Circulaire nr. Ci.RH.841/435.641 dd. 09.03.1992

Bull. nr. 716

TAXATIE VOLGENS TEKENEN EN INDICIEN
Tegenbewijs van de belastingplichtige


Aan alle ambtenaren en beambten van de niveaus 1, 2 en 3.

I. INLEIDING

1. Wanneer de administratie overeenkomstig art. 247, W.I.B. de belastbare inkomsten volgens tekenen en indicien heeft vastgesteld, rust het tegenbewijs op de belastingplichtige, die door middel van positieve en controleerbare gegevens dient aan te tonen dat hij geen hogere graad van gegoedheid bezit dan die welke uit de aangegeven inkomsten blijkt (zie 247/27 Com.I.B.).

2. In het kader van dat tegenbewijs leggen sommige be-lastingplichtigen naamloze documenten voor betreffende ver-richtingen in roerende waarden of andere financiele instrumenten (met inbegrip van goud en edele metalen). In vele gevallen betreft het verrichtingen die de belastingplichtige niet zelf heeft uitgevoerd.

3. Wegens hun naamloosheid was het reeds onmogelijk de bovenbedoelde documenten op zichzelf als positieve en controleerbare gegevens aan te merken.

4. Om de sub 2 beschreven praktijk beter te kunnen bestrijden, heeft de wetgever art. 247, W.I.B. aangevuld met een bepaling die ertoe strekt dergelijke documenten tegenover de administratie slechts bewijskracht te verlenen indien ze op naam zijn, zulks om te vermijden dat ze worden gebruikt door andere personen dan diegenen die de verrichtingen werkelijk hebben uitgevoerd (Parl. doc., Senaat, zitting 1990-1991, nr. 1166-2, p. 44).

II. WETTEKST

5. Art. 14, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 - B.702) vult art. 247, W.I.B. aan met het volgende lid :

"Wanneer het tegenbewijs van de belastingplichtige betrekking heeft op verkopen van roerende waarden of andere financiele instrumenten die hij zich als belegging heeft aangeschaft, hebben de ingeroepen aankoop- of verkoopborderellen of -documenten tegenover de Administratie der directe belastingen slechts bewijskracht indien ze de vermelding "op naam" dragen en zijn opgesteld ten name van de belastingplichtige of van de personen van wie hij de rechthebbende is".

III. COMMENTAAR

A . Roerende waarden of andere financiele instrumenten verworven als belegging

Begrippen : roerende waarden of andere financiele instrumenten

6. De voormelde W. 28.12.1990 geeft geen omschrijving van roerende waarden (te verstaan als effecten) of andere fi-nanciele instrumenten. Art. 1, W. 4.12.1990 op de financile transacties en de financiele markten (V.2071 - B.702) definieert wel de begrippen "effecten" en "financiele instrumenten".

Luidens dat artikel wordt verstaan :

1. onder "effecten" :

  • aandelen en andere rechten van vennoten in alle burgerlijke en handelsvennootschappen en de bewijzen van dergelijke rechten van vennoten;
  • obligaties, kasbons en alle andere bewijzen van collectieve leningen;
  • rechten in verenigingen, onverdeeldheden of groeperingen en bewijzen van deze rechten en inzonderheid :
a) vastgoedcertificaten;

b )

rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen;

c) rechten op roerende of onroerende goederen die georganiseerd zijn in vereniging, onverdeeldheid of groepering van juridische of feitelijke aard, die inhouden dat de houders afstand doen van het eigen genot van deze goederen waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan een persoon die beroepsmatig optreedt;

  • inschrijvingsrechten en andere bewijzen die recht geven op inschrijving op of verwerving van de in het 1^e, 2^e en 3^e gedachtenstreepje bedoelde effecten;
  • andere door de Koning vastgestelde rechten en bewijzen;
2. onder "andere financiele instrumenten" :

  • termijnovereenkomsten, opties en financiele instrumenten op termijn en overeenkomsten betreffende de evolutie van het indexcijfer van de prijzen van de effecten, grondstoffen, edele metalen, energie of valuta's, die voldoen aan de door de Koning gestelde voorwaarden;
  • andere door de Koning vastgestelde rechten en bewijzen.
7. Ten aanzien van art. 247, 2de lid, W.I.B. dienen aan deze opsomming van waarden en instrumenten goud en edele metalen te worden toegevoegd (Parl. doc., Senaat, zitting 1990-1991, nr. 1166-2, p. 44).

