Circulaire nr. Ci.RH.332/603.299 (AOIF 69/2010) d.d. 29.11.2010
Algemene administratie van de FISCALITEIT – centrale diensten
Directie I/3
Circulaire nr. Ci.RH.332/603.299 (AOIF 69/2010) dd. 29.11.2010
(aangevuld met Addendum dd 02.07.2012 aan de circulaire nr. Ci.RH.332/603.299 (AOIF nr. 69/2010) – zie hieronder)
Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen
Personenbelasting
Landbouwer
Belastingstelsel
Kapitaalsubsidie
Interestsubsidie
Premie aan landbouwers
Aangifte
Commentaar op de art. 137, 138, 140 en 141, W 23.12.2009. - Premies en subsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010 aan landbouwers zijn betaald. - Belastingstelsel.
Aan alle ambtenaren van de sector taxatie.
INHOUDSTAFEL
Nrs.
I. INLEIDING
II. AFKORTINGEN
III. WETTELIJKE BEPALINGEN
IV. BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGEN
V. BEOOGDE LANDBOUWSTEUN
A. INDELING VAN DE STEUNMAATREGELEN
1. De steunmaatregelen volgens hun aard
2. De steunmaatregelen volgens de pijler GLB waartoe ze behoren
3. Tabel van de steunmaatregelen volgens de aard en volgens de pijler
B. DOOR DE W 23.12.2009 BEOOGDE LANDBOUWSTEUN
1. Algemeen
2. Kapitaal- en interestsubsidies
3. Zoogkoeienpremie
4. Bedrijfstoeslagrechten (BTR)
5. Bijhorende extra steunbedragen
C. BETALINGSPERIODE VAN DE STEUN
1. Algemeen
2. Kapitaal- en interestsubsidies
3. BTR en zoogkoeienpremie
D. SPECIFIEKE STEUN AAN DE LANDBOUW
VI. BELASTINGSTELSEL
A. LANDBOUWERS BELAST OVEREENKOMSTIG HET GEMEENRECHT
1. Kapitaal- en interestsubsidies
a) Vrijstelling
b) Terugname van de vrijstelling
2. Premies afzonderlijk belastbaar tegen 12,5%
B. LANDBOUWERS BELAST VOLGENS DE FORFAITAIRE GRONDSLAGEN VAN AANSLAG
VII. FORMULIEREN TOT RECHTZETTING VAN DE AANGIFTE VAN HET AANSLAGJAAR 2009
I. INLEIDING
- Met het oog op de ondersteuning van de landbouwsector, heeft de federale regering beslist om een gunstig belastingstelsel in te voeren voor wat bepaalde steunmaat- regelen (premies en subsidies) betreft die aan de landbouwers worden betaald in de loop van de jaren 2008 tot 2010.
Inzake PB en BNI/NP (1) werden deze maatregelen opgenomen in de art. 137, 138, 140 en 141 van de Programmawet van 23.12.2009 (BS 30.12.2009, Ed. 1).
(1) De bepalingen die van toepassing zijn in de Ven.B en BNI/ven. zullen in een afzonderlij ke circulaire worden besproken.
II. AFKORTINGEN
Wettelijke of reglementaire bepalingen
- W 23.12.2009 Programmawet van 23 december 2009
V (EEG) nr. 1357/80 Verordening (EEG) nr. 1357/80 van de Raad van 5 juni 1980 tot instelling van een premieregeling voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand
V (EG) nr. 1257/1999 Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen
V (EG) nr. 1782/2003 Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor re gelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van verscheidene verordeningen
V (EG) nr. 1698/2005 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)
V (EG) nr. 73/2009 Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verscheidene verordeningen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003.
Andere
- AIDA Aides à l’investissement pour le développement de l’agriculture (Investeringssteun voor de ontwikkeling van de landbouw)
BTR Bedrijfstoeslagrechten
ELGF Europees Landbouwgarantiefonds FIA Fonds d’Investissement Agricole
(Landbouwinvesteringsfonds)
ISA Investissement dans le secteur agricole (Investering in de landbouwsector)
GLB Gemeenschappelijk landbouwbeleid
PDR Plan de développement rural (Plattelandsontwikkelingsprogramma)
POP Plattelandsontwikkelingsprogramma VLIF Vlaams Landbouwinvesteringsfonds
III. WETTELIJKE BEPALINGEN
W 23.12.2009
Afdeling 4. - Steun aan de landbouw Art. 137
- § 1. Voor de toepassing van de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet-inwoners, zijn kapitaalen interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, vrijgestelde inkomsten ten name van deze laatste.
§ 2. In geval van vervreemding van één van de in § 1, vermelde vaste activa, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de vrijstelling met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden en wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van dit belastbaar tijdperk.
