Circulaire 2019/C/115 met bespreking van het Waals decreet van 26 april 2018, het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2018 en het ministerieel besluit van 21 december 2018 wat betreft de registratierechten
Administratieve commentaar betreffende het Waals decreet van 26 april 2018 tot wijziging van het Wetboek der Successierechten en van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met het oog op het vrijstellen van de als monument beschermde onroerende goederen van verdeelrechten, schenkbelastingen en successierechten, betreffende het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2018 tot uitvoering van het decreet en betreffende het ministerieel besluit van 21 december 2018 met betrekking tot het decreet – Waals Gewest – Registratierechten – Vrijstelling van de als monument beschermde onroerende goederen
beschermde onroerende goederen ; verdelingsrecht ; schenkingsrecht ; vrijstelling
FOD Financiën, 22.10.2019
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Inhoud
2.1. Doelstellingen van de Waalse decreetgever
2.2. Begunstigden en personen uitgesloten van de vrijstelling
2.3. Voorwaarden voor de toekenning
2.3.1.2. Beschermd onroerend goed
2.3.1.3. Onroerend goed gelegen in het Waals Gewest
2.3.1.4. Eigendom of vruchtgebruik
2.3.2.1. Verzoek tot vrijstelling
2.3.2.2. Geen verzoek tot vrijstelling
2.4. Voorwaarden voor het behoud
2.4.1. Herinvestering van het vrijgesteld bedrag
2.4.2. Afleveren van een attest van beëindiging van de werken
2.4.3. Behoud van de vrijgestelde zakelijke rechten
2.5. Verlies van de vrijstelling
2.6. Gedeeltelijke investering
2.7. Vooruitbetaling van het gewoon recht
I. Inleiding
Het Belgisch Staatsblad van 17 mei 2018 heeft het Waals decreet van 26 april 2018 tot wijziging van het Wetboek der Successierechten en van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met het oog op het vrijstellen van de als monument beschermde onroerende goederen van verdeelrechten, schenkbelastingen en successierechten (hierna, decreet) gepubliceerd.
Dit decreet wijzigt onder andere het Wetboek der Successierechten (W.Succ.W.) en het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten (W.Reg.W.) toepasselijk in het Waals Gewest. Deze circulaire gaat in op de wijzigingen inzake registratierecht.
Overeenkomstig de regionale beleidsverklaring van 2014-2019 voorziet het decreet in een vrijstelling van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht op het eigendomsrecht of het vruchtgebruik dat verkregen wordt door een echtgenoot of wettelijk samenwonende, een rechtsopvolger in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad in een als monument beschermd onroerend goed. Daartoe heeft het decreet:
- een nieuwe bepaling ingevoerd waarin de grond- en vormvoorwaarden en toepassingsmodaliteiten worden vastgesteld voor de toepassing van de vrijstelling van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht (art. 159, 15°, nieuw, W.Reg.W.);
- de voorwaarden vastgelegd voor het behoud van deze vrijstelling en de gehele of gedeeltelijke intrekking van deze vrijstelling, die in dat geval gedeeltelijk wordt;
- een nieuw geval van teruggaaf van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht ingevoerd wanneer de vrijstelling niet werd gevraagd of werd bekomen wanneer de daartoe bestemde documenten worden ingediend binnen de twee jaar na de registratie van de akte (nieuw art. 209, eerste lid, 8°, W.Reg.W.).
Bij besluit van 20 december 2018 heeft de Waalse Regering modaliteiten vastgelegd van de verzoeken tot vrijstelling en het behoud daarvan, met name: de bevoegde dienst, de bij te voegen listing, de modaliteiten van de aanvraag en de aflevering van de listing van de werken, van de opgave, en van het attest van de werken evenals de bij te voegen stukken. Het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2018 (B.W.R.) werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2019.
Het ministerieel besluit van 21 december 2018 betreffende het decreet van 26 april 2018, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 mei 2019, omvat de formulieren voor de aanvraag van de listing van de werken (bedoeld in artikel 11 B.W.R.) en voor de aanvraag van de attesten (bedoeld in art. 14 B.W.R.) evenals het model van attest gestuurd door de Administratie (art. 15 B.W.R.).
De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen wordt opgenomen in het W.Reg.W.
De wijzigingen van het W.Reg.W. zijn in werking getreden op 1 januari 2019 (art. 8, eerste lid decreet). Het decreet voorzag nochtans in de mogelijkheid voor de Waalse Regering om een datum van vervroegde inwerkingtreding vast te stellen (art.8, tweede lid decreet) maar deze mogelijkheid is niet benut.
Het B.W.R. met de toepassingsmodaliteiten van het decreet en het ministerieel besluit zijn in werking getreden op 1 januari 2019 (art. 18 B.W.R.; art. 8 ministerieel besluit).
II. Vrijstelling van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht op het zakelijk recht in de als monument beschermde onroerende goederen
2.1. Doelstellingen van de Waalse decreetgever
In het kader van haar regionale beleidsverklaring 2014-2019 (p.78), heeft de vorige Waalse Regering zich ertoe verbonden het belang te onderzoeken van een belastingregeling die is afgestemd op de restauratiewerken van beschermde goederen.
