09.10.2012 - Omzendbrief D.I. 561 - D.D. 186.140 (geconsolideerde versie)
DOUANEPROCEDURES
GEMEENSCHAPPEN EN PREFERENTIES | D.I. 561 |
VEREENVOUDIGDE PROCEDURES | |
VOOR HET AFGEVEN VAN | |
BEWIJSSTUKKEN INZAKE OORSPRONG | D.D. 315.465 |
Bijlagen : 9 Brussel, 9 oktober 2012.
SUPPLEMENT 4
Als gevolg van het feit dat de Europese Unie nieuwe overeen- komsten heeft afgesloten met de volgende landen :
- Bosnië-Herzegovina : op 30 juni 2008 werd in het P.B. EG nr. L 169 het Besluit van de Raad van 16 juni 2008 inzake de onder- tekening en sluiting van de Interimovereenkomst betreffende de han- del en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, ener- zijds, en Bosnië-Herzegovina, anderzijds gepubliceerd.
- CARIFORUM : op 30 oktober 2008 werd in het Publica- tieblad van de Europese Unie nr. L 289 het Besluit van de Raad van 15 juni 2008 betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing van de Economische Partnerovereenkomst (EPO) tussen de CARI- FORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lid- staten, anderzijds gepubliceerd.
Bon O.S.D. nr. A/I 152/12
2
- Stille Oceaan : op 16 oktober 2009 werd in het Publica- tieblad van de Europese Unie nr. L 272 het Besluit van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds gepubliceerd.
- Servië : op 30 januari 2010 werd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 28 het Besluit van de Raad van 29 april 2008 inzake de ondertekening en sluiting van de Interimovereenkomst be- treffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Ge- meenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds gepubli- ceerd.
- APS : de wettelijke basis van het voornoemd hervormd Algemeen Preferentieel Stelsel (APS) werd op 23 november 2010 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 307 met Verordening (EU) nr. 1063/2010 van de commissie van 18 no- vember 2010 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 hou- dende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Veror- dening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.
- Korea : op 14 mei 2011 werd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 127 het Besluit van de Raad van 16 septem- ber 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds gepubliceerd.
dient de omzendbrief D.D. 186.140 van 24 maart 2000 als volgt te worden aangepast :
- de bladen 1/2 en 9/10 worden vervangen door bijgevoegde nieuwe bladen;
- de BIJLAGE 1 dient te worden vervangen door de nieuwe bijgevoegde bijlage;
3
- in BIJLAGE 3 :
° de bladen BIJLAGE 3 (blz.3/4) vervangen door bijgevoegd nieuw blad.
Voor de Administrateur-generaal der Douane en Accijnzen : De Auditeur-generaal van financiën,
G. CAPIAU
Federale Overheidsdienst FINANCIEN
BELASTINGEN EN INVORDERING
Administratie der Douane en Accijnzen
DOUANEPROCEDURES
GEMEENSCHAPPEN EN PREFERENTIES | D.I. 561 |
VEREENVOUDIGDE PROCEDURES | |
VOOR HET AFGEVEN VAN | |
BEWIJSSTUKKEN INZAKE OORSPRONG | D.D. 186.140 |
Brussel, 24 maart 2000.
PRINCIPE
- In de in bijlage 1 opgesomde overeenkomsten is een ver- eenvoudigde procedure voorzien voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong (wat de douane-unie met Turkije betreft, spreekt men van bewijsstukken inzake vrij verkeer).
- De douane kan aan de exporteurs, die veelvuldig producten uitvoeren waarop de bovengenoemde overeenkomsten van toepas- sing zijn en die geen ernstige of herhaalde inbreuken op de douane- of de belastingwetgeving hebben gepleegd, een vergunning verlenen om zelf - zonder tussenkomst van de douane - bewijsstukken inzake preferentiële oorsprong op te stellen.
