Circulaire nr. Ci.RH.421/439.272 dd. 17.09.1993
CIRC 17.09.93/2
Circulaire nr. Ci.RH.421/439.272 dd. 17.09.1993
Bull. nr. 732, pag. 3049
ECONOMISCH SAMENWERKINGSVERBAND
Belastingstelsel.
Jaarrekening.
EUROPEES ECONOMISCH SAMENWERKINGSVERBAND
Belastingstelsel.
Jaarrekening.
| 1. | Deze circulaire verstrekt commentaar op : |
de W 12.7.1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de raad van 25.7.1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV) (V 1997 - Bull. 687);
- de W 17.7.1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden (ESV)(V 1998 - Bull. 687).
II. ALGEMEEN
2. De raad van de Europese Gemeenschappen heeft op 25.7.1985 de Verordening (EEG) nr. 2137/85 tot instelling van EESV goedgekeurd. Deze verordening - waarvan de tekst is opgenomen in bijlage van V 1997 - is met ingang van 1.7.1989 rechtstreeks in elke Lid-Staat van toepassing en is verbindend in al haar onderdelen (zie art. 43, Verord.).
De W 12.7.1989 strekt ertoe de Belgische wetgeving aan te passen aan de voormelde verordening, teneinde EESV toe te laten die hun zetel op Belgisch grondgebied zouden willen vestigen.
3. Die verordening voert een nieuwe rechtsvorm van grensoverschrijdende economische samenwerking in die het aan vennootschappen, ondernemingen en natuurlijke personen, waarvan er ten minste twee zijn onderworpen aan de wetten van verschillende Lid-Staten, mogelijk maakt een aantal activiteiten gezamenlijk uit te oefenen, (zoals b.v. onderzoek en ontwikkeling, inkoop, produktie en verkoop, gegevensverwerking per computer, enz...) en toch hun economische en juridische zelfstandigheid te behouden binnen een structuur die volledige rechtsbevoegdheid heeft.
4. Het doel van het EESV is niet het nastreven van winst voor zichzelf, maar wel de resultaten van de leden te verbeteren en hun economische werkzaamheid te vergemakkelijken of te ontwikkelen. Het samenwerkingsverband moet evenmin een eigen kapitaal bezitten, vermits de financiering van de werkzaamheden door de leden geschiedt. Voorts moeten de activiteiten van het EESV samenhangen met de economische werkzaamheden van de leden en kunnen ten opzichte daarvan slechts van aanvullende aard zijn.
5. De voormelde verordening maakte de invoering van een gelijkaardige regeling op het nationale vlak evenwel niet overbodig. Het EESV staat immers slechts open voor deelnemers uit verschillende Lid-Staten (zie art. 4.2, Verord.). Om de oprichting van Belgische ESV mogelijk te maken, werd een parallelle nationale reglementering ingevoerd door de W 17.7.1989.
6. Bovendien duidt art. 2, W 12.7.1989 (EESV), in uitvoering van art. 2.1, Verord., de W 17.7.1989 (ESV) als "referentiewet" aan die van toepassing is op het ESV. Art. 2, W 12.7.1989 bepaalt immers dat, onder voorbehoud van de bepalingen van de Verordening, de wet die:
- de oprichtingsovereenkomst, behalve voor vraagstukken betreffende de staat en de bekwaamheid van natuurlijke personen en rechtspersonen,
- het inwendig bestel van het samenwerkingsverband,
- alsmede de vereffening ervan en de afsluiting van de vereffening beheerst, de W 17.7.1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden is.
III. VOORNAAMSTE KENMERKEN VAN DE SAMENWERKINGSVERBANDEN
A. Definities
7. Het doel van het EESV is de economische werkzaamheid van zijn leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen en de resultaten daarvan te verbeteren of te vergroten, maar niet het behalen van winst voor zichzelf. De werkzaamheid van het EESV moet samenhangen met de economische werkzaamheid van zijn leden en kan ten opzichte daarvan slechts een ondersteunend karakter hebben (zie art. 3.1, Verord.).