Art. 138
- In afwijking van artikel 171, 4°, i, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector die tijdens de jaren 2008 tot 2010 worden betaald, belast tegen een aanslagvoet van 12,5 pct. behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 130 tot 168 van hetzelfde Wetboek op het geheel van de belastbare inkomsten.
Voor de vestiging van de belasting, worden de in het eerste lid bedoelde inkomsten op dezelfde manier behandeld als de in artikel 171, 4°, i, van hetzelfde Wetboek bedoelde inkomsten.
Art. 140
- § 1. Wanneer in 2008 en 2009 in artikel 137 [of in artikel 139] bedoelde kapitaalen interestsubsidies zijn betaald of toegekend of wanneer in 2008 in artikel 138 bedoelde zoogkoeienpremies en premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector zijn betaald, kan de belastingplichtige, voor zover de betaling of toekenning is gedaan tijdens een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan de aanslagjaren 2008 en 2009, de administratie verzoeken bij de vestiging van de aanslag voor het betrokken aanslagjaar rekening te houden met het specifieke belastingstelsel zoals het blijkt uit de genoemde artikelen. Daartoe voegt hij bij de aangifte een door de Koning vastgesteld formulier.
Dit formulier vormt vanaf de datum van indiening een integrerend deel van de aangifte van het desbetreffende aanslagjaar. De administratie houdt hiermee rekening bij de vestiging van de belasting overeenkomstig de artikelen 339 tot 342 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Wanneer de aangifte reeds is ingediend doch op grond van die aangifte nog geen aanslag werd gevestigd, houdt de administratie, van zodra ze het in het eerste lid bedoelde formulier heeft ontvangen, bij de vestiging van de aanslag rekening met de gegevens die de belastingplichtige door middel van dat formulier heeft verstrekt en met de in de artikelen 137 tot 139 vermelde aanslagstelsels.
§ 2. Ingeval de aanslag op grond van de aangegeven inkomsten en andere gegevens reeds is gevestigd alvorens het in paragraaf 1 bedoelde formulier werd ingediend, wordt die indiening beschouwd als een verzoek tot ambtshalve ontheffing op grond van artikel 376 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De artikelen 137 tot 139 vormen een in het genoemde artikel 376, paragraaf 1, bedoelde nieuwe feit.
Art. 141
- Artikel 137 is van toepassing op de kapitaalen interestsubsidies die in 2008, 2009 en 2010 worden betaald.
Artikel 138 is van toepassing op de premies die in 2008, 2009 en 2010 worden
betaald.
...
Artikel 140 is van toepassing voor de aanslagjaren 2008 en 2009.
IV. BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGEN
- De steunregeling voor de landbouw zoals vastgelegd in de art. 137 tot 141, W 23.12.2009 is van toepassing op elke landbouwer die een landbouwactiviteit in hoofd-of bijberoep uitoefent.
Onder landbouwactiviteit moet worden verstaan "land- of tuinbouwproducten produceren, fokken of telen (fruitteelt, groenteteelt, sierteelt), tot en met het oogsten, het melken, het fokken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden of de grond in goede landbouw- of milieuconditie houden".
Worden daarentegen niet beoogd door de W 23.12.2009, de activiteiten in de sector van de bosbouw.
V. BEOOGDE LANDBOUWSTEUN
- Voor een goed begrip van de materie wordt hieronder een bondig overzicht van de verschillende steunmaatregelen in de landbouw gegeven.
- Indeling van de steunmaatregelen
De Europese landbouwsteun kan volgens twee criteria worden ingedeeld: de aard van de steun en de pijler van het GLB waartoe de steun behoort.
- De steunmaatregelen volgens hun aard
a) Inkomenssteun
- Het begrip inkomenssteun in de landbouw moet worden begrepen in de zin dat de steun die is toegekend aan de landbouwexploitatie in de praktijk bestemd is om de inkomsten van de landbouwer te ondersteunen gedurende het jaar waarin de steun is toegekend.
