Aanschrijving nr. 101 dd. 29.12.1970

AANSCHRIJVING 70/101

Aanschrijving nr. 101 dd. 29.12.1970


BTW
Uitsplitsing van de ontvangsten per belastingtarief.


1. In beginsel is de belastingplichtige ervan ontheven een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan particulieren die deze goederen of diensten niet bestemmen voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid (kon. besl. nr. 1, art. 8). Indien hij van die ontheffing gebruik maakt, moet hij de ontvangsten met betrekking tot die handelingen, van dag tot dag aantekenen in een dagboek van ontvangsten (kon. besl. nr. 1, art. 12, BTW-Handleiding nrs. 382 en 394). De belastingplichtige die onderworpen is aan een van de bijzondere regelingen ingesteld bij de artikelen 56, §§ 1 en 2, en 57, § 1, van het Wetboek (forfaitaire regeling, egalisatiebelasting, landbouwregeling), moet echter geen dagboek van ontvangsten houden voor de handelingen welke door die regeling zijn gedekt.

2. De belastingplichtige die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen moet, per BTW-tarief, aangifte doen van het bedrag van de handelingen exclusief BTW (vakken 01 tot 04) en van het bedrag van de verschuldigde BTW (vak 11).

Wanneer de belastingplichtige goederen verkoopt die aan verscheidene belastingtarieven zijn onderworpen, zonder dat hij facturen moet uitreiken, moet hij zijn ontvangsten, in beginsel afzonderlijk per tarief, inschrijven in zijn dagboek van ontvangsten (kon. besl. nr. 1, art. 14). Indien het hem echter in de praktijk onmogelijk is dat onderscheid te maken naarmate van het verrichten van zijn handelingen, mag hij zijn ontvangsten inschrijven zonder te onderscheiden volgens de tarieven, maar dan moet hij zijn ontvangsten uitsplitsen volgens een uitsplitsingssleutel verkregen volgens empirische methodes.

3. Hierna worden verschillende uitsplitsingsmethodes gegeven (nr. 20 en volgende). Onder die methodes mogen de belastingplichtigen die uitkiezen, welke hun het best lijkt te passen bij de werkzaamheid die zij uitoefenen en bij de manier waarop hun boekhouding is georganiseerd.

4. Die methodes hebben niet tot doel de verwezenlijkte ontvangsten forfaitair te ramen. Ze hebben enkel maar tot doel de belasting begrepen in de werkelijke ontvangsten met betrekking tot de verkopen aan particulieren zonder uitreiking van facturen, zo juist mogelijk te bepalen.

Daaruit volgt dat het aanwenden van de ene of de andere van die methodes geen afbreuk doet aan het recht van de administratie om controle uit te oefenen op de aangegeven ontvangsten, op de toegepaste handelsmarges en, meer algemeen, op alle gegevens die worden gebruikt om het relatief belang te bepalen van de aan de verschillende belastingtarieven onderworpen ontvangsten.

5. Om die uitsplitsingsmethodes te kunnen gebruiken moet men het bedrag van de inkopen die met het oog op doorverkoop worden verricht, nauwkeurig per belastingtarief kennen, alsmede, in sommige gevallen, het bedrag van de voorraad per tarief.

Voorts moet de belastingplichtige de handelsmarges die hij werkelijk toepast zeer nauwkeurig kennen.

Sommige belastingplichtigen hebben ten slotte een dubbele functie, groothandelaar en kleinhandelaar of dienstverrichter en kleinhandelaar. In talrijke gevallen van die aard, is het nodig fictief aan te nemen dat er de werkzaamheid in twee sectoren wordt uitgeoefend.

6. Het is dus van belang dat de belastingplichtigen, alvorens één van die uitsplitsingsmethodes te kiezen, nagaan of er geen ander, praktischer middel is om hun verkopen rechtstreeks per belastingtarief te bepalen.

De belastingplichtige van wie de gewone handelingen bestaan in verkopen die aan een enkel tarief zijn onderworpen, kan bijvoorbeeld de aan dat tarief onderworpen ontvangsten bepalen door per tarief aantekening te houden van de ontvangsten van de enkele handelingen per dag die niet aan het gebruikelijk tarief zijn onderworpen en die ontvangsten van de totale ontvangsten af te trekken. Hij kan ook per tarief andere stukken gebruiken (kassabons, stroken) en ze bij het einde van de dag samentellen.

7. Het gebruik van de uitsplitsingsmethodes is dus slechts aan te raden, indien het in de praktijk werkelijk onmogelijk is anders te handelen, of indien de kostprijs van een adequate organisatie te hoog wordt geacht, of nog indien de verkopen in dergelijke arbeidsvoorwaarden gebeuren dat geen enkel ander middel dat voor het dagelijks per tarief vaststellen van de verkopen zou kunnen worden aangewend, voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de juistheid van de uitkomst.

I. GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN VAN DE UITSPLITSINGSMETHODES.

8. De in nummer 20 en volgende besproken methodes hebben een zeker aantal gemeenschappelijke kenmerken.

a) Het gaat telkens om een uitsplitsing van de werkelijke ontvangsten, waarbij in voorkomend geval de waarde moet worden gevoegd van de goederen die voor het privé-gebruik van de belastingplichtige worden onttrokken (Wetboek, art. 12, § 1, 3°).

b) Het bedrag van de inkopen van de voor doorverkoop bestemde goederen moet nauwkeurig per tarief gekend zijn. Het is dus onontbeerlijk het boek voor inkomende facturen dienovereenkomstig te houden. Aan te stippen valt dat alleen met die inkopen wordt rekening gehouden bij het bepalen van de uitsplitsingssleutel en niet met de aanschaffing van bedrijfsmiddelen, noch met de aanschaffing van goederen waarvan de kostprijs bij de algemene onkosten wordt geboekt, noch met de andere bedrijfsuitgaven die in de handelsmarge zijn begrepen.

c) Het is absoluut nodig de toegepaste handelsmarges juist te kennen.
Een van de methodes (methode A) kan slechts worden toegepast indien de toegepaste handelsmarges zeer dicht bij elkaar liggen. Bij de andere methodes moet het bedrag van de inkopen in verkoopprijzen worden omgezet. De in aanmerking te nemen marges zijn die welke door de belastingplichtige werkelijk worden toegepast en niet, mochten die verschillend zijn, die welke in de bedrijfssector waartoe hij behoort algemeen worden toegepast, noch die welke in aanmerking genomen werden voor de forfaitaire regelingen bedoeld in artikel 56, § 1, van het Wetboek. De belastingplichtige bepaalt zijn handelsmarges onder zijn uitsluitende verantwoordelijkheid en onder controle van de administratie.

d) De belastingplichtige is niet verplicht de methodes op al zijn verkopen toe te passen.
Een belastingplichtige die dank zij zijn boekhoudsysteem de ontvangsten met betrekking tot de verkoop van een of meer categorieën goederen nauwkeurig kent, mag voor die goederen geen uitsplitsingsmethode gebruiken. De inkopen van die goederen mogen natuurlijk niet worden gevoegd bij de inkopen die worden aangewend om de uitsplitsingssleutel van de andere ontvangsten te bepalen.
Anderzijds heeft de belastingplichtige die wegens een gedeelte van zijn werkzaamheid een bepaalde uitsplitsingsmethode niet zou kunnen toepassen (bijvoorbeeld, de methode van het dominerend tarief of de methode van de inkopen tegen inkoopprijzen), de mogelijkheid dat beletsel op te heffen door ervoor te zorgen dat de ontvangsten met betrekking tot dat gedeelte van zijn werkzaamheid afzonderlijk worden behandeld.

e) De methodes kunnen met elkaar gecombineerd worden (z. in bijlage de combinaties van de methodes A, B en C met de methode D).

f) In beginsel omvatten de methodes een herziening uitgaande van de uitsplitsing van de voorraad. Die herziening moet ten minste een keer per jaar gebeuren. De uitkomsten ervan moeten in de maandaangifte worden ingeschreven in kader V, litt. a of b; in de kwartaalaangifte komen ze in aanmerking bij het bepalen van het bedrag dat moet worden ingeschreven in vak 31 of in vak 32.

Wanneer ieder jaar een inventaris van de goederen in voorraad wordt opgemaakt, gebeurt de herziening binnen drie maanden na het afsluiten van het boekjaar en de uitkomsten ervan worden ingeschreven uiterlijk in de eerste aangifte die na het verstrijken van de drie maanden wordt ingediend.

De voorraad moet per belastingtarief worden ingedeeld. Hij wordt gevaloriseerd tegen inkoopprijzen of tegen verkoopprijzen, naar gelang van de gevolgde uitsplitsingsmethode.

De belastingplichtigen die gebruik maken van de mogelijkheid om geen jaarlijkse inventaris van hun goederen in voorraad op te maken (1) moeten bovenbedoelde herziening niet doen.

II. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN

9. In beginsel mag alleen de belastingplichtige die goederen welke hij heeft ingekocht of ingevoerd en welke aan verschillende belastingtarieven zijn onderworpen, doorverkoopt zonder ze te hebben bewerkt of verwerkt, de uitsplitsingsmethode toepassen.

10. De belastingplichtige verliest niet het recht om de uitsplitsingsmethodes te gebruiken wanneer sommige van die ontvangsten niet belastbaar zijn (uitvoer, bepaalde leveringen aan diplomaten en internationale instellingen, verkopen van tabaksfabrikaten, van sommige kranten en tijdschriften, levering van leeggoed waarvoor statiegeld wordt betaald, enz.).

11. De belastingplichtige die benevens de in nummer 9 bedoelde werkzaamheid, bijkomstig door hem vervaardigde goederen in de handel brengt, behoudt het recht om de uitsplitsingsmethodes te gebruiken voor het geheel van de ontvangsten met betrekking tot de verkoop in het klein van de ingekochte zowel als van de vervaardigde goederen.

Voor de toepassing van die methodes, worden de vervaardigde goederen geacht na de vervaardiging ervan overgebracht te zijn van de sector "Fabricage" naar de sector "Handel". Die overdracht wordt gevaloriseerd rekening houdend met de handelsfase waarin de betrokkene zich als koper bevindt. De goederen komen dus voor onder de inkopen die dienen om de uitsplitsingssleutel van de gezamenlijke verkopen in het klein te bepalen.

12. De ondernemingen die goederen verkopen om ter plaatse te verbruiken of die diensten verstrekken en die ook een werkzaamheid als kleinhandelaar uitoefenen, mogen voor deze laatste werkzaamheid één van de toegestane uitsplitsingsmethodes gebruiken.

Indien hun werkzaamheid als kleinhandelaar overweegt, bepalen zij de uitsplitsingssleutel van de ontvangsten met betrekking tot hun verkopen in het klein, aan de hand van het geheel van hun inkopen van goederen die zowel voor doorverkoop als voor de uitoefening van hun andere werkzaamheid bestemd zijn, onder aftrek evenwel van de goederen die werkelijk voor de uitoefening van hun andere werkzaamheid worden gebruikt.

In het tegenovergestelde geval, indien hun werkzaamheid als kleinhandelaar niet overweegt, beschouwen zij alle inkopen van goederen die zowel voor doorverkoop zonder bewerking of verwerking als voor de uitoefening van hun voornaamste werkzaamheid bestemd zijn, op het tijdstip waarop ze die inkopen doen, als inkopen die niet in aanmerking komen voor het bepalen van de uitsplitsingssleutel. Om de uitsplitsingssleutel te bepalen, worden die produkten die geen bewerking of verwerking hebben ondergaan, op het tijdstip van de doorverkoop gevoegd bij de andere inkopen van goederen die voor doorverkoop bestemd zijn.

13. De belastingplichtige die leveringen verricht waarvoor hij gehouden is facturen uit te reiken, mag het bepaalde in deze aanschrijving slechts toepassen op de niet gefactureerde ontvangsten zo hij de overeenkomstige inkopen kan afzonderen.

Een handelsonderneming die slechts occasioneel verkopen doet waarvoor facturen moeten worden uitgereikt, is daarom niet uitgesloten van het recht de uitsplitsingsmethodes te gebruiken. Zij mag zelfs de gefactureerde verkopen opnemen in het uit te splitsen bedrag.

III. OPTIE EN VERANDERING VAN OPTIE.

14. De belastingplichtige die een van de in VII hierna bedoelde uitsplitsingsmethodes gebruikt, stelt het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert daarvan in kennis uiterlijk op het tijdstip waarop hij de eerste BTW-aangifte na de uitoefening van de keuze indient. De optie gebeurt schriftelijk, met vermelding van de gekozen methode en van het tijdstip vanaf wanneer ze wordt toegepast.

Op dezelfde wijze brengt de belastingplichtige iedere verandering van optie ter kennis van het BTW-controlekantoor. Behoudens overmacht mag de belastingplichtige zijn optie niet wijzigen dan na een opzegging van drie maanden en op voorwaarde de herziening te verrichten die zijn beslissing meebrengt.