8. Het is derhalve aan het EESV inz. niet toegestaan : bestuursmacht of zeggenschap uit te oefenen over de eigen werkzaamheden van zijn leden of de werkzaamheden van een andere onderneming, met name niet op het vlak van het personeelsbeleid, de financiën en de investeringen;
| b) | aandelen of deelnemingsrechten te bezitten in een onderneming die lid is; het bezitten van aandelen of deelnemingsrechten in een andere onderneming is slechts toegestaan, in zover zulks noodzakelijk is voor het verwezenlijken van het doel van het EESV en het bezit van die aandelen of rechten voor rekening van zijn leden geschiedt; |
| c) | meer dan vijfhonderd werknemers in dienst te hebben; |
| d) | lid te zijn van een ander EESV (zie art. 3.2, Verord.). |
| 9. | Van een EESV kunnen slechts lid zijn: |
| a) | vennootschappen en andere rechtspersonen naar privaat of publiek recht, die zijn opgericht overeenkomstig de wetgeving van een Lid-Staat en hun statutaire of wettelijke zetel en hun hoofdkantoor in de Gemeenschap hebben; tot deze lichamen kunnen b.v. bepaalde overheidsbedrijven behoren, alsook wetenschappelijke (semi-)overheidsorganisaties; |
| b) | natuurlijke personen die een industriële, commerciële, ambachtelijke of agrarische werkzaamheid of een vrij beroep uitoefenen of andere diensten verrichten in de Gemeenschap (zie art. 4.1, Verord.). |
Een EESV. dient ten minste te bestaan:
| a) | uit twee vennootschappen of andere rechtspersonen die hun hoofdzetel in verschillende Lid-Staten hebben; |
| b) | of uit twee natuurlijke personen die hun voornaamste werkzaamheid in verschillende Lid-Staten uitoefenen; |
| c) | of uit een vennootschap of een andere rechtspersoon en een natuurlijke persoon, van wie de eerste zijn hoofdzetel in een Lid-Staat heeft en de tweede zijn voornaamste werkzaamheid in een andere Lid-Staat uitoefent (art. 4.2, Verord.). |
10. Het ESV is een samenwerkingsverband dat bij overeenkomst voor een bepaalde of onbepaalde tijd, door twee of meer natuurlijke personen of rechtspersonen is opgericht. Het ESV heeft - net zoals het EESV - uitsluitend tot doel de economische bedrijvigheid van zijn leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen en de resultaten van die bedrijvigheid, waarbij de bedrijvigheid van het ESV moet aansluiten en ten opzichte waarvan deze van ondergeschikte betekenis moet zijn, te verbeteren of te vergroten.
| 11. | Het ESV : |
| a) | mag zich, buiten het nastreven van zijn eigen doel, niet rechtstreeks of onrechtstreeks mengen in de uitoefening van de bedrijvigheid van zijn leden; |
| b) | mag geen aandelen of deelnemingsrechten bezitten in een handelsvennootschap of een vennootschap die de rechtsvorm van een handelsvennootschap heeft aangenomen; het onder bepaalde voorwaarden bezitten van aandelen - zoals dit voor het EESV het geval is (zie nr. 8, b, hierboven) - is niet toegestaan voor het ESV; |
| c) | mag voor zichzelf geen winst nastreven; |
| d) | mag geen lid zijn van een ander ESV of EESV (zie art. 2, W 17.7.1989). |
De in nr. 8, c, hierboven vermelde bepaling met betrekking tot het maximaal aantal werknemers van een EESV geldt niet voor het ESV. Bovendien kan het ESV - in tegenstelling met het EESV (zie nr. 9, 2e lid, hierboven) - inz. worden opgericht door uitsluitend Belgische leden. Zulks is evenwel geen wettelijke verplichting, zodat buitenlandse natuurlijke personen en rechtspersonen, die niet noodzakelijk in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen moeten zijn gevestigd, eveneens lid kunnen zijn van het ESV.
12. Nationale openbare kredietinstellingen kunnen geen lid zijn van een EESV of een ESV dan met de toestemming van de nationale toezichthoudende ministers (art. 3, W 12.7.1989 en art. 1, W 17.7.1989).
B. Rechtspersoonlijkheid
13. Overeenkomstig art. 1.3, Verord., kunnen de Lid-Staten bepalen of de in hun registers ingeschreven EESV al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten.
Zowel de in België ingeschreven EESV (zie art. 1, W 12.7.1989) als de ESV (zie art. 1, § 1, 2e lid, W 17.7.1989) bezitten rechtspersoonlijkheid.
14. Het tijdstip waarop de rechtspersoonlijkheid wordt verkregen verschilt evenwel al naargelang het gaat om een EESV of een ESV.
Een EESV bezit namelijk rechtspersoonlijkheid vanaf de datum van de inschrijving in het register van de EESV dat ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt gehouden (zie art. 1.2, Verord.).
Het ESV daarentegen verkrijgt rechtspersoonlijkheid van zodra de overeenkomst is gesloten. (zie art. 4, 2e lid, W 17.7.1989).
Ter zake wordt nu reeds opgemerkt dat samenwerkingsverbanden (EESV en ESV) geacht worden geen rechtspersoonlijkheid te bezitten voor de toepassing van de inkomstenbelastingen (zie respectievelijk art. 14, W 12.7.1989 en art. 30, W 17.7.1989).
C. Oprichting van een samenwerkingsverband
15. De oprichtingsformaliteiten van een EESV zijn zeer eenvoudig. Het volstaat een overeenkomst op te stellen - bij authentieke of bij onderhandse akte - die wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel ter inschrijving van het EESV (zie art. 1.1, 2e lid, Verord.). Door de inschrijving verkrijgt het EESV volledige rechtsbevoegdheid in de gehele Europese Gemeenschap en zelfs daarbuiten.
De oprichtingsovereenkomst van een in België ingeschreven EESV wordt bij uittreksel bekendgemaakt (zie art.5, W 12.7.1989).
16. De oprichting van een ESV moet eveneens geschieden bij authentieke of bij onderhandse akte, met inachtneming, in het laatste geval, van art. 1325, BW. Hetzelfde geldt voor iedere bedongen wijziging van die overeenkomst (zie art. 4, W 17.7.1989).
De oprichtingsovereenkomst van het ESV moet eveneens bij uittreksel worden bekendgemaakt (zie art. 7, W 17.7.1989).
D. Aansprakelijkheid
17. De leden van een EESV en van een ESV zijn in principe hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van het samenwerkingsverband (zie de art. 24.1 en 26, Verord. en de art. 3 en 15, W 17.7.1989).
E. Organen van een samenwerkingsverband
18. Het EESV heeft ten minste twee organen : de gezamenlijk handelende leden (d.w.z. de algemene vergadering) en één of meer bestuurders (zaakvoerders). De algemene vergadering kan alle besluiten nemen ter verwezenlijking van het doel van het EESV (zie art. 16, Verord.). Het bestuur van het EESV berust bij één of meer, bij de oprichtingsovereenkomst of bij besluit van de leden, aangewezen natuurlijke personen (zie art. 19 en 20, Verord.).
19. Het ESV heeft in de regel eveneens ten minste twee organen : de vergadering van de gezamenlijke leden en één of meer zaakvoerders. Het ESV wordt bestuurd door één of meer natuurlijke personen die al dan niet lid zijn van het ESV. De zaakvoerder(s) worden in de oprichtingsovereenkomst of bij beslissing van de gezamenlijke leden van het samenwerkingsverband aangesteld (zie art. 12, W 17.7.1989). De gezamenlijke leden van het ESV vormen de vergadering. Tenzij andersluidende bepalingen in de overeenkomst, heeft de vergadering de meest uitgebreide bevoegdheden, om alle besluiten te nemen of elke handeling te verrichten met het oog op de verwezenlijking van het doel van het ESV.
20. Elk jaar maken de zaakvoerder(s) de jaarrekening op. Binnen 6 maanden na de afsluiting van het boekjaar wordt de jaarrekening aan de vergadering ter goedkeuring voorgelegd (zie art. 8, W 12.7.1989 en art. 14, W 17.7.1989).
F. Inbreng
21. De leden van het EESV beslissen over de wijze van financiering van het EESV. Alle vormen van inbreng zijn mogelijk : in speciën, in natura of in nijverheid. De leden kunnen ook beslissen dat geen inbreng nodig is, indien ze van mening zijn dat het EESV voor zijn werking kan volstaan met geregeld gestorte bijdragen. Een van de bijzonderste kenmerken van het EESV is namelijk dat het niet noodzakelijkerwijs moet worden opgericht met een kapitaal. De financiering van een samenwerkingsverband kan dus ook geschieden door middel van bijdragen of voorschotten van de leden.
Bovendien stipuleert art. 21.2, Verord. dat de leden van het EESV bijdragen tot de aanzuivering van het bedrag waarmee de uitgaven de inkomsten overtreffen, en zulks in de verhouding die is vastgesteld in de oprichtingsovereenkomst of, indien in deze daaromtrent niets is bepaald, in gelijke delen.
22. In de oprichtingsovereenkomst van een ESV kan, overeenkomstig art. 11, § 1, W 17.7.1989, worden bepaald dat de leden of sommigen onder hen verplicht zijn geld, goederen of diensten in te brengen. Zulks impliceert dat een ESV kan worden opgericht zonder kapitaal. In dat geval zal het ESV worden gefinancierd door stortingen, of door gelden in lopende rekening ter beschikking te stellen. De leden van het ESV dragen eveneens jaarlijks bij om tekorten aan te zuiveren in de mate bepaald in de overeenkomst of, bij gebreke daarvan, in gelijke delen (zie art. 11, § 1, laatste lid, W 17.7.1989).
IV. BOEKHOUDKUNDIGE ASPECTEN
23. Overeenkomstig art. 1, 1e lid, 2°, W 17.7.1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, zoals gewijzigd door art. 28, W 12.7.1989, worden de economische samenwerkingsverbanden aangemerkt als ondernemingen, zodat zij onderworpen zijn aan die wet en haar uitvoeringsbesluiten.
24. Dienaangaande heeft de Commissie voor Boekhoudkundige Normen in haar Bulletin nr. 25 van juni 1990 een advies (nr. 1 /6) gepubliceerd waarin wordt uiteengezet op welke wijze de wederzijdse relaties tussen een economisch samenwerkingsverband en zijn leden moeten worden uitgedrukt, zowel in de jaarrekening van het EESV en het Belgische ESV, als in de jaarrekening van de leden.
V. TOEPASSELIJK BELASTINGSTELSEL
A. Algemeen
25. Alhoewel samenwerkingsverbanden op het algemene vlak rechtspersoonlijkheid bezitten worden ze, overeenkomstig respectievelijk art.14, W 12.7.1989 en art. 30, W 17.7.1989, geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten voor de toepassing van de inkomstenbelastingen. Hieruit volgt dat de samenwerkingsverbanden niet als zodanig aan de inkomstenbelastingen (Ven.B of BNI/ven.) zijn onderworpen en geen verrekening kunnen genieten van de ingehouden voorheffingen op de roerende en onroerende inkomsten die zij verkrijgen (RV en OV; de bijzonderheden eigen aan deze voorheffingen en aan het FBB worden in nr. 35 onderzocht). Het resultaat van de werkzaamheid (winst of baten) is derhalve uitsluitend belastbaar bij de leden (zie inz. art. 21 en 40, Verord.; art. 14, W 12.7.1989 en art. 30, W 17.7.1989).
De samenwerkingsverbanden behouden de rechtspersoonlijkheid voor de andere fiscale verplichtingen, zoals b.v. voor de aangifte en de storting:
- van BV op de bezoldigingen van het eigen personeel, alsmede voor het opmaken van de individuele fiches 281 en bijhorende samenvattende opgaven 325;
- van RV op de roerende inkomsten die ze als schuldenaar toekennen.
Ingevolge hun structuur en hun samenstelling kunnen de samenwerkingsverbanden niet als zodanig worden gerangschikt onder de belastingplichtigen die de verzaking van de inning van de roerende voorheffing genieten voor de roerende inkomsten die ze ontvangen. De in onderhavige gevallen eventueel in aanmerking te nemen verzaking is ten name van de leden van toepassing volgens de in de nrs. 46 tot 48 uiteengezette modaliteiten.
26. In een samenwerkingsverband met zetel in België worden de werkelijke opnemingen van de leden, vermeerderd met hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten of verminderd met hun, deel in het verlies van het belastbare tijdperk aangemerkt als winsten (art. 20, 1°, WIB) of als baten (art. 20, 3°, WIB) van die leden.
27. Het geheel van de winst of baten (of in voorkomend geval van het verlies) van samenwerkingsverbanden, wordt geacht aan de leden te zijn betaald of toegekend op de datum van de afsluiting van het boekjaar waarop die winst of baten (of het verlies) betrekking hebben. Het gedeelte van de onverdeelde winst of baten (of in voorkomend geval van het verlies van het belastbare tijdperk) wordt voor elk lid vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het contract of, bij gebreke daarvan, volgens het hoofdelijk aandeel, d.w.z. in gelijke delen over de leden verdeeld (zie art. 30 laatste lid, W 17.7.1989 en art. 14, laatste lid, W 12.7.1989),
De wijze en het tijdstip van uitkering van de winst of baten (opnemingen tijdens het boekjaar van winst of baten, toekenning van interest op het eventuele ingebrachte kapitaal, toekenning van interesten op voorschotten, verdeling van het resultaat van het belastbare tijdperk, enz.) zijn zonder belang voor het bepalen van het belastbare tijdperk en van het aanslagjaar waartoe die inkomsten behoren; ter zake is alleen de datum van afsluiting van het boekjaar van het samenwerkingsverband van belang.
