Aanschrijving nr. 6 dd. 10.03.1981

AANSCHRIJVING 81/006

Aanschrijving nr. 6 dd. 10.03.1981


Teruggaaf BTW
In een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige


Onderwerp van de aanschrijving.

1. Sinds de inwerkingtreding, op 1 januari 1971, van het BTW-stelsel in België, kunnen belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd noch er een vaste inrichting hebben, niettemin de BTW geheven van de aan hen geleverde goederen en verstrekte diensten en de door hen bij invoer voldane BTW als voorbelasting recupereren.

2. De recuperatie van de BTW geschiedt door aftrek in de periodieke aangiften die ingediend worden door een aansprakelijke vertegenwoordiger, die de buitenlandse belastingplichtige normaal in België moet laten erkennen wanneer hij er leveringen van goederen of diensten verricht die aan de BTW zijn onderworpen of door teruggaaf in geval van ontslag van de verplichting tot erkenning én er van dit ontslag gebruik gemaakt wordt (z. aanschr. 30/1975).

3. In beide gevallen is vereist dat het gaat om voorbelasting betreffende goederen en diensten die de betrokkene gebruikt voor zijn werkzaamheid als belastingplichtige. Verder gelden ten aanzien van buitenlanders dezelfde beperkingen of uitsluitingen van het recht op aftrek als ten aanzien van in België gevestigde belastingplichtigen.

4. Deze aanschrijving heeft tot doel een nieuwe regeling te omschrijven die wordt gevolgd bij teruggaaf van BTW aan sommige in een andere EEG-Lid-Staat gevestigde belastingplichtigen (Deze nieuwe regeling werd getroffen in uitvoering van de achtste BTW-Richtlijn van 6 december 1979 (79/1072/EEG), gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 331 van 27 december 1979 en in de Belgische BTW- Revue nr. 44).

5. In een eerste hoofdstuk wordt omschreven op welke belastingplichtigen onderhavige aanschrijving van toepassing is. Vervolgens wordt nagegaan voor welke handelingen op de hier omschreven wijze teruggaaf kan worden gevraagd en welke BTW aftrekbaar is (hoofdstuk II).

Na de bespreking van de teruggaafprocedure (hoofdstuk III), worden in een vierde hoofdstuk enkele gevallen opgesomd waarin de aanschrijving niet van toepassing is.

Tenslotte wordt in hoofdstuk V melding gemaakt van gebeurlijke sancties, van de datum van inwerkingtreding van deze regeling, alsmede van de bijlagen die bij deze aanschrijving zijn gevoegd.

HOOFDSTUK I. - BEDOELDE BELASTINGPLICHTIGEN.



6.Deze aanschrijving is van toepassing op eenieder die :
1° belastingplichtige is overeenkomstig de bepalingen van het BTW-Wetboek;



in een andere EEG-Lid-Staat is gevestigd;
3° in de periode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft (z. nr. 19) in België noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft gehad van waaruit de handelingen worden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, alhier zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft gehad;

4° in de bovengenoemde periode geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats in België is gelegen, met uitzondering van de hierna bedoelde diensten.

7. De onder nr. 6, 4°, bedoelde diensten zijn het vervoer en de daarmee samenhangende diensten die :

1° betrekking hebben op goederen, herkomstig uit het buitenland, wanneer de waarde van dat vervoer en die diensten overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek bij invoer is opgenomen in de maatstaf van heffing;



rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen;
3° betrekking hebben op goederen die vallen onder een regeling zoals bepaald bij de artikelen 39, § 2, en 40, § 1, 1° en 3°, van het BTW-Wetboek.