IV. INKOPEN DIE IN AANMERKING KOMEN VOOR HET BEPALEN VAN DE UITSPLITSINGSSLEUTEL.

15. Niet alle inkopen van de onderneming komen in aanmerking voor de berekening van de uitsplitsingssleutel.

Aldus wordt geen rekening gehouden met :



de aanschaffing van bedrijfsmiddelen, de aanschaffing waarvan de kostprijs bij de algemene onkosten wordt geboekt en, meer algemeen, de bedrijfsuitgaven die in de handelsmarge zijn begrepen;
de inkopen van goederen waarvan de doorverkoop geen aanleiding tot uitsplitsing geeft.
16. Voor de berekening van de uitsplitsingssleutel komen daarentegen wèl in aanmerking, inzonderheid :



de inkopen van goederen bestemd voor doorverkoop zonder bewerking of verwerking;
de inkopen van tabaksfabrikaten, tenzij ze afzonderlijk worden behandeld;
de vervaardigde goederen in het geval bedoeld in nr. 11;
de goederen bedoeld in het laatste lid (laatste zin) van nr. 12;
in de methodes A/1, A/3, B/1, B/3, C/1, C/3, D/1, D/3, de beginvoorraad en de eindvoorraad.
V. BEPALEN VAN DE UIT TE SPLITSEN ONTVANGSTEN.


17. De uit te splitsen ontvangsten bestaan inzonderheid uit :




het totaal, voor het aangiftetijdvak (2), van de dagontvangsten, inclusief BTW, ingeschreven in het dagboek van ontvangsten. Dat totaal omvat eventueel het bedrag van de verkopen in het klein van vervaardigde goederen, wanneer de werkzaamheid als fabrikant bijkomstig is (z. nr. 11);
de waarde, inclusief BTW, van de goederen die de belastingplichtige voor zijn privé-gebruik onttrekt;
eventueel het bedrag, inclusief BTW, van de gefactureerde verkopen, wanneer de ontvangsten uit die verkopen miniem zijn in vergelijking met het geheel van de ontvangsten (z. nr. 13, tweede lid);
eventueel de ontvangsten uit de verkoop van tabaksfabrikaten en van sommige kranten en tijdschriften en uit de levering van leeggoed tegen statiegeld, indien de belastingplichtige die ontvangsten in zijn berekeningen opneemt (z. bijlage).



18. De uit te splitsen ontvangsten omvatten onder meer niet :




de opbrengst van de handelingen vrijgesteld krachtens artikelen 39, 40 en 43 van het Wetboek (vrijstellingen met betrekking tot uitvoer);
het bedrag van de leveringen vrijgesteld krachtens art. 42, § 2, van het Wetboek;
de ontvangsten met betrekking tot diensten;
de ontvangsten die onmiddellijk bij de verkoop worden onderverdeeld;
de kortingen aan de klanten (1) en de "disconto's" aan het personeel;
het bedrag van de terugnemingen.
VI. BEREKENINGSWIJZE.

19. De uitsplitsingssleutel wordt berekend in percenten tot de tweede decimaal. Het totaal van de percentages moet gelijk zijn aan 100. Indien het totaal groter of kleiner is dan 100, moet het hoogste percentage naar boven of naar beneden worden afgerond.

Daar de BTW in de ontvangsten begrepen is, is het bedrag van die BTW gelijk aan 6/106, 14/114, 18/118 of 25/125 van de ontvangsten, naargelang ze betrekking hebben op handelingen die belastbaar zijn tegen het tarief van 6 pct., van 14 pct., van 18 pct. of van 25 pct. Door het verschil te maken bekomt men het bedrag van de verkopen, exclusief belasting, dat moet worden ingeschreven in vakken 01 tot 04 van de periodieke aangifte.

In geval van herziening wegens de wijzigingen in de voorraad, moet alleen de verschuldigde of de af te trekken belasting worden aangegeven - in kader V, litt. a of b, of in vakken 31 of 32 - en niet de achtereenvolgende wijzigingen met betrekking tot de verkopen bedoeld in vakken 01 tot 04.

VII. METHODES.


20. Er zijn vier grondmethodes :


A : methode proportioneel met de inkopen gevaloriseerd tegen inkoopprijzen;

B en C : methodes proportioneel met de inkopen gevaloriseerd tegen verkoopprijzen,

D : methode van het dominerend tarief.

Die methodes omvatten een zeker aantal afgeleide methodes.

METHODE A

21. De methode A maakt het mogelijk de ontvangsten uit te splitsen pro rata van de inkopen gevaloriseerd tegen inkoopprijzen. Daar de BTW in de ontvangsten is begrepen moeten de bedragen van de inkopen en eventueel van de voorraad, waarmee rekening wordt gehouden om de uitsplitsingsregel te bepalen, eveneens met de overeenkomstige BTW worden verhoogd.

De methode A komt in feite hier op neer dat op alle inkopen een zelfde gemiddelde globale handelsmarge wordt toegepast. Ze kan dus slechts worden gebruikt als de gemiddelde handelsmarge voor iedere categorie produkten die aan hetzelfde tarief onderworpen zijn, zo niet identiek is, dan toch zeer dicht de ene bij de andere ligt. Bij wij ze van proef neemt de Administratie aan dat de gemiddelde marges ten opzichte van de inkoopprijzen (exclusief BTW ) dichtbij elkaar liggen als de hoogste en de laagste ten hoogste tien punten verschillen. Voorbeeld : de marges bedragen 25 pct. voor de goederen onderworpen aan het tarief van 6 pct., 30 pct. voor de goederen onderworpen aan het tarief van 18 pct. en 34 pct. voor de goederen onderworpen aan het tarief van 25 pct.

Ten slotte kan methode A met methode D worden gecombineerd (z. voorbeeld in bijlage).

22. Methode A/1. Die methode is van toepassing op de belastingplichtigen die een inventaris van hun voorraad houden. Met de wijzigingen in de voorraad wordt dus rekening gehouden bij de berekeningen

In het kort gaat men als volgt tewerk (zie becijferd voorbeeld in bijlage).

A.- De ontvangsten. De uit te splitsen ontvangsten worden tijdvak na tijdvak samengevoegd tijdens een zelfde cyclus (in beginsel, een jaar).

B.- De inkopen :

a) het uitgangspunt van de cyclus is de beginvoorraad geïnventariseerd per belastingtarief;

b) tijdens de cyclus voegt men per tarief het bedrag van de inkopen van het aangiftetijdvak bij het samengevoegde bedrag van de inkopen van het of de vorige tijdvak(ken).

c) bij het einde van de cyclus wordt de per belastingtarief geïnventariseerde eindvoorraad afgetrokken van het samengevoegde bedrag van de beginvoorraad en van de inkopen van de cyclus;

d) de eindvoorraad wordt de beginvoorraad van de nieuwe cyclus.

C. Voor ieder tijdvak berekent men de uitspLitsingssleutel van de samengevoegde inkopen, sleutel die men toepast op de overeenkomstige samengevoegde ontvangsten.

D. De herziening wegens de wijzigingen in de voorraad gebeurt op het einde van de cyclus of binnen de daaropvolgende drie maanden.

23. Methode A/2. Die methode verschilt van de methode A/1 door dat de belastingplichtige geen inventaris van zijn voorraad houdt. In bijlage is een voorbeeld opgenomen.

24. Methode A/3. Die methode is bestemd voor de belastingplichtigen die een inventaris van hun voorraad houden, maar die hun ontvangsten niet samenvoegen, in tegenstelling met methode A/1.

Voor de inkopen handelt men zoals is voorgeschreven voor methode A/1. Voor ieder tijdvak berekent men de uitsplitsingssleutel van de samengevoegde inkopen, sleutel die men dan toepast op de ontvangsten van dat tijdvak, behoudens voor het laatste tijdvak van het jaar waarin de uitsplitsingssleutel wordt toegepast op het bedrag van de ontvangsten van het hele jaar. De herziening wegens de wijzigingen in de voorraad moet dan afzonderlijk gebeuren.

In bijlage is een becijferd voorbeeld opgenomen.

25. Methode A/4. Die methode verschilt van de methode A/3 door dat de belastingplichtige geen inventaris van zijn voorraad houdt (verg. methode A/2)

Methode B.

26. Zoals methode C biedt methode B de mogelijkheid de ontvangsten uit te splitsen pro rata van de inkopen gevaloriseerd tegen verkoopprijzen, inclusief BTW. Maar in methode B wordt de verkoopprijs bekomen door op de inkoopprijs van ieder produkt, de overeenkomstige handelsmarge toe te passen.

De methode B kan met de methode D worden gecombineerd (zie voorbeeld in bijlage).

27. Methode B/1. Die methode is bestemd voor de belastingplichtigen die een inventaris van hun voorraad houden en die met het oog op de berekeningen zowel hun ontvangsten als hun inkopen (de voorraad daarin begrepen) samenvoegen. De te volgen werkwijze gelijkt op die beschreven in methode A/1. In bijlage is een becijferd voorbeeld opgenomen.

28. Methode B/2. Die methode verschilt van methode B/1 door dat de belastingplichtige geen voorraadinventaris houdt. In bijlage wordt de te volgen werkwijze aangegeven.

29. Methode B/3. Die methode is bestemd voor de belastingplichtige die een inventaris van zijn voorraad houdt, maar zijn ontvangsten niet samenvoegt. In bijlage wordt de te volgen werkwijze aangegeven.

30. Methode B/4. Die methode verschilt van methode B/3 door dat de belastingplichtige geen inventaris van zijn voorraad houdt.

METHODE C.

31. Zoals methode B biedt methode C de mogelijkheid de ontvangsten uit te splitsen pro rata van de inkopen gevaloriseerd tegen verkoopprijzen, inclusief BTW. Maar in methode C wordt de verkoopwaarde van de inkopen bekomen door de prijs van die inkopen te verhogen met een gewogen handelsmarge die dezelfde is voor alle goederen die aan hetzelfde BTW-tarief zijn onderworpen.

Voorbeeld: marges (toegepast op de inkoopprijs) van 20 pct. voor de goederen onderworpen aan het tarief van 6 pct., van 50 pct. voor de goederen onderworpen aan het tarief van 14 pct. enz.

Methode C kan met methode D worden gecombineerd (zie voorbeeld in bijlage).

De methode C wordt onderverdeeld in :

  • methode C/1 : samenvoeging van de inkopen + voorraad en van de ontvangsten
  • methode C/2 : samenvoeging van de inkopen en van de ontvangsten
  • methode C/3 : samenvoeging van de inkopen + voorraad en geen samenvoeging van de ontvangsten
  • methode C/4 : samenvoeging van de inkopen en geen samenvoeging van de ontvangsten.


Voor de berekening wordt verwezen naar methode B (z. ook bijlage).

32. De marges die worden gebruikt voor de toepassing van methode C gelden voor een heel kalenderjaar (of voor een boekjaar) en moeten ter kennis worden gebracht van het BTW-controlekantoor op de wijze vermeld in nummer 14.

METHODE D.

33. Voor methode D moet een groot deel van de verkochte goederen aan een van de BTW-tarieven onderworpen zijn (het "dominerend" tarief). Alle goederen die aan een ander tarief (niet "dominerend"tarief) zijn onderworpen worden geacht doorverkocht te zijn tijdens de maand waarin ze worden gekocht, voor de belastingplichtigen die een maandaangifte moeten indienen of tijdens het kwartaal waarin ze worden gekocht, voor de belastingplichtigen die een kwartaalaangifte moeten indienen.

34. De uit te splitsen ontvangsten (inclusief BTW) vermindert de belastingplichtige met de waarde, uitgedrukt in verkoopprijzen (inclusief BTW), van de goederen die aan de "niet dominerende" tarieven zijn onderworpen en die werden ingekocht tijdens het aangiftetijdvak. Hij bekomt aldus de ontvangsten, inclusief BTW, van de aan het "dominerend" tarief onderworpen verkopen. De handelsmarge die op de inkoopprijs van de aan de "niet dominerende" tarieven onderworpen goederen moet worden toegepast, moet de voor ieder produkt werkelijk toegepaste marge zijn (verg. methode B) of wel de eenvormige, gewogen marge voor alle produkten die aan hetzelfde BTW-tarief zijn onderworpen (verg. methode C).

35. Methode D is van toepassing wanneer de aan het "dominerend" tarief onderworpen goederen, tegen verkoopwaarde (inclusief BTW), ten minste 65 pct. vertegenwoordigen van de jaarontvangsten (inclusief BTW) die per tarief moeten worden uitgesplitst.

36. Methodes D/1 en D/3. Die methodes zijn van toepassing op de belastingplichtigen die een inventaris van hun voorraad houden. De voorraadwijzigingen komen dus bij de berekening in aanmerking.

In het kort gaat men als volgt tewerk (z. becijferd voorbeeld in bijlage).

a) Bij het begin van de cyclus wordt geen rekening gehouden met de beginvoorraad.

b) Voor ieder tijdvak bepaalt men de verkoopprijs (inclusief BTW) van de aan de "niet dominerende" tarieven onderworpen goederen, uitgaande van de inkopen van die produkten. De aldus bekomen waarde trekt men af van het totaalbedrag van de ontvangsten van het tijdvak.

c) Op het einde van de cyclus gebeurt de herziening door in de berekeningen het verschil op te nemen tussen de beginvoorraad en de eindvoorraad, geïnventariseerd per "niet dominerend" tarief.

d) De eindvoorraad wordt de beginvoorraad van de nieuwe cyclus.