- Onder "toegelaten exporteurs" worden personen of bedrij- ven verstaan die in het bijzonder voldoen aan volgende voorwaar- den :
Bon O.S.D. nr. 98/00
a) regelmatig uitvoeren verrichten (1) (2);
b) op ieder ogenblik in staat zijn om de oorsprong van de uit te voeren goederen te bewijzen - dit impliceert aldus dat zij in staat zijn om hun kennis inzake de toepasselijke oorsprongregels te bewijzen en dat zij in het bezit zijn van alle nodige bewijsstukken aangaande de oorsprong van de uitgevoerde goederen. Ingeval van producenten moet erop worden toegezien dat het aan de hand van de voorraad-administratie van de onderneming mogelijk is (of zal mogelijk zijn, in geval van nieuwe ondernemingen) de oorsprong vast te stellen. In geval van handelaren moeten de normale handels- stromen van het bedrijf op meer diepgaande wijze worden onder- zocht.
c) gezien hun exportactiviteiten in het verleden, voldoende waarborgen bieden ten aanzien van de oorsprong van de goederen en ten aanzien van de mogelijkheid om alle verplichtingen te vervullen die hieruit voortvloeien.
De toegelaten exporteurs zijn volledig aansprakelijk ten aan- zien van onjuiste oorsprongsverklaringen of misbruik van de vergun- ning met als gevolg dat de vergunning op ieder ogenblik kan inge- trokken worden.
Douane-expediteurs kunnen niet worden erkend als "toege- laten exporteur".
-
In de in bijlage 1 opgesomde overeenkomsten wordt ge- handeld over de vereenvoudigde procedure inzake het gebruik van factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED, ongeacht de waarde van de betrokken producten. Uitzondering daarop vormt de douane-unie met Turkije (met betrekking op industriële producten en verwerkte landbouwproducten), waarin wordt gehandeld over de ver- eenvoudigde procedure inzake het gebruik van vooraf geviseerde certificaten inzake goederenverkeer A.TR.
(1) Veeleer dan het aantal zendingen of de vastgestelde hoe- veelheid dient het regelmatig karakter van de uitvoeren in over- weging genomen te worden.
(2) In het kader van de overeenkomst tussen de EU en Korea is deze verplichting niet opgenomen.
D.D. 315.465 dd. 9.10.2012
Ook in het kader van de Paneurmedcumulatie kan er gebruik worden gemaakt van een vergunning inzake vereenvoudigde proce- dures. Deze vergunning mag worden toegepast bij wederuitvoer van goederen van oorsprong uit een land behorende tot de preferentiële zone van de Paneurmedcumulatie naar een ander land van deze zone zover de vergunning werd toegestaan voor uitvoer naar dit land, het bewijs wordt geleverd dat het dezelfde goederen betreft en er werd voldaan aan de voorwaarde in verband met de variabele geometrie (zie punt 20 bij de omzendbrief D.D. 265.381 dd 10 april 2006 (D.I. 561) betreffende “Pan-Euro- Mediterrane-cumulatie”). De lan- den behorende tot de voormelde preferentiële zone zijn opgenomen in bijlage 2.
Bij wederuitvoer naar Turkije van industriële producten in het kader van de douane-unie met Turkije mag een vooraf geviseerd certificaat A.TR worden opgesteld als bewijs inzake vrij verkeer tezamen met een leveranciersverklaring ter staving van de oor- sprong.
INDIENEN VAN DE AANVRAGEN
- De aanvraag tot het bekomen van de hoedanigheid van "toegelaten exporteur" voor de afgifte van bewijsstukken inzake oor- sprong bij uitvoer van goederen moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde gewestelijke directie door middel van het aanvraag- formulier waarvan een model gevoegd is in bijlage 3. Dit formulier poogt zoveel mogelijk relevante gegevens te verzamelen over de hoedanigheid van de aanvrager, de producten met hun tariefpost- indeling, de landen waarvoor de vereenvoudigde procedure wordt aangevraagd en de interne organisatie van de aanvrager.
BEHANDELING VAN HET DOSSIER
- De gewestelijke directie zendt de aanvraag voor onderzoek aan de Eerstaanwezend Inspecteur - dienstchef I.W.E.C.C. in wiens ambtsgebied de betrokken exporteur is gevestigd.
De gewestelijke directie kan hiervan afwijken indien bijzon- dere omstandigheden dit rechtvaardigen.
