Circulaire nr. Ci.RH.244/294.135 dd. 06.10.1977
Circulaire nr. Ci.RH.244/294.135 dd. 06.10.1977
Bull. nr. 556, pag. 2163
TIJDELIJKE DERVING VAN INKOMSTEN
Vergoedingen toegekend als herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen
VERGOEDINGEN
Werklieden uit het bouwbedrijf
Het samengeteld bedrag van de tegenwaarde van de weerverletzegelsen van de door de werkgever betaalde helft van het loon maakt het volledig herstel uit van een tijdelijke derving van bezoldigingen.
De vraag werd gesteld of de weerverletzegels toegekend aan de werklieden uit het bouwbedrijf het gedeeltelijk dan wel het volledig herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen uitmaken.
Uit het ter zake ingestelde onderzoek is gebleken dat de werknemer die, tengevolge van slecht weder, hetzij het werk niet kan beginnen, dan wanneer hij zich normaal op de plaats van het werk had begeven, hetzij het werk, waarvan hij bezig was, niet kan voortzetten, in principe recht heeft op zijn normaal loon voor de niet gepresteerde arbeidsuren.
Nochtans bepaalt het K.B. 27.12.1963 betreffende de bezoldiging van de werklieden uit het bouwbedrijf voor de ingevolge slecht weder verloren arbeidsuren (B.S. 07.02.1964) dat de werkgever, in afwijking van dit principe voortvloeiend uit de W. 10.03.1900 op de arbeidsovereenkomst, de helft van dit normaal loon mag betalen, indien het complement ervan (hetzij dus de andere helft) door het Fonds voor bestaanszekerheid voor de arbeiders uit de bouwnijverheid wordt uitgekeerd.
Dit complement dat door het voorgenoemd Fonds wordt betaald als tegenwaarde van de weerverletzegels, moet derhalve worden geacht 50 pct. van het verloren loon te vertegenwoordigen.
Het samengeteld bedrag van de tegenwaarde van de weerverletzegels en van de door de werkgever betaalde helft van het loon maakt bijgevolg het volledig herstel uit van een tijdelijke derving van bezoldigingen. Beide bestanddelen komen derhalve in aanmerking voor de berekening van de forfaitaire bedrijfslasten (art. 51, W.I.B.) alsmede voor de gewone aftrek van 10.000 F (art. 62bis, § 1, 1°, W.I.B.).
---------------