Aan te stippen valt dat de voorraden moeten worden gevaloriseerd tegen verkoopprijzen, inclusief BTW. In methode D/1 wordt die valorisatie bekomen door voor ieder produkt de overeenkomstige handelsmarge toe te passen (verg. B/1). In methode D/3 wordt ze bekomen door de eenvormige, gewogen handelsmarges toe te passen voor alle produkten die aan hetzelfde tarief onderworpen zijn (verg. C/1); het bepaalde in nr. 32 van deze aanschrijving is ook van toepassing op methode D/3.

In bijlage zijn becijferde voorbeelden opgenomen.

37. Wanneer tijdens de cyclus het bedrag van de inkopen (tegen verkoopprijzen, inclusief BTW) onderworpen aan de "niet dominerende" tarieven, bij uitzondering hoger zou zijn dan het totaal van de uit te splitsen ontvangsten moeten deze laatste worden uitgesplitst met voorrang over het hoogste "niet dominerend" tarief en zo verder in dalende volgorde over de "niet dominerende"tarieven. De herziening gebeurt tijdens het volgende tijdvak door beide tijdvakken te groeperen.

38. Methodes D/2 en D/4. Die methodes zijn van toepassing op de belastingplichtige die geen inventaris van zijn voorraad houdt.

De regel van het dominerend tarief wordt dan toegepast zonder rekening te houden met de wijzigingen in de voorraad (z. nr. 34, c en d).

Indien het in nr. 37 hierboven bedoelde uitzonderlijke geval zich voordoet, gebeurt de uitsplitsing van de ontvangsten zoals aangegeven in dat nummer.

In bijlage zijn berekeningsvoorbeelden opgenomen.

ANDERE METHODES

39. Door bijzondere beslissingen kan de administratie toestaan dat methodes worden gebruikt die verschillen van die welke zopas werden toegelicht en die beter aangepast zijn aan de eigen toestand van de betrokken belastingplichtigen.

Die methodes moeten echter aan de in deze aanschrijving vermelde algemene beginselen voldoen en bij hun toepassing tot uitkomsten leiden die de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


C. SCAILTEUR


BIJLAGE

Becijferde voorbeelden van de uitsplitsingsmethodes A, B, C en D, en van bepaalde combinaties van die methodes onderling.

METHODE A

Onderstel een kleinhandelaar die aan de normale regeling is onderworpen en kwartaalaangiften indient.

Hij verkoopt sigaren en cigarillo's waarvoor hij een nultarief creëert om de ontvangsten ervan in de uitsplitsingsberekeningen te kunnen opnemen (Zie echter nr. 7 :"Combinatie met methode D").

De gewogen, gemiddelde handelsmarges die hij, bij onderstelling, toepast, belopen 19 pct, 21 pct., 26 pct. en 28 pct van de inkoopprijs, exclusief belasting, voor de groepen van produkten die respectievelijk zijn onderworpen aan de BTW-tarieven : O pct., 6 pct., 18 pct. en 25 pct. Hij mag dus methode A toepassen, dat wil zeggen dat hij zijn inkopen en eventueel zijn voorraad valoriseert tegen inkoopprijzen + BTW over die prijzen.

Wat het statiegeld voor leeggoed betreft neemt hij aan dat de leveringen gecompenseerd worden door de terugnemingen.

In de methodes A/1 en A/3 houdt hij een inventaris van zijn goederen in voorraad.

In de methodes A/2 en A/4 houdt hij geen inventaris van zijn goederen in voorraad.

METHODE A/1

In de methode A/1 wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de voorraad en de samenvoeging, per cyclus, van de inkopen en van de ontvangsten. De cyclus is hier, bij onderstelling het kalenderjaar.

1. Eerste kwartaal van de cyclus 1971 1.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW): 970.000 Onttrekkingen privé-gebruik + BTW : 30.000 ---------- Uit te splitsen 1.000.000 1.2 - Begin voorraad (+ BTW) (4) en inkopen (+ BTW) : 100.000 en 800.000 verdeeld als volgt : Totalen 0 6 18 25 Voorraad 100.000 1.000 84.000 9.000 6.000 Inkopen 800.000 17 000 645.000 72.000 66.000 ---------------------------------------------------------- Samengevoegd 900.000 18.000 729.000 81.000 72.000 1.3 - De ontvangsten worden uitgesplitst volgens dezelfde verhoudingen als de samengevoegde inkopen. Die verhoudingen zijn : tegen het nultarief : 18.000/900.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6% : 729.000/900.000 = 81,00 % tegen het tarief van 18 % : 81.000/900.000 = 9,00 % tegen het tarief van 25 % : 72.000/900.000 = 8,00 % -------- -------- 900.000 100 % 1.4 - Die sleutel wordt toegepast op het gekende totaal van de ontvangsten (1.000.000), wat als ontvangsten per tarief geeft : tegen het nultarief : 1 000.000 x 2 % = 20.000 tegen het tarief van 6 % : 1.000.000 x 81 % = 810.000 tegen het tarief van 18 % : 1.000.000 x 9 % = 90.000 tegen het tarief van 25 % : 1.000.000 x 8 % = 80.000 ------------------------------ Controle 1.000.000 x 100 % = 1.000.000 1.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. Om de BTW eruit te halen moeten ze worden vermenigvuldigd, niet met 6 %, 18 % en 25 %, maar met 6/106, 18/118 en 25/125. Voor de tabaksfabrikaten is geen BTW verschuldigd. De BTW bedraagt dus : 810.000 x 6/106 = 45.849 90.000 x 18/118 = 13.729 80.000 x 25/125 = 16.000 -------- Totaal aan te geven in vak 11: 75.578 1.6- Nu moeten nog de ontvangsten exclusief BTW worden bepaald, die in vakken 01 tot 04 moeten worden aangegeven. De ontvangsten met betrekking tot tabaksfabrikaten moeten niet worden aangegeven. Het volstaat de BTW (z. nr. 1.5) van de overeenkomstige ontvangsten af te trekken. Men bekomt dan : vak 01 : 810.000 - 45.849 = 764.151 (5) vak 03 : 90.000 - 13.729 = 76.271 (5) vak 04 : 80.000 - 16.000 = 64.000 (5) Controle Totalen 980.000 - 75.578 = 904.422 Tabaksfabrikaten: 20.000 - 0 = 20.000 ----------------------------- 1.000.000 - 75.578 = 924.422 2. Tweede kwartaal 1971 2.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) : 560.000 Onttrekkingen privé-gebruik + BTW : 40.000 ---------- 600.000 Ontvangsten van het 1ste kwartaal ( z . nr . 1.1) 1.000.000 ---------- Samengevoegde ontvangsten van beide kwartalen : 1.600.000 2.2- Inkopen (+ BTW) : 500.000 als volgt uitgesplitst Totaal 0 6 18 25 Inkopen 2de 500 000 10.000 461.000 17.000 12.000 kwartaal Begin voor- raad en inkopen van 900.000 18.000 729.000 81.000 72.000 het 1ste kwartaal ----------------------------------------------------------------- Nieuwe sa- 1 400 000 28.000 1.190.000 98.000 84.000 menvoeging 2.3.- De samengevoegde ontvangsten worden uitgesplitst volgens dezelfde verhoudingen als de samengevoegde inkopen. Die verhoudingen zijn : tegen het nultarief : 28.000/1.400.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 1.190.000/1.400.000 = 85,00 % tegen het tarief van 18 % : 98.000/1.400.000 = 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 84.000/1.400.000 = 6,00 % ---------- --------- Controle : 1.400.000 100,00 % 2.4- Die sleutel wordt toegepast op het (samengevoegde) totaal van de ontvangsten van beide kwartalen (1.600.000), wat als uitkomst voor beide kwartalen geeft : tegen het nultarief : 1.600.000 x 2 % = 32.000 tegen het tarief van 6 % : 1.600.000 x 85 % = 1.360.000 tegen het tarief van 18 % : 1.600.000 x 7 % = 112.000 tegen het tarief van 25 % : 1.600.000 x 6 % = 96.000 ----------------------------- Controle : 1.600.000 x 100% = 1.600.000 De uitgesplitste ontvangsten van het 2de kwartaal alleen worden verkregen door van bovenstaande bedragen de uitgesplitste ontvangsten van het 1ste kwartaal af te trekken (z. nr. 1.4). tegen het nultarief : 32.000 - 20.000 = 12.000 tegen het tarief van 6 % : 1.360.000 - 810.000 = 550.000 tegen het tarief van 18 % : 112.000 - 90.000 = 22.000 tegen het tarief van 25 % : 96.000 - 80.000 = 16.000 -------------------------------- Controle : 1.600.000 - 1.000.000 = 600.000 2.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. Om die BTW eruit te halen, moeten ze worden vermenigvuldigd met 6/106, 18/118 en 25/125. De BTW bedraagt dus: 550.000 x 6/106 = 31.132 22.000 x 18/118 = 3.356 16.000 x 25/125 = 3.200 ------- Totaal aan te geven in vak 11 : 37.688 2.6- Nu moeten nog de ontvangsten exclusief BTW worden bepaald, die in vakken 01 tot 04 moeten worden aangegeven. Het volstaat de BTW van de overeenkomstige ontvangst af te trekken. Men bekomt dan : vak 01 : 550.000 - 31.132 = 518.868 vak 03 : 22.000 - 3.356 = 18.644 vak 04 : 16.000 - 3.200 = 12.800 Controle Totalen : 588.000 - 37.688 = 550.312 Tabaksfabrika- 12.000 - 0 = 12.000 ten --------------------------- 600.000 - 37.688 = 562.312 3. Derde kwartaal 1971 Voor de uitleg, zie de berekeningen voor het tweede kwartaal (de overeenkomstige nummers) 3.1- Ontvangsten van beide voorgaande kwartalen : 1.600.000 Ontvangsten van het 3de kwartaal (680.000 + 20.000) + 700 000 --------- Samengevoegde ontvangsten 2.300.000 3.2- Inkopen (+ BTW) Totaal 0 6 18 25 van het 3de 600 000 12.000 530.000 42.000 16.000 kwartaal vorige 1.400.000 28.000 1.190.000 98.000 84.000 samenvoeging -------------------------------------------------------- nieuwe sa- 2.000.000 40.000 1.720.000 140.000 100.000 menvoeging 3.3 - Verhouding (sleutel) van de samengevoegde inkopen (2.000.000) : tegen het nultarief = 40.000/2.000.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6 % = 1.720.000/2.000.000 = 86,00 % tegen het tarief van 18 % = 140.000/2.000.000 = 7,00 % tegen het tarief van 25 % = 100.000/2.000.000 = 5,00 % ------------------------------- Controle : 2.000.000 100,00 % 3.4- Uitsplitsing van de ontvangsten van de drie kwartalen (2.300.000): tegen het nultarief = 2.300.000 x 2 % = 46.000 tegen het tarief van 6 % = 2.300.000 x 86 % = 1.978.000 tegen het tarief van 18 % = 2.300.000 x 7 % = 161.000 tegen het tarief van 25 % = 2.300.000 x 5 % = 115.000 ------------------------------- Controle : 2.300.000 x 100 % = 2.300.000 Ontvangsten voor het 3de kwartaal alleen : tegen het nultarief = 46.000 - 32.000 = 14.000 tegen het tarief van 6 % = 1.978.000 - 1.360.000 = 618.000 tegen het tarief van 18 % = 161.000 - 112.000 = 49.000 tegen het tarief van 25 % = 115.000 - 96.000 = 19.000 ---------------------------------- Controle : 2.300.000 - 1.600.000 = 700.000 3.5- BTW : 618.000 x 6/106 = 34.981 49.000 x 18/118 = 7.475 19.000 x 25/125 = 3.800 ------- Aan te geven in vak 11 : 46.256 3.6- Netto-ontvangsten (aan te geven in vakken 01 tot 04) : vak 01 : 618.000 - 34.981 = 583.019 vak 03 : 49.000 - 7.475 = 41.525 vak 04 : 19.000 - 3.800 = 15.200 ---------------------------------- Controle Totalen : 686.000 - 46.256 = 639.744 Tabaksfabrikaten : 14.000 - 0 = 14.000 ---------------------------------- 700.000 - 46 256 = 653.744 4. Vierde en laatste kwartaal van de cyclus 1971. 4.1- Samengevoegde ontvangsten van de vier kwartalen : Ontvangsten van het 4de kwartaal 1.050.000 + 50.000 = 1.100.000 Samengevoegde ontvangsten : 2.300.000 + 1.100.000 = 3 400 000 4.2- Inkopen (+ BTW) min voorraad (+ BTW) op het einde van de cyclus Totaal 0 6 18 25 vorige samenvoeging 2.000.000 40.000 1.720.000 140.000 100.000 Inkopen van het 4de 1.000.000 11.000 839.000 70.000 80.000 kwartaal -------------------------------------------------------- Samenvoeging van jaar 3.000.000 51.000 2.559.000 210.000 180.000 Eindvoor- raad (af te trekken - 170.000 - 1.000 - 159.000 - 5.000 - 5 000 (6) ---------------------------------------------------------- 2.830.000 50.000 2.400.000 205.000 175.000 4.3- Verhouding (sleutel) van de samengevoegde inkopen, verminderd met de eindvoorraad (2.830.000) tegen het nultarief = 50.000/2.830.000 = 1,77 % tegen het tarief van 6 % = 2.400.000/2.830.000 = 84,81 % tegen het tarief van 18 % = 205.000/2.830.000 = 7,24 % tegen het tarief van 25 % = 175.000/2.830.000 = 6,18 % -------------------------------- Controle : 2.830.000 100,00 % 4.4- Uitsplitsing van de ontvangsten van de vier kwartalen (3.400.000) tegen het nultarief = 3.400.000 x 1,77 % = 60.180 tegen het tarief van 6 % = 3.400.000 x 84,81 % = 2.883.540 tegen het tarief van 18 % = 3.400.000 x 7,24 % = 246.160 tegen het tarief van 25 % = 3.400.000 x 6,18 % = 210.120 --------------------------------- Controle : 3.400.000 x 100 % = 3.400.000 Ontvangsten van het laatste kwartaal alleen : tegen het nultarief = 60.180 - 46.000 = 14.180 tegen het tarief van 6 % = 2.883.540 - 1.978.000 = 905.540 tegen het tarief van 18 % = 246.160 - 161.000 = 85.160 tegen het tarief van 25 % = 210.120 - 115.000 = 95.120 ---------------------------------- Controle : 3.400.000 - 2.300.000 = 1.100.000 4.5- BTW : 905.540 x 6/106 = 51.257 85.160 x 18/118 = 12.991 95.120 x 25/125 = 19.024 Aan te geven in vak 11 : 83.272 4.6- Netto-ontvangsten (aan te geven in vakken 01 tot 04) : vak 01 : 905.540 - 51.257 = 854.283 vak 03 : 85.160 - 12.991 = 72.169 vak 04 : 95.120 - 19.024 = 76.096 ------------------------------ Controle Totalen : 1.085.820 - 83.272 = 1.002.584 Tabaksfabrikaten : 14.180 - 0 = 14.180 ------------------------------- 1.100.000 - 83.272 = 1.016.728