Onder "met het vervoer samenhangende diensten" wordt verstaan :

1° het laden, lossen, overslaan, behandelen, stouwen, verstouwen, wegen, meten, peilen, nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;



het opbergen en bewaren van goederen;
3° de verhuur van middelen tot vervoer, verpakking en beveiliging van goederen;

4° de diensten die tot voorwerp hebben het verrichten van douaneformaliteiten bij invoer, uitvoer of doorvoer;

5° de diensten die zijn vrijgesteld krachtens artikel 41, § 2, van het BTW-Wetboek, wanneer de aldaar bedoelde personen tussenkomst verlenen bij het hierboven vermeld vervoer en de onder 1° tot 4° en 6° vermelde diensten;



A) het slepen, het loodsen, het meren en de reddingsverrichtingen :
a)van zeeschepen bestemd voor goederenvervoer tegen betaling, voor de visserij of meer algemeen voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit andere dan het vervoer van personen;
b)de reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee;
B) het slepen, het loodsen en de reddingsverrichtingen van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationaal vervoer van personen en van goederen tegen betaling.

HOOFDSTUK II.
HANDELINGEN WAARVOOR RECHT OP TERUGGAAF KAN WORDEN GEVRAAGD.
AFTREKBARE BTW.

8. Elke in het eerste hoofdstuk bedoelde belastingplichtige heeft in de onder de nummers 9 tot 16 en 18 tot 22 gestelde voorwaarden recht op teruggaaf van BTW welke geheven is ter zake van de hem door andere belastingplichtigen in het binnenland geleverde roerende goederen of verstrekte diensten, dan wel ter zake van de invoer van goederen.

9. De teruggaaf wordt toegestaan in de mate dat bij toepassing van de artikelen 45, 46, 48 en 49 van het BTW-Wetboek recht op aftrek ontstaat.

Bij toepassing van artikel 45 van het BTW-Wetboek is niet aftrekbaar : de BTW geheven van :



leveringen van tabaksfabrikaten;
2° leveringen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienstverrichting;

3° kosten van logies en kosten van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :

  • voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;
  • door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;


kosten van onthaal.
Het reisbureau dat niet rechtstreeks met eigen middelen aan de reizigers vervoer, logies, ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en vermaak verschaft, kan de BTW die geheven is van deze diensten, en die aan het reisbureau in eigen naam in rekening worden gebracht, of van de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van deze diensten, niet in aftrek brengen.

Ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval meer bedragen dan 50 pct. van de BTW die over die handelingen geheven is.

HOOFDSTUK III. - TERUGGAAFPROCEDURE.

Afdeling I. - Te vervullen formaliteiten.

10. De te vervullen formaliteiten verschillen naargelang de belastingplichtige ofwel in België geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvoor de plaats van levering of de plaats van de dienst hier te lande is gelegen, ofwel uitsluitend vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten als bedoeld in nr. 7.

De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf geen goederen geleverd of diensten verricht waarvoor de plaats van levering of plaats van dienst in België is gelegen.

11. De aanvraag om teruggaaf moet in drievoud worden ingediend bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be). Ze wordt gesteld op een formulier van het in bijlage A opgenomen model.

12. De van de leveranciers of dienstverrichters ontvangen originele facturen en/of de invoerdocumenten moeten bij de aanvraag worden gevoegd.

13. De aanvrager moet een verklaring voorleggen die wordt afgeleverd door de overheid van de EEG-Lid-Staat waar hij is gevestigd en waaruit blijkt dat hij de hoedanigheid van belastingplichtige bezit in de zin van de zesde BTW-Richtlijn (77/388/EEG (Z. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 145, van 13 juni 1977, en de Belgische BTW-Revue nr. 30)) (z. bijlage B). Wanneer het hierboven bedoeld kantoor reeds over een dergelijke verklaring beschikt is de belastingplichtige, gedurende een jaar te rekenen vanaf de datum van de eerste verklaring, ontheven van de verplichting een nieuwe verklaring te verstrekken.

14. In bepaalde gevallen kunnen bijkomende inlichtingen, nodig voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek om teruggaaf, worden gevraagd.

15. De aanvrager moet op het teruggaafformulier zich er toe verplichten alle ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen.

16. De aanvrager moet schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats, bij toepassing van enerzijds de artikelen 15 en 16 en anderzijds artikel 21 van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België te zijn gelegen.

