Circulaire nr. Ci.RH.241/268.529 dd. 03.09.1986

ONTLASTING VAN AMBTSWEGE
Dubbele belasting

RIJKSPERSONEEL
Terugvordering van ten onrechte aan het Rijkspersoneel uitbetaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen


Inzake dubbele belasting is de belasting die bepalend is voor de begindatum van de termijn van drie jaren bedoeld in art. 277, § 1, W.I.B. deze die de toestand van dubbele belasting heeft doen ontstaan.

Toepassing inzake terugvordering van ten onrechte aan het rijkspersoneel uitbetaalde bezoldigingen en anciënniteitspensioenen :

  • ontheffing van de aanslag met betrekking tot het jaar van de ten onrechte betaling, ongeacht het tijdstip van vestiging van die aanslag;
  • de termijn van drie jaar, bedoeld in art. 277, § 1, W.I.B., is te berekenen vanaf 1 januari van het jaar van vestiging van de aanslag met betrekking tot het jaar van volledige terugbetaling.
Het Hof van Cassatie heeft in een arrest dd. 31.1.1986 inzake HAEGHEDOOREN beslist dat in geval een belastingplichtige tweemaal werd belast op dezelfde inkomsten in twee verschillende aanslagjaren, de belasting die bepalend is voor de begindatum van de termijn van drie jaren bedoeld in artikel 277, § 1, W.I.B., deze is die de toestand van dubbele belasting heeft doen ontstaan.

In voorkomend geval dient de aanslag die ten onrechte werd gevestigd volledig te worden ontlast, ook al werd deze aanslag gevestigd vóór 1 januari van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling of van bekendmaking van de overbelasting.

Het nummer 277/10 Com.I.B. zal eerlang aangepast worden.

Evenvermelde rechtspraak impliceert tevens dat de richtlijnen die werden verstrekt met betrekking tot de ontheffingen van ambtswege die, desgevallend, moeten worden verleend ingeval van terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bezoldigingen en pensioenen aan het rijkspersoneel, dienen gewijzigd te worden (cf. Circulaire Ci. RH 241/268.529 dd. 19.9.1975 nr. 6Bb en de dienstbrieven Ci. RH 244/294.315 dd. 6.5.1980 en 5.10.1981) :

  • wanneer, in geval van terugbetaling van ten onrechte uitbetaalde bezoldigingen of pensioenen, een ontheffing van ambtswege (dubbele belasting) moet worden verleend (cf. eerstvermelde circ. Nr. 6Bb), dan is het steeds de aanslag met betrekking tot het jaar van de ten onrechte uitbetaling van de bezoldigingen of pensioenen die moet ontheven worden, ongeacht het tijdstip waarop die aanslag werd gevestigd;
  • de termijn van drie jaar, bedoeld in art. 277, § 1, W.I.B., vangt aan op 1 januari van het jaar van vestiging van de aanslag die de dubbele belasting heeft doen onstaan, d.w.z. de aanslag met betrekking tot de inkomsten van het jaar waarin de terugbetaling volledig is uitgevoerd.