5.Herziening wegens de wijzigingen in de voorraad.
De herziening wegens de wijzigingen in de voorraad gebeurt in methode A/1 automatisch, op voorwaarde dat men tijdig genoeg beschikt over de gegevens betreffende de eindvoorraad. Indien dat niet het geval is moeten de berekeningen voor het vierde kwartaal worden uitgevoerd zonder rekening te houden met de eindvoorraad. De aldus berekende belasting wordt ingeschreven in vak 11 van de aangifte die uiterlijk 20 januari 1972 moet worden ingediend, en de netto-ontvangsten in vakken 01 tot 04 van dezelfde aangifte.

Om rekening te houden met de wijzigingen in de voorraad moeten de berekeningen vóór 1 april daaropvolgend opnieuw worden gemaakt. Met het belastingverschil dat er het gevolg zou van zijn, moet worden rekening gehouden bij het bepalen van het bedrag dat moet worden ingeschreven in vak 31 of 32 van de aangifte die in april moet worden ingediend. De netto-ontvangsten die in vakken 01 tot 04 van de aangifte van 20 januari werden ingeschreven, moeten echter niet worden herzien



6.Eerste kwartaal van de cyclus 1972.
De samenvoeging van de inkopen en van de ontvangsten gebeurt per jaarcyclus. De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden dus niet overgebracht naar de cyclus 1972. Maar de eindvoorraad 1971 wordt de beginvoorraad 1972.



7.Combinatie met de methode D.
In het voorbeeld van methode A/1 stelt men vast dat de tabaksfabrikaten minder dan 35 pct. van de totale jaaromzet bedragen. Het beginsel dat aan de methode D ten grondslag ligt, zou dus hier kunnen worden toegepast. Dat beginsel bestaat erin dat de goederen onderworpen aan de niet dominerende tarieven worden geacht te zijn verkocht tijdens de maand of het kwartaal van de inkoop ervan.

In het voorbeeld zou men als "dominerend" kunnen aanmerken, de groep van de ontvangsten uit te splitsen over drie tarieven (6 %, 18 % en 25 %) en als "niet dominerend" de verkopen van tabaksfabrikaten.

Die mogelijkheid is interessant (7) aangezien men, ingeval de handelsmarge op tabaksfabrikaten meer dan tien punten afwijkt van de hoogste marge die voor de andere produkten wordt toegepast, het probleem van de uitsplitsing kan beperken tot deze laatste produkten en derhalve voor die produkten de methode A/1 gebruiken.

Dat zou het geval zijn indien, bij onderstelling, de marge voor tabaksfabrikaten 10 pct. van de inkoopprijs zou bedragen, terwijl de gewogen marges voor de andere groepen van produkten respectievelijk 25 pct., 33 pct. en 35 pct. zouden belopen.

Met de gegevens van de methode A/1 bekomt men volgende oplossingen wanneer men de methode A/1 combineert met de methode D voor de tabaksfabrikaten.

Eerste kwartaal 1971 1.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 970.000 Inkopen van tabaksfabrikaten tijdens het kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) - 18.700 --------- Onttrekkingen (+ BTW) 951.300 behoudens tabaksfabrikaten +27.000 --------- 978.300 1.2- Samengevoegde inkopen (+ BTW), behoudens tabaksfabrikaten Totalen 6 18 25 voorraad 99.000 84.000 9.000 6.000 inkopen 783.000 645.000 72.000 66.000 ------------------------------------------------------------ samenvoeging 882.000 729.000 81.000 72.000 1.3- Sleutel tegen het tarief van 6 % = 729.000/882.000 = 82,66 % (8) tegen het tarief van 18 % = 81.000/882.000 = 9,18 % tegen het tarief van 25 % = 72.000/882.000 = 8,16 % ---------------------------- Controle 882.000 = 100,00 % 1.4- Uitsplitsing van de ontvangsten tegen het tarief van 6 % : 978.300 x 82,66 % = 808.663 tegen het tarief van 18 % : x 9,18 % = 89.808 tegen het tarief van 25 % : x 8,16 % = 79.829 ----------------------------- controle 978.300 x 100,00 = 978.300 1.5- BTW : 808.663 x 6/106 = 45.773 89.808 x 18/118 = 13.700 79.829 x 25/125 = 15.966 ------- Aan te geven in vak 11 : 75.439 1.6- Netto-ontvangsten vak 01 : 808.663 - 45.773 = 762.890 vak 03 : 89.808 - 13.700 = 76.108 vak 04 : 79.829 - 15.966 = 63.863 -------------------------- Controle 978.300 - 75.439 = 902.861 Andere kwartalen.

Er wordt gehandeld zoals in voorbeeld A/1, maar met toepassing van de in dit nummer 7 uiteengezette regeling voor de tabaksfabrikaten.

Hier wordt alleen de manier gegeven om de uit te splitsen ontvangsten voor ieder van de drie kwartalen te bepalen. Met de methode A/1 kan men, uitgaande van die ontvangsten, de uitsplitsingssleutel, de uitsplitsing van de ontvangsten, het bedrag van de belasting en het bedrag van de netto-ontvangsten berekenen.

Tweede kwartaal 1971 2.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 560.000 Inkopen van tabaksfabrikaten van het 2de kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) - 11.000 --------- 549.000 Onttrekkingen (+ BTW) behoudens tabaksfabrikaten + 38.000 --------- 587.000 Ontvangsten van het eerste kwartaal + 978.300 --------- Uit te splitsen volgens methode A/1 1.565.300 Derde kwartaal 1971 3.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW 680.000 Inkopen van tabaksfabrikaten voor het 3de kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) : - 13.200 ----------- 666.800 Onttrekkingen (+ BTW) (behoudens tabaksfabrikaten) + 18.000 ----------- 684.800 Ontvangsten van de eerste twee kwartalen : + 1.565.300 ----------- Uit te splitsen volgens methode A/1 2.250.100 Vierde kwartaal 4.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 1.050.000 Inkopen van tabaksfabrikaten van het 4de kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) : 12.100 Beginvoorraad tegen verkoopprijzen + BTW) : 1.100 Eindvoorraad(tegen verkoopprijzen + BTW) - 1.200 (9) ----------- - 100 -100 ----------- 12.000 1.038.000 Onttrekkingen (+ BTW) (behoudens tabaksfabrikaten) + 45.000 ----------- 1.083.000 Ontvangsten van de eerste drie kwartalen + 2.250.100 ----------- Uit te splitsen volgens de methode A/1 3.333.100 METHODE A/2

De gegevens zijn bij onderstelling dezelfde als voor de methode A/1, maar de kleinhandelaar houdt geen inventaris. De inkopen en de ontvangsten worden van kwartaal tot kwartaal samengevoegd tijdens iedere jaarcyclus.