De verschillende vormen van inkomenssteun waarvan de landbouwer onrechtstreeks of rechtstreeks kan genieten, kunnen worden ingedeeld in onrechtstreekse steun of rechtstreekse steun naargelang ze zijn ingevoerd door een systeem van marktondersteuning of door een systeem van inkomensondersteuning:
- de onrechtstreekse steun: hiermee worden de traditionele maatregelen inzake het marktondersteuningsbeleid (prijs, interventies, quota, restituties, enz.) beoogd;
-
- de rechtstreekse steun (of rechtstreekse betalingen): deze steun heeft geleidelijk de marktondersteunende maatregelen vervangen; deze steun die wordt toegekend ter ondersteuning van het inkomen van de landbouwexploitatie, kan, naargelang de steunmaat-regel al dan niet afhankelijk is van de productie, worden ingedeeld in twee groepen, met name:
* de rechtstreekse steun afhankelijk van de productie: in dit geval wordt de steun aan de landbouwer toegekend in functie van de geproduceerde hoeveelheden in zijn exploitatie - de zogenaamde "gekoppelde" steun aan de productie - ; het betreft inzonderheid de areaalsteun (per hectare) zoals bijvoorbeeld voor de granen, en de dierlijke steun (per stuk vee) zoals bijvoorbeeld de zoogkoeienpremie;
* de rechtstreekse steun onafhankelijk van de productie: onder deze steun vinden we voornamelijk steunmaatregelen die tot doel hebben ofwel een inkomensverlies te compenseren ofwel extra kosten te dekken (bijv. de milieumaatregelen in de landbouw, de Natura 2000-betalingen of nog, de compenserende vergoedingen in de probleemgebieden). Sinds de inwerkingtreding van de V (EG) nr. 1782/2003, vinden we onder de "steun onafhankelijk van de productie" eveneens de bedrijfstoeslagrechten (BTR). De vorenbedoelde steun wordt "ontkoppelde" steun genoemd.
b) Investeringssteun
- Hier wordt de investeringssteun (of -subsidie) beoogd die per definitie de financiering van de aankoop of het tot stand brengen van een actief tot doel heeft.
2. De steunmaatregelen volgens de pijler GLB waartoe ze behoren
a) Steun van de eerste pijler
- Naast de klassieke marktondersteuning, behoort een gedeelte van de rechtstreekse inkomenssteun eveneens tot de zogenaamde eerste pijler; in feite gaat het om het geheel van de rechtstreekse steun verbonden aan de productie en de BTR. Deze steunmaat- regelen worden integraal gefinancierd door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF).
b) Steun van de tweede pijler
- De zogenaamde steun van de tweede pijler heeft betrekking op de plattelands- ontwikkeling en wordt verleend op basis van criteria die onafhankelijk zijn van de productie. Via deze pijler biedt het GLB een geheel van maatregelen aan die vooral gericht zijn op de structuren van de landbouwproductie, het milieubehoud, het dierenwelzijn, de activiteiten en het kader van het plattelandsleven. Men vindt er vooral inkomenssteun (andere dan de rechtstreekse steun verbonden aan de productie), alsook verschillende steunmaatregelen inzake vestiging of investeringen van landbouwbedrijven, zoals de FIA-, AIDA-, ISA-steun in Wallonië en de VLIF-steun in Vlaanderen.
Deze steunmaatregelen worden onder de vorm van plattelandsontwikkelingspro gramma’s, gecofinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
De aandacht wordt erop gevestigd dat bepaalde steunmaatregelen in het kader van de plattelandsontwikkeling ook van toepassing zijn op actoren die niet worden beoogd door de W 23.12.2009 (zie nr. 8).
3. Tabel van de steunmaatregelen volgens de aard en volgens de pijler
- De steunmaatregelen in de landbouwsector worden hierna schematisch voorgesteld op basis van de twee voornoemde criteria (aard en pijler).
Aangezien de onrechtstreekse inkomenssteun (beleid inzake marktondersteuning) niet wordt beoogd door de W 23.12.2009, werd zij niet opgenomen in de onderstaande tabel.
Rechtstreekse inkomenssteun | Investeringssteun | ||
Gekoppelde steun | Ontkoppelde steun | ||
1ste pijler | Steun per hectare of per stuk vee (vb. de zoogkoeienpremie) | BTR | Zonder voorwerp |
2de pijler | Zonder voorwerp | Milieumaatregelen in de landbouw, Natura 2000, vergoedingen ter compensatie van natuurlijke handicaps, enz… | FIA, AIDA, ISA, VLIF |
- Door de W 23.12.2009 beoogde landbouwsteun
- Algemeen
- Worden beoogd door:
- art. 137, W 23.12.2009: de kapitaalen interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen;
- art. 138, W 23.12.2009: de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de BTR ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector die tijdens de jaren 2008 tot 2010 worden betaald.
2. Kapitaalen interestsubsidies
- De enige ondersteuningsmaatregelen in het kader van het GLB die in aanmerking komen voor het in art. 137, W 23.12.2009 voorziene gunststelsel zijn die welke beantwoorden aan het begrip investeringssteun.
De steun moet dus de vorm van een subsidie aannemen – een kapitaalsubsidie indien de financiering gebeurt via eigen middelen of een interestsubsidie indien de financiering gebeurt via geleende middelen – bestemd voor de financiering van het aanschaffen of het tot stand brengen van immateriële of materiële vaste activa.