B. Bepaling van het ten name van elk lid belastbare deel van de winst of
baten
a) Algemeen
28. Het deel van de winst of baten dat ten name van elk lid van een samenwerkingsverband belastbaar is, is samengesteld uit :
- zijn opnemingen en toekenningen die voortkomen van de winst of baten van het beschouwde boekjaar en de bijdrage van de leden in het verlies van dat boekjaar;
- zijn deel in de eventuele onverdeelde winst of baten van datzelfde boekjaar of in het tijdens dat belastbare tijdperk geleden onverdeelde verlies van het samenwerkingsverband.
29. Het resultaat wordt voor elk lid en, naargelang van het geval, geacht te zijn:
- hetzij een "winst van nijverheids-, handels-, of landbouwbedrijf", als bedoeld in art. 20, 1°, WIB;
- hetzij "baten van vrije beroepen, ambten of posten", als bedoeld in art. 20, 3°, WIB.
b) Opnemingen van en toekenningen aan de leden en bijdragen van de leden tot aanzuivering van tekorten
| 30. | Hieronder worden verstaan |
de aan de leden uitgekeerde winsten of baten volgens de werkelijk gedane verdeling;
- de tijdens het boekjaar door de leden gedane opnemingen van winsten of baten;
- de bijdragen van de leden om eventuele tekorten aan te zuiveren.
De opnemingen en toewijzingen van winst of baten uit vroegere boekjaren zijn niet belastbaar, daar ze reeds tijdens die vroegere boekjaren hun definitief aanslagstelsel ten name van de leden hebben ondergaan (zie nr. 27, tweede lid).
c) Onverdeelde winsten of baten
31. De onverdeelde winsten of baten bevatten
- het onverdeelde boekhoudkundig resultaat van het samenwerkingsverband;
- de zogenaamde "Onzichtbare reserves" zoals de belastbare waardeverminderingen, de overdreven afschrijvingen en de andere onderschattingen van activa en overschattingen van passiva;
- de niet vrijstelbare voorzieningen voor risico's en lasten
- de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven (zoals b.v. de niet als beroepskosten aftrekbare belastingen, de liberaliteiten, de sociale voordelen, de boeten en verbeurdverklaringen, de niet- aftrekbare autokosten en minderwaarden op autovoertuigen, de niet-aftrekbare restaurant- en receptiekosten en de kosten voor relatiegeschenken, de kosten voor niet-specifieke beroepskleding, de abnormale en goedgunstige voordelen, de uitgaven met betwistbaar bedrijfskarakter, enz.).
d) Ontdoken winsten of baten
32. De ontdoken winsten of baten, waarvan de administratie het bestaan en het bedrag heeft aangetoond, worden eveneens onder de leden verdeeld op de wijze uiteengezet in nr. 27.
e) Aftrekbare bestanddelen
33. Wanneer in de winsten of baten van het samenwerkingsverband aftrekbare bestanddelen (b.v. vrijgestelde giften, enz.) zijn begrepen, worden die bestanddelen eveneens onder de leden verdeeld op de wijze uiteengezet in nr. 27.
34. De aandacht wordt erop gevestigd dat m.b.t. de in art. 42ter, WIB, bedoelde investeringsaftrek, het totaal bedrag van de in aanmerking komende investeringen over de leden moet worden verdeeld overeenkomstig de wijze uiteengezet in het nr. 27. Vervolgens moet voor elk lid afzonderlijk het bedrag van de investeringsaftrek worden vastgesteld overeenkomstig het op dat lid toepasselijk belastingstelsel.
f) Verrekening van voorheffingen
35. De eventuele verrekenbare voorheffingen (inz. de RV, het FBB, enz.) worden onder de leden verdeeld op de wijze uiteengezet in nr. 27.