1. Eerste kwartaal van cyclus 1971 1.1- Ontvangsten en onttrekkingen : 970 000 + 30.000 = 1.000.000 (z. A/1, nr.1.1). 1.2- Inkopen (+ BTW) uitgesplitst als volgt (z. A/1, nr. 1.2) : Totaal 0 6 18 25 800.000 17.000 645.000 72.000 66.000 1.3- De ontvangsten van het kwartaal worden uitgesplitst volgens dezelfde verhoudingen als de inkopen. De verhouding is : tegen het nultarief : 17.000/800 000 = 2,13 % tegen het tarief van 6 % : 645.000/800.000 = 80,62 % tegen het tarief van 18 % : 72.000/800.000 = 9,00 % tegen het tarief van 25 % : 66.000/800.000 = 8,25 % --------------------------- Controle : 800.000 100,00 % 1.4- Die sleutel wordt op de ontvangsten van het kwartaal toegepast (1.000.000) en men bekomt de ontvangsten per tarief : tegen het nultarief : 1.000.000 x 2,13 % = 21.300 tegen het tarief van 6 % : 1 000.000 x 80,62 % = 806.200 tegen het tarief van 18 % : 1.000.000 x 9,00 % = 90.000 tegen het tarief van 25 % : 1.000.000 x 8,25 % = 82.500 --------------------------------- Controle 1.000.000 x 100 % = 1.000.000 1.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. Om die BTW eruit te halen, moeten ze worden vermenigvuldigd met 6/106, 18/118 en 25/125. De BTW bedraagt dus : 806.200 x 6/106 = 45.634 90.000 x 18/118 = 13.729 82.500 x 25/125 = 16.500 -------- BTW op te nemen in vak 11 : 75.863 1.6- Nu moeten nog de ontvangsten exclusief BTW worden bepaald, die in vakken 01 tot 04 moeten worden aangegeven vak 01 : 806.200 - 45.634 = 760.566 vak 03 : 90.000 - 13.729 = 76.271 vak 04 : 82.500 - 16.500 = 66.000 --------------------------- Controle Totalen : 978.700 - 75.863 = 902.837 Tabaksfabrikaten : 21.300 - 0 = 21.300 --------------------------- 1.000.000 - 75.863 = 924.137 2. Tweede kwartaal 1971 2.1- Ontvangsten van de eerste twee kwartalen (z. A/1, nr. 2.1) : 1.000.000 + 560.000 + 40.000 = 1.600.000 2.2- Inkopen (+ BTW) van de eerste twee kwartalen (z. A/1, nr. 2.2) : Totaal 0 6 18 25 800.000 17.000 645.000 72.000 66.000 500.000 10.000 461.000 17.000 12.000 ---------------------------------------------------------------------- 1.300.000 27.000 1.106.000 89.000 78.000 2.3- Uitsplitsing van de inkopen van beide kwartalen : tegen het nultarief : 27.000/1.300.000 = 2,08 % tegen het tarief van 6 % : 1.106.000/1.300.000 = 85,07 % tegen het tarief van 18 % : 89.000/1.300.000 = 6,85 % tegen het tarief van 25 % : 78.000/1.300.000 = 6,00 % ------------------------------- Controle 1.300.000 100,00 % 2.4- De sleutel wordt toegepast op de samengevoegde ontvangsten (1.600.000) : tegen het nultarief : 1.600.000 x 2,08 % = 33.280 tegen het tarief van 6 % : 1.600.000 x 85,07 % = 1.361.120 tegen het tarief van 18 % : 1.600.000 x 6,85 % = 109.600 tegen het tarief van 25 % : 1.600.000 x 6,00 % = 96.000 --------------------------------- controle : 1.600.000 x 100 % = 1.600.000 De uitgesplitste ontvangsten van het 2de kwartaal alleen worden bekomen door van bovenvermelde bedragen, de uitgesplitste ontvangsten van het eerste kwartaal af te trekken (z. nr. 1.4) : tegen het nultarief : 33.280 - 21.300 = 11.980 tegen het tarief van 6 % : 1.361.120 - 806.200 = 554.920 tegen het tarief van 18 % : 109.600 - 90.000 = 19.600 tegen het tarief van 25 % : 96.000 - 82.500 = 13.500 -------------------------------- 1.600.000 - 1.000.000 = 600.000 2.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. De BTW bedraagt : 554.920 x 6/106 = 31.411 19.600 x 18/118 = 2.990 13.500 x 25/125 = 2.700 -------- Aan te geven in vak 11 : 37.101 2.6- De ontvangsten exclusief BTW, aan te geven in vakken 01 tot 04 : vak 01 : 554.920 - 31.411 = 523.509 vak 03 : 19.600 - 2.990 = 16.610 vak 04 : 13.500 - 2.700 = 10.800 --------------------------- Controle Totalen : 588.020 - 37.101 = 550.919 Tabaksfabrikaten : 11.980 - 0 = 11.980 --------------------------- 600.000 - 37.101 = 562.899 3. Derde kwartaal 1971. Voor de uitleg, zie de berekeningen voor het 2de kwartaal. 3.1- Ontvangsten van de drie kwartalen 1971 (z. A/1, nr. 3.1) : 1.600.000 + 700.000 = 2.300 000 3.2- Inkopen (+ BTW) van de drie kwartalen 1971 (z. A/1, nr. 3.2) : 1.300.000 27.000 1.106.000 89.000 78.000 600.000 12.000 530.000 42.000 16.000 ------------------------------------------------------------------------ 1.900.000 39.000 1.636.000 131.000 94.000 3.3- Uitsplitsing van de inkopen van de drie kwartalen : tegen het nultarief : 39.000/1.900.000 = 2,05% tegen het tarief van 6 % : 1.636 000/1 900 000 = 86,11% tegen het tarief van 18 % : 131.000/1.900.000 = 6,89% tegen het tarief van 25 % : 94.000/1.900.000 = 4,95% ------------------------------ Controle 1.900.000 100,00% 3.4- Die sleutel wordt toegepast op de samengevoegde ontvangsten (2.300.000) : tegen het nultarief : 2.300.000 x 2,05% = 47.150 tegen het tarief van 6 % : 2.300.000 x 86,11% = 1.980.530 tegen het tarief van 18 % : 2.300.000 x 6,89% = 158.470 tegen het tarief van 25 % : 2.300.000 x 4,95% = 113.850 -------------------------------- Controle : 2.300.000 x 100 % = 2.300.000 De uitgesplitste ontvangsten van het 3de kwartaal 1971 alleen : tegen het nultarief : 47.150 - 33.280 = 13.870 tegen het tarief van 6 % : 1.980.530 - 1.361.12 = 619.410 tegen het tarief van 18 % : 158.470 - 109.600 = 48.870 tegen het tarief van 25 % : 113.850 - 96.000 = 17.850 -------------------------------- Controle : 2.300.000 - 1.600.000 = 700.000 3.5- De BTW bedraagt : 619.410 x 6/106 = 35.061 48.870 x 18/118 = 7.455 17.850 x 25/125 = 3.570 -------- Op te nemen in vak 11 : 46.086 3.6- Netto-ontvangsten aan te geven in vakken 01 tot 04 : vak 01 : 619.410 - 35.061 = 584.349 vak 03 : 48.870 - 7.455 = 41.415 vak 04 : 17.850 - 3.570 = 14.280 --------------------------- Controle Totalen vakken 01 tot 04 : 686.130 - 46.086 = 640.044 Tabaksfabrikaten : 13.870 - 0 = 13.870 --------------------------- 700.000 - 46.086 = 653.914 4. Vierde kwartaal 1971 4.1- Jaarontvangsten (z. A/1, nr 4.1) : 2.300.000 + 1.100.000 = 3.400.000 4.2- Jaarinkopen (+ BTW) (z. A/1, nr.4.2) : Totaal 0 6 18 25 1.900.000 39.000 1.636.000 131.000 94.000 1.000.000 11.000 839.000 70.000 80.000 ----------------------------------------------------------------------- 2.900.000 50.000 2.475.000 201.000 174.000 4.3- Uitsplitsing van de jaarinkopen : tegen het nultarief : 50.000/2.900.000 = 1,72 % tegen het tarief van 6 % : 2.475.000/2.900.000 = 85,35 % tegen het tarief van 18 % : 201.000/2.900.000 = 6,93 % tegen het tarief van 25 % : 174.000/2.900.000 = 6,00 % ------------------------------- Controle 2.900.000 100,00 % 4.4- Sleutel toegepast op de jaarontvangsten : tegen het nultarief : 3,400.000 x 1,72 % = 58.480 tegen het tarief van 6 % : 3.400.000 x 85,35 % = 2.901.900 tegen het tarief van 18 % : 3.400.000 x 6,93 % = 235.620 tegen het tarief van 25 % : 3.400.000 x 6,00 % = 204.000 --------------------------------- Controle : 3.400.000 x 100 % = 3.400.000 De uitgesplitste ontvangsten van het 4de kwartaal 1971 alleen : tegen het nultarief : 58.480 - 47.150 = 11.330 tegen het tarief van 6 % : 2.901.900 - 1.980.530 = 921.370 tegen het tarief van 18 % : 235.620 - 158.470 = 77.150 tegen het tarief van 25 % : 204.000 - 113.850 = 90.150 ---------------------------------- Controle : 3.400.000 - 2.300.000 = 1.100.000 4.5- BTW : 921.370 x 6/106 = 52.153 77.150 x 18/118 = 11.769 90.150 x 25/125 = 18.030 -------- Op te nemen in vak 11 : 81.952 4.6- Netto-ontvangsten aan te geven in vakken 01 tot 04 : vak 01 : 921.370 - 52.153 = 869.217 vak 03 : 77.150 - 11.769 = 65.381 vak 04 : 90.150 - 18.030 = 72.120 ------------------------------ Controle Totalen van vakken 01 tot 04 :1.088.670 - 81.952 = 1.006.718 Tabaksfabrikaten : 11.330 - 0 = 11.330 ------------------------------- 1.100.000 - 81.952 = 1.018.048

5.Herziening.
Uiteraard moet er geen herziening wegens wijzigingen in de voorraad gebeuren.



6.Nieuwe cyclus.
De samenvoeging van de inkopen en van de ontvangsten gebeurt per jaarcyclus. De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden dus niet overgebracht naar de cyclus 1972.



7.Combinatie met de methode D.
Verwezen wordt naar methode A/1, nr. 7, behoudens evenwel dat er hier geen herziening wesens wijzigingen in de voorraad is.

METHODE A/3

De gegevens zijn bij onderstelling dezelfde als voor de methode A/1, maar de kleinhandelaar verkiest methode A/3 (in die methode moeten de ontvangsten niet van kwartaal tot kwartaal worden samengevoegd).



1.Eerste kwartaal van cyclus 1971,
De berekeningen en de uitkomsten zijn dezelfde als voor het eerste kwartaal van 1971 van methode A/1 (z, A/1, nrs, 1,1 tot 1,6), Dezelfde afwijking wordt toegestaan voor de beginvoorraad die niet tijdig genoeg berekend is, (z, A/1, nr, 1,1, voetnoot),

De ontvangsten van het eerste kwartaal worden als volgt uitgesplitst (z, A/1, nr, 1,4) : tegen het nultarief : 20.000 tegen het tarief van 6 % : 810.000 tegen het tarief van 18 % : 90.000 tegen het tarief van 25 % : 80.000 ---------- 1.000.000 De in vak 11 te vermelden BTW bedraagt dus 75.578 F, (z, A/1, nr, 1,5), De ontvangsten aan te geven in vakken 01 tot 04 belopen (z, A/1, nr. 1,6), vak 01 : 764.151 F vak 03 : 76.271 F vak 04 : 64.000 F 2. Tweede kwartaal 1971. 2.1- Ontvangsten van het kwartaal (z, A/1, nr, 2,1) : 560.000 + 40.000 = 600.000 2.2- Samengevoegde inkopen van beide kwartalen (z, A/1, nr, 2,2) Totaal 0 6 18 25 1.400.000 28.000 1.190.000 98.000 84.000 2.3- Uitsplitsing van de ontvangsten van het kwartaal volgens dezelfde verhoudingen als de samengevoegde inkopen (verg, A/1, nr. 2,3, ), Die verhoudingen zijn (z. A/1, nr 2.3): tegen het nultarief : 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 85,00 % tegen het tarief van 18 % : 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 6,00 % --------- 100,00 % 2.4- Die sleutel wordt alleen toegepast op de ontvangsten van het 2de kwartaal (verg. A/1, nr. 2.4), wat als uitkomst geeft : tegen het nultarief : 600.000 x 2 % = 12.000 tegen het tarief van 6 % : 600.000 x 85 % = 510.000 tegen het tarief van 18 % : 600.000 x 7 % = 42.000 tegen het tarief van 25 % : 600.000 x 6 % = 36.000 --------------------------- controle : 600.000 x 100 % = 600.000 2.5- In de ontvangsten is de BTW begrepen (z. A/1, nr 2.5.). Die BTW bedraagt : 510.000 x 6/106 = 28.868 42.000 x 18/118 = 6.407 36.000 x 25/125 = 7.200 ------- Totaal aan te geven in vak 11 : 42.475 2.6- De ontvangsten exclusief BTW, aan te geven in vakken 01 tot 04 : (verg. A/1, nr. 2.6) : vak 01 : 510.000 - 28.868 = 481.132 vak 03 : 42.000 - 6.407 = 35.593 vak 04 : 36.000 - 7.200 = 28.800 --------------------------- Controle Totalen : 588.000 - 42.475 = 545.525 Tabaksfabrikaten : 12.000 - 0 = 12.000 --------------------------- 600.000 - 42.475 = 557.525 3. Derde kwartaal 1971 3.1- Ontvangsten van het kwartaal (z. A/1, nr 3.1): 680.000 + 20.000 = 700.000 F 3.2- Samengevoegde inkopen van de drie kwartalen (z, A/1, nr. 3.2) : Totaal 0 6 18 25 2.000.000 40.000 1.720.000 140.000 100.000 3.3- Sleutel van de samengevoegde inkopen (z. A/1, nr. 3.3) : tegen het nultarief : 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 86,00 % tegen het tarief van 18 % : 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 5,00 % ---------- 100,00 % 3.4- Uitsplitsing van de ontvangsten van het 3de kwartaal alleen (verg, A/1, nr. 3.4). tegen het nultarief : 700.000 x 2 % = 14.000 tegen het tarief van 6 % : 700.000 x 86 % = 602.000 tegen het tarief van 18 % : 700.000 x 7 % = 49.000 tegen het tarief van 25 % : 700.000 x 5 % = 35.000 -------------------------- Controle : 700.000 x 100 % = 700.000 3.5- BTW (verg. A/1, nr, 3.5) : 602.000 x 6/106 = 34.075 49.000 x 18/118 = 7.475 35.000 x 25/125 = 7.000 ------- Te vermelden in vak 11 : 48.550 3.6- Aan te geven ontvangsten (verg. A/1, nr. 3.6). vak 01 : 602.000 - 34.075 = 567.925 vak 03 : 49.000 - 7.475 = 41.525 vak 04 : 35.000 - 7.000 = 28.000 --------------------------- Controle Totaal : 686.000 - 48.550 = 637.450 Tabaksfabrikaten : 14.000 - 0 = 14.000 --------------------------- 700.000 - 48.550 = 651.450 4. Vierde en laatste kwartaal van de cyclus 1971. 4.1- Ontvangsten van het kwartaal (z. A/1, nr 4.1): 1.050.000 + 50.000 = 1.100.000 Jaarontvangsten (z. A/1, nr 4.1): 3.400.000 4.2- Samengevoegde inkopen van de vier kwartalen (z. A/1, nr 4.2). Totaal 0 6 18 25 3.000.000 51.000 2.559.000 210.000 180.000 Bij onderstelling is de eindvoorraad niet tijdig genoeg gekend. Hij zal worden gebruikt voor de herziening bedoeld in nummer 8, f, van deze aanschrijving. 4.3- Sleutel van de samengevoegde inkopen (verg A/1, nr. 4.3) : tegen het nultarief : 51.000/3.000.000= 1,70 % tegen het tarief van 6 % : 2.559.000/3.000.000= 85,30 % tegen het tarief van 18 % : 210.000/3.000.000= 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 180.000/3.000.000= 6,00 % ------------------------------ Controle : 3.000.000 100,00 % 4.4- Uitsplitsing van de jaarontvangsten (verg. A/1, nr. 4.4) : tegen het nultarief : 3.400.000 x 1,7 % = 57.800 tegen het tarief van 6 % : x 85,3 % = 2.900.200 tegen het tarief van 18 % : x 7 % = 238.000 tegen het tarief van 25 % : x 6 % = 204.000 -------------------------------- Controle : 3.400.000 x 100 % = 3.400.000 Ontvangsten met betrekking tot de eerste drie kwartalen : tegen het nultarief : 20.000 + 12.000 + 14.000 = 46.000 tegen het tarief van 6 % : 810.000 + 510.000 + 602.000 = 1.922.000 tegen het tarief van 18 % : 90.000 + 42.000 + 49.000 = 181.000 tegen het tarief van 25 % : 80.000 + 36.000 + 35.000 = 151.000 ------------------------------------------ Totalen : 1.000.000 + 600.000 + 700.000 = 2.300.000 Ontvangsten met betrekking tot het laatste kwartaal : tegen het nultarief : 57.800 - 46.000 = 11.800 tegen het tarief van 6 % : 2.900.200 - 1.922.000 = 978.200 tegen het tarief van 18 % : 238.000 - 181.000 = 57.000 tegen het tarief van 25 % : 204.000 - 151.000 = 53.000 ---------------------------------- Totalen : 3.400.000 - 2.300.000 = 1.100.000 4.5- BTW (verg. A/1, nr. 4.5) : 978.200 x 6/106 = 55.370 57 000 x 18/118 = 8.695 53.000 x 25/125 = 10.600 ------- Aan te geven in vak 11 : 74.665 4.6- Aan te geven ontvangsten (z. A/1, nr. 4.6) : vak 01 : 978.200 - 55.370 = 922.830 vak 03 : 57.000 - 8.695 = 48.305 vak 04 : 53.000 - 10.600 = 42.400 ------------------------------- Controle Totaal : 1.088.200 - 74.665 = 1.013.535 Tabaksfabrikaten : 11.800 - 0 = 11.800 ------------------------------- 1.100.000 - 74.665 = 1.025.335 5. Herziening wegens de wijzigingen in de voorraad 1971. Het betreft de herziening bedoeld in nummer 8, f, van deze aanschrijving. 5.1- De eindvoorraad (31 december 1971) bedraagt 170.000 inclusief BTW (z. A/1, nr. 4.2). Hij is als volgt uitgesplitst : Totaal 0 6 18 25 170.000 1.000 159.000 5.000 5.000 5.2- De voorraad moet worden afgetrokken van de samengevoegde inkopen van het jaar (z. A/2, nr.4.2). Totaal 0 6 18 25 Samengevoegde inkopen 3.000.000 51.000 2.559.000 210.000 180.000 Voorraad - 170.000 - 1.000 - 159.000 - 5.000 - 5.000 -------------------------------------------------------------- 2.830.000 50.000 2.400.000 205.000 175.000 5.3- Verbeterde sleutel : tegen het nultarief : 50.000/2.830.000 = 1,77 % tegen het tarief van 6 % : 2.400.000/2.830.000 = 84,81 % tegen het tarief van 18 % : 205.000/2.830.000 = 7,24 % tegen het tarief van 25 % : 175.000/2.830.000 = 6,18 % ------------------------------ Controle : 2.830.000 100,00 % 5.4- Uitsplitsing volgens de verbeterde sleutel, van alle ontvangsten van het jaar (1.000.000 + 600.000 + 700.000 + 1.100.000 = 3.400.000). tegen het nultarief : 3.400.000 x 1,77 %= 60.180 tegen het tarief van 6 % : x 84,81 %= 2.883.540 tegen het tarief van 18 % : x 7,24 %= 246.160 tegen het tarief van 25 % : x 6,18 %= 210.120 ------------------------------- Controle : 3.400.000 x 100 %= 3.400.000 5.5- Jaartotaal van de voorlopige ontvangsten per tarief (z nr. 4.4). Kwartaal Totaal 0 6 18 25 1 1.000.000 20.000 800.000 90.000 80.000 2 600.000 12.000 510.000 42.000 36.000 3 700.000 14.000 602.000 49.000 35.000 4 1.100.000 11.800 978.200 57.000 53.000 ----------------------------------------------------------------------- Totaal 3.400.000 57.800 2.900.200 238.000 204.000 5.6- Verschillen Totaal 0 6 18 25 Verbeterde uitsplit- sing (nr.5.4) 3.400.000 60.180 2.883.540 246.160 210.120 Voorlopige uitsplit- sing (nr.5.5) - 3.400.000 - 57.800 - 2.900.200 - 238.000 - 204.000 ----------------------------------------------------------- Uitkomst 0 + 2.380 - 16.660 + 8.160 + 6.120 5.7- Herziening van de belasting a) Te betalen belasting : 8.160 x 18/118 = 1.245 6.120 x 25/125 = 1.224 ------- 2.469 b) Af te trekken belasting : 16.660 x 6/106 = - 943 ------ c) Nog verschuldigde belasting (1) : + 1.526 5.8- In vakken 01 tot 04 moeten geen verbeteringen worden opgenomen.

