Aanschrijving nr. 2 dd. 03.01.1978
AANSCHRIJVING 78-002/5
Aanschrijving nr. 2 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
§ 25. RAAD VAN ACS-MINISTERS (ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé).
De Raad van ACS-Ministers is het orgaan van de Groep van Afrikaanse, Caraïbische en Stille Zuidzeestaten (Groep ACS), opgericht in het kader van de "ACS-EEG"-Overeenkomst opgemaakt te Lomé op 28 februari 1975 tussen de Europese Economische Gemeenschap ("EEG"), haar 9 Lid-Staten en 52 Afrikaanse, Caraïbische en Stille Zuidzeestaten ("ACS"), Overeenkomst die werd goedgekeurd door de wet van 24 december 1975 (Belgisch Staatsblad van 26 maart en 4 mei 1976).
De Raad van ACS-Ministers, samengesteld uit leden van de ACS-Staten, wordt bijgestaan door een Comité van ACS-Ambassadeurs.
De Raad van ACS-Ministers en het Comité van ACS-Ambassadeurs worden bijgestaan door een Secretariaat van de ACS-Staten. Het Secretariaat van de ACS-Staten heeft zijn zetel te Brussel.
Grondslag van de voorrechten :
Protocol nr. 5 betreffende de voorrechten en immuniteiten, gehecht aan de "ACS-EEG"-Overeenkomst van Lomé, opgemaakt te Lomé op 28 februari 1975 en goedgekeurd door de wet van 24 december 1975 (Belgisch Staatsblad van 26 maart en 4 mei 1976).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Luidens de bepalingen van artikel 4, 2de lid, van het Protocol, "Wanneer de Raad van ACS-Ministers belangrijke aankopen doet van onroerende of roerende goederen welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële bestuursrechtelijke activiteiten en in de prijs waarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop begrepen zijn, zal de Staat van verblijf, telkens wanneer dit mogelijk is passende maatregelen treffen tot kwijtschelding of teruggave van deze belastingen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het BTW-Wetboek aan de Raad van ACS-Ministers, voor officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten), vrijgesteld van de BTW, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van ACS-Ministers, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van ACS-Ministers, voor officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten) vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van ACS-Ministers. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten) van de Raad van ACS-Ministers. Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van ACS-Ministers, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Luidens artikel 5 van het Protocol is de Raad van ACS-Ministers vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor zijn officieel gebruik.
Op grond van die bepaling is de invoer van goederen door de Raad van ACS-Ministers, voor zijn officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten), vrijgesteld van de BTW.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
Hetzelfde artikel 5 bepaalt bovendien : "de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land alwaar zij zijn ingevoerd niet worden verkocht of anderszins onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de regering van dat land zijn goedgekeurd".
3. Diplomatieke regeling.
Luidens artikel 7 van het Protocol "genieten, in de Staat waar de Raad van ACS-Ministers is gevestigd, de secretaris(sen) en de adjunct-secretaris(sen) alsmede de andere permanente hogere personeelsleden daarvan, onder verantwoordelijkheid van de fungerend voorzitter van het Comité van ACS-ambassadeurs, de voordelen die aan de leden van het diplomatieke personeel van de diplomatieke missies worden toegekend. Hun echtgenoten en minderjarige kinderen met wie zij in gezindsverband leven, genieten onder dezelfde voorwaarden de voordelen die aan de echtgenoten en minderjarige kinderen van diplomatiek personeel worden toegekend".
De personen bedoeld in voornoemd artikel 7 genieten de vrijstellingen van de BTW binnen de perken en onder de voorwaarden gesteld door de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1 (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde onder meer dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
De permanente personeelsleden van het Secretariaat van de ACS-Staten, die niet bedoeld zijn in voornoemd artikel 7, genieten geen vrijstelling van de BTW voor de invoer van goederen noch voor de hun hier te lande gedane leveringen van goederen en verstrekte diensten.
§ 26. A. RAAD VAN EUROPA
Organen van de Raad.
