Circulaire AAFisc Nr. 4/2016 (nr. Ci.RH.331/635.466) d.d. 29.01.2016

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Inkomstenbelasting

Belastingverminderingen

Belastingverminderingen. Het in aanmerking nemen van uitgaven betaald door derden. Rechtspraak.

Inleiding

1. Voor het toekennen van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven, was de administratie tot op heden van mening dat de belastingplichtige die de belastingvermindering vroeg, de betrokken uitgaven zelf moest betalen.

2. Ongunstige rechtspraak heeft de administratie ertoe gebracht haar standpunt te herzien.

3. De administratie heeft eveneens de andere fiscale verminderingen inzake inkomstenbelasting onderzocht waarvoor dit nieuwe standpunt van toepassing kan zijn.

1. Belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven betaald door een derde

4. Om de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven te kunnen bekomen (art. 145^24, § 1, WIB 92 of art. 145^47, WIB 92) (1), was de administratie tot op heden van mening dat het noodzakelijk was dat de belastingplichtige die de belastingvermindering vraagt, zelf de betrokken uitgaven betaalt. De betaling van deze uitgaven kon met andere woorden niet gebeuren door een derde (partner die alleen wordt belast, familielid, …) (2).

(1) Deze belastingvermindering werd tot aanslagjaar 2014 vermeld in art. 145^24, § 1, WIB 92. Voor de uitgaven die werkelijk zijn betaald vanaf 2014 werd deze belastingvermindering, die enkel nog betrekking heeft op dakisolatie, overgedragen naar de Gewesten en is zij opgenomen in art. 145^47, WIB 92. Art. 145^24, § 1, WIB 92 heeft enkel nog betrekking op de overdracht van verminderingen van vorige jaren en is dus uitdovend. Deze overdracht blijft een federale bevoegdheid.
(2) In het geval van wettelijk samenwonenden die gezamenlijk worden belast of van gehuwden die gezamenlijk worden belast, heeft het feit dat de ene of de andere echtgenoot (samenwonende) of beiden, de uitgaven had(den) betaald, geen invloed op het recht op de belastingvermindering (nr. 3.2, circulaire nr. Ci.RH.331/569.666 (AOIF 16/2005) van 14.04.2005).

5. Een reeks vonnissen (3) heeft de administratie ertoe gebracht haar standpunt te herzien.

(3) REA Gent 03.03.2015; REA Hasselt 04.12.2014, K.M. t. B.S.; REA Brugge 28.10.2014, V.B. t. B.S.; REA Brugge, 28.10.2014, V.G. t. B.S.; REA Gent 24.09.2014, S.S. t. B.S.; REA Nijvel 23.06.2014, L.F. t. B.S.; REA Antwerpen 06.06.2014, V.W./S.J. t. B.S.

6. Volgens voormelde rechtspraak is de wettekst duidelijk en stelt deze als voorwaarde dat de uitgaven 'werkelijk zijn betaald'. De wettelijke en reglementaire bepalingen eisen niet dat de uitgaven die recht geven op de vermindering persoonlijk door de schuldenaar werden betaald. Er wordt m.a.w. geen verplichting opgelegd over de persoon die de betaling werkelijk moet verrichten.

7. Gelet op die eenduidige en constante rechtspraak is beslist dat het niet langer aangewezen is de toekenning van de belastingvermindering te weigeren wanneer de betrokken uitgaven werden betaald door een derde die overeenkomstig art. 1236 van het Burgerlijk Wetboek handelt in naam en tot kwijting van de belastingplichtige. Dit zal over het algemeen het geval zijn telkens een derde de uitgave op zich neemt ten voordele van de belastingplichtige.

Voorbeelden:

- betaling van de uitgaven door de samenwonende partner die als alleenstaande wordt belast;

- betaling van de uitgaven door een familielid, al dan niet in het kader van een familiale lening.

8. Dit standpunt is uiteraard ook van toepassing wanneer de uitgaven werden betaald door de echtgenoot van een belastingplichtige die de belastingvermindering vraagt wanneer deze als alleenstaande wordt belast. Dit is bijvoorbeeld het geval voor gehuwden waarvan één van beide Europees ambtenaar is en die in toepassing van art. 126, § 2, 4°, WIB 92, als alleenstaanden worden belast.

9. Het spreekt voor zich dat de derde die de uitgave in naam en tot kwijting van de belastingplichtige heeft betaald, de belastingvermindering zelf niet kan vragen.

Voorbeeld:

Een mevrouw is vruchtgebruiker van een woning, haar zoon heeft de naakte eigendom ervan. De energiebesparende uitgaven worden volledig door de zoon betaald. De moeder vraagt de belastingvermindering op basis van de betaling die door de zoon werd gedaan. De zoon kan voor dezelfde uitgave geen belastingvermindering vragen.

2. Andere betrokken bepalingen

10. De administratie heeft de andere fiscale verminderingen bekeken die evenmin vermelden dat de uitgave effectief moet zijn betaald door de belastingplichtige die het fiscaal voordeel vraagt. Het voormelde standpunt inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven (art. 145^24, § 1, WIB 92of art. 145^47, WIB 92) is eveneens van toepassing op volgende fiscale voordelen:

- vermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen (art. 145^1, 4°, WIB 92);

- vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid (art. 145^25, WIB 92);

- vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds (art. 145^26, WIB 92);

- vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds (art. 145^27, WIB 92);

- vermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig of met het oog op de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen (art. 145^28, WIB 92);

- vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Fonds ter reductie van de globale energiekost (art. 145^29, WIB 92);

- vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen (art. 145^30, WIB 92);

- vermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand (art. 145^31, WIB 92);

- vermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds (art. 145^32, WIB 92);

- vermindering voor bezoldigingen voor een huisbediende (art. 145^34, WIB 92);

- vermindering voor kinderoppas (art. 145^35, WIB 92).

3. Gevolgen voor de bestaande circulaires

11. De circulaires die deze circulaire voorafgaan moeten worden gelezen in het licht van het hiervoor uiteengezette principe. Met name bepaalde passages van volgende circulaires moeten worden toegepast rekening houdend met hetgeen voorafgaat:

- voor de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven (art. 145^24, §1, WIB 92of art. 145^47, WIB 92):

* Circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) van 20.02.2003.
* Addendum van 19.05.2004 bij de circulaire Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) van 20.02.2003.
* 2e addendum van 22.09.2009 bij de circulaire Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) van 20.02.2003.

- voor de belastingvermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid (art. 145^25, WIB 92):

* Circulaire nr. Ci.RH.331/563.457 (AOIF 17/2005) van 14.04.2005.

- voor de belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand (art. 145^31, WIB 92):

* Circulaire Ci.RH.241/587.093 (AAFisc 38/2011) van 20.07.2011.

- voor de vermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig of met het oog op de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen (art. 145^28, WIB 92):

* Circulaire nr. Ci.RH.331/604.880 (AAFisc 1/2014) van 07.01.2014.

- voor de belastingvermindering voor kinderoppas (art. 145^35, WIB 92):

* Circulaire nr. Ci.RH.26/575.199 (AOIF 31/2006) van 20.07.2006.
* Circulaire nr. Ci.RH.26/597.041 (AOIF 27/2009) van 12.05.2009.

4. Inwerkingtreding

12. De bepalingen van deze circulaire zijn onmiddellijk van toepassing in alle stadia van de procedure.

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

P. GYSEN
Adviseur – Directeur