6.Eerste kwartaal van cyclus 1972.
De samenvoeging van de inkopen gebeurt per jaarcyclus. De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden dus niet overgebracht naar de cyclus 1972. Maar de eindvoorraad 1971 wordt de beginvoorraad 1972.



7.Combinatie met methode D.
Verwezen wordt naar methode A/1, nr. 7.

METHODE A/4

Methode A/4 is bestemd voor de kleinhandelaars die geen inventaris van hun voorraad houden en de voorwaarden vervullen om methode A toe te passen.

De berekeningswijze is dezelfde als die uiteengezet voor methode A/3, maar in de berekeningen wordt geen rekening gehouden met de voorraad. De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden niet overgebracht naar de cyclus 1972

Methode A/4 kan eveneens met de methode D worden gecombineerd.

NOTEN ----- (1) Belastingplichtigen wier jaaromzet niet groter is dan 10 miljoen frank (exclusief BTW). (2) Het aangiftetijdvak is een maand voor de belastingplichtigen wier jaaromzet meer bedraagt dan 5 miljoen frank (exclusief BTW) en een kwartaal voor de andere belastingplichtigen. (3) Het bedrag van de tijdens het aangiftetijdvak gekochte kortingzegels die door een derde worden uitgegeven, mag voor de op de zegels vermelde waarde worden afgetrokken van de ontvangsten van hetzelfde tijdvak. De waarde van de door de klanten bij de kleinhandelaar ingeleverde boekjes moet bij de ontvangsten worden gevoegd. Het bedrag van de door de belastingplichtige zelf uitgegeven zegels mag slechts van de ontvangsten worden afgetrokken op het tijdstip dat de klant hem om terugbetaling van die zegels vraagt (die betaling moet blijken uit de zegelboekjes, waarop de identiteit en het adres van de klant, het bedrag van de korting en de datum van de terugbetaling staan vermeld; die boekjes moeten door de klant worden ondertekend). (4) De inventaris van de goederen in voorraad moet worden opgemaakt tijdens de eerste drie maanden van het jaar. Waarschijnlijk zullen de meeste belastingplichtigen die gehouden zijn een maandaangifte in te dienen, hun beginvoorraad niet kennen op het ogenblik dat ze hun eerste, ja zelfs hun tweede aangifte van het jaar indienen.In dat geval is het hun toegestaan in hun berekeningen met de voorraad slechts rekening te houden op het tijdstip waarop ze hem kennen. Zij moeten hun voorgaande aangiften niet herzien. (5) Die verschillen kunnen worden gecontroleerd door de bedragen 810.000, 90.000 en 80.000 te delen door 106, 118 en 125 (6) Waarschijnlijk zullen de meeste belastingplichtigen hun eindvoorraad niet tijdig genoeg kennen om hun aangifte van 20 januari 1972 in te vullen (voor december 1971). De berekening van de sleutel zal dan voorlopig gebeuren uitgaande van de samenvoeging van de inkopen van het jaar 1971. De herziening zal worden verricht tijdens de eerste drie maanden van 1972 (z. A/1 nr. 5). (7) Zij is eveneens interessant voor de andere produkten met heterogene handelsmarge. (8) Wanneer het totaal van de percentages hoger of lager is dan 100,00 %, moet het hoogste percentage naar boven of naar beneden worden gecorrigeerd. Hier zou men als uitkomst hebben : 82,65 + 9,18 + 8,16 = 99,99 %. De correctie gebeurde door 82,65 te verhogen tot 82,66 %. (9) In de gegevens van voorbeeld A/1 is de beginvoorraad gelijk aan de eindvoorraad. Voor de duidelijkheid van de oefening werd een eindvoorraad gebruikt die groter is dan de beginvoorraad. Indien de eindvoorraad niet tijdig genoeg gekend is, moeten de drie maanden worden herzien (z. methode D/1, 4.2 voetnoot). (10) Belasting waarmee rekening moet worden gehouden om het in vak 31 of 32 in te schrijven bedrag te bepalen. METHODE B

Onderstel een kleinhandelaar die aan de normale regeling is onderworpen en kwartaalaangiften indient.

Hij kiest methode B, dat wil zeggen dat hij zijn inkopen en zijn voorraad valoriseert tegen verkoopprijzen (inclusief BTW) en hij de verkoopwaarde bekomt door op de inkoopprijs van ieder produkt de overeenkomstige handelsmarge toe te passen.

De kleinhandelaar creëert een "nultarief" om de tabaksfabrikaten in de berekeningen te kunnen opnemen (Zie echter nr. 7 : "Combinatie met de methode D").

Wat het statiegeld voor leeggoed betreft, neemt hij aan dat de leveringen gecompenseerd worden door de terugnemingen.

In de methodes B/1 en B/3, houdt hij een inventaris van zijn goederen in voorraad.

METHODE B/1

In de methode B/1 wordt rekening gehouden met de wijzigingen in de voorraad en de samenvoeging, per cyclus, van de inkopen en van de ontvangsten. De cyclus is hier, bij onderstelling, het kalenderjaar.

De berekeningswijze is dezelfde als voor methode A/1.