Comité van Ministers en Raadgevende vergadering (zetel : Straatsburg).
Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel (hierna "het Bureau" genoemd)
Grondslag van de voorrechten.
a) Algemeen Akkoord nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949, bekrachtigd door de wet van 13 april 1951 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951).
b) Aanvullend Akkoord bij het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 1 van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 luidt als volgt :
"Wanneer de Raad van Europa belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en wanneer in de prijs daarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop inbegrepen zijn, worden, telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Op grond van deze bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht volgens het bepaalde in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van Europa. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad van Europa (of van het Bureau te Brussel). Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 7 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de Raad vrijgesteld is van alle douanerechten, verboden en beperkingen van invoer en uitvoer met betrekking tot artikelen voor zijn officieel gebruik. Dezelfde vrijstelling geldt voor de publikaties van de Raad.
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van de Raad.
3.1.Invoer
Artikel 18, letter f, van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de ambtenaren van de Raad van Europa het recht hebben hun huisraad en goederen met vrijstelling in te voeren de eerste maal dat zij hun post aanvaarden in het betreffende land, en deze voorwerpen vrij van rechten opnieuw naar hun land van domicilie uit te voeren bij het ophouden van hun functies.
De immuniteiten bedoeld in voornoemd artikel 18 letter f, die ook van toepassing zijn voor de personeelsleden van het Bureau te Brussel, begrijpen de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze laatste vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek"
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De ambtenaren van de Raad van Europa, en meer in het bijzonder de personeelsleden van het Bureau te Brussel hebben geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt
4. Diplomatieke regeling
De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Europa, evenals hun echtgeno(o)t(e) en hun minderjarige kinderen, genieten de voorrechten, de immuniteiten, de vrijstellingen en de faciliteiten die overeenkomstig het internationaal recht, worden toegekend aan diplomatieke aangestelden (art 16 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949).
Het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen te Brussel geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het hoofd van het Bureau alsmede zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel (art. 3, 1, van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in deze van toepassing (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW, binnen de vastgestelde perken, op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdanen zijn, niet in België duurzaam verblijf houden, noch in België een eigen winstgevende aktiviteit uitoefenen.
§ 26. B. WEDERVESTIGINGSFONDS VAN DE RAAD VAN EUROPA
Grondslag van de voorrechten :
Derde Aanvullend Protocol bij het algemeen verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Straatsburg op 6 maart 1959 en bekrachtigd door de wet van 21 september 1962 (Belgisch Staatsblad van 7 mei 1963).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Ingevolge artikel 7, alinea 4, letter b, van het derde Aanvullend Protocol : "treffen de Regeringen van de Lidstaten telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van de indirecte belastingen en van de belastingen welke een deel vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen of van dienstprestaties, wanneer het Fonds voor zijn officieel gebruik belangrijke aankopen doet of gebruik maakt van diensten in de prijs waarvan zodanige belastingen begrepen zijn".
Op grond van deze beschikking :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan het Wedervestigingsfonds van de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., Raad van Europa, nr. 1, b) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Deze beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan het Wedervestigingsfonds van de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan het Fonds, voor officieel gebruik, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter, van een bestelbon door het Fonds. Deze bestelbon, waarop het stempel van het Fonds is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling wordt gedaan voor het officieel gebruik van het Fonds. Op die bestelbon moet door degene die daartoe is gemachtigd door het Fonds een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaand facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of de dienstverrichter uitreikt aan het Fonds, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Ingevolge artikel 8 van het derde Aanvullend Protocol : "is het Fonds vrijgesteld van alle douanerechten, verboden en beperkingen van in- en uitvoer met betrekking tot de artikelen voor zijn officieel gebruik
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door het Fonds, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van het Fonds.
De Gouverneur van het Fonds en de ambtenaren van het Fonds genieten de hiervoor onder letter A, 3, bedoelde vrijstelling (art. 13 van het derde Aanvullend Protocol).
Deze vrijstelling is zonder praktisch nut in België.