Door dit decreet, streeft de Waalse wetgever verschillende doelstellingen na:
- de eigenaars aanmoedigen om hun goederen in goede staat te houden, hen meer responsabiliseren met betrekking tot de noodzaak om hun goederen te onderhouden en zelfs te restaureren;
- het vermijden van moeilijkheden bij de betaling van het verdelingsrecht, van het schenkingsrecht of van de successierechten gelijktijdig met noodzakelijke onderhouds- of restauratiewerken;
- bijdragen tot het behoud van de eigendommen in de familiekring, eigenaars helpen bij de prioritering van onderhoudswerkzaamheden en de werkgelegenheid in de restauratiesector stimuleren (Ontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek der Successierechten en van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met het oog op het vrijstellen van de als monument beschermde onroerende goederen van verdeelrechten, schenkbelastingen en successierechten, verslag, Doc., Parl. w., 2017-2018, n° 1042/3, uiteenzetting door minister COLLIN, p. 3).
Artikel 1 van het decreet stelt de zakelijke rechten van de echtgenoot of wettelijk samenwonende, van de rechtsopvolger in rechte lijn of in zijlijn tot in de derde graad, in het als monument beschermd onroerend goed, onder bepaalde voorwaarden vrij van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht (art. 159, 15° nieuw, W.Reg.W.).
2.2. Begunstigden en personen uitgesloten van de vrijstelling
De fiscale vrijstelling is voorbehouden aan bepaalde natuurlijke personen binnen de strikte familiekring, om zo het goed binnen de naaste familie te houden, versnippering te vermijden en het uitgangspunt van het decreet te bewaren. Een rechtspersoon is van deze vrijstelling uitgesloten (Ontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek der Successierechten en van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met het oog op het vrijstellen van de als monument beschermde onroerende goederen van verdeelrechten, schenkbelastingen en successierechten, verslag, Doc., Parl. w., 2017-2018, n° 1042/3, p. 4).
2.2.1. Verdelingsrecht
Kunnen de vrijstelling van het verdelingsrecht of van het recht op de met verdeling gelijkgestelde afstanden genieten:
- de gerechtigde in een verdeling of in een met verdeling gelijkstaande afstand tussen deelgenoten;
- de langstlevende echtgenoot of de langstlevende wettelijk samenwonende in geval van omzetting van het vruchtgebruik in volle eigendom, in een som of in een rente bedoeld in artikel 745quater en 745quinquies BW, zelfs wanneer er geen onverdeeldheid is.
Zijn uitgesloten van de vrijstelling van het verdelingsrecht of van het recht op de met verdeling gelijkgestelde afstanden:
- de afstand van onverdeelde delen tussen mede-eigenaars die voortkomt uit een beding van terugvalling of van aanwas (art. 114 W.Reg.W.);
- de verdeling of de afstand van onverdeelde delen ten voordele van een derde verkrijger bij overeenkomst (art. 113 W.Reg.W);
- de afstand van onverdeelde delen in ruil voor een belachelijke toebedeling of prijs;
- de ascendentenverdeling.
2.2.2. Schenkingsrechten
Kunnen de vrijstelling van het schenkingsrecht genieten:
- de echtgenoot in de zin van art. 131 W.Reg.W namelijk de persoon die zich op het moment van de schenking in een huwelijksrelatie met de schenker bevond;
- de wettelijk samenwonende in de zin van voormeld art. 131, namelijk de persoon die, op het moment van de schenking, bij de schenker woonachtig was en zich met hem in een relatie van wettelijke samenwoning of in een relatie van samenleven bevond, overeenkomstig de bepalingen van Boek III titel Vbis BW of in de zin van art. 4 WIPR en overeenkomstig hoofdstuk IV van hetzelfde Wetboek;
- een rechtsopvolger in rechte lijn (kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen) als bedoeld in artikel 131 W.Reg.W.;
- een rechtsopvolger in de zijlijn tot in de derde graad (ooms en tantes, neven en nichten).
Zijn uitgesloten van de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het schenkingsrecht:
- de feitelijke samenwonende, dit wil zeggen de persoon die samenwoont met de schenker, maar zonder verklaring voorzien in artikel 1476 BW (want het algemeen tarief van art. 131 W.Reg.W. geldt enkel voor de schenkingen tussen wettelijk samenwonenden);
- een begiftigde in de zijlijn verder dan de derde graad (volle neven, enz.).
2.3. Voorwaarden voor de toekenning
2.3.1. Grondvoorwaarden
2.3.1.1. Onroerend goed
Het onroerend goed moet deel uitmaken van het vermogen van de mede-eigenaar, van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende vruchtgebruiker of van de schenker.
Het decreet bepaalt dat de vrijstelling zowel van toepassing is inzake het verdelingsrecht als inzake het schenkingsrecht op onroerende goederen (art. 159, 15°, eerste lid, nieuw W.Reg.W.).
Het mag worden toegekend aan de mede-eigenaar (in eigendom of in vruchtgebruik) of aan de langstlevende echtgenoot of langstlevende wettelijk samenwonende (omzetting van vruchtgebruik) of aan een begiftigde in rechte lijn of in zijlijn tot in de derde graad (in eigendom of in vruchtgebruik).
De waarde van het onroerend goed moet in de authentieke akte worden vermeld, zelfs indien het geheel van dit onroerend goed wordt toegewezen aan een natuurlijke persoon overeenkomstig artikel 159, 15° W.Reg.W.
2.3.1.2. Beschermd onroerend goed
Het onroerend goed moet beschermd zijn als monument in de zin van Boek III van het Waals Erfgoedwetboek. De bescherming moet van kracht zijn op de dag van de authentieke akte van verdeling of van schenking, in die zin dat het beschermingsbesluit moet gepubliceerd zijn vóór de datum van de authentieke akte. Het is niet van belang dat er op de dag van het verlijden van de authentieke akte een procedure tot intrekking van de bescherming hangende is, voor zover het besluit tot intrekking van de beschermingsmaatregel op die datum nog niet was gepubliceerd.
Voor de toepassing van bovenvermeld wetboek wordt onder «beschermd goed» verstaan: elk goed dat beschermd wordt op grond van zijn erfgoedwaarde en dat, geheel of gedeeltelijk, als monument, elke unieke en opmerkelijke architecturale verwezenlijking, sculptuur of vegetatie omvat, met inbegrip van de elementen die onroerend zijn door incorporatie of bestemming en de culturele goederen die er integraal deel van uitmaken, in het bijzonder de aanvullende uitrusting en de decoratieve elementen (artikel 3, 7°, a) Waals Erfgoedwetboek).
2.3.1.3. Onroerend goed gelegen in het Waals Gewest
Dit beschermd onroerend goed moet zich in het Waals Gewest bevinden.
Het decreet vermeldt dit inderdaad niet uitdrukkelijk, maar uit de verklaringen van de minister van Erfgoed, die inschat dat het project betrekking heeft op «bijna 1035 goederen» toebehorend aan particuliere eigenaars van de 4.200 beschermde goederen in Wallonië, de verwijzingen naar het Waals Erfgoedwetboek (het begrip monument, de lijst van subsidieerbare werken en de fiche met de gezondheidstoestand) en de rol van het Waals Agentschap voor Erfgoed (belast met het opstellen van de listing van uit te voeren werken, het verstrekken van het vereiste attest en de controle van de investering van de vastgestelde bedragen in het onroerend goed), volgt de facto dat het decreet alleen toepasselijk is op de als monument beschermde onroerende goederen die in het Waals Gewest gelegen zijn, met uitsluiting van de andere onroerende goederen.
2.3.1.4. Eigendom of vruchtgebruik
De vrijstelling van het zakelijk recht in het als monument beschermd onroerend goed is toepasselijk wanneer de schenker of de deelgenoot eigenaar was van het geheel of van een deel van het beschermd onroerend goed, ongeacht de aard van het overgedragen recht (volle eigendom, blote eigendom, vruchtgebruik) of wanneer de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende vruchtgebruiker was van het beschermd onroerend goed. Dat betreft de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende in volle eigendom, in een som of in een rente zoals bedoeld in art. 745quater en 745quinquies BW, zelfs wanneer er geen onverdeeldheid is (art. 109, 3° W.Reg.W.).
2.3.2. Vormvoorwaarden
2.3.2.1. Verzoek tot vrijstelling
De vrijstelling «beschermd monument» is niet van rechtswege van toepassing en wordt niet ambtshalve toegekend. De gerechtigden in de verdeling of in de met verdeling gelijkstaande afstand of de begiftigden dienen verschillende vormvoorwaarden na te leven (nieuw art. 159, 15°, tweede en derde lid, W.Reg.W.).
Aldus, moeten de natuurlijke personen die de vrijstelling aanvragen:
- in of onderaan de authentieke akte de datum en het opschrift vermelden van het besluit waarbij het onroerend goed waarvoor de vrijstelling aangevraagd wordt, beschermd wordt (nieuw art. 159, 15°, tweede lid, 1°, W.Reg.W.);
- bij de authentieke akte een afschrift van het beschermingsbesluit voegen (nieuw art. 159, 15°, tweede lid, 2°, W.Reg.W.) ;
- bij de authentieke akte ook een listing van de uit te voeren instandhoudingsverrichtingen, de voorafgaande onderzoeken en de herstelwerken in de zin van Boek V, Titel III, Hoofdstuk III/2 van het Waals Erfgoedwetboek voegen (nieuw art. 159, 15°, tweede lid, 3°, W.Reg.W.).
- de aanvraag van de listing wordt gericht tot de inspecteur-generaal van het Waals Agentschap voor Erfgoed of tot de ambtenaar die door hem wordt aangeduid, door middel van het formulier dat door de minister van het Erfgoed wordt opgemaakt (art. 11, eerste lid, B.W.R.) en opgenomen is als bijlage 1b bij het ministerieel besluit.
De aanvraag van de listing moet de volgende vermeldingen bevatten (art. 11, tweede lid, B.W.R.):
- de namen en voornamen, woonplaatsen en geboortedata van elk van de partijen bij de authentieke akte, alsmede de band van bloedverwantschap, aanverwantschap of wettelijke samenwoning tussen hen;
- de identiteit en het volledige adres van elke notaris die wordt opgeroepen om de authentieke akte te ondertekenen;
- de noodzakelijke voorwaarden voor de toegang tot het goed om het Waals Agentschap voor Erfgoed in staat te stellen de inhoud van de listing vast te stellen;
- het adres en de kadastrale aanduiding van het onroerend goed waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd;
- de datum van aflevering en het opschrift van het besluit waarbij het betrokken onroerend goed beschermd wordt;
- de datum van afgifte en de referenties van de fiche in verband met de gezondheidstoestand in de zin van artikel 212 Waals Erfgoedwetboek.
Het verzoek om de listing moet vergezeld gaan van een ontwerp van authentieke akte waarbij de listing van de uit te voeren instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken zal worden gevoegd (art. 11, derde lid, B.W.R.).
Het verzoek om de listing moet worden gedateerd en ondertekend door elke verzoeker of zijn tussenpersoon. De verzoekers, of hun tussenpersoon, moeten op erewoord verklaren dat de overgemaakte gegevens en de bijgevoegde stukken juist en volledig zijn (art. 11, vierde lid, B.W.R.).
De listing wordt ten vroegste drie maanden voor het verlijden van de authentieke akte opgesteld door het Waals Agentschap voor Erfgoed.
De listing moet door deze dienst worden toegezonden aan elke begunstigde van de vrijstelling uiterlijk 45 dagen na ontvangst van het verzoek. Wanneer het verzoek om de listing niet alle voornoemde vermeldingen bevat of niet vergezeld is van een ontwerp van de authentieke akte of van de voormelde listing, verwittigt het Waals Agentschap voor Erfgoed elke verzoeker of zijn tussenpersoon, binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verzoek om de listing dat dit onvolledig is en vermeldt ze de ontbrekende gegevens of documenten. De termijn van 45 dagen gaat pas in op de datum waarop het Waals Agentschap voor Erfgoed de ontbrekende gegevens of documenten ontvangt (art. 12, vierde lid, B.W.R.).
In de listing wordt de aard van de uit te voeren werkzaamheden of de uit te voeren voorafgaande onderzoeken en de volgorde waarin deze moeten worden uitgevoerd, gespecificeerd. Het Waals Agentschap voor Erfgoed voegt daarbij elke informatieve of technische niet-bindende bijlage die zij nuttig acht (art. 12, vierde lid, B.W.R.).
De listing, gedateerd en ondertekend door de minister voor Erfgoed, wordt door het Waals Agentschap voor Erfgoed toegezonden:
- in twee originelen aan elke verzoeker of aan zijn tussenpersoon; het eerste wordt als bijlage bij de authentieke akte gevoegd en het tweede wordt bewaard door de verzoeker of door zijn tussenpersoon;
- een bijkomend origineel aan de bevoegde ontvanger der registratie (kantoor Rechtszekerheid) (art. 12, vijfde en zesde lid, B.W.R.).
Elke begunstigde van de vrijstelling kan verzoeken de listing om rekening te houden met verrichtingen, studies of werkzaamheden die het gevolg zijn van toevallige gebeurtenissen of ontdekkingen die de inachtneming ervan bij de opstelling van de oorspronkelijke listing hebben verhinderd, en dit volgens de procedure bedoeld in artikel 2 B.W.R. De bijgewerkte listing wordt afgeleverd volgens dezelfde procedure (art. 13, eerste en tweede lid, B.W.R.).
De bevoegde ontvanger levert aan elke begunstigde van de vrijstelling, binnen de maand volgend op de registratie van de authentieke akte waarin het verzoek wordt vermeld, een opgave af waarin het bedrag van de vrijgestelde registratierechten (verdelingsrecht en onroerend schenkingsrecht) wordt vastgesteld (art. 159, 15°, derde lid, W.Reg.W.).
2.3.2.2. Geen verzoek tot vrijstelling
Wanneer de vrijstelling niet wordt gevraagd in de authentieke akte, worden de rechten berekend tegen het tarief van de artikelen 109 tot 114 (verdelingsrecht) en van de artikelen 131 tot 140octies W.Reg.W. (recht op de schenking onder de levenden van onroerende goederen).
De te veel geheven rechten, intresten en eventuele boeten, kunnen evenwel, tegen indiening van een aanvraag tot teruggave, worden teruggegeven onder de voorwaarden van het nieuw artikel 209, eerste lid, 8°, W.Reg.W. (zie punt 2.8 infra).
2.4. Voorwaarden voor het behoud
2.4.1. Herinvestering van het vrijgesteld bedrag
Om het voordeel van de vrijstelling van het verdelingsrecht en van het schenkingsrecht te behouden, is het noodzakelijk het vrijgestelde bedrag te herinvesteren in voorafgaande onderzoeken, instandhoudingsverrichtingen en herstelwerken van het als monument beschermd onroerend goed:
- opgenomen in een listing opgesteld door het Waals Agentschap voor Erfgoed;
- subsidieerbaar en limitatief (bedoeld in artikel 514/13 Waals Erfgoedwetboek), namelijk:
(1°) andere onderhoudswerken dan deze die onder instandhouding vallen, met name werken waarvan het totale bedrag meer dan 22.000 euro exclusief btw bedraagt;
(2°) bescherming tegen slechte weersomstandigheden, brand, bewegingen van het grondwater of andere natuurlijke ongevallen;
(3°) tijdelijke of noodbescherming vóór de uitvoering van de laatste werken;
(4°) bescherming tegen vandalisme of diefstal van de elementen die de beschermingsmaatregelen hebben gerechtvaardigd;
(5°) behandelingen die bedoeld zijn om het monument geheel of gedeeltelijk te behouden, te bewaren, te stabiliseren, te herstellen, te consolideren of te restaureren;
(6°) de vervanging van originele elementen van het monument die niet geconsolideerd of gestabiliseerd kunnen worden;
(7°) de opruiming en opwaardering van archeologische elementen die de karakteristieken versterken die de beschermingsmaatregelen rechtvaardigden ;
(8°) de verwijdering van toevoegingen die de karakteristieken, die de bescherming rechtvaardigden, aantasten;
(9°) de extra voorzorgsmaatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van herstelwerken;
(10°) de ruwbouw die nodig is om aan het monument een nieuwe bestemming te geven;
(11°) het in aanmerking nemen van bijzondere klimatologische omstandigheden noodzakelijk voor het behoud van waardevolle elementen van het monument;
(12°) de maatregelen ter verbetering van de energieprestaties, op voorwaarde dat deze verenigbaar zijn met het belang dat de bescherming van het monument heeft gerechtvaardigd;
- uit te voeren binnen een termijn van maximaal tien jaar na datum van de authentieke akte.
Om een dubbel voordeel te vermijden, worden de eventueel toegekende subsidies voor de uitvoering van voorafgaande onderzoeken, instandhoudingsverrichtingen en herstelwerken aan het als monument beschermd onroerend goed niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van het bedrag van de gedane investering (nieuw art. 159, 15°, vijfde lid, 1°, nieuw W.Reg.W.). Met andere woorden de som van de vrijgestelde rechten en van het gesubsidieerde bedrag mag in geen geval meer bedragen dan 100% van het bedrag van de subsidieerbare werken. Het is ook mogelijk om de vrijstelling van de rechten en de subsidies te cumuleren op het gedeelte van de subsidieerbare werken dat niet zal gedekt worden door het bedrag van de vrijstelling (Ontwerp van decreet, verslag, op.cit., uiteenzetting door minister COLLIN, p. 4.).
2.4.2. Afleveren van een attest van beëindiging van de werken
De beëindiging van de werken, wat overeenkomt met de voorlopige opleveringsfase, wordt vastgesteld in een specifiek attest uitgereikt door de diensten van de Waalse overheid. Dit attest zal alleen worden afgegeven indien de bevoegde dienst vaststelt dat de werken daadwerkelijk zijn uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften van de listing en dat de voor de herinvesteringsverplichting vereiste middelen daadwerkelijk zijn betaald (nieuw art. 159, 15°, vijfde lid, 2°, W.Reg.W.).
Het als monument beschermd onroerend goed waarvoor de vrijstelling is verkregen, maakt het voorwerp uit van een attest waarbij de voltooiing vastgesteld wordt van de voorafgaande onderzoeken, de instandhoudingsverrichtingen en de herstelwerken voor een bedrag dat gelijk is aan of hoger is dan het hetgeen is opgenomen in de door de ontvanger afgegeven opgave.
De aanvraag tot aflevering van het attest van beëindiging van de werken wordt ingediend door één of meer begunstigden van de vrijstelling, of door hun tussenpersoon en wordt naar het Waals Agentschap voor Erfgoed gestuurd door middel van het formulier opgesteld door de minister van Erfgoed (art. 14, § 2, B.W.R.) en is opgenomen als bijlage 2b bij het ministerieel besluit.
Deze aanvraag tot aflevering van het attest moet vermelden (art. 14, § 3, B.W.R.):
- de namen en voornamen, woonplaatsen en geboortedata van elke begunstigde van de vrijstelling en ondertekenaar van het formulier, alsmede de band van bloedverwantschap, aanverwantschap of wettelijk samenwonen tussen hen;
- de aanduiding en het adres van het registratiekantoor waar de akte is geregistreerd;
- het adres en de kadastrale aanduiding van het vrijgestelde onroerend goed;
- het totale bedrag, btw inbegrepen, van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken die zijn uitgevoerd overeenkomstig de listing, eventueel bijgewerkt;
- het bedrag van de eventuele subsidies die worden toegekend voor het uitvoeren van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken, overeenkomstig de listing, eventueel bijgewerkt;
- de identiteit van de houders van zakelijke rechten op het vrijgestelde onroerend goed, de aard van deze zakelijke rechten en hun respectieve quotiteiten.
De aanvraag tot aflevering van het attest gaat vergezeld van de volgende documenten (art. 14, § 4, eerste lid, B.W.R.):
- het afschrift van de authentieke akte;
- het afschrift van de opgave die het bedrag van de vrijstelling vaststelt;
- het afschrift van de listing (in voorkomend geval bijgewerkt) van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken;
- het afschrift van de facturen voor instandhoudingswerken, voorafgaande onderzoeken of herstelwerken die zijn afgegeven ter uitvoering van de listing (in voorkomend geval bijgewerkt) en het afschrift van de desbetreffende betalingsbewijzen (behalve voor de werken goedgekeurd door een tussentijds attest) (art. 14, § 4, tweede lid, B.W.R.);
- het afschrift van de eventuele tussentijdse attesten van uitvoering van werken die door het Waals Agentschap voor Erfgoed zijn afgegeven vóór het verzoek tot aflevering van het attest;
- het afschrift van de beslissingen tot toekenning van subsidies met het oog op het uitvoeren van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken, opgenomen in de listing, in voorkomend geval bijgewerkt;
- een notarieel attest, dat dagtekent van minder dan vijftien dagen vóór de dag van verzoek tot aflevering van het attest, met vermelding van de identiteit van de houders van zakelijke rechten op het vrijgestelde onroerend goed, de aard van deze zakelijke rechten en hun respectieve quotiteiten (evenals de band van bloed- of aanverwantschap die bestaat tussen de partijen bij de akte, in geval van een overdracht van onroerende goederen, onder levenden, tussen de datum van de authentieke akte en het notariële attest (art. 14, § 4, derde lid, B.W.R.).
De aanvraag tot aflevering van het attest moet worden gedateerd en ondertekend door elke begunstigde van de vrijstelling of door zijn tussenpersoon. De begunstigden van de vrijstelling of hun tussenpersonen, moeten op erewoord verklaren dat de overgemaakte gegevens en de bijgevoegde stukken juist en volledig zijn en dat de instandhoudingsverrichtingen, de voorafgaande onderzoeken en de herstelwerken zijn uitgevoerd overeenkomstig de voormelde listing (art. 14, § 5, B.W.R.).
Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag tot aflevering moet het Waals Agentschap voor Erfgoed het attest versturen, waarvan het model door de minister van Erfgoed (bijlage 3b, ministerieel besluit) is opgesteld. Indien het verzoek niet alle in artikel 14, § 3 B.W.R. bedoelde gegevens bevat of niet vergezeld gaat van de in artikel 14, § 4, B.W.R. bedoelde documenten, verwittigt het Waals Agentschap voor Erfgoed elke begunstigde van de vrijstelling, of hun tussenpersonen, binnen twintig werkdagen na ontvangst van de aanvraag van het attest dat hun aanvraag onvolledig is en vermeldt de ontbrekende gegevens of documenten. De termijn van 4 maanden gaat pas in op de datum waarop het Waals Agentschap voor Erfgoed de ontbrekende gegevens of documenten ontvangt (art. 15, eerste tot derde lid, B.W.R.).
Het attest vermeldt het bedrag van de investeringen in het onroerend goed, met uitzondering van eventuele subsidies, op de datum van de aanvraag tot aflevering. Het bevestigt de voltooiing en de betaling van de werken uitgevoerd overeenkomstig de listing (in voorkomend geval bijgewerkt) van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken, alsook het bedrag waarvoor zij in aanmerking komen krachtens artikel 159, 15° W.Reg. (art. 15, vierde lid, B.W.R.).
Het attest, gedateerd en ondertekend door de inspecteur-generaal van het Waals Agentschap voor Erfgoed of door de door hem gemachtigde ambtenaar, wordt door het Waals Agentschap voor Erfgoed toegezonden:
- in origineel aan elke begunstigde van de vrijstelling of aan hun tussenpersoon;
- in een bijkomend origineel aan de ontvanger der registratie (kantoor Rechtszekerheid) waar de authentieke akte werd geregistreerd (art. 15, vijfde en zesde lid, B.W.R.).
In geval van onenigheid over de inhoud van de attesten kunnen de begunstigden van de vrijstelling of hun tussenpersoon beroep aantekenen bij het Waals Agentschap voor Erfgoed binnen dertig dagen na de derde werkdag na de datum van kennisgeving van het attest (art. 16, eerste lid, B.W.R.).
Het Waals Agentschap voor Erfgoed kan om aanvullende informatie verzoeken. Het zendt het dossier samen met een voorstel voor een beslissing binnen vier maanden na ontvangst van het beroep toe aan de minister voor Erfgoed. De ministeriële beslissing wordt ter kennis gebracht aan de begunstigde van de vrijstelling, of aan zijn tussenpersoon, binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de ontvangst van het dossier overgemaakt door het Waals Agentschap voor Erfgoed (art. 16, tweede lid, B.W.R.).