VOORAFGAAND ONDERZOEK
Algemeen
- Het onderzoek moet worden gericht op de vraag of aan de hand van de administratie van de exporteur de juistheid van de afge- geven bewijsstukken inzake oorsprong kan worden gecontroleerd.
De wijze, waarop de juistheid van de oorsprong van de be- trokken goederen moet worden aangetoond, hangt onder meer af van de aard van het bedrijf (producent of handelaar) alsmede van de soort van de uit te voeren goederen en de daarvoor vastgestelde oorsprongscriteria.
- Bij het onderzoek van de administratie van de exporteur dient - in voorkomend geval - onderscheid te worden gemaakt naar- gelang de regeling (oorsprongsprotocol) binnen welk kader de goe- deren "van oorsprong" zijn. Door de verschillende oorsprongsregels en - vooral - de cumulatiebepalingen kunnen de goederen de EG- oorsprong hebben in de zin van een bepaalde overeenkomst, maar niet voldoen aan de oorsprongsregels in het kader van een andere overeenkomst. Dit kan zowel voorkomen bij toepassing van het waardecriterium als van andere oorsprongscriteria.
- Behalve de administratie van de exporteur is tevens de administratieve organisatie van het bedrijf van belang. Zo dient o.m. nagegaan wie verantwoordelijk is voor de afgifte van de bewijsstuk- ken inzake oorsprong en of een interne controle wordt toegepast.
Tijdens het onderzoek dient de exporteur erop gewezen dat de oorsprong van de goederen moet kunnen worden aangetoond op het ogenblik van het opstellen van het bewijsstuk inzake oorsprong. Wanneer bij controle zou blijken dat op het tijdstip van de afgifte van het bewijsstuk de oorsprong van de betrokken goederen niet kan worden aangetoond (met name omdat tijdens de controle de vereiste leveranciersverklaringen niet voorhanden zijn), wordt het bewijsstuk in principe geacht ten onrechte te zijn afgegeven.
ADMINISTRATIE VAN DE PRODUCENT
- Het onderzoek van de administratie van de producent moet worden gevoerd in functie van de oorsprongscriteria, die voor de uit te voeren goederen gelden.
Daarbij moeten de volgende criteria in acht worden genomen.
Criterium "Verandering van tariefpost"
- Voor goederen, waarvoor uitsluitend het criterium "ver- andering van tariefpost" geldt, dient belanghebbende per uitgevoerd eindproduct een lijst voor te leggen met vermelding van de tarief- posten (4 cijfer-code volgens het geharmoniseerde systeem) van de daarin verwerkte producten.
Voor de verwerkte grondstoffen, die niet van tariefpost ver- anderen maar reeds van oorsprong zijn uit de Gemeenschap of - in geval van cumulatie - van oorsprong zijn uit het betreffende partner- land, moet belanghebbende - naast de hiervoor genoemde beschrij- ving - voor deze componenten geldige leveranciersverklaringen of elders afgegeven preferentiële bewijsstukken inzake oorsprong voor- leggen waaraan een representatieve aankoopfactuur dient te worden gehecht. De vorenbedoelde leveranciersverklaringen van Belgische leveranciers of van leveranciers uit andere lidstaten kunnen enkel worden aanvaard als geldige bewijsstukken, indien deze voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld in Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad van 11 juni 2001 (Zie de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999/Hoofdstuk IV - Bijlage 3). De desbetreffende leveranciersverklaringen met aangehechte aankoopfacturen dienen bij het dossier te worden gevoegd.
Het staat de controlerende ambtenaar vrij om de geldigheid van deze leveranciersverklaring te laten controleren, hetzij door een bijkomend onderzoek bij de Belgische leverancier van deze goede- ren, door de I.W.E.C.C. in wiens ambtsgebied de Belgische leverancier gevestigd is, hetzij door overlegging door de handelaar van inlichtingenbladen INF 4 (zie voornoemde verordening) afgege- ven door de douaneautoriteiten van de EG-lidstaat waar de leverancier gevestigd is.
Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
"Waardecriterium"
- Voor goederen, waarvoor een "waardecriterium" geldt, moet de douanewaarde van de verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen (componenten) en de prijs af fabriek per uitgevoerd eindproduct in de administratie van belanghebbende te vinden zijn of daaruit kunnen worden afgeleid. Daarnaast moet ook de samen- stelling van de goederen duidelijk kunnen worden afgeleid uit de administratie van belanghebbende.
Voor deze goederen dient door belanghebbende een nota te worden voorgelegd met vermelding van :
a) de GS-code (4 cijfer-code) van het eindproduct;
b) de samenstelling van het eindproduct door opgave van de GS-code (4 cijfer-code) van de in het eindproduct verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen (componenten) evenals de GS-code van de (in voorkomend geval) in dit product verwerkte van oorsprong zijnde materialen;
c) de bron of bronnen van bevoorrading van de in het eindproduct verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen evenals van de in dit product verwerkte van oorsprong zijnde materialen;
d) een voldoende gespecificeerde prijsberekening van het eindproduct in functie van het toepasselijke "waardecriterium".
De hiervoor bedoelde prijsberekening moet de volgende gegevens bevatten : de prijs af fabriek van het eindproduct en de waarde van de niet van oorsprong zijnde bestanddelen (in principe de douanewaarde bij invoer).
Voor de in de eindproducten verwerkte materialen, die reeds van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, geldt het bepaalde in cijfer 11, tweede lid.
"Gemengde criteria"
- Wanneer voor de goederen "gemengde criteria" gelden, zoals bijvoorbeeld een "waardecriterium" in combinatie met een beperking inzake verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen van een bepaalde post, dienen de bepalingen van de §§ 11 en 12 tege- lijkertijd te worden toegepast.
"Specifieke bewerkingscriteria"
- Wanneer voor de goederen "specifieke bewerkings- criteria" gelden (b.v. voor herenbovenkleding, de oorsprongsregel "vervaardiging uit garens"), moet belanghebbende een nota voor- leggen met vermelding van de bron of bronnen van bevoorrading van de in het eindproduct verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen (grondstoffen) evenals van de in dit product (in voorkomend geval) verwerkte van oorsprong zijnde materialen. Voor zover dit nodig is in kan toelichting worden verstrekt in verband met de uitgevoerde bewerkingen.
"Criterium geheel en al verkregen"
- Wanneer goederen voldoen aan het criterium "geheel en al verkregen" en het "verkrijgen" niet geheel binnen de onderneming van de belanghebbende plaatsvindt, moet belanghebbende geldige leveranciersverklaringen of elders afgegeven preferentiële bewijs- stukken inzake oorsprong voorleggen waaraan een representatieve aankoopfactuur is gehecht.
Wat betreft de geldigheid en de aanvaardbaarheid van de vorenbedoelde leveranciersverklaringen, geldt het bepaalde in cijfer 11, tweede lid.
Wanneer de goederen geheel en al zijn verkregen binnen de onderneming van de belanghebbende, dient door hem een schriftelijke verklaring in die zin te worden voorgelegd.
ADMINISTRATIE VAN DE HANDELAAR
- Uit de administratie van de handelaar (voortverkoper die hier te lande of in andere lidstaten aangekochte producten uitvoert) moet de oorsprong van de goederen kunnen worden vastgesteld aan de hand van de aanwezigheid van door de betrokken leveranciers afgegeven geldige leveranciersverklaringen.
Dit betekent dat de handelaar voor deze producten leveran- ciersverklaringen moet voorleggen, waaraan een representatieve aankoopfactuur is gehecht. Hij moet die leveranciersverklaringen steeds ter beschikking van de douane houden.
Wat betreft de geldigheid en de aanvaardbaarheid van de vorenbedoelde leveranciersverklaringen, geldt het bepaalde in cijfer 11, tweede lid.
Het staat de controlerende ambtenaar vrij om de geldigheid van deze leveranciersverklaring te laten controleren door toepassing van de bepalingen van § 11, laatste alinea.
OPMAKEN VAN HET EINDVERSLAG
- In het eindverslag van de controlerende ambtenaar moeten alle bevindingen van het voorafgaande onderzoek worden vermeld. Indien de door belanghebbende voorgelegde bewijsvoering als dusdanig te omvangrijk is, dient deze niet bij het dossier te worden gevoegd doch het verslag moet ondubbelzinnig aantonen of de goederen al dan niet als van oorsprong kunnen worden beschouwd.
Dit houdt onder meer in dat voor elk eindproduct (1), waar- van de oorsprong werd onderzocht, moet worden vermeld aan welk oorsprongscriterium dit product werd getoetst en op welke wijze de oorsprong werd aangetoond.
In voorkomend geval dient het eindverslag eveneens de elementen te vermelden op basis waarvan de oorsprong van het (de) betrokken eindproduct(en) wordt verworpen.
Het eindverslag moet eveneens vermelden of ernstige over- tredingen werden vastgesteld op het vlak van douane en/of accijnzen. Ter zake dient eveneens aan de Administratie van de BTW en de directe belastingen te worden gevraagd of ten laste van de verzoeker op fiscaal gebied geen ernstige overtredingen zijn vastgesteld.
De met het onderzoek belaste ambtenaar zendt vervolgens het volledige dossier langs hiërarchische weg naar de gewestelijk direc- teur, die het aan de Centrale Administratie (Dienst Douaneproce- dures) bezorgt met zijn beschouwingen en advies. In principe dient dit binnen de termijn van 1 jaar te rekenen vanaf de datum van ontvangst door de gewestelijk directeur van het in § 5 bedoelde aan- vraagformulier.
VERGUNNING
- De vergunning wordt toegezonden aan de verzoekende firma alsook aan de betrokken douanediensten.
In de vergunning zijn de bijzondere voorwaarden bepaald, die door de exporteur moeten worden nageleefd, alsook de controle- stelsels.
(1) In bepaalde overeenkomsten (o.m. EU-Korea) zijn de lijstregels voor een aantal producten gekoppeld aan het 6 cijfercode niveau in plaats van het 4 cijfercode niveau van het Geharmoniseerd Systeem.
D.D. 315.465 dd. 9.10.2012
De vergunning wordt ingetrokken, wanneer de toekennings- voorwaarden niet meer zijn vervuld of wanneer misbruiken of on- regelmatigheden worden vastgesteld.
*
* *
INTREKKING
- De omzendbrief van 6 juli 1998, nr. D.D. 153.592 (D.I. 561), wordt ingetrokken.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J. DUBOIS
OVEREENKOMSTEN WAARIN EEN VEREENVOUDIGDE PROCEDURE VOOR DE AFGIFTE VAN BEWIJSSTUKKEN INZAKE OORSPRONG IS OPGENOMEN
- Protocol nr. 4 bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER-overeenkomst)
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk VI van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 22 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
2. Protocols nr. 3 bij de overeenkomsten met de EVA-landen (Noorwegen en IJsland), die eveneens partij zijn bij de EER- overeenkomst
Deze protocollen, gevoegd als bijlagen 2 bij Hoofdstuk XII, Deel I en II van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorzien in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED zonder waardebeperking.
3. Protocol nr. 3 bij de overeenkomst met Zwitserland
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk IX van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
D.D. 284.256 dd. 2.6.2009
4. Protocol nr. 4 bij de overeenkomst met Israël
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk VIII van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
5. Protocol nr. 1 bij de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Turkije voor EGKS-producten
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 8 janu- ari 2012, nr. D.D. 292.547 inzake Gemeenschappen en Preferenties - Overeenkomst tussen de EGKS en de Republiek Turkije. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet artikel 23 enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED.
6. Douane-unie met Turkije voor industriële producten en verwerkte landbouwproducten
Besluit 1/2006 van het Comité Douane-samenwerking EG- Turkije, dat is opgenomen in de bijlage 2 van Hoofdstuk III van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in arti- kel 11 inzake vereenvoudigde procedures enkel het gebruik van vooraf geldiggemaakte certificaten A.TR.
7. Handelsregeling met Turkije voor landbouwproducten (niet verwerkte)
Het nieuwe oorsprongsprotocol nr. 3 tussen de EG en Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten is gepubli- ceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 86 van 20 maart 1998.
Dit protocol is opgenomen in bijlage 4 bij hoofdstuk V van de Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999.
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 20 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
8. Protocol nr. 3 bij de overeenkomst met de Faeröer-eilanden
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk XI van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
9. Verordening (EG) nr. 82/2001 van de Raad van 5 decem- ber 2000 met betrekking tot de Spaanse gebieden Ceuta en Melilla
Deze verordening is opgenomen in de omzendbrief van 1 oktober 2001, nr. D.D. 233.289.
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 22, het gebruik van de factuurverklaring.
10. Regeling met betrekking tot de Republieken Moldavië en Kosovo (zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999)
Deze regeling is opgenomen in de artikelen 97 quinvicies t/m
123 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 (Communautair Toepas- singswetboek).
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 117 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
11. Regeling met betrekking tot de APS-landen (Algemeen Pre- ferentieel Systeem)
Deze regeling is opgenomen in de artikelen 66 t/m 97 quater- vicies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 (Communautair Toe- passingswetboek) en gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 307 van 23 november 2010 (zie ook dienstbrief
D.D. 305.064 van 11 februari 2011).
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 97 tervicies voorlopig (tenminste tot 1 januari 2017) enkel het gebruik van de factuurverklaring (enkel in de Franse en Engelse taal).
12. Protocol nr. 3 bij de interim-overeenkomst met de Pales- tijnse Bevrijdingsorganisatie ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gaza- strook
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk XIII van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
13. Protocol nr. 4 bij de overeenkomst met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Dit protocol is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 99 van 10 april 2008 en werd opge- nomen in de omzendbrief nr. D.D. 231.573 dd. 22 augustus 2001 (D.I. 561) via het supplement D.D. 283.260 van 13 september 2010.
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 23 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
14. Protocol nr. 4 bij de overeenkomst met Tunesië
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk VII, Deel II van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED zonder waardebeperking.
15. Aanhangsel bij de Overeenkomst in de vorm van briefwisse- ling tussen de Europese Gemeenschappen en het Prinsdom Andorra
Dit aanhangsel is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 191 van 23 juli 1999. Deze overeenkomst is geldig voor de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem. Zie de omzendbrief van 15 oktober 2001, nr. D.D. 233.372 (D.I. 561).
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake oorsprong voorziet artikel 20 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
16. Protocol nr. 4 bij de overeenkomst met Marokko
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk VII van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED zonder waar- debeperking.
17. Protocol nr. 1 gevoegd bij de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeen- schap en de Republiek Zuid-Afrika
Dit is in werking getreden op 1 januari 2000.
Artikel 20 voorziet het gebruik van de factuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
Deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van de omzend- brief van 31 december 1999, nr. D.D. 216.415 (D.I. 561).
18. Protocol nr. 1 gevoegd bij de MAR-overeenkomst
Artikel 20 voorziet het gebruik van de factuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
Deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van de dienstbrief van 5 juni 2008, nr. D.D. 284.007.
19. Bijlage III gevoegd bij Besluit nr. 2/2000 van de Gezamelijke Raad EG-Mexico inzake de Interim-overeenkomst betref- fende de handel en aanverwante zaken tussen de EG en de Verenigde Mexicaanse Staten in werking getreden op 1 juli 2000
Deze overeenkomst maakt het voorwerp uit van de omzend- brief van 25 oktober 2001, nr. D.D. 233.877.
Artikel 21 van de bijlage III voorziet het gebruik van de factuurverklaring.
20. Chili : Bijlage III gevoegd bij de overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili
Deze overeenkomst werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 352 van 30 december 2002 en maakt het voorwerp uit van de omzendbrief van 1 maart 2004, nr. D.D. 244.129.
Artikel 21 van de bijlage 3 voorziet het gebruik van de fac- tuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
21. Jordanië : Protocol nr. 3 bij de overeenkomst met Jordanië
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk X, Deel II van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED zonder waardebeperking.
22. Libanon : Protocol nr. 4 bij de Interimovereenkomst met Libanon
Dit protocol is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 262 van 30 september 2002 en maakt het voorwerp uit van de omzendbrief van 1 december 2003, nr. D.D. 245.564.
Artikel 22 voorziet het gebruik van de factuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
23. LGO : Bijlage III gevoegd bij het Besluit van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap (“LGO-besluit”)
Dit Besluit werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 314 van 30 november 2001 en maakt het voorwerp uit van de omzendbrief van 10 april 2002, nr. D.D. 236.464.
D.D. 284.256 dd. 2.6.2009
Artikel 20 van de bijlage III voorziet het gebruik van de factuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
24. Egypte : Protocol nr. 4 bij de Associatieovereenkomst met Egypte
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk X, Deel I van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED zonder waardebeperking.
25. Kroatië : Protocol nr. 4 bij de interimovereenkomst met Kroatië
Dit protocol is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 330 van 14 december 2001 en maakt het voorwerp uit van de omzendbrief van 10 april 2002, nr. D.D. 238.127.
Artikel 23 voorziet het gebruik van de factuurverklaring als vereenvoudigde procedure.
26. Algerije : Protocol nr. 6 bij de overeenkomst met Algerije
Dit protocol, dat is gevoegd als bijlage 2 bij Hoofdstuk VII, Deel III van de instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999, voorziet in artikel 23 betreffende vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong enkel het gebruik van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED zonder waardebeperking.
27. Montenegro : Protocol nr. 3 bij overeenkomst met Montenegro
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 9 septem- ber 2009 nr. D.D. 282.961 inzake Gemeenschappen en Preferenties – Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Repu- bliek Montenegro. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet arti- kel 23 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
28. Albanië : Protocol nr. 4 bij de overeenkomst met Albanië
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 6 maart 2007, nr. D.D. 272.831 inzake Gemeenschappen en Prefe- renties – Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet artikel 23 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
29. Bosnië-Herzegovina : Protocol nr. 2 bij de overeenkomst met Bosnië-Herzegovina
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 2 septem- ber 2009, nr. D.D. 284.777 inzake Gemeenschappen en Preferen- ties – Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Bosnië-Herzegovina. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet artikel 23 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
30. CARIFORUM : Protocol nr. 1 bij de overeenkomst met CARIFORUM
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 17 septem- ber 2009, nr. D.D. 289.790 inzake Gemeenschappen en Preferen- ties – Economische Partnerschapovereenkomst (EPO) tussen de CARIFORUM-staten en de Europese Gemeenschap. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet artikel 22 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
31. Servië : Protocol nr. 3 bij de overeenkomst met Servië
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van 8 septem- ber 2010, nr. D.D. 296.644 inzake Gemeenschappen en Preferen- ties – Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Servië. Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet arti- kel 23 enkel het gebruik van de factuurverklaring.
32. Stille Oceaan : Protocol II bij de overeenkomst met de Staten in de Stille Ociaan
Dit protocol is opgenomen in de omzendbrief van ……, nr. D.D. 300.092 inzake Gemeenschappen en Preferenties – Econo- mische Partnerovereenkomst (EPO) tussen de Europese Gemeen- schap en de Staten in de Stille Oceaan. Wat betreft de vereenvou- digde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oor- sprong voorziet artikel 21 enkel het gebruik van de factuurverkla- ring.
33. Korea : Protocol betreffende de definitie van “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwer- king” bij de overeenkomst met Korea
Deze overeenkomst maakt deel uit van de dienstbrief van 23 juni 2011, nr. D.D. 308.034.
Wat betreft de vereenvoudigde procedures voor het afgeven van bewijsstukken inzake de oorsprong voorziet artikel 17 enkel het gebruik van de oorsporngsverklaring.
LANDEN BEHORENDE TOT DE PANEURMEDZONE
○ EG
○ EER (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein)
○ Noorwegen
○ IJsland
○ Zwitserland
○ Algerije
○ Egypte
○ Israël
○ Jordanië
○ Libanon
○ Marokko
○ PLO
○ Tunesië
○ Turkije
○ Faeroër
○ Syrië
AANVRAAGFORMULIER "VEREENVOUDIGDE PROCEDURES VOOR HET
AFGEVEN VAN BEWIJSSTUKKEN INZAKE OORSPRONG"
INLICHTINGEN TE VERSTREKKEN MET HET OOG OP HET BEKOMEN VAN EEN VERGUNNING
1. Firma
1.1. Naam en voornaam (of handelsnaam) en BTW-nr. van de firma
1.2. Adres van de maatschappelijke zetel
1.3. Adres(sen) van de exploitatiezetel(s)
1.4. Adres van de administratieve zetel
1.5. Naam en functie, telefoon- en telefaxnummer, van degene tot wie de douane zich kan wenden
1.6. Activiteit(en) (1) van de firma (productie, handel, ...)
1.7. Adressen van de BTW-controles en de controles van de Directe belastingen waarvan de firma afhangt
2. Producten
2.1. Producten waarvoor de vereenvoudigde procedure wordt aangevraagd (2)
Goederencode (4 cijfers) | Omschrijving van het product |
|
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . |
.......................................................... .......................................................... .......................................................... .......................................................... .......................................................... |
2.2. De onder cijfer 2.1. hiervoor genoemde producten wor- den (3) :
in de firma geproduceerd vanuit grondstoffen of half- fabrikaten
in de firma geassembleerd
door de firma aangekocht en in dezelfde staat, eventueel na eenvoudige behandelingen voortverkocht
andere (4)
(1) b.v. fabriek van ..., producent van ..., handelaar in ..., enz...
(2) Indien meer dan 5 producten, dient een lijst bij de aanvraag te worden gevoegd.
(3) Aanduiden wat van toepassing is.
(4) Nader te omschrijven (bv. Geheel en al verkregen, ...).
BIJLAGE 3 (blz. 3)
2.3. Duidt aan voor welke preferentiële overeenkomsten de vereenvoudigde procedure wordt aangevraagd :
a) door de uitreiking van factuurverklaring of factuur- verklaring EUR-MED :
|
Algerije Andorra (1) IJsland Israël Kroatië Zuid-Afrika Algemene preferenties (5) Ceuta en Melilla Zwitserland (2) Palestina Servië Turkije (3) Albanië Montenegro Kosovo Moldavië CARIFORUM |
Noorwegen Faeroër Eilanden Bosnië-Herzegovina Macedonië Turkije (4) Mexico Chili Jordanië Libanon LGO Egypte MAR Marokko Tunesië Stille Oceaan Korea |
b) door de uitreiking van voorafgeldig gemaakte certifica- ten :
Turkije (6)
Tarief.
(1) Voor producten van de Hoofdstukken 1 t/m 24 van het
(2) Daaronder begrepen Liechtenstein.
(3) Voor (niet-verwerkte) landbouwproducten in het kader van
de Douane-unie EG-Turkije.
(4) Voor EGKS-producten.
(5) Enkel in het kader van de bilaterale cumulatie EG-APS (begrip "donorlandelement").
(6) Voor industriële producten en verwerkte landbouwpro- ducten in het kader van de douane-unie EG-Turkije.
D.D. 315.465 dd. 9.10.2012
2.4. Worden door de firma nog andere producten uitgevoerd dan dewelke waarvoor onderhavige aanvraag tot vereen- voudiging wordt gedaan ?
Zo ja, dewelke ?
2.5. Zijn er in de firma goederen aanwezig die identiek zijn aan degene die worden geproduceerd, maar die van elders worden betrokken ?
Zo ja, hoe kunnen zij worden onderscheiden ?
2.6. Zijn in de firma goederen aanwezig, die door haar zijn geproduceerd en die identiek zijn aan degene genoemd in cijfer 2.1. hiervoor, maar die niet voldoen aan de voor- waarden inzake oorsprong ?
Zo ja, hoe kunnen zij worden onderscheiden ?
2.7. Wat is de frequentie van de uitvoerbewegingen van de landen waarvoor u de toepassing van de vereenvoudigde procedures vraagt ?
3. Administratieve organisatie
3.1. Wie is in uw firma verantwoordelijk voor de afgifte van de bewijsstukken inzake oorsprong ?
3.2. Wordt er in uw firma een interne controle toegepast ? Zo ja, hoe ?
Te . . . . . . . . , de 20 . . ,
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
(handtekening)