§ 27. SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE BENELUX ECONOMISCHE UNIE (Zetel: Brussel)
Grondslag van de voorrechten:
Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's Gravenhage op 3 februari 1958, en bekrachtigd door de wet van 20 juni 1960 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1960), inzonderheid de hierna vermelde artikelen 39 en 95, cijfer 1:
"Artikel 39
De Secretaris-generaal geniet in België de voorrechten en immuniteiten overeenkomende met die welke worden toegekend aan een in dat land geaccrediteerd hoofd van een diplomatieke missie. De gerechtelijke immuniteit kan in voorkomende gevallen door het Comité van Ministers worden opgeheven."
"Artikel 95
1. De Unie geniet op het grondgebied van iedere der Hoge Verdragsluitende Partijen dezelfde immuniteiten als aan vreemde Staten worden toegekend.
Gelet op de algemene economie van het Verdrag, inzonderheid op de artikelen 39 en 95, cijfer 1, voormeld, worden de volgende vrijstellingen verleend aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie en aan de Secretaris-generaal van de Unie.
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
a) De leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie, voor officieel gebruik, worden vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., Benelux Economische Unie nr. 1) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek."
b) De leveringen van roerende goederen en diensten aan het Secretariaat-generaal van de Unie, voor officieel gebruik, genieten vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door het Secretariaat-generaal. Deze bestelbon waarop het stempel van het Secretariaat-generaal is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van het Secretariaat-generaal. Op die bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door het Secretariaat-generaal een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging van het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan het Secretariaat-generaal, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3 van het Wetboek".
2. Invoer.
De invoer van goederen door het Secretariaat-generaal, voor officieel gebruik, is vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Diplomatieke regeling.
De Secretaris-generaal van de Benelux Economische Unie geniet het stelsel bedoeld in hoofdstuk II van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1 (*).
(*) De Secretaris-generaal geniet slechts van de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde op voorwaarde dat hij geen Belgische onderdaan is, noch in België duurzaam verblijf houdt, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefent.
Gemeenschappelijke Benelux - Dienst voor registratie van geneesmiddelen.
De "Gemeenschappelijke Benelux - Dienst voor registratie van geneesmiddelen", opgericht krachtens het Verdrag van 3 februari 1958 tot instelling van de Benelux Economische Unie, geniet voor zijn officiële werkzaamheden dezelfde fiscale vrijstellingen als die voorzien in deze paragraaf, cijfer 1, (onder de daar omschreven voorwaarden) in hoofde van het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie.
De personeelsleden van de genoemde Dienst genieten geen enkele vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 28. WEST-EUROPESE UNIE
Grondslag van de voorrechten :
Verdrag nopens de rechtspositie van de West-Europese Unie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf, ondertekend te Parijs op 11 mei 1955 en bekrachtigd door de wet van 19 juli 1956 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1956).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 9 van het Verdrag bepaalt : "terwijl de Organisatie (West-Europese Unie) in de regel geen vrijstelling zal eisen van accijnzen en van belastingen op de verkoop van roerende en onroerende goederen, welke deel uitmaken van de te betalen prijs, zullen niettemin de Staten-leden, wanneer de Organisatie voor officieel gebruik belangrijke aankopen verricht van goederen, waarop zulke accijnzen en belastingen geheven zijn of worden, indien mogelijk, passende administratieve maatregelen treffen voor de kwijtschelding of teruggave van het bedrag van de accijns of belasting".
Op grond van deze beschikking :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., West-Europese Unie, nr. 1) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan de West-Europese Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering, ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter, van een bestelbon door de Unie. Deze bestelbon, waarop het stempel van de Unie is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Unie. Op die bestelbon moet door degene die daartoe is gemachtigd door de Unie een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan de Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 8, letters b en c, van het Verdrag bepaalt dat de Organisatie (West-Europese Unie) vrijgesteld is van alle douanerechten en kwantitatieve beperkingen op de goederen welke zij in- of uitvoert voor officieel gebruik en op haar publikaties.
Op grond van deze beschikking, wordt de invoer van goederen door de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Vertegenwoordigers van de Lid-Staten en ambtenaren van de Organisatie.
De vertegenwoordigers van de Lid-Staten en de buitenlandse ambtenaren verbonden aan de Organisatie genieten :
a) het recht, hun meubilair en eigendommen ten tijde van hun eerste aankomst om hun functie te aanvaarden in het betreffende land, vrij van invoerrechten in te voeren, en bij beëindiging van hun werkzaamheden in dat land, dergelijk meubilair en dergelijke bezittingen vrij van rechten weder uit te voeren, met in beide gevallen inachtneming van die voorwaarden, welke de Regering van het land waarin het recht wordt uitgeoefend noodzakelijk zal oordelen ;
b) het recht hun eigen auto's voor persoonlijk gebruik tijdelijk vrij van invoerrechten in te voeren en daarna dergelijke voertuigen vrij van rechten uit te voeren, met in beide gevallen inachtneming van de voorwaarden welke de Regering van het betreffende land noodzakelijk zal oordelen.
(Art. 12, letters h en i, en art. 20, letters e en f, van het Verdrag).
Deze vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde is zonder praktisch nut in België, aangezien de zetel van de Organisatie in het buitenland is gevestigd (Londen en Parijs).
4. Diplomatieke regeling.
Het stelsel bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is, onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden, van toepassing op :
a) de permanente vertegenwoordigers van de Lid-Staten bij de Organisatie (art. 11 van het Verdrag);
b) de Secretaris-generaal, de Adjunct-secretarissen-generaal, de Directeur van het Agentschap voor het toezicht op de bewapening en iedere andere permanente ambtenaar van gelijke rang, aangeduid door de Raad van de Organisatie (art. 22, van het Verdrag)(*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde onder meer dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
Aanschrijving nr. 2 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
§ 25. RAAD VAN ACS-MINISTERS (ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé).
De Raad van ACS-Ministers is het orgaan van de Groep van Afrikaanse, Caraïbische en Stille Zuidzeestaten (Groep ACS), opgericht in het kader van de "ACS-EEG"-Overeenkomst opgemaakt te Lomé op 28 februari 1975 tussen de Europese Economische Gemeenschap ("EEG"), haar 9 Lid-Staten en 52 Afrikaanse, Caraïbische en Stille Zuidzeestaten ("ACS"), Overeenkomst die werd goedgekeurd door de wet van 24 december 1975 (Belgisch Staatsblad van 26 maart en 4 mei 1976).
De Raad van ACS-Ministers, samengesteld uit leden van de ACS-Staten, wordt bijgestaan door een Comité van ACS-Ambassadeurs.
De Raad van ACS-Ministers en het Comité van ACS-Ambassadeurs worden bijgestaan door een Secretariaat van de ACS-Staten. Het Secretariaat van de ACS-Staten heeft zijn zetel te Brussel.
Grondslag van de voorrechten :
Protocol nr. 5 betreffende de voorrechten en immuniteiten, gehecht aan de "ACS-EEG"-Overeenkomst van Lomé, opgemaakt te Lomé op 28 februari 1975 en goedgekeurd door de wet van 24 december 1975 (Belgisch Staatsblad van 26 maart en 4 mei 1976).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Luidens de bepalingen van artikel 4, 2de lid, van het Protocol, "Wanneer de Raad van ACS-Ministers belangrijke aankopen doet van onroerende of roerende goederen welke strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële bestuursrechtelijke activiteiten en in de prijs waarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop begrepen zijn, zal de Staat van verblijf, telkens wanneer dit mogelijk is passende maatregelen treffen tot kwijtschelding of teruggave van deze belastingen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het BTW-Wetboek aan de Raad van ACS-Ministers, voor officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten), vrijgesteld van de BTW, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van ACS-Ministers, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van ACS-Ministers, voor officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten) vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van ACS-Ministers. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten) van de Raad van ACS-Ministers. Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van ACS-Ministers, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Luidens artikel 5 van het Protocol is de Raad van ACS-Ministers vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor zijn officieel gebruik.
