Circulaire nr. Ci.D.34/502.192 dd. 10.03.1998
CIRC 10.03.98/1
Circulaire nr. Ci.D.34/502.192 dd. 10.03.1998
Bull. nr. 782, pag. 961
GERECHTSDEURWAARDER
Opdracht van de gerechtsdeurwaarder
Taalgebruik
INVORDERING
Dwangbevel
Dwangschrift
Optreden van de gerechtsdeurwaarder
Taalgebruik
Vervolgingskosten
TAALGEBRUIK
Dwangbevel
Dwangschrift
Vertaling van het dwangschrift door de gerechtsdeurwaarder. Toepassing van het artikel 38 van de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Vervolgingskosten. Bij toepassing van het art. 38 van de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en gelet op het art. 149, KB/WIB 92, moet het dwangschrift dat wordt toegevoegd aan een dwangbevel dat moet verhaald worden, eveneens door de gerechtsdeurwaarder verhaald worden op kosten van de schuldenaar.
Afschrift (vertaling) van bijgevoegde brief wordt toegezonden aan alle ambtenaren van de sector invordering van de niveaus 1, 2+ en 2, tot kennismaking en naricht.
Zoals reeds benadrukt in mijn brief van 13 oktober 1997 heeft de vraag die U in uw referte vermelde brief van 7 oktober 1997 hebt gesteld, mijn volle aandacht genoten en insgelijks het voorwerp uitgemaakt van een grondig onderzoek door mijn ter zake bevoegde diensten.
Met dit schrijven heb ik de eer U mee te delen dat de Administratie der directe belastingen het volgende standpunt heeft ingenomen.
Als akte van rechtspleging is het dwangbevel dat op grond van het artikel 149, KB/WIB 92 en overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de betekening van exploten wordt betekend, onderworpen aan de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en inzonderheid aan artikel 38 van dezelfde wet. Daarom moet aan een dwangbevel dat in een ander taalgebied dan dat van het uitvoerbaar kohier wordt betekend, een vertaling in de taal van dat andere gebied worden toegevoegd.
In de zin van het artikel 149, KB/WIB 92 moet het dwangbevel "bovenaan een uittreksel bevatten uit het kohierartikel betreffende de belastingschuldige en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring". In de praktijk, zijn die verschillende vermeldingen opgenomen in het aan het dwangbevel toegevoegde dwangschrift, dat van zijn kant onderworpen is aan de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Dat dwangschrift moet desondanks toch vertaald worden door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder wanneer het verband houdt met een dwangbevel dat op grond van de wet van 15 juni 1935 eveneens moet vertaald worden.
Dit advies van de administratie is gesteund op de Nederlandse vertaling van het artikel 149, KB/WIB 92, waaruit volgt dat het dwangschrift deel uitmaakt van het dwangbevel, omdat het dwangbevel een uittreksel uit het kohierartikel en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring bevat en die vermeldingen dus niet alleen bovenaan het dwangbevel zijn vermeld. Het dwangschrift en het dwangbevel vormen dus één geheel, zodat het artikel 38 van de wet van 15 juni 1935 van toepassing is en een vertaling moet worden gemaakt.
Omdat de vertaling vereist is, moeten de kosten die daaruit voortvloeien betaald worden en ten laste worden gelegd van de belastingschuldige.
Deze praktijk is trouwens reeds geruime tijd van toepassing en zowel in de administratieve circulaire van 9 september 1980, nr Ci.R.14/309.484, als in die van 10 mei 1990, nr Ci.D.36/413.715 toegelicht.
Ik heb het niettemin nuttig geoordeeld die richtlijnen in herinnering te brengen in een instructie aan alle invorderingsdiensten van de Administratie der directe belastingen. Die instructie zal binnenkort verdeeld worden en moet elke discussie ter zake uitsluiten.
Voor zoveel als nodig, gelieve het U als bijlage een Nederlands- en Franstalige kopie te willen vinden van de twee dwangschriften die het vaakst door onze diensten worden gebruikt.
Ik zou U dank weten de inhoud van deze brief ter kennis te willen brengen van uw confraters.
