Circulaire nr. Ci.RH.243/532.271 van 24.04.2001

CIRC 24.04.01/1
Bull. nr. 815, pag. 1114
AANVULLENDE CRISISBIJDRAGE
Berekening van de ACB
Toepassingsgebied van de ACB

BELASTING VAN NIET-INWONERS NATUURLIJKE PERSONEN
Afschaffing van de ACB
Vermindering van de ACB

PERSONENBELASTING
Afschaffing van de ACB
Vermindering van de ACB
Commentaar op art. 3, W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen en op de art. 2 en 3, W 12.8.2000 tot geleidelijke afschaffing van de aanvullende crisisbijdrage op de inkomsten van de natuurlijke personen.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de opeenvolgende wijzigingen die inzake de aanvullende crisisbijdrage zijn aangebracht door:
  • art. 3 W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS 31.12.1999-tweede editie, V 2791, Bull. 801);
  • de art. 2 en 3 W 12.8.2000 tot geleidelijke afschaffing van de aanvullende crisisbijdrage op de inkomsten van de natuurlijke personen (BS 26.9.2000, erratum BS 21.12.20001 V 2858, Bull. 809).
II. WETTEKSTEN
Art. 3 W 24.12.1999
2. In afwijking van artikel 463bis van hetzelfde Wetboek (1), ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 21 december 1994, 20 december 1995, 22 december 1998 en 4 mei 1999, wordt het tarief van de aanvullende crisisbijdrage met betrekking tot de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingplichtigen, met betrekking tot de belasting van de niet-inwoners, verminderd:
voor het aanslagjaar 2000:
a)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 frank niet overschrijdt: tot 2 pct;
b)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 frank en 850.000 frank: tot een percentage gelijk aan 2 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 frank en anderzijds 50.000 frank;
voor het aanslagjaar 2001:
a)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 frank niet overschrijdt: tot 1 pct;
b)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 800.001 frank en 850.000 frank: tot een percentage gelijk aan 1 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil van het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 frank en anderzijds 50.000 frank;
c)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 850.001 frank en 1.200.000 frank: tot 2 pct;
d)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen begrepen is tussen 1.200.001 frank en 1.250.000 frank: tot een percentage gelijk aan 2 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het gezamenlijk belastbaar inkomen en 1.200.000 frank en anderzijds 50.000 frank.
Het percentage van 109, vermeld in artikel 463bis, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek wordt respectievelijk verminderd tot 108 voor het aanslagjaar 2000 en tot 107 voor het aanslagjaar 2001.
Art. 2 W 12.8.2000
In afwijking van artikel 463bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 21 december 1994, 20 december 1995, 22 december 1998 en 4 mei 1999, wordt het tarief van de aanvullende crisisbijdrage met betrekking tot de personenbelasting en, voor de in artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingplichtigen, met betrekking tot de belasting van niet-inwoners, verminderd:
voor het aanslagjaar 2002:
a)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 800.000 frank niet overschrijdt : tot 0 pct;
b)voor een gezamenlijk belastbaar inkomen van 800.001 frank tot 850.000 frank : tot een percentage gelijk aan het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil van het gezamenlijk belastbaar inkomen en 800.000 frank en anderzijds 50.000 frank;
c)voor een gezamenlijk belastbaar inkomen van 850.001 frank tot 1.200.000 frank: tot 1 pct,
d)voor een gezamenlijk belastbaar inkomen van 1.200.001 frank tot 1.250.000 frank: tot een percentage gelijk aan 1 pct verhoogd met het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil van het gezamenlijk belastbaar inkomen en 1.200.000 frank en anderzijds 50.000 frank;
e)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 1.250.000 frank overschrijdt: tot 2 pct;
voor het aanslagjaar 2003:
a)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 1.200.000 frank niet overschrijdt: tot 0 pct;
b)voor een gezamenlijk belastbaar inkomen van 1.200.001 frank tot 1.250.000 frank: tot een percentage gelijk aan het product van 1 pct met de verhouding tussen enerzijds het verschil van het gezamenlijk belastbaar inkomen en 1.200.000 frank en anderzijds 50.000 frank;
c)wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen 1.250.000 frank overschrijdt: tot 1 pct.
Het percentage van 109, vermeld in artikel 463bis, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt verminderd tot 106 voor de aanslagjaren 2002 en 2003.
Art. 3 W 12.8.2000
Artikel 463bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 21 december 1994, 20 december 1995, 22 december 1998 en 4 mei 1999, wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 463bis. - § 1. Als aanvullende crisisbijdrage worden uitsluitend in het voordeel van de Staat, 3 opcentiemen gevestigd:
op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting voor rechtspersonen vermeld in artikel 220, 2° en 3°, en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, op de belasting van niet-inwoners met inbegrip van de afzonderlijke aanslagen vermeld in de artikelen 219, 219bis en 246, eerste lid, 2° : de aanvullende crisisbijdragen worden berekend op die belastingen vastgesteld:
  • vóór verrekening van de voorafbetalingen vermeld in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, van de voorheffingen, van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en van het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296,
  • vóór toepassing van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als vermeld in het eerste streepje zijn gedaan;