Op grond van die bepaling is de invoer van goederen door de Raad van ACS-Ministers, voor zijn officieel gebruik (bestuursrechtelijke activiteiten), vrijgesteld van de BTW.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
Hetzelfde artikel 5 bepaalt bovendien : "de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land alwaar zij zijn ingevoerd niet worden verkocht of anderszins onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de regering van dat land zijn goedgekeurd".
3. Diplomatieke regeling.
Luidens artikel 7 van het Protocol "genieten, in de Staat waar de Raad van ACS-Ministers is gevestigd, de secretaris(sen) en de adjunct-secretaris(sen) alsmede de andere permanente hogere personeelsleden daarvan, onder verantwoordelijkheid van de fungerend voorzitter van het Comité van ACS-ambassadeurs, de voordelen die aan de leden van het diplomatieke personeel van de diplomatieke missies worden toegekend. Hun echtgenoten en minderjarige kinderen met wie zij in gezindsverband leven, genieten onder dezelfde voorwaarden de voordelen die aan de echtgenoten en minderjarige kinderen van diplomatiek personeel worden toegekend".
De personen bedoeld in voornoemd artikel 7 genieten de vrijstellingen van de BTW binnen de perken en onder de voorwaarden gesteld door de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1 (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde onder meer dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
De permanente personeelsleden van het Secretariaat van de ACS-Staten, die niet bedoeld zijn in voornoemd artikel 7, genieten geen vrijstelling van de BTW voor de invoer van goederen noch voor de hun hier te lande gedane leveringen van goederen en verstrekte diensten.
§ 26. A. RAAD VAN EUROPA
Organen van de Raad.
Comité van Ministers en Raadgevende vergadering (zetel : Straatsburg).
Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel (hierna "het Bureau" genoemd)
Grondslag van de voorrechten.
a) Algemeen Akkoord nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949, bekrachtigd door de wet van 13 april 1951 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951).
b) Aanvullend Akkoord bij het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 1 van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 luidt als volgt :
"Wanneer de Raad van Europa belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en wanneer in de prijs daarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop inbegrepen zijn, worden, telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Op grond van deze bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht volgens het bepaalde in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van Europa. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad van Europa (of van het Bureau te Brussel). Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 7 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de Raad vrijgesteld is van alle douanerechten, verboden en beperkingen van invoer en uitvoer met betrekking tot artikelen voor zijn officieel gebruik. Dezelfde vrijstelling geldt voor de publikaties van de Raad.
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van de Raad.
3.1.Invoer
Artikel 18, letter f, van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de ambtenaren van de Raad van Europa het recht hebben hun huisraad en goederen met vrijstelling in te voeren de eerste maal dat zij hun post aanvaarden in het betreffende land, en deze voorwerpen vrij van rechten opnieuw naar hun land van domicilie uit te voeren bij het ophouden van hun functies.
De immuniteiten bedoeld in voornoemd artikel 18 letter f, die ook van toepassing zijn voor de personeelsleden van het Bureau te Brussel, begrijpen de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze laatste vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek"
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De ambtenaren van de Raad van Europa, en meer in het bijzonder de personeelsleden van het Bureau te Brussel hebben geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt
4. Diplomatieke regeling
De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Europa, evenals hun echtgeno(o)t(e) en hun minderjarige kinderen, genieten de voorrechten, de immuniteiten, de vrijstellingen en de faciliteiten die overeenkomstig het internationaal recht, worden toegekend aan diplomatieke aangestelden (art 16 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949).
Het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen te Brussel geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het hoofd van het Bureau alsmede zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel (art. 3, 1, van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in deze van toepassing (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW, binnen de vastgestelde perken, op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdanen zijn, niet in België duurzaam verblijf houden, noch in België een eigen winstgevende aktiviteit uitoefenen.