- Zoals art. 2, § 1, 9°, WIB 92, verduidelijkt, hebben de uitdrukkingen immateriële en materiële vaste activa de betekenis die daaraan wordt toegekend door de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen (voor meer bijzonderheden, zie nrs. 2/50 tot 57, Com.IB 92).
- Aangezien de steun in het kader van de eerste pijler van het GLB inkomenssteun is, is de steun die in aanmerking komt voor de toepassing van art. 137, W 23.12.2009 slechts terug te vinden in de tweede pijler (plattelandsontwikkeling).
In het kader van deze tweede pijler wordt het beleid inzake plattelandsontwikkeling dat sinds 2000 door de Europese Unie werd ingesteld, hoofdzakelijk geregeld door twee verordeningen, met name de V (EG) nr. 1257/1999 en de V (EG) nr. 1698/2005, die de basisregels inzake de verschillende steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling vaststellen, respectievelijk voor de periodes 2000–2006 en 2007–2013.
Die verordeningen zijn vervolgens door elk Gewest omgezet in een Programma voor Plattelandsontwikkeling (2).
(2) Met name het "Plattelandsontwikkelingsprogramma" voor Vlaanderen (POP) en het "Plan de développement rural" voor Wallonië (PDR).
a) Beoogde steun
- Van de verschillende Europese steunmaatregelen die in België in het kader van elke POP of PDR zijn ingesteld, komen momenteel alleen de steun voor vestiging van landbouwers en de steun voor investeringen in landbouwbedrijven in aanmerking voor de toepassing van art. 137, W 23.12.2009. In Wallonië betreft het de FIA-steun (stelsel in werking getreden vóór 2007), de IADA-steun (stelsel in werking getreden op 1.1.2007) en de ISA- steun (stelsel in werking getreden op 15.1.2009) en in Vlaanderen, de VLIF-steun.
b) Niet beoogde steun
- De andere steunmaatregelen die zijn ingesteld in het kader van het POP of het PDR (bijvoorbeeld de milieumaatregelen in de landbouw, Natura 2000, vergoeding ter compensatie van natuurlijke handicaps) komen niet in aanmerking voor de toepassing van het in art. 137, W 23.12.2009 voorziene bijzondere stelsel.
3. Zoogkoeienpremie
- De zoogkoeienpremie is een rechtstreekse steun die oorspronkelijk werd ingesteld door de V (EG) nr. 1357/80.
Het recht op een zoogkoeienpremie wordt toegekend aan producenten die geen melk of melkproducten afkomstig uit hun exploitatie leveren.
Deze steunmaatregel is het enige premiestelsel in de vleessector dat thans nog (ten minste tot 2013) gekoppeld is aan de productie, zowel in Vlaanderen als in Wallonië (3).
(3) In Vlaanderen is ook de slachtpremie voor kalveren nog gekoppeld aan de productie.
4. Bedrijfstoeslagrechten (BTR)
- Het stelsel van de bedrijfstoeslag dat voor de Europese landbouwbedrijven werd uitgewerkt, is gebaseerd op een Europese verordening tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening en tot vaststelling van regelingen inzake specifieke steun, met name de V (EG) nr. 1782/2003 - verordening in zake rechtstreekse steun aan landbouwers vanaf 2005 – die vervolgens is vervangen door V (EG) nr. 73/2009.
- De door V (EG) nr. 1782/2003 ingestelde hervorming van het GLB heeft geleid tot het ontkoppelen van het grootste gedeelte van de rechtstreekse steun die voorheen aan de landbouwer werd verleend op basis van de landoppervlakte, het productieniveau of het aantal stuks vee, om ze te integreren in de bedrijfstoeslagregeling. De eigenlijke toekenning van die steun geschiedt nu dus via het uitbetalen van de BTR.
Bij de invoering van deze bedrijfstoeslagregeling, voorzag de V (EG) nr. 1782/2003 evenwel nog in de mogelijkheid voor de Lidstaten om af te wijken van die algemene regel door bepaalde betalingen, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk (4) uit die regeling te sluiten, m.a.w. door sommige van de steunmaatregelen van de dierlijke en plantaardige sector nog aan de productie gekoppeld te houden.
(4) Alle steunmaatregelen moeten evenwel ontkoppeld zijn in 2012, met een gehele of gedeeltelijke afwijking, naar keuze van de Gewesten, voor wat de zoogkoeienpremie be treft.
a) Steun begrepen in de BTR
- De BTR die in aanmerking komen voor de toepassing van art. 138, W 23.12.2009 zijn:
- de gewone toeslagrechten: de gewone BTR zijn voor elke exploitatie gebaseerd op de rechtstreekse dierlijke en plantaardige steun die in de referentieperiode 2000 tot 2002 werd ontvangen, met uitzondering van de steun ingevolge verplichte braaklegging;
- de braakleggingstoeslagrechten: de braakleggingstoeslagrechten hebben betrekking op de exploitaties die gedurende de referentieperiode onderworpen waren aan de braakleggingsverplichting; deze rechten worden verleend op basis van de steun die werd betaald naar aanleiding van de verplichte braaklegging tijdens de referentieperiode (5);
(5) Braakleggingstoeslagrechten bestaan vanaf 2009 niet meer als dusdanig. Ze werden omgezet in gewone BTR.
- de speciale toeslagrechten: de "speciale" toeslagrechten worden verleend aan bepaalde categorieën van landbouwers – veehouders – die dierenpremies hebben verkregen en die gedurende de referentieperiode niet of nagenoeg niet over landbouwgrond beschikten.
b) Steun niet begrepen in de BTR
- De volgende steunmaatregelen maken momenteel geen integrerend deel uit van de betalingen inzake BTR:
- de zoogkoeienpremie (6);
- de premie voor eiwithoudende gewassen;
- de premie voor energiegewassen (7);
- de premie voor het vermeerderen van speltzaad en lijnzaad (tot in 2009) (8);
- de areaalbetalingen voor noten (tot in 2009) (8);
- de slachtpremie voor kalveren (uitsluitend in Vlaanderen).
(6) De zoogkoeienpremie wordt evenwel uitdrukkelijk vermeld in art. 138, W 23.12.2009 en geniet dus van hetzelfde belastingstelsel als de BTR-betalingen.
(7) De premie voor energiegewassen is afgeschaft vanaf 2010.
(8) Deze steun is vanaf 2010 begrepen in de BTR.
5. Bijhorende extra steunbedragen
- In sommige gevallen krijgt een landbouwer tijdens een bepaald jaar extra steunbedragen in functie van de rechtstreekse steun (BTR, zoogkoeienpremie, premie voor eiwithoudende gewassen, …) die hij het jaar ervoor heeft gekregen.
In dergelijk geval worden die extra steunbedragen aangemerkt als een landbouwsteun zoals beoogd in art. 138, 1ste lid, W 23.12.2009 in de mate dat het bedrag zijn oorsprong vindt in de bedrijfstoeslagrechten (BTR) en/of de zoogkoeienpremie die aan de landbouwer tijdens het vorige jaar werden betaald.
- Betalingsperiode van de steun
- Algemeen
- Overeenkomstig de art. 137 en 138, W 23.12.2009, beoogt de fiscale gunstregeling inzake landbouwers - natuurlijke personen enkel de subsidies en premies die tijdens de jaren 2008 tot 2010 zijn betaald.
Indien de landbouwer een natuurlijk persoon is, is het jaar waarin de steun aan deze landbouwer is betaald bijgevolg bepalend voor de toepassing van de gunstmaatregel, ongeacht het jaar waarin de steun is betekend of de periode waarop de steun betrekking heeft.
2. Kapitaalen interestsubsidies
- Krachtens art. 141, 1ste lid, W 23.12.2009, zijn enkel de kapitaalen interestsubsidies beoogd die in 2008, 2009 en 2010 worden betaald.
- De aandacht wordt gevestigd op de volgende punten:
a) de tussenkomst onder de vorm van een interestsubsidie komt in aanmerking voor de in art. 137, § 1, W 23.12.2009 beoogde vrijstelling, ongeacht of ze rechtstreeks aan de landbouwer is gestort dan wel te zijnen gunste aan een kredietinstelling is overgemaakt;
b) komen eveneens in aanmerking, de interestsubsidies die zijn betaald in 2008, 2009 en 2010, waarvoor de beslissing tot toekenning reeds vóór 1.1.2008 is betekend;
c) wat de in art. 362, WIB 92, beoogde kapitaalsubsidies betreft die in 2008, 2009 of 2010 worden betaald, valt de periode waarin het in art. 137, W 23.12.2009 voorziene stelsel (vrijstelling) van toepassing kan zijn, samen met de periode zoals vastgelegd in het voormelde art. 362, WIB 92. Zo kan een kapitaalsubsidie die in 2009 aan een landbouwer werd betaald met het oog op het verwerven van een over 10 jaar afschrijfbaar materieel vast actiefbestanddeel, voor elk van de jaren 2009 tot 2018 genieten van het in art. 137, W 23.12.2009 beoogde stelsel, ten belope van, voor elk van die jaren, het bedrag voorzien in art. 362, WIB 92;
d) een kapitaalsubsidie die werd betaald vóór 1.1.2008 komt daarentegen niet in aanmerking voor de toepassing van art. 137, W 23.12.2009, zelfs niet indien een gedeelte van die subsidie belastbaar is voor de jaren 2008, 2009 en 2010.