Verwerving als belegging ------------------------

8. De W. 28.12.1990 bepaalt evenmin wat moet worden verstaan onder verwerving van roerende waarden of andere financiele instrumenten als belegging.

9. Art. 247, 2de lid, W.I.B. heeft betrekking op het tegenbewijs dat de belastingplichtige levert door bij een taxatie volgens tekenen en indicien een verkoop van roerende waarden of financiele instrumenten aan de administratie tegen te werpen. In dat stadium van de taxatieprocedure mag men beschouwen dat elke waarde of instrument waarvan de verkoop wordt aangevoerd a priori als belegging werd aangeschaft.

B. Borderellen of aan- en verkoopdocumenten

10. Wanneer een belastingplichtige het verschil in een vermogensbalans wil rechtvaardigen met de opbrengst van de verkoop van roerende waarden of andere financiele instrumenten, moet hij documenten op naam overleggen waaruit blijkt dat hij waarden en instrumenten heeft verkocht waarvan hij eigenaar was.

Het bewijs van verkoop moet blijken uit het verkoopborderel of -document op naam terwijl de eigendom normaliter kan worden aangetoond met het aankoopborderel of -document op naam (zie echter nr. 18).

C. Borderellen of documenten op naam

11. Art. 247, 2de lid, W.I.B. heeft niet noodzakelijk de bedoeling alle documenten op naam te doen stellen, maar heeft tot gevolg dat alleen borderellen of documenten die de vermelding "op naam" dragen en opgesteld zijn ten name van de betrokken belastingplichtige (of op naam van de persoon wiens rechtverkrijgende hij is) ten aanzien van de administratie bewijskracht hebben (Parl. doc., Kamer, zitting 1990-1991, nr. 1366/6, p. 31).

D. Personen van wie de belastingplichtige de rechtverkrijgende is

12. Door art. 247, 2de lid, W.I.B. in fine aan te vullen na de woorden "ten name van de belastingplichtige" met de woorden "of van de personen van wie hij de rechtverkrijgende is", heeft de wetgever rekening willen houden met gevallen waarin een belastingplichtige een erfenis heeft verkregen. Een dergelijke belastingplichtige kan zich in een procedure van taxatie volgens tekenen en indicien in het kader van het tegenbewijs geldig op de borderellen of documenten op naam van de erflater beroepen.

13. De belastingplichtigen die van die mogelijkheid gebruik kunnen maken, zijn de erfgenamen en de erfgerechtigden in de zin van art. 40, # 1, 1., W.I.B. en van de commentaar op dat artikel (Parl. Besch., Senaat, zitting 1990-1991, nr. 1166-2, p. 45 - 39/9 en 10, Com.I.B.).

E. Onderzoekingen

14. Wanneer een belastingplichtige de in het kader van art. 247, 2de lid, W.I.B. vereiste borderellen of documenten overlegt moet inzonderheid de werkelijkheid van de verkoop worden geverifieerd : effectieve beschikking over de opbrengst van de verkoop, geen terugkeer van het goed in het patrimonium van de verkoper, enz.

15. Tevens moet de mogelijkheid van een taxatie volgens tekenen en indicien ten name van de koper worden overwogen.

IV. INWERKINGTREDING

16. Volgens art. 32, # 4, W. 28.12.1990, is art. 247, 2de lid, W.I.B. van toepassing op verrichtingen die vanaf 1.1.1991 plaatsvinden.

17. De nieuwe bepaling betreft bijgevolg verkopen van roerende waarden of andere financiele instrumenten die aangewend worden tegen taxaties volgens tekenen en indicien over de aj. 1992 en volgende (uitzonderlijk over het aj. 1991 indien het een taxatie volgens tekenen en indicien betreft van een vennootschap die niet per kalenderjaar boekhoudt).

18. Wanneer de verkochte waarden of instrumenten voor 1.1.1991 zijn aangekocht, kan het bewijs van aankoop (zie nr. 10) geleverd worden door alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Voor de Directeur-generaal :
De Inspecteur-generaal,

J. GILLARD.