§ 26. B. WEDERVESTIGINGSFONDS VAN DE RAAD VAN EUROPA
Grondslag van de voorrechten :
Derde Aanvullend Protocol bij het algemeen verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Straatsburg op 6 maart 1959 en bekrachtigd door de wet van 21 september 1962 (Belgisch Staatsblad van 7 mei 1963).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Ingevolge artikel 7, alinea 4, letter b, van het derde Aanvullend Protocol : "treffen de Regeringen van de Lidstaten telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van de indirecte belastingen en van de belastingen welke een deel vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen of van dienstprestaties, wanneer het Fonds voor zijn officieel gebruik belangrijke aankopen doet of gebruik maakt van diensten in de prijs waarvan zodanige belastingen begrepen zijn".
Op grond van deze beschikking :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan het Wedervestigingsfonds van de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., Raad van Europa, nr. 1, b) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Deze beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan het Wedervestigingsfonds van de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan het Fonds, voor officieel gebruik, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter, van een bestelbon door het Fonds. Deze bestelbon, waarop het stempel van het Fonds is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling wordt gedaan voor het officieel gebruik van het Fonds. Op die bestelbon moet door degene die daartoe is gemachtigd door het Fonds een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaand facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of de dienstverrichter uitreikt aan het Fonds, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Ingevolge artikel 8 van het derde Aanvullend Protocol : "is het Fonds vrijgesteld van alle douanerechten, verboden en beperkingen van in- en uitvoer met betrekking tot de artikelen voor zijn officieel gebruik
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door het Fonds, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van het Fonds.
De Gouverneur van het Fonds en de ambtenaren van het Fonds genieten de hiervoor onder letter A, 3, bedoelde vrijstelling (art. 13 van het derde Aanvullend Protocol).
Deze vrijstelling is zonder praktisch nut in België.
§ 27. SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE BENELUX ECONOMISCHE UNIE (Zetel: Brussel)
Grondslag van de voorrechten:
Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's Gravenhage op 3 februari 1958, en bekrachtigd door de wet van 20 juni 1960 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1960), inzonderheid de hierna vermelde artikelen 39 en 95, cijfer 1:
"Artikel 39
De Secretaris-generaal geniet in België de voorrechten en immuniteiten overeenkomende met die welke worden toegekend aan een in dat land geaccrediteerd hoofd van een diplomatieke missie. De gerechtelijke immuniteit kan in voorkomende gevallen door het Comité van Ministers worden opgeheven."
"Artikel 95
1. De Unie geniet op het grondgebied van iedere der Hoge Verdragsluitende Partijen dezelfde immuniteiten als aan vreemde Staten worden toegekend.
Gelet op de algemene economie van het Verdrag, inzonderheid op de artikelen 39 en 95, cijfer 1, voormeld, worden de volgende vrijstellingen verleend aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie en aan de Secretaris-generaal van de Unie.
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
a) De leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie, voor officieel gebruik, worden vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., Benelux Economische Unie nr. 1) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek."
b) De leveringen van roerende goederen en diensten aan het Secretariaat-generaal van de Unie, voor officieel gebruik, genieten vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door het Secretariaat-generaal. Deze bestelbon waarop het stempel van het Secretariaat-generaal is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van het Secretariaat-generaal. Op die bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door het Secretariaat-generaal een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging van het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan het Secretariaat-generaal, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3 van het Wetboek".
2. Invoer.
De invoer van goederen door het Secretariaat-generaal, voor officieel gebruik, is vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Diplomatieke regeling.
De Secretaris-generaal van de Benelux Economische Unie geniet het stelsel bedoeld in hoofdstuk II van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1 (*).
(*) De Secretaris-generaal geniet slechts van de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde op voorwaarde dat hij geen Belgische onderdaan is, noch in België duurzaam verblijf houdt, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefent.
Gemeenschappelijke Benelux - Dienst voor registratie van geneesmiddelen.