1 - Eerste kwartaal van cyclus 1971 1.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 970.000 Onttrekkingen privé-gebruik (+ BTW) 30 000 ---------- 1.000.000 1.2- Beginvoorraad (tegen verkoopprijs + BTW) (1) en inkopen (tegen verkoopprijs + BTW) Totalen 0 6 18 25 Voorraad (2) 120.000 1.200 100.800 10.800 7.200 Inkopen (2) 960.000 20.400 774.000 86.400 79.200 --------------------------------------------------------- Samengevoegd 1.080.000 21.600 874.800 97.200 86.400 1.3- De ontvangsten worden uitgesplitst volgens dezelfde verhoudingen als de samengevoegde inkopen. Die verhoudingen zijn : tegen het nultarief : 21.600/1.080.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 874.800/1.080.000 = 81,00 % tegen het tarief van 18 % : 97.200/1.080.000 = 9,00 % tegen het tarief van 25 % : 86.400/1.080.000 = 8,00 % ---------- --------- Controle 1.080.000 100,00 % 1.4- Die sleutel wordt toegepast op het gekende totaal van de ontvangsten (1.000.000), wat als ontvangsten per tarief geeft : tegen het nultarief : 1.000.000 x 2 % = 20.000 tegen het tarief van 6 % : 1.000.000 x 81 % = 810.000 tegen het tarief van 18 % : 1.000.000 x 9 % = 90.000 tegen het tarief van 25 % : 1.000.000 x 8 % = 80.000 ------------------------------ Controle 1.000.000 x 100 + = 1.000.000 1.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. Om de BTW eruit te halen, moeten ze worden vermenigvuldigd, niet met 6 %, 18 % en 25 %, maar met 6/106, 18/118 en 25/125. Voor de tabaksfabrikaten is geen belasting verschuldigd. De BTW bedraagt dus : 810.000 x 6/106 = 45.849 90.000 x 18/118 = 13.729 80.000 x 25/125 = 16.000 -------- Totaal te ver- 75.578 melden in vak 11 1.6- De ontvangsten exclusief BTW, die in vakken 01 tot 04 moeten worden aangegeven, moeten nu nog worden berekend De ontvangsten ter zake van de tabaksfabrikaten moeten niet worden aangegeven. Het volstaat de BTW van de overeenkomstige ontvangsten af te trekken. Men bekomt dan : vak 01 : 810.000 - 45.849 = 764.151 (3) vak 03 : 90.000 - 13.729 = 76.271 (3) vak 04 : 80.000 - 16.000 = 64.000 (3) -------------------------------- Controle Totaal : 980.000 - 75.578 = 904.422 Tabaksfabrikaten : 20.000 - 0 = 20.000 ---------------------------- 1.000.000 - 75.578 = 924.422 2 - Tweede kwartaal 1971 2.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) : 560.000 Onttrekkingen privé-gebruik (+ BTW) : 40 000 ---------- 600.000 Ontvangsten van het 1ste kwartaal (z. nr. 1.1) : 1.000.000 ---------- Ontvangsten van beide kwartalen : 1.600.000 2.2- Samengevoegde inkopen (verkoopprijs + BTW). Totaal 0 6 18 25 Inkopen 2e kwartaal : 600.000 12.000 553.200 20.400 14.400 Samenvoeging van de begin- voorraad en de inkopen van het 1e kwar- taal : 1.080.000 21.600 874.800 97.200 86.400 ---------------------------------------------------------- Nieuwe samenvoeging: 1.680.000 33.600 1.428.000 117.600 100.800 2.3- Uitsplitsing van de samengevoegde ontvangsten volgens dezelfde verhoudingen als de samengevoegde inkopen. tegen het nultarief : 33.600/1.680.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 1.428.000/1.680.000 = 85,00 % tegen het tarief van 18 % : 117.600/1.680.000 = 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 100.800/1.680.000 = 6,00 % ---------- ---------- Controle 1.680.000 100,00 % 2.4- Sleutel toegepast op het (samengevoegde) totaal van de ontvangsten van beide kwartalen (1.600.000), wat voor beide kwartalen als uitkomst geeft : tegen het nultarief : 1.600.000 x 2 % = 32.000 tegen het tarief van 6 % : x 85 % = 1.360.000 tegen het tarief van 18 % : x 7 % = 112.000 tegen het tarief van 25 % : x 6 % = 96.000 ------------------------------ Controle 1.600.000 x 100 % = 1.600.000 De uitgesplitste ontvangsten van het 2e kwartaal alleen worden verkregen door van bovenstaande bedragen de uitgesplitste ontvangsten van het 1e kwartaal af te trekken (z. nr. 1.4) : tegen het nultarief : 32.000 - 20.000 = 12.000 tegen het tarief van 6 % : 1.360.000 - 810.000 = 550.000 tegen het tarief van 18 % : 112.000 - 90.000 = 22.000 tegen het tarief van 25 % : 96.000 - 80.000 = 16.000 -------------------------------- Controle 1.600.000 - 1.000.000 = 600.000 2.5- In die ontvangsten is de BTW begrepen. Om die BTW eruit te halen, moeten ze worden vermenigvuldigd met 6/106, 18/118 en 25/125. Voor de tabaksfabrikaten is geen BTW verschuldigd. De BTW bedraagt dus : 550.000 x 6/106 = 31.132 22.000 x 18/118 = 3.356 16.000 x 25/125 = 3.200 ------- Aan te geven in vak 11 : 37.688 2.6- Ontvangsten exclusief BTW, aan te geven in vakken 01 tot 04, met uitsluiting van tabaksfabrikaten. vak 01 : 550.000 - 31.132 = 518.868 vak 03 : 22.000 - 3.356 = 18.644 vak 04 : 16.000 - 3.200 = 12.800 --------------------------- Controle Totalen : 588.000 - 37.688 = 550.312 Tabaksfabrikaten : 12.000 - 0 = 12.000 --------------------------- 600.000 - 37.688 = 562.312 3.- Derde kwartaal 1971 Voor de uitleg, zie de berekeningen voor het 2e kwartaal (de overeenkomstige nummers). 3.1- Ontvangsten van beide voorgaande kwartalen (z. 2.1) : 1.600.000 Ontvangsten van het 3e kwartaal (680.000 + 20.000) 700.000 ---------- Samengevoegde ontvangsten : 2.300.000 3.2- Samengevoegde inkopen(tegen verkoopprijs + BTW) Totalen 0 6 18 25 3e kwartaal 720.000 14.400 636.000 50.400 19.200 Vorige samenvoeging 1.680.000 33.600 1.428.000 117.600 100.800 ----------------------------------------------------------- Nieuwe samenvoeging 2.400.000 48.000 2.064.000 168.000 120.000 3.3.- Verhouding (sleutel) van de samengevoegde inkopen (2.400.000) : tegen het nultarief : 48.000/2.400.000 = 2,00 % tegen het tarief van 6 % : 2.064.000/2.400.000 = 86,00 % tegen het tarief van 18 % : 168.000/2.400.000 = 7,00 % tegen het tarief van 25 % : 120.000/2.400.000 = 5,00 % ---------- --------- Controle 2.400.000 100,00 % 3.4- Uitsplitsing van de samengevoegde ontvangsten (2.300.000) : tegen het nultarief : 2.300.000 x 2 % = 46.000 tegen het tarief van 6 % : 2.300.000 x 86 % = 1.978.000 tegen het tarief van 18 % : 2.300.000 x 7 % = 161.000 tegen het tarief van 25 % : 2.300.000 x 5 % = 115.000 ------------------------------ Controle 2.300.000 x 100 % = 2.300.000 Ontvangsten van het 3e kwartaal alleen : tegen het nultarief : 46.000 - 32.000 = 14.000 tegen het tarief van 6 % : 1.978.000 - 1.360.000 = 618.000 tegen het tarief van 18 % : 161.000 - 112.000 = 49.000 tegen het tarief van 25 % : 115.000 - 96.000 = 19.000 -------------------------------- Controle 2.300.000 - 1.600.000 = 700.000 3.5.- BTW : 618.000 x 6/106 = 34.981 49.000 x 18/118 = 7.475 19.000 x 25/125 = 3.800 ------- Te vermelden in vak 11 : 46.256 3.6- Netto-ontvangsten (aan te geven in vakken 01 tot 04) vak 01 : 618.000 - 34.981 = 583.019 vak 03 : 49.000 - 7.475 = 41.525 vak 04 : 19.000 - 3.800 = 15.200 --------------------------- Controle Totalen : 686.000 - 46.256 = 639.744 Tabaksfabrikaten : 14.000 - 0 = 14.000 --------------------------- 700.000 - 46.256 = 653.744 4- Vierde en laatste kwartaal van de cyclus 1971 4.1- Ontvangsten (inclusief BTW) van het 4e kwartaal : 1.050.000 + 50.000 = 1.100.000 van de drie vorige kwartalen : 2.300.000 ---------- Samengevoegd : 3.400.000 4.2- Samengevoegde inkopen (tegen verkoopprijs + BTW) min voorraad op het einde van de cyclus (tegen verkoopprijs + BTW) Totaal 0 6 18 25 4e kwartaal : 1.200.000 13.200 1.006.800 84.000 96.000 Vorige samen- voeging : 2.400.000 48.000 2.064.000 168.000 120.000 --------------------------------------------------------- Samenvoeging van het jaar : 3.600.000 61.200 3.070.800 252.000 216.000 Af te trekken eindresultaat - 204.000 - 1.200 - 190.800 - 6.000 6.000 (4) --------------------------------------------------------- 3.396.000 60.000 2.880.000 246.000 210.000 4.3- Verhouding (sleutel) van de samengevoegde inkopen verminderd met de eindvoorraad (3.396.000) : tegen het nultarief : 60.000/3.396.000 = 1,77 % tegen het tarief van 6 % : 2.880.000/3.396.000 = 84,81 % tegen het tarief van 18 % : 246.000/3.396.000 = 7,24 % tegen het tarief van 25 % : 210.000/3.396.000 = 6,18 % ---------- ---------- Controle 3.396.000 100,00 % 4.4- Uitsplitsing van de jaarontvangsten (3.400.000) tegen het nultarief : 3.400.000 x 1,77 % = 60.180 tegen het tarief van 6 % : 3.400.000 x 84,81 % = 2.883.540 tegen het tarief van 18 % : 3.400.000 x 7,24 % = 246.160 tegen het tarief van 25 % : 3.400.000 x 6,18 % = 210.120 --------------------------------- Controle 3.400.000 x 100,00 % = 3.400.000 Ontvangsten van het laatste kwartaal alleen : tegen het nultarief : 60.180 - 46.000 = 14.180 tegen het tarief van 6 % : 2.883.540 - 1.978.000 = 905.540 tegen het tarief-van 18 % : 246.160 - 161.000 = 85.160 tegen het tarief van 25 % : 210.120 - 115.000 = 95.120 ---------------------------------- Controle 3.400.000 - 2.300.000 = 1.100.000 4.5- BTW : 905.540 x 6/106 = 51.257 85.160 x 18/118 = 12.991 95.120 x 25/125 = 19.024 ------- Te vermelden in vak 11 : 83.272 4.6- Netto-ontvangsten (aan te geven in vakken 01 tot 04, behoudens tabaksfabrikaten : vak 01 : 905.540 - 51.257 = 854.283 vak 03 : 85.160 - 12.991 = 72.169 vak 04 : 95.120 - 19.024 = 76.096 ------------------------------ Controle Totalen : 1.085.820 - 83.272 = 1.002.548 Tabaksfabrikaten : 14.180 - 0 = 14.180 ------------------------------- 1.100.000 83.272 = 1.016.728 5 - Herziening wegens de wijzigingen voorraad

6 - Eerste kwartaal van de cyclus 1972.

Verwezen wordt naar de nummers 5 en 6 van methode A/1.

7 - Combinatie met de methode D

In het voorbeeld van methode B/1 stelt men vast dat de tabaksfabrikaten minder dan 35 pct. van de omzet bedragen. Het beginsel dat aan de methode D ten grondslag ligt, zou dus hier kunnen worden toegepast. Dat beginsel bestaat erin dat de goederen onderworpen aan de niet dominerende tarieven, worden geacht te zijn verkocht tijdens de maand of het kwartaal van de inkoop ervan.

In het voorbeeld zou men als "dominerend" kunnen aanmerken, de groep van de ontvangsten uit te split sen over drie tarieven (6 %, 18 % en 25 %) en als"niet dominerend" de verkopen van tabaksfabrikaten.

Met de gegevens van het voorbeeld van methode B/1 gaat men als volgt tewerk.

Eerste kwartaal 1971 1.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) : 970.000 Inkopen van tabaksfabrikaten van het kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) : - 20.400 --------- 949.600 Onttrekkingen (+ BTW) + 25.800 (Natuurlijk zonder tabaksfabrikaten.) --------- 975.400 1.2- Samengevoegde inkopen (tegen verkoopprijzen + BTW) Totalen 6 18 25 Voorraad 118.800 100.800 10.800 7.200 Inkopen 939.600 774.000 86.400 79.200 ----------------------------------------------------------- Samenvoeging 1.058.400 874.800 97.200 86.400 1.3- Verhoudingen (sleutel) tegen het tarief van 6 % : 874.800/1.058.400 = 82,65 % tegen het tarief van 18 % : 97.200/1.058.400 = 9,18 % tegen het tarief van 25 % : 86.400/1.058.400 = 8,17 % ------------------------------- Controle 1.058.400 = 100,00 % 1.4- Uitsplitsing van de ontvangsten. tegen het tarief van 6 % : 975.400 x 82,65 % = 806.168 tegen het tarief van 18 % : x 9,18 % = 89.542 tegen het tarief van 25 % : x 8,17 % = 79.690 ------------------------------ Controle 975.400 x 100,00 % = 975.400 1.5- BTW : 806.168 x 6/106 = 45.632 89.542 x 18/118 = 13.659 79.690 x 25/125 = 15.938 -------- Aan te geven in vak 11 : 75.229 1.6- Netto-ontvangsten vak 01 : 806.168 - 45.632 = 760.536 vak 03 : 89.542 - 13.659 = 75.883 vak 04 : 79.690 - 15.938 = 63.752 ---------------------------- Controle: 975.400 - 75.229 = 900.171 Andere kwartalen

Er wordt gehandeld zoals in voorbeeld B/1, maar met toepassing van de in dit nummer 7 uiteengezette regeling voor de tabaksfabrikaten.

Hier wordt alleen de manier gegeven om de uit te splitsen ontvangsten voor ieder van de drie kwartalen te bepalen. Met de methode B/1 kan men, uitgaande van de ontvangsten, de uitsplitsingssleutel, de uitsplitsing van de ontvangsten, het bedrag van de belasting en het bedrag van de netto-ontvangsten berekenen.

Tweede kwartaal 1971 2.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 560.000 Inkopen van tabaksfabrikaten van het kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) : - 12.000 --------- 548.000 Onttrekkingen (+ BTW) (behoudens tabaksfabrikaten) + 38.000 --------- 586.000 Ontvangsten van het eerste kwartaal : 975.400 --------- Uit te splitsen volgens methode B/1 1.561.400 Derde kwartaal 1971 3.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 680.000 Inkopen tabaksfabrikaten (verkoopprijzen + BTW) - 14.400 --------- 665.600 Onttrekkingen (+ BTW) (behoudens tabaksfabrikaten) + 18.000 --------- 683.600 Ontvangsten van de eerste twee kwartalen : 1.561.400 --------- Uit te splitsen volgens methode B/1 2.245.000 Vierde kwartaal 1971 4.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 1.050.000 Inkopen tabaksfabrikaten (tegen verkoopprijzen + BTW) 13.200 Beginvoorraad (tegen verkoopprijzen + BTW) : 1.200 Eindvoorraad (tegen verkoopprijzen + BTW) : - 1.400 (5) ---------- - 200 - 200 ------- 13.000 - 13.000 ---------- 1.037.000 Onttrekkingen (+ BTW) (behoudens tabaksfabrikaten) 43.000 ---------- 1.080.000 Ontvangsten van de eerste drie kwartalen : 2.245.000 ---------- Uit te splitsen volgens de methode B/1 : 3.325.000 METHODE B/2

De gegevens zijn bij onderstelling dezelfde als voor de methode B/1, maar de kleinhandelaar houdt geen inventaris. De ontvangsten en de inkopen worden van kwartaal tot kwartaal samengevoegd tijdens de jaarcyclus (hier 1971).

De berekeningswijze is dezelfde als die welke uitvoerig werd uiteengezet in het cijfervoorbeeld van methode A/2. De inkopen worden hier echter gevaloriseerd tegen verkoopprijzen (+ BTW).

In de berekeningen wordt geen rekening gehouden met de voorraad.

De samenvoeging van de inkopen en van de ontvangsten gebeurt per jaarcyclus. De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden dus niet overgebracht naar de cyclus 1972.

De methode B/2 kan eveneens met de methode D worden gecombineerd.

METHODE B/3

De gegevens zijn, bij onderstelling, dezelfde als voor de methode B/1, maar de kleinhandelaar verkiest methode B/3 (in die methode moeten de ontvangsten niet van kwartaal tot kwartaal worden samengevoegd).

De berekeningswijze is dezelfde als die welke uitvoering werd uiteengezet in het cijfervoorbeeld van methode A/3. De voorraad en de inkopen worden hier echter steeds gevaloriseerd tegen verkoopprijzen (+ BTW).