op de belasting met betrekking tot sommige meerwaarden verwezenlijkt door de in artikel 227, 3° beoogde belastingplichtigen, gevestigd en ingevorderd overeenkomstig artikel 301.
De aanvullende crisisbijdragen worden gelijkgesteld met de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend. De in de artikelen 218, 226 en 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, 270 tot 275 vermelde bepalingen inzake voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing zijn daarop van toepassing voorzover die bepalingen van toepassing zijn op de belasting of de voorheffing die tot grondslag ervan dient.
De aanvullende crisisbijdragen zijn niet als beroepskosten aftrekbaar indien de belasting of de voorheffing waarop zij worden berekend niet als beroepskosten wordt aangemerkt.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 1° en tweede lid:
worden de in artikel 58 vermelde forfaitaire aanslagvoeten en het minimum van 20 pct verhoogd met 3 opcentiemen;
is artikel 218, tweede lid, niet van toepassing voor zover het artikel 165 betreft, het in artikel 165 bedoelde percentage van 106 wordt evenwel tot 103 verminderd,
wordt in artikel 304 als belasting verstaan, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en, voor de in artikel 227, 2° en 3° beoogde belastingplichtigen met uitzondering van de vreemde Staten en hun staatkundige onderdelen en plaatselijke gemeenschappen, de belasting van niet-inwoners, verhoogd met de aanvullende crisisbijdragen.
Art. 4 W 12.8.2000
Artikel 3 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2004.
III. COMMENTAAR
3. Art. 3 W 24.12.1999 en de art. 2 en 3 W 12.8.2000 regelen de geleidelijke afbouw en de afschaffing van de aanvullende crisisbijdrage (afgekort ACB) voor de belastingplichtigen die aan de PB of aan de BNI/nat.pers. onderworpen zijn. Die afbouw zal in eerste instantie ten goede komen aan de belastingplichtigen met het laagste gezamenlijk belastbare inkomen (GBI). De ACB op de PB en de BNI/nat.pers. zal definitief worden afgeschaft met ingang van aj. 2004.
4. Voor de aj. 2000 tot 2003 is het tarief van de ACB op de PB en de BNI/nat.pers. bepaald op:
Voor aj. 2000
a)2 % wanneer het GBI niet hoger is dan 800.000 BEF (19.831,50 EUR);
b)2 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 800.000 BEF (19.831,50 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 800.001 BEF (19.831,51 EUR) en 850.000 BEF (21.070,96 EUR);
c)3 % wanneer het GBI hoger is dan 850.000 BEF (21.070,96 EUR).
Voor aj. 2001
a)1 % wanneer het GBI niet hoger is dan 800.000 BEF (19.831,50 EUR);
b)1 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 800.000 BEF (19.831,50 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 800.001 BEF (19.831,51 EUR) en 850.000 BEF (21.070,96 EUR);
c)2 % wanneer het GBI begrepen is tussen 850.001 BEF (21.070,97 EUR) en 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR);
d)2 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 1.200.001 BEF (29.747,25 EUR) en 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR);
e)3 % wanneer het GBI hoger is dan 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR).
Voor aj. 2002
a)0 % wanneer het GBI niet hoger is dan 800.000 BEF (19.831,50 EUR);
b)1 % vermenigvuldigd met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 800.000 BEF (19.831,50 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 800.001 BEF (19.831,51 EUR) en 850.000 BEF (21.070,96 EUR);
c)1 % wanneer het GBI begrepen is tussen 850.001 BEF (21.070,97 EUR) en 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR);
d)1 % verhoogd met het product van 1 % met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 1.200.001 BEF (29.747,25 EUR) en 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR);
e)2 % wanneer het GBI hoger is dan 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR).
Voor aj 2003
a)0 % wanneer het GBI niet hoger is dan 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR);
b)1 % vermenigvuldigd met de verhouding tussen enerzijds het verschil tussen het GBI en 1.200.000 BEF (29.747,24 EUR) en anderzijds 50.000 BEF (1.239,46 EUR), wanneer het GBI begrepen is tussen 1.200.001 BEF (29.747,25 EUR) en 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR);
c)1 % wanneer het GBI hoger is dan 1.250.000 BEF (30.986,70 EUR).
5. Voor de berekening van de vermeerdering wegens ontstentenis of ontoereikendheid van voorafbetalingen en van de bonificatie voor voorafbetalingen wordt het in art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92, vermelde percentage verminderd tot :
  • 108 voor ai. 2000;
  • 107 voor aj. 2001;
  • 106 voor de aj. 2002 en 2003.
IV. TOEPASSINGSVOORBEELD (AJ. 2000)
6. Werknemer (alleenstaande) van wie de netto-bezoldigingen van het jaar 1999 gelijk zijn aan 828.552 BEF.
Ingehouden bedrijfsvoorheffing: 200.000 BEF.
Aanvullende gemeentebelasting: 8%.

Vaststelling van het percentage van de ACB :
2 % + 1 % x [(828.552 - 800.000)/50.0001]
= 2 % + 0,57104 %
= 2,57104 %

Berekening van de belasting:
Gezamenlijk belastbaar inkomen :
Basisbelasting op 828.552 BEF :
Belasting op de belastingvrije som (208.000 BEF):
Hoofdsom :
ACB : 250.048 BEF x 2,57104 % =
6.428,834 BEF afgerond op :
Bedrijfsvoorheffing :
Saldo Staat :
PB/gem. : 250.048 BEF x 8 % =
Te betalen :
828.552 BEF
302.048 BEF
- 52.000 BEF
250.048 BEF
6.429 BEF
-200.000 BEF
56.477 BEF
20.004 BEF
76.481 BEF

V. DEFINITIEVE AFSCHAFFING VAN DE ACB
7. Zoals impliciet volgt uit art. 3 W 12.8.2000 (dat de tekst van het nieuwe art. 463bis WIB 92, bevat) en uit art. 4 W 12.8.2000 (dat de inwerkingtreding van art. 3 van dezelfde wet regelt), zal de ACB op de PB en de BNI/nat.pers. definitief worden afgeschaft met ingang van aj. 2004.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT