Circulaire 2018/C/91 betreffende de fiscale bemiddelingsdienst - uitbreiding bevoegdheden naar niet-fiscale schulden - Cel administratieve sancties - kwijtschelding van boeten en belastingverhogingen

Fiscale bemiddeling; betwistingen; P007 – Ontvangsten; P031 - Invordering

FOD Financiën, 19.07.2018

Algemene Administratie van de Inning en de Invordering

I.Doel van de wet van 29 maart 2018

II.Uitbreiding van de bevoegdheden van de fiscale bemiddelingsdienst

III.Schorsend effect van een bemiddelingsaanvraag – beëindiging van de schorsing

IV.Cel administratieve sancties

V.Inwerkingt

reding

I. Doel van de wet

De wet van 29 maart 2018[1] tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst breidt de bevoegdheid van de fiscale bemiddelingsdienst verder uit naar de niet-fiscale schuldvorderingen.

Verder belast de wet de fiscale bemiddelingsdienst met de bevoegdheid tot de kwijtschelding van boeten en belastingverhogingen.

II. Uitbreiding van de bevoegdheden van de fiscale bemiddelingsdienst

Voorheen was de fiscale bemiddelingsdienst enkel bevoegd voor aanvragen tot fiscale bemiddeling in het kader van een betwisting inzake de inning en de invordering van schuldvorderingen inzake DB of btw.

Voortaan kan een schuldenaar ook een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst in geval van een betwisting met een ambtenaar van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen[2].

De fiscale bemiddelingsdienst is dus eveneens bevoegd voor geschillen inzake penale boeten, ten onrechte uitgekeerde werkloosheidsvergoedingen, enz.

Gelet op het bijzondere karakter van de alimentatievorderingen, die worden ingevorderd door de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO), zijn deze vorderingen uitgesloten[3].

III. Schorsend effect van een bemiddelingsaanvraag[4] – beëindiging van de schorsing

Voor de schorsende werking van een bemiddelingsaanvraag wordt verwezen naar Circulaire nr. 2017/C/59 van 15.09.2017.

Enkel wat betreft de beëindiging van de schorsing werden een aantal wijzigingen aangebracht en geldt voortaan onderstaande regeling:

Betreft de aanvraag tot bemiddeling een geschil met een ambtenaar van de AAII, dan worden alle middelen van tenuitvoerlegging geschorst voor maximum één maand[5]. Deze termijn, die voorheen enkel gold voor een aanvraag tot bemiddeling in een geschil met de ontvanger, wordt retroactief[6] ingevoerd voor alle geschillen met een ambtenaar van de AAII.

In alle andere gevallen wordt de schorsing beëindigd:

1° wanneer belastingplichtige verzaakt aan het administratief beroep[7] of

2° wanneer de partijen een wederzijds akkoord bereiken of

3°op de dag waarop het bemiddelingsverslag wordt goedgekeurd door het College van fiscaal bemiddelaars;

EN

ten laatste 1 maand vóór het verstrijken van de termijnen vermeld in het vierde lid van artikel 1385undecies[8] van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W).

Art. 1385undecies, Ger.W bepaalt de termijn om een vordering in rechte inzake geschillen over de toepassing van een belastingwet in te stellen. Deze termijn bedraagt zes maanden na ontvangst van het administratief beroep, desgevallend verlengd met drie maanden bij betwisting van een aanslag van ambtswege. Wanneer de aanvraag tot bemiddeling bij de fiscale bemiddelingsdienst ontvankelijk wordt verklaard binnen voormelde termijnen, worden die termijnen verlengd met vier maanden (zie eventueel circulaire AAFisc nr. 2018/C/85, d.d. 2 juli 2018 betreffende de nieuwe bepalingen aangaande de fiscale bemiddelingsdienst).

IV. Cel administratieve sancties

Er wordt bij de fiscale bemiddelingsdienst een "Cel administratieve sancties" (CAS) opgericht, die onder leiding zal worden geplaatst van het College van fiscaal bemiddelaars[9].

De CAS neemt in de toekomst de bevoegdheid inzake kwijtschelding van belastingverhogingen en fiscale administratieve boetes over van de minister van Financiën, die tot op heden bevoegd is voor de uitoefening van het genaderecht.

De CAS zal beslissen over de verzoeken om kwijtschelding of vermindering van:

  • belastingverhogingen en administratieve boetes bedoeld in art. 444 en 445, WIB 92;
  • belastingverhogingen en administratieve boetes bedoeld in artikel 2, 3e lid, WIGB;
  • proportionele en niet-proportionele boetes bedoeld in het Wetboek diverse rechten en taksen[10].

Bijgevolg zal artikel 9 van het Organiek Besluyt van de Regent van 18 maart 1831 van het bestuer van 's lands middelen niet langer van toepassing zijn wat de inkomstenbelastingen, de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en de diverse rechten en taksen betreft[11].

Tegelijk zal ook artikel 20 van het Wetboek diverse rechten en taksen, dat voorziet in een ontheffingsmogelijkheid voor de minister van Financiën, worden opgeheven[12].

De CAS zal enkel kunnen overgaan tot kwijtschelding of vermindering voor zover die belastingverhogingen en administratieve boetes niet meer onderhevig zijn aan enig administratief en rechterlijk beroep, m.a.w. vanaf het ogenblik dat deze definitief vaststaan.

Evenmin is er voorzien in een kwijtscheldings- of verminderingsbevoegdheid voor sancties die zijn opgelegd ingevolge inbreuken die via de administratieve weg zijn geregeld in het kader van het overleg, ingevoerd door de una via-wet[13].

V. Inwerkingtreding

De bepalingen aangaande de bevoegdheid van de fiscale bemiddelingsdienst voor niet-fiscale schuldvorderingen treden in werking op 1 juni 2018[14].

De bepalingen aangaande de oprichting, de werking en de bevoegdheid van de Cel administratieve sancties treden in werking op een datum die de Koning bepaalt, en uiterlijk op 1 januari 2019[15].


[1] BS, 13 april 2018

[2]Art. 10 van de wet van 29 maart 2018

[3] Art. 11 van de wet van 29 maart 2018

[4] Art. 116, § 1/1 en 1/2, van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), zoals ingevoegd door artikel 2 van de wet van 10 juli 2017 tot versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst (BS, 20 juli 2017) en, wat art. 116, § 1/1 betreft, gewijzigd door art. 13 van de wet

[5] Art. 116, § 1/2, eerste lid, van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), ingevoegd bij de wet van 10 juli 2017, zoals gewijzigd door art. 12 van de wet van 29 maart 2018

[6] Art. 15, § 4, van de wet van 29 maart 2018: vanaf 1 september 2017

[7] Gewijzigd door art. 13 van de wet van 29 maart 2018

[8] Vervangen door art. 14 van de wet van 29 maart 2018

[9] Art. 2, e.v. van de wet van 29 maart 2018

[10] Art. 5 van de wet van 29 maart 2018

[11] Art. 3 van de wet van 29 maart 2018

[12] Art. 4 van de wet van 29 maart 2018

[13] Wet van 20 september 2012 tot instelling van het "una via"-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes

[14] Art. 15, § 3, van de wet van 29 maart 2018

[15] Art. 15, § 2, van de wet van 29 maart 2018