De methode B/3 kan eveneens met de methode D worden gecombineerd (z. B/1, nr. 7).

METHODE B/4

Methode B/4 is bestemd voor de kleinhandelaars die geen inventaris van hun voorraad houden en de voorwaarden vervullen om methode B toe te passen.

De berekeningswijze is dezelfde als die uiteengezet voor methode B/3, maar in de berekeningen wordt geen rekening gehouden met de voorraad.

De samenvoegingen voor de berekeningen van 1971 worden niet overgebracht naar de cyclus 1972.

Methode B/4 kan eveneens met methode D worden gecombineerd.

NOTEN ----- (1) De inventaris van de goederen in voorraad moet worden opgemaakt tijdens de eerste drie maanden van het jaar. Waarschijnlijk zullen de meeste belastingplichtigen die gehouden zijn een maandaangifte in te dienen, hun beginvoorraad niet kennen op het ogenblik dat ze hun eerste, ja, zelfs hun tweede aangifte van het jaar indienen. In dat geval is het hun toegestaan in hun berekeningen slechts rekening te houden met de voorraad op het tijdstip dat ze hem kennen. Zij moeten hun voorgaande aangiften niet herzien. (2) Die bedragen worden verkregen door de verkoopprijzen (inclusief BTW) van de verschillende goederen, in voorraad of ingekocht, samen te tellen. Die verkoopprijzen worden verkregen door op ieder produkt afzonderlijk de overeenkomstige handelsmarge toe te passen. (3) Die bedragen kunnen worden gecontroleerd door 810.000 te vermenigvuldigen met 100/106, 90.000 met 100/118 en 80.000 met 100/125. (4) Waarschijnlijk zullen de meeste belastingplichtigen hun eindvoorraad niet tijdig genoeg kennen om hun uiterlijk 20 januari 1972 in te dienen aangifte in te vullen. De berekening van de sleutel zal dan voorlopig gebeuren uitgaande van de samenvoeging van de inkopen van het jaar 1971. De herziening zal worden verricht tijdens de eerste drie maanden van 1972. (5) In de gegevens van voorbeeld B/1 is de beginvoorraad gelijk aan de eindvoorraad. Voor de duidelijkheid van de oefening werd een eindvoorraad gebruikt die groter is dan de beginvoorraad. Indien de eindvoorraad niet tijdig genoeg gekend is, moeten de drie maanden worden herzien (z. methode D/1, 4.2, voetnoot). METHODE C

Onderstel een kleinhandelaar die onderworpen is aan de normale regeling en kwartaalaangiften indient.

Hij kiest methode C, dat wil zeggen dat hij zijn inkopen en zijn voorraad valoriseert tegen verkoopprijzen (+ BTW) en hij de verkoopwaarde bekomt door de prijs van zijn inkopen te verhogen met een gewogen handelsmarge die gelijk is voor alle produkten die aan hetzelfde BTW-tarief zijn onderworpen.

De gekozen marges gelden voor een heel jaar en het BTW-kantoor waaronder hij ressorteert moet daarvan in kennis worden gesteld op de wijze bepaald in nr. 14 van deze aanschrijving.

Methode C onderscheidt zich van methode B hoofdzakelijk door de wijze waarop de waarde wordt bepaald. De berekeningswijze voor het uitsplitsen van de ontvangsten is dezelfde als die welke wordt gebruikt in methode B.

Methode C wordt onderverdeeld in de methodes C/1, C/2, C/3 en C/4, die overeenstemmen met de methodes B/1, B/2, B/3 en B/4.

De methodes C/1 tot C/4 kunnen eveneens met de methode D worden gecombineerd.

METHODE D

Onderstel een kleinhandelaar die aan de normale regeling is onderworpen en kwartaalaangiften indient.

De jaaromzet van de aan het tarief van 6 pct. onderworpen goederen is werkelijk hoger dan 65 pct. van de totale omzet (zie nr. 35 van deze aanschrijving).

De betrokkene mag dus de methode D toepassen, dat wil zeggen dat hij de ingekochte goederen die aan de "niet dominerende" tarieven zijn onderworpen, valoriseert tegen verkoopprijzen (+ BTW) en dat hij ze behandelt alsof ze wederverkocht zijn tijdens het kwartaal dat ze werden ingekocht.

Hij creëert een "nultarief" om de tabaksfabrikaten in de berekeningen te kunnen opnemen.

Wat het statiegeld voor leeggoed ten slotte betreft, neemt hij aan dat de leveringen gecompenseerd worden door de terugnemingen.

In de methodes D/1 en D/3 houdt hij een inventaris van zijn goederen in voorraad.

Indien het per ongeluk zou gebeuren dat het bedrag (tegen verkoopprijzen + BTW) van de inkopen van goederen die aan de "niet dominerende" tarieven zijn onderworpen, groter zou zijn dan de ontvangsten, moet worden aangenomen dat eerst de ingekochte goederen worden doorverkocht, die aan het hoogste "niet dominerend" tarief zijn onderworpen en zo verder in dalende volgorde van de "niet dominerende" tarieven. De herziening gebeurt op het einde van het daaropvolgende tijdvak door beide tijdvakken te groeperen.

METHODE D/1

In methode D/1 wordt rekening gehouden met de jaarlijkse wijzigingen in de voorraad. Dat betekent dat de kleinhandelaar de inkopen en de voorraad van goederen die aan de"niet dominerende" tarieven zijn onderworpen, valoriseert tegen verkoopprijzen (+ BTW) door op ieder produkt de overeenkomstige handelsmarge toe te passen (verg. methode B).

1 Eerste kwartaal 1971 1.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 970.000 Onttrekking privé-gebruik (+ BTW) 30.000 ---------- 1.000.000 1.2- Inkopen (verkoopprijzen + BTW) 1.3- De ingekochte goederen die aan het nultarief of aan de tarieven van 18 % en van 25 % zijn onderworpen, worden geacht doorverkocht te zijn tijdens het kwartaal. Tabaksfabrikaten : 20.400 18 % : 86.400 25 % : 79.200 -------- 186.000 1.4- De ontvangsten van de goederen die aan het "dominerend tarief" (6 pct.) zijn onderworpen, worden dus geacht te zijn : 1.000.000 - 186.000 = 814.000 1.5- In de ontvangsten is de BTW begrepen. Om die BTW eruit te halen, moeten ze worden vermenigvuldigd, niet met 6 %, 18 % en 25 %, maar met 6/106, 18/118 en 25/125. Voor de tabaksfabrikaten is geen BTW verschuldigd. De BTW bedraagt dus : 814.000 x 6/106 = 46.075 86.400 x 18/118 = 13.180 79.200 x 25/125 = 15.840 -------- 75.095 1.6- De ontvangsten exclusief BTW, die in vakken 01 tot 04 moeten worden aangegeven, moeten nu nog worden berekend. De ontvangsten ter zake van de tabaksfabrikaten moeten niet worden aangegeven. Het volstaat de belasting van de overeenkomstige ontvangsten af te trekken. Men bekomt dan : vak 01 : 814.000 - 46.075 = 767.925 03 : 86.400 - 13.180 = 73.220 04 : 79.200 - 15.840 = 63.360 ----------------------------- Controle Totaal : 979.600 - 75.095 = 904.505 Tabaksfabrikaten : 20.400 - 0 = 20.400 ----------------------------- 1.000.000 - 75.095 = 924.905 2 - Tweede kwartaal 1971 2.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 560.000 Onttrekkingen privé-gebruik (+ BTW) 40 000 --------- 600.000 2.2- Inkopen van het kwartaal (tegen verkoopprijzen + BTW) 0 18 25 12.000 20.400 14.400 2.3- Ontvangsten van de produkten die aan de"niet dominerende" tarieven zijn onderworpen : 12.000 + 20.400 + 14.400 = 46.800 2.4- Ontvangsten van de produkten onderworpen aan het "dominerend" tarief : 600.000 - 46.800 = 553.200 2.5- BTW : 553.200 x 6/106 = 31.313 20.400 x 18/118 = 3.112 14.400 x 25/125 = 2.880 -------- Te vermelden in vak 11 : 37.305 2.6- Netto-ontvangsten vak 01 : 553.200 - 31.313= 521.887 03 : 20.400 - 3.112= 17.288 04 : 14.400 - 2.880= 11.520 -------------------------- Controle Totaal : 588.000 - 37.305 = 550.695 Tabaksfabrikaten : 12.000 - 0 = 12.000 --------------------------- 600.000 - 37.305 = 562.695 3 - Derde kwartaal 1971 3.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 680.000 Onttrekkingen privé-gebruik (+ BTW) : 20.000 --------- 700.000 3.2- Inkopen (verkoopprijzen + BTW) 0 18 25 14.400 50.400 19.200 3.3- Ontvangsten "niet dominerende tarieven") 14.400 + 50.400 + 19.200 = 84.000 3.4- Ontvangsten ("dominerend tarief") 700.000 - 84.000 = 616.000 3.5- BTW : 616.000 x 6/106 = 34.868 50.400 x 18/118 = 7.688 19.200 x 25/125 = 3.840 -------- Te vermelden in vak 11 : 46.396 3.6- Netto-ontvangsten vak 01 : 616.000 - 34.868 = 581.132 03 : 50.400 - 7.688 = 42.712 04 : 19.200 - 3.840 = 15.360 --------------------------- Controle Totaal : 685.600 - 46.396 = 639.204 Tabaksfabrikaten : 14.400 - 0 = 14.400 --------------------------- 700.000 - 46.396 = 653.604 4 - Vierde kwartaal 1971 4.1- Geïncasseerde ontvangsten (inclusief BTW) 1.050.000 Onttrekkingen privé-gebruik (+ BTW) : 50 000 ---------- 1.100.000 4.2- Goederen onderworpen aan de "niet dominerende" tarieven Inkopen (tegen verkoopprijzen + BTW) + beginvoorraad (tegen verkoopprijzen + BTW) - eindvoorraad (tegen verkoopprijzen + BTW) Inkopen : 13.200 84.000 96.000 Beginvoorraad : + 1.200 + 10.800 + 7.200 Eindvoorraad (1): - 1.200 - 6.000 - 6.000 ------------------------------------------------------ (1) 13.200 88.800 97.200 4.3- Ontvangsten (niet dominerende tarieven) tegen het nultarief : 13.200 tegen het tarief van 18 % : 88.800 tegen het tarief van 25 % : 97.200 -------- 199.200 4.4- Ontvangsten (dominerend tarief) 1.100.000 - 199.200 = 900.800 4.5- BTW : 900.800 x 6/106 = 50.989 88.800 x 18/118 = 13.546 97.200 x 25/125 = 19.440 ------- Te vermelden in vak 11 : 83.975 4.6- Netto-ontvangsten vak 01 : 900.800 - 50.989 = 849.811 03 : 88.800 - 13.546 = 75.254 04 : 97.200 - 19.440 = 77.760 ------------------------------- Controle Totaal : 1.086.800 - 83.975 = 1.002.825 Tabaksfabrikaten : 13.200 - 0 = 13.200 ------------------------------- 1.100.000 - 83.975 = 1.016.025 5 - Herziening wegens wijzigingen in de voorraad.

Verwezen wordt naar nummer 5 van de methode A/1.

6 - Vierde kwartaal 1971

De eindvoorraad 1971 wordt de beginvoorraad 1972.

NOOT ---- (1) Waarschijnlijk zullen de meeste belastingplichtigen hun eindvoorraad niet tijdig genoeg kennen om hun uiterlijk 20 januari 1972 in te dienen aangifte in te vullen. De berekening zal dan voorlopig gebeuren rekening houdend met de inkopen. De herziening zal worden verricht tijdens de eerste drie maanden van 1972. METHODE D/2

De methode D/2 is bestemd voor de kleinhandelaar die geen inventaris van zijn voorraad houdt en die, zoals in methode D/1, zijn inkopen en zijn voorraad valoriseert tegen verkoopprijzen (+ BTW) door op ieder produkt de overeenkomstige handelsmarge toe te passen.

Berekeningen

De methode is dezelfde als die van de methode D/1 met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met de voorraad.

METHODES D/3 EN D/4

In de methode D/3 wordt rekening gehouden met de jaarlijkse wijzigingen in de voorraad. Methode D/4 is bestemd voor de kleinhandelaar die geen inventaris van zijn voorraad houdt.

Met die methodes valoriseert de kleinhandelaar zijn inkopen en zijn voorraad tegen verkoopprijzen (+ BTW) met toepassing van een eenvormige, gewogen handelsmarge voor alle produkten die aan hetzelfde BTW-tarief onderworpen zijn (verg. methode C).

De gekozen marges gelden voor een heel jaar en het BTW-controlekantoor waaronder de kleinhandelaar ressorteert moet daarvan in kennis worden gesteld op de wijze bepaald in nr. 14 van deze aanschrijving.

Methodes D/3 en D/4 onderscheiden zich van de methodes D/1 en D/2 door de wijze waarop de waarde, tegen verkoopprijzen, van de inkopen en van de voorraad wordt bepaald. De berekeningswijze voor het uitsplitsen van de ontvangsten is dezelfde als die welke wordt gebruikt in de methodes D/1 en D/2.