C. Bijzonderheden inzake aan de Ven.B onderworpen leden
36. Ingevolge de hierboven uiteengezette principes en rekening houdend met het advies dat de CBN ter zake heeft verstrekt (zie nr. 24) moeten de leden-vennootschappen van een in België gevestigd samenwerkingsverband de fractie die hen toekomt in het (positieve of negatieve) boekhoudkundig resultaat van het samenwerkingsverband (d.w.z. hun deel in de verdeelde en onverdeelde boekhoudkundige winst of verlies van het desbetreffende boekjaar) in hun boekhouding opnemen. Indien de leden-vennootschappen van een dergelijk samenwerkingsverband evenwel nalaten dat deel van het resultaat in hun boekhouding op te nemen, moet worden geacht dat er een "Onderschatting van het actief" bestaat, die een gelijkwaardige aanpassing van hun belastbare reserves tot gevolg heeft (zie PV nr. 247 van 22.8.1990, Sen. de Clippele - Bull. 702).
Zulks impliceert dan ook dat de voormelde verdeelde en onverdeelde (boekhoudkundige) winst of verlies van het samenwerkingsverband in de regel in de jaarrekening van het desbetreffende lid-vennootschap, naar gelang van het geval, kan worden teruggevonden, hetzij als een "Andere bedrijfsopbrengst", hetzij als een "Andere bedrijfskost".
Onder voorbehoud van wat hierna volgt zijn de in de nrs. 25 tot 35 verstrekte richtlijnen mutatis mutandis van toepassing inzake Ven.B.
37. Zoals reeds is vermeld in nr. 31 omvat de (fiscale) onverdeelde winst eveneens de zogenaamde "Onzichtbare reserves", alsmede de niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven. Ten name van leden-vennootschappen moeten dergelijke bestanddelen van die "onverdeelde winst" in de regel worden opgenomen onder respectievelijk de "Belaste reserves" en de "Verworpen uitgaven". Die belastbare reserves moeten onder hun specifieke benaming in de opgave 328 R van de leden worden ingeschreven.
38. Wanneer een samenwerkingsverband is opgericht met een kapitaal en er overgegaan wordt tot de uitkering van inkomsten ter vergoeding van dat ingebrachte kapitaal, worden die inkomsten ten name van de genieters (leden) niet als roerende inkomsten aangemerkt, maar wel als gewone verdeelde winst.
39. Op de in nr. 32 vermelde "Ontdoken winsten", d.w.z. op de niet geboekte winsten, alsmede op de niet bewezen lasten en bedragen (inz. worden hier de bezoldigingen, enz. bedoeld, die niet door middel van de passende individuele fiches 281 en de bijhorende samenvattende opgave(n) 325 door het samenwerkingsverband zijn verantwoord), is in beginsel ten name van de leden-vennootschappen de afzonderlijke bijzondere aanslag van 200 % van toepassing. Die afzonderlijke bijzondere aanslag is als beroepskost aftrekbaar ten name van de leden-vennootschappen.
40. Tijdens de parlementaire werkzaamheden voorafgaand aan de W 17.7.1989 werd de vraag gesteld of een (erkend) coördinatiecentrum eveneens de vorm kan aannemen van een ESV. De Minister van Justitie heeft hierop ontkennend geantwoord (zie Senaat, zitting 1988-1989, Verslag namens de Commissie voor de economische aangelegenheden, stuk 737-2, blz. 11).
D. Bijzonderheden inzake aan de BNI/ven. onderworpen leden
41. Onder voorbehoud van wat hierna volgt en onverminderd andersluidende bepalingen van de door België gesloten internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting, zijn de in de nrs. 25 tot 40 verstrekte richtlijnen mutatis mutandis van toepassing inzake BNI/ven.
42. Overeenkomstig de art. 140, § 2, 3, e, en 144, 1e lid, WIB, wordt ten name van vennootschappen, verenigingen, enz. die zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden (d.w.z. belastingplichtigen als bedoeld in art.139, 2°, WIB), de winst (of het verlies) opgebracht door bemiddeling van een Belgische inrichting, alsmede de winst (of het verlies) die, zelfs wanneer ze zonder bemiddeling van een Belgische inrichting is opgebracht als vennoot in vennootschappen die ingevolge art. 25, § 1, 2e lid, WIB, geacht worden geen rechtspersoonlijkheid te bezitten en hun maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België hebben, te samen met de andere in art. 140, § 2, 3°, WIB vermelde inkomsten in beginsel aan een gezamenlijke aanslag in de BNI/ven. onderworpen.
De voormelde inkomsten omvatten eveneens de winsten (of verliezen) als lid in:
- economische samenwerkingsverbanden,
- Europese economische samenwerkingsverbanden.