17. De in nr. 11 bedoelde dienst plaatst zijn visum op elke factuur en elk invoerdocument. Deze stukken worden teruggezonden naar de belastingplichtige.

De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf de onder nr. 7 bedoelde vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten verricht.

18. De in de nrs. 11 tot 15 opgelegde verplichtingen alsmede de in nr. 17 beschreven formaliteiten zijn toepasselijk.

Bovendien moet de aanvrager schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft in België uitsluitend diensten als bedoeld in nummer 7 heeft verricht.

Afdeling II.
Periode waarop de aanvraag om teruggaaf betrekking heeft.

Uiterste datum van indiening. Minimum bedrag.

19. Het verzoek om teruggaaf moet betrekking hebben op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden binnen een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar.

Het verzoek kan evenwel betrekking hebben op een periode van minder dan drie maanden, wanneer deze periode het resterende gedeelte van een kalenderjaar vormt.

De verzoeken kunnen ook facturen of invoerdocumenten betreffen waarvoor eerder geen aanvraag om teruggaaf werd ingediend en die betrekking hebben op handelingen die tijdens het bedoelde kalenderjaar werden verricht.

20. De aanvraag moet uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden, worden ingediend.

21. Het verzoek om teruggaaf moet slaan op een minimumbedrag van 200 Europese rekeneenheden (Tegenwaarde in Belgische franken : zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving), wanneer het een verzoek betreft dat betrekking heeft op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden in een periode van ten minste drie maanden en minder dan een kalenderjaar.

Gaat het om een verzoek dat betrekking heeft op aankopen van goederen en diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden over een periode die het resterende gedeelte van een jaar vormt, of over een periode van een volledig kalenderjaar, dan moet het verzoek om teruggaaf op minimum 25 Europese rekeneenheden (Tegenwaarde in Belgische franken : zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving) slaan.

22. Wanneer het bedrag dat wordt teruggevraagd overeenkomstig nummer 21, tweede lid, geen 25 Europese rekeneenheden (Tegenwaarde in Belgische franken : zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving) bereikt, wordt er geen teruggaaf toegestaan. In geen geval mag het tegoed, waarvoor geen teruggaaf is toegestaan, worden overgedragen naar een volgend kalenderjaar en gevoegd bij de eventuele tegoeden van dit kalenderjaar.

Afdeling III. - Beslissing over de aanvraag om teruggaaf.

23. De beslissing over het verzoek om teruggaaf wordt medegedeeld binnen de zes maanden nadat het desbetreffend verzoek, vergezeld van alle documenten die volgens deze aanschrijving voor het onderzoek ervan nodig zijn, bij het onder nr. 11 bedoeld kantoor zijn ingediend.

24. De terugbetalingen geschieden binnen de zes maanden na de aanvraag :

a) door overschrijving op een in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de schuldeiser of van zijn lasthebber;



b)door overmaking aan :
  • een in België gevestigde bank;
  • een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1e, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime van titels en effecten;
  • een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3e, van datzelfde besluit;
  • een kredietvereniging aangenomen door de Nationale Kas voor Beroepskrediet;
  • een kredietkas aangenomen door het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet;
c) wanneer hij geen houder is van een postrekening in België of in het buitenland, noch van een rekening bij een van de onder b) hierboven vermelde financiële instellingen, door middel van een postassignatie.

25. Indien de terugbetaling niet in België plaatsvindt zijn de kosten van overmaking ten laste van de aanvrager.

26. Indien de betaling aan een lasthebber moet geschieden moet bij de aanvraag om teruggaaf een volmacht worden gevoegd.

Wordt de volmacht gegeven bij openbare akte, opgesteld in een Staat die gebonden is door de "Convention de la Haye" van 5 oktober 1961, dan moet ze vergezeld gaan van de apostille voorzien voor dit Verdrag. Voor de in België opgestelde onderhandse akten moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de bevoegde ambtenaar van het gemeentebestuur of door een Belgische notaris.