3. BTR en zoogkoeienpremie
- Krachtens art. 141, 2de lid, W 23.12.2009, zijn enkel de BTR-premies en de zoogkoeienpremies betaald in 2008, 2009 en 2010 beoogd, ongeacht de campagne waarop deze premies betrekking hebben, en ongeacht of de betaling een voorschot dan wel een saldo betreft.
In alle gevallen is het jaar van betaling doorslaggevend om uit te maken of de premie voor de beoogde fiscale gunstmaatregel in aanmerking komt of niet.
- Specifieke steun aan de landbouw
- Naast de reeds hiervoor opgegeven voorwaarden, komen de kapitaalen interestsubsidies slechts (voor vrijstelling) in aanmerking, indien ze, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald (om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen) in het kader van de steun aan de landbouw.
Dit houdt in dat een steunmaatregel die niet kadert in de specifieke steun aan de landbouwsector, niet in aanmerking komt voor de hier besproken maatregel.
- Concreet betekent dit dat enkel de steunmaatregelen die kaderen binnen het beleid voor plattelandsontwikkeling (tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid) van de in art. 137, § 1, W 23.12.2009 bedoelde maatregel kunnen genieten.
A contrario en bij wijze van voorbeeld mag de premie voor de installatie van een fotovoltaïsch systeem, toegekend in het kader van de economische expansiewetgeving (economisch beleid), niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het in art. 137, W 23.12.2009 bedoelde belastingstelsel, zelfs niet indien dergelijke premie aan een landbouwer wordt betaald.
VI. BELASTINGSTELSEL
- Landbouwers belast overeenkomstig het gemeen recht
- Kapitaalen interestsubsidies
a) Vrijstelling
- De kapitaalen interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, zijn vrijgesteld in de PB en de BNI/NP.
Kapitaalsubsidies
- In principe worden de kapitaalsubsidies die van overheidswege worden verkregen om immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, gespreid belast overeenkomstig art. 362, WIB 92.
- Overeenkomstig art. 137, § 1, W 23.12.2009 worden de kapitaalsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, evenwel van belasting vrijgesteld.
- Er wordt aan herinnerd dat de eigenlijke periode van vrijstelling zich niet beperkt tot de jaren 2008 tot 2010, maar zich uitstrekt over de volledige in art. 362, WIB 92, omschreven periode (d.w.z. het geheel van de belastbare tijdperken tijdens dewelke afschrijvingen op de desbetreffende activa worden toegepast), voor zover de subsidies uiteraard in de loop van één van de jaren 2008 tot 2010 zijn betaald.
Interestsubsidies
- Art. 137, § 1, W 23.12.2009 stelt, onder dezelfde voorwaarden als voor de hierboven bedoelde kapitaalsubsidies, eveneens de interestsubsidies vrij die gedurende de jaren 2008 tot 2010 zijn betaald.
- Door deze vrijstelling worden de landbouwers dus niet meer belast op het bedrag van die interestsubsidies. Ze moeten die subsidies dus niet toevoegen aan de belastbare winst en mogen het totale bedrag van de financiële lasten van het jaar als beroepskosten aftrekken, met inbegrip van het gesubsidieerd gedeelte.
b) Terugname van de vrijstelling
Algemeen
- Indien het vast actief waarvoor de kapitaal- of interestsubsidie is verleend vrijwillig wordt vervreemd binnen de drie jaren na het aanschaffen of het tot stand brengen ervan, wordt de vrijstelling met betrekking tot dat actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden.
- Bovendien moet het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst, d.w.z. de winst die overeenkomstig art. 137, § 1, W 23.12.2009 voor het vorige aanslagjaar of voor de vorige aanslagjaren werd vrijgesteld, worden aangemerkt als winst van het belastbaar tijdperk waarin het goed is vervreemd.
Termijn van drie jaar
- De termijn van drie jaar binnen dewelke het gesubsidieerde vast actief in de landbouwonderneming moet blijven wordt gerekend van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste; deze termijn vangt aan op de datum waarop het beoogde vast actief is aangeschaft of tot stand gebracht.
De vrijstelling zal definitief verworven zijn van zodra het gesubsidieerde vast actief gedurende ten minste 3 jaar in de onderneming zal zijn behouden.
Vrijwillige vervreemding
- Onder vervreemding (van een actiefbestanddeel) wordt elke handeling van eigendomsoverdracht verstaan (verkoop, ruil, inbreng, enz.).
Enkel de vrijwillige vervreemding wordt beoogd, dus met uitsluiting van de gedwongen vervreemdingen als gevolg van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
Voor de definitie van deze begrippen wordt verwezen naar de nrs. 47/6 en volgende, Com.IB 92.
Wordt evenmin beoogd, de eenvoudige buitengebruikstelling van een actiefbestanddeel.