Als de minister voor Erfgoed van oordeel is dat het Waals Agentschap voor Erfgoed de gegevens voor de behandeling van de aanvraag tot aflevering van de listing bedoeld in artikel 11 of van het attest bedoeld in artikel 14 rechtstreeks bij authentieke bronnen kan verkrijgen, kan hij de personen die om vrijstelling verzoeken of de begunstigden van de vrijstelling, vrijstellen van het verstrekken van deze gegevens aan het Waals Agentschap voor Erfgoed (art. 17, B.W.R.).
2.4.3. Behoud van de vrijgestelde zakelijke rechten
Om de vrijstelling te behouden, moet de begunstigde de vrijgestelde zakelijke rechten (volle eigendom, blote eigendom, vruchtgebruik) op het beschermd onroerend goed, behouden tot aan de verkrijging van het attest.
Om de naleving van deze voorwaarde voor het behoud te beoordelen, wordt evenwel geen rekening gehouden met de overdrachten door overlijden, noch met de overdrachten van zakelijke rechten onder de levenden in de rechte lijn (tot de achterkleinkinderen), tussen echtgenoten, tussen wettelijk samenwonenden bedoeld in artikel 131 W.Reg.W. of in de zijlijn tot en met de derde graad (ooms en tantes, neven en nichten) (nieuw art. 159, 15°, vijfde lid, 3°, W.Reg.W.).
2.5. Verlies van de vrijstelling
Zodra tijdens de periode van tien jaar niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het behoud, verliest de natuurlijke persoon het voordeel van de gehele of gedeeltelijke vrijstelling.
In geval van niet-naleving van de bovenvermelde voorwaarden voor het behoud, is het overeenkomstig de artikelen 109 tot 114 (verdelingsrecht) en 131 tot 140octies W.Reg.W (recht op de schenking onder de levenden van onroerende goederen) verschuldigde recht eisbaar ten laste van elke begunstigde van de vrijstelling (nieuw art. 159, 15°, zesde lid, eerste zin, W.Reg.W.).
Bij geheel of gedeeltelijk verlies van de vrijstelling, is de natuurlijke persoon het registratierecht verschuldigd, vermeerderd met een geldboete gelijk aan één tiende van het bedrag ervan en met de interest tegen de wettelijke rentevoet in fiscale zaken (7 % per jaar), zonder dat die hoger mag zijn dan vijf jaar interest (nieuw art. 159, 15°, negende lid, W.Reg.W.). De vrijstelling blijft echter verworven indien de niet-naleving het gevolg is van overmacht of van een dwingende reden van administratieve aard (nieuw art. 159, 15°, zesde lid, tweede zin, W.Reg.W.).
De begrippen “overmacht” en “dwingende redenen van administratieve aard” zijn niet gedefinieerd in de tekst van het decreet. Volgens de algemene regels voor de interpretatie van het fiscaal recht kunnen de niet gedefinieerde begrippen in het W.Reg. worden geïnterpreteerd zoals in het gemeen recht, zijnde het Burgerlijk Wetboek.
Het behoort aan de begunstigde van de vrijstelling om het bewijs te leveren van de overmacht of van de dwingende reden van administratieve aard die het voor hem onmogelijk maakte om aan de voorwaarden voor het behoud te voldoen.
De rechtsleer en rechtspraak definiëren overmacht als een gebeurtenis die zich voordoet na het ontstaan van de verbintenis, buiten de wil van de begunstigde van de vrijstelling, onvoorzienbaar, onvermijdelijk en die de uitvoering van een verbintenis onmogelijk maakt (zowel fysiek als juridisch).
De rechter oordeelt soeverein of de aangevoerde feiten voldoende ernstig zijn om overmacht te vormen.
Men spreekt van overmacht in hoofde van de begunstigde van de vrijstelling wanneer de belemmering voldoende erg en ernstig is om hem in de onmogelijkheid te plaatsen om binnen de vereiste termijn een attest van voltooiing van de werken te verstrekken (vb. ernstige ziekte, echtscheiding, ontslag, enz.).
Met dwingende redenen van administratieve aard bedoelt men situaties waarbij fouten of vertragingen die te wijten zijn aan de administratie, de begunstigde van de vrijstelling in de onmogelijkheid hebben geplaatst om aan de voorwaarden voor het behoud te voldoen. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt echter dat het niet verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning hier niet onder valt (Ontwerp van decreet tot wijziging van het Wetboek der successierechten en van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten met het oog op het vrijstellen van de als monument beschermde onroerende goederen van verdeelrechten, schenkbelastingen en successierechten, Doc., Parl. w., 2017-2018, n° 1042/1, commentaar op de artikelen, pp. 5-6).
2.6. Gedeeltelijke investering
Wanneer de investering niet volledig is wordt de vrijstelling, onder bepaalde voorwaarden, gedeeltelijk behouden tot beloop van het geherinvesteerd bedrag.
In geval van gedeeltelijke investering, wordt de vrijstelling behouden tot beloop van het bedrag dat in de opgave van de vrijgestelde rechten is vermeld en dat opnieuw is geïnvesteerd overeenkomstig de nadere regels die zijn vastgesteld in de voorwaarden voor het behoud, met inachtneming van bepaalde voorwaarden bedoeld in artikel 159, 15°, zevende lid, nieuw, W.Reg.W.).