In de andere gevallen moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de Belgische diplomatieke of consulaire agent en door het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken. De volmachten, gesteld in een andere taal dan het Nederlands, het Frans of Duits, moeten vergezeld gaan van een voor echt verklaarde vertaling.

27. Indien de teruggaaf niet wordt toegestaan, wordt de afwijzende beslissing met redenen omkleed.

28. De rechthebbende op teruggaaf kan echter de bij artikel 90 van het BTW-Wetboek bepaalde vordering tot teruggaaf instellen binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen. Die vordering wordt ingesteld, bij exploot met dagvaarding, betekend aan de Belgische Staat, aan het hoofd van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be ) (koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, artikel 14).

HOOFDSTUK IV. - GEVALLEN WAARIN DEZE AANSCHRIJVING NIET VAN TOEPASSING IS.

29. De bepalingen van deze aanschrijving zijn inzonderheid in volgende gevallen niet van toepassing :

a) wanneer de belastingplichtige buiten de EEG is gevestigd (z. nr. 6, 2°);

b) wanneer de belastingplichtige in België handelingen verricht andere dan die bedoeld in nr. 7;

c) wanneer de aanvraag om teruggaaf wordt ingediend na het verstrijken van de termijn van zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden (z. nr. 20);

d) wanneer de belastingplichtige teruggaaf vraagt van BTW welke geheven is van andere in het BTW-Wetboek bedoelde goederen dan roerende goederen (z. nr. 8);

e) wanneer de belastingplichtige hier te lande goederen heeft gekocht die hij heeft uitgevoerd en voor dewelke hij, om een of andere reden, van de vrijstelling voorzien door artikel 39, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek niet kan genieten.

30. In deze gevallen wordt de ingediende aanvraag om teruggaaf behandeld overeenkomstig de procedure voorzien in de aanschrijving nr. 30/1975.

HOOFDSTUK V.- DIVERSE BEPALINGEN.

31. Ingeval de teruggaaf op bedrieglijke of onregelmatige wijze werd verkregen zal het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen onmiddellijk de ten onrechte ontvangen bedragen en de bij de wet bepaalde boeten invorderen.

Ingeval van een bedrieglijk verzoek waarbij een boete is opgelegd maar niet is betaald, kan elke latere teruggaaf aan de belastingplichtige worden opgeschort totdat de boete is betaald.

32. De bepalingen van deze aanschrijving treden in werking op 1 januari 1981. Ze hebben betrekking op verzoeken om teruggaaf van BTW geheven op aankopen van goederen of op dienstverrichtingen die vanaf deze datum zijn gefactureerd en op de invoeren die vanaf deze datum hebben plaatsgevonden.

33. Lijst van de bijlagen. Bijlage Omschrijving A/1 Verzoek van een niet in het land gevestigde belastingplichtige om teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde. A/2 Toelichting bij het verzoek om teruggaaf (bijlage A/1). B Verklaring omtrent de hoedanigheid van belastingplichtige. c De artikelen 15, 16, 21 en 39 tot en met 42 van het BTW-Wetboek.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
A. LACROIX
BIJLAGE A/2 KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN FINANCIEN Administratie van de BTW, registratie en domeinen ------- Toelichting bij het verzoek om teruggaaf van BTW door een in een andere EEG-Lid-Staat gevestigde belastingplichtige ------- 1. Het verzoek om teruggaaf moet in drievoud worden ingediend bij het (De in de andere EEG-Lid-Staten bevoegde kantoren zijn vermeld in het addendum bij deze bijlage) : CENTRAAL BTW-KANTOOR VOOR BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN
Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be)

2. Het verzoek wordt gesteld op een formulier dat gedrukt is in één van de officiële talen van de Europese Gemeenschappen, maar het wordt, in drukletters, ingevuld in het Nederlands of in het Frans. Het moet uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, bij de onder 1 aangeduide dienst worden ingediend.