De "Gemeenschappelijke Benelux - Dienst voor registratie van geneesmiddelen", opgericht krachtens het Verdrag van 3 februari 1958 tot instelling van de Benelux Economische Unie, geniet voor zijn officiële werkzaamheden dezelfde fiscale vrijstellingen als die voorzien in deze paragraaf, cijfer 1, (onder de daar omschreven voorwaarden) in hoofde van het Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie.
De personeelsleden van de genoemde Dienst genieten geen enkele vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 28. WEST-EUROPESE UNIE
Grondslag van de voorrechten :
Verdrag nopens de rechtspositie van de West-Europese Unie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf, ondertekend te Parijs op 11 mei 1955 en bekrachtigd door de wet van 19 juli 1956 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1956).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 9 van het Verdrag bepaalt : "terwijl de Organisatie (West-Europese Unie) in de regel geen vrijstelling zal eisen van accijnzen en van belastingen op de verkoop van roerende en onroerende goederen, welke deel uitmaken van de te betalen prijs, zullen niettemin de Staten-leden, wanneer de Organisatie voor officieel gebruik belangrijke aankopen verricht van goederen, waarop zulke accijnzen en belastingen geheven zijn of worden, indien mogelijk, passende administratieve maatregelen treffen voor de kwijtschelding of teruggave van het bedrag van de accijns of belasting".
Op grond van deze beschikking :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale Administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toelaat (z. Rep. R.J., Intern. Organ., West-Europese Unie, nr. 1) geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing zal ter kennis worden gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur die de belastingplichtige uitreikt aan de West-Europese Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, wanneer de waarde per levering, ten minste 5.000 F bedraagt, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of aan de dienstverrichter, van een bestelbon door de Unie. Deze bestelbon, waarop het stempel van de Unie is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Unie. Op die bestelbon moet door degene die daartoe is gemachtigd door de Unie een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of verstrekte diensten. Hij moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard tot staving van zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet betalen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan de Unie, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 8, letters b en c, van het Verdrag bepaalt dat de Organisatie (West-Europese Unie) vrijgesteld is van alle douanerechten en kwantitatieve beperkingen op de goederen welke zij in- of uitvoert voor officieel gebruik en op haar publikaties.
Op grond van deze beschikking, wordt de invoer van goederen door de West-Europese Unie, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Vertegenwoordigers van de Lid-Staten en ambtenaren van de Organisatie.
De vertegenwoordigers van de Lid-Staten en de buitenlandse ambtenaren verbonden aan de Organisatie genieten :
a) het recht, hun meubilair en eigendommen ten tijde van hun eerste aankomst om hun functie te aanvaarden in het betreffende land, vrij van invoerrechten in te voeren, en bij beëindiging van hun werkzaamheden in dat land, dergelijk meubilair en dergelijke bezittingen vrij van rechten weder uit te voeren, met in beide gevallen inachtneming van die voorwaarden, welke de Regering van het land waarin het recht wordt uitgeoefend noodzakelijk zal oordelen ;
b) het recht hun eigen auto's voor persoonlijk gebruik tijdelijk vrij van invoerrechten in te voeren en daarna dergelijke voertuigen vrij van rechten uit te voeren, met in beide gevallen inachtneming van de voorwaarden welke de Regering van het betreffende land noodzakelijk zal oordelen.
(Art. 12, letters h en i, en art. 20, letters e en f, van het Verdrag).
Deze vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde is zonder praktisch nut in België, aangezien de zetel van de Organisatie in het buitenland is gevestigd (Londen en Parijs).
4. Diplomatieke regeling.
Het stelsel bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is, onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden, van toepassing op :
a) de permanente vertegenwoordigers van de Lid-Staten bij de Organisatie (art. 11 van het Verdrag);
b) de Secretaris-generaal, de Adjunct-secretarissen-generaal, de Directeur van het Agentschap voor het toezicht op de bewapening en iedere andere permanente ambtenaar van gelijke rang, aangeduid door de Raad van de Organisatie (art. 22, van het Verdrag)(*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde onder meer dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
Bron: FisconetPlus