Gevolgen van de vervreemding
- In geval van vrijwillige vervreemding van het gesubsidieerde actiefbestanddeel binnen de 3 jaar na het aanschaffen of het tot stand brengen ervan:
- wordt de vrijstelling niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden;
- wordt het voorheen vrijgesteld bedrag als winst van hetzelfde belastbaar tijdperk aangemerkt, hetzij als gewone winst, bij toepassing van art. 24, eerste lid, 1°, WIB 92, hetzij als vroeger verworven winst bij toepassing van art. 28, eerste lid, 2°, WIB 92, naargelang de vervreemding al dan niet heeft plaatsgevonden tijdens de beroepswerkzaamheid.
- In geen geval komt de terugname van de vrijstelling in aanmerking voor de in art. 138, W 23.12.2009 bedoelde afzonderlijke belasting tegen een aanslagvoet van 12,5%, noch van die waarvan sprake in art. 171, 4°, i, WIB 92 (aanslagvoet van 16,5%).
2. Premies afzonderlijk belastbaar tegen 12,5%
- In afwijking van art. 171, 4°, i, WIB 92, zijn de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de BTR ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector die tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid of na de stopzetting van de beroepswerkzaamheid in de jaren 2008 tot 2010 aan de landbouwers worden betaald, afzonderlijk belastbaar tegen een aanslagvoet van 12,5%, tenzij de volledige globalisatie voordeliger is.
- Voor de vestiging van de belasting worden die premies op dezelfde manier behandeld als de afzonderlijk belastbare inkomsten (zie nrs. 171/1 tot 171/5, Com.IB 92).
- De andere premies die door de Europese Gemeenschappen zijn ingesteld als steunregeling voor de landbouwsector (andere dan de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de BTR die tijdens de jaren 2008 tot 2010 worden betaald) blijven, ongeacht het jaar van de betaling, overeenkomstig art. 171, 4°, i, WIB 92, in principe afzonderlijk belastbaar tegen de aanslagvoet van 16,5%.
- Landbouwers belast volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag
- In geval van forfaitaire taxatie zijn de hiervoor uiteengezette regels, met betrekking tot de landbouwers die volgens het gemeen recht worden belast, integraal van toepassing, behoudens eventuele bijzondere bepalingen opgenomen in de forfaitaire reglementering in kwestie.
Voor het aanslagjaar 2009 (inkomsten van 2008), wordt de aandacht in het bijzonder gevestigd op de onderrichtingen opgenomen in nr. 6 van de circulaire van 2.2.2010, AOIF nr. 14/2010, Ci.P11.Cult./602.965, alsook op het voorbeeld van winstberekening dat aan die circulaire is toegevoegd.
VII. FORMULIEREN TOT RECHTZETTING VAN DE AANGIFTE VAN HET AANSLAGJAAR 2009
- De door de W 23.12.2009 aangebrachte wijzigingen aan het belastingstelsel van bepaalde premies en subsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010 aan landbouwers zijn betaald, hebben voor het aanslagjaar 2009 de opmaak vereist van formulieren tot rechtzetting van de aangifte in de personenbelasting en in de belasting van niet-inwoners.
Deze formulieren werden gepubliceerd in het KB van 10.1.2010 tot vastlegging van het model van het formulier tot rechtzetting, waardoor de betrokken landbouwer (inwoner of niet-inwoner) zijn aangifte van het aanslagjaar 2009 kon regulariseren (BS 15.1.2010, Ed. 1 en BS 25.1.2010, Ed. 2).
Bovendien werd in het BS van 15.1.2010, Ed. 1, een bericht gepubliceerd waarin de toelichting bij het formulier tot rechtzetting van de aangifte van het aanslagjaar 2009 is opgenomen.
- De formulieren en de bijhorende toelichtingen kunnen eveneens geraadpleegd worden op de volgende adressen:
PB:
http://www.fiscus.fgov.be/interfaoifnl/Publicaties/formulieren/PDF2010/Formulier_PB_18- 01-10.pdf
BNI/nat.pers.: http://www.fiscus.fgov.be/interfaoifnl/Publicaties/formulieren/PDF2010/Formulier_BNI- nat_pers.pdf
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:
J. VANHOUTTE
Directeur
Addendum dd 02.07.2012 aan de circulaire nr. Ci.RH.332/603.299 (AOIF nr. 69/2010) van 29.11.2010
Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen
Personenbelasting
Landbouwer
Belastingstelsel
Kapitaalsubsidie Interestsubsidie
Premie aan landbouwers
Aangifte
Commentaar op de art. 2 en 3, W 7.11.2011 tot wijziging van de programmawet 23.12.2009, wat de steun aan de landbouw betreft. - Verlenging van de fiscale steunmaatregelen voor de landbouwsector met 2 jaar.
