavia Airlines System" zijn evenwel slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de genieter.

Daarentegen bepaalt art. 21, par. 5 eensdeels dat beloningen ter zake van werkzaamheden die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie of exploitatie van de natuurlijke rijkdommen belastbaar zijn in de Staat waar de verkrijgers hun werkzaamheden uitoefenen en dit ten minste gedurende een tijdvak dat in enig tijdperk van twaalf maanden een totaal van dertig dagen te boven gaat, en anderdeels dat beloningen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat dient voor het vervoer van voorraden of personeel naar een plaats of tussen plaatsen waar dergelijke werkzaamheden buitengaats worden verricht, alsmede beloningen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van sleepboten of andere vaartuigen waarvan als hulpmiddelen bij die werkzaamheden gebruik wordt gemaakt, slechts belastbaar zijn in de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

F. Artiesten en sportbeoefenaars (art. 17)

1. Algemene regel :

Inkomsten die beroepsartiesten en sportbeoefenaars verkrijgen uit hun persoonlijke werkzaamheden (in dienstverband of als zelfstandige) zijn belastbaar in de Staat waar de artiesten of sportbeoefenaars optreden, zelfs indien de inkomsten aan een andere persoon worden toegekend.

2. Uitzondering :

Met betrekking tot de beroepsartiesten is de hierboven vermelde regel niet van toepassing indien het bezoek aan de Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend voor een wezenlijk deel wordt gefinancierd uit de openbare middelen van de andere Staat.

In dergelijk geval zijn de desbetreffende inkomsten vrijgesteld van belasting in de Staat waar de beroepsartiesten optreden.

G. Particuliere pensioenen, sociale uitkeringen en renten (art. 18)

Particuliere pensioenen, renten en alle betalingen op grond van de sociale-zekerheidsregeling zijn slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de begunstigde.

Uitkeringen tot onderhoud zijn evenwel slechts belastbaar in de woonplaatsstaat van de schuldenaar in zoverre laatstgenoemde die uitkeringen niet in mindering van zijn inkomsten mag brengen.

H. Vermijding van dubbele belasting in Belgie (art. 24, par. 2)

Dubbele belasting van inkomsten die inwoners van Belgie uit bronnen in Noorwegen verkrijgen en die ingevolge de Overeenkomst aldaar belastbaar zijn, wordt volgens de gewone regels vermeden (methode van vrijstelling met progressievoorbehoud, of verrekening van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting overeenkomstig de Belgische interne wetgeving voor sommige roerende inkomsten).

Dividenden die Belgische vennootschappen verkrijgen van vennootschappen die inwoner zijn van Noorwegen en onderworpen zijn aan de nationale inkomstenbelasting, zijn normaliter tot hun nettobedrag vrijgesteld van de vennootschapsbelasting in Belgie.

Voor de Directeur-generaal :
De Inspecteur-generaal,

G. DAUMERIE.