Gelet op de fiscale transparantie ingevoerd door respectievelijk de W 12.7.1989 (EESV) en W 17.7.1989 (ESV), moet elke inrichting die in België door een samenwerkingsverband wordt gebruikt voor de uitoefening van de werkzaamheden steeds worden geacht een gemeenschappelijke inrichting te zijn van de leden van het samenwerkingsverband.
43. De vaststelling van de ten name van buitenlandse leden- vennootschappen belastbare verdeelde of onverdeelde winst, gebeurt op dezelfde wijze als uiteengezet in de nrs. 36 tot 39, met dien verstande evenwel dat het totaal bedrag van die verdeelde of onverdeelde winst normaliter moet worden vermeld in rubriek "Inkomsten als vennoot in vennootschappen die geacht worden geen rechtspersoonlijkheid te bezitten" van het aangifteformulier in de BNI/ven.
44. De vraag of de in nr. 42, laatste lid, bedoelde inrichting voor de toepassing van de bepalingen van de door België gesloten dubbelbelastingverdragen al dan niet een vaste inrichting vormt voor de leden-vennootschappen die niet-inwoner zijn, moet voor elk lid afzonderlijk worden onderzocht, rekening houdend met de bepalingen van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en de woonstaat van de vennootschap. Indien zulks het geval is, komt de heffingsbevoegdheid aan België toe, zodat derhalve een aanslag in de BNI/ven. kan worden gevestigd.
E. Belastingstelsel van toepassing op de Belgische leden van een in een
andere Lid-Staat gevestigd EESV
45. De Belgische leden van in het buitenland gevestigde EESV worden in principe eveneens belast op hun opnemingen en hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst (of in het verlies) van het samenwerkingsverband. Indien dergelijke winst, ingevolge de toepassing van de bepalingen van het door België gesloten dubbelbelastingverdrag, evenwel toerekenbaar is aan een buitenlandse vaste inrichting, moet deze winst in België worden vrijgesteld. In het tegenovergestelde geval wordt de winst als "Belgische winst" behandeld.
F. Toepassingsmodaliteiten inzake de verzaking aan de inning van de
roerende voorheffing
46. Zoals werd opgemerkt in nr. 25 zijn de samenwerkingsverbanden, overeenkomstig resp. art. 14, W 12.7.1989 en art. 30, W 17.7.1989, enkel wat hun onderworpenheid aan de inkomstenbelastingen betreft, ontdaan van de rechtspersoonlijkheid. Die bepalingen vormen de grondslag voor het fiscaal transparantieprincipe dat eveneens toepassing vindt met betrekking tot de verzaking aan de inning van de RV. Meer bepaald volgt uit het voormelde principe dat de leden beschouwd worden als verkrijgers van de inkomsten voortgebracht door de kapitalen en de roerende goederen waarvan de samenwerkingsverbanden werkelijk eigenaar zijn.
47. Derhalve kan slechts worden afgezien van de inning van de RV voor zover, naargelang van de categorie van roerende inkomsten, de ter zake geldende wettelijke en reglementaire bepalingen door alle leden samen worden nageleefd.
48. Wanneer aanspraak wordt gemaakt op de vrijstelling van de RV, dienen de samenwerkingsverbanden de nodige inlichtingen te verstrekken teneinde de zekerheid te hebben dat de bepalingen vervat in art. 87 en volgende, KB/WIB, door alle leden worden nageleefd.
Ter zake zijn de richtlijnen uiteengezet in de Com.IB, nrs. 164/158 tot 165 en 164/206 en 207 van toepassing, met dien verstande dat :
| 1° | de getuigschriften en de individuele en collectieve attesten, naargelang van het geval, moeten vergezeld zijn van een lijst waarop de volgende gegevens zijn vermeld: |
het bedrag van de interesten;
- de volledige identiteit en het adres van elk van de leden-verkrijgers van de interesten met vermelding van hun respectievelijke deelname in die inkomsten;
| 2° | een individueel attest moet worden opgesteld, naargelang van het geval, voor elk van de leden van het samenwerkingsverband; |
| 3° | de voorwaarden inzake bewaargeving, eigendom of vruchtgebruik en de inschrijving op naam door het samenwerkingsverband zelf moeten worden voldaan; |
| 4° | de desbetreffende lijst - die dient te worden gewaarmerkt - in alle gevallen bij de aangifte RV moet worden gevoegd. |