Met de meeste hoogachting,
Circulaire nr. Ci.D.34/502.192 dd. 10.03.1998
Bull. nr. 782, pag. 961
GERECHTSDEURWAARDER
Opdracht van de gerechtsdeurwaarder
Taalgebruik
INVORDERING
Dwangbevel
Dwangschrift
Optreden van de gerechtsdeurwaarder
Taalgebruik
Vervolgingskosten
TAALGEBRUIK
Dwangbevel
Dwangschrift
Vertaling van het dwangschrift door de gerechtsdeurwaarder. Toepassing van het artikel 38 van de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Vervolgingskosten. Bij toepassing van het art. 38 van de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en gelet op het art. 149, KB/WIB 92, moet het dwangschrift dat wordt toegevoegd aan een dwangbevel dat moet verhaald worden, eveneens door de gerechtsdeurwaarder verhaald worden op kosten van de schuldenaar.
Afschrift (vertaling) van bijgevoegde brief wordt toegezonden aan alle ambtenaren van de sector invordering van de niveaus 1, 2+ en 2, tot kennismaking en naricht.
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
E.BRUNET
Mijnheer de Voorzitter,De heer Charles VAN HEUKELEN
Voorzitter van de Nationale Kamer
van de Gerechtsdeurwaarders
Henri Jasparlaan 93
1060 BRUSSEL
Zoals reeds benadrukt in mijn brief van 13 oktober 1997 heeft de vraag die U in uw referte vermelde brief van 7 oktober 1997 hebt gesteld, mijn volle aandacht genoten en insgelijks het voorwerp uitgemaakt van een grondig onderzoek door mijn ter zake bevoegde diensten.
Met dit schrijven heb ik de eer U mee te delen dat de Administratie der directe belastingen het volgende standpunt heeft ingenomen.
Als akte van rechtspleging is het dwangbevel dat op grond van het artikel 149, KB/WIB 92 en overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de betekening van exploten wordt betekend, onderworpen aan de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en inzonderheid aan artikel 38 van dezelfde wet. Daarom moet aan een dwangbevel dat in een ander taalgebied dan dat van het uitvoerbaar kohier wordt betekend, een vertaling in de taal van dat andere gebied worden toegevoegd.
In de zin van het artikel 149, KB/WIB 92 moet het dwangbevel "bovenaan een uittreksel bevatten uit het kohierartikel betreffende de belastingschuldige en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring". In de praktijk, zijn die verschillende vermeldingen opgenomen in het aan het dwangbevel toegevoegde dwangschrift, dat van zijn kant onderworpen is aan de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken. Dat dwangschrift moet desondanks toch vertaald worden door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder wanneer het verband houdt met een dwangbevel dat op grond van de wet van 15 juni 1935 eveneens moet vertaald worden.
Dit advies van de administratie is gesteund op de Nederlandse vertaling van het artikel 149, KB/WIB 92, waaruit volgt dat het dwangschrift deel uitmaakt van het dwangbevel, omdat het dwangbevel een uittreksel uit het kohierartikel en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring bevat en die vermeldingen dus niet alleen bovenaan het dwangbevel zijn vermeld. Het dwangschrift en het dwangbevel vormen dus één geheel, zodat het artikel 38 van de wet van 15 juni 1935 van toepassing is en een vertaling moet worden gemaakt.
Omdat de vertaling vereist is, moeten de kosten die daaruit voortvloeien betaald worden en ten laste worden gelegd van de belastingschuldige.
Deze praktijk is trouwens reeds geruime tijd van toepassing en zowel in de administratieve circulaire van 9 september 1980, nr Ci.R.14/309.484, als in die van 10 mei 1990, nr Ci.D.36/413.715 toegelicht.
Ik heb het niettemin nuttig geoordeeld die richtlijnen in herinnering te brengen in een instructie aan alle invorderingsdiensten van de Administratie der directe belastingen. Die instructie zal binnenkort verdeeld worden en moet elke discussie ter zake uitsluiten.
Voor zoveel als nodig, gelieve het U als bijlage een Nederlands- en Franstalige kopie te willen vinden van de twee dwangschriften die het vaakst door onze diensten worden gebruikt.
Ik zou U dank weten de inhoud van deze brief ter kennis te willen brengen van uw confraters.
Met de meeste hoogachting,
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
E. BRUNET
Bron: FisconetPlus