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de art. 2, 3 en 5, pro parte, W 7.11.2011 tot wijziging van de programmawet van 23.12.2009, wat de steun aan de landbouw betreft (BS 16.11.2011). Die bepalingen strekken ertoe de in de art. 137 en 138 van de Programmawet van 23.12.2009 (BS 30.12.2009, Ed. 1) bepaalde en in de circ. Ci.RH.332/603.299 (AOIF 69/2010) van 29.11.2010 besproken (tijdelijke) fiscale steunmaatregelen voor de land- bouwsector met 2 jaar te verlengen.
II. AFKORTINGEN
2. | BTR | Bedrijfstoeslagrechten |
W 23.12.2009 | Programmawet van 23.12.2009 | |
W 7.11.2011 | Wet van 7.11.2011 tot wijziging van de programmawet van 23.12.2009, wat de steun aan de landbouw betreft |
- WETTELIJKE BEPALINGEN
W 7.11.2011
Art. 2
- In artikel 137, § 1, van de programmawet van 23 december 2009 worden de woorden "tijdens de jaren 2008 tot 2010" vervangen door de woorden "tijdens de jaren 2008 tot 2012".
Art. 3
In artikel 138, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "tijdens de jaren 2008 tot 2010" vervangen door de woorden "tijdens de jaren 2008 tot 2012".
Art. 5
Artikel 141 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 141. Artikel 137 is van toepassing op de kapitaalen interestsubsidies die in 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012 worden betaald.
Artikel 138 is van toepassing op de premies die in 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012 worden betaald.
… .".
Gecoördineerde teksten
Art. 137, W 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 2, W 7.11.2011
- § 1. Voor de toepassing van de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde belastingplichtigen, van de belasting van niet inwoners, zijn kapitaalen interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot2012, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers worden betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen, vrijgestelde inkomsten ten name van deze laatste.
§ 2. In geval van vervreemding van één van de in § 1, vermelde vaste activa, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt de vrijstelling met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden en wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van dit belastbaar tijdperk.
Art. 138, W 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 3, W 7.11.2011
In afwijking van artikel 171, 4°, i, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de bedrijfstoeslagrechten ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector die tijdens de jaren 2008tot2012worden betaald, belast tegen een aanslagvoet van 12,5 pct. behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 130 tot 168 van hetzelfde Wetboek op het geheel van de belastbare inkomsten.
Voor de vestiging van de belasting, worden de in het eerste lid bedoelde inkomsten op dezelfde manier behandeld als de in artikel 171, 4°, i, van hetzelfde Wetboek bedoelde inkomsten.
Art. 141, W 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 5, W 7.11.2011
Artikel 137 is van toepassing op de kapitaalen interestsubsidies die in 2008,2009,2010,2011en2012worden betaald.
Artikel 138 is van toepassing op de premies die in 2008,2009,2010,2011en
2012worden betaald.
… .
IV. COMMENTAAR
- Wat de PB en de BNI/nat.pers. betreft, heeft de W 23.12.2009 voorzien in:
- de vrijstelling van de kapitaalen interestsubsidies die tijdens de jaren 2008 tot 2010, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatsteun, door de bevoegde gewestelijke instellingen aan landbouwers zijn betaald in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen;
- de afzonderlijke belastbaarheid tegen een aanslagvoet van 12,5% (in plaats van de aanslagvoet van 16,5%) van de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de BTR ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector, die tijdens de jaren 2008 tot 2010 zijn betaald, tenzij het stelsel van de volledige globalisatie voordeliger is.
- Ten gevolge van de problemen in de landbouwsector, heeft de wetgever beslist om die maatregelen met twee jaar te verlengen.
Daaruit volgt dat:
- de vrijstelling van de kapitaalen interestsubsidies voortaan geldt voor de in nr. 5, eerste gedachtestreepje bedoelde subsidies betaald tijdens de jaren 2008 tot 2012 (art. 137, W 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 2, W 7.11.2011);
- de afzonderlijke belastbaarheid tegen de aanslagvoet van 12,5% (tenzij het stelsel van de volledige globalisatie voordeliger is) van de zoogkoeienpremies en de premies in het kader van de BTR ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector, geldt voor de premies betaald tijdens de jaren 2008 tot 2012 (art. 138, W 23.12.2009, zoals gewijzigd door art. 3, W 7.11.2011).
- Met uitzondering van deze aanpassingen, blijven de richtlijnen in de nrs. 8 tot 48 van de circulaire Ci.RH.332/603.299 (AOIF 69/2010) van 29.11.2010 van toepassing.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit,
S. QUINTENS
Auditeur-generaal van financiën