Enerzijds moet de begunstigde van de vrijstelling een verklaring indienen:
- met vermelding van de authentieke akte, het feit dat het verschuldigd zijn van de rechten verantwoordt en alle gegevens nodig voor de vereffening van de belasting;
- ondertekend door elke begunstigde van de vrijstelling;
- opgemaakt in twee exemplaren (waarvan één op het kantoor rechtszekerheid blijft waar de authentieke akte werd geregistreerd);
- binnen het jaar volgend, ofwel op het verstrijken van de termijn van tien jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte (van verdeling, van met verdeling gelijkstaande afstand of van omzetting van vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot of langstlevende wettelijk samenwonende, of van schenking), ofwel op de akte van overdracht aan een andere persoon dan die bedoeld in art. 159, 15°, eerste lid W.Reg.W.
Anderzijds, moet de begunstigde van de vrijstelling bij de voormelde verklaring voegen:
(1°) de opgave die het bedrag van de vrijgestelde rechten vaststelt;
(2°) een attest van werken uitgereikt door het Waals Agentschap voor Erfgoed, waarin het in het als monument beschermd onroerend goed geïnvesteerd bedrag wordt vermeld, buiten eventuele subsidies, op de datum van de aanvraag van bedoeld attest (nieuw art. 159, 15°, zevende lid, 1° en 2°, W.Reg.W.).
2.7. Vooruitbetaling van het gewoon recht
Elke natuurlijke persoon die vrijstelling van registratierecht heeft genoten kan, vóór het verstrijken van de termijn van 10 jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte, de betaling voorstellen van het verschuldigde registratierecht in zijn geheel bij toepassing van de artikelen 109 tot 114 (verdelingsrecht) en 131 tot 140octies W.Reg.W (schenkingsrecht op onroerende goederen) of tot beloop van het bedrag dat niet werd geïnvesteerd in instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken.
De rechtsopvolger die gebruik wil maken van deze mogelijkheid moet, op het kantoor rechtszekerheid dat de akte geregistreerd heeft, een verklaring indienen met vermelding van de authentieke akte, het feit dat het verschuldigd zijn van de rechten verantwoordt en alle gegevens nodig voor de vereffening van de belasting (nieuw art. 159, 15°, elfde lid, W.Reg.W.).
De vorm van de verklaring en de vermeldingen zijn dezelfde als in geval van een gedeeltelijke investering (zie n° 2.6, supra).
2.8. Teruggave van rechten
Wanneer de vrijstelling niet werd gevraagd of niet werd bekomen bij de registratie van de akte van verdeling of van schenking, worden de rechten berekend volgens het tarief bedoeld in de artikelen 109 tot 114 (verdelingsrecht) en in de artikelen 131 tot 140octies W.Reg.W (schenkingsrecht op onroerende goederen).
Tegen indiening van een aanvraag tot teruggave kunnen de te veel geheven rechten, intresten en eventuele boetes, evenwel worden teruggegeven indien de aanvraag tot teruggave:
- melding maakt van de authentieke akte, van het feit dat het verschuldigd zijn van de rechten verantwoordt en van alle gegevens nodig voor de vereffening van de belasting;
- de vermeldingen en documenten bevat bedoeld in artikel 159, 15°, tweede lid W.Reg.W., met name:
- De datum en het opschrift van het besluit waarbij het betrokken onroerend goed beschermd wordt;
- De kopie van het beschermingsbesluit;
- De listing van de instandhoudingsverrichtingen, voorafgaande onderzoeken en herstelwerken;
- bij ter post aangetekende brief wordt verstuurd naar het kantoor rechtszekerheid dat de ontvangst heeft gedaan (art. 217^2, W.Reg.W.) en de akte heeft geregistreerd (verdeling, schenking van onroerende goederen);
- ingediend wordt binnen de twee jaar na de datum van de registratie van de akte (art. 209, eerste lid, 8° nieuw W.Reg.W. (art. 2 decreet).
Bijgevolg is geen enkele teruggave van rechten mogelijk indien de aanvraag tot teruggave, die de voormelde vermeldingen en documenten bevat, wordt ingediend bij de bevoegde ontvanger meer dan twee jaar na de registratie van de authentieke akte van verdeling of schenking.
III. Inwerkingtreding
De wijzigingen in het W. Reg. zijn op 1 januari 2019 in werking getreden (art. 8, eerste lid decreet). De toepassingsmodaliteiten van het decreet zijn eveneens in werking getreden op 1 januari 2019 (art. 18, B.W.R.).
Bijgevolg zijn de vrijstellingen inzake registratierecht toepasselijk op authentieke akten van verdeling of van schenking van als monument beschermde onroerende goederen verleden vanaf 1 januari 2019.
De akten van verdeling en van schenking van als monument beschermde onroerende goederen verleden vóór 1 januari 2019 vallen onder de toepassing van de oude wetgeving, zodat zij de nieuwe vrijstellingen niet kunnen genieten.