3.De formulieren kunnen bekomen worden :
a)bij de bevoegde overheid in het land van de verzoeker;
b)bij het hierboven vermeld kantoor.
4. Het verzoek moet betrekking hebben op aankopen van goederen en diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden binnen een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het verzoek kan evenwel betrekking hebben op een periode van minder dan drie maanden, wanneer deze periode het resterende gedeelte van een kalenderjaar vormt. De verzoeken kunnen ook facturen of invoerdocumenten betreffen waarvoor eerder geen verzoek werd ingediend en die betrekking hebben op handelingen welke tijdens het bedoelde kalenderjaar werden verricht.

5. Het Belgisch belastingnummer dat werd toegekend door het hierboven vermeld kantoor moet, indien de aanvrager dat kent, op het formulier worden vermeld.

6. De aanvrager moet in vak 9, ander a) van het formulier de aard vermelden van de activiteiten waarvoor de leveringen of de diensten verricht zijn (bijvoorbeeld, deelneming aan de internationale tentoonstelling van ......... te ......... van ......... tot en met ........., stand nr. ........., of : internationaal goederenvervoer van ......... naar ......... op .........).

7. Ingeval de ruimte in de vakken 9, a) en 10 onvoldoende is, moet de aanvrager een blad toevoegen. Dit blad bevat bovenaan het Belgische belastingnummer en wordt gehecht aan het aanvraagformulier.

8. Bij het verzoek moet een verklaring worden gevoegd die is afgegeven door de overheid van de Lid-Staat waar de aanvrager is gevestigd en waaruit blijkt dat de aanvrager belastingplichtige is overeenkomstig de bepalingen van de zesde BTW-Richtlijn (77/388/EEG) (Z. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 145, van 13 juni 1977, en de Belgische BTW-Revue nr. 30.). Indien evenwel de hiervoren bedoelde dienst reeds over een dergelijke verklaring beschikt, behoeft de aanvrager gedurende een jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte van de eerste verklaring, geen nieuwe verklaring te verstrekken.

9. Het verzoek moet vergezeld gaan van de originelen van de facturen of van de invoerdocumenten, waarin de bedragen van de belasting over de toegevoegde waarde zijn vermeld welke ten laste van de aanvrager zijn gekomen.

10. Opdat de facturen voor teruggaaf in aanmerking zouden komen moeten ze opgesteld zijn overeenkomstig de voorschriften van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Zij moeten meer bepaald bevatten :

  • de datum waarop ze werden uitgereikt;
  • het volgnummer van inschrijving in het uitgaand factuurboek;
  • de naam en het adres van de leverancier van het goed of van de dienstverrichter, en van de klant;
  • het BTW-registratienummer, het inschrijvingsnummer in het handels- en ambachtsregister van de leverancier;
  • de datum van levering van het goed of voltooiing van de dienst;
  • de gewone benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten, met aanduiding, naargelang het geval, van de hoeveelheid van de goederen of van het voorwerp van de dienst, en, meer algemeen, van alle gegevens die nodig zijn om de aard van de verrichte handeling te kunnen vaststellen, alsmede het tarief van de verschuldigde belasting;
  • de prijs en de andere elementen van de maatstaf van heffing;
  • het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting.
11. Verscheidene facturen of invoerdocumenten mogen gegroepeerd worden in een zelfde verzoek dat in elk geval moet slaan op een minimumbedrag aan belasting over de toegevoegde waarde dat niet lager is dan 200 Europese rekeneenheden indien de periode waarop het betrekking heeft korter is dan een kalenderjaar, maar ten minste drie maanden beloopt, of 25 Europese rekeneenheden indien de periode waarop het verzoek betrekking heeft een kalenderjaar is of het resterende gedeelte van een kalenderjaar (De tegenwaarde van deze bedragen voor elk van de betreffende EEG-Lid-Staten is opgenomen in het addendum bij deze bijlage).

12. De terugbetalingen geschieden binnen de 6 maanden na de aanvraag :

a) door overschrijving op een in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de schuldeiser of van zijn lasthebber;



b)door overmaking van :
  • een in België gevestigde financiële instelling;
  • een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1e, van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime van titels en effecten;
  • een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3e, van datzelfde besluit;
  • een kredietvereniging aangenomen door de Nationale Kas voor Beroepskrediet;
  • een kredietkas aangenomen door het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet;
c) wanneer hij geen houder is van een postrekening in België of in het buitenland, noch van een rekening bij een van de onder b) hierboven vermelde financiële instellingen, door middel van een postassignatie. De inningskosten van die assignatie zijn ten laste van de rechthebbende op teruggaaf.

Indien de terugbetaling niet in België plaatsvindt zijn de kosten van overmaking ten laste van de aanvrager.

Indien de betaling aan een lasthebber moet geschieden moet bij de aanvraag om teruggaaf een volmacht worden gevoegd.

Wordt de volmacht gegeven bij openbare akte, opgesteld in een Staat die gebonden is door de "Convention de la Haye" van 5 oktober 1961, dan moet ze vergezeld gaan van de apostille voorzien door dit Verdrag. Voor de in België opgestelde onderhandse akten moeten de handtekeningen worden echt verklaard door een gemeentebestuur of door een Belgische notaris.

In de andere gevallen moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de Belgische diplomatieke of consulaire agent en door het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken. De volmachten, gesteld in een andere taal dan het Nederlands, het Frans of het Duits, moeten vergezeld gaan van een voor echt verklaarde vertaling.

Indien de teruggaaf niet wordt toegestaan, is de afwijzende beslissing met redenen omkleed.

13. Elke op onregelmatige wijze verkregen teruggaaf geeft aanleiding tot de toepassing van de boeten of sancties voorzien door de Belgische Wetgeving.

14. De teruggaaf wordt toegestaan in de mate dat bij toepassing van de artikelen 45, 46, 48 en 49 van het BTW-Wetboek recht op aftrek ontstaat.

Bij toepassing van artikel 45 van het BTW-Wetboek is niet aftrekbaar : de BTW geheven van :



leveringen van tabaksfabrikaten;
2° leveringen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienstverrichting;

3° de kosten van logies en kosten van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :

  • voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;
  • door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;


kosten van onthaal.
15. Het reisbureau dat niet rechtstreeks met eigen middelen aan de reizigers vervoer, logies, ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en vermaak verschaft, kan de BTW die geheven is van deze diensten, en die aan het reisbureau in eigen naam in rekening worden gebracht, of van de vergoeding van een andere reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van deze diensten, niet in aftrek brengen.

16. Ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval meer bedragen dan 50 pct. van de BTW die over die handelingen geheven is.

ADDENDUM BIJ BIJLAGE A/2 Land Kantoor waar het verzoek om Minimumbedrag waarop het teruggaaf moet worden verzoek om teruggaaf moet ingediend slaan. Het verzoek dat|Het verzoek betrekking |dat betrekking heeft op een |heeft op het periode van |resterende tenminste 3 |gedeelte van maanden en |een jaar of minder dan een |het volledig kalenderjaar |kalenderjaar ------------------------------------------------------------------------- België Centraal BTW-kantoor voor 200,00 EUR 1.100 BEF buitenlandse (9.000 BEF)(*) belastingplichtigen Bischoffsheimlaan 38-38A 1000 Brussel Tel. : + 32-2.218.29.05 Fax : + 32-2.219.27.91 Denemarken Told og Skatteregion Sonderborg 1.500 DKK 200 DKK Hilmar Finsens Gade 18 DK - 6400 SONDERBORG Tel. : + 45/74.12.73.00 Lok 540 Fax : + 45/74.67.51.65 Duitsland Bundesamt für Finanzen 400 DEM 50 DEM 53221 BONN Tel. : + 49-228.406.0 Fax : + 49-228.406.661 + 49-228.406.665 Finland Uudenmaan lääninverovirasto 1.200 FIN 150 FIN Maksuvalvontayksikkö Ratapihantie 11 PL 88 00521 HELSINKI Tel. : + 358-0.148.741 Fax : + 358-0.148.748.16 Frankrijk Direction Générale des Impôts 1.400 FRF 170 FRF Centre des Non-Résidents 9, Rue d'Uzès 75084 - PARIS Cedex 02 Tel. : + 33-1-44.76.18.99 Fax : + 33-1-42.36.16.84 Griekenland Ministry of Finance 46.000 GRD 6.000 GRD 14th Directorate of VAT and Indirect Taxes Sina 2-4 10672 ATHENES Tel. : + 30-1.364.46.05-8 Fax : + 30-1.363.71.56 + 30-1.363.71.03 Ierland The Revenue Commissioners 155 IEP 19,40 IEP VAT Repayment Section Government Buildings ENNIS Country Clare Tel. : + 353-65.412.00 Fax : + 353-65.403.94 Italië Il Ufficio I.V.A. di Roma 304.000 ITL 38.000 ITL IV Reparto Rimborsi ai non residenti Via Canton, n. 10 00144 - ROMA Tel. : + 39-6.520.90.222 + 39-6.520.38.03 Fax : + 39-6.520.39.07 Luxemburg Administration de l' 9.000 LUF 1.100 LUF Enregistrement en des Domaines Bureau d'imposition 11 Service de remboursement T.V.A. 1 - 3 Avenue Guillaume BP 31 2010 LUXEMBOURG Tel. : + 352-44.90.51 Fax : + 352-25.07.96 Nederland Belastingdienst/Particulieren/ 470 NLG 60 NLG Ondernemingen buitenland Postbus 2865 6401 DJ HEERLEN Tel. : + 31-45.73.66.66 Fax : + 31-45.74.28.00 Oostenrijk Finanzamt Graz-Stadt 5.000 ATS 500 ATS Referat für ausländische Unternehmer Conrad von Hötzendorfstrasse 14-18 A-8018 GRAZ Tel. : + 43-316.88.10 + 43.316.81.04.34 Fax : + 43-316.81.76.08 + 43-316.81.04.08 Portugal Direcçao-Geral das 32.000 PTE 4.000 PTE Contribuiçoes e Impostos Direcçao de serviços de reembolsos do IVA Avenida Joao XXI, 76 Apartado 8220 1802 LISBOA Codex Tel. : + 351-1.793.66.73 Fax : + 351-1.793.81.33 Spanje Delegacion de Hacienda 25.000 ESP 3.000 ESP Especial de Madrid Section de Regimenes Especiales C/ Guzman el Bueno, 139 Planta 2a 28071 MADRID Tel. : + 341-582.67.53 Fax : + 341-582.67.57 Verenigd HM Customs en Excise 130 GBP 16 GBP Koninkrijk VAT Overseas Repayment Unit 8th/13th Directive Custom House PO BOX 34 LONDONDERRY BT 48 7AE Northern Ireland Tel. : + 441-504.37.27.27 Fax : + 441-504.37.25.20 Zweden Särskilda Skattekontoret 2.000 SEK 950 SEK S-771 83 LUDVIKA Tel. : + 46-240.870.00 Fax : + 46-240.103.40 [(*) Omzetting naar euro : aanschrijving 101.564 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)] BIJLAGE B VERKLARING OMTRENT DE HOEDANIGHEID VAN BELASTINGPLICHTIGE ........................................................................ (Bevoegde dienst en adres) verklaart dat .......................................................... (Naam en voornamen of handelsnaam) ........................................................................ (Aard van de bedrijfsuitoefening) ........................................................................ (Adres van de vestiging) aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is onder nummer (1) ............................ ...................................... (Datum) Visum en stempel .......................... van de dienst (Handtekening, naam en functie) ----------------- (1) Indien de aanvrager geen BTW-nummer heeft, moet de bevoegde dienst de reden hiervan vermelden. BIJLAGE C Zie documentatie :

De artikelen 15, 16, 21 en 39 tot en met 42 van het BTW-